Cohesion (3)

Verwijswoorden…, altijd handig om niet hele zinnen of zinsdelen te herhalen en zodoende teksten iets makkelijker leesbaar te maken. In het alledaagse taalgebruik vormen ze,
normaalgesproken, geen probleem en leveren ze hooguit soms een semi-grappige spraak-
verwarring op.

Verwijswoorden in (bijv.) contracten zijn heel wat minder grappig. Daar leiden dergelijke woorden vaak tot rechtszaken, want wáár verwijzen die verwijswoorden eigenlijk naar? Met andere woorden: wat is het antecedent?

In Weichert Co. Of Maryland Inc. v. Faust (2011) ging het over het woord hereunder. Dit
woord kwam voor in een onderbepaling van een contract. Na veel woordenboekengeraadpleeg (“According to Black’s Law Dictionary, “hereunder” means “[i]n accordance with this document.” Black’s Law Dictionary 745, 8th ed. 2004), en het napluizen van andere
rechtszaken over hetzelfde woord (case law is immers een belangrijk fundament in
Common Law-rechtspraak), kwam de rechtbank dan eindelijk tot een besluit.

In Tomran, Inc. v. Passano (2006) ging het zelfs over wat er wel en niet zou moeten vallen onder de term hereunder and thereunder: Therefore, we conclude that the only reasonable interpretation of “hereunder and thereunder” is one wherein the phrase limits the scope of the choice of law provision to those rights enumerated in the Deposit Agreement and
Receipts.
En de lijst van rechtszaken over deze woorden valt moeiteloos uit te breiden.

De in 2011 voor het Britse Supreme Court uitgevochten zaak Rainy Sky SA and others v Kookmin Bank is een mijlpaal in Brits contractenrecht. Daar ging het om het woord such als in: all such sums due to you under the contract. Het Supreme Court oordeelde dat als woorden in een contract ambigu zijn, een rechtbank deze woorden moet interpreteren naar business common sense; en dat het voor geen van beide partijen een vereiste is te bewijzen dat een alternatieve interpretatie onredelijk is. (Het is zo’n belangrijke uitspraak dat hier zelfs een Wikipedia-lemma aan is gewijd).

In Loso v. Loso (2011) ten slotte vochten twee gewezen echtelieden over de te betalen schoolgelden van hun dochter Sarah. De zaak ging het voornamelijk over het woord said, als in: to pay for one-half the cost of Sarah’s college educational expenses (…) subject to the limitation that said cost shall not exceed the tuition for a full-time residential student at UCONN-Storrs. Gaat het (=said cost) om one-half the cost of om Sarah’s college educational expenses? Hier oordeelde de rechtbank dat the language was clear and unambiguous.
Hetgeen onmiddellijk in een hoger beroep uitmondde…

Het maakt eigenlijk niet uit hoe of in wiens voor- of nadeel een rechtbank oordeelt. Het gaat om het loutere feit dát er een zaak werd aangespannen. Het gaat om ambigu taal-
gebruik in contracten waar de opstellers rekening mee zouden moeten hebben gehouden. Er zijn meer dan genoeg alternatieven voorhanden om die ambiguïteit (en dus ook daaruit voortvloeiende rechtszaken) te voorkomen.

Het is misschien geen toeval dat dergelijke “antecedent”-zaken bijna altijd gaan over
archaïsche woorden als hereunder, thereunder, said en such (en overigens ook: same).
Woorden die alleen maar (of liever gezegd: alleen maar als verwijswoorden) worden
gebruikt in een juridische setting. Dat je ze natuurlijk ook in een “gewone” setting kan
gebruiken, is in deze korte grappige blog van Wayne Schiess te lezen. Ik zou zeggen: let op als u graag deze woorden gebruikt; weet dat ambiguïteit op de loer ligt!

PS:
Drie van de vier in deze blog (oeps! bijna schreef ik: “hierboven”…) geciteerde rechtszaken klikken door naar https://casetext.com. Als u de hele tekst wilt lezen, moet u zich daar even
registreren. Het is (voor een groot gedeelte) gratis.

Clarity (19)

In een rechtbank in New York werden in 2006 door twee verzekeringsbedrijven de degens gekruist over de woorden that en which in een contract. Precies de woorden waar Nederlandse juristen vaak veel  moeite mee hebben als ze in het Engels schrijven. Ook al omdat het Nederlandse “dat” en “welke” hier in de weg zouden kunnen zitten en er dus (opnieuw) sprake kan zijn van zgn. taalinterferentie (ook wel:  False Friend, zie bijvoorbeeld hereby zoals besproken in Clarity 17….).

Het is eigenlijk heel simpel:

That gebruik je in een beperkende bijzin (restrictive clause) als de informatie noodzakelijk is om de genoemde persoon of zaak te kunnen identificeren. Deze informatie kan dus niet weggelaten worden. That wordt ook niet voorafgegaan door een komma.

Which gebruik je in een uitbreidende bijzin (non-restrictive clause) als je extra informatie wil geven, informatie die in principe kan worden weggelaten. Which wordt altijd
voorafgegaan door een komma.

De zin This section 2.7 applies to all contracts other than contracts that are subject to section 2.4 zegt dat er weliswaar verschillende Sections zijn, maar dat het nu even over Section 2.7 gaat. De zin This section 2.7 applies to all contracts other than contracts, which are subject to section 2.4 zegt dat andere contracten onder Section 2.4 vallen.

Nederlanders kunnen that en which verwarren met “dat” en “welke”, en hebben eigenlijk alleen maar de komma om te laten zien of een zin restrictive of non-restrictive is: “Het
contract met X dat morgen in werking treedt, is fantastisch” (=er zijn verschillende
contracten met X, maar juist deze is fantastisch), of: “Het contract met X, dat morgen in werking treedt, is fantastisch” (= er is maar één contract met X, en dat treedt morgen
toevallig in werking). En laten we “welke” maar helemaal buiten beschouwing laten: niet alleen klinkt “welke” overdreven formeel, stijf en stroef, je kan het niet eens in het bovengegeven voorbeeld gebruiken omdat “welke” niet naar het-woorden, zoals het
contract
, kan verwijzen…, dan verval je al weer snel in “hetwelk”, en dat klinkt nóg formeler en stroever).

Terug naar AIU Insurance v. Robert Plan Corp. Daar ging het om het al dan niet inclusief zijn van bepaalde informatie:
FN2. As I read paragraph 9, according to its plain meaning and following customary grammatical rules, clause A is the universe of property with which we are concerned. When we carve out from this universe a subset of property represented by clause B, the property left over is “the property of the COMPANY whether paid for by it or not” (clause D). The subset of property that we carved out, which is not “the property of the COMPANY,” is “the property of AGENT” (clause C). In other words, clause C the clause beginning with “which” modifies the property described in clause B. The property described in clause A, with the exception of the subset of property described in clause B, is owned by AIG.

Tóch concludeerde de rechtbank verrassend genoeg dat een comma+which in het contract in kwestie restrictive/beperkend was bedoeld en dat er dus eigenlijk that gebruikt had moeten worden. Ook gaf dat de rechtbank toe dat de “normale” gang van zaken was dat een comma+which alleen gebruikt moest worden om een non-restrictive/uitbreidende
bijzin in te luiden.

In zijn A Manuel of Style for Contract Drafting raadt Kenneth Adams daarom ook af om in contracten non-restrictive clauses te gebruiken (of anders liefst zo weinig mogelijk). Met
andere woorden: bedenkt u zich twee (of meer?) maal als u weer eens which schrijft in een Engelstalig contract. Het kan behoorlijk wat verwarring opleveren. (Al was het alleen maar omdat af en toe ook which -al dan niet opzettelijk- wordt gebruikt zonder dat die voorafgegaan wordt door een komma… en dan is de verwarring compleet!).

What’s in a language? (28)

Als u tussen de kalkoen en de oliebollen door dit jaar niets te doen heeft, ga dan eens naar de vernieuwde Branch Out Legal English Test (klik hier).

Deze test bestaat uit twee delen: 20 meerkeuzevragen die uw kennis van legal vocabulary test, en 20 invulvragen op het gebied van (Engelse) werkwoord vervoegingen. Aan het eind van deze test zal u een taalvaardigheidsniveau worden gegeven dat min of meer overeenkomt met de niveaus uit het  Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen (Common European Framework of Languages), samen met een
korte beschrijving van die niveaus. (Voor de volledige, Nederlandstalige, versie: klik hier)

Dit referentiekader is in 1971 door de Raad van Europa in het leven geroepen om te komen tot zo objectief mogelijke criteria en descriptoren voor de beoordeling en beschrijving van verschillende vaardigheidsniveaus in moderne vreemde talen. Om tot zo’n (enigszins)
‘objectief’ niveau te komen, zal er een, even zwaar wegend, onderscheid gemaakt moeten worden tussen enerzijds ‘kennis’ en anderzijds ‘vaardigheid’, of, anders gezegd: tussen ‘weten’ en ‘doen’, of, weer anders gezegd: tussen ‘actief taalgebruik’ en ‘passieve
taalkennis’. Het Europese referentiekader heeft daarom niveaus in het leven geroepen op vier taaldeelgebieden, te weten: spreken, schrijven, luisteren en lezen.

De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat de Branch Out Legal English Test slechts een
indicatie geeft van een niveau op de deelvaardigheid ‘schrijven’, en dan ook nog eens op de het gebied van Legal English. Een écht, objectief, niveau Engels geeft deze test dan ook niet (de ‘normale’, dwz. non-legal Structure Test -zie hieronder) komt hier overigens meer in de buurt van). Maar daarbij willen wij opmerken dat het niveau van ‘kennis/vaardigheid’, ‘weten/doen’ of ‘actief/passief’ bij Nederlanders (en de gemiddelde Scandinaviër) redelijk dicht bij elkaar ligt. Dit bijv. i.t.t. de gemiddelde Japanner waar het ‘weten-niveau’
behoorlijk hoog ligt, maar het ‘doen-niveau’ bedroevend laag. Wat maar weer eens aantoont dat ‘taalbeheersing’ ook cultureel bepaald is…

Wat deze test wél weer laat zien, is dat de Engelse ‘grammatica’ veel meer betekenis-
dragend is dan de Nederlandse grammatica. We hebben dit hier al eens opgemerkt in bijv. Correctness 5 en Correctness 6, maar de Branch Out Legal English Test laat dit in de vragen 2, 8, 13 en 18 van Deel 1 ook zien. in het Engels bestaan vier verschillende conditionals (de voorwaardelijke wijs): eentje om iets algemeens uit te drukken, eentje om een
waarschijnlijkheid te geven, eentje om een hypothese naar voren te brengen en eentje om een onmogelijke situatie te schilderen. “Leuk” zult u wellicht zeggen, maar u kunt zich misschien wel voorstellen wat een verkeerd gebruik van zo’n conditional in een contract of overeenkomst in een eventuele rechtszaak kan veroorzaken…

Als u de Branch Out Legal Test heeft gemaakt (en op de Send-knop hebt gedrukt…), zal ik u bij hoge uitzondering de goede antwoorden sturen. En mocht u nóg meer tijd over hebben: maak dan gerust ook de Branch Out Structure Test (zelfde principe, iets langer en niet
speciaal voor juristen geschreven).

Prettige Kerstdagen en een heel voorspoedig 2018 gewenst. De eerste Legal English Blog verschijnt op maandag 8 januari. Tot dan!

Clarity (18)

The first case was settled for $2,000, and the second piece of litigation was disposed of out of court for $3,000, while the price of the amicable accord reached in the third suit was $5,000. Een mooi staaltje van zgn. elegant variation.

Elegant variation is weer een van die taalsprookjes waar we het hier eerder over hebben gehad : een nepregel die zegt dat je moet voorkomen dat je binnen één zin hetzelfde
woord twee maal gebruikt en dat je daar dan maar liever een synoniem voor moet
gebruiken: case-piece of litigation-suit  en dus ook: settled-disposed of out of court-reached an accord. Met name krantenartikelen lijden aan die elegant variation (de werkkamer van de minister-president, het torentje van Rutte, Den Haag, enz.) en wordt daarom vaak als Journalese aangeduid. Maar in het Legalese komt het ook erg vaak voor.

Elegant variation is een afleiding, een afleiding van wát u zegt naar hoé u het zegt. Een lezer van een juridisch document (en vergeet niet dat de meeste lezers zo’n document moéten lezen, en niet dat ze het wíllen lezen…) zal zich afvragen wat, in het voorbeeld
hierboven, het verschil is tussen een case, een piece of litigation, en een suit  Sterker nog, voorál lezers van juridische documenten nemen aan dat andere woorden ook een andere betekenis hebben. Zelf zien wij vaak dat de woorden must en have to in dezelfde alinea voorkomen. Lezers denken dat dit dan een andere juridische betekenis heeft. Verwarring. Probeer dit dus zo veel mogelijk te vermijden!

Elegant variation brengt ons wél op een interessant intercultureel probleempje; de eerste die de term elegant variation gebruikte was de Engelse lexicograaf/taalkundige Henry
Watson Fowler, vooral bekend van zijn  A Dictionary of Modern English Usage, een stijlgids uit 1926 die de Engelsen nog steeds op grote waarde schatte en zijn, minder woordenboekachtige, The King’s English uit 1906. In hoofdstuk 3 van dat laatste boek (hier voor de liefhebbers online te lezen) maakt hij korte metten met de, in zijn ogen vooral Franse, gewoonte zo veel mogelijk synoniemen, metaforen en omschrijvingen te gebruiken om maar niet hetzelfde woord in één zin te gebruiken. Met de grootst mogelijke Britse ironie omschrijft hij deze ‘verderfelijke gewoonte’ als Elegant Variation. (NB. in Fowlers tijd had het woord elegant veel meer een negatieve connotatie dan nu, iets van “verwijfde
oververfijning”. In zijn Oxford Dictionary of American Usage and Style  uit 2000 herdoopt Bryan Garner deze term dan ook zonder enig scrupules in: inelegant variation).

Elegant variation is inderdaad een typisch ‘Franse gewoonte’, zo is door Clyde Thogmartin van de Universiteit van Iowa onomstotelijk vastgesteld. Franse schrijvers (of in ieder geval: de Franse pers), zo stelt Thogmartin vast, laten zich juist voorstaan op het gebruik van
synoniemen, metaforen en omschrijvingen. Fransen zien het als teken eruditie en belezenheid. Enigszins cryptisch wordt het Frans (dan wel: de Franse pers) dan wel, want het vereist van lezers wel erg veel voorkennis van Franse toestanden (vgl. een woord als ‘torentjesoverleg’ dat voor een niet-Nederlander ook lastig te begrijpen moet zijn). Hoe dan dit Frans in het Engels te vertalen, is een heet hangijzer. Als je het “direct” vertaalt naar het
Engels, zal je van elegant variation worden beschuldigd; en als je dat niet doet, zal je de oorspronkelijke, Franse, schrijver tegen je in het harnas jagen.

Wanneer je, als niet-Brit, Engels gebruikt als communicatiemiddel, zal je nationale/
culturele identiteit altijd op de een of andere manier door je Engels heen schijnen. Dit geldt voor Fransen, voor Nederlanders, maar ook voor Amerikanen, Australiërs en anderen die Engels wél als moedertaal hebben. Dit mag op het eerste gezicht duiden op wat
onschuldige verschilletjes in ‘stijl’ of ‘toon’, maar het kan ook verder gaan. Twee weken geleden hadden we het hier over Engelse woord hereby (hier nog eens te lezen). In zijn (hier gratis te downloaden)  online Contract Drafting Manual  legt Willem Wiggers van
WeAgree nog eens uit dat hereby in verschillende Europese landen een verschillende
juridische betekenis kan hebben. Diepe zucht…

Om dan maar met Henry Watson Fowler te eindigen: Display of superior knowledge is as great a vulgarity as display of superior wealth—greater indeed, inasmuch as knowledge should tend more definitely than wealth towards discretion and good manners.

Clarity (17)

We voeren nu al een tijdje een beetje een kruistocht tegen het woord hereby, en in het
verlengde daarvan woorden als herein, herewith, hereunder etc. Dat kruistochtje voeren we niet alleen (gelukkig maar!); alle, maar dan ook alle, experts op het gebied van Legal
Writing
of Contract Drafting zijn ons al voorgegaan in de stijd. David Mellinkhof (“the law thrives on gobbledygook”), Brian Garner, David Mellinkhof, Richard Wydick (“Lawyerisms like aforementioned, whereas, herein and hereinafter give writing a legal smell, but they carry little or no legal substance”), Peter Tiersma, Ken Adams, noem ze maar op.

Waar komen die woorden vandaan, wat is er tegen en waarom gebruiken vooral
Nederlandse advocaten ze zo vaak als ze in het Engels schrijven?

Een algemeen aanvaard uitgangspunt is dat deze woorden stammen uit het Middelengels (zo’n beetje tussen 1100 en 1500 AD). Dat was de tijd dat geletterden experimenteerden met de taal, waarin veel nieuwe woorden werden verzonnen om langzaam maar zeker
afstand te doen van het Frans, en (niet onbelangrijk!) advocaten per geschreven woord werden afgerekend. Hoe lucratief was het dan niet om zo vaak mogelijk nietstoevoegende woorden als aforementioned, hereby, wherein etc. tot te voegen? Het probleem echter in met name common law-rechtssystemen was/is dat eenmaal gedane rechterlijke uitspraken óók voor toekomstige rechtsspraak vastlagen en dat dus iedereen (tot op de dag van
vandaag) begon te geloven dat dergelijke woorden een zekere juridische betekenis
hadden/hebben.

Niets is echter minder waar. Bovengenoemde experts wijzen er in hun standaardwerken (Plain English for Lawyers: Wydick; Legal Writing in Plain English: Garner; The Language of Law: Melinkhoff;  A Manual of Style for Contract Drafting: Adams; Tiersma: Language and Law) allemaal op dat deze woorden juist uiterst ambigu zijn en dat al talloze rechtszaken zijn gevoerd over de in- of juist exclusiviteit van bijv. hereby: “hereby what”, is dan de vraag? “Lawyers want to know first of all whether hereby means only by-means-of-this-writing, or right-now-by-means-of-this-writing. And whichever choice is made, the answer still leaves in doubt whether this-writing refers to the entire document or to only a part of it”.

Of om een ander voorbeeld te geven: herein: “Litigated for years, herein has still not settled down to any fixed meaning. It means in-this well enough, but in -this-what? This sentence, this paragraph, this contract, this statute? The exact point of reference remains obscure, and depends completely on context, which is another way of saying that your writing is going to be interpreted…..The antique flavour of herein gives the illusion of a precision whose
substance is better obtained by ordinary English “in this paragraph”, “in this statute”, “in this contract
”. (beide citaten van Mellinkhof)

Behalve hardleerse en ouderwetse Engelssprekende advocaten maken vooral
Nederlanders zich vaak schuldig aan het overmatige gebruik van (met name) hereby. Dit heeft in de eerste plaats te maken met de bijzondere positie die het woord “er” inneemt in het modern Nederlands; “er” is veel meer dan in het Engels, óók plaatsbepaling (en hier/daar in combinaties met een voorzetsel -hiermee/daarop etc.- een nóg preciezere plaatsbepaling is van “er”). Dit kon in het Middelengels ook, maar is in het moderne Engels bijna verdwenen. Dit is overigens precies de reden waarom u zo veel mogelijk het Engelse “There is…” of “There are…” moet vermijden zoals wij Clarity 13 al schreven.

In de tweede plaats heeft het te maken met “moedertaal-interferentie”. By in het Engels is veel vaker het Nederlandse “door” (he was bitten by a dog – hij werd door een hond
gebeten) dan het door Nederlanders bedoelde “bij” (“Hierbij stuur ik u ….”). En ik ben
derhalve bang dat (door ons vaak gespotte) Hereby I send you the document veel meer gelezen moet worden als “Door middel van deze mail stuur ik u het document” dan
“Hierbij (bij deze mail dus) stuur ik u ook het document”. (Nog even afgezien van het feit dat het I am sending moet zijn ipv. I send).

En in de derde plaats biedt hereby in het zinnetje Hereby I am sending you… Nederlandse
schrijvers van het Engels een uitmuntende mogelijkheid een zin niét te beginnen met I. Volkomen overbodig verder, want er is geen enkele reden om dat niet te doen (lees nog eens What’s in a language-25)

Met andere woorden: begin eens in uw e-mailberichten I am sending you document….ipv. Hereby I send you te schrijven. (Een goed begin is immers het halve werk). En denk daarna nog eens na over iedere keer dat u here- en where- combinaties gebruikt in uw contracten, Letters of Recommendation, Letters of Advice en wat u al niet meer schrijft.

Consistency (6)

Antitrust law, bylaws, statement of financial position, par value,  common stock,  Chapter 11 bankruptcy, income statement, additional paid-in capital, revenues, Internal Revenue
Service (IRS)
en receivables. Op het eerste gezicht een handjevol Engelse woorden die u vast wel eens bent tegengekomen als uw clientèle niet uit Nederland komt. Maar áls de afnemers van uw juridische diensten deze woorden en begrippen gebruiken, komen ze ook niet uit Engeland. Daar gebruiken ze namelijk hele andere woorden voor (min of meer)
hetzelfde.

De kans is groot dat de gebruikers van bovenstaande woorden Amerikanen zijn.
Nieuwsgierig naar welke woorden de Britten dan wel gebruiken? Scroll dan naar het eind van deze blog. Een aantal weken geleden schreef ik in Consistency 5 dat de Britten zich steeds meer zorgen begonnen te maken over de toenemende Americanisation (ja, met een -s, want: Britten) van hun taal.

Deze zorgen zijn gebaseerd op een linguïstisch onderzoek: “The Fall of the Empire: The Americanization of English” (ja, een Amerikaans onderzoek, en dus een -z). Dit onderzoek laat zien dat landen die Engels als tweede taal gebruiken om (met name de zakelijke)
communicatie te vergemakkelijken, zowel op het gebied van woordenschat als op het
gebied van spelling duidelijk overhellen naar het Amerikaans-Engels. Nederland loopt
hierin (vwb. de Europese landen) behoorlijk voorop. Jammer overigens dat ook niet de
uitspraak (Amerikaans vs. Brits) is meegenomen, want dan zou het mijns inziens nog veel duidelijker zijn, simpelweg om het veel meer moeite kost om het geaspireerde Brits-Engels na te doen…

“De beste verdediging is de aanval”, moet de Amerikaanse hoogleraar Engels aan de
University of Delaware, Ben Yagoda, hebben gedacht; van de weeromstuit is hij een blog begonnen: NOOB (Not One-Off Britishims) waarin hij op vrij humoristische wijze duidelijk maakt dat de invloed van het Brits-Engels op het Amerikaans-Engels niet te onderschatten is.

Grappig als deze acties en reacties mogen zijn, het gevaar is dat deze discussie verzandt in een nationalistisch potje vérpissen; wie heeft het meeste invloed en welk Engels is “het beste”? Lynne Murphy, hoogleraar Linguïstiek aan de University of Sussex waarschuwt er in haar ‘Seperated by a common language’-blog al voor.

Datgene wat wij hier willen benadrukken is dat u zélf moet bepalen welk Engels u wilt
gebruiken. En dat áls u dat heeft bepaald, dit consequent moet doorvoeren in uw teksten en correspondentie. Dus, als u de woorden uit de eerste alinea gebruikt, gebruik in de rest van uw tekst dan ook -ize ipv. -ise, of -or ipv. -our (color/colour). Of Mr./Ms./Mrs. (mét puntje) ipv. Mr/Ms/Mrs (zonder puntje), of sluit af met Sincerely yours ipv. Yours sincerely, of schrijf de datum als July 4th, 2017 ipv. 4 July 2017.

Als u iedere keer het tweede alternatief wil gebruiken, gebruik dan de cursief tussen
haakjes geschreven woorden in dit lijstje: Antitrust law (= competition law), bylaws
(= Articles of Association), statement of financial position (= balance sheet), par value
(= nominal value), common stock (= ordinary shares),  Chapter 11 bankruptcy
(= Receivership), income statement (= profit and loss account), additional paid-
in capital (= share premium), revenues (= turnover), Internal Revenue Service (IRS) (= Inland Revenue) en receivables (= debtors).

What’s in a word? (24)

In oktober 1986 onderging de heer Molzof in Madison, Wisconsin een longoperatie. Het liep niet goed af en de Molzofjes (of liever gezegd: mevrouw Molzof) begonnen een rechtszaak tegen het (staats)ziekenhuis. De staat aanvaardde aansprakelijkheid en alle onkosten
werden, volgens de regels, keurig vergoed. De staat van Wisconsin hield daarna echter op met betalen omdat anders sprake zou zijn van punitive damages (schadevergoeding als strafmaatregel), en staatsbedrijven zouden daarvoor onder de Federal Tort Claims Act (FTCA)  van zijn uitgesloten. Na zes jaar procederen kwam het Amerikaanse Supreme Court tot een andere beslissing: er moest wel degelijk betaald worden: niet als straf (punitive), maar for future medical expenses and for loss of enjoyment of life. En dit had het Amerikaanse congres, volgens het Supreme Court bij het goedkeuren van de FTCA kunnen weten. Met andere woorden: volgens het Supreme Court was het woord punitive NIET een zgn. Term of Art. (Molzof v. United States).

Op het slagveld waar voor- en tegenstanders van het gebruik van Plain English elkaar
treffen, kom je ze met enige regelmaat de zgn. Terms of Art tegen. Een Term of Art is een
woord of zin dat een specifieke (in dit geval: juridische) betekenis heeft. We zijn terms of art in deze blog al eens tegengekomen bij George Orwell, maar het voornaamste struikelblok is de vraag of je (juridische) Terms of Art wel of niet kan vervangen door “gewone” taal.

De voorstanders van het gebruik van Terms of Art beweren vooral dat veel woorden, zinnen en begrippen door de eeuwen heen door de rechterlijke en wetgevende machten zijn
gebruikt, ge(her)interpreteerd, aangescherpt, afgezwakt en genuanceerd en dat het niet meer gebruiken of veranderen, honderden jaren van jurisprudentie (case law) zou
betekenen. Deze voorstanders beweren dan steevast dat Terms of Art zo ‘precies’ en ‘duidelijk’zijn.

Tegenstanders van Terms of Art (en dat zijn niet in het minst de wetgevers, zie bijv. het
rapport van de Law Reform of Ireland , of die van de Australische State of Victoria stellen dat er inderdaad een aantal juridische (vooral:) concepten zijn die die als Terms of Art
kunnen gelden (bijv. ‘ne bis in idem’, ‘res ipsa loquitur‘ of ‘habeas corpus‘, maar dat het overgrote merendeel van wat als Terms of Art wordt gezien, ouderwets en achterhaald
jargon is. Zowel Ierland als Victoria citeren graag dé Legal Plain English-goeroe, David Mellinkoff: “Many of the words that lawyers traditionally use never have had any definite meaning. Foremost among these are the deliberately flexible and some of the archaic. Words like reasonable, substantial, and satisfactory blatantly flaunt their lack of precision. [They] have for so long been a part of a language described as precise it is easy to forget that lack of precision is their only reason for existence.” Mellinkoff heeft verder nog veel
behartigenswaardigs te zeggen over de woorden hereby en herein, ook te pas en te onpas gebruikte Terms of Art, maar daar komen we later graag nog eens op terug.

Ik wil hiermee maar zeggen dat de wetgevers overal in de (in ieder geval Engelssprekende) wereld bezig zijn om het Legalese zo veel mogelijk uit te bannen. En dat advocaten-
kantoren noodzakelijkerwijs wel moeten volgen. Er zullen altijd woorden blijven met een authentieke, dwz. puur juridische betekenis ( bijv. affidavit,habeas corpus, hearsay,
hereditaments, easement
of mandamus. En woorden die een bijzondere betekenis hebben in een juridische context (incapacity, dependant en tax-free threshold). Maar er zou bijv.
begonnen kunnen worden met het tussenhaakjesplaatsen van die woorden, zoals in een hypotheek-acte die ik niet lang geleden onder ogen kreeg: I waive my right to require the note holder to do certain things. Those things are: (1) to demand payment of amounts due (known as “presentment”); (2) to give notice that amounts due have not been paid (known as “notice of dishonour”); (3) to obtain an official certificate of non- payment (known as a “protest”). Een goed begin is vaak al het halve werk…

PS:
Een Term of Art heet ook wel: dictum. Alleen… in het Nederlands is een dictum meestal een uitspraak door een rechter, in het bijzonder het advies over de verdere voortgang van de Raad van State over een (wets)voorstel of algemene maatregel van bestuur. In het Brits-Engels een onschuldig terzijde van een rechter en in het Amerikaans-Engels een technische opmerking die een rechterlijke uitspraak verduidelijkt.

Plain English (16)

In de loop van de jaren hebben het hier al eerder gehad over het, juridisch moeizame,
gebruik van shall (hier en hier nog eens te lezen). Of over shall in Hongkong , of over shall in Europese wetgeving

In een notendop staan er twee kampen tegenover elkaar: de preciezen die zeggen dat, juist omdat shall al zo veel eeuwen in contracten en wetgeving wordt gebruikt, shall een uiterst precieze en wel-omschreven juridische betekenis heeft gekregen waar niet of nauwelijks aan getornd kan worden, en de  Plain English-beweging die vecht tegen iedere vorm van toe-eigening van woorden en begrippen door een specifieke (beroeps)groep.

De belangrijkste reden die het Plain English-kamp aanvoert, is dat dit kan leiden tot
verwarring. Want waarom zou een, weliswaar ouderwets maar toch “gewoon”, woord als shall een andere betekenis krijgen als het door juristen en wetgevers wordt gebruikt? Hoe dat tot verwarring kan leiden, laat een zeer recent Amerikaans voorbeeld zien.

Colin Kaepernick was in augustus vorig jaar de eerste American Football speler die uit protest tegen het politiegeweld tegen zwarte Amerikanen knielde tijdens het spelen van het volkslied. Steeds meer spelers volgden hem. President Trump, al sinds zijn tv-serie The Apprentice een liefhebber van ontslag op staande voet, zei twee weken geleden: “Get that son of a bitch off the field right now. Out. He’s fired. He’s FIRED!”. En hij voegde eraan toe dat de eerste clubeigenaar die zo’n knielende speler zou ontslaan the most popular person in this country zou worden. Jerry Jones, de eigenaar van de Dallas Cowboys, wilde dat wel. Hij beweerde tenminste vorige week dat spelers die weigeren om tijdens het spelen van het volkslied op te staan, niet meer opgesteld worden. Wade Rathke, leider van de vakbond van spelers, diende gelijk een klacht tegen hem in. Volgens de vakbond namelijk, staat “niet meer worden opgesteld” gelijk aan “ontslagen worden”.

Of dat zo is, laat ik hier graag even in het midden. Ook het vermeende recht op vrije meningsuiting, verankerd in het eerste amendement van de Constitution, is een heet
juridisch hangijzer in de zin dat dit amendement geldt voor burgers t.o.v. de overheid. Kaepernic c.s. mogen als burger knielen wat ze willen, of ze dat als werknemer van een
private onderneming (zoals football clubs) in clubtijd óók mogen, is een heel andere zaak. Michael McCann, de legal analyst van Sports Illustrated en verbonden aan de juridische faculteit van de University of New Hampshire Law School schrijft dat a player’s rights as an employee are largely determined by contract.

Zoals zo vaak in dit soort zaken gaat het om het semantische verschil tussen shall/should en must. Het handboek van de Amerikaanse National Football League (NFL) zegt namelijk: The National Anthem must be played prior to every NFL game, and all players must be on the sideline for the National Anthem. During the National Anthem, players on the field and bench area should stand at attention, face the flag, hold helmets in their left hand, and refrain from talking (dikgedrukt door mij).

Should is weliswaar de voorwaardelijke wijs (conditional) van shall, maar het gebruik ervan in reglementen (of om het even in welke juridische of semi-juridische documenten dan ook) geeft precies dezelfde problemen als shall. De “preciezen” zien het als een bindende regel, het andere kamp als een “morele aanwijzing”, ofwel: “should” means you don’t have to, “must” means you do. Of, zoals de  woordvoerder van de NFL, Brian McCarthy, in The Washington Post in weer andere bewoordingen zegt: players are encouraged but not
required to stand for the national anthem.

Hoe het ook zij: als u wilt dat uw tekst éénduidig is, wees dan net zo voorzichtig met should als met shall.  Er zijn genoeg manieren om een ander woord te gebruiken.

Clarity (16)

In 2002 kwam de zaak Atkins v. Virginia voor het Amerikaanse Supreme Court. Aan de orde was deze keer het 8e amendement over (o.a.) het opleggen van de doodstraf aan geestelijk gehandicapten, dit zou cruel and unusual punishment zijn. Deze Wikipedia-blz. vertelt u daar alles over, maar een korte samenvatting geven de openingszinnen van opperrechter Stevens en opperrechter Scalia (meer over Scalia in Clarity 6, hier te lezen).

Zowel Stevens als Scalia waren uitstekende schrijvers. Beiden kenden alle retorische trucs, beiden waren volledig op de hoogte van wetenschappelijk onderzoek naar lezers-verwachtingen. Het is niet moeilijk om te beslissen wie tegen (Stevens) en wie vóór (Scalia) de doodstraf was. Hoe kneedt het gebruik van taal de opinie? Een lesje in het bespelen van de lezer:

Stevens: At approximately midnight on August 16, 1996, Atkins and William Jones, armed with a semiautomatic handgun, abducted Eric Nesbitt, robbed him of the money on his
person, drove him to an automated teller machine in his pickup truck where cameras recorded their withdrawal of additional cash, then took him to an isolated location where he was shot eight times and killed.

Scalia: After spending the day drinking alcohol and smoking marijuana, petitioner Daryl
Renard Atkins and a partner in crime drove to a convenience store, intending to rob a
customer. Their victim was Eric Nesbitt, an airman from Langley Air Force Base, whom they abducted, drove to a nearby automated teller machine, and forced to withdraw $200. They then drove him to a deserted area, ignoring his pleas to leave him unharmed. According to the co-conspirator, whose testimony the jury evidently credited, Atkins ordered Nesbitt out of the vehicle and, after he had taken only a few steps, shot him
one, two, three, four, five, six, seven, eight times in the thorax, chest, abdomen, arms, and legs.

Ten eerste is de belangrijkste vraag van een lezer wiens verhaal verteld wordt. In de versie van Stevens is dat zonder meer dat van Atkins én Jones (zijn medeplichtige die tijdens het initiële proces in ruil voor strafvermindering Atkins als schutter aanduidde). Stevens zegt zelfs niet wié het wapen hanteerde. Scalia aan de andere kant, richt alle aandacht op Atkins (hij noemt niet eens zijn mededader) en op het slachtoffer, Nesbitt

Ten tweede: het gebruik van onderschikkende zinnen. Lezers verwachten daar minder
belangrijke informatie in aan te treffen. Stevens gebruikt het in zijn 61 woorden twee keer om voor deze zaak cruciale informatie in te verstoppen: … where cameras recorded their withdrawal en where he was shot eight times and killed. Scalia in zijn 120 woorden slechts één maal, voor, inderdaad, niet overdreven belangrijke informatie: … whose testimony the jury evidently credited.

Ten derde: het gebruik van werkwoorden. Lezers verwachten dat de actie in een zin wordt uitgedrukt d.m.v. werkwoorden. Scalia gebruikt maar liefst 12 actieve werkwoorden voor handelingen van Atkins. Stevens slechts 5, waarvan 1 (20%!) voor een actie van een beveiligingscamera. Daarnaast gebruikt hij ook nog eens 2 passieve vormen: he was shot and killed. Schrijvers gebruiken de passieve vorm om onzekerheid te creëren over wie nu eigenlijk de handelende persoon is.

Ten vierde: de lengte van het relaas. Stevens gebruikt slechts één zin van maar liefst 61
woorden. Een gemiddelde lengte van een zin zou zo’n 25 woorden moeten zijn. Lezers
kijken altijd uit naar het einde van een zin omdat ze daar belangrijke informatie verwachten én omdat er daarna een ‘mentale rustpauze’ is. Omdat Stevens alles in één zin zet, is er maar één mogelijkheid tot belangrijke informatie. Bovendien is de zin zó lang dat lezers het tegen het einde al lang best vinden allemaal. Scalia heeft maar liefst vier zinnen, ofwel vier mogelijkheden om (voor Scalia) belangrijke informatie naar voren te brengen. Let verder ook eens op het aantal gebruikte komma’s, ofwel secondaire rustpuntjes: 7 voor
hogesnelheidstrein Stevens en 21 voor het boemeltje Scalia.

Het tegenkamp “won” deze zaak met 6 tegen 3 stemmen. Navrant is echter dat Atkins
tijdens de behandeling van zijn zaak in 1996 een score van 59% had op een IQ-test, hetgeen hem dus in de categorie “geestelijk gehandicapt” plaatste. Bij zijn retrial in 2005 echter, scoorde hij 70%. Volgens de jury in Virginia doordat het voortdurende contact met zijn
advocaten hem veel intellectual stimulation verschafte. Dat was genoeg om hem niet meer als mentally retarded te bestempelen, en Atkins werd alsnog ter dood veroordeeld. Vraagt u zich nu nog maar eens af of juridische bijstand goed of slecht is voor een verdachte…

 

Courtesy (11)

Altijd gedacht dat de juridische branche redelijk immuun was voor zgn. management speak, ook wel office jargon genoemd. Houd me ten goede, maar volgens mij zijn er relatief weinig ballpark figures, moving goalposts, outside the box thinking en there is no I in teams bij grote advocatenkantoren. (Klik hier voor meer tranentrekkende voorbeelden). Dat wil natuurlijk niet zeggen dat juristen vrij zijn van “jargon”. Integendeel, eigenlijk, maar dat is dan vooral legal jargon. Dit ABC van Legal Jargon geeft een lawine aan voorbeelden. Het gebruik van management jargon, echter, was redelijk onder controle.

“Was”, schreef ik, want de laatste paar maanden zien wij in door Nederlandse advocaten geschreven Engelstalige e-mail verontrustend vaak de woorden reaching out opduiken: “We are happy to reach out to you regarding….”, “I thought I would reach out concerning…”. Waar komt dat plotseling vandaan?

Natuurlijk bestaat de uitdrukking to reach out in het Engels. Een snelle rondgang door de gezaghebbende woordenboeken leert ons: to show somebody that you are interested in them and/or want to help them (Oxford Dictionary), to try to communicate with a person, usually in order to help them (Cambridge), to offer to help someone/to aks someone for help (MacMillan). Het lijkt alsof to reach out een synoniem is van to contact, maar in alle gevallen gaat het om een significant standsverschil tussen de helper en de geholpene. De helper heeft alle troeven in handen, de geholpene is, inderdaad, totaal hulpeloos. Je steekt een hand uit naar een drenkeling (letterlijk: to reach out), en het lijkt me niet een goede situatie om uw clientèle als hulpeloze drenkelingen te zien, of andersom, u zelf als iemand in een hopeloze situatie te schilderen. “Wij zijn blij u een helpende hand te kunnen reiken in uw situatie”, zou u iets dergelijks in het Nederlands schrijven?

Gewoon niet doen, dus… reach out gebruiken in een e-mail. Al was het alleen maar omdat reach out een van de favoriete zegswijzen is van president Frank Underwood.

Behalve dat het gebruik van reach out nogal neerbuigend over kan komen, is er nóg een gevaar dat niet-Engelstaligen vaak over het hoofd zien. Het is namelijk vaak erg moeilijk om in een andere taal in te schatten wanneer iets serieus of ironisch of tongue-in-cheek, etc. wordt gebruikt. Moedertaalsprekers en -schrijvers weten dat (vaak) meteen, en zullen de rest van de email daar dan ook aan aanpassen. Zo is de kans veel groter dat zij het meer informele We’re happy to reach out… schrijven dan het formelere We are happy to reach out… Subtiele verschillen, maar voor een moedertaalschrijver een tweede natuur.

En nu we toch bezig zijn… (ik heb ze nog niet vaak gezien in door Nederlanders geschreven e-mails, maar ik waarschuw maar vast), schrijf ook niet I hope this email found you well als introductiezinnetje of… of… (klik hier voor meer).

PS
Een van de grappigste/meest huiveringwekkende (doorhalen wat niet van toepassing is) dingen die ik de laatste tijd las, is: We need to socialize this of How do we socialize this? Ofwel: twee mensen hebben een plan/strategie etc., maar moeten dat nog aan de rest van het kantoor vertellen: How do we socialize this? ’t Is dat George Orwell zich al talloze malen in z’n graf heeft omgedraaid, maar anders…