Correctness (23)

Vorige week hadden we het hier over een typisch fenomeen in het Engels: het verschijnsel van twee verleden tijden, de Simple Past en de Past Perfect (hier nog eens te lezen). Kort samengevat: je gebruikt de Past Perfect (de zinnetjes met have: I have lived, I have studied, etc.) in situaties die iets onvoltooids aangeven, iets wat nog niet helemaal is afgerond, of iets wat nog steeds invloed heeft op het heden. Het Nederlandse “ik heb daar en daar gewoond”, of “ik heb daar en daar gestudeerd”, is dus lang niet altijd I have lived… of I have studied…. Omdat de Nederlandse taal niet (of slechts heel verborgen) zo’n aspect aan die verleden tijden (werkte/studeerde vs. heb gewerkt/heb gestudeerd) toekennen, maken Nederlanders daar vaak fouten mee in het Engels.

Wanneer je de Past Simple gebruikt, hebben we vorige week uit de doeken gedaan. De Present Perfect gebruik je als:

  1. je wilt aangeven dat iets moet zijn afgelopen voordat iets anders begint. Vaak in            zinnen met until, once, after, before. Dus: I will call you after I have finished the report of: We will not begin the work until they have agreed to our conditions. Te vergelijken met het Nederlands.
  2. je het hebt over acties/ervaringen die tot nu toe zijn gebeurd. Dus: I have been to            Singapore several times of: I have seen a lot of changes around here. Grappig genoeg is dit hetzelfde als in het Nederlands (grappig genoeg, want hier werkt de “have + voltooid deelwoord” op precies dezelfde manier als in het Engels, dwz. het werkt tot in het heden door). Vreemd (en fout) is het daarom te zien dat Nederlanders vaak zeggen: I was in Singapore several times. Je kan dat wel zeggen, maar dan moet je er een tijdstip bij geven: I was in Singapore in 2014, of a long time ago. Net zo goed zou je kunnen zeggen: I saw a lot of changes around here, maar dan bedoel je dat de laatste jaren géén veranderingen meer hebt gezien. Wat we ook vaak lezen is: I never took an exam in English. Maar omdat dit tot op heden voortduurt is het: I have never taken an exam in English. Wat dan weer wél goed is, is: I never took an exam in English before 2015.
  3. je het hebt over gebeurtenissen uit het verleden die tot op heden voortduren: I have lived/worked here for about 10 years (dwz. je woont/werkt er nog steeds). Tip: in het Nederlands zou je dan vaak het woordje “al” gebruiken, in combinatie met de tegenwoordige tijd: “ik woon/werk hier al tien jaar”.

De situaties 1-3 zijn nog wel aan te leren. Een beetje opletten (staat er een of andere vorm van tijdsbepaling in, bijv.) en dan gaat het nog wel… Het wordt lastiger met 4 en 5                    hieronder want die betekenen voor de native speaker écht iets. Bovendien kunnen in de situaties 4 en 5 zowel de Past Simple áls de Present Perfect worden gebruikt; het ligt er maar net aan wat je bedoelt… Het is een mentale klik in de hoofden van native speakers en lastig om aan te wennen.

  1. He broke his leg vs. He has broken his leg. Wie heeft er pijn op dit moment? Iedere          native speaker weet dat het de man is die has broken his leg, want de Present Perfect gebruik je voor gebeurtenissen die tot op het moment van spreken voortduren. De       meneer die broke his leg, loopt nu vrolijk rond, iets voorzichtiger misschien, maar lopen doet-ie! Zo zijn krantenkoppen ook vaak in de Present Perfect: Italy has                   attacked Malta for refusing to take in a ship of migrants. Hoewel Italië dat (wellicht) gisteren deed, is het belangrijk op het moment van spreken.
  2. Sorry, I have lost the file vs. Sorry, I lost the file. In het eerste geval benadruk je de actie van het verliezen (want nú belangrijk… zonder file kan je niet meer verder werken), in het tweede geval benadruk je het “wanneer” van het verlies, maar het is nu niet meer belangrijk. Te vergelijken met het voorbeeld dat we vorige week gaven: Our lawyers have worked on cases on cases like…. vs. Our lawyers worked on cases like… In het eerste geval (have worked) benadruk je de actie, in het tweede geval (worked) de gebeurtenis.

De Branch Out Legal English Blog gaat even met vakantie. De laatste week van augustus zijn we weer terug. In het geval er onderwerpen zijn (woorden, grammatica, gebeurtenissen etc.) waarvan u het de moeite waard vindt dat wij daar iets over zeggen: Laat Het Ons Weten (info@branch-out.eu). Prettige vakantie!!

Correctness (22)

We hebben het hier eerder over gehad (met name hier en hier, maar het kan geen kwaad om het er nog eens over te hebben: het verschil tussen twee verschillende verleden tijden in het Engels: de Past Simple (bijv. I studied in Utrecht) en de Present Prefect (bijv. I have studied in Utrecht). Nederlanders (en met hen de meeste Europeanen) hebben hier grote moeite mee. “Ik heb in Utrecht gestudeerd” is toch gewoon I have studied in Utrecht? Of niet soms?

Het antwoord is nee, of liever gezegd: het antwoord is meestal nee. De reden waarom het een ja/nee antwoord is, is dat de Present Perfect niet zozeer een werkwoordstijd (een tense) is, maar veel meer een grammaticaal “aspect”: het geeft voor Engelstaligen extra
informatie over of en hoe het verleden (want het zijn natuurlijk beide verleden tijden) doorwerkt naar het heden. Informatie die wij, als Nederlanders, niet door kunnen geven middels de keuze tussen “studeerde” of “heb gestudeerd”. Het gebruik van de Present
Perfect
geeft altijd iets onvoltooids aan, iets wat nog niet helemaal is afgerond,  iets wat nog steeds invloed heeft op het heden.

Deze week drie situaties waarin je de Past Simple (studied, dus) moet gebruiken en
volgende week vier situaties waarin je de Present Perfect (have studied, dus) moet
gebruiken. Nou ja, moet? Misschien is het beter om te zeggen: “waarin je de Past
Simple/Present Perfect
zou moeten gebruiken als je wilt zeggen wat je normaalgesproken over wilt brengen”.

De Past Simple wordt gebruikt om:

  • een voorzichtig inleidende, enigszins excuserende, vraag te stellen: I thought you might like some help with… of: I wondered if you are available this morning to…. Te vergelijken met het Nederlandse “Ik was op zoek naar meneer Jansen” of “Ik vroeg me af of…”.
  •  een gewoonte in het verleden aan te geven: Every night we went out for dinner and ate in a different restaurant.

Prima, dat is allemaal redelijk in dezelfde lijn als in het Nederlands, en weinig mensen zullen hier daarom fouten in maken. De derde wordt een stuk lastiger: de Past Simple wordt óók gebruikt om

  • aan te geven dat een actie in het verleden is gebeurd en is afgesloten. We weten
    wanneer iets is gebeurd (en eventueel kan de tijd wanneer dat is gebeurd worden aangegeven), maar dat was dan dat. Oftewel: I studied in Utrecht (evt. met de
    toevoeging:) years ago (of) in 2002. Het is niet fout om te zeggen: I have studied in Utrecht, maar dat betekent dat je nog steeds aan het studeren ben, maar nu in bijv. Groningen of waar dan ook.

Waarom dit lastiger is, is omdat het Nederlands (en alle andere Europese talen) dit
“aspect” niet kennen. Een vraag die we namelijk vaak krijgen, is: “Oh ja? Waarom staat er dan op onze website: Our lawyers have worked on cases on cases like…. Moet dat dan niet zijn: Our lawyers worked on cases like….? Dat hebben ze namelijk in het verleden wel gedaan, en die zaken zijn afgesloten en klaar”?

Klopt, maar het antwoord hierop is óók dat juist het gebruik van de Present Perfect (= have worked) de native speaker Engels het idee geeft dat het kantoor nog steeds bezig is met die zaken, dat de kennis en vaardigheden opgedaan met die oude zaken doorwerken in het heden. De Past Simple (= worked) zou je indruk kunnen geven dat het kantoor is
opgeheven, failliet is, gefuseerd, enz, maar in ieder geval niet meer bestaat. De Past Simple geeft het idee van klaar, afgelopen, uit. De Present Perfect geeft het idee van een betekenisvol verleden en daarom klinkt het “dynamischer”. Maar daarover volgende week meer.

Grammatica betekent iets. Meer in het Engels dan in het Nederlands.

What’s in a word? (27)

Het common law-rechtssysteem (dat in de VS en Engeland, dus) hecht grote waarde aan woorden. Meer dan een civil law-systeem. Het punt is dan wel om goed in beeld te hebben wat bepaalde woorden dan wel of niet betekenen. Neem nu het woord money waar het Supreme Court in de VS zich afgelopen week weer eens mee bezig hield.

De Railroad Retirement Act uit 1937 bepaalt op welk gedeelte van het spoormede-
werkerssalaris welke belasting betaald moest worden. De wet definieerde salaris
(compensation) als zijnde: any form of money remuneration. De Amerikaans treinmannen en –vrouwen krijgen de laatste jaren echter ook uitbetaald in aandelen (stocks). De vraag dus was of die aandelen ook als inkomen moesten worden belast. Na een hoop getouwtrek kwamen de rechtbanken in den lande er niet uit en moest het Supreme Court hierover buigen.

Dat viel nog niet mee en het resultaat was een 5 tegen 4 beslissing (hier te lezen: Wisconsin Central v. United States), ofwel a divided U.S. Supreme Court decision. Opperrechter Neil Gorscuch, één van vijf uit het winnende kamp schreef: “Stock isn’t money, stock is stock”. (Over Gorscuch en zijn gewoonte om samentrekkingen – isn’t ipv. is not– te gebruiken, hebben we het vorig jaar ook al gehad, en hier doet hij het weer…).

Zijn belangrijkste argument was dat in de tijd dat de wet door het Congres werd aangenomen, money werd gezien als munten en bankbiljetten, dit alles volgens de
woordenboeken uit die tijd (Webster’s New International Dictionary van 1942, Oxford
English Dictionary van 1933 en Black’s Law Dictionary 1200 van 1933). Daarnaast
behandelt de Amerikaanse belastingdienst via de Internal Revenue Code uit 1939 aandelen en geld op een verschillende manier. Het aannemen van de Railroad Retirement Act in 1937 derhalve, requires respect, not disregard.

Natuurlijk voerde het verliezende team onder leiding van opperrechter Stephen Breyer aan dat zij dit maar een vreeemde war of 1930’s dictionaries vonden, dat zelfs die jaren ’30
woordenboeken aangaven dat a medium of exchange niet de enige betekenis was van money en dat de betekenis van money door de jaren heen is veranderd: “Nothing in the statue suggests the meaning of this provision should be trapped in a monetary time warp, forever limited to those forms of money commonly used in the 1930’s”. Tevergeefs allemaal, dus.

Had Breyer (en met hem Ginsburg, Sotomayer en Kagan) maar iets meer geweten over de beslissingen van hun Britse tegenhangers. In 1942 schafte het Britse High Court of Justice bij monde van Lord Atkin, in de zaak Perrin v. Morgan, the strict sense of the word money namelijk al af. Emily Morgan stierf met een bezit van £33.000. In haar (zelfgeschreven) testament stond dat ze al haar geld wilde nalaten aan haar nabestaanden. Jammer voor haar
nabestaanden, want ze had slechts £1000 in haar portemonnee, de rest zat in aandelen. (Meer hierover valt te lezen in The Judicial House of Lords 1876-2009, Oxford University Press, 2009, blz. 148).

Deze strict-sense-of-the word-doctrine bestond al sinds 1725 toen een Engelse rechtbank besloot dat money alleen het contante geld en het geld op een bankrekening betrof, en heeft geleid tot vele tientallen rechtszaken. Totdat Lord Atkin en zijn mede-opperrechters het genoeg vonden dus. Deze zaak is zó bekend dat die nog onlangs werd gebruikt op de website van een Britse online testamentenaanbieder.

Pecunia non olet. Geld stinkt niet. Maar het zou wel handig zijn als we wisten wat ‘geld’ eigenlijk betekende.

(Met dank aan The National Law Journal en Marcia Coyle).

What’s in a word? (26)

In de serie “nooit-te-gebruiken-woorden” deze week: notwithstanding. Hoewel niet eens een juridisch-technisch woord, had een hoofdredactioneel stuk uit de Times van 30
november 1990 waarin van leer getrokken wordt tegen het zgn. Legalese, zelfs als titel: “Notwithstanding…” Er zijn zowel stilistische als inhoudelijke bezwaren tegen
notwithstanding. Bovendien zijn er genoeg woorden die gebruikt kunnen worden ipv.
notwithstanding.

Notwithstanding is een mooi staaltje neplatijn: een directe Engels vertaling van het Latijnse non obstante. Het Latijnse werkwoord obsto betekent zo veel als of ‘in de weg staan’, of ‘tegenwerken’. Het Engelse withstand betekent ook ‘iemand het recht op het bezit van iets verbieden’. Non obstante is géén klassiek Latijn; pas in 1226 is het woord voor het eerst gezien. Vanaf 1250 kwam het woord zo vaak voor in Engelse wetten dat het vanzelf een Term of Art werd. Engelse koningen echter misbruikten dit woord echter zó vaak om beslissing van het parlement te omzeilen dat na de revolutie van 1688 de Bill of Rights een einde maakte aan de juridische lading van non obstante, ofwel notwithstanding. De
Engelse vertaling notwithstanding werd sinds 1380 gebruikt, en volgens David Mellinkoff  in The Language of the Law: It was not a law word to start with, but the law later picked it up and kept it.

De, op z’n zachtst gezegd, verwarrende oorsprong en toepassing van notwithstanding heeft ervoor gezorgd dat het woord (in het Engels, tenminste) maar in liefst drie grammaticale categorieën valt. Het is tegelijkertijd een voorzetsel (Notwithstanding a brilliant defense, he was found guilty), een voegwoord (he may do so, notwithstanding he has failed to comply with ths section) én het kan zelfs optreden als een bijwoord (He doesn’t want me there, but I’m going, notwithstanding).

Dit verwart de lezer. Zonder dat lezers zich daar bewust van zijn, verwachten lezers nou eenmaal op min of meer vaste plaatsen in een zin een voorzetsel, een voegwoord of een
bijwoord. En als hetzelfde woord meerdere functies kan hebben, moet een lezer na gaan denken welke functie dat bepaalde woord op die bepaalde plaats heeft. Liever niet
gebruiken dus…

Die verwarring kan ook juridische gevolgen hebben, of zoals Bryan Garner schrijft: What doesn’t withstand what else? Neem de zin uit een contract: Notwithstanding the limitations in § 48, Bancroft may take possession on Monday. Zijn de limitations of § 48
“notwithstanding”
(ofwel: ondergeschikt aan) Bancroft takes possession on Monday? Of is het geheel ondergeschikt aan § 48 (ofwel: Bancroft takes possession alleen als § 48 dat
toestaat? Omdat het eerste de bedoeling is, menen sommigen dat notwithstanding aan het eind van de zin moet komen te staan: The limitations in § 48 notwithstanding, Bancroft may take possession on Monday. Beter zou zijn om notwithstanding weg te laten en te schrijven: Bancroft may take possession on Monday; the limitations in § 48 will not apply. En
verwarring is soms aanleiding genoeg om een rechtszaak te beginnen. Liever niet
gebruiken dus…

De onvolprezen Word and Phrases Guide van 2016  van de Australische overheid zegt over notwithstanding simpleweg: Never use. Adams schrijft in zijn A Manuel of Style for Contract Drafting: There are good reasons not to use notwithstanding. Al was het alleen maar omdat een contract gelezen kan worden zonder het woordje notwithstanding op te merken. In het meest extreme geval zou je kunnen tegenkomen: Notwithstanding anything to the contrary contained herein… wat zo veel betekent als “Vergeet alles wat je tot nu toe hebt
doorgeploegd, hier komt het belangrijkste gedeelte…” Verspilde tijd, liever niet gebruiken dus…

Nog verder afgezien dat notwithstanding een van die veellettergrepige woordjes is die zo karakteristiek zijn voor lawyer-speak, en er talloze stilistische bezwaren tegen zijn aan te voeren, bestaan er gewoon heel veel simpele synoniemen: probeer eens (als voorzetsel): despite, in spite of, regardless of (als bijwoord): yet, nevertheless however, though,
nonetheless
, of (als voegwoord) in spite of the fact that, although?

Niettegenstaande al het bovenstaande, ga gerust verder met notwithstanding te gebruiken.

Courtesy (12)

Een cultuur ‘vormt’ taal. Een taal ‘vormt’ cultuur. Taal én cultuur ‘vormt’ communicatie. Drie voorbeelden uit de (ook juridische) praktijk:

Voorbeeld 1:  Vaak horen we van deelnemers aan onze English Writing Skills-trainingen
opmerkingen in de trant van “Volgens mij ben ik veel te formeel in mijn Engels”. We kunnen het niet vaak genoeg zeggen: het kan bijna niet formeel genoeg. De vraag Would you be able to supply me with the following documents, please zou, als je kwaad wil, inderdaad
vertaald kunnen worden met “Zou u alstublieft in staat kunnen zijn mij van de volgende documenten te kunnen voorzien”. En inderdaad, dát zouden we in het hedendaags Nederlands zelden schrijven. De meeste Engelstaligen echter lezen simpelweg een verzoekje om wat documenten. Het is zelfs nog maar de vraag of die Engelstaligen dit een “beleefde” vraag vinden. Het is gewoon een standaardvraagje. Beleefdheid heeft er weinig mee te maken, het is zoals het is, je geeft de lezer de ruimte om te denken “nee, daar zijn we
helemaal niet toe in staat en we hebben er ook helemaal geen zin in, maar gezien de
vriendelijke vraagstelling doen we het toch maar…”. Beleefdheid in de ene taal is niet
hetzelfde als beleefdheid in een andere taal. Zelfs het concept “beleefdheid” is in de ene cultuur anders dan in de andere cultuur. Het een komt voort uit het ander (of andersom).

Voorbeeld 2:I have two words to leave with you tonight, ladies and gentlemen: Inclusion rider,” zei de actrice Francis McDormand in februari tijdens de Oscar-uitreiking. Een rider is een extra bepaling in een contract, een inclusion rider is een bepaling die er voor zorgt dat er (bijv. bij een film) voldoende ‘minderheden” (lees vaak: vrouwen, mensen met een
huidskleur anders dan wit, mensen met een geestelijke of lichaamlijke beperking en LGBTQ’ers) mee werken. Dergelijke inclusion riders (klik hier voor een voorbeeld) kunnen worden opgenomen in contracten die filmsterren (of contract actors) tekenen. Lees
hierover in The Washington Post of in Vanity Fair

In Europa (minus Engeland), of liever gezegd in landen met een civil law-systeem, zal je die inclusion riders niet snel in contracten zien. Niet omdat civil law-landen niet voor inclusion zijn, maar veel meer omdat er een fundamenteel verschil is hoe contracten worden bekeken. Heel generaliserend: in common law-landen (o.m. Engeland, Verenigde Staten) is een contract een overeenkomst tussen twee partijen en wat die partijen onderling
afspreken, moeten ze zelf maar weten. Bij eventuele onenigheden kan een rechter alleen maar naar de letter van het contract kijken. In civil law-landen moeten contracten in de eerste plaats voldoen aan allerlei Wetboeken, wat bij eventuele onenigheden kan
betekenen dat een rechter vooral ook naar de geest van het contract kijkt.

Even zo generaliserend zou je kunnen zeggen dat mensen in de VS het maar met elkaar
uitzoeken om daarna pas eventueel, en mocht dat noodzakelijk zijn, allerlei regels en
wetten te maken. In Europa (minus Engeland dus) worden er eerst wetten en regels gemaakt (natuurlijk op ‘democratische’ wijze) waarna mensen zich daar dan aan moeten houden. Dat heeft natuurlijk zijn neerslag op wat, en vooral ook: hoe, iets wordt vastgelegd. Een contract in de ene taal is niet hetzelfde als een contract in een andere taal. Zelfs het concept “contract” is in de ene cultuur anders dan in de andere cultuur. Het een komt voort uit het ander (of andersom).

Voorbeeld 3: Bovenstaand fundamenteel “cultuur”verschil valt misschien enigszins te vergelijken met een al eerder op deze plaats aangehaald fenomeen: hebben de meeste (niet geheel toevallig civil law-)landen een of andere instantie die zich bekommert om spelling en grammatica (Nederlandse Taalunie, Académie Française, Rat für Deutsche Rechtschreibung enz.), de meeste (niet geheel toevallg common law-)landen laten het aan “het publiek” over, met als gevolg dat er geen “officiële” spelling of grammatica bestaat. Regels (in dit geval spellingsregels) zijn in de ene taal niet niet hetzelfde als regels (in dit geval spellingsregels) in een andere taal. Zelfs het concept “regels” (in dit geval spellingsregels) is in de ene cultuur anders dan in de andere cultuur. Het een komt voort uit het ander (of andersom).

In de Verenigde Staten speelt zgn. “Identiteitspolitiek” een veel grotere rol dan in Europa. Misschien is het concept “overlaten-aan-het-publiek” (of het nu beleefdheidsfrases,
contractbepalingen of spellingsregels betreft) hier wel een belangrijke reden voor…

What’s in a language? (31)

We weten allemaal (nou ja, bijna allemaal…) dat films en televisie de zaken mooier, of in ieder geval: anders, voorstellen dan ze in werkelijkheid zijn. En dat geldt al helemaal als er rechtbanken, rechters en advocaten in meespelen. Er bestaat zelfs een woord voor dit justitiële genre: het zgn. Court Room Drama. Klik hier voor de 10 beste volgens de Britse krant The Guardian.

Lezers van deze blog weten heus wel dat de beslommeringen van het kantoor VDSGM in het Nederlandse equivalent van dergelijke Court Room Dramas, Zuidas, niet écht een realistisch beeld geven van hoe het er in een advocatenkantoor toegaat. Maar hebben ze dat ook door als ze naar buitenlandse (lees: Amerikaanse en Britse) films en series kijken? De
Britten zélf in ieder geval niet. Die denken dat Britse rechters bijv. voortdurend met een hamertje (de gaffel) lopen te zwaaien. Niet zo raar, want zelfs in Britse televisie-rechtbanken wordt er heel wat afgehamerd.

Onder invloed van series als (heel lang geleden) Perry Mason of (minder lang geleden) LA Law etc. kregen alle rechters in puur Britse rechtbankseries (te beginnen met Rumpole of the Bailey)  een hamertje in hun hand gedrukt. En gezien het feit dat échte rechtszaken ook in Engeland niet op de televisie worden uitgezonden (en in de Verenigde Staten vaak wel), denkt het Britse publiek nu dat Britse rechters die hamer te pas en te onpas hanteren. Laat ik u zeggen: Britse rechters hadden  géén hamers, hebben geen hamers en zullen hoogstwaarschijnlijk nooit hamers krijgen.

In Britse rechtbanken roepen advocaten verder nooit en te nimmer objection, Your Honour en antwoorden Britse rechters derhalve ook nooit met sustained of overruled. Geen enkele Britse getuige zal gevraagd worden om hun eed te beëindigen met So help me, God. En de woorden Will counsel please approach the bench, komen ook al nooit voor in de Britse rechtspraktijk.

Maar goed… fictie, en dus the stuff that dreams are made of. Het geeft het Britse publiek een verkeerd beeld van hun eigen rechtspraak, maar dat moeten ze verder allemaal zelf weten, die Britse tv-makers. Amerikaanse rechtbankdrama’s hebben echter óók een flinke invloed op het Britse taalgebruik. In het hier al eerder geciteerde boek That’s the way it crumbles  waar hij de veramerikanisering van het Brits-Engels bespreekt, geeft Matthew
Engel een aantal voorbeelden.

Vijftig jaar geleden (dus nét voor Perry Mason) was datgene wat getuigen deden: to give
evidence
. Dat is nu to testify geworden. Hoe ze dat deden? They went into the box, of the
witness box
. Hoe ze dat nu doen? They take the stand, daarbij vergetende dat Engelse rechtbanken niet eens een stand hebben. Op onder verdachte omstandigheden overleden
personen werd een post-mortem uitgevoerd, nu is dat een autopsy. Een parole (voorwaardelijke vrijlating) gold in Engeland alleen voor soldaten die in een oorlog door de
vijand gevangen genomen werden en werden vrijgelaten als ze plechtig beloofden niet meer de wapens op te nemen. Onder invloed van de Amerikaanse rechtspraak (of waren het de Amerikaanse tv-series?) werd dit woord vanaf het midden van de jaren ’60 ook voor veroordeelde gevangenen gebruikt. Tot rond de laatste eeuwwisseling was to appeal een
intransitief werkwoord (een werkwoord dat geen lijdend voorwerp nodig heeft), en werd het in combinatie met het voorzetsel against gebruikt, nu niet meer. Zo zei Theresa May nog onlangs (in relatie tot de Brexit): “We’re appealing the High Court decision”, terwijl dat 15-20 jaar geleden “We’re appealing against the High Court decision” was geweest.

Ik had het hierboven over de BBC-serie Rumpole of the Bailey. Bailey is een referentie naar het Britse Central Criminal Court, de “Old Bailey“. Bailey komt van het 13e-eeuwse Engelse woord  bailiff, misschien het best te vertalen als ‘gerechtsdeurwaarder’. Laat nu juist dit acht eeuwen oude woord/deze acht eeuwen oude functie in 2003 vervangen zijn door het Amerikaanse enforcement agent. Wat dacht u? Zou de serie Rumpole of the Old
Enforcement Agency
net zo’n succes zijn geweest?

English in Mediation (5)

Een kleine bekentenis… We zijn op deze plaats een aantal keren flink van leer getrokken tegen zgn. “nominalisaties” (lees bijv. nog eens Conciseness 6 of Plain English 15). Maar is dat wel helemaal terecht? Psycholinguïstisch onderzoek wijst uit dat nominalisaties wel degelijk hun nut kunnen hebben.

Even recapitulerend: nominalisaties zijn zelfstandige naamwoorden die gemaakt zijn van werkwoorden. In het Engels vaak woorden die eindigen op -tion (investigation,
communication),
-sion (persuasion, admission), -ment (movement, agreement), -ance
(variance, resistance), -ence (persistence, reference), -al (refusal, betrayal
) of –tude
(gratitude, multitude). U kunt vast zelf wel de werkwoorden erbij verzinnen… Over het
algemeen zijn de Plain English-goeroes het erover eens dat dit soort woorden, als het even kan, vermeden dienen te worden.

In Seeing through Legalese noemt Joseph Kimble ze “Zombie nouns: the tendency to turn strong verbs into abstract nouns accompanied by weak verbs (such as: is, do, make, have) is one of the worst faults in modern writing”.  In The Reader’s Brain, How neuroscience can make you a better writer, schrijft Yellowlees Douglas: …nominalizations tend to be complex, abstract and difficult to picture… they are sneaky and are flying stealthily beneath our radar, they are the villains of sentences because they steal the action from the verb, they obscure action, agency and even meaning in sentences. En dat zijn nog maar twee willekeurige Plain English-aanhangers. Genoeg in ieder geval om je er nooit meer aan te bezondigen…

Maar wat nu als het juist de bedoeling is de acteurs en de actie enigszins te verdoezelen? In een recente studie A Rose by Any Other Name (gepubliceerd in Psychological Science ) laten Michal Reifen-Tagar en Orly Idan zien dat gebruik van juist die nominalisaties ipv. de werkwoorden een positief effect kan hebben in situaties waar spanning op staat. Handig om te weten voor diplomaten, juristen en, met name, mediators.

De onderzoekers vermoedden dat het gebruik van zelfstandige naamwoorden (nouns), als in bijv.  “I am in favour of the removal of settlers”, een groter kalmerend effect zou hebben dan het gebruik van werkwoorden  als in “I am in favour of removing settlers”. De eerste (the removal of) is meer een statement, een min of meer abstract geloof. De tweede (removing of) meer een voorgesteld recept voor actie en geeft derhalve meer aanleiding tot (vaak ongewenste) emoties.

Zij presenteerden twee groepen (in total 400 proefpersonen) een reeks zinnen. Eén groep kreeg noun-zinnen, de andere groep kreeg verb-zinnen (“I support the division of/dividing Jerusalem”, “I am in favour of demolishing/the demolition of homes belonging to family members of those involved in terrorist activities”, “I am in favour of cutting off/the cutting off of supply of electricity to Gaza during wartime” etc.). De proefpersonen konden hun reactie kwijt op een schaal van 1 tot 6 (Volledig mee eens – Volledig niet mee eens). De resultaten waren precies zoals de onderzoekers hadden gedacht: de noun-zinnen gaven een veel mildere kijk op de zaken dan de verb-zinnen.

De resultaten van dit onderzoek zorgen er natuurlijk niet voor dat nu meteen maar de wereldvrede uitbreekt (of tenminste het Joods-Palestijnse conflict oplost) maar laat wel goed zien hoe spanningen tussen partijen iets kunnen verminderen door goed na te denken hoé je iets presenteert.

In grote lijnen lijkt deze nominalisatie-discussie natuurlijk een beetje op een andere pet-hate van Plain English-aanhangers: de passieve vorm. Ook die zou je zo veel mogelijk moeten zien te vermijden, maar er zijn behoorlijk wat omstandigheden waar die passieve vorm te verkiezen is boven de actieve vorm (zie Clarity 9).

Het is in deze serie blogs al een paar keer eerder beweerd: grammatica heeft meer
betekenis dan je denkt  (zie bijv. Correctness 5 of Correctness 6)

PS:
Mocht u na het lezen van deze blog nog zin hebben in een aantal oefeningen, ga dan hiernaartoe om van nominalisaties af te komen of hiernaartoe om juist nominalisaties te maken. Denk na voor wié u schrijft en wat u daarmee wil bereiken. Veel plezier.

Clarity (20)

Nou, nou, dát was even iets! In tamelijk omzichtige bewoordingen vond de Rechtbank
Amsterdam een paar weken geleden dat een verweer van mr. Inez Weksi niet geheel en al te volgen was, tenminste… het was voor de Rechtbank “minder duidelijk wat precies in al die pagina’s wordt betoogd”. De rechtbank vond het “lastig structuur in het betoog te
ontdekken” en standpunten waren, “ook door het zeer wijdlopige en grammaticaal niet kloppende taalgebruik, niet eenvoudig te onderscheiden”. Dat was het eigenlijk wel zo’n beetje… (Hier na te lezen, onder punt 3.2 – Algemene opmerkingen over het
gevoerde verweer).

Toch waren hele kuddes advocaten boos, niet in het minst natuurlijk Weski zelf. Weski, enigszins complottheoretiserend vanwege het feit dat zij eerder probeerde de rechtbank te wraken omdat de rechters in haar ogen niet onpartijdig waren: “Je kan slechts hopen, dat in hoger beroep wel magistratelijk en onafhankelijk zal worden geoordeeld met respect voor de wet en de advocaten”. Vervolgens vielen een hoop collega’s van Weski haar bij. “Is het aan de rechter om zich op een dergelijke wijze uit te laten over pleitaantekeningen? Ik geloof van niet”, schrijft Van Swaaij bijvoorbeeld in zijn blog , en een aantal advocaten vallen hem bij in de reacties. Ook de NRC spreekt er schande van; in een hoofdredactioneel commentaar schrijft de krant: “Kennelijk was er twijfel bij de rechters of de advocaat wel beschikt over voldoende kennis en vaardigheden om een goed verweer te kunnen voeren”.

En al gauw was er sprake van een benchslap (of een bench slap of een bench-slap,
afhankelijk van welke krant/blog/commentaar/woordenboek etc. u wilt volgen; weet dat er geen Engels equivalent voor het Groene Boekje bestaat). Een benchslap is (volgens de 10e editie van Black’s Law Dictionary, 2014 waarin het woord voor het eerste werd opgenomen) een judge’s sharp rebuke of counsel, a litigant, or perhaps another judge, esp., a scathing remark from a judge or magistrate to an attorney after an objection from
opposing counsel has been sustained.
Een balietik, dus.

Niet voor niets is benchslap (laten we de spelling van Black’s maar aanhouden) van Amerikaanse makelij. In tegenstelling tot de Nederlandse praktijk komt dat daar erg vaak voor, met name in de Appelate Courts (ofwel: in de hogerberoepszaken) is dit schering en inslag. Balietikken worden daar zó vaak uitgedeeld dat er verschillende categorieën voor in het leven zijn geroepen (vertical benchslaps, horizontal benchslaps, reverse benchslaps,
flying benchslaps, General benchslaps, inter-article benchslaps,
voor een nadere uitleg: klik hier) en er zijn zelfs Best-of-the-Year nominaties mee te winnen!

Verreweg de meeste balietikken echter, vallen in de categorie Learn to Proofread, You Idiotbenchslap, ofwel precies de categorie waaronder we de recente Weski-balietik kunnen scharen. In Judges on Effective Writing geeft Bryan Garner een korte bloemlezing van wat verschillende Amerikaans rechters hebben te zeggen over het taalgebruik in hun rechtbanken. Daarmee vergeleken is de Weski-balietik een lieftallig aaitje over haar hoofd van bezorgde, maar goedbedoelende, ouders. Iets dergelijks vindt Paulien Cornelissen in het NRC overigens ook.

Wat mij betreft mogen balietikken voor niet te volgen taalgebruik in Nederland veel vaker worden uitgedeeld. Schrijfregel Numero Uno: Weet Voor Wie U Schrijft. En als zelfs de Rechtbank een pleidooi niet meer kan volgen, is ergens iets goed mis. Dit nog afgezien van het feit of het nu wel zo handig is om de Rechtbank tegen de haren in te strijken. Ik hoop dat de advocatuur zich dit eens meer te harte gaat nemen. En misschien kunnen we dan ook stoppen om angstaanjagende woorden als “magistratelijk” en “de Magistratuur” te
gebruiken?

Plain English (18)

De hypotheekakte is misschien wel hét juridische document waar niet-juristen het vaakst mee te maken krijgen. En laat nu juist dát document “een van de meest onbegrijpelijke genres in het Nederlandse taalgebied zijn”. Tenminste, dat zeggen de Utrechtse
onderzoekers Leo Lentz, Marloes Herijgers en Erik van der Spek. In opdracht van
Vereniging Eigen Huis probeerden ze de hypotheekakte begrijpelijker te maken. Ze onderzochten daarvoor 42 aktes van 21 geldverstrekkers. Hun bevindingen beschrijven ze in het laatste nummer van Tekstblad, een tijdschrift over tekst en communicatie.

Ik moet bekennen dat ik het artikel nog niet zelf heb gelezen, wél een samenvatting op AM-Web (hier te lezen).  Ik heb het nummer besteld en als er meer te melden valt, kom ik hier binnenkort op terug. Om kort te zijn willen deze wetenschappers van de Universiteit Utrecht samen met de AFM, geldverstrekkers en de Vereniging Eigen Huis iets doen aan de schier onneembare leesbaarheidshorde die “hypotheekakte” heet.

Die hordes worden (volgens de samenvatting, althans) gevormd door woordlengte
(gemiddeld 5,69 letters per woord), zinslengte (gemiddeld 19,6 woorden), bijvoeglijke bepalingen (gemiddeld 3,1 per zin), een overmaat aan lijdende vormen en onnodige hulpwerkwoorden, veel te veel informatie in één zin en overmatig gebruik van zgn. “jargon”. Al deze gemiddeldes liggen vér boven welke andere tekstvorm dan ook. Dit alles is nogal kwalijk te noemen, met name omdat hypotheekakten juist onder de ogen komen van niet-juridisch onderlegde lezers. Regel Numero Uno als je begint te schrijven is namelijk:
Bedenk Voor Wie U Schrijft.

“Eindelijk wordt men wakker”, zou je kunnen verzuchten. In de Angelsaksische landen zijn ze al meer dan 40 jaar bezig om het onleesbaarheidsprobleem op te lossen. Hoewel de
private sector nog steeds worstelt met leesbaarheid en begrijpelijkheid, moét wetgeving in steeds meer landen en staten beantwoorden aan de ‘regels’ van Plain English. En wat meer zij: er verschijnen steeds meer uitgebreide verantwoordingen van commissies die zich bezig houden van met het “hertalen” van die wetgeving van traditioneel Legal English naar leesbaar en ook voor niet-juridisch onderlegde lezers begrijpelijk Plain English. Zie bijv. Bryan Garner’s Guidelines for Drafting and Editing Court Rules  (besproken in Concisesness 9 ) of Joseph Kimble’s New Federal Rules of Civil Procedure (besproken in Conciseness 8 ). In die verantwoordingen staat wat er waar en waarom is “hertaald”.

Vereniging Eigen Huis en de onderzoekers willen daarom om tafel met de geldverstrekkers om te kijken hoe ze samen de akte beter leesbaar kunnen maken. Ook het notariaat en toezichthouder AFM krijgen een uitnodiging. Ik hoop dat ze kennis nemen van al die jaren aan vooronderzoek dat de Plain English-beweging al heeft uitgevoerd. Het is namelijk niet alleen maar kortere zinnen maken, lijdende vormen proberen te ontwijken, archaïsmen schrappen en jargon vermijden en ga zo nog maar even door. Het gaat ook over een betere en daardoor meer inzichtelijke tekstopbouw, indeling, vermijden van ambiguïteit,
overbodigheden en herhalingen en ga zo nog maar even door. En hopelijk kunnen ze de klus klaren zonder enigszins neerbuigende woorden als “versimpelen”, “vereenvoudigen”, en “Jip-en Janneketaal” te gebruiken… Dáár gaat het niet om. Leesbaarheid en
begrijpelijkheid moeten de uitgangspunten zijn.

Overigens, over “jargon”, ofwel Terms of Art gesproken: de angst om al te veel rekening te houden met juridische eisen aan woorden als ‘inpandgeving’ of ‘kwijting’ zijn, volgens mij, eenvoudig te tackelen door de eerste keer dat dergelijk (oei! help!) jargon in een
hypotheekakte wordt gebruikt, een simpele verklaring tussen haakjes te schrijven. Waar staat dat dat niet mag? En als een simpele, door iedereen te begrijpen verklaring om welke reden dan ook niet mogelijk is, dan lijkt me dat je dat jargon/Term of Art sowieso moet voorkomen.

Zoals gezegd: wordt vervolgd!

Conciseness (9)

Een deelnemer aan onze Contract Drafting-Best Practices workshop nam een (Engelstalig) contract mee. Het contract was 10 bladzijden lang en telde ongeveer 3.500 woorden. 270 keer kwam het woordje of voor, los gebruikt als vertaling van “van” of in samenstellingen als hereof, thereof, etc. ofwel: meer dan 10% van de gebruikte woorden. Nu zijn contracten sowieso niet erg boeiende teksten, maar deze overvloed aan offen zorgde ervoor dat het nóg saaier en zelfs houterig was om te lezen.

En dat terwijl juist het Engels zo veel mogelijkheden heeft om dat te voorkomen!  Verreweg de meeste ofs waren een directe vertaling van het Nederlandse bezittelijke “van”. Schrijf niet: the pleading of the Lender, maar the Lender’s pleading; niet: the claims of the opposing party, maar the opposing party’s claims: niet: the Borrower may not, without the prior
consent of the Lender, maintain.. maar the Borrower may not, without the Lender’s prior
consent, maintain
…; … in the name of the Borrower wordt dan: …in the Borrower’s name.

Toegegeven, dit kan in het Nederlands ook, maar de bezits-s (zoals in ‘Peters boek’) wordt veel minder vaak gebruikt dan in het Engels waar dit eigenlijk de standaard is.
Nederlanders gebruiken inderdaad veel vaker: “het boek van Peter”, en dit zal dan ook wel de voornaamste reden zijn van die explosie aan het Engelse of in door Nederlanders geschreven Engelse teksten. (NB: denk even aan de apostrof vóór de s in het Engels, zie…).

Bryan Garner schrijft in zijn Guidelines for Drafting and Editing Court Rules uit 1997:
Minimize of-phrases, they tend to encumber sentences. Zijn Guidelines was een “hertaling” van de Federal Rules of Appelate Procedure van het Engels naar Plain English. Federal Rule 13(C) bijvoorbeeld, klonk: The content of the notice or appeal, the manner of its service, and the effect of the filing of the notice and of its service shall be as described in Rule 3. Garner maakt ervan: Rule 3 prescribes what a notice of appeal must contain, how it should be served, the effect of its filing, and the effect of its service. Met andere woorden: hij elimineert 50% van de ofs in één zin. (NB: zie ook hoe hij shall de nek omdraait…).

Je zou er ook volledige zelfstandige naamwoorden van kunnen maken: by order of the court wordt zo by court order, enz. Dit komt in het Nederlands natuurlijker over, maar is in het Engels zeer zeker niet ongebruikelijk (NB. schrijf in het Engels die woorden niet aan elkaar!)

Heel vaak ook kan je een –ing vorm binnen laten sluipen zodat je of niet meer nodig hebt: On receipt of a notice of cancellation referred to in clause 7.7(a)in het eerder aangehaalde Nederlandse contract: After receiving a notice of cancellation… kunnen worden; of zelfs
After receiving a cancellation notice; in the conduct of the action wordt dan conducting the action etc.

Laat anders het woordje of gewoon weg?  …must include the names of all parties, kan
eenvoudig …must name all parties worden; if any of the loans are prepaid… is hetzelfde als: if any loans are prepaid; het zeer vaak gebruikte the amount of € xxx is precies hetzelfde bedrag als je schrijft: € xxx, dat wil zeggen zónder het (vaak) overbodige the amount of.

Ik wil natuurlijk niet zeggen dat u maar direct rücksichtslos alle of uit uw teksten moet
bannen, maar een beetje minder maakt uw teksten stukken aantrekkelijker om te lezen. Bovendien voorkomt u dan het zo vaak gebruikte hereof, whereof, thereof etc. dat zo vaak juridische ambiguïteit in de hand werkt. Een beetje wieden in het gebruik van of zorgt er ook voor dat u al die voorzetselconstructietjes vermijdt die, met name juridische, teksten zo droog, ambtelijk. hoogdravend en officieel maken.

Want: by means of  is gewoon: by; by reason of is niets anders dan: because; by virtue of = by; for the purpose of = to; from the point of view of = from; in favor of = for; in terms of = in;  in the nature of = like; on the basis of = by/from; for the period of = for; to the effect of = for;  for the benefit of = for;  in the excess of = more than; by way of = through,

Waarom alles met zo veel woorden zo ingewikkeld maken? Uw lezers lezen liever iets
anders…