Clarity (22)

Zo maar vier willekeurige zinnen uit Voorbereidende Schrijftaken (pre-Course Tasks) die Nederlandse juristen recentelijk schreven als voorbereiding op een training Legal English Writing Skills:

  • Since 2009 I am working as a lawyer at (…) Advocaten en Notarissen.
  • Since this was over ten years ago, I can’t remember what the exact contents were.
  • Since I was ill at that time, I did not put much effort into…
  • An earlier termination of the purchase relationship between X and Y will lead to X’s
    bankruptcy since X will no longer have a sufficient source of income.

Nederlanders hebben een vreemde voorkeur voor het Engels woordje since. Geen idee waarom. Of liever gezegd: ik héb wel een idee, en dat idee is dat Nederlanders dat since wel “lekker Engels” vinden klinken. En dat klopt ook wel want technisch-grammaticaal is het gebruik van het woordje since in alle bovenstaande zinnen goed.

Nou ja, goed? Met de aantekening dat dan weer de werkwoordsvorm am working (ook al weer iets dat “lekker Engels” klinkt!) in het eerste zinnetje moet zijn: have been working of have worked, want daar gaat het over een actie uit het verleden die tot op het heden
voortduurt (de Present Perfect, zoals hier en hier besproken). Daarnaast valt er (in de voorbeeldzinnen 1, 2 en 3) in het licht van SVOMPT, ook wel wat te zeggen over de plaats van de bijzinnen/bijwoordelijke bepalingen. T staat voor Tijdsbepaling, en die komt het liefst aan het einde van de zin. En ja, dan moet je een zin beginnen met I/Ik, maar een verbod daarop is sowieso je reinste flauwekul (zie hier).

Since is een ambivalent woord en kan “sinds”, “sedert”, “vanaf het moment dat…”
betekenen, maar kan ook de betekenis hebben van “omdat”. Normaalgesproken zal een gemiddelde Engelstalige door de context waarin dat woord staat, geen enkele moeite hebben met de betekenis van dat woord, maar juist omdat er in de voorbeeldzinnen 2-4 sprake is van een tijdsbepaling (resp. over ten years ago, at that time en earlier), kan er even verwarring ontstaan. Heel even maar, maar genoeg om die zin nóg een keertje te lezen, en dat is natuurlijk niet de bedoeling.

Gebruik daarom liever gewoon because of as (of zelfs: for) als je een reden aan wil geven. Maar daarmee zijn we er nog niet helemaal… er schijnen namelijk subtiele verschillen te zijn tussen because en as. Behalve dat as een veel formelere vorm van because is,
geeft because volgens veel commentatoren (waaronder Bryan Garner in Garner’s Modern English Usage) namelijk een “meer causaal verband” aan als as: In the causal sense, “as” should generally be avoided because (not as!) it may be understood as having its more usual meaning “while,” especially when it is placed anywhere but at the beginning of the sentence.

En ook for in plaats van because (al meer dan 1.000 jaar in gebruik, dwz. veel langer dan
because) heeft zo z’n nadelen. Want dán kan je namelijk weer in de war komen met since. Since gebruik je namelijk als de starttijd is gegeven (four o’clock, last Wednesday, 2015, etc.) en for als een periode bekend is (ten minutes, three days, two years, etc). Klik hier voor een leuke oefening daarmee.

Advies? Since legt een causaal verband en kan je gebruiken als je wilt dat dat causale
verband niet ál te overduidelijk is. Om misverstanden te voorkomen, echter, niet gebruiken als je iets van een tijdsaanduiding geeft in je zin (zoals voorbeelden 2, 3 en 4 hierboven. As geeft in het algemeen geen problemen, maar komt erg formeel over. Als je twijfelt is
because altijd te gebruiken.

Altijd? Kenneth A. Adams schrijft in zijn hier al vaak geciteerde A Manual of Style for
Contract Drafting
het volgende: Because contracts serve only to regulate conduct and state facts, drafters should be cautious about words associated primarily with expository ,
narrative and persuasive prose – words such as therefore, because and furthermore. So, whenever you use ‘because’ in a contract, consider being specific regarding the type of
causation required.

En zo is het altijd wel weer wat…

Plain English (20)

Vorige week schreven wij dat je de woorden jointly and severally (voor het Nederlandse “hoofdelijk”) in contracten makkelijk (d.w.z. zonder juridische consequenties) kan
vervangen door meer begrijpelijke woorden zoals bijv. together and seperately . Veel mensen denken dat het bij Plain English (of Klare Taal in het Nederlands) hierom draait: het vervangen van “moeilijke” woorden door woorden die iedereen (zogenaamd) begrijpt. Als dat het geval zou zijn, dan is het makkelijk zat…

De Canadese psychologen Masson en Waldron onderzochten hoe contracten met niet-juridisch onderlegd publiek (zoals hypotheekaktes e.d.) leesbaarder, of in ieder geval,
begrijpelijker gemaakt konden worden. Hun bevindingen kunt u lezen in hun artikel
Comprehension of Legal Contracts by Non-Experts: Effectiveness of Plain Language
Redrafting
, in het tijdschrift Applied Cognitive Psychology.

Masson en Waldron gebruikten vier juridische documenten: 1) het originele document, 2) als nr. 1 waar alle archaïsche woorden (bijv. hereinafter, etc.) uit verdwenen waren, 3) als nr. 2 maar dan waar lange zinnen in kortere zinnen werden opgeknipt, de passieve vorm werd veranderd in een actieve vorm, moeilijke woorden werden vervangen door
eenvoudigere en referenties naar de contractpartijen (mortgagor, morgagee etc.) werden vervangen door you en we, en 4) als nr. 3 maar dan met een uitleg van de juridische
terminologie. Het begrip van de lezers (allen leken op dit gebied) werd getest door de leestijd te meten, door zowel open als meerkeuzevragen te stellen en door lezers te vragen sommige alinea’s in eigen woorden te parafraseren.

Het is waarschijnlijk niet verrassend dat met name Versie 3 voor de lezers een stuk
begrijpelijker was. Echter, hoevéél begrijpelijker viel de onderzoekers tegen. Versie 4 (met uitleg over juridische begrippen) zou voor nóg meer begrip moeten hebben leiden, maar de onderzoeksresultaten van Versie 4 wijken nauwelijks af van Versie 3. Evenmin als het (te verwachten verbeterde) begrip van Versie 2 t.o.v. Versie 1.

Het gaat dus niet alléén over (archaïsche) woorden die je zou kunnen vervangen, of niet
alléén de juridische concepten die je zou kunnen uitleggen. En hoewel Versie 3 als de meest begrijpelijke uit de bus kwam, weten we nog steeds niet wélk specifiek aspect deze versie nu zo begrijpelijker maakt; zijn het de kortere zinnen?; is het de actieve schrijfstijl? of is het de meer persoonlijke schrijfstijl?

Masson en Waldron schrijven bovendien dat er (nog) geen onderzoek is gedaan naar in
hoeverre de “uiterlijkheid” van een tekst de begrijpelijkheid kan beïnvloeden. Ze verwachten dat dingen als typografie, lay-out, lettertype en -grootte, indeling in korte hoofdstukjes met titels, etc. etc. de begrijpelijkheid flink kunnen doen toenemen.

De belangrijkste conclusie uit dit onderzoek is m.i. dat je er met het gebruik van
Plain English/Klare Taal nog (lang) niet bent, hoeveel woorden je ook vervangt, hoeveel
actieve en persoonlijke schrijfstijlen je ook toepast, en hoe overzichtelijk en duidelijk een contract er ook uit mag zien: However much of law’s inaccessible nature may be explained by obscurantism, not all of it melts away in the face of plain language […]. It is possible that legal concepts are difficult to understand because, even when explained in plain language, they are complex or because they are in conflict with folk theories of the law. Lay people may rely on inaccurate prior knowledge of the law or on their own intuition about justice, which frequently does not reflect the legal reality.

PS.
Op veler verzoek hebben we nu een zoekfunctie in deze blog ingebouwd. Aan de rechterkant van uw scherm kunt u nu op steekwoorden zoeken in alle eerdere blogs (met deze meegeteld: 160). Dus als u nog eens iets wil lezen over het taalgebruik van Amerikaanse opperrechters: typ dan (bij Zoek onderwerpen) even “supreme court” (o.i.d.). Over het Engels van  Brett Kavanaugh hebben we het (nog) niet gehad, maar die is dan ook (nog) geen opperrechter.

What’s in a word? (28)

Je ziet het, vooral in contracten, nog regelmatig voorbijkomen: In the event of
non-compliance with the provisions of this Article they shall be jointly and severally
responsible/liable
(etc). Een eenvoudige Google-search zegt dat joint and several, of nog ernstiger: jointly and severally in 90% van de gevallen als “hoofdelijk” wordt vertaald. In de overige 10% als “gezamenlijk en afzonderlijk”, of ook wel als “gezamenlijk en hoofdelijk”. (De officiële Nederlandse vertaling van de Europese wet- en regelgeving geeft alleen maar “hoofdelijk”).

Het resultaat van al dat ge-jointly-and-severally is (zoals gewoonlijk) dat advocaten vaak denken dat dit een zgn. juridische Term of Art is, en dat daar dus geen ‘gewone’ woorden voor te vinden zijn. Dat is echter niet waar.

De Oxford English Dictionary omschrijft jointly als together, in common, shared by, common to two or more. Hoewel het in “gewoon” Engels een redelijk bekend, maar “deftig”, woord is, zou het woord together wellicht bekender zijn en daarom beter kunnen worden
gebruikt. Bovendien stelde het Engelse High Court of Justice in Kidson v Macdonald in 1973 al over het woord jointly: jointly is not to be construed as a term of art in English law but to be given its ordinary meaning, viz. ‘concurrently’ or ‘in common’.

Het woord several is iets verwarrender en daarom problematischer. Het komt van het (middeleeuws-) Latijnse woord ‘severalis’ wat op zich weer afstamt van ‘separ’, wat
‘verschillend, apart’ betekent, vgl. het Engelse seperate. Met andere woorden: het woord several in “joint and several”, heeft de juridische betekenis van wat, in het alledaagse
Engels eigenlijk seperate betekent. Volgens Bryan Garner (in zijn A Dictionary of Modern
Legal Usage)
is using ‘several’ for ‘separate’ an archaism of Shakespearian vintage that has survived only in legal language.

Is het dan toch nodig om jointly and severally te gebruiken? Het boek A practible treatise on the law of covenants van Thomas Platt uit 1829 citeert al uit de zaak May v. Woodward uit het jaar 1677 (!) dat de woorden “for themselves and every of them” are sufficient to give the legal effect of “joint and several”.  Er zijn verder meer dan genoeg (High Court of Justice)
uitspraken te vinden dat severally eigenlijk separately betekent (bijv. Keightley v Watson, 1849)

Het meest gezaghebbende standaardwerk op het gebied van (Amerikaans) contractrecht, de Restatement (Second) of Contracts zegt dat the distinction between ‘joint’ and ’several’ is primarily remedial and procedural. Ook Kenneth Adams zet in zijn, hier al eerder
aangehaalde, A Manuel of Style for Contract Drafting vraagtekens bij jointly and severally. Kort en goed zegt hij dat het overbodig is, en eigenlijk alleen maar goed om partijen bij het tekenen van een contract op hun gerust te stellen met een jointly and severally. “It wouldn’t hurt” in zijn eigen bewoordingen…

Er zijn overigens natuurlijk ook best wel andere bewoordingen te vinden voor jointly and severally. Je kan together of collectively gebruiken voor jointly. Voor severally kan je
separately, alone of each of them gebruiken. Of, als je huiverig bent voor de eventuele
juridische gevolgen van het veranderen van al zo lang gebruikte woorden (waar, ik herhaal het nog maar eens een keer, geen enkele reden voor is!), dan kan je together and separately schrijven met daarachter tussen haakjes: (this is known as ‘jointly and severally’). Deze
mogelijkheid zie je steeds vaker in de Engelstalige contractenwereld.

Alles bij elkaar blijft het natuurlijk de vraag hoe belangrijk die severally nu eigenlijk is.
Juridisch veelzeggend is het dat 90% van de in het Nederlands vertaalde severally’s in de vertaling gewoon verdwijnen…

What’s in a language? (32)

Vandaag delen wij een oefening die wij (bijna) altijd gebruiken in onze trainingen Contract Drafting-Best Practices. De taal die in contracten wordt gebruikt, kan in 10 categorieën
worden verdeeld. Op het moment dat je gewend bent aan die categorieën, wordt het
routine om jezelf aan te leren welke categorie je moet gebruiken bij welke bepalingen. Het maakt het leven van de lezer een stuk makkelijker als de schrijver van een contract bij iedere categorie een apart werkwoord, werkwoordconjugatie of werkwoordconstructie, gebruikt. Bovendien helpt deze benadering de schrijver bij het “framen” van iedere
bepaling. En last, but not least: het vergroot de duidelijkheid en verkleint dus het risico op (juridische) onenigheid.

1. The language of agreement: used to indicate that parties state that they agree with specified contract language. Should be used only once in a contract.

2. The language of performance: used to express actions accomplished by means of
signing the contract. Usually expressed though use of the present tense.

3. The language of obligation: used to state any duty that the contact imposes on one or more of the parties. Usually expressed through ‘shall’ or ‘must’ e.g. The indemnified party must/shall notify the indemnifying party of any claim by a third party. Conditions can also be used to express obligations. NB: use ‘shall’ only to mean: has a duty to.

4. The language of discretion: language stating that a party has the discretion to take or not to take a specified action. Usually expressed through use of ‘may’ or ‘is entitled to’.

5. The language of prohibition: language which specifies what a contract prohibits the parties from doing. Usually expressed through ‘shall not’, ‘must not’ or ‘may not

6. The language of policy: used to express the rules that parties must observe, to state rules that govern something, to address the scope, meaning or duration of a contact (or part of). This is usually expressed through use of the present tense OR ‘will‘ if the policy
relates to future events that might not take place.

7. The language of expressing conditions: used to express future and uncertain events or circumstances on which the existence of some particular legal relation depends. Usually expressed through use of the 0 and 1st conditional.

8. The language of declaration: used to declare facts by means of verbs of speaking e.g. state, acknowledge, etc. Usually expressed through use of the present tense.

9. The language of belief: used when the parties rely on, for example the court to establish certain aspects of the contract e.g. The parties believe that the agreement complies with the law. Their belief in a certain legal position, does not make it so. The court will have to make the determination.

10. The language of intention: used when the parties cannot establish certain facts. They agree to use an independent contractor and they intend for the contractor to be an
independent contractor, but the status of this person would be determined by the courts should it become disputed. Usually expressed through the present tense of ’intend’.

We dagen u uit om uw Engelstalige contracten eens op deze manier op te stellen, of om te kijken of uw eerder geschreven Engelstalige contracten ook zo zijn opgesteld. Als u weet in welke categorie een bepaling valt, kies dan het juiste werkwoord of de juiste werkwoordverbuiging. Veel succes!!

(Met dank aan: Kenneth A. Adams: A Manual of Style for Contract Drafting).

Plain English (19)

“Ingewikkelde causaliteit kun je niet op de hurken uitleggen. Ik zeg het met nadruk omdat het onder juristen en politici tegenwoordig hip is om aan te dringen op Klare Taal in de rechtszaal. Jurisprudentie op vmbo-niveau oogt sympathiek, maar om de filosoof Wittgenstein te parafraseren: de grenzen van onze taal zijn de grenzen van ons begrip. Die zijn met filmpjes en Klare Taal snel bereikt. Het is een gevaarlijk duo”, aldus Harald Merckelbach, hoogleraar rechtspsychologie aan de Universiteit Maastricht in de NRC van 31 augustus.

Huh…? Waar komt dat ineens vandaan? Nog even afgezien van wat er dan wel geWittgenstein-parafraseerd wordt, ging de column over het (niet moeilijk te manipuleren) gebruik van beeldmateriaal in rechtszaken, maar in de laatste alinea komt een plotse uithaal naar Klare Taal, door Merkelbach gedefinieerd als “jurisprudentie op vmbo-niveau”. Diepe zucht.

Wat mij betreft spreken ze bij de familie Merkelbach thuis Kawésqar met z’n allen, moeten ze zelf weten, maar in de rechtszaal dient men toch heus een taal te bezigen die begrepen wordt. Of anders moet dat minstens geprobeerd worden…,. Het gaat om het PUBLIEK (of dat nu vmbo’ers zijn of niet). Met andere woorden: voor wie is de geschreven/gesproken boodschap bedoeld?

In Engelstalige landen (en met name in de USA en Australië) zijn ze al zeker 40 jaar bezig met het herschrijven van juridische teksten (wetten, regelgeving, contracten etc.) in Plain English, het equivalent van Klare Taal. Of het nu gaat om het Commity for Drafting and
Editing Court Rules
, het hertalen van de Federal Rules of Civil Procedure (FRCP), of het
begrijpelijker maken van hypotheekaktes, overal is men ermee bezig.

Misschien komt de interesse in Klare Taal/Plain English in Engelstalige landen ook wel
doordat “de gewone burger” (de vmbo’er?), in ieder geval in theorie, veel meer met de rechtsgang te maken heeft. Neem nu bijv. de jury in een Amerikaanse rechtbank waar
(opnieuw: in theorie) iedere burger voor opgeroepen kan worden. De zgn. jury instructions (ofwel de tekst die juryleden voor aanvang van een zaak van de rechter krijgen te horen) stammen uit 1850 en zijn geschreven door Chief Justice Shaw van het Massachusetts Supreme Court (in de zaak Commonwealth v. Webster, 59 Mass. 295). Veel woorden zoals reasonable doubt, to draw an interference, proximate and approximate cause,
circumstantial evidence
en mitigating factors zijn bij juryleden onbekend en andere
woorden zoals aggravating hebben in de oren van de niet-juridisch onderlegde juryleden de “normale”, dwz. niet-juridische betekenis (in het geval van aggravating: annoying). Lees hier verder over in het artikel Not So Plain English: In Many States, Jury Instructions are
Confusing
in het tijdschrift van de American Bar Association (ABA).

In 1994 boog het Amerikaanse Supreme Court zich over de bewoordingen van jury
instructions
in de staten Nebraska en Californië (Victor v. Nebraska en  Sandoval v.
California 511 U.S. 1), De eind juni van dit jaar teruggetreden Justice Kennedy schreef in zijn opinion: It was commendable for Chief Justice Shaw to pen an instruction that survived more than a century, but, as the Court makes clear, what once made sense to jurors has long since become archaic. In fact, some of the phrases here in question confuse far more than they clarify.

 144 Jaar lang was men bang dat veranderingen in bewoordingen (in dit geval  jury
instructions
) zouden leiden tot een stortvloed van hoger beroepszaken. Die bewoordingen werden immers al 144 jaar gebruikt en hadden hun juridische waarde wel bewezen. Met de uitspraak van het Supreme Court in 1994 echter, was, ironisch genoeg, het tegenovergestelde het geval. Veel Amerikaanse staten begonnen in de vrees voor een échte stortvloed van hoger beroepszaken onmiddellijk aan een Plain English-hertaling. Een
proces dat nog steeds gaande is. Gezegd dient hier te worden dat Klare Taal/Plain English lang niet alleen het vervangen van woordjes behelst. Onder meer ‘toon’ (mensen direct aanspreken met u/jij, bijv.), ’stijl’ (actieve ipv. passieve zinnen bijv.) en ‘indeling/
organisatie’ van een tekst spelen net zo’n grote rol.

Ik denk niet dat al deze inspanningen in de categorie “op de hurken uitleggen” vallen. Wél kan ik besluiten met een Wittgenstein citaat (want van parafrases wordt het alleen maar schimmiger): “Waar men niet over spreken kan, daarover moet men zwijgen” (Tractatus Logico-Philosophicus). Niet helemaal wat Ludwig bedoelde, maar het volstaat voor even.

 

Clarity (21)

Common Law (in de meeste Engelstalige landen) en Civil Law (in de meeste andere landen) verschillen in twee belangrijke opzichten: ten eerste verkiest Civil Law “algemeenheid”,
terwijl Common Law zich veel meer richt op afzonderlijke gevallen (denk aan het belang van Case Law waarbij de jurisprudentie van groot belang is).

Ten tweede (en daar direct uit voortvloeiend) is het uitgangspunt van een juridisch
schrijver in de  Civil Law-traditie om zo goed en zo eenduidig mogelijk begrepen te worden door de bredere samenleving terwijl Common Law-schrijvers er voornamelijk op uit zijn om door andere juristen begrepen te worden.

Dat zegt tenminste Vitaj Bhatia, professor Toegepaste Taalkunde aan de Australische
Macquarie University. In zijn bijdrage aan het boek Legal Discourse across Cultures and Systems schrijft hij (o.m.) dat er zelfs binnen één en hetzelfde rechtssysteem verschillende
interpretaties zijn van bepaalde juridische concepten; zo verschilt de Australische
interpretatie van confidentiality nogal van de Amerikaanse. Dit om te benadrukken dat niet alleen de taal, of niet alleen het rechtssysteem van belang is, maar óók de culturele bodem waar woorden wortel in schieten. We komen hier later nog wel eens op terug.

We hebben in deze serie blogs keer op keer laten zien hoe lastig het kan zijn om Legal
English
te schrijven: woorden betekenen soms iets anders in Legal English dan in
“normaal” Engels; de regels van de interpunctie (gebruik van komma’s!) kunnen een
andere interpretatie aan bijv. een contract geven; er is een grote voorkeur voor zgn.
archaïsmen omdat men denkt dat die een, door case law ingegeven, vaststaande juridische betekenis hebben; er wordt veel vaker dan in “normaal” Engels gebruik gemakt van de passieve vorm, etc. etc.

Over een ander aspect van Legal English hebben we het hier nog niet gehad, nl. de neiging van Engelstalige juristen om het grammaticale onderwerp van een zin vaak zo laat mogelijk te laten verschijnen. In de meeste (Westerse) talen begint de zin met het onderwerp (Subject) en wordt dan gevolgd door het werkwoord (Verb), het lijdend voorwerp (Subject) en dan de rest, (S-V-O-M-P-T, zie bijv. hier of hier). Zinnen hoéven niet per se met het Subject te beginnen (in het Nederlands krijg je dan inversie: het omdraaien van Subject en Verb, in het Engels een komma net vóór het Subject), maar voor het beste en snelste begrip van een zin is het zaak om dat Subject zo snel mogelijk te noemen.

Legal English wijkt daar significant van af. En het Engels heeft allerlei mogelijkheden om daar ook inderdaad van af te kúnnen wijken. Zo beginnen Legal English-zinnen vér bovengemiddeld vaak met –-ing of –ed woorden: Recognizing that effective
implementation of the Convention on the Elimination of Discrimination against Women would contribute to […], the Board has decided that….
 Of anders: Concerned that violence against women is an obstacle to the achievement of equality, development and peace, the Board has decided that….  Christopher Williams schrijft in Tradition and Change in Legal English  dat die voorkeur voortkomt uit de wens van de schrijver om te laten zien dat het een autoriteit, “de wet”, is die spreekt.

Daarnaast maakt Legal English veel vaker dan het “normale” Engels gebruik van allerlei
bijwoordelijke bepalingen aan het begin van een zin: In addition to the decisions that were taken during the aforementioned period, the Board has decided that…, maar dat bewaren we voor een volgende keer.

Om terug te keren naar Vitaj Bhatia: The main motivation for the pre-positioning of the case description comes from the requirement that very few legislative statement are of universal application and it is crucial for the writer to specify the kind of case description(s) to which the rule applies.

Of dit allemaal een goed idee is, valt nog te bezien. De aanhangers van Plain English
beweren dat juridische documenten heel goed geschreven kunnen worden in “normaal” Engels. De tegenstanders (de ‘preciezen’) beweren juist dat de volledige trukendoos van grammaticale, linguïstische en stilistische uitvindingen gebruikt moet worden om zo nauwkeurige en voor slechts één interpretatie vatbare juridische teksten te schrijven.  The Saga Continues…

Correctness (23)

Vorige week hadden we het hier over een typisch fenomeen in het Engels: het verschijnsel van twee verleden tijden, de Simple Past en de Past Perfect (hier nog eens te lezen). Kort samengevat: je gebruikt de Past Perfect (de zinnetjes met have: I have lived, I have studied, etc.) in situaties die iets onvoltooids aangeven, iets wat nog niet helemaal is afgerond, of iets wat nog steeds invloed heeft op het heden. Het Nederlandse “ik heb daar en daar gewoond”, of “ik heb daar en daar gestudeerd”, is dus lang niet altijd I have lived… of I have studied…. Omdat de Nederlandse taal niet (of slechts heel verborgen) zo’n aspect aan die verleden tijden (werkte/studeerde vs. heb gewerkt/heb gestudeerd) toekennen, maken Nederlanders daar vaak fouten mee in het Engels.

Wanneer je de Past Simple gebruikt, hebben we vorige week uit de doeken gedaan. De Present Perfect gebruik je als:

  1. je wilt aangeven dat iets moet zijn afgelopen voordat iets anders begint. Vaak in            zinnen met until, once, after, before. Dus: I will call you after I have finished the report of: We will not begin the work until they have agreed to our conditions. Te vergelijken met het Nederlands.
  2. je het hebt over acties/ervaringen die tot nu toe zijn gebeurd. Dus: I have been to            Singapore several times of: I have seen a lot of changes around here. Grappig genoeg is dit hetzelfde als in het Nederlands (grappig genoeg, want hier werkt de “have + voltooid deelwoord” op precies dezelfde manier als in het Engels, dwz. het werkt tot in het heden door). Vreemd (en fout) is het daarom te zien dat Nederlanders vaak zeggen: I was in Singapore several times. Je kan dat wel zeggen, maar dan moet je er een tijdstip bij geven: I was in Singapore in 2014, of a long time ago. Net zo goed zou je kunnen zeggen: I saw a lot of changes around here, maar dan bedoel je dat de laatste jaren géén veranderingen meer hebt gezien. Wat we ook vaak lezen is: I never took an exam in English. Maar omdat dit tot op heden voortduurt is het: I have never taken an exam in English. Wat dan weer wél goed is, is: I never took an exam in English before 2015.
  3. je het hebt over gebeurtenissen uit het verleden die tot op heden voortduren: I have lived/worked here for about 10 years (dwz. je woont/werkt er nog steeds). Tip: in het Nederlands zou je dan vaak het woordje “al” gebruiken, in combinatie met de tegenwoordige tijd: “ik woon/werk hier al tien jaar”.

De situaties 1-3 zijn nog wel aan te leren. Een beetje opletten (staat er een of andere vorm van tijdsbepaling in, bijv.) en dan gaat het nog wel… Het wordt lastiger met 4 en 5                    hieronder want die betekenen voor de native speaker écht iets. Bovendien kunnen in de situaties 4 en 5 zowel de Past Simple áls de Present Perfect worden gebruikt; het ligt er maar net aan wat je bedoelt… Het is een mentale klik in de hoofden van native speakers en lastig om aan te wennen.

  1. He broke his leg vs. He has broken his leg. Wie heeft er pijn op dit moment? Iedere          native speaker weet dat het de man is die has broken his leg, want de Present Perfect gebruik je voor gebeurtenissen die tot op het moment van spreken voortduren. De       meneer die broke his leg, loopt nu vrolijk rond, iets voorzichtiger misschien, maar lopen doet-ie! Zo zijn krantenkoppen ook vaak in de Present Perfect: Italy has                   attacked Malta for refusing to take in a ship of migrants. Hoewel Italië dat (wellicht) gisteren deed, is het belangrijk op het moment van spreken.
  2. Sorry, I have lost the file vs. Sorry, I lost the file. In het eerste geval benadruk je de actie van het verliezen (want nú belangrijk… zonder file kan je niet meer verder werken), in het tweede geval benadruk je het “wanneer” van het verlies, maar het is nu niet meer belangrijk. Te vergelijken met het voorbeeld dat we vorige week gaven: Our lawyers have worked on cases on cases like…. vs. Our lawyers worked on cases like… In het eerste geval (have worked) benadruk je de actie, in het tweede geval (worked) de gebeurtenis.

De Branch Out Legal English Blog gaat even met vakantie. De laatste week van augustus zijn we weer terug. In het geval er onderwerpen zijn (woorden, grammatica, gebeurtenissen etc.) waarvan u het de moeite waard vindt dat wij daar iets over zeggen: Laat Het Ons Weten (info@branch-out.eu). Prettige vakantie!!

Correctness (22)

We hebben het hier eerder over gehad (met name hier en hier, maar het kan geen kwaad om het er nog eens over te hebben: het verschil tussen twee verschillende verleden tijden in het Engels: de Past Simple (bijv. I studied in Utrecht) en de Present Prefect (bijv. I have studied in Utrecht). Nederlanders (en met hen de meeste Europeanen) hebben hier grote moeite mee. “Ik heb in Utrecht gestudeerd” is toch gewoon I have studied in Utrecht? Of niet soms?

Het antwoord is nee, of liever gezegd: het antwoord is meestal nee. De reden waarom het een ja/nee antwoord is, is dat de Present Perfect niet zozeer een werkwoordstijd (een tense) is, maar veel meer een grammaticaal “aspect”: het geeft voor Engelstaligen extra
informatie over of en hoe het verleden (want het zijn natuurlijk beide verleden tijden) doorwerkt naar het heden. Informatie die wij, als Nederlanders, niet door kunnen geven middels de keuze tussen “studeerde” of “heb gestudeerd”. Het gebruik van de Present
Perfect
geeft altijd iets onvoltooids aan, iets wat nog niet helemaal is afgerond,  iets wat nog steeds invloed heeft op het heden.

Deze week drie situaties waarin je de Past Simple (studied, dus) moet gebruiken en
volgende week vier situaties waarin je de Present Perfect (have studied, dus) moet
gebruiken. Nou ja, moet? Misschien is het beter om te zeggen: “waarin je de Past
Simple/Present Perfect
zou moeten gebruiken als je wilt zeggen wat je normaalgesproken over wilt brengen”.

De Past Simple wordt gebruikt om:

  • een voorzichtig inleidende, enigszins excuserende, vraag te stellen: I thought you might like some help with… of: I wondered if you are available this morning to…. Te vergelijken met het Nederlandse “Ik was op zoek naar meneer Jansen” of “Ik vroeg me af of…”.
  •  een gewoonte in het verleden aan te geven: Every night we went out for dinner and ate in a different restaurant.

Prima, dat is allemaal redelijk in dezelfde lijn als in het Nederlands, en weinig mensen zullen hier daarom fouten in maken. De derde wordt een stuk lastiger: de Past Simple wordt óók gebruikt om

  • aan te geven dat een actie in het verleden is gebeurd en is afgesloten. We weten
    wanneer iets is gebeurd (en eventueel kan de tijd wanneer dat is gebeurd worden aangegeven), maar dat was dan dat. Oftewel: I studied in Utrecht (evt. met de
    toevoeging:) years ago (of) in 2002. Het is niet fout om te zeggen: I have studied in Utrecht, maar dat betekent dat je nog steeds aan het studeren ben, maar nu in bijv. Groningen of waar dan ook.

Waarom dit lastiger is, is omdat het Nederlands (en alle andere Europese talen) dit
“aspect” niet kennen. Een vraag die we namelijk vaak krijgen, is: “Oh ja? Waarom staat er dan op onze website: Our lawyers have worked on cases on cases like…. Moet dat dan niet zijn: Our lawyers worked on cases like….? Dat hebben ze namelijk in het verleden wel gedaan, en die zaken zijn afgesloten en klaar”?

Klopt, maar het antwoord hierop is óók dat juist het gebruik van de Present Perfect (= have worked) de native speaker Engels het idee geeft dat het kantoor nog steeds bezig is met die zaken, dat de kennis en vaardigheden opgedaan met die oude zaken doorwerken in het heden. De Past Simple (= worked) zou je indruk kunnen geven dat het kantoor is
opgeheven, failliet is, gefuseerd, enz, maar in ieder geval niet meer bestaat. De Past Simple geeft het idee van klaar, afgelopen, uit. De Present Perfect geeft het idee van een betekenisvol verleden en daarom klinkt het “dynamischer”. Maar daarover volgende week meer.

Grammatica betekent iets. Meer in het Engels dan in het Nederlands.

What’s in a word? (27)

Het common law-rechtssysteem (dat in de VS en Engeland, dus) hecht grote waarde aan woorden. Meer dan een civil law-systeem. Het punt is dan wel om goed in beeld te hebben wat bepaalde woorden dan wel of niet betekenen. Neem nu het woord money waar het Supreme Court in de VS zich afgelopen week weer eens mee bezig hield.

De Railroad Retirement Act uit 1937 bepaalt op welk gedeelte van het spoormede-
werkerssalaris welke belasting betaald moest worden. De wet definieerde salaris
(compensation) als zijnde: any form of money remuneration. De Amerikaans treinmannen en –vrouwen krijgen de laatste jaren echter ook uitbetaald in aandelen (stocks). De vraag dus was of die aandelen ook als inkomen moesten worden belast. Na een hoop getouwtrek kwamen de rechtbanken in den lande er niet uit en moest het Supreme Court hierover buigen.

Dat viel nog niet mee en het resultaat was een 5 tegen 4 beslissing (hier te lezen: Wisconsin Central v. United States), ofwel a divided U.S. Supreme Court decision. Opperrechter Neil Gorscuch, één van vijf uit het winnende kamp schreef: “Stock isn’t money, stock is stock”. (Over Gorscuch en zijn gewoonte om samentrekkingen – isn’t ipv. is not– te gebruiken, hebben we het vorig jaar ook al gehad, en hier doet hij het weer…).

Zijn belangrijkste argument was dat in de tijd dat de wet door het Congres werd aangenomen, money werd gezien als munten en bankbiljetten, dit alles volgens de
woordenboeken uit die tijd (Webster’s New International Dictionary van 1942, Oxford
English Dictionary van 1933 en Black’s Law Dictionary 1200 van 1933). Daarnaast
behandelt de Amerikaanse belastingdienst via de Internal Revenue Code uit 1939 aandelen en geld op een verschillende manier. Het aannemen van de Railroad Retirement Act in 1937 derhalve, requires respect, not disregard.

Natuurlijk voerde het verliezende team onder leiding van opperrechter Stephen Breyer aan dat zij dit maar een vreeemde war of 1930’s dictionaries vonden, dat zelfs die jaren ’30
woordenboeken aangaven dat a medium of exchange niet de enige betekenis was van money en dat de betekenis van money door de jaren heen is veranderd: “Nothing in the statue suggests the meaning of this provision should be trapped in a monetary time warp, forever limited to those forms of money commonly used in the 1930’s”. Tevergeefs allemaal, dus.

Had Breyer (en met hem Ginsburg, Sotomayer en Kagan) maar iets meer geweten over de beslissingen van hun Britse tegenhangers. In 1942 schafte het Britse High Court of Justice bij monde van Lord Atkin, in de zaak Perrin v. Morgan, the strict sense of the word money namelijk al af. Emily Morgan stierf met een bezit van £33.000. In haar (zelfgeschreven) testament stond dat ze al haar geld wilde nalaten aan haar nabestaanden. Jammer voor haar
nabestaanden, want ze had slechts £1000 in haar portemonnee, de rest zat in aandelen. (Meer hierover valt te lezen in The Judicial House of Lords 1876-2009, Oxford University Press, 2009, blz. 148).

Deze strict-sense-of-the word-doctrine bestond al sinds 1725 toen een Engelse rechtbank besloot dat money alleen het contante geld en het geld op een bankrekening betrof, en heeft geleid tot vele tientallen rechtszaken. Totdat Lord Atkin en zijn mede-opperrechters het genoeg vonden dus. Deze zaak is zó bekend dat die nog onlangs werd gebruikt op de website van een Britse online testamentenaanbieder.

Pecunia non olet. Geld stinkt niet. Maar het zou wel handig zijn als we wisten wat ‘geld’ eigenlijk betekende.

(Met dank aan The National Law Journal en Marcia Coyle).

What’s in a word? (26)

In de serie “nooit-te-gebruiken-woorden” deze week: notwithstanding. Hoewel niet eens een juridisch-technisch woord, had een hoofdredactioneel stuk uit de Times van 30
november 1990 waarin van leer getrokken wordt tegen het zgn. Legalese, zelfs als titel: “Notwithstanding…” Er zijn zowel stilistische als inhoudelijke bezwaren tegen
notwithstanding. Bovendien zijn er genoeg woorden die gebruikt kunnen worden ipv.
notwithstanding.

Notwithstanding is een mooi staaltje neplatijn: een directe Engels vertaling van het Latijnse non obstante. Het Latijnse werkwoord obsto betekent zo veel als of ‘in de weg staan’, of ‘tegenwerken’. Het Engelse withstand betekent ook ‘iemand het recht op het bezit van iets verbieden’. Non obstante is géén klassiek Latijn; pas in 1226 is het woord voor het eerst gezien. Vanaf 1250 kwam het woord zo vaak voor in Engelse wetten dat het vanzelf een Term of Art werd. Engelse koningen echter misbruikten dit woord echter zó vaak om beslissing van het parlement te omzeilen dat na de revolutie van 1688 de Bill of Rights een einde maakte aan de juridische lading van non obstante, ofwel notwithstanding. De
Engelse vertaling notwithstanding werd sinds 1380 gebruikt, en volgens David Mellinkoff  in The Language of the Law: It was not a law word to start with, but the law later picked it up and kept it.

De, op z’n zachtst gezegd, verwarrende oorsprong en toepassing van notwithstanding heeft ervoor gezorgd dat het woord (in het Engels, tenminste) maar in liefst drie grammaticale categorieën valt. Het is tegelijkertijd een voorzetsel (Notwithstanding a brilliant defense, he was found guilty), een voegwoord (he may do so, notwithstanding he has failed to comply with ths section) én het kan zelfs optreden als een bijwoord (He doesn’t want me there, but I’m going, notwithstanding).

Dit verwart de lezer. Zonder dat lezers zich daar bewust van zijn, verwachten lezers nou eenmaal op min of meer vaste plaatsen in een zin een voorzetsel, een voegwoord of een
bijwoord. En als hetzelfde woord meerdere functies kan hebben, moet een lezer na gaan denken welke functie dat bepaalde woord op die bepaalde plaats heeft. Liever niet
gebruiken dus…

Die verwarring kan ook juridische gevolgen hebben, of zoals Bryan Garner schrijft: What doesn’t withstand what else? Neem de zin uit een contract: Notwithstanding the limitations in § 48, Bancroft may take possession on Monday. Zijn de limitations of § 48
“notwithstanding”
(ofwel: ondergeschikt aan) Bancroft takes possession on Monday? Of is het geheel ondergeschikt aan § 48 (ofwel: Bancroft takes possession alleen als § 48 dat
toestaat? Omdat het eerste de bedoeling is, menen sommigen dat notwithstanding aan het eind van de zin moet komen te staan: The limitations in § 48 notwithstanding, Bancroft may take possession on Monday. Beter zou zijn om notwithstanding weg te laten en te schrijven: Bancroft may take possession on Monday; the limitations in § 48 will not apply. En
verwarring is soms aanleiding genoeg om een rechtszaak te beginnen. Liever niet
gebruiken dus…

De onvolprezen Word and Phrases Guide van 2016  van de Australische overheid zegt over notwithstanding simpleweg: Never use. Adams schrijft in zijn A Manuel of Style for Contract Drafting: There are good reasons not to use notwithstanding. Al was het alleen maar omdat een contract gelezen kan worden zonder het woordje notwithstanding op te merken. In het meest extreme geval zou je kunnen tegenkomen: Notwithstanding anything to the contrary contained herein… wat zo veel betekent als “Vergeet alles wat je tot nu toe hebt
doorgeploegd, hier komt het belangrijkste gedeelte…” Verspilde tijd, liever niet gebruiken dus…

Nog verder afgezien dat notwithstanding een van die veellettergrepige woordjes is die zo karakteristiek zijn voor lawyer-speak, en er talloze stilistische bezwaren tegen zijn aan te voeren, bestaan er gewoon heel veel simpele synoniemen: probeer eens (als voorzetsel): despite, in spite of, regardless of (als bijwoord): yet, nevertheless however, though,
nonetheless
, of (als voegwoord) in spite of the fact that, although?

Niettegenstaande al het bovenstaande, ga gerust verder met notwithstanding te gebruiken.