English in Mediation (6)

English in Commercial Mediation – 2 april, Utrecht

Op 2 april 2019 organiseert de NVvMA in samenwerking met Branch Out de workshop
English in Commercial Mediation. Deze workshop combineert technieken en vaardigheden op het gebied van commercial mediation met feedback op het gebruik van de Engelse taal, zowel mondeling als schriftelijk.

“Taal” is natuurlijk een uiterst belangrijk instrument in mediation; meer dan in het
“gangbare” juridische verkeer, hangt het succes van mediation af van het scheppen van een sfeer van wederzijds vertrouwen. Een goede taalbeheersing is noodzakelijk om
potentieel emotionele situaties te herkennen (en, waar dienstig, te vermijden), om partijen inzicht te geven in elkaars standpunten, zorgen en wensen, en om te komen tot een
oplossing van het conflict. In steeds meer mediations wordt de Engelse taal gebruikt. En hoewel Nederlanders over het algemeen behoorlijk goed Engels spreken, staan ze óók
bekend om hun “directheid”, hun lack of empathy, of minder vriendelijk gezegd: hun “botheid” of “onbeleefdheid”.

In rollenspelen behandelt English in Commercial Mediation interventies in de Engelse taal, zoals active listening, summarising, open-ended questions, reframing, cross-cultural
considerations, het belang van conditionals
, etc.  Ook zal er even worden stilgestaan bij de meest in het oog vallende valkuilen waar Nederlandse schrijvers van Engelstalige
e-mailberichten en mediationverslagen vaak in vallen.

English in Commercial Mediation wordt verzorgd door Jacques Joubert, een accredited
mediator
met meer dan 20 jaar ervaring in mediation en arbitration in Zuid-Afrika. Het
Engels wordt onder de loep genomen door Nicola Courtney (Branch Out) die al meer dan 15 jaar trainingen Legal English verzorgt voor internationale law firms. Op deze manier
garandeert Branch Out een optimale mix van taal- en mediationtraining.

English in Commercial Mediation:

Datum/tijd: Dinsdag 2 april 2019, 09.30-17.00 uur
Locatie: De Rechtbank, Utrecht
Opleidingspunten: 8 punten i.h.k.v. (naar keuze:) de Permanente Opleiding Nederlandse Orde van Advocaten óf Permanente Educatie Mediatorsfederatie Nederland
Kosten: € 425,- p.p. (excl. BTW, incl. lunch en trainingsmaterialen)
Website: https://www.branch-out.eu/branch-out-legal/
Aanmelden: p.peek@branch-out.eu

 

What’s in a language? (36)

Over het algemeen wordt aangenomen dat “taal” een afspiegeling is van de samenleving waarin die taal wordt gesproken. Een aanzet tot taalverandering, opdat “taal” zo meer in lijn komt met een verandering in de samenleving, wordt daarom vaak met redelijke
welwillendheid ontvangen.

Zo ook de oproep afgelopen week van de advocaten Jebbink en Van Zijl van het
advocatenkantoor Jebbink Soeteman waarin zij de Hoge Raad aansporen om in de rechtspraak voortaan vrouw-inclusieve taal te gebruiken (hier te lezen). Beide advocaten vinden in hun brief aan de Hoge Raad dat bijvoorbeeld dat het weglaten van vrouwelijke verwijs-
woorden de maatschappelijke werkelijkheid miskent omdat het percentage vrouwen
binnen de strafrechtpraktijk blijft toenemen.

De reactie van de Hoge Raad was precies zo: “redelijk welwillend” (lees hier). En wat kan je anders, eigenlijk? Want hoe graag je het ook wilt, 1-2-3 is dat allemaal nog niet voor elkaar gebokst, natuurlijk.

Je kan nu wel zeggen, zoals Jebbink en Van Zijl doen, dat het Europees hof van de rechten van de mens consequent he or she gebruikt als er naar een getuige wordt verwezen, maar dat is dan in het Engels. Het Engels overigens, dat ook geen timmermannen, geen zee-
mannen, geen groentenmannen en geen brandweermannen kent. Daar zijn het carpenters, sailors, greengrocers en firefighters. Wow! Lekker makkelijk, zou je, als
taalinclusiviteitsvoorstander, kunnen zeggen… “Het in de taal laten verdwijnen van vrouwen” (dixit Jebbink en Van Zijl) is in het Engels op dat gebied dus een stuk  moeilijker.

“Wow! Lekker makkelijk”, zeggen de Fransen en de Spanjaarden ongetwijfeld ook als ze de Nederlandse taal bekijken. In Frankrijk en Spanje (o.a.) hebben ze namelijk ook nog eens te maken met verschillende verbuigingen van werkwoorden,  betrekkelijke voornaam-
woorden en bijvoeglijke naamwoorden. Dán wordt het Franse en Spaanse equivalent van al dat ge-he or she weer een stuk bewerkelijker.

Daarnaast, het loutere feit dat woorden in het Frans of Spaans een mannelijk of vrouwelijk geslacht hébben, zorgt al voor geslachtsneutrale pijnpuntjes. In het Nederlands hebben woorden óók een geslacht (en verwijs je naar die woorden door “haar” en “zijn” te
gebruiken),  maar dan moet je heel wat woordenboekenwerk doen om dit correct te
gebruiken. In het boven aangehaalde Rechtspraak.nl berichtje staat overigens, (bedoeld of onbedoeld??): “In hun berichten roepen zij de Hoge Raad op in zijn rechtspraak voortaan vrouw-inclusieve taal te gebruiken” (mijn cursivering).  Tsja…

En om nog een stapje verder te gaan: Duitsers omschrijven een brug (vrouwelijk in het Duits: die Brücke) als ‘mooi’, ‘elegant’, ‘slank’, ‘fragiel’, ‘gracieus’, ‘sierlijk’, etc. In het Spaans is diezelfde brug mannelijk: el puente; Spanjaarden beschrijven een brug als ‘groot’, ‘gevaarlijk’, ‘lang’, ‘sterk’, ‘robuust’ (lees hier verder). En dat is heus niet omdat Duitse bruggen “vrouwelijker” zijn dan Spaanse. Het Fins, het Turks, het Chinees en het Swahili zijn talen zonder grammaticaal geslacht. Is dat een afspiegeling van de geslachtsinclusieve Finse, Turkse etc. samenleving?

Natuurlijk zijn pogingen om “de” taal inclusiever te maken lovenswaardig. De grote
advocatenkantoren (waaronder Houthoff) hebben stijlgidsen waarin die pogingen ook
inderdaad worden ondernomen. Of lees anders hier een aantal tips hoe je dat in het Engels kan bewerkstelligen.

Taal verandert nu eenmaal, maar of een taal (het Nederlands, of welke taal dan ook) ooit zo ver komt dat iedereen zich op een gelijke manier bejegend voelt, valt zeer te betwijfelen. Tenzij we met z’n allen overgaan op het Yoruba, een totaal geslachtloze taal .

Maar in het Yoruba hebben ze vast wel weer andere manieren om ergens onderscheid tussen te maken. Daar is “taal” nu eenmaal voor…

Clarity (26)

Zoals u waarschijnlijk weet, is op 1 januari 2019 de Netherlands Commercial Court (NCC) van start gegaan. De NCC behandelt zaken standaard in het Engels en doet in het Engels uitspraak. De mogelijkheid om bij de NCC in het Engels te procederen betekent dat
bewerkelijke vertalingen niet meer nodig zijn. Naast het kostenvoordeel leidt dit ook tot meer efficiëntie, duidelijkheid en transparantie. “Bij de NCC werken rechters, raadsheren en juridische medewerkers uit heel Nederland die specifieke deskundigheid en ervaring hebben en bovendien het Engels goed beheersen”, zo zegt de website van De Rechtspraak.

Dat hopen we dan maar. Het kán namelijk ook anders lopen, zoals een reeks rechtszaken in Georgië onlangs aantoonde. In april 2015 ontstond in de Georgische stad Batoemi een geschil tussen twee bedrijven over de volgende zin in een (voorlopig) contract: If within 30 (thirty) days since the beginning of […] negotiations the Purchaser and the Supplier have not managed to settle the dispute, either of the party is able to apply for the arbitration of law to the International Chamber of Commerce (ICC) to resolve the dispute. The arbitration will take place in Tbilisi, Georgia, the language will be English and will be subject to the ICC
regulations.
Allemaal duidelijk volgens de regels van de ICC.

Geen probleem, zou je zeggen. Ware het niet dat de partijen er inderdaad niet uitkwamen en dat de plaatselijke rechtbank, de Batumi City Court, deze clausule uitlegde als slechts een referentie aan de ICC-arbitrageregels. De Batoemische rechtbank oordeelde dat dit
onvoldoende bewijs was van de wil van beide partijen en verklaarde het contract nietig.

De eiser was het hier niet mee eens, ging in beroep bij een hogere rechtbank in Koetaisi, de tweede stad van Georgië. De rechters daar waren iets beter op de hoogte van (met name) de betekenis van de woorden either of the party is able to en oordeelden in het voordeel van de eiser. Om diverse redenen (waaronder de vraag wie er op moest draaien voor de kosten) namen beide partijen het vervolgens naar de Georgische Hoge Raad.

Pas kort geleden kwamen de Georgische opperrechters dan toch eindelijk tot een
uitspraak: the agreement, pursuant to which either party is entitled to refer the dispute to
arbitration, means that the arbitration agreement grants a right to either party to commence arbitration; however, if such right is exercised by either one of the parties, then both parties are obliged to submit to arbitration […]
. De Hoge Raad ging verder met: If the term of the contract gives more than one possibility of interpretation, it is generally reasonable to apply the interpretation which corresponds to the essence of the agreement; therefore, in the present case, the word ‘is able’ should be interpreted in such a way, that if such choice is
exercised, the parties are obliged to refer the dispute to arbitration under the Rules of
arbitration of the International Chamber of Commerce (ICC).

Zo zie je maar weer… je kan alles nog zo goed hebben geregeld (ICC-regels en alles), maar voor je het weet ben je vier jaar verder door een enigszins afwijkende interpretatie van to be able to. Ik zeg natuurlijk niet dat iets dergelijks ook bij de nieuwe Netherlands
Commercial Court
in Amsterdam staat te gebeuren. Dat is zelfs behoorlijk onwaarschijnlijk, maar de kans op begripsverwarring is natuurlijk wel groter als je een andere taal toelaat. Vraag dat maar aan de Georgiërs…

Overigens schijnt het buitenspel zetten van ICC-regels speciaal in de Russische Federatie vaker voor te komen. Lees het artikel van Yadykin en Rubin van Freshfields Bruckhaus
Deringer, die hun artikel besluiten met: This requires very accurate drafting to avoid
creating arbitration clauses that might be deemed “pathological”
. En zo is het maar net!

(Met dank aan Suzanne Landheer, Houthoff)

Correctness (25)

Vandaag een aantal makkelijk te verwisselen woorden. Tenminste… áls je ze verwisselt, dan is het gewoon fout. Onderstaande easily confused words komen wij bijna altijd tegen in de schrijftaken van deelnemers aan onze Legal English Writing Skills-trainingen. Het gaat hier om woorden waar ook de gemiddelde native-speaker Engels vaak de fout mee in gaat, want net zo als Nederlanders die in het Nederlands schrijven, maken de Engelstaligen natuurlijk ook gewoon schrijffouten als zij in hun moerstaal schrijven. Bovendien gaat het hier niet over spelling, dus een eventueel door u gebruikte spelchecker zal ze niet of nauwelijks opmerken.

Which of That?
Veel Nederlanders gebruiken which of that naar eigen believen. Hoogstwaarschijnlijk omdat ze denken dat which de vertaling is van “welke”. We hebben het hier niet over het vraagwoord (als in Which book is yours?) maar over het betrekkelijke voornaamwoord als in The law firm, which has its headquarters in Amsterdam, will declare bankruptcy. Het is mij een raadsel waarom je in het Nederlands hier “welke” voor zou gebruiken, behalve dan dat dit ‘mooi’, ‘formeel’ en ‘klassiek’ (of ook: ‘pompeus’, ‘hoogdravend’ en ‘ouderwets’) overkomt, maar het kán wel…

In het Engels echter is er een belangrijk verschil: Which is niet-restrictief. Dat betekent dat het extra informatie geeft die echter niet essentieel is voor de betekenis van een zin. That is juist restrictief en geeft essentiële informatie. In de bovenstaande which-zin is er maar één failliet advocatenkantoor en dat heeft z’n hoofdkantoor toevallig in Amsterdam. In de zin The law firm that has its headquarters in Amsterdam will declare bankruptcy gaat het om meerdere kantoren, maar het kantoor met het hoofdkantoor in Amsterdam is het haasje. Nogal een verschil, dus!

Wat dan weer wel mooi meegenomen is, is dat de That-zinnen geen komma’s hebben, en de Which-zinnen juist wel. Een prachtig voorbeeld van betekenisdragende interpunctie.

Advise/Advice/Advize
Advise met een S is het werkwoord, dus “adviseren”. Advice met een C is het zelfstandig naamwoord, dus “advies”. Met andere woorden: My firm adviSes all sorts of clients en My firm gives good adviCe. Advize met een Z bestaat gewoon niet. Sommigen zeggen dat dit de Amerikaanse spelling is, maar dat is gewoon onzin. Wat niet helpt, is dat Advize bijzonder vaak opduikt in namen van Nederlandse bedrijven… google het maar eens en je zult het zien. Een typisch Nederlands verzinsel.

Then of Than?
Een beetje lastig voor Nederlanders: “Ik ben groter dan jij”, “En dan gaan we naar…”. Dezelfde “dan”. In het Engels echter: than bij een vergelijking (I am bigger than you) en then als het bijwoord van tijd (And then we go to…). Eén gelukje: als je spreekt (ipv. schrijft), maakt het niet veel uit…

Amount of Number?
Amount kan je niet tellen. Number wel. Denk aan: A smaller number of glasses can hold a smaller amount of milk.

Less of Fewer?
Ook hier weer het “telprincipe”: Less gebruik je met dingen die je niet kan tellen. Fewer kan je wél tellen.  Of, om bovenstaande voorbeeldzin verder te gebruiken: Fewer glasses hold less milk. Wat niet helpt, is dat je in Brits-Amerikaanse winkels dan weer vaak ziet staan: 10 items or less, wat natuurlijk 10 items or fewer zou moeten zijn.

Any of Some?
Any gebruik je in vragende en negatieve zinnen, en some wordt gebruikt in bevestigende zinnen. Dus: Do you have any money? (vragend). No, I don’t have any (negatief) of anders: Yes, I have some (bevestigend).

Plain English (21)

Plompverloren propageren wij op deze plaats iedere keer maar weer dat het gebruik van Plain English (het equivalent van Helder Nederlands) goed is voor een beter (publieks)
begrip van allerhande juridische beslommeringen. En zoals wij keer op keer op deze plaats
schrijven, laten veel (Engelse, Amerikaanse, Australische enz.) rechters in hun vonnissen de (on)begrijpelijkheid van al te juridisch taalgebruik dan ook vaak zwaar meetellen. Maar niet alles is rozengeur en maneschijn in Plain English-land. Twee voorbeelden.

Slapende op de bank bij zijn grootouders in het Canadese Brits-Columbia raakte in 2012 de 15-jarige Matthew Araujo zwaargewond door een brandbom die in het huis van zijn grootouders werd gegooid. Prompt klaagde hij zijn grootouders aan op grond van bodily
injury on the ground of neglicence
; zijn grootouders hadden hem niet verteld dat een soortgelijke aanval de week daarvoor ook al was gebeurd. De grootouders haalden er de
verzekeringspolis bij waarin stond: We do not insure claims made against you arising from bodily injury to you or to any person residing in your household other that a residence
employee
(mijn onderstreping). De definitie-pagina van de polis vermeldt onder You/Your: … means the person(s) named as Insured on the Coverage Summary Page and, while living in the same household: his or her spouse, the relatives of either and any person under 21 in their care.

Naast de twee brandbommen in het Araujo-huishouden ontbrandde een juridische strijd (vastgelegd in Royal & Sun Alliance Insurance v. Araujo 2010 BCSC 1203) Hun polis was juist vóór het incident “herschreven” in Plain English. Het voornaamste struikelblok daarin bleken de woorden you en your: “You” is confusing. It can refer to each insured making the claim or any insured under the policy. I appreciate the objective of “plain language”
contracts but the use of pronouns such as “you” and “your” are inherently ambiguous and the application of a definition that uses them invites ambiguity where the court is asked to
interpret which “you” is being referred to in each context. In this Policy, I consider the use of the definition of “you” and “your” in the exclusion clause to be ambiguous,
zo schreef de rechter in haar vonnis. Beter was het geweest als de oorspronkelijke “Named insured” en “Unnamed insured” waren blijven staan.

En ook in Canada bestaat de zgn. “contra proferentem doctrine”, een rechtsbeginsel dat stelt dat een onduidelijke bepaling in een overeenkomst uitgelegd moet worden in het nadeel van de opsteller.

Hoe het nu met de familiaire relaties bij de Araujos is gesteld is, weet ik niet, maar een
andere familie, de familie Graham, dacht dat ze een goede kans hadden met de Plain
English
vertaling van hun huizenverzekering toen hun huis in mei 1980 in een modderstroom verdween. Ongelukkigerwijs vermeldde de polis van hun verzekerings-
maatschappij, de Public Employees Mutual Insurance Company (PIMCO)  vóór 1 maart van hetzelfde jaar: This policy does not insure against loss: 1.(…) 2. caused by, resulting from, contributed to or aggravated by any earth movement, including but not limited to earthquake, volcanic eruption, landslide, mudflow, earth sinking, rising or shifting; unless loss by fire, explosion or breakage of glass.Onder druk van de Plain English-movement luidde de clausule ná 1 maart van hetzelfde jaar echter We do not cover loss resulting directly or indirectly from: 1. (…) 2. Earth Movement. Direct loss by fire, explosion, theft, or breakage of glass or safety glazing materials resulting from earth movement is covered. 2½ maand later barst de nabijgelegen vulkaan Mount St. Helens uit…

Was Mount St. Helens een half jaartje eerder uitgebarsten, dan was het een uitgemaakte zaak geweest: vergeet de verzekeringsuitkering. Maar met het weglaten van de (mogelijke) voorbeelden als including but not limited to earthquake, volcanic eruption, landslide,
mudflow, earth sinking, rising or shifting
dachten de Grahams hun kans schoon te zien. Hier na te lezen.

Misschien komen we hier later nog wel eens op terug (het woord explosion in die polis bijv. biedt ook een interessante kijk op dingen), maar met simpelweg verPlainEnglishen van wetten en contracten zijn we er dus nog lang niet. Je moet er altijd voor zorgen dat de
bedoelde juridische implicaties behouden blijven!!

Conciseness (10)

Werkwoorden heten niet voor niets werkwoorden; ze werken hard voor je. Sterker nog, het zijn de hardst werkende woorden van een taal. Werkwoorden worden verbogen en kunnen (afhankelijk van de taal) verschillende tijden aangeven (verleden, heden, toekomst en allerlei tussenvormen) (zie in het Engels bijv. het verschil tussen was en have been, broke en has broken, zie de link hieronder).; werkwoorden kunnen het verschil aangeven tussen een, twee of meer personen;  werkwoorden kunnen het geslacht van  personen aangeven; werkwoorden kunnen beleefdheid en eerbied aangeven; werkwoorden kunnen
bedoelingen aangeven (bevelend, aanmoedigend, vragend, etc.). Je kunt het eigenlijk zo gek niet bedenken of het werkwoord (met al z’n mogelijke vervoegingen etc.) kan het.

Daarom ook zijn werkwoorden misschien wel het lastigste om te leren. En al helemaal als bepaalde aspecten helemaal niet in je eigen taal voorkomen; het Engels bijv. maakt onderscheid tussen iets wat in het verleden is gebeurd en iets wat in het verleden is gebeurd maar nog steeds effect heeft op het heden. Het Nederlands niet (meer).

Eén van de mooiste dingen die werkwoorden doen, is “taal” compacter en kernachtiger maken. Zéker in Westerse talen als het Engels en het Nederlands.  Omdat ze zo hard voor je werken is het daarom een raadsel waarom ze niet veel vaker worden gebruikt. Hieronder geef ik een aantal voorbeelden die recentelijk door deelnemers aan onze Legal English Writing Skills-trainingen zijn gegeven, samen met een suggestie hoe het ook bondiger kan.

  • We would like to ask the Council for advice in relation to the proposed
    resolutions
    . Waarom niet: We would like to ask the Council for advice regarding the proposed resolution.
  • It is my assumption that you… Waarom niet: I assume that you…
  • The notary has to make sure that the deed meets… Waaarom niet: The notary must ensure that the deed meets…(overigens, ondanks een klein nuanceverschil tussen must en have to wordt in formele teksten bijna altijd must gebruikt ipv. have to)
  • As a lawyer, my main responsibility is to give advice to clients and… Waarom niet: As a lawyer, my main responsibility is to advise to clients (overigens, let op: adviseren = to advise, het advies = the advice)
  • An issuer is under the obligation to disclose inside information… Waarom niet: An
    issuer is obliged to disclose inside information…
  • …based on the sum of the profit enjoyed by a liable party as a consequence of a breach. Waarom niet: …based on the sum of the profit enjoyed by a liable party due to a breach (okay… niet een werkwoord…)
  • Under current law, it is possible for shares to have both a right… Waarom niet: Under current law, shares can have both a right…
  • With regards to the consequences… Concerning the consequences….
  • Yesterday, my client had a meeting with Mr Van Vliet. Waarom niet: Yesterday, my client met (with) Mr Van Vliet
  • The residents are in opposition of the proposed closure. Waarom niet: The residents oppose the proposed closure
  • This gives the indication that… Waarom niet: This indicates that…
  • The judge will take in consideration what is reasonable and fair. Waarom niet: The judge will consider what is reasonable and fair

Begrijp me niet verkeerd… De eerste zinnen in bovenstaande voorbeelden zijn niet per se fout. Het is gewoon algemeen gebruikt “normaal” Engels. En van al die voorbeelden zijn ook vrij eenvoudig Nederlandse equivalenten te vinden (“tot de conclusie komen” is gewoon: “concluderen”, “een besluit nemen” is gewoon “besluiten”, “een advies geven” is  gewoon “adviseren”, “in de veronderstelling zijn” is “veronderstellen” en ga zo nog maar even verder).

Een beter gebruik van werkwoorden, echter, maakt je tekst korter, krachtiger, compacter, minder rommelig, frisser, strakker en duidelijker. Een bijkomend voordeel is ook nog eens dat je, als niet-Engelstalige, waarschijnlijk minder fouten maakt als je meer aan
werkwoorden overlaat. Laat ze maar voor je werken, die werkwoorden. Ze zijn er gék op!

It’s the verb, stupid!

What’s in a language? (35)

De president van ónze Hoge Raad, Maarten Feteris, is een groot voorstander van Helder, Klaar, Begrijpelijk, (etc. etc.) Nederlands. Dat doet hij door de werking van de Hoge Raad in “toegankelijk” (wéér een omschrijving…) Nederlands  uit te leggen en door “Normaal”
(enfin…) Nederlands te propageren
in rechtszalen. (De link naar de blog is helaas
verdwenen).  Maar hij blijft de spreekwoordelijke woestijnroeper.

Heel anders gaat dat bij de Hoge Raad in de Verenigde Staten (daar Supreme Court geheten). We hebben hier al veel vaker geschreven dat “taal” een veel grotere rol speelt in Common Law-stelsels dan in Civil Law-systemen. Kort en goed is de ‘letter van de wet’ (en dus ook van het contract, de overeenkomst etc.) in Engelstalige landen (niet geheel
toevallig voornamelijk Common Law-landen) een stuk belangrijker dan de ‘geest van de wet’, zoals in Civil Law-landen als Nederland.  Een uitspraak als het Lindenbaum/Cohen-arrest, dat deze week zijn honderdjarige jubileum vierde, zou bijvoorbeeld in een Common Law-systeem totaal onbestaanbaar zijn.

Vandaar dat het taalgebruik van ’s lands hoogste rechters (de Justices) in de VS voortdurend onder het vergrootglas ligt. We schreven hier al eerder over het taalgebruik van Justice Antonin Scalia  en van de teruggetreden Justice Anthony Kennedy. Zelfs hoe de
verschillende opperrechters bepaalde woorden uitspreken kan van belang zijn!

Scalia (overleden) en Kennedy (teruggetreden) doen niet meer mee. In hun plaats zijn gekomen: Justices Neil Gorsuch en Brett Kavanaugh. Nieuw Supreme Court-bloed, nieuwe vergrootglazen.

De schrijfstijl van Neil Gorsuch in zijn eerste Legal Opinions is (voor velen) verrassend helder en down-to-earth. Hij gebruikt korte zinnen, vertelt een duidelijk opgebouwd
verhaal, schetst voor iedereen begrijpelijke achtergronden en gebruikt zelfs afkortingen als doesn’t en can’t in plaats van does not en can not! Ongehoord in Amerikaanse Supreme Court-kringen. Lees verder hier in de Connecticut Law Tribune. Aan de andere kant, zo schrijft Ross Guberman, de maker van BriefCatch (een online editing tool voor juridische teksten): For all his gifts, Gorsuch sometimes writes sentences with such unusual syntax that he sounds like he’s from another era—or another country. Zo valt hem de vaak allitererende zinnen van Gorsuch op: We’ve long stressed the significance of the statute’s sequencing.”

Over Brett Kavanaugh is Guberman iets minder te spreken: a bit dry, zo maakt hij op uit
Kavanaughs eerste Supreme Court-opinion. Daarnaast heeft Kavanaugh wat hem betreft een vreemde voorkeur om bijwoorden op ongebruikelijke plaatsen te zetten (zoals in an
arbitrator never may do
so in plaats van het meer normalere en meer begrijpelijke an
arbitrator may never do so
). NB: in het eerste geval ligt de nadruk op het “mogen” (may) in het tweede geval op het “doen” (do).

Over het algemeen echter is Guberman redelijk tevreden over de schrijfstijl van de nieuwe Justices. I am happy with the flow of their writing and their ‘punchiness’ They both use plenty of transitions, vary their sentences, and favor crisp, punchy words, is zijn voorlopige eindconclusie. Wilt u meer lezen en veel meer voorbeelden van hun schrijfstijl krijgen, klik dan hier voor de wedstrijd Gorsuch-Kavanaugh.

Het moet Nederlanders vreemd voorkomen, zo’n, bijna obsessieve, in-depth analysis van de persoonlijk schrijfstijl van de rechterlijke macht. Maar de aandacht daarvoor bewijst eens te meer dat “taal” (en daaronder schaar ik woorden, interpunctie, syntax, nauwkeurigheid, bondigheid, stijlvormen, register, tekstopbouw, uitspraak en wat ik weet ik wat nog niet allemaal meer) in de Anglo-Amerikaanse juridische wereld een veel grotere rol speelt dan in de Nederlandse.

Laten we hopen dat Maarten Feteris snel een vruchtbare oase vindt. Woestijnroepers hebben vaak meer te vertellen dan u denkt.

 

 

 

What’s in a word? (32)

Ik hoop dat u er in uw “echte” leven niet al te veel van hebt, van Valse Vrienden. In ‘taal’ echter komen deze zgn. ‘cognaten’ redelijk vaak voor. Valse Vrienden zijn woorden die in hun vorm op een woord uit een andere taal lijken, maar niet dezelfde betekenis hebben. (Hier al eens eerder over gehad). Bekende (Engels-Nederlandse) voorbeelden zijn de
(Engelse) woorden brutal, actual, administration, thus, die tot schrik van velen en tot
vermaak van anderen dus niét ‘brutaal’, ‘actueel’, ‘administratie’ en ‘dus’ betekenen. Voor nog veel meer False Friends: klik hier).

Het is daarom bijna onvermijdelijk dat False Friends ook in Legal English/juridisch
Nederlands voorkomen. Eén zo’n term is “een straf verbeuren” dat vaak (en zelfs in het veel gebruikte Juridisch-Economisch Lexicon) vertaald wordt als to forfeit a penalty. Wat is hier aan de hand?

Om de een of andere reden (juridisch taalgebruik? moeilijkdoenerij?) kom je het nog steeds tegen: als een veroordeelde partij niet aan het vonnis voldoet of een verbod overtreedt, dan kan de wederpartij de dwangsom opeisen. Dit noemen we dan “het
verbeuren van een dwangsom
”. Al sinds het jaar 1287 bestaat dit woord en worden er straffen “verbeurd”, ofwel “verliezen van iets als straf voor een misdaad” (oorspronkelijke betekenis). Dat verlies kan de vorm van een  geldelijke boete aannemen, maar steeds vaker werd dat een “in beslagname van goederen”, ofwel het “verbeurd verklaren” van dezelfde.

Als je dat in het Engels doet, dan heet “in beslag nemen/verbeurd verklaren”:  to forfeit, ofwel: to lose money, property or rights as a result of crime or other failure to satisfy a legal duty. De in beslagname zélf heet (natuurlijk): een forfeiture, ofwel: the loss of a right, claim, interest or item of property because you have not met your legal obligtions. En je kan van alles en nog wat in beslag nemen:  to forfeit your deposit, to forfeit your property, to forfeit your rights, to forfeit your assets. (Overigens, forfeit wordt uitgesproken als [FORfit], met de klemtoon op de eerste lettergreep).

Maar to forfeit your penalty? Ik denk dat een schuldenaar het met groot enthousiasme zal toejuichen als zijn schulden (vooruit, samen dan met z’n deposit, z’n property, z’n rights en z’n assets) in beslag worden genomen, dan is-ie daar in ieder geval van af…

Ik vermoed dat de verwarring is ontstaan door de woorden “verbeuren” en “verbeurd
verklaren”. In het Nederlands “verbeurt” een rechter een straf, een dwangsom, etc. door middel van een “verbeurd verklaring” van bepaalde goederen. In het Engels is het
verbeuren al de straf zelf.

Alles bij elkaar is dit een typisch voorbeeld van hoe Nederlands juridisch vocabulaire (en dan met name zgn. Terms of Art (ofwel: juridisch jargon, om maar even kort door de bocht te gaan, lees hier meer) zoals “verbeuren”, onbedoeld is ‘geëxporteerd’ in Engelstalige overeenkomsten

Intussen blijft die verwarring in stand omdat het vaak door u gebruikte Juridisch-Economisch Lexicon nog steeds to forfeit a penalty vermeldt. En als je verder probeert om to forfeit a penalty te googelen, kom je al snel terecht in het ook vaak door u gebruikte Linguee (klik hier). Daar staat toch écht een aantal keer het Engelse to forfeit a penalty. Hoe kan dat? Niet zo moeilijk… Linguee geeft altijd de bronteksten, en het veelzeggende in dit geval is, dat al die bronteksten Engelse vertalingen zijn van websites van Nederlandse bedrijven: Van Stokkum, Aceto, Topwindowcovering, Unit4, het Congresgebouw etc.

Een handige tip tot slot, derhalve: mocht u inderdaad vaak Linguee raadplegen voor de vertaling van het een of ander: controleer eerst even de brontaal. De kans is aanwezig dat die brontaal Nederlands is, en dat iedereen elkaar maar een beetje zit te kopiëren bij de vertaling naar het Engels, waardoor bepaalde fouten gewoon fouten blijven.

 

What’s in a word? (31)

Theresa May, een van de meest besproken politici de laatste tijd. En dan komt het mooi uit dat haar achternaam May is. Ongekende mogelijkheden voor de krantenkoppende Engelse pers, en dan met name de Daily Express, The Mirror en The Sun. Een korte bloemlezing: Theresa Mayday, Theresa Won’t, Theresa Dismay, Darth Mayder, Back May or Sack May, Theresa Maynot.

Als een achternaam te bewerkwoorden is, is het natuurlijk open season voor krantenkoppenmakers. Want dát may een werkwoord is, is natuurlijk wel duidelijk. Het is alleen een beetje een vreemd werkwoord dat hoort in het illustere rijtje van 15 zgn. defective verbs (kapotte werkwoorden?) waar ook bijv. de werkwoorden can, must en ought toe behoren (maar ook bijv. beware).

Defective verbs zijn werkwoorden zonder infinitief en zonder vervoegingen. Vrijwel alle
Engelse hupwerkwoorden zijn defective verbs, en misschien is deze handicap juist wel de reden waarom de juridische wereld zo in verwarring is voor wat betreft het gebruik van bijv. shall (hier al eerder over gehad, maar komen we binnenkort op terug) en may… het onderwerp van vandaag.

Onlangs kregen wij van een deelnemer aan een van onze trainingen de vraag of zij het
woord may niet beter zou kunnen vervangen door reserves the right to, zoals in: Company X hereby reserves the right to bring suits and claims for any and all causes of action arising from this Agreement zou “krachtiger” zijn en meer “juridische lading” hebben dan:
Company X may sue you for the things you do under this Agreement.

Om kort te zijn: may is beter. May is korter (en alles wat korter is, is beter) en may is het minst ambigu. Natuurlijk kan je may vervangen door reserves the right to, is entitled to, is authorized to, has the discretion to, is permitted to en wat weet ik nog niet meer, maar alle Legal Writing-experts hebben een sterke voorkeur voor may. Kenneth A. Adams schrijft in Legal Usage in Drafting Corporate Agreements (hier gratis te downloaden) dat dit allemaal circumlocution is (een omslachtige woordenvloed); to create discretionary authority, say ‘may’ (Reed Dickerson in The Fundamentals of Legal Drafting, lees een uitgebreide recensie hier) en ‘may’ means has discretion to, is permitted to (Bryan Garner in A Dictionary of
Modern Legal Usage
); en ga zo nog maar even door.

May heeft inderdaad nog een andere betekenis, namelijk die van: “mogelijk zullen/
mogelijk kunnen”. Het zinnetje bijv. The judge may dismiss kán betekenen dat de rechter has the authority to dismiss (zoals boven), maar óók dat de rechter possibly will (of might) dismiss. Ambiguïteit dus.

Dit mag allemaal wel waar zijn (en in alle schrijfsels BEHALVE contracten en overeen-
komsten komt dit ook voor), maar Adams zegt in het hierboven aangehaalde boek: You can
usually discern from context which meaning is intended.

En vind je het dan nog steeds “gevaarlijk” om may te gebruiken, zet dan gewoon in de definities in het eerste hoofdstuk van het contract: In this contract “may” means “is
authorized to”
. En zorg ervoor dat may alleen maar in die betekenis wordt gebruikt.

Voor wat betreft de veronderstelling dat reserves the right to (of welke bovenstaande
omslachtige woordenbrij dan ook) “krachtiger” is en “meer juridische lading heeft”: dat mag allemaal wel zo zijn, maar het gaat erom of iets een juridische lading heeft, en dus géén ‘emotionele’ lading. May is een uitstekend ‘juridisch’ woord.

En nu maar hopen dat de mevrouw die May als achternaam heeft, ook zo standvastig is…

(met dank aan Wayne Schiess)

What’s in a word? (30)

Oh, woordjes… En (nog erger:) de vertaling van woordjes. Neem nu de Nederlandse
vertaling van het Engelse to deny. Waarom juist dat woord? Omdat dat woord een
belangrijke rol speelt in de omstreden Nashville-verklaring (met of zonder verbindings-streepje, daar zijn we nog niet helemaal uit). Daar staat in 14 zgn. Articles in het Engelse
origineel
We affirm (… etc.) gevolgd door We deny (… etc.). De Nederlandse versie rept in evenveel zgn. Artikelen van “Wij bevestigen (… etc.)” gevolgd door “Wij ontkennen (… etc.)”.

Op de voorpagina van de Volkskrant van 8 januari schrijft Paulien Cornelisse al dat
“’ontkennen’ de simpelste vertaling is van to deny”. En gelijk heeft ze. Een korte rondgang langs de belangrijkste woordenboeken geeft ons als betekenis van to deny: to say that you did not do something that someone has accused you of doing én to not allow someone to have something (Macmillan), to declare untrue én to refuse to grant (Merriam-Webster), to state that one refuses to admit the truth or existence of én to refuse to give (something
requested or desired) to (someone)
(Oxford).

Met andere woorden: to deny betekent zowel “ontkennen” als “verwerpen, iemand iets ontzeggen”. Dat de schrijvers van de Nashville-verklaring eigenlijk het laatste (“verwerpen’, dus) willen zeggen, kan je lezen in de preamble waar staat: (…) we offer the following
affirmations and denials
. Hetgeen in het Nederlandse voorwoord is vertaald als: “Het is om die reden dat wij de volgende volgende betuigingen en ontkenningen aanbieden” (mijn
onderstreping). Waarom wordt in dit voorwoord affirmations vertaald als “betuigingen” terwijl alle artikelen met We affirm… (toch duidelijk het afgeleide werkwoord van
affirmation) beginnen, dat als “Wij bevestigen” is vertaald?

“Wij betuigen…” en “Wij ontzeggen…/Wij wijzen af…” was een stuk beter geweest en veel meer in lijn met het gedachtengoed van de schrijvers. Maar ook een stuk minder vriendelijk en wellicht meer open tot eventuele strafrechtelijke vervolging . Op deze manier framen de vertalers van de Nashville-verklaring het hele schrijfsel in een stuk positiever en
liefdevoller daglicht. Op deze manier ook, wordt het voor de heer Kees van der Staaij een stuk makkelijker om zijn handen in onschuld te wassen.

Het heeft er op het eerste gezicht niets mee te maken, maar afgelopen week las ik ook een blog van Jacobien van Dop en Jeroen Kiewiet op de website van het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging. Daarin stellen de schrijvers dat “door onduidelijk
woordgebruik van de wetgever de rechter soms wordt gedwongen tot het creëren van
ficties in zijn uitspraak”. Ik citeer: “Een fictie is per definitie in strijd met de werkelijkheid. Ficties in het recht vergroten daarmee de afstand van het recht tot die werkelijkheid”.

Met in het achterhoofd echter de ‘affirm/deny – bevestigen/ontkennen’-vertaling wil ik hier stellen dat “een fictie per definitie juíst de werkelijkheid ís”. Hoe, dat wil zeggen: met welke woorden (ontkennen? ontzeggen?) je die werkelijkheid vormgeeft, is een heel andere zaak.