Correctness (39)

(TaradaraDa) God save our gracious Queen! Zo begon tot voor kort het Britse volkslied. “Tot voor kort”, want het is nu (TaradaraDa) God save our gracious King. Maar wacht even… moet het niet zijn: God saveS our gracious King? Wat God is hier toch degene die iets doet? Nee, het werkwoord is geen zgn. indicatief, maar misschien wel het bekendste voorbeeld van de conjuctief of ook: de aanvoegende wijs (in het Engels: de Subjunctive).

Ik schreef hier al eerder (klik hier): de Subjunctive is een werkwoordsvorm die een wens, aanbeveling, toegeving, aanwijzing, suggestie, noodzakelijkheid of aansporing uitdrukt. In hedendaags Nederlands is het gebruik ervan goeddeels verdwenen. Bij ons blijft het
conjunctiefgebruik beperkt tot vaste uitdrukkingen (zoals: ’het ware beter als’, ‘kome wat komt’, ‘koste wat het kost’, ‘zo waarlijk helpe mij God’, ‘leve de koning!’, etc.). God save our gracious Queen/King is kort voor: We wish that God save our gracious Queen/King.

Die onbekendheid met de Subjunctive bij Nederlanders zorgt er waarschijnlijk ook voor dat wij zeer regelmatig (in door Nederlandse juristen in het Engels geschreven teksten) de fout tegenkomen van: I recommended him to pay his fine, en I suggested him to sign the
contract
. Of anders: The judge urged the defendant to stay seated. Allemaal veel te directe (en foutieve) vertalingen van “Ik raadde hem aan z’n boete te betalen”, “Ik stelde hem voor het contract te tekenen”, “De rechter drong aan te blijven te zitten”.   

Of (als je geen werkwoorden, maar daarvan afgeleide bijwoorden gebruikt) ook: It is
important that  a judge stays
(moet zijn: stay) impartial, It is vital that a lawyer is (moet zijn: be) obligated to maintain client conficentiality. It is advisable that your client appears (moet zijn: appear) up in court tomorrow.

Met andere woorden: gebruik bij de werkwoorden to advise, to ask, to demand, to
command, to demand, to desire, to insist, to propose, to recommend, to request, to suggest
en to urge of anders in de buurt van uitdrukkingen, zoals It is crucial, It is desirable, It is
essential, It is imperative. It is important, It is recommended
of It is urgent (om maar even de meest voorkomende gevallen te noemen) altijd that plus de Subjunctive. Dus: I recommended that he pay (en niet: payS) his fine, of I suggested that he sign (en niet: signS) the contract of anders: The judge urged that the defendant stay (en niet: stayS)  seated.

“Moet dat écht”? zult u zich misschien afvragen? “Nee hoor”, is het geruststellende
antwoord. De Subjunctive gebruik je alleen maar als je extra statig of voornaam over wil komen. Met de Subjunctive gebruik je een ongebruikelijke werkwoordsvorm om de aandacht te vestigen op iets buitengewoons. Je gebruikt een onverwachte werkwoordsvorm om de aandacht te vestigen op het feit dat je iets ongewoons zegt. Als je dat niét wil, dan kan je ook gewoon schrijven: My recommendation was that he pays his fine / His suggestion is that he signs the contract / My advice (let op: met een c!) to your client is that he appears in court tomorrow. Of anders: gebruik de -ing vorm van het werkwoord: I recommend paying the fine / I suggest signing the contract / I advise appearing in court tomorrow.

Dat doen (in het bijzonder) de Britten namelijk ook. De Subjunctive is namelijk tot chagrijn van de nog overgebleven “echte” Engelsen snel aan het verdwijnen in het Brits-Engels. Gek genoeg staat de Subjunctive echter in het Amerikaans-Engels nog fier overeind. Dus denk daaraan als u voornamelijk Amerikaanse cliënten heeft, die stellen het gebruik van de Subjunctive bijzonder op prijs.

Overigens is Amerikaans-Engels in het algemeen een stuk behoudender (en misschien ook wel: conservatiever) dan het Brits-Engels. Het is een beetje gissen naar de reden. Het kan zijn dat Amerikanen veel “trotser” zijn op hun taal en dat zij zich daarom graag houden aan allerlei spellings- en grammaticaregels. Bijna alle Legal Writing-experts zijn Amerikanen. En kijk bijvoorbeeld eens naar de overweldigende hoeveelheid Amerikaanse grammatica-boeken, stijlgidsen, handboeken en naslagwerken. Veel meer dan Britse. De Britten hebben ook geen enkele moeite om interpunctie in aanhef van correspondentie achter zich te laten terwijl Amerikanen zich daar hardnekkig aan vast blijven klampen (klik hier).  Britten zijn een stuk creatiever met hun taal en laten veel sneller nieuwe woorden en
uitdrukkingswijzen toe, óók uit andere talen.

Waarom dat zo is? Och, je zou er een koudegrondpsychologieverklaring op los kunnen laten. Die luidt als volgt: de VS laat mensen toe die allemaal Amerikanen willen worden en de taal (Engels) zo goed mogelijk willen leren spreken. De “nieuwe” bewoners in Engeland komen/kwamen veelal uit (oud)koloniën, zijn/waren dus in zekere zin al Britten en nemen/namen hun eigen vorm van de Engelse taal mee. Maar goed, dat is misschien een spoor van een schaduw van een verklaring…

(TaradaraDa) Moge deze blog u van nut zijn geweest (om maar eens een Nederlandse Subjunctive te gebruiken).

PS. Nog meer over de Subjunctive? Klik hier. 

Plain English (31)

We hebben het hier al vaak gehad over het juridische wantrouwen tegen het woord shall. (Zie voor een overzichtje hier). De ABC-landen (Australië, Groot-Brittannië en Canada) hebben al een tijdje geleden besloten om shall in juridische stukken maar helemaal in de ban te doen (lees hier) en Kenneth A. Adams beveelt in zijn gezaghebbende A Manual of Style for Contract Drafting aan om shall in Engelstalige contracten altijd te vervangen door must als het betekent: has an obligation to. En meer en meer Amerikaanse contract drafters volgen zijn voorbeeld.

Maar hoe zit het met zijn neefje should? Is dat dan een woord om has an obligation to uit te drukken? Bijna zeker van niet… In “gewoon” Engels heeft should de betekenis van
“behoren te” (ought to), een moreel of zelfs ethisch, soort “moeten”, of, inderdaad, “zou moeten”. (Precies, net zoals could de betekenis heeft van “zou kunnen”). En waarom zou je in juridische stukken, en al helemaal in contracten, antwoorden op moreel-ethische vraagstukken willen geven?

En dat is dan ook de reden waarom Engelstalige rechters vaak korte metten met should maken.  In Legal English betekent should daarom soms may: A requirement that
beneficiaries should allow land to devolve on their childeren […] meant that they had a choice whether to do so – ie. should means may, not must.
(Kanayson v Rasiah in een zaak over een testament). In Legal English betekent should daarom ook ought to: A
requirement that an order for spousal support should have certain aims meant “ought to, but not need to
(In re Santosuosso in een echtscheidingszaak). En ja, soms betekent in Legal English should ook must: A provision that an order for child report should recognise
certain matters means that the order must recognise these matters (Re Morrison-Pelletier,
een zaak over alimentatie). En hier zijn nog veel meer voorbeelden van te vinden.

Reden genoeg dus om, naast shall, ook maar beter should te vermijden in juridische
teksten, en al helemaal in contracten! In onze trainingen Drafting better contracts in English hebben we gemerkt dat Nederlandse juristen die zich van het Engels bedienen, een
merkwaardige voorliefde hebben voor should. Het lijkt erop dat Nederlanders menen dat should eigenlijk een veel dwingender betekenis heeft dan must.  Met een beetje
koudegrondpsychologie kan je misschien redeneren dat het een soort excuuswoordje is geworden; iets van “zo zouden de dingen eigenlijk moeten zijn, en dat zou iedereen
eigenlijk moeten weten, maar om maar vooral niet streng en dwingend over te komen
gebruiken we maar should”.  Of anders denken ze dat dat allemaal voor een Nederlandse rechtbank wel weer in orde zal komen omdat een rechter toch wel bepaalt wat er fair en billijk is.

Waarom anders komen we in contracten vaak bepalingen tegen als: (1) This Shareholders Agreement is not intended and should not be deemed to be the Shareholders Agreement as defined in […]; (2) The experts should be instructed to take into account […]; (3) […] as well as to recover the full damages from the Employee if these should be larger”; (4)Buyers should have been aware of the facts or circumstances that gave rise to the Breach”;  (5) “Seller has provided Buyer with all the information regarding […] that is or should be
relevant to a prospective buyer”;
(6) […] whereby it should be explicitly noted that Employee is in no way to blame for this situation”. 

Wees gewoon duidelijk en zeg waar het om gaat. M.a.w., vervang de shoulds hierboven met (bijv.): (1) ought not, (2) are to of: must be, (3) were to be (overigens… gebruik nooit if en should in één zinsdeel, lees hier hieronder), (4) must be aware, (5) will be, (6) is explicitly noted. Niet alleen is dat veel duidelijker, het voorkomt ook eventueel juridisch geharrewar in een eventuele rechtszaak. Kortom: vergeet should.

Er is één gebruik van should dat nog wel enigszins door de duidelijkheidsbeugel kan: should kan namelijk ook gebruikt worden voor if, zoals Should you have any questions, please contact my office. Deze should wordt echter langzamerhand als ouderwets en als (te) vormelijk beschouwd, en bovendien kan dat makkelijk voorkomen worden door should met if te vervangen: If you have any questions, please contact my office. Ik denk ook dat de schrijver van voorbeeld (3) hierboven een beetje in de war was; hij wilde schrijven: […] if these were to be larger óf […] should these be larger.

En daarnaast merken we dat als should tóch gebruikt wordt voor if, dat later in dezelfde zin bijna altijd een open uitnodiging is om shall te gebruiken (waar must dus veel beter is). Voorbeelden: Should any part, term or provision of this Agreement be declared invalid […], all remaining parts […] , hereof shall remain in full force. Of anders: Should Employee still hold any possessions of Employer, Employee shall have to return these possessions before the End Date, waarbij ik aanteken dat shall have to return wel heel erg dubbelop is.

 

 

 

 

 

Correctness (38)

“Makkelijke” woorden gebruiken. Dat is vaak een van de meest voor de hand liggende oplossingen die mensen geven om juridische teksten te vereenvoudigen. Denk maar eens aan de redelijk geringschattende term: “Jip-en-Janneke-taal”. Veel onderzoek wijst echter uit dat meer aandacht aan zinsopbouw, zinslengte en zinsstructuur van een veel groter
belang is voor het begrijpen van (juridische) teksten. Vandaag aandacht voor de
woordvolgorde in het Engels.

Zoals veel andere talen heeft een ideale Engelse zin de volgorde SVOMPT, ofwel: Subject-Verb-Object-Manner-Time (onderwerp-werkwoord-lijdend voorwerp-manier-tijd). Als een van de weinige talen kan je in het Nederlands heel makkelijk met O, of M, of T beginnen. En áls je dat doet, keer je de volgorde van S en V om: “De man kocht het huis voor € 100
gisteren” (= SVOMPT). Maar als je de zin begint met O, M, P of T, dan krijg je ook de volgorde V-S: “Gisteren kocht de man het huis voor € 100” (TVSOP). In het Engels kán je natuurlijk wel een zin met Yesterday beginnen, maar dat is tamelijk ongebruikelijk, en alles wat
ongebruikelijk is, leidt af van een onmiddellijk en moeiteloos begrip van een tekst. Doe dat dan alléén als u specifiek wil benadrukken dat het Yesterday was! Meer over SVOMPT? Klik hier  en hier.

Bovendien volgt er in het Engels altijd een komma ná het eerste woord, of de eerste
woorden, als dat dat eerste woord niet het Subject is: (Yesterday, the man bought the house for € 100). Waarschijnlijk om te laten zien dat er iets bijzonders aan de hand is, en dat leidt dan weer opnieuw af van onmiddellijk en moeiteloos begrip van een tekst.

Natuurlijk zijn er een paar uitzonderingen op die regel. Die uitzonderingen zijn er vooral om een tekst te laten “vloeien”. Het is gebruikelijk om een zin te beginnen met
verbindingswoorden (bijv. However, Despite, Therefore etc.) of bijwoorden die een mening of een gevoel weergeven (bijv. Luckily, In my opinion etc.). Maar ook hier laat je die volgen met een komma zodat het Subject aan de beurt is. In my opinion, they should be more
realistic
/ Luckily, I was able to…).

Als je je zoveel als mogelijk aan de SVOMPT-regel houdt (en dus het Subject zo dicht
mogelijk tegen de Verb aanplakt, dan vermijd je ook al die ingebedde zinnetjes die met if beginnen (en dat geldt zeker ook voor het Nederlands). The Court may, if it considers that the applicant has satisfied the requirements, award compensation. Maak daar liever: The Court may award compensation, if it considers that the applicant has satisfied the
requirements
van.

De enige keer dat je de verbinding tussen S en V verbreekt is met bijwoorden van tijd of
frequentie die zich tussen S en V wringen: I always take the train on Monday / I never watch football. En dan weer ná het werkwoord als dat werkwoord een vorm van to be is: He is never late for a meeting. Als er meerdere werkwoorden zijn, dan dat bijwoord tussen de werkwoorden zetten: They have always been a reliable partner / They have also been
working on a new contract.

Er is natuurlijk nog veel meer te zeggen over zinsconstructies en woordvolgorde en dat zullen we op deze plek vast nog wel doen. Maar als iedereen de bovenstaande adviezen ter harte neemt, dan komen vast veel minder vaak de zinnen tegen die we in onze laatste Legal English Writing Skills-training tegenkwamen:

As a result I do not communicate in English during my studies very often.
Maak daar liever van: As a result, I rarely/seldomly communicate in English.
• Also, I struggle with writing short and to-the-point sentences.
Maak daar liever van: I also struggle with writing short and to-the-point sentences.
• Currently I am exploring the possibility to…
Maak daar liever van: I am currently exploring the possibility to…
• In high school I was taught Dutch, English, German, French and Latin.
Maak daar liever van: I was taught Dutch, English, German, French and Latin In high school.
Luckily they gave me a job, and over the past twenty years I have been working as an attorney at … with a great deal of pleasure.
Maak daar liever van: Luckily, they gave me a job, and I have been working as an attorney at … with a great deal of pleasure over the past twenty years.
• My weakness certainly is that I do not always know if I succeed…
Maak daar liever van: My weakness is certainly that I do not always know if I succeed …
• In conclusion, I briefly would like to address my strengths and weaknesses regarding drafting documents in English.
Maak daar liever van: In conclusion, I would briefly like to address my strengths and weaknesses regarding drafting documents in English.
• I think for at least 50% of the work I do, I need to write in English.
Maak daar liever van: I think I need to write in English for at least 50% of the work I do.

Natuurlijk zal iedere Engelssprekende begrijpen wat u bedoelt. De vraag is zelfs of het wel “goed” of “fout” is (lees hier de blog van vorige week), maar het is allemaal
“ongebruikelijk”, het wijkt af van de norm. En alles wat ongebruikelijk is, leidt af. En alles wat afleidt, staat een onmiddellijk en moeiteloos begrip van de tekst in de weg.

Correctness (37)

Vaak wordt gedaan alsof Legal English een aparte manier is om zich uit te drukken, bijna een aparte taal is. Echter, het is en blijft natuurlijk Engels. Misschien een bepaald “soort” Engels met bepaalde karakteristieken maar wel een Engels dat zich houdt aan de
standaardregels van de Engelse grammatica.

Rechtbanken starten het proces van interpretatie met het uitgangspunt dat iedereen
(advocaat, aanklager etc.) de grammaticale conventies volgt; welke andere maatstaf moeten ze anders gebruiken om een bepaalde betekenis aan zinnen toe te kennen? Dat is misschien vanzelfsprekend, maar het Amerikaanse Supreme Court vindt het af en toe nodig om daarop te wijzen door bijv. te schrijven dat het naturally does not review congressional enactments as a panel of grammarians; but neither does it regard ordinary principles of English prose as irrelevant to a construction of those enactments (Flora v United States 145, 150). Met andere woorden: good legal writing should follow the conventions of grammar, not as an end in itself but to ensure accurate communnication between reader and writer.

Het is hier overigens goed om op te merken dat Engelstaligen het steeds hebben over
conventions en principles en niet over “regels”. Dit met name omdat er helemaal geen bindende grammaticaregels (of zelfs bindende spellingsregels!) bestaan zoals die in de Nederlandse, Franse, of eigenlijk “Europese” (waarbij Brits als niet-Europees wordt gezien) context wél bestaan (zie o.m. een eerdere blog hier).

Dat is dan ook precies de reden waarom je in een (door een native speaker) Engels geschreven Engelse tekst zelden zal zien dat iets wrong is. Ze hebben het dan over
grammatical lapses, poorly constructed sentences, grammatical infelicities etc, allemaal om niet de woorden wrong-right te gebruiken… als er geen officiële regels zijn, dan kan er ook niets wrong of right zijn, nietwaar? Alleen maar dingen die “niet-gebruikelijk” zijn. Bent u overigens ooit wel eens door een native speaker Engels verbeterd op uw Engels? Ik denk het niet. En dat is niet omdat ze zo “beleefd” zijn, maar veel eerder omdat er (in Engelstalige ogen) geen wrong-right is.

Daarnaast moet je niet uit het oog verliezen dat schrijvers van teksten met grammatica- of spellingsfouten door de lezers ervan, op allerlei negatieve manieren worden beoordeeld. Het onderzoek Grammar Mistakes: the Tainting Effect of Grammar Usage Errors on Judgments of Competence and Character laat luid en duidelijk zien dat lezers een hele
andere kijk op de schrijvers krijgen als die teksten 1) zonder fouten 2) een paar fouten of 3) met veel fouten worden geschreven. Overigens precies op dezelfde manier als waarop ik dit weekend een spandoek van PSV-supporters las (en beoordeelde). Dat spandoek was opgehangen voor het huis van burgemeester Halsema en las: “Van supporters pesten, wordt je blij. Je zoon is een crimineel, niet wij”. Wat doet die -t in “wordt”? Als ík zoiets lees, krijg ik gelijk een beeld van de geestelijke ontwikkeling van PSV-supporters. En terecht of niet (want wat weet ik van het gemiddelde IQ van PSV-supporters?), het leidt af van de boodschap, en dáár gaat het om.

Toch waarschuwen een aantal Legal English-experts om enigszins voorzichtig te zijn met het veroordelen van grammatica-fouten. Ten eerste omdat er lang niet altijd een gemeenschappelijke basis is wat “goed en fout” is (zo zijn er behoorlijk uiteenlopende meningen over wanneer that en wanneer which gebruikt moet worden, over de betekenis van de zgn. serial comma zie bijv. hier) en ga zo nog maar even door.  Ten tweede bestaan er wel meer Engelse “talen” (Brits? Amerikaans?) met licht afwijkende grammaticale gebruiken (bijv. het Brits-Engelse The client has confirmed the dates  en het Amerikaans-Engelse The client confirmed the dates (US-Engels) en spellingsvormen. Ten derde mogen rechtbanken de grammaticale tekortkomingen van de opsteller van (bijv.) een contract niet gebruiken om de bedoelingen van partijen in twijfel te trekken (zoals bijv. Technology Holdings Ltd v. IAG NZ, waar het ging over een groot aantal verkeerd gebruikte, dan wel geheel ontbrekende) voorzetsels. En ten vierde zijn er gewoon heel wat schrijvers die de conventies botweg niet begrijpen.  Of, zoals Lord Mustill in Touche Ross & Co v Baker in 1992 verzuchtte: Experience shows that insurance documents […] are rarely drawn with the precision of language needed for grammatical contrasts to be a reliable guide to intention.

PS.
Ik zie dat ik in deze blog het nog vaak heb over “goed” en “fout” Engels. Graag wil ik hier nogmaals benadrukken dat native speakers Engels het niet zo zien.

PSPS.
Ironisch genoeg komt in de naam van het boven aangehaalde onderzoek het woord
judgment voor. De huidige stand van zaken is als volgt: in Brits-Engels schrijf je het mét een -e- (judgement) als je het woord NIET in een juridische context gebruikt en zónder -e-
(judgment) als je het in een juridische contact gebruikt, als in vonnis, rechterlijke uitspraak etc.

Plain English (30)

Natuurlijk komen we er in deze blog op terug: het academische artikel, geschreven door onderzoekers van het MIT, dat met een Ig Nobelprijs werd bekroond. De Ig Nobelprijzen zijn een satirisch alternatief voor de bekende Nobelprijzen. Ze worden ieder jaar in de herfst, een week voor de bekendmaking van de echte Nobelprijswinnaars aan tien
gevoerde onderzoeken uitgereikt, waar men eerst om moet lachen, maar die ook aan het denken zetten.

Dit onderzoek, Poor writing, not specialized concepts, drives processing difficulty in legal language (hier te lezen) gaat precies over de onderwerpen waar wij het in deze blog vaak over hebben: waarom zijn juridische teksten, en dan met name contracten, zo lastig om te lezen? Sinds de vroege jaren ’70, nadat aantoonbaar is bewezen dat een ander (maar niet noodzakelijkerwijs: eenvoudiger!!) taalgebruik resulteert in een veel groter tekstbegrip, zijn er belangrijke vorderingen op dit gebeid gemaakt.

Zo is er veel werk gestoken in het begrijpelijker maken van bijv. (in de VS) instructies voor juryleden (lees hier), in een begrijpelijker Mirandawaarschuwing (die inhoudt dat iedere
arrestant vóór politieondervraging wordt gewezen op zijn rechten) en talloze andere (overheids)initiatieven om allerlei juridische geschriften aan te pakken. Alleen juridische contracten hebben tot nu toe de dans enigszins weten te ontspringen.

Ik kan hier natuurlijk talloze redenen voor geven. Overheden rekenen het niet tot hun (overheids)taak om commerciële contracten te verbeteren, uitgezonderd hiervan zijn
contracten tussen particulieren en (bijv.) verzekeringsbedrijven. De druk om te veranderen wordt overigens wél steeds groter gezien het groeiende aantal overeenkomsten die
particulieren moeten ‘goedkeuren’ als ze op het Internet bezig zijn.

Het is dus aan advocatenkantoren, en natuurlijk hun opdrachtgevers, om hier verandering in aan te brengen. Maar gezien die opdrachtgevers vaker dan niet óók juridisch onderlegd zijn, is de noodzaak niet heel erg groot. Of ook: kantoren gebruiken maar al te vaak modelcontracten met zgn. boilerplate-clausules (= tekst die kan worden hergebruikt in nieuwe contexten of toepassingen zonder significante wijzigingen aan het origineel). Bovendien kost het vaak veel tijd (en dus geld) om nieuwe contracten op te stellen of te schrijven, met alle mogelijke juridische gevolgen, want de geldigheid van een tekst van een nieuw
contract is natuurlijk nog nooit voor een rechtbank aangevochten. Meer redenen kunt u vast zelf wel verzinnen.

Het aardige aan het academische artikel dat zojuist een Ig Nobelprijs won, is dat dit artikel haarfijn aangeeft wáár de taal van contracten zo afwijkt van “normaal” taalgebruik. Dat doen de schrijvers door een grote hoeveelheid contracten (een ‘corpus’) te vergelijken met andere, ‘normale’, teksten. Branch Out looft geen prijs uit voor het raden van de conclusie: omdat ze slecht zijn geschreven! Meer specifiek vanwege 1) een slechte woordkeuze, 2) een slechte zinsconstructie, en 3) een overmatig gebruik van de passieve vorm. Ook doen er dingen mee als het vreemde gebruik van hoofdletters, het afwijkende gebruik van
interpunctie, of zelfs soms het ontbreken daarvan en zo nog wat van die zaken die wij hier in de Branch Out Legal Blog ook al bespraken, of nog zullen bespreken.

In volgende blogs zal ik nog regelmatig op dit artikel terugkomen, geïllustreerd met
voorbeelden die wij tegenkomen in onze trainingen. Tijdens een recentelijk gegeven
workshop Drafting better contracts in English, bijvoorbeeld, stuitten we op een typisch voorbeeld van zo’n boilerplate-clausule die is aangepast zonder er verder bij stil te staan. Er staat:  No Party may not provide information to, or in any other way assist, any third party in making or defending any claim is. Weer een kwestie van een dubbele ontkenning (a double negative) zodat er nu precies het tegenovergestelde staat van wat de bedoeling is. Wat er zou moeten (of liever gezegd: zou kunnen) staan? All parties shall provide information and assistance to any third party instituting or defending any claim related… Voor meer over de double negative: klik hier.

What’s in a language? (56)

We hebben het er al vaak over gehad: in de Engelstalige juridische wereld (voor een groot gedeelte samenvallend met het Common Law-wetssysteem) zijn woorden veel belangrijker dan in het Civil Law-wetssysteem. M.a.w. de Letter van de Wet gaat veel vaker voor de Geest van de Wet.

In de Verenigde Staten en Engeland wordt in de opleiding van advocaten derhalve veel meer aandacht besteed aan het verbeteren van schijfvaardigheid dan in Europese
opleidingen, en al helemaal zeker meer dan in Nederland. Alle Law Schools aan Amerikaanse universiteiten hebben Legal Writing programma’s die gegeven worden door Legal Writing professors. Ieder zichzelf respecterend juridisch vakblad heeft wel een Legal Writing rubriek. Er zijn Legal Writing goeroes die geraadpleegd worden bij tal van
rechtszaken en de uitspraken van het Supreme Court worden onder een Legal Writing
vergrootglas gelegd waarbij iedere komma een andere interpretatie kan opleveren.

Het kan dan ook niet anders dan dat Legal Writing ook hier en daar opduikt in populaire televisierechtbankseries. Neem nu bijv. een aflevering van de, ook een tijdje in Nederland, populaire serie Suits (ja, die serie waar ook Meghan Markle een rol in speelde). Een van onze cursisten wees ons onlangs op een dialoog uit aflevering 5 van seizoen 3  Shadow of a Doubt geheten (overigens ook nog te bekijken bij Netflix, de eerste dialoog direct na de
begintitels). Daar bespreekt partner Louis Litt van het advocatenkantoor een tekst van (en met) een beginnende advocaat (een associate): “…and what’s thát word? Shall? Shall??? At this firm, we instruct, we advise, we order, we must, but we do not shall. Why must we must? Because we thrust, we don’t parry! (=we steken toe, we pareren niet).

In deze blog hebben we het al ontelbare keren over de problemen met het woord shall gehad (de laatste keer hier, met verwijzingen naar de andere keren), en hebben toen iedere keer gezegd dat het beter is om dit woord in juridische teksten maar helemaal te
vermijden. Wat die partner in Suits zegt, is natuurlijk wat overdreven en dat vindt Legal Contract Drafting goeroe Ken Adams in een van zijn blogs ook  (lees hier). Adams vindt dat je, eigenlijk alléén in contracten het woord shall moet voorkomen en dat je must zou moeten gebruiken als je een verplichting in een contract wil opnemen, omdat shall anders wagenwijd openstaat voor andere interpretaties.

Oók de voorname plek van case law (ofwel: eerdere jurisprudentie) binnen het Common Law-wetssysteem geeft ‘woorden’ binnen de Engelstalige rechtsspraak hun belangrijke plaats. Hoe vaak heeft u in Hollywood rechtbankfilms (court drama) niet al gezien dat arme advocaat-stagiaires altijd nachtenlang obscure uitspraken uit 1932 van de een of andere nog veel obscuurdere rechter in Mississippi aan het uitpluizen zijn? De kans is aanwezig dat in de zaak waar het om draait, ooit eens een rechter een uitspraak heeft gedaan over de
juridische betekenis van een bepaald woord of zegswijze  wat die arme advocaat-stagiaires goed zou uitkomen. (Voor meer televisieverdraaiingen van de juridische werkelijkheid: lees hier).

Hoogstwaarschijnlijk vinden de Nederlandse juristen juridische uitgangspunten zoals “de Geest van de Wet”, redelijkheid- en billijkheidsprincipe enz. wel rechtvaardige
uitgangspunten. Rechtvaardiger in ieder geval dan het Angelsaksische “als-het-eenmaal-in-het-contract-is-geschreven-dan-is-dat-het-enige-dat-telt”. Maar het blijft jammer dat taal- en woordgebruik in de Nederlandse rechtsspraak niet wat meer op de voorgrond staat. Verder dan: “het moet simpeler/makkelijker te begrijpen/korter/met minder zgn. moeilijke woorden, meer actief en minder passief taalgebruik” etc. komen Nederlandse discussies niet. Om nog maar te zwijgen over de aandacht aan schrijfvaardigheid tijdens juridische opleidingen.

Maar goed, die shall-must discussie hebben we in Nederland niet, hoewel daar eigenlijk alle aanleiding toe zou kunnen zijn; in een model (huur)contract staat bijvoorbeeld:

  1. De verhuurder zal alle zichtbare en onzichtbare gebreken, die het gebruik van het gehuurde verhinderen of ernstig belemmeren, opheffen (mijn onderstreping)
  2. De verhuurder zal gedurende de huurtijd al het noodzakelijke onderhoud plegen, tenzij dit onderhoud volgens deze overeenkomst ten laste van de huurder komt. (mijn onderstreping)

Zou het niet veel duidelijker zijn als je ipv. “zal”, gewoon “moet” gebruikt? Of anders in ieder geval: “zal moeten”? Die ontsnappingsmogelijkheid had onze arme associate uit Suits natuurlijk niet: We shall must bestaat niet in het Engels.

What’s in a word? (45)

Particulier wapenbezit. Abortus. Doodstraf. Woorden die we bijna automatisch linken aan de Verenigde Staten van Amerika. Je gaat je afvragen waarom “ze (lees: de Amerikanen) daar toch niet iets aan doen”? Dat is voor een deel te wijten (en sommigen zullen zeggen: te danken) aan het steeds belangrijker wordende originalisme (originalism) en textualisme (textualism) en het daaraan gekoppelde belang van en geloof in “taal” dat meer en meer opgang vindt in het Amerikaanse Hogerechtshof (Supreme Court).

Even een kort geschiedenislesje: tot ongeveer 1980 was het grootste gedeelte van het Supreme Court onder invloed van de zgn. Living Constitution-theorie. Die theorie zette
opperrechters aan om de Grondwet niet op taal en geschreven woord te interpreteren, maar veeleer op steeds veranderende maatschappelijke normen. Met andere woorden, rechters moesten zich niet concentreren op wat de Grondwet zégt, maar op wat die zou moéten zeggen als die vandaag zou zijn geschreven.

Dat standpunt begon te schuiven toen in 1982 de  Federalist Society for Law and Public Policy Studies (kortweg: Federalist Society) werd opgericht. In 1985 beschreef Ed Meese (minister van Jusitie onder Ronald Reagan) in een speech de Living Constitution-theorie als zijnde a chameleon jurisprudence, changing color and form in each era. Hij riep op om de Grondwet te interpreteren based on its original language. Originalism kreeg vaste grond onder de voet.

Een directe uitvloeisel daarvan is textualisme: een formalistische theorie waarin de interpretatie van de wet primair is gebaseerd op de gewone betekenis van de wettekst, waarbij geen rekening wordt gehouden met niet-tekstuele bronnen zoals de intenties van de wet toen die werd aangenomen, het probleem dat moest worden opgelost of andere
belangrijke zaken zoals rechtschapenheid of gerechtigheid van de wet. Textualisme is het perspectief van wettelijke interpretatie waarin de rechtbanken de woorden van die
wettelijke tekst zouden moeten lezen zoals elk gewoon lid van het congres ze zou hebben gelezen.

Op dit moment zijn zeker vijf van de negen Amerikaanse opperrechters overtuigde en (al dan niet zelf-)verklaarde tekstualisten/originanisten. Drie daarvan zijn door president Trump benoemd (Gorsuch, Kavanaugh en Barrett). Dit heeft grote gevolgen voor zaken als particulier wapenbezit en het recht op abortus. Woorden doen er écht toe volgens de
tekstualisten. Niet voor niets schrijft opperrechter Samuel Alito (benoemd door George W. Bush) in het uitgelekte memorandum inzake wel of geen recht op abortus: The Constitution makes no reference to abortion, and no such right is implicitly protected by any
constitutional provision
. En over de precieze tekst van het 14e Amendement over particulier wapenbezit heb ik hier al eens eerder geschreven.

Alles verloren en terug naar de Donkere Middeleeuwen dan maar? Dat valt nogal mee… In de eerste plaats schrijft Jill Lepore, als spreekspersoon van de American Constitution Society (de tegenhanger van de Federalist Society) in een artikel in The New Yorker over Alito’s zgn. “references in the Constitution”:  As it happens, there is also nothing at all in that document, which sets out fundamental law about pregnancy, uteruses, vaginas, fetuses,
placentas, menstrual blood, breasts, or breast milk.

In de tweede plaats zijn die tekstualisten er ook onderling nog niet helemaal over uit hoe zwaar er moet worden ingezet op het mantra “de tekst, de tekst en niets anders dan de tekst”. Is interpunctie bijv. een onderdeel van de tekst? Eeuwenlang hebben juristen zelfs punten, komma’s, enz. met opzet vermeden. Eén van de redenen waarom zinnen in
juridische teksten ook nu nog zo lang en onoverzichtelijk kunnen zijn. En laat het (al dan niet) gebruik van een aantal komma’s nu juist een belangrijk struikelblok zijn in Amerikaanse wapenwetten.

Of een ander voorbeeld: in het beroemde vonnis Smith v. United States (1993) werd de heer Smith extra zwaar veroordeeld omdat hij tijdens een drugsdeal een wapen gebruikte. Dit geheel en al in lijn met de zinsnede in die wet dat het zwaarder strafbaar is als during and in relation to a drug trafficking crime, the defendant uses a firearm. (mijn onderstreping). Alleen… in deze zaak had verdachte Smith aangeboden om een ​​ongeladen wapen te ruilen voor cocaïne. De meerderheid van het Supreme Court vond dat onder uses vallen. Opperrechter Scalia  (één van de grote roergangers van het tekstualisme) vond echter:  The phrase ‘uses a gun’  fairly connotes use of a gun for what guns are normally used fo, that is, as a weapon. Kortom, er zit nogal wat rek in dat tekstualisme…

En tenslotte: dit is de tijd van het jaar waarin het Supreme Court belangrijke beslissingen neemt (en die over abortus komt binnenkort waarschijnlijk ook). In de drie laatste beslissingen afgelopen maand Denezpi v. United States, Patel v. Garland en Babcock v. Kijakazi was er telkens onenigheid binnen het kamp van de vijf tekstualisten/origanisten over juist die “echte” betekenis van woorden. In Babcock werd zelfs hetzelfde woordenboek (te weten de Webster’s Third New International Dictionary) gebruikt om tot een tegengesteld oordeel te komen. (Overigens blijft het mij verbazen waarom je een woordenboek uit 2002 zou moeten kunnen gebruiken om een wet van tientallen jaren daarvoor te kunnen duiden, maar dit terzijde).

Zo op het eerste gezicht lijken “woorden” dus erg belangrijk binnen de Amerikaanse
wetgeving, maar als het puntje bij het paaltje komt, dan gaat het toch écht om wat je
ermee wilt doen. Eens zien wat dat bij het abortusvraagstuk oplevert…

What’s in a language? (55)

Iedereen die weleens een juridische stuk schrijft in het Engels, doet het soms: een Engels woord tussen haakjes laten volgen door een cursieve Nederlandse vertaling . Een paar voorbeelden uit pre-Course Tasks die we de afgelopen maanden ontvingen:

“I advise you to request the Energy Label (energie-label) of the leased premises, so that we […]”, “[…] both entities do not apply the innovation box (innovatiebox) as meant in article […]”, “Both entities are not entitled to apply the holding compensation rules (deel-
nemingsverrekening
) as meant in article the articles of association (statuten) and, if in place, the shareholders’ agreement (aandeelhoudersovereenkomst)”, “[…] resolutions are passed within the general meeting by a simple majority of votes (gewone meerderheid van stemmen)”, “This could be a qualified majority (gekwalificeerde meerderheid) or an
increased majority (versterkte meerderheid)”.

Anglo-Amerikaanse tegenvoorbeelden kan ik nergens vinden. Daarmee bedoel ik
juridische teksten uit Engeland/Amerika die een Nederlands (of Duits, of Portugees etc.) fenomeen, of een typisch Nederlands (of Duits, of Portugees etc.) juridisch concept, cursief en tussen haakjes in de tekst plaatsen. De enige niet-Engelse woorden die je in een Anglo-Amerikaanse juridische tekst zou kunnen vinden zijn Latijnse wettige stelregels (zie
hieronder voor een heel toepasselijke) en heel af en toe een Frans woord. De standaard is om deze woorden gewoon te gebruiken als die ook al in het “gewone” Engels zijn
ingeburgerd: ad hoc, ad nauseam, bona fide, alias, alibi, etcetera. Die woorden werden een aantal jaren geleden nog wel eens cursief geschreven, maar de laatste jaren ook al niet meer.

Gebruik van andere Franse juridische begrippen (zoals seisin, voir dire, cestui que trust en zo nog een heel rijtje meer, zie bijv. het artikel  American Legal Language and the Influence of the French in de Michigan Bar Journal, wordt ten stelligste afgeraden.

Waarom doen Nederlanders dat dan nog steeds zo vaak? En voor wie eigenlijk? Nog even afgezien van hoeveel extra extra informatie voor zowel Nederlandse als Engelse lezers zit in de vertaling van Energy Label naar ‘energie-label’ en innovation box naar ‘innovatiebox’, het leest gewoon erg lastig. En al helemaal als je binnen één zin drie keer hetzelfde kunstje uithaalt, zoals in het derde voorbeeld dat ik hierboven gaf.

Daarnaast loop je het gevaar om niet een juiste Nederlandse omschrijving/vertaling te geven. De boven gegeven voorbeelden zijn allemaal min of meer juist, en heel goed ook, die “articles of association (statuten)”, iets wat maar al te vaak als statutes wordt vertaald, een beruchte juridische False Friend. Maar vorige week op deze plaats  kwamen we al op het niet-bestaande Engelse woord detentor voor “houder”. Een ander voorbeeld dat wij regelmatig zien, is het, opnieuw cursief en tussenhaakjesgeplaatste (ondernemingsraad) als er in een door Nederlandse juristen geschreven Engelstalige tekst sprake is van “works council”. Een “works council” bestaat helemaal niet (meer) in Engeland. Daar spreek je over “work place participation

Je zou nog kunnen beredeneren dat die Nederlandse cursieftussenhaakjes-woorden er zijn voor de juridische helderheid en volledigheid. Een beetje het better safe than sorry-gevoel. Maar dan vergeet je dat alles wat je schrijft onder de Nederlandse wetgeving valt en dat, áls je onverhoopt een fout maakt, een Nederlandse rechter dat heus wel begrijpt. Of anders wordt dat er wel uitgehaviltext… En, á propos Haviltex: ik denk zelfs dat die hele tussenhaakjescursiviteit juist dóór het Haviltex arrest in gang is gezet.

En eigenlijk begrijpen ook Anglo-Amerikaanse rechters dat nog wel… Een van de Latijnse wettige stelregels (of ook wel: maxim) is: Falsa demontratio bon nocet cum de corpore
constat
, hetgeen zoveel wil zeggen als “een valse beschrijving doet geen afbreuk aan een document als er voldoende zekerheid is over de beoogde zaak”.

Al met al zouden we hier dus willen zeggen: stop met het verstrekken van Nederlandse
vertalingen in Engelstalige juridische teksten. Redenen: 1) voor wie doet u dat?; 2) welke woorden ga je wél en welke woorden ga je niet vertalen?; 3) u loopt het risico van een
verkeerde vertaling; 4) uw teksten worden veel lastiger leesbaar; 5) wel of niet een
vertaling: het heeft geen enkele juridische consequentie en 6) zover ik het kan zien, zijn wij het enige land dat dat doet.

Een typische gevalletje van “wie goed doet, doet goed volgen”. Maar of dat nu wel zo goed ís, is de vraag.

What’s in language? (54)

Er wordt wat afgeklaagd over dat Engels dat, volgens velen, op het punt staat het Nederlands te verdringen. Als we alle slechtnieuwsberichten moeten geloven, wordt er helemaal geen Nederlands meer gesproken op Nederlandse universiteiten, begrijpt
niemand meer iets van Nederlandse reclames (alsof dát overigens een gemis zou zijn), kan je geen koffie meer bestellen op Amsterdamse terrassen (gelukkig maar dat het woord
coffee daar niet al te veel van afwijkt) en holt de kennis van de Nederlandse taal bij
basisschoolscholieren achteruit. Nog even, en we gaan ook aan de verkeerde kant van de weg rijden…

Het wordt er allemaal niet beter op als “we”, Nederlanders, ook nog eens zélf allerlei
nep-Engelse woorden gaan verzinnen. Als we zeggen met een ‘touringcar’ naar de
‘camping’ te gaan, zou een Engelssprekende ons met verbijstering aankijken (aha! In a coach to the campground… ). En als die ‘touringcar’ in een ongeluk onverhoopt ‘total loss’ (= write-off) raakt, dan maar hopen dat die ‘all-risk’ verzekerd is (= comprehensive insured). En zo verengelsen we van alles en nog wat. En dat doen we helemaal zelf. ‘Non-food’? Bestaat niet in het Engels. Cola-light (of eigenlijk alles met ‘light’)?  Idem dito, het is een diet cola. ‘Reality soap’, nog iets wat Nederlanders hebben verzonnen (= docu-soap of reality serie). ‘Hometrainer’, ‘ladyshave’ (bedacht door de marketingafdeling van Philips), ‘mainport’, ‘lat-relatie’, ‘funshopping’. Allemaal nep-Engels dat door Nederlanders is verzonnen.

En dan heb ik het dus niét over de zgn. false friends ofwel woorden of zegswijzen die in twee talen hetzelfde lijken of klinken maar iets totaal anders betekenen. Over false friends heb ik o.a. hier en hier al eerder geschreven (bijv. hier en hier).  Bekende voorbeelden van Engels-Nederlandse false friends zijn: brutal, eventual, brave, actual, fiscal enz. Dit zijn
woorden die in het Engels al bestaan.

Bekende juridische voorbeelden van false friends? Warranties, statutes, representation en misrepresentation, consideration, verdict, receiver enz. Let op: er staat niet wat er staat! (of wat u dénkt dat er staat…). Juridische false friends zijn bijna allemaal uit te leggen door de verschillen tussen Civil Law en Common Law rechtssystemen. Overigens horen we vaak Nederlandse juristen zeggen dat zij gespecialiseerd zijn in Civil Law (waarbij ze dan
burgerlijk recht of privaat recht bedoelen). Op zich een uitstekend voorbeeld van een false friends; zeg liever Private Law.

Ook Nederlandse juristen verzinnen juridische Engelse woorden en begrippen, de
‘ladyshaves’ van de juridische wereld, zeg maar. We hebben het hier al eens gehad over het nep-Engelse  to forfeit a penalty (in de tussentijd overigens door en in het Juridisch-Economisch Lexicon gecorrigeerd) maar je ziet het nog steeds hier en daar. Een ander voorbeeld dat wij onlangs tegenkwamen is het woord detentor, als in …as a consequence of which the respective third party is a detentor (houder) for the Purchaser. Hier wordt gedaan alsof ‘detentor’ een (juridisch) Engels begrip is, maar je moet wel heel erg diep en ver zoeken om dat woord in de Engelse taalgeschiedenis tegen te komen, en al helemaal niet in die betekenis. Gebruik liever gewoon: holder, dan hoef je er ook geen Nederlandse
vertaling tussen haakjes achter te zetten.

Behalve dat (denk ik) de dementors in de Harry Potter-reeks een rol hebben gespeeld in het gebruik van detentor, is het ook een mooi staaltje van wat ook wel eens the Persistence of Poor Translation Phenomenon is genoemd: hoe meer een (al dan niet foutieve) Engelse vertaling is gebruikt, des te groter is de kans dat die gebruikt blijft worden. Websites zoals bijv. het door juristen veel gebruikte Linguee (of het daaraan gelieerde DeepL) spelen hier een grote rol in. In tegenstelling tot wat Linguee zelf zegt, is het geen woordenboek of
vertaalsite, het geeft slechts woorden in hun context; m.a.w. hoe komt een woord in de
werkelijkheid voor in combinatie met andere woorden. Daartoe wordt het hele Internet afgestruind.

Wat dan weer wél uitermate vriendelijk is van Linguee, is dat ze ook de bronnen vermelden waar ze deze woorden hebben gevonden. En als je die bronnen goed bekijkt, zijn dit vaak voor een groot deel Engelstalige versies van Nederlandse websites. Dat betekent dus dat als een Nederlands bedrijf op de Engelse versie van hun website een fout gemaakt heeft, dit zonder meer door Linguee wordt overgenomen. Waar dan weer veel lezers vertrouwen in hebben (“het staat immers op Linguee?”), juist dié vertaling weer gaan gebruiken, enz. enz. enz…. Als je wel eens Linguee gebuikt, check dan ook even de bronnen! (We hebben dit al eerder vastgesteld bij de Engelse ‘vertaling’ van “een verzekering afsluiten” dat als ‘to conclude an insurance’ op Linguee verschijnt (lees hier). Van het woord ‘detentor overigens geen enkel spoor op Linguee, noch in Engels, noch in het Nederlands.

Is het verder een goed idee om in een Engelstalig stuk bij sommige woorden tussen
haakjes een Nederlandse vertaling te geven, zoals in bovenstaand voorbeeld? Daarover een volgende keer.

Courtesy (16)

Genderneutraal schrijven is niet alleen in Nederland een heet hangijzer, ook (en wellicht misschien wel: vooral) in de Angelsaksische wereld houdt het de gemoederen bezig. Twee jaar geleden schreef ik hier al eens over (hier terug te lezen) en ik schreef toen dat ook de clientèle van grote advocatenkantoren steeds meer interesse kregen voor genderneutraal, of genderinclusief taalgebruik. Onlangs kreeg ik nog onder ogen: het Engelse gender-silent; in bijv. Gender-Silent Legislative Drafting in a Non-Binary World in de Captital University Law Review. 

Op het eerste oog lijkt het Engels (Legal English of niet) het ietsje makkelijker te hebben omdat naar alle zelfstandig naamwoorden simpelweg met it valt terug te verwijzen. Dus: The company will sell half of its assets en niet: The company will sell half of his assets zoals we nog steeds vaak zien in door Nederlandse juristen geschreven Engelstalige teksten; een veel te directe vertaling van:  “Het bedrijf zal de helft van zijn bezittingen verkopen”.

Dáár komen de Engelstaligen dan weer mooi vanaf. Maar er blijven natuurlijk talloze
andere struikelblokken. Een ingreep (of, zo u wil: noodgreep) om genderspecifiek
taalgebruik te omzeilen die je de laatste tijd vaak ziet, is om  het meervoud they (en het daarvan afgeleide their en them) te gebruiken als een enkelvoud. Je krijgt dan voorbeelden als: A person commits an offence if they sell a weapon to… of: The Court recognises that a sollicitor might be involved in a business which is distinct from their practice of ook:  If a staff member cannot personally settle their grievance they may refer to their supervisor.

In het artikel Evolving They breken Charles en Myers in het Scribes Journal of Legal Writing 81 (hier gratis te downloaden) hier een overtuigende lans voor. Maar ze waarschuwen ook voor op de loer liggende ambiguïteit. Wat doe je bijvoorbeeld met de contractuele zin: When the vendor notifies the purchase of the amount of the rates, they must pay them
immediately?
Verwijst they naar de koper of naar de verkoper? En verwijst them naar de koper, de verkoper of naar de tarieven?

Waar je verder ook nog voor moet uitkijken is dat de congruentie tussen persoon en werkwoord wél intact moet blijven. In het bovenstaande voorbeeld, met must, kom je daar nog goed mee weg, maar normaalgesproken krijgt het Engelse enkelvoud een -s op het eind (he works) en het meervoud niet (they work). En reken maar dat (met name Amerikaanse) rechtbanken daar goed op letten! Twee voorbeelden:

In United States v. Midwest Suspension & Brake uit 1993 stond de Amerikaanse overheid tegenover het asbestverwerkende bedrijf Midwest Suspension & Brake. Volgens de rechtbank verspreidde Midwest te veel asbest bij zijn werkzaamheden. Midwest dacht slim te zijn en zei dat het vrijgekomen asbest niet met het oog waarneembaar was en hun manier van asbestverwerking dus niet in strijd met de wet was. Onder die wet wordt zichtbare
uitstoot gedefinieerd als: Visible emissions means emissions containing particulate asbestos material that are visually detectable without the aid of instruments. Midwest vond dat de zinssnede that are visually detectable without the aid of instruments terugsloeg op asbestos material. De rechtbank beweerde dat er het werkwoord in het meervoud (=are) niet voor niets in het meervoud stond en dus wel moést verwijzen naar emissions (met -s, en dus ook meervoud). Resultaat: US$50.000 boete voor Midwest.

In State v. Sample stond een gevangenbewaarder, de heer Sample, terecht omdat hij cocaïne kocht van een vriendin van een gevangene. Alleen… het was geen vriendin, maar een undercoveroperatie werkende politieagente. Slate werd beschuldigd van conspiracy to possess a controlled substance. De verdediging van Slate was echter van mening dat een conspiracy nooit in je eentje opgezet kon worden, maar dat je daar minstens twee mensen voor nodig had. De wettekst werd erbij gehaald. Die vermeldde dat whoever, with intent that a crime be committed, agrees or combines with another for the purpose of committing that crime may be fined or imprisoned. Met andere woorden: agreeS or combineS… Enkelvoud, dus. En de heer Sample terug naar de gevangenis, maar nu aan de andere kant van de tralies.

Lang verhaal kort: wees alsjeblieft zo genderneutraal, genderinclusief of zelfs gender-silent mogelijk. Maar houd je aan de regels van de grammatica. Dié winnen. Tenminste, nóg wel…