Monthly Archives: June 2015

Conciseness (2)

We hebben het hier al vaker gehad over de wijdsprekerigheid van juristen… En we zijn bang dat dit in het Engels niet anders is. In beperking toont men zich echter meester!
Hieronder een overzichtje op welke punten er veel overbodigs is te vinden en een aantal verklaringen hiervoor. Reacties zijn van harte welkom. We zullen in de nabije toekomst nog een blog of wat wijden aan met name de discussie betreffende de entire agreement clause en wat dit betekent voor Engelstalige contracten onder Nederlands recht.

Overbodige woorden:
Plain English goeroe Bryan A. Garner geeft in zijn standaardwerk Legal Writing in Plain
English
(ISBN 0-226-28418-2) talloze praktijkvoorbeelden en oefeningen om overbodigheden te voorkomen. Deze bijvoorbeeld (waarbij je iedere keer tenminste vier opeenvolgende woorden moet vervangen door één woord zonder de betekenis te veranderen. De “oplossing” -als je daarvan kan spreken- vindt u aan het eind van deze blog*):
The court examined a number of cases and stated that there appeared to be only a limited number of instances in which there would exist a duty to disclose the illegal conduct of persons, who, through political campaigns, seek election to a public office.

Om tot een voor de lezer nog enigszins begrijpelijke zin te komen, beveelt Garner een gemiddelde zinslengte van 20 woorden aan. (Om u de moeite te besparen: de laatste zin heeft 21 woorden). Een advies dat wij, zeker voor niet-moedertaalsprekers Engels, van harte zouden willen onderschrijven! We komen hier in een volgend blog nog wel eens op terug.

Doublets en Triplets:
Legal English staat bekend om zijn taalkundige twee- en drielingen. Wij hebben hier al eens geschreven over null and void (lees hier: What’s in a word 5), maar de tweelingenlijst is moeiteloos uit te breiden, bijv. indemnify and hold harmless, lands and tenements, last will and testament, due and payable waarvan Garner zegt dat de vetgedrukte woorden volstaan om uit te drukken wat de bedoeling is. Het drielingenlijstje sluit hier naadloos bij aan: alternate, transfer and convey en give, devise and bequath. Voor een langere (maar nog lang niet volledige!) lijst van Legalese Doublets and Triplets klik hier 

Een verklaring voor dit verschijnsel zou kunnen zijn dat dergelijke juridische twee- en drielingen ooit een juridisch nut hadden. In tijden dat het nog niet zeker was welke taal (Latijn? Frans? Angelsaksisch? Engels?) de taal van de rechtspraak was, was het wellicht slimmer om dan maar hetzelfde ding in verschillende talen achterelkaar te zetten. Hoe het ook zij, dit is voor de moderne jurist tamelijk irrelevant. Woordsplijters en letters-op-laag-water-zoekers beleven er in ieder geval nog een hoop lol aan…

Entire agreement clauses:
Op het terrein van “overbodig of niet” is de opkomst van de Entire Agreement Clause echter het meest interessant. Het zal iedereen die een Anglo-Amerikaans contract heeft gezien duidelijk zijn dat de common law jurist veel gedetailleerder formuleert dan een Nederlandse jurist zou doen. Allerlei zaken die in een Nederlands contract niet hoeven te worden opgenomen, komen in een Anglo-Amerikaans contract ter sprake. Reden hiervoor is -kort door de bocht- enerzijds dat er geen burgerlijk wetboek is waarin algemene regels voor het contracteren zijn vastgelegd en anderzijds dat een Anglo-Amerikaanse rechter een contract niet mag aanvullen of uitleggen op een manier die verder gaat dan een strikte, taalkundige interpretatie. Een Anglo-Amerikaanse jurist dient dus alles wat van belang is in het contract zelf te zetten, hetgeen voor een Nederlandse jurist vaak overdreven en dus overbodig overkomt.

We komen hier in een latere blog nog uitvoerig op terug. Het feit blijft dat Engelstalige contracten onder Nederlands recht de laatste 15-20 jaar alleen maar langer lijken te worden. Tot ergens halverwege de jaren ’90 werden contracten onder Nederlands recht gewoon vertaald door (juridische) vertalers en was het resultaat dat een Nederlands contract van 20 bladzijden een Engelse vertaling kreeg van ongeveer dezelfde lengte.

En toen kreeg iedereen een pc en werd men zelfs aangesloten op een ‘netwerk’. Met als resultaat dat velen gingen overnemen wat anderen – lees: Anglo-Amerikaanse juristen – al eens hadden opgeschreven. En dát had weer als gevolg dat er typische common law bepalingen opeens in contracten naar Nederlands recht terecht kwamen… Zonder dat
iemand zich ook maar afvroeg of die bepalingen überhaupt relevant zijn onder Nederlands recht. Met als voorbeeld de entire agreement clause.

“Zet het maar in het contract, want baat het niet, dan schaadt het niet”, schijnt tegen-
woordig vaak het motto te zijn. Of dat écht zo is, daarover een volgende keer.

* Garner geeft als mogelijkheid: The court examined many cases and found few that imposed a duty to disclose the illegal conduct of candidates for elected office.

Consistency (3)

Een toneelfiguur van G.B. Shaw merkte al eens op: The United States and the United Kingdom are two countries divided by a common language. In deze blog hebben we het al een paar keer gehad over verschillende soorten Engels: Legal English (lees hier), European
English
(lees hierAcademic English (lees hier) of alle andere Engelse talen van de wereld (lees hier) bijvoorbeeld. Het meest in het oog springende Engels is echter American English (in het vervolg voor het gemak even: AE). En dat dan vooral als tegenhanger van British English (voor het gemak even: BE).

Onze Nederlandstalige cursisten hebben vaak moeite deze twee uit elkaar te houden; in veel, ook door juristen geschreven, teksten zie je dat de twee door elkaar heen worden gebruikt. Cursisten vragen ons dan vaak wat “goed” is en wat “fout”. Ik ben bang dat daar geen antwoord op te geven is… Gezien ongeveer 2/3 van de moedertaalsprekers Engels de Amerikaanse nationaliteit heeft, kan je moeilijk zeggen dat 2/3 hun eigen taal verkeerd gebruiken (Oh, yes, they do! zouden de Britten zeggen, maar daar zullen we maar even geen aandacht aan besteden).

Wat ons betreft gaat het veel meer over het consistent gebruik BINNEN ÉÉN TEKST van of de één (AE) of de andere (BE). Het kan zijn dat uw kantoor het gebruik van AE of BE heeft vastgelegd in de huisstijl; dan zien we meestal dat de Nederlandse tak van een Brits kantoor automatisch BE gebruikt (en de Nederlandse tak van een Amerikaans kantoor AE, natuurlijk). Autonome Nederlandse kantoren adopteren doorgaans BE als voertaal. Maar je zou ook een lans kunnen breken voor de beslissing om AE te gebruiken voor Amerikaanse klanten (en BE voor Britse klanten). Maar wat de huisstijl, of de beslissing, of de te breken lans, ook is: Wees Consistent Binnen Eén Tekst!

Wellicht ten overvloede: de verschillen tussen BE en AE vallen met name in het oog bij het schrijven… Als ze Engels spreken, hebben de meeste Nederlanders gewoon een Nederlands accent. Dit accent neigt (maar ook niet meer dan dat!) inderdaad meer naar het Amerikaanse accent, maar dit is alleen maar omdat we a) het papegaai-effect: we horen veel meer Amerikaans dan Engels (televisie!) en b) te lui zijn om de extra moeite te nemen alle aspiratie die het BE nodig heeft, in onze uitspraak te leggen (Frans Timmermans uitgezonderd).

Er zijn honderden sites te vinden waar de verschillen tussen BE en AE worden uiteengezet (begin maar gewoon eens hier of hier en surf je daarna helemaal dol). Ook heeft het weinig zin om halsstarrig aan letterlijk alle verschillen vast te houden, want eenmaal iets aangeleerd, nemen de Britten net zo snel de Amerikaanse versie over als andersom… Maar voor het gemak hieronder even de -op het moment van schrijven- voornaamste en meest in het oog springende verschillen:

Spelling:

  • -our (BE) en -or (AE): colour-color / flavour-flavor / rumour-rumor etc.
  • -ise (BE) en -ize (AE): advertise-advertize / criticise-critize / legalise-legalize etc. overigens: to practise (BE) en to practice (AE)
  • -re (BE) en –er (AE): theatre-theater / centre-center / metre-meter, etc.
  • -lled/-ller/-llest/-lling (BE) en -led/-ler/-lest/-ling (AE): cancelled-canceled / traveller-traveler / modelling/modeling etc.

Interpunctie:

  • Geen komma’s en punten in titels, briefhoofd en afsluiting: Dear Mr Peek/Yours sincerely (BE) en wel komma’s in titels, briefhoofd en afsluiting: Dear Mr. Peek,/Sincerely yours, (sic) (AE)
  • Enkele aanhalingstekens in quotes (BE) en dubbele aanhalingstekens in quotes (AE): He said: ‘No’ (BE) en He said “No” (AE)

Grammatica:

  • Een beetje lastiger voor Nederlanders… maar laten we zeggen dat AE dichter bij het Nederlands ligt dan BE. Zo is er bijvoorbeeld het gebruik van de Present Perfect in BE om aan te geven dat een actie in het verleden een gevolg of resultaat heeft op het heden: The client has confimed the date. Could you let John know? (BE) terwijl dit in AE veel vaker: The client confirmed the date. Could you let John know? (AE) zou zijn. Woorden als yet, already, just etc. kunnen in het BE alleen in de Present Perfect worden gebruikt: I have already/just finished the report (BE) terwijl dat in AE ook heel goed in de Past Simple kan: I already/just finished the report (AE).
  • Vaak is er een verschil in het al dan niet gebruiken van voorzetsels: I am writing to you regarding (BE)/ I am writing you regarding (AE) / en veel meer voorbeelden met bijv. agree/appeal/cater/meet/ claim/ provide/protest etc.

Woorden:
Er zijn verder tientallen dingen die in AE anders heten dan in BE (fall/autumn, lift/elevator, sidewalk/pavement, truck/lorry, gas/petrol en ga zo maar even door). Normaalgesproken levert dat geen problemen op, maar er zijn woorden in BE en AE die vervelende verwarring kunnen zaaien. Bijv. Ensure en Insure (daar komen we later nog wel eens op terug).

Gelukkig zijn we nog niet zo ver als de Britse taalkundige Henry Sweet in 1877 voorspelde dat “binnen 100 jaar de Engelsen en de Amerikanen elkaar niet meer zouden begrijpen”, maar langzaam maar zeker komen we wel in de buurt van de uitspraak van Oscar Wilde: We have really everything in common with America nowadays, except, of course, the
language.

Correctness (13)

Fouten met bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden komen vaak voor bij Nederlanders die zich in het Engels uitdrukken. Met andere woorden: That is typical Dutch… of was het nou tóch That is typically Dutch? De twee voornaamste redenen hiervoor zijn waarschijnlijk dat er in het Nederlands vaak niet veel verschil is tussen de twee, en dat we erg vaak naar Amerikaanse series kijken waar ze het verschil tussen adverbs en adjectives niet al te serieus nemen. Vreemd eigenlijk, want de regels zijn (voor de verandering) bijzonder straightforward.

Voor iedereen die af en toe wat moeite heeft te kiezen tussen That is typical Dutch en That is typically Dutch nog even de regels op een rijtje:

Adjectives (Bijvoeglijke naamwoorden, die woordjes ZONDER –ly aan het eind), zeggen iets over
1. Het zelfstandig naamwoord (noun): We provide our clients with quick, cost-effective and optimal advice of He is a typical Dutchman.

Adverbs (bijwoorden, die woordjes die in het Engels bijna altijd eindigen MET -ly), zeggen iets over
1. het werkwoord: Our staff advise clients quickly, cost-effectively and optimally
2. bijvoeglijke naamwoorden of andere bijwoorden: (dus toch…) That is typically Dutch.

Zo simpel is het… zeg je iets over de noun: gebruik het adjective, en dus géén –ly, in alle andere gevallen: gebruik het adverb en dus: -ly.

Taal is gelukkig genoeg (hoewel sommigen zouden zeggen: “jammer genoeg”) geen wiskunde en er zijn her en der wat kleine haakjes en oogjes; in, voor Nederlanders, aflopende graad van haakjesenogerigheid: zie hieronder:

Haakje/oogje 1:
Het oogje waar de meeste Nederlanders achter blijven haken: good is een adjective en well is een adverb. Dus: He speaks English well (want het gaat over zijn spreken) en His English is good (want het gaat om z’n Engels). (Overigens zou je hier ook kunnen zeggen: He speaks (a) good English, maar dan impliceer je dat hij -vaak een native speaker– een “Algemeen Beschaafd Engels” spreekt).

Haakje/oogje 2:
Een aantal werkwoorden kunnen NIET met een adverb worden gecombineerd, hieronder: To appear – To be – To become – To feel – To look – To smell – To taste – To sound. Met andere woorden: It tastes/smells/looks/feels (etc.) fantastic (en dus ook) good. En voor wat betreft to be daarom óók:  This is a typical Dutch mistake en He makes typically Dutch mistakes.

Subhaakje/oogje 2:
Na be, feel en look kúnnen we ook well gebruiken, maar dan in de betekenis van het
adjective ‘gezond’:
I am well / I feel well / I’m feeling well (duidt op een fysieke toestand, gezondheid)
I am good / I feel good / I’m feeling good. (duidt eerder op een emotionele staat dan een fysieke toestand)
NB: Om het allemaal nog wat verwarrender te maken, hoor je op de vraag How are you? Amerikanen vaak antwoorden met I’m good terwijl Britten dan I’m very well, thank you zouden zeggen… (waar je dan weer allerlei culturele ‘volksaard’-karakteristieken op zou kunnen loslaten, maar dat doen we hier maar even niet.)

Haakje/oogje 3:
Er zijn een aantal adjectives die al op –ly eindigen en die, als ze als adverb worden gebruikt, niet nóg een keertje-ly erachter krijgen (bijv. friendly, lonely, silly, costly etc.)

Plain English (8)

Meer en meer juristen zijn het erover eens dat het gebruik van Plain English (of naar onze wereld vertaald: “Begrijpelijk Nederlands”) een waardevolle verrijking is van de communicatie tussen juristen en “burgers”, ofwel niet-juridisch onderlegde leken. Voor de communicatie tussen juristen onderling hoeft dat allemaal niet zo nodig: “wij” weten tóch wel waar “wij” het over hebben, is vaak het excuus. Afgezien van het feit dat dit van een tamelijk elitair wereldbeeld getuigt, is niets minder waar…

Op het laatste Clear Language wereld congres in België afgelopen november (lees hier meer over de bijdrages)  toonde de onderzoeker Kath A. Straub (e.a.) overtuigend aan dat teksten die in Plain English zijn geschreven door zowel juristen als leken een stuk hoger worden aangeslagen. Straun (e.a.) bouwde verder op bestaand onderzoek van Benson en Kessler over de beeldvorming die bij rechters en juristen ontstond als zij (door juristen geschreven) juridische stukken in Plain English en in traditioneel Legal English lazen. Zij kwamen al in 1987 tot de conclusie dat lawyers who write in legalese are “likely to have their work judged as unpersuasive and substantively weak en dat their professional credentials may be judged less credible. (Voor het complete Benson & Kessler-onderzoek: lees hier)

Dit onderzoek werd door Straub (e.a.) min of meer herhaald waarbij 38 juristen en 93 niet-juristen twee korte teksten moesten lezen: één geschreven in Legal English, de ander in Plain English. Vervolgens moesten deze 131 mensen de teksten beoordelen op een reeks van karakteristieken zoals bijv. ‘duidelijkheid’, ‘betrouwbaarheid’, ‘vermogen om een zaak te winnen’, en ‘tevredenheid met de jurist die het betreffende tekstje had geschreven, als hun counsel’.

Voorbeeld:
The trial court erred in giving flawed essential elements instructions to the jury and thereby denied the defendant due process and fundamental fairness since it is error to give the jury, within the essential elements instructions, one statement containing more than one essential element of the crime and requiring of the jury simple and singular assent or denial of that compound proposition, fully capable of disjunctive answer, which if found pursuant to the evidence adduced would exculpate the defendant.
Of:
The trial judge erred by instructing the jury to affirm or deny a single question. That question included all the major elements of the crime. By joining all the major elements, the judge prevented the jury from acquitting the defendant even if they found him innocent of a major element. This error denied him his due-process rights.

Het gaat hier te ver om alle resultaten te bespreken (voor geïnteresseerden: zie hier de gebruikte PowerPointpresentatie). De voornaamste conclusies van dit onderzoek waren:

  1. Zelfs juristen hebben moeite met andere juristen te begrijpen. Plain English helpt
  2. Juristen zijn het erover eens dat Plain Language duidelijker, preciezer en overtuigender is
  3. Juridische opleidingen moeten nog steeds les geven in “twee talen: Plain English en Legalese”
  4. Mensen -ja, zelfs juristen!- willen dat hun advocaten Plain Language gebruiken.

Het gaat in het gebruik van Plain English (en Begrijpelijk Nederlands) lang niet alleen om het vermijden van zgn. “moeilijke” woorden, iets wat velen denken; je zou zelfs kunnen beweren dat “moeilijke” woorden nog steeds onontbeerlijk zijn in Legal English gezien het belang dat in Common Law-systemen wordt gehecht aan vroegere uitspraken van rechtsprekende instanties…). Daarnaast zou je kunnen beargumenteren dat het gebruik van “moeilijke, juridische terminologie” de communicatie tussen juristen onderling juist vergemakkelijkt. Net zoals Japanse bonzaiboomkwekers en Tibetaanse yakmelkkarners onderling ook vast veel sneller kunnen communiceren met vakterminologie…

Veel meer gaat het om het vermijden van nodeloos ingewikkelde zinsconstructies, van nodeloze interpunctie, van nietstoevoegende verdubbelingen, van het overmatig gebruik van voornaamwoordelijke bijwoorden, van schrijven van veel te lange zinnen, van een overmatig gebruik van de passieve vorm, van het gebruik van nominalisaties, van het gebruik van archaïsmen, van…. van…., van… Kortom alles waar wij onder de verzamelterm Plain English in deze blog over schrijven (lees verder hier).

Tenslotte nog dit: alle niet-Engelstalige juristen die in het Engels schrijven, zouden een groot aanhanger van Plain English moeten zijn. Niet alleen vinden hun klanten dit verre te verkiezen boven Legalese (zie Straub e.a), maar ook maakt het gebruik van Plain English het een stuk eenvoudiger om in het Engels te schrijven! Kortom: hou op om klakkeloos teksten en passages van uw Engelstalige beroepsvrienden over te nemen!