Monthly Archives: December 2018

Correctness (24)

Enige tijd geleden gaf ik u drie kleine puntjes waarop u zou kunnen letten als u een
(Engelse) tekst proefleest: 1) probeer zo veel mogelijk een apostrof + s (’s) te gebruiken ipv. “of” als u “… van…” wil schrijven, 2) gebruik geen have in een zin met een exacte
tijdsaanduiding en 3) probeer te vermijden een zin te beginnen met There is/There are. Hier nog eens na te lezen.

Nummers 1), 2) en 3) vallen op bij Engelse teksten die door Nederlanders zijn geschreven en zijn vrij eenvoudig te voorkomen of te corrigeren. Dat wil zeggen… áls u er maar op blijft letten! Vandaag nog eens drie van die puntjes. Alle voorbeelden komen uit teksten die door deelnemers aan onze Legal English Writing Skills-trainingen zijn ingestuurd vóór aanvang van zo’n training. Het is misschien belangrijk om hier te zeggen dat al die dingen hoogstwaarschijnlijk geen begripsverwarring bij de (Engelstalige) lezer zullen veroorzaken (die weet vaak toch wel dat een niet-Engelse schrijver aan het werk is geweest), maar het leidt af; het staat gewoon “een beetje knullig”. Daarnaast lijden Nederlanders (en, vooruit, Scandinaviërs) onder de Wet van de Remmende Voorsprong: ze schrijven over het algemeen zó goed Engels dat foutjes en slordigheden juist éxtra opvallen en voor onbedoelde
neveneffecten kunnen zorgen.

4. Aanhef en afsluiting
Je stuurt een brief/e-mail naar John, en je kent John goed: begin met Dear John en eindig met Kind regards/Best regards. Je stuurt een brief/e-mail naar William Barley en je kent meneer Barley niet of nauwelijks: begin met Dear Mr Barley en eindig met Yours sincerely. Je stuurt een brief/e-mail naar een onbekend persoon: begin met Dear Sir/Madam en eindig met Yours faithfully. Dit is typisch zo’n dingetje waarvan de meeste Nederlanders denken: “Wat maakt ’t uit”? Inderdaad niets… in the greater scheme of things. Alleen… wat zou u ervan vinden als u een brief/e-mail zou krijgen met (toegegeven, enigszins gechargeerd) de aanhef “Zeer weledelgestrenge heer Jansen” en eindigt met “Vrolijke groetjes, Wim”? Want zó komt het over. En het is heel eenvoudig te vermijden. En nu we toch bezig zijn: het Brits-Engels heeft al 20 jaar alle komma’s en punten in aanhef en
afsluiting afgeschaft. Bewaar ze voor uw Amerikaanse klanten.

5. Recommend/advise/suggest
Aanbevelen, adviseren en voorstellen, precies wat juristen doen en dus ook precies
woorden die juristen bovengemiddeld vaak gebruiken in hun teksten. En precies waar het (erg) vaak fout gaat. Na deze woorden gebruik je de Gerund, ofwel: de –ing vorm. Met
andere woorden: I suggest using our services, I recommend contacting your agent, I suggest paying immediately. Zonder die Gerund moet je het woord that gebruiken, maar daarna helaas ook de Subjunctive: I suggest that he use (en dus niét: useS) our services, I
recommend that she contact
(en dus niét: contactS) your agent, I suggest that your client pay (en dus niét: payS) immediately. Die laatste optie (met that en de Subjunctive, dus) wordt in het algemeen als iets formeler beschouwd. Hoogstwaarschijnlijk komt het foutieve I recommend you to contact your agent (etc.) van het een te directe vertaling van het Nederlandse: “Ik adviseer u contact op te nemen met…” (etc.) En nu we tóch bezig zijn: ook I look forward to… gaat samen met die Gerund. Dus: I look forward to meeting you/receiving you package etc. (lees hier verder)

6. If/when/in case
Het kan absoluut geen kwaad om uw teksten nog eens na te lezen op if/when/in case. Kort en goed: If=onzekerheid, when=iets wat zeker gaat gebeuren. Met andere woorden: “Als als is indien, is als if”.  Our client will sign the contract if he comes back from his holiday (dat is dan een erg gevaarlijke vakantie…). Please give us a call when you have any problems with the attached (waarbij je er dus vanuit gaat dát er problemen komen…) (lees hier meer). Nederlanders die in het Engels schrijven, gebruiken verder veel te vaak in case als
synoniem voor het Nederlandse “als”. In case gebruik je in het Engels echter alleen maar als er sprake is van voorzorgsmaatregelen; om dingen aan te geven die we doen om zeker van onze zaak te zijn als er later eventueel een probleem kan optreden. Dus: I insure things in case they are stolen. (Lees hier meer over in case).

Heb een Uitstekende Kerst en een nog Uitstekender Oud en Nieuw en tot volgend jaar!!

Clarity (25)

Met het korten der dagen, worden ook de zinnen korter… Héél vroeger werden advocaten per geschreven woord betaald. Het lijkt erop dat het Amerikaanse Supreme Court dat nog steeds denkt. Afgelopen maand vaardigde dat Supreme Court in ieder geval nieuwe
richtlijnen uit voor wat betreft geschreven documenten die advocaten indienen bij het Supreme Court. Behalve de kleur van de kaftjes waarin deze documenten zouden moeten worden ingediend (afhankelijk van de categorie document van lichtblauw naar donkergroen…), stelde het Supreme Court ook voor om het aantal woorden drastisch in te korten. Opnieuw per categorie werd voorgesteld om het maximum aantal woorden terug te
brengen met tussen de 0 en 25%. Lees hier deze zgn. Proposed Revisions to Rules of the Supreme Court of the United States.

Een coalitie van 18 advocatenkantoren die zich specialiseren in Supreme Court zaken
stuurde onmiddellijk een soort brandbrief die erop neerkwam dat die beperking would be harmful to lawyers’ ability to thoroughly and thoughtfully brief issues that are critical to the court’s resolution of the cases before it.

Geen enkel ander onderwerp houdt de gemoederen zo vaak bezig als juist lengte. Of het nu gaat om de lengte van woorden, de lengte van zinnen, van alinea’s of van hele teksten,
altijd komt de een of andere vorm van lengte wel tevoorschijn in beschouwingen over (het verbeteren van) de begrijpelijkheid van teksten. We nemen aan dat het Supreme Court zijn nieuwe richtlijnen opstelde om tijd uit te sparen voor andere dingen, maar de coalitie stelt in zijn reactie dat brief writers would often have to sacrifice readability and clarity to meet the word limit.

Er zijn in de loop der jaren zijn de gekste formules bedacht om het opleidingsniveau van lezers te koppelen aan de lengte (en begrijpelijkheid) van zinnen. Zo deelt de, bij o.m de Amerikaans marine gebruikte Flesch–Kincaid Readability Test het aantal woorden van een tekst door het aantal zinnen en trekt die score af van het aantal lettergrepen gedeeld door het aantal woorden. Hoe lager de score, des te moeilijker is een tekst te lezen.

Hoewel legal language-goeroe Brian Garner aanbeveelt om zinnen niet langer dan 20-25 woorden te maken, wijst onderzoek (m.b.v. bijv. oogbewegingsonderzoek) steeds vaker uit dat de lengte van zinnen (mits enigszins binnen bepaalde perken…) niet overdreven veel bijdraagt aan de (on)begrijpelijkheid daarvan. (zie bijv. het proefschrift van Suzanne Kleijn  of de reactie van Esther de Boer,  kinderrechter Rechtbank Gelderland, op de uitspraken van D66-Kamerlid Groothuizen waar we het vorige week over hadden).

Veel en veel belangrijker voor tekstbegrip zijn de volgende punten:

  • Probeer zo vaak mogelijk “gebruikelijke” zinsconstructies aan te houden. In het
    Engels: SVOMPT (Subject-Verb-Object-Manner-Place-Time)
  • Vermijd zgn. tangconstructies maar houd je aan SVOMPT
  • Vermijd tot zelfstandig naamwoord “gepromoveerde” werkwoorden (nominalisaties) te herkennen aan woorden die eindigen op -(t)ion of -ment
  • Blijf hetzelfde woord voor hetzelfde ding gebruiken, en geef geen synoniemen in dezelfde tekst (m.a.w. Avoid Elegant Variation)
  • Deel uw tekst op in duidelijke alinea’s en aarzel niet koppen te geven aan die alinea’s
    Maak vaker gebruik van allerhande voegwoorden tussen zinsdelen. Of, nog beter:
    begin een zin gewoon met een voegwoord! Geen regel die u dat verbiedt…

En zo zijn er meer technieken om uw tekst beter leesbaar te maken. Het gaat lang niet alleen om het vaak geforceerd verkorten van zinnen.

Ironisch genoeg moet daarom worden geconstateerd dat een beperking van het aantal
woorden, zoals het Supreme Court voorstaat, hoogstwaarschijnlijk de zinnen alleen maar langer gaat maken. Ook zal de begrijpelijkheid van de teksten inderdaad aangetast
worden, zoals de coalitie van advocatenkantoren al stelt. Niet alleen verwachten de
advocaten juist méér werk omdat het Supreme Court veel bij “externe” partijen advies gaat vragen, ook voorziet men een explosie van ondoorzichtige acroniemen. SCOTUS is
immers maar één woord, Supreme Court of the Unites States al weer snel zes.

What’s in a word? (29)

Het is een beetje als die discussie rond de figuren die Sinterklaas bijstaan in zijn
omvangrijke takenpakket: de discussie rond juridisch taalgebruik. En dat dat dan
natuurlijk vooral veel begrijpelijker moet worden. Vorige week deed D66-Kamerlid Maarten Groothuizen weer eens een duit in het overvolle zakje . Wat deze keer opviel, echter, was het ontbreken van commentaren en tegenwerpingen van juristen die eerder luidkeels verkondigden dat zoiets “onmogelijk” is en dat vereenvoudiging van juridisch taalgebruik afbreuk doet aan de juridische accuratesse en nuance.

Misschien beginnen de tegenstanders ook wel in te zien dat het toenemende aantal
initiatieven om Klare Taal te produceren langzaam maar zeker met enige ernst bekeken moeten worden. Recente voorbeelden te over: landelijke en provinciale Klare Taalbokalen, een zojuist gestart onderzoek van het Lectoraat HBO-Rechten van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen naar Klare Taalgebruik in rechterlijke uitspraken , opmerkingen in
“Aanwijzingen voor de Regelgeving” waar onder punt 52 staat: “Bepalingen worden zo
beknopt mogelijk geformuleerd. Indien bij het ontwerpen van een bepaling een sluitende, maar ingewikkelde formulering is gevonden, dient steeds te worden nagegaan of het niet eenvoudiger kan. Ook dient men bedacht te zijn op het weglaten van overbodige woorden. Dus bij voorbeeld niet: ‘Het bepaalde in het tweede lid van artikel 5 is van toepassing’, maar: ‘Artikel 5, tweede lid, is van toepassing’ “. Klare (of in ieder geval: Klaardere) Taal komt eraan!

Accuratesse en nuance is sowieso al niet makkelijk. Onlangs kregen we van een van onze cursisten de vraag of plaintiff inderdaad het goede woord was voor het Nederlandse “eiser”. Dat was het inderdaad… Maar met de nadruk op WAS. In april 1999 namelijk is in het Engelse recht met de Civil Procedure Rules dit woord veranderd in claimant. In het Amerikaanse recht houdt men vast aan plaintiff. Niet dat de Britten nu onmiddellijk in
verwarring zullen raken als u plaintiff schrijft, maar verwacht wordt dat dit woord steeds meer in onbruik zal raken. Overigens is een eiser in een echtscheidingszaak dan weer (zowel in Engeland als in Amerika): een petitioner.

Diezelfde Civil Procedure Rules heeft ervoor gezorgd dat een “dagvaarding” ook geen
summons of writ meer heet, maar claim form. De Nederlandse dagvaarding heeft een formeler karakter dan de Engelse claim forms: standaardformulieren die zijn te raadplegen via www.justice.gov.uk. Dat is anders dan in Nederland waar de dagvaarding door een deurwaarder (inderdaad: de bailiff) wordt betekend. Een writ of summons, dat je ook wel ziet als vertaling, is écht het document zelf, en daarom wellicht (ook al door de
medewerking van de deurwaarder) het beste te vertalen als “exploot”.

So much for accuratesse… En die nuance dan?. De vertalers van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht (The Dutch Penal Code, Louise Rayar & Stafford Wadsworth. Littleton,
Colorado: Fred B. Rothman & Co, 1997) stuitten geregeld op de in dat Wetboek vaak voorkomende term “de voor de nachtrust bestemde tijd” en vertaalden dat simpelweg met during the nighttime.

Black’s Law Dictionary zegt hierover: period between sunset and sunrise of thirty minutes
after sunset and thirty minutes before sunrise
. Het Engelse strafrecht heeft een aantal (!)
andere omschrijvingen. Een ‘nachtelijke’ inbraak is een actie tussen tussen negen uur ‘s avonds en zes uur ‘s ochtends (Criminal Law Consolidation Acts 1861, 24 & 25 Vict.). Nachtelijke stroperij daarentegen vindt plaats tussen één uur na zonsondergang en één uur voor zonsopgang (Night Poaching Act 1828). En voor de Engelse douane geldt als nacht de periode tussen elf uur ’s avonds en vijf uur ’s ochtends (Customs and Exise Management Act 1979, s1(1)). Misschien iets om rekening mee te houden, na de Brexit?

Niet alleen dus kunnen “gewone” woorden een andere juridische betekenis hebben (of zelf verschillende betekenissen: zie “nacht”), maar als je eindelijk weet dat bepaalde
“juridische” woorden betekenen, dan veranderen ze het woord (summons – claim form)! Het blijft opletten…