All posts by Peter Peek

What’s in a word? (41)

Nog even terug naar de op 1 januari 2019 geopende Netherlands Commercial Court (NCC). De NCC behandelt zaken standaard in het Engels en doet in het Engels uitspraak. De
mogelijkheid om bij de NCC in het Engels te procederen betekent dat bewerkelijke
vertalingen niet meer nodig zijn. Naast het kostenvoordeel leidt dit ook tot meer
efficiëntie, duidelijkheid en transparantie. Hier al eens eerder over geschreven.

En zoals het NCC zijn er tientallen andere landen-overkoepelende instanties die het Engels gebruiken om internationale disputen op te lossen. Zoals bijvoorbeeld het Internationaal Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen (International Centre for Settlement of Investment Disputes of ICSID), een zelfstandig onderdeel van de Wereldbank. Het ICSID werd opgericht om geschillen te beslechten met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten (veelal bedrijven).

Ook bij het ICSID wordt bijna altijd Engels als de voertaal gebruikt. Mooi. Prachtig. En lekker handig bovendien. Zou je zeggen. Alleen brengt een gemeenschappelijke taal (Engels of welke taal dan ook) tegelijkertijd ook het falen daarvan aan het licht.

Neem nu het geschil tussen Spanje en een aantal Engelse, Nederlandse en Luxemburgse investeerders. De eisers in deze zaak dienden een aantal claims tegen Spanje in als reactie op (Spaanse) wijzigingen in subsidieregelingen voor opwekkers van duurzame energie. Als gevolg hiervan verminderde de waarde van verschillende investeringen. De eisers beschuldigden Spanje van schending van een eerlijke en billijke behandeling met
betrekking tot die investeringen. Deze zaak staat bekend als Eiser Infrastructure Ltd v Kingdom of Spain. De bottom line is dat Spanje al in 2018 werd “veroordeeld” (als je dat mag zeggen in een geschillenbeslechting) tot het betalen van een schadevergoeding van € 128 miljoen.

Spanje betaalde niet. De behandeling van het geschil verhuisde prompt naar het Australian Centre for International Commercial Arbitration in Melbourne, Australië, waarmee ICSID een samenwerkingsovereenkomst heeft afgesloten. (“Waarom helemaal daar?” kan je je
afvragen… simpel antwoord: Australië is gekozen omdat rechters aldaar meer dan
gemiddeld “welwillend” staan tegenover forse rente-vergoedingen voor niet-betaalde boetes).

Ook voor dit Australische Hof verloor Spanje en de zaak ligt nu voor het Australische High Court. Aan dit High Court nu de beslissing of er al dan niet een andere betekenis bestaat binnen de Spaanse, Franse en Engelse versies van de ICSID-voorschriften. Bij het noemen van de Spaanse en Franse terminologie wordt gesteld dat, afhankelijk van de context,
“ejecución” en “l’exécution” moeten worden begrepen als “handhaving” of “executie”. De belangrijkste vraag is of die woorden hetzelfde betekenen in drie talen (Engels, Frans, Spaans). Ofwel: wanneer betekent een “executie” van een door de rechtbank gelaste boete, de “tenuitvoerlegging” van dat bevel? De Australiërs stellen dat er op basis van de Spaanse en Franse versie van het Investeringsverdrag geen onderscheid is tussen aan de ene kant de erkenning en handhaving (recognition and enforcement) en aan de andere kant de tenuitvoerlegging (execution) van een vonnis.

Maar eigenlijk maakt het niet zo veel uit om welke woorden het nu precies gaat; de Amerikaans en de Britse juridische definities van het woord money bijvoorbeeld,
verschillen immers ook van elkaar (lees hierover verder). Het is namelijk heel goed
mogelijk dat de Spaanse wetgeving een juridisch verschil maakt tussen enforcement en
execution, maar ook dat dat verschil niet bestaat in de Luxemburgse en Nederlandse wetgeving. Ieder land z’n eigen juridische geschiedenis met z’n eigen juridische lading aan z’n eigen juridische begrippen. (Hier al eerder over geschreven).  Iets wat het, op z’n zachtst gezegd, “lastig” maakt om in een gemeenschappelijke taal (Engels in dit geval) onder
woorden te brengen.

Nu ligt de zaak dus voor het Australische High Court. De verwachting is dat het High Court de uitspraak van het Hof zal volgen en dat de Spanjaarden alsnog met het geld over de brug moeten komen, mét een forse rente, dat dan weer wel… Het Hof benadrukte namelijk ook nog eens dat de context van de gebruikte terminologie soms van groter belang kan zijn dan de formulering van die terminologie.

En dat is precies waar al die internationale geschillencommissies voor zijn opgericht.

(met dank aan Julien Luscuere en Alex Allwell van Maes Law)

Correctness (32)

We hebben het hier al vaak gezegd: er ligt veel meer betekenis in de Engelse grammatica dan in de Nederlandse grammatica. Neem bijvoorbeeld eens de verschillende tijden van Engelse werkwoorden. Als je schrijft I have worked for AKD for 5 years werk je er nog steeds, maar als je schrijft I worked for AKD for 5 years, dan werk je al lang ergens anders. Als je schrijft Company X is a problem of Company Z is being a problem, dan kan je maar beter met Company Z te maken hebben. Ga voor een uitleg en meer voorbeelden naar Correctness 5  of naar Correctness 6

Zo kan het ook gaan met de werkwoorden bij het enkelvoud en het meervoud van een
aantal woorden, en dan met name van zgn. ‘verzamelnamen’. Een verzamelnaam is een zelfstandig naamwoord – zoals team, commissie, jury, ploeg, orkest, publiek, publiek en familie – dat verwijst naar een groep individuen. Ook bekend als ‘groepsnaam’.

In het Nederlands gaat zo’n verzamelnaam altijd vergezeld van de enkelvoudsvorm van het werkwoord (“Het team wint een prijs”, “Het orkest speelde fantastisch”, etc.). Maar in het Engels kan je bij die collective nouns zowel de enkelvoudsvorm als de meervoudsvorm van het werkwoord gebruiken, afhankelijk van wat je ermee wilt zeggen.

Wanneer alle leden van zo’n collective noun iets als een eenheid presteren, gebruik je het enkelvoud (net als in het Nederlands). Dus: The chamber orchestra often plays at the Art Centre; The cast is celebrating the success of the play with a party after the performance; A wolf pack hunts as a group en The staff disagrees on the proposal. 

Maar wanneer de leden van het collective noun iets individueels doen, iets wat afwijkt van wat de anderen in zo’n groep doen, dan kan je gerust het meervoud gebruiken: The
orchestra are tuning their instruments; The cast have 
been practising their lines; The flock were running off in every direction en The staff disagree on the proposal.

Sommigen zeggen dat dit alleen in het Brits-Engels is toegestaan en niet in het Amerikaans-Engels. Dat is een beetje onzin, te meer daar er geen “officiële” grammaticale regels bestaan voor het Engels zoals wij in Nederland een Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) hebben met daarin de “officiële” Nederlandse
grammaticaregels en zelfs een “Groen Boekje” met daarin de “officiële” Nederlandse spellingsregels. Het kan best zijn dat het meervoud bij collective noun in het Amerikaans-Engels minder vaker voorkomt, maar het is niet pertinent fout.

Met zo’n enkelvoud-meervoudkeuze kan je een subtiel verschil maken in wat je wilt zeggen. Zo kan je zeggen: Management (of om het even: The jury, The councel, The panel etc.) is responsible for these mistakes, maar ook Management (en dus ook: The jury, The councel, The panel etc.) are responsible for these mistakes waarbij je dan, opnieuw: subtiel, opmerkt dat er wat jou betreft ook leden van het managementteam zijn die niet
verantwoordelijk zijn voor die fouten. Bryan Garner schrijft in Garner’s Dictionary of Legal Usage (hier geheel gratis te downloaden!): but if the emphasis is on the individuals in the group, the plural verb form is best. En Merriam-Webster’s English Usage Dictionary is het
hiermee eens:  When the group is considered as a unit, the singular verb is used; when it is thought of as a collection of individuals, the plural verb is used.

 Overigens zijn die dillema’s natuurlijk allemaal makkelijk te omzeilen als je de woordjes members of (The members of the jury… etc.) gebruikt. Dan is het natuurlijk altijd
meervoud…

Dan zijn er nog de namen van sportteams. Het is gebruikelijk dat de Britten hun teams laten optreden met behulp van een meervoudsvorm van het werkwoord: Liverpool are the greatest team, England win the European Championship, etc. Dat vinden vooral de Amerikanen raar, maar zelf doen ze het ook. Nu is het gros van de namen van Amerikaanse sportclubs toevallig al een meervoud (Boston Celtics, New York Yankees, Minnesota Vikings, Los Angeles Lakers etc.), maar ook de enkelvoudige namen zoals Oklahoma City Thunder of Utah Jazz gaan gepaard met meervoudsvormen van het werkwoord. Dat
vinden wij Nederlanders een beetje raar… “Ajax zijn de beste ploeg van de wereld”, “Feyenoord hebben weer gewonnen”, “Spanje winnen de finale”, dat soort werk.

Ook met een ander fenomeen, het plurale tantum, hebben Nederlanders wat moeite… Het zijn woorden die de vormkenmerken van een meervoud hebben, maar waarvan het
bijbehorende enkelvoud niet bestaat. We kennen allemaal glasses, scissors, trousers, maar door die meervoud -s aan het eind weten we dat er ook een meervoudsvorm van het werkwoord gebruikt moet worden.  Waar het bij Nederlanders alleen bijna altijd fout gaat is bij het plurale tantum police. The police were on time, The police are present on Saturday. Meervoud gebruiken, dus!

Plain English (26)

Er is nog steeds geen duidelijkheid of AstraZeneca nou genoeg van “onze” vaccins gaat
leveren of niet. Vorige week hadden we het in deze blog over de woorden reasonable best efforts in het contract tussen AstraZeneca en de Europese Unie. Juist die gebruikte
woorden openden een juridische doos van Pandora voor allerlei mogelijke juridische steekspelletjes.

Nu iedereen tijd heeft gehad om het openbaar gemaakte contract eens goed te lezen,
blijken er nog veel meer haken en ogen te zitten aan het taalgebruik in dit contract. Een
ander teer (dwz. juridisch omstreden) punt is bijv. hoofdstuk 13 in het bewuste contract, ofwel: Representations and Warranties.

Hoofdstuk 13.1 begint al gelijk met: AstraZeneca represents, warrants and covenants to the Commission and the Participating Member States that … De woorden represents, warrants and covenants worden vaak vertaald met “verklaart, garandeert en komt overeen”. Hét grote struikelblok is hier dat in één adem verschillende contracttaalcategorieën bij elkaar worden geveegd: the language of declararion, the language of obligation en the language of agreement (naar analogie van Kenneth Adams in A Manual of Style for Contract Drafting). Met alle mogelijke verwarring van dien. En “verwarring” moet, juist in contracten, zoveel mogelijk vermeden worden.

We hebben hier al eens geschreven over het werkwoord to warrant in een (common law)
juridische setting. We schreven toen “to warrant in het common law-contractenrecht betekent veel eerder: to promise, “beloven” dus. Het is dus heel pertinent niét een
contractuele voorwaarde. Als die belofte (warrant) om de een of andere reden niet wordt nagekomen, dan heeft de benadeelde partij eventueel recht op een zekere vorm van
compensatie (welke vorm, dat staat nog gerechtelijk te bezien), maar het contract kan niet worden verbroken”.

OPLOSSING/ALTERNATIEF: Je zou alles wat je ‘warrants’ wilt aangeven, gewoon samen kunnen voegen onder een nieuw hoofdstukje. Dit noem je dan ‘Warranties’ en daar schrijf je op wat de verkoper en de koper een goed idee vinden om te doen als ergens iets mis loopt.

Het werkwoord to represent betekent niets meer of minder dan gewoon een ‘vaststelling van een feit’, ‘een feitelijke verklaring’ (a statement of a fact). Sommige tekstverklaarders gaan zelfs uit dat het een positieve benaming is van de eerder bestaande term:
misrepresentation. Misrepresentation verwijst niet naar onbevoegde vertegenwoordiging maar is een mededeling die niet juist is, een beetje te vergelijken met onze ‘dwaling’ of zelfs (als het een fraudulent misrepresentation is) ‘bedrog’. (Overigens een uitstekend
voorbeeld van een zgn. False Friend)
. Paragraaf 13.1 (e), waar afstand genomen wordt van enige verantwoording waar iets fout kan gaan, botst met zo’n ‘feitelijke verklaring’. Een
feitelijke verklaring is óf juist óf onjuist – het kan niet onjuist wórden. Het kan natuurlijk dat AstraZeneca niet genoeg vaccins kan leveren (om welke reden dan ook), maar dat is een toekomstig feit en hoort hier niet onder respresentations.

OPLOSSING/ALTERNATIEF: Je zou represents zonder meer kunnen vervangen door welk werkwoord met dezelfde betekenis dan ook (bijv.  says, utters, proclaimes etc.), maar de meest voor de hand liggende zou zijn: states.

Het werkwoord to covenant (‘overeenkomen’) dat AstraZeneca er, als klap op de vuurpijl, ook nog eens aan toevoegt, is een woord dat al sinds mensenheugenis in contracten al helemaal nooit meer gebruikt wordt. Het is volledig overbodig en leeft eigenlijk alleen maar voort als sjiek zelfstandig naamwoord ‘covenant’ (ook in het Nederlands).

OPLOSSING/ ALTERNATIEF: vergeet dat extra werkwoord; het is al een contract, dus waarom zou je dat nog eens verklaren? Hetzelfde geldt overigens ook voor de woorden die je ook wel eens ziet: X represents, warrants, covenants and agrees that… (Een contract is geen thesaurus!)

Het grote struikelblok nu is dat álle bepalingen in een contract onder een kopje Representations and Warranties (dus ook in het AstraZeneca-contract, Hoofdstuk 13), tegelijkertijd beloftes áls een vaststelling van feiten zijn. Normaal gesproken zou dit niet veel problemen op hoeven te leveren: “zo is het toch altijd gegaan”….? Maar nu, in
coronatijden?

Het mooie (want tevens: onbegrijpelijke) aan dit soort taalgebruik is de hardnekkigheid waarmee iedereen maar steeds vast blijft houden aan traditionele bewoordingen als
represents, warrants and covenants of hoofdstukken met titels als Representations and Warranties. Advocaten en anderen die met contracten werken moeten in gedachten houden dat ze de kudde niet hoeven te volgen als het gaat om contracten. De enige mensen die u moet overtuigen, zijn degenen aan uw kant van de transactie en aan de
andere kant van de transactie. De uitdrukking Representations and Warranties wordt dan wel telkens te pas en te onpas klakkeloos  gebruikt, je kan contractuele bepalingen ook een stuk eenvoudiger en vooral: éénduidiger, maken en zo het contractproza naar een
moderne tijd brengen.

En wie weet, geeft alle commotie rond juist dít contract ook de Plain English Movement weer een zetje in de juiste richting. Nieuwe Tijden!

What’s in a word? (40)

Dat komt er nou van… In een eerdere blog schreven we al eens  dat de woorden “best
efforts
” in contracten tot de één van de most-litigated words in de Anglo-Amerikaanse rechtspraak behoren en in een burgerrechtelijke (civil law) omgeving verder van zeer geringe juridische waarde zijn. Daar schijnt het ook nu weer op uit te draaien met het Covid 19-vaccin van AstraZeneca (AZ) en de druk die door de Europese Commissie op AZ wordt uitgeoefend om die spullen nu eens te leveren.

De CEO van AZ zou hebben gezegd dat de leveringsverplichtingen van AZ beperkt zijn tot “best efforts“; AZ kan dit blijkbaar niet doen zonder de voorwaarden van het contract met de Britse regering te schenden. Op dit moment (zie hieronder) zijn de relevante contracten nog niet openbaar. Maar wél openbaar is een soortgelijk contract tussen de Europese Commissie en Curevac AG. Curevace is samen met Bayer bezig een  ander potentieel Covid 19-vaccin, Zorecimeran, te ontwikkelen. Het heeft de vorm van een raamcontract en er is een bestelformulier aan toegevoegd dat individuele EU-landen kunnen gebruiken om hun besteleisen bij de leverancier aan te scherpen (hier te vinden).

Laten we bij gebrek aan betere informatie aannemen dat de Europese Commissie
contracten heeft ondertekend met zeer vergelijkbare standaardvoorwaarden met al haar vaccinleveranciers, inclusief AZ, en dat ze allemaal volgens de Belgische wetgeving zijn opgesteld. Wat zegt het contract over leveringsverplichtingen?

De term die het meest relevant lijkt voor de inspanningsverplichtingen van AZ, staat in de tweede alinea van paragraaf 1.3 (van het Curevac-contract), Die luidt: On the basis of this APA, the contractor commits to use reasonable best efforts (i) to obtain EU marketing…[…]

 Op basis van deze APA (=Advance Purchase Agreement) verbindt de contractant zich ertoe om reasonable best efforts te leveren (i) om een ​​EU-handelsvergunning voor het product te verkrijgen en (ii) om voldoende productiecapaciteit te creëren om de productie en levering van de contractueel overeengekomen volumes van het product mogelijk te maken

Reasonable best efforts  worden gedefinieerd in sectie 1.2 (blz. 10), met daarin de woorden: ‘Reasonable best efforts’: a reasonable degree of best effort to accomplish a given task,
acknowledging that such things as, without limitation […];
contractor’s commitments to other purchasers of the Product; other reasons [….] etc.

Het contract is opgesteld naar Belgisch recht, een civil law-systeem dus. Het burgerlijk recht erkent meestal geen specifieke betekenis van best efforts of soortgelijke termen, maar geeft een voorkeur voor een onderscheid tussen zogenaamde “middelencontracten” en “resultatencontracten”  De eerste is vergelijkbaar met een inspanningsverplichting, waarbij de prestatie niet gegarandeerd is.

PS.
“Op dit moment zijn de relevante contracten nog niet openbaar”, schreef ik afgelopen
donderdagavond. De vrijdag daarop gaf de Europese Commissie dan toch, in samenspraak met AZ, het contract vrij (hoewel grote delen zijn weggelakt). Hier te vinden. En nu blijkt dat inderdaad de woorden best reasonable efforts ook hier zijn gebruikt. De definitie daarvan (op blz. 3) lijkt in het geheel niet op de definitie in het Curevac-contract maar Commissie voorzitter Ursula von der Leyen zegt in een radio-interview met de BBC ‘Best effort’ was valid while it was still unclear whether they could develop a vaccine. That time is behind us. The vaccine is there. AstraZeneca has also explicitly assured us in this contract that no other obligations would prevent the contract from being fulfilled.

Nog even afgezien van het feit dat het Curevac-contract spreekt van reasonable best efforts en het AZ-contract van best reasonable efforts (is daar eigenlijk een verschil tussen?), lijkt mij dit al met al een typisch staaltje van van elkaar verschillende rechtsopvattingen. We komen daar keer op keer weer op terug in deze blog: daar waar in common law-landen (zoals Engeland) vooral de Letter van de Wet (of het Contract) belangrijk is, prevaleert in de civil law-landen (de Europese Unie) de Geest van de Wet en wordt een beroep gedaan op de morele verplichtingen buiten het contract. (Lees bijv. ook hier).

Er zit waarschijnlijk niets anders op dan AstraZeneca maar even voor een jaartje of wat te
nationaliseren (maar dan wel in Europees verband, natuurlijk).

What’s in a language? (48)

Valse Vrienden, False Friends: woorden of zegswijzes die in twee talen hetzelfde lijken of klinken maar iets totaal anders betekenen.

Zo is het Engelse brutal niet het Nederlandse ‘brutaal’, en administration is niet
‘administratie’, etc. (voor meer Engels-Nederlandse False Friends klik hier). Of, op juridisch gebied, zijn Nederlandse ‘statuten’ geen Engelse statutes, wat je zou kunnen denken, maar Articles of Association, een Engelse curator is niet de Nederlandse curator maar een
bankruptcy trustee, zo zijn considerations geen ‘overwegingen’ maar een juridisch concept dat bij ons met prestatie-tegenprestatie zou kunnen worden aangeduid en verwijst
misrepresentation  niet naar onbevoegde vertegenwoordiging maar is een mededeling die niet juist is, wat wij ‘dwaling’ zouden kunnen noemen.

Meer voorbeelden? Het Nederlandse ‘concept’ is niet het Engelse concept. Een
‘conceptovereenkomst’ is derhalve een draft contract; het Engelse concept is veeleer ‘een begrip’. De Nederlandse ‘procedure’ is niet, wat je zou kunnen verwachten, procedure, maar (legal) proceedings. Voor een procedure ga je namelijk naar medisch onderlegden.  En wat Nederlanders onder ‘jurisprudentie’ rekenen is in het Engels meer iets als precedent of case law. Het Engelse jurisprudence bestaat verwarrend genoeg wel, maar betekent meer wetstheorie of -filosofie.

Maar dit zijn woorden in twee talen (Nederlands en Engels, dus). Iets ingewikkelder wordt het bij False Friends in één en dezelfde taal: Brits-Engels en Amerikaans-Engels. George Bernard Shaw verzuchtte al eens dat “England and America are two countries separated by a common language“. En dat gaat ook vaak ook op voor British Legal English (BLE) en American Legal English (ALE).

Audience is een mooi voorbeeld. Het betekent natuurijk ‘publiek’, maar in het ALE betekent het nooit the right of a lawyer to appear and plead in court maar in het BLE heeft het wél die betekenis: right of audience. Een ‘inval van de politie’ is een dawn raid in BLE, dezelfde actie heet een search and seizure in het ALE.

Als je in Engeland een advocaat inschakelt, dan is dat: to instruct a lawyer, als je iets dergelijks in de Verenigde Staten wil doen, dan doe je er beter aan om te zeggen: to hire, of to engage a lawyer. Diezelfde lawyer zal in een rechtszaal een eindpleidooi houden, een Amerikaans jurist voert dan a closing argument terwijl zijn Britse tegenhanger a closing speech voert.

Met name de Britten winden zich nogal op over deze -in hun ogen- ‘diefstal’ van begrippen, maar nog veel erger vinden zij dat ook de rechtbankmores onder invloed van (voornamelijk Amerikaanse) rechtbankseries op televise veramerikaniseren. Tenminste, op
televisie…

In tv-series (door Amerikanen gemaakt, maar spelend in Engeland) worden steeds vaker getuigen opgeroepen om to take the stand (ALE) naar dat verhoginkje in de rechtszaal te gaan dus. Alleen… Engelse rechtbanken hebben helemaal geen verhoginkje! In
werkelijkheid worden getuigen opgeroepen om to go into the (witness) box (BLE). In diezelfde series wordt ze dan gevraagd om to testify (ALE), in de werkelijke Britse rechtbankwereld wordt ze gevraagd to give evidence (BLE).

Op onder verdachte omstandigheden overleden personen wordt een post-mortem (BLE) uitgevoerd, op televisie is dat een autopsy (ALE) geworden. Gescheiden ouders betalen nu op tv alimony (ALE), terwijl een aantal jaren geleden dat nog maintenance (BLE) was. Een parole (voorwaardelijke vrijlating) gold in Engeland alleen voor soldaten die in een oorlog door de vijand gevangen genomen werden en werden vrijgelaten als ze plechtig beloofden niet meer de wapens op te nemen. Onder invloed van de Amerikaanse rechtspraak (of waren het de Amerikaanse tv-series?) werd dit woord vanaf het midden van de jaren ’60 ook voor veroordeelde gevangenen gebruikt. Tot rond de laatste eeuwwisseling was to
appeal
  een intransitief werkwoord (een werkwoord dat geen lijdend voorwerp nodig heeft), en werd het in combinatie met het voorzetsel against gebruikt, to appeal against (BLE) dus, nu niet meer. Voor de Brexit zei Theresa May nog (in relatie tot die Brexit): “We’re appealing the High Court decision”, terwijl dat 15-20 jaar geleden “We’re appealing against the High Court decision” was geweest.

Taal verandert, zélfs als de omstandigheden hetzelfde blijven.

Clarity (35)

In onze blog van vorige week hadden we over de zin: In the underlying case, this means the house should not have any defects that were not mentioned in the agreement. Een hoofdzin en een bijzin met allebei een ontkenning. Nu gaan er ook regelmatig stemmen op om
ontkenningen maar liever helemaal niet te gebruiken.

In het artikel Word Length and the Structure of Short-Term Memory in het  Journal of Verbal Learning and Verbal Behavior stelt Alan D. Baddeley dat de hersenactiviteit van lezers
aanmerkelijk vertragen wanneer  lezers passieve zinsconstructies (zoals: “de man wordt door een hond gebeten”) of ontkenningen tegenkomen. Iedere ontkenning zegt namelijk “wat is, of “wat moet” door de lezer te vertellen wat “niet is” of wat “niet hoeft”. En dat vereist extra werk voor de hersencellen…

Met andere woorden: probeer ontkenningen in een zin zo veel mogelijk te vermijden; schrijf in plaats van not the same: different, in plaats van not many: few, in plaats van did not: failed to, in plaats van does not have: lacks, in plaats van did not accept: rejects, in plaats van did not remember: forgot, etc. etc.

Hoewel iedere vertraging van opname-snelheid, en dus begrip, bij de lezer voorkomen moet worden, valt het nog wel mee met onze voorbeeldzin. Anders wordt het met zinnen met een dubbele ontkenning (double negative). Daar hebben de meeste hersenen vaak zó veel moeite mee dat dergelijke zinnen soms twee keer gelezen moeten worden om goed te begrijpen wat er staat.

Voorbeelden uit pre-Course Tasks die Nederlandstalige juisten insturen vóór aanvang van een training Legal English Writing Skills insturen?

  • so that the mere presumption of the existence of damage is not insufficient to… maak daar liever van: the existence of damage is sufficient
  • …your presence at this meeting was not without obligation maak daar liever van: …your presence at this meeting was mandatory
  • We have no reason to believe that a judge will not grant a prejudgment seizure in this specific matter as… maak daar liever van: We believe that a judge will grant a prejudgment seizure in this matter…
  • …and most of those costs do not seem unreasonable maak daar liever van: …and most of those costs seem reasonable
  • …do not feel uncomfortable to… maak daar liever van: …feels comfortable to…

Het kán zijn dat, met name niet-Engelstalige, schrijvers niet goed weten dat ook woorden die beginnen met un- (als in: unnecessary), im- (als in: impossible), in- (als in: incorrect) natuurlijk ook een ontkenningen zijn, en ook woorden als without, unless, preclude, fail etc. maar dat zijn ze natuurlijk wel.

Natuurlijk zijn er meer dan genoeg redenen om dergelijke double negatives wél te
gebruiken (om minder streng of minder direct of om meer beleefd over te komen bijv., of om mensen juist zand in de ogen te strooien), maar of die thuis horen in juridische
schrijfsels, waar  “duidelijkheid” immers voorop moet staan, is een hele andere zaak. Boris Johnson heeft ooit in een radio-interview gezegd: I could not fail to disagree with you less. Probeer van deze viervoudige(!) ontkenning maar eens chocola te maken…

NB:
Er is één onderdeel binnen de Angelsaksische rechtspraak waar een ontkenning  écht
belangrijk is (en blijft): de uitspraak van een jury. Guilty of not guilty. In april 1999 werd de heer Alan Rashid na een twee dagen durende rechtszaak door het Cardiff Crown Court
veroordeeld tot twee jaar gevangenschap. Nadat hij uit de rechtszaal werd verwijderd, vroeg een lid van de jury aan de rechter waarom dat was. De rechter scheen door een hoestbui van een van de juryleden het woordje not in not guilty niet gehoord te hebben. De heer Rashid kwam direct weer op vrije voeten. Een mooi staaltje van niet alleen blind rechtspreken, maar ook nog doof.

What’s in word? (39)

Vergelijk eens de volgende twee zinnen:

  • In the underlying case, this means the house should have no defects that were not mentioned in the agreement.
  • In the underlying case, this means the house should not have any defects that were not mentioned in the agreement.

Ze betekenen natuurlijk precies hetzelfde, niemand zou iets anders kunnen beweren en beide zinnen zijn -in ieder geval- grammaticaal goed. Alleen…, een native speaker Engels zal onmiddellijk zien dat de eerste zin door een niet-Engelstalige advocaat is geschreven. Als een Engelstalige in het Nederlands zou schrijven:  “… dit betekent dat het huis niet tekortkomingen zou moeten hebben…” weten wij ook wat hij wil zeggen, maar het “klinkt verkeerd”.

We zien de constructie should have no (of soortgelijke constructies) erg vaak in door Nederlandse juristen geschreven Engelstalige teksten, maar in het Engels is het nu
eenmaal veel gebruikelijker om het werkwoord te ontkennen: should not (of shouldn’t in meer informele teksten) dan het zelfstandig naamwoord te ontkennen (no defects, dus). En waar je niet aan gewend bent, geeft verwarring.

Een echte reden hiervoor heb ik niet. Anders dan misschien dat het Nederlands
makkelijker “geen” kan maken door een “g” voor de “een” te zetten om er op die manier een negatief van te kunnen maken.

Wat je in het Engels (en al helemaal in Engelse juridische teksten) wél nog vaak ziet, is de uitdrukking any and all, zoals in … this means the house should not have any or all defects that were not mentioned…. Any or all echter moet worden geschaard onder de talloze zgn. legal doublets waar we het hier al een paar keer over hebben gehad. null and void ,
breaking and entering
, assault and battery of indemnify and hold harmless

Al die gevallen komen voort uit een juridische drang om maar zo volledig mogelijk te zijn, een angst om ergens iets te missen. Keer op keer proberen partijen voor de rechter duidelijk te maken dat er een fundamenteel verschil is tussen any and all en all (of any) op zichzelf, dus zónder and all.

Een voorbeeld? In de Terms of Service van YouTube staat ergens: YouTube expressly
disclaims any and all liability in connection with Content
en even later: You license to YouTube all patent, trademark, trade secret, copyright or other proprietary rights in and to such Content (mijn benadrukking). Het beoogde verschil is dat  any and all één enkele aansprakelijkheid betekent, zonder alle andere verplichtingen, naast al deze
verplichtingen tegelijk. In het tweede geval betekent “all” botweg alle aansprakelijkheden tegelijk en niet ééntje afzonderlijk. Een nuance, zo denkt men, die belangrijk kan zijn in de gevallen waarin je zowel de mogelijkheid van één item als de mogelijkheid van alle items tegelijk wilt opnemen. Any zou dus minder moeten betekenen dan all, en voor de volledigheid wordt daarom maar any and all gebruikt.

Maar zoals bijna altijd bij legal doublets veegt een rechtbank de vloer aan met die
‘redenering achteraf’ bij het gebruik ervan. Harrington v Interstate Business Men’s Accident Association: “In broad language, it covers ‘any final decree’ in ‘any suit at law or in chancery’ in ‘any circuit court. ‘Any’ means, ‘every,’ ‘each one of all.“‘ Of anders: Gibson v Agricultural Life Insurance : “… upon arriving at the conclusion that the sensible connotation of the word ‘any’ implies ‘all’ and not ‘some’” of weer een andere:  Donohue v Zoning Board of Appeals: “…the word ‘any’ is to be considered all-inclusive, the word “any” has a diversity of meanings and may be employed to indicate “all” or “every” as well as “some” or “one. It is synonymous with ‘either,”every,’ or ‘all.”

Kortom, gebruik het als u daar zin in heeft, of als u eens een keertje extra juridisch wil overkomen, of om wat voor reden dan ook, maar verwacht niet dat any and all juridisch iets anders betekent dan alleen maar any, of alleen maar all.

En denk erom: mocht je de negatief willen gebruiken, maak dan het werkwoord negatief, en niet het zelfstandig naamwoord!

What’s in a language? (47)

“Waarom zijn Amerikaanse (of liever gezegd: Anglo-Amerikaanse) contracten vaak zo lang?”, verzuchten deelnemers aan Branch Out-trainingen Drafting Better Contracts in English vaak. Ons standaard antwoord is dan steevast dat Anglo-Amerikaanse contracten proberen een breed scala aan onvoorziene omstandigheden aan te pakken om zodoende eventuele gerechtelijke geschillen te voorkomen of anders zelfs om sterker te staan tijdens zo’n geschil.

Contracten onder civil law (geldig voor de meeste Europese landen) zijn inderdaad vaak zo’n derde tot de helft korter dan (met name) Amerikaanse contracten en overeenkomsten. En inderdaad, vooral omdat Europese contracten niet de behoefte voelen om elke
eventualiteit aan te pakken. Want de meeste van die zgn. eventualiteiten liggen immers al vast in burgerlijke wetboeken, dus waarom dat ook nog eens allemaal in een overeenkomst te vermelden?

Daaraan ten grondslag ligt ook het civil law-principe van “goede trouw” (ofwel ook: Treu und Glaube/buona fede/bonne foi etc.), terwijl in common law-systemen de partijen veel meer gedwongen worden om een eigen uitgangspositie te zoeken. Elke partij is op zoek naar een voordeel ten opzichte van de andere en houdt de kaarten tegen de borst in een poging ervoor te zorgen dat zíj het in ieder geval niét zijn waarvan wordt geprofiteerd. En hoewel dit een goede basis vormt voor veel Hollywoodfilms, mondt deze combinatie van agressie en voorzichtigheid vaak uit in een extra contractuele woordenstroom (lees meer hierover in het artikel Comparative Analysis of New Differences in Legal Cultures door Alberto M. Musy).

Het ontbreken van een algemene plicht van goede trouw kan waarschijnlijk het beste
worden omschreven als een illustratie van de Engelse houding om de wet als een op zichzelf staand domein te zien, als een wereld die zich onderscheidt van het bedrijfsleven en de politiek. Engelse rechters houden er niet van hun bevoegdheid te gebruiken om te bepalen of de partijen te goeder trouw hebben gehandeld of niet.

Het is natuurlijk verleidelijk om hier allerhande culturele verklaringen op los te laten (de VS als een veel competitievere samenleving als de Europese, Europa -wat dat dan ook mag zijn- als een samenleving waar veel meer wordt omgekeken naar de zwakkeren, Groot-Britannië daar zo’n beetje tussenin etc. etc.). En dat is dan ook vaak gedaan, zie bijv. F. Trompenaars & P. Wooliams, Business across cultures of G. Hofstede, Cultures and
organizations: software of the mind
. Alleen loop je dan al snel het risico in een soort zwartepietendiscussie te verzanden: is Zwarte Piet een onderdeel van de nationale cultuur of gewoon racisme?

In de tussentijd zie je dat het onderscheid steeds meer vervaagt; Anglo-Amerikaanse
kantoren brengen hun stijl van praktijk, waaronder contracten in Anglo-Amerikaanse stijl, steeds vaker naar civielrechtelijke landen en aan de andere kant weten “Europese”
kantoren hun (vnl.) Amerikaanse tegenhangers wel te overtuigen niet ál te “Amerikaans” over te komen. Het eind van het hele verhaal (hoewel we daar nog lang niet zijn) zal er wel op neerkomen dat het vooral een verschil is van “toon en stijl”. En laten we niet vergeten dat de Plain English-movement vooral in de Verenigde Staten steeds belangrijker wordt en de vereuropeanisering in de kaart speelt. Overigens, ga voor een prima overzicht (en meer) van die “toon en stijl” naar de zeer lezenswaardige We Agree-site van Willem Wiggers. Of naar deze en deze Branch Out Legal English blogposts waar ook Anglo-Amerikaanse
contracten worden besproken.

Maar laten we eerlijk zijn, ondertussen spinnen wij van Branch Out hier een redelijke klos garen bij. Verreweg de meeste contracten die Nederlandse juristen in het Engels schrijven zijn, natuurlijk, contracten onder Nederlands recht. We spreken echter regelmatig
advocaten die zeggen dat hun Amerikaanse opdrachtgever graag zien dat hun contracten er “Amerikaans(er) uitzien”. En dan kan je wel zeggen dat dat juridisch gezien helemaal niet hoeft, maar als het niet baat, dan schaadt het (meestal) ook niet, nietwaar?

Bovendien vertonen veel door Nederlanders in het Engels geschreven contracten nog veel te vaak allerlei grammaticale en lexicale onbegrijpelijkheden en onduidelijkheden die
ambiguïteiten opleveren waar wel degelijk over geprocedeerd kan worden. Contractuele taal blijft contractuele taal, of dat nou Engels is of Nederlands.

East is East, and West is West, and never the twain shall meet schreef Rudyard Kipling (toegegeven, niet met contractuele taal in het achterhoofd, maar goed… én, grammaticaal puntje: let nog even op die komma’s voor and). Maar we kunnen wél ons best doen.

Clarity (34)

Ik weet niet hoe het met u is, maar de laatste tijd zie ik regelmatig advertenties langskomen van Van Dale, die van de woordenboeken. “Ineens zie je in jouw tekst dat het woord ‘bezwaar’ te vaak voorkomt. Je hebt een synoniem nodig!”, bijvoorbeeld. Of ook: “Zit nooit meer om een woord verlegen en communiceer effectiever met gevarieerder taalgebruik! Dat is nu mogelijk, dankzij het Van Dale Synoniemen Online”. En dat is nu juist waar veel Legal Writing-experts voor waarschuwen: synoniemen en gevarieerd taalgebruik.

Dit fenomeen staat bekend als Elegant Variation: herhaling vermijden door de herhaalde woorden te vervangen door synoniemen te gebruiken. Over Elegant Variation hebben we hier al eens eerder over gehad; het werd voor het eerst zo beschreven door de Engelse schoolmeester/lexicograaf Henry Watson Fowler in het begin van de 20e eeuw. Bryan A. Garner in Garner’s Modern American Usage stelt Inelegant Variation voor als een
geschiktere naam voor het fenomeen, en beweert dat Fowler, bij het bedenken van de term, elegant gebruikte in een toen geldende ongunstige betekenis van ‘overdreven’,
‘verwijfd’ of ‘pretentieus gestileerd’.

Hoe het ook zij, Elegant Variation dient liefst zo veel mogelijk vermeden te worden. Wayne Schiess hierover: In legal writing, precision and clarity matter, and since elegant variation can lead to imprecision and confusion, it is to be avoided. It makes readers stop to figure out what you’re referring to. En daar gaat het om: onnauwkeurigheid en verwarring.

Voorbeelden? Four of the defendant’s witnesses were women, while all of the plaintiff’s
witnesses were ladies
. Betekent dit dat de vrouwelijke getuigen van de aanklager nettere dames zijn dan de vrouwelijke getuigen van de verdediger? Of wat als er in een document voortdurend sprake is van een landlord, om daarna plotseling lessor te gebruiken. Zijn dat nu wel of niet dezelfde personen?

U.S. airline traffic dropped 10.2 percent in February, with traffic on international routes
plummeting 26.8 percent. The pattern was repeated on the other side of the Atlantic, where British Airways watched its business drop 30 percent. Dropped
en plummeting zijn prima: de ene (dropped) lijkt een stuk minder dramatisch dan de ander (plummeting), maar waarom daarna dan toch weer drop, terwijl dat nóg weer dramatischer is dan het eerdere
plummeting?

Of deze: Two servicewomen (…) were awarded $45,000 in compensation. Lesley Leale, a 37-year-old former sergeant, was awarded $27,000 in damages while Julie Lane, 27, won $18,000 in compensation.  Damages en compensation zijn hier waarschijnlijk bedoeld als synoniemen om de zin een beetje op te vrolijken. Alleen kan damages óók compensatie plus punitieve schadevergoeding betekenen… Want juist met zgn. juridisch vocabulaire moet je uitkijken. To rescind, to cancel, to repudiate, to dissolve  en to terminate
bijvoorbeeld, lijken allemaal synoniemen van “beëindigen”, maar hebben van elkaar
verschillende juridische achtergronden en betekenissen. In uw eigen taal bent u vast wel op de hoogte van de verschillende juridische lading van woorden, in een andere taal wordt dat al weer een stuk lastiger.

Dus om in je oren te knopen: Avoid Elegant Variation! Als Van Dale adverteert met “Communiceer effectiever met gevarieerder taalgebruik!”, zou ik daar nog even nadenken.

PS.
Natuurlijk kán elegant variation hier en daar een functie hebben. Maar dan vooral in
literaire teksten als romans e.d. Daar kan je het bijv. gebruiken om te laten zien dat de ene hoofdpersoon uit een andere sociale klasse komt dan de andere. Daarnaast vinden Fransen, en iets minder mate ook Duitsers, dat elegant variation (in hun eigen taal, dan) een vorm van na te streven eloquentie is. Maar dan nog… zou Shakespeare hebben
bedacht dat To be or not to exist eigenlijk beter was geweest? Probeer er in informatieve teksten, zoals juridische teksten, zo ver mogelijk vandaan te blijven.

Plain English (25)

Sympathieke jongens (én meisjes), die notarissen. Eind 2019 werkte de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie aan een strategiedocument 2020-2025. “Bij het bepalen van onze strategie spelen ook de verwachtingen en behoeften van de cliënten een grote rol”, zo zei KNB-voorzitter Nick van Buitenen in het Notariaat Magazine 10, 2019. “Opvallend”, vond hij, “is dat alle groepen waarde hechten aan duidelijke en begrijpelijke taal”.

Nog geen jaar later, start op 9 november een nieuwe online campagne onder de naam: “Hé notaris, vertaal ‘s!”. Op www.notaris.nl/vertaal kunnen mensen notariële termen vertalen naar gewone mensentaal. En om te laten zien dat notarissen reuze-modern zijn en toch heus met hun tijd meegaan wordt de campagne ondersteund op sociale media als Facebook, Instagram (#NotarisTaal) en YouTube.

Afgezien van die wat al te overdreven woordspelige naam van die campagne, een waarlijk sympathiek gebaar…. Maar zou het ook helpen?

Als je eens naar www.notaris.nl/vertaal gaat, dan zie je een flinke hoeveelheid “notariële termen” die worden uitgelegd, soms zelfs ondersteund met aanstekelijke filmpjes. Waarom soms wel die filmpjes en (meestal) niet, blijft eventjes de vraag, maar goed…. Termen als “vaststellingsovereenkomst”, “pandrecht” en “ouderlijk vruchtgenot” (overigens één van mijn favorieten) passeren de revue en worden vrij duidelijk uitgelegd. Je vraagt je alleen af of mensen die worstelen met “homologatie” of “sommenverzekering” niet gewoon even Googelen of in de Van Dale opzoeken.

Het gaat in al die gevallen dus over zgn. Terms of Art (ofwel: juridische vaktaal).  En Angelsaksische critici betogen dat juristen veel te vaak betogen dat achter deze Terms of Art onwrikbare juridische vraagstukken zitten. In zijn boek Elements of Legal Style, bijvoorbeeld, schat Bryan A. Garner dat er maar zo’n 40-50 woorden als échte Terms of Art kunnen worden beschouwd. Bovendien schrijft Kenneth Adams in zijn A Manual of Style for Contract Drafting: Eliminating archaisms, magic words and terms of art goes a long way turning traditional contract prose into a specialized version of standard English – the English used by educated native English speakers. That’s what you should aim for. En tenslotte geeft  Joseph Kimble in zijn boek Seeing Through Legalese  talloze voorbeelden van hertalingen van Federal Rules of Civil Procedure (FRCP) in begrijpelijk Engels (de Anglosaksische tegenhanger van Van Buitenens “gewone mensentaal”) zónder dat daarbij aan juridische grondbeginselen wordt gemorreld.

Grappig genoeg worden in www.notaris.nl/vertaal ook een aantal woorden behandeld die geen (veronderstelde) Terms of Art zijn, maar wél vallen onder notarieel jargon, voorbeelden hiervan zijn:  “onderscheidenlijk” of “onderhavig”. Bij “onderhavig” staat bijv.: “Meestal betekent het gewoon dit of deze”. De website van de Nederlandse Taalunie zegt hier echter over: “Is het onderhavige besluit synoniem met dit besluit? Nee. Onderhavig betekent: ‘wat hier behandeld wordt, ter sprake komt’. Onderhavig kan alleen worden
gebruikt in de betekenis ‘waarvan op het ogenblik sprake is'”. In het Engels wordt voor
“onderhavig” overigens vaak present, of ook wel: current, gebruikt, maar net zo vaak lees je gewoon: this.

Afgezien van het feit dat dit m.i. een flinterdun, artificieel onderscheid is, vraag ik me af waarom de niettegenstaandes, de desalniettemins, de veronderstellenderwijzen en de mitsdiens, dan niet in www.notaris.nl/vertaal staan?

Kortom, een verklarende woordenlijst, al dan niet ondersteund door hippe clipjes, is een eerste muizenstapje in de richting van de “duidelijke en begrijpelijke taal” die Van Buitenen voor ogen staat. Waarom streeft de KNB niet veel meer naar het rigoureus het mes te zetten in zowel jargon áls vaktaal? Daarnaast valt er veel meer een veel grotere begripswinst te halen door aanpassingen in bijv. zins- en alinealengte, tekststructuur, indeling, opmaak, opbouw, kopjes, in- of uitleidingen, samenvattingen, enz. enz. Talloze onderzoeken in binnen- en buitenland wijzen in die (of: in onderhavige?) richting.

Dus om de eerdere vraag “zou het ook helpen?” te beantwoorden:

In eerste instantie, JA, het helpt om een (nogmaals:) sympathiek beeld van een notaris te schetsen, iemand die best wel weet dat er vaak en veel “moeilijke woorden” gebruikt moeten worden, maar dat-ie daar zélf ook niet veel aan kan doen, want zo heten die “moeilijke notariële dingen nou eenmaal”, en dat-ie zich in zal spannen om het zo goed en kwaad als mogelijk uit te leggen in “duidelijke en begrijpelijke taal”.

Maar tegelijkertijd ook een dikke NEE, er zijn zo veel andere manieren om teksten (ja, óók notariële teksten) begrijpelijker te maken.

Het blijft behelpen.