All posts by Peter Peek

Plain English (22)

Laatst was ik in een restaurant in Engeland. Ik kreeg een menukaart voorgeschoteld waar de namen van de gerechten luidden: poultry, beef, venison, mutton, en pork. In de
beschrijvingen echter werd chicken, cow, deer, sheep en pig gebruikt. Wat was hier aan de hand? En wat kreeg ik nou te eten?

Nederlandstaligen staan op hun achterste benen als er weer eens te veel Engels gebruikt wordt in een Nederlandstalige omgeving (reclames, management speak, straattaal, of zelfs -oh horror- op universiteiten). De klagers hebben waarschijnlijk niet door dat de taal
‘Engels’ zoals we die nu kennen, op zich eigenlijk ook een mengtaaltje is.

Zoals iedere levende taal bestaat het Engels uit (eventueel: verbasteringen van) woorden uit allerlei andere talen, maar de belangrijkste bronnen zijn het Angelsaksisch (of ook: Oud-Engels) en het Latijn, of iets breder: het Romaans. In de 13e eeuw begon het Frans (een Romaanse taal, dus) aan het Engelse hof en in Engelse rechtbanken het Angelsaksisch te verdringen. Zo’n twee eeuwen later begon het Angelsaksisch weer terug te kruipen. Te laat om het weer echt Angelsaksisch te noemen, dus dan maar ‘Engels’. Ik bespaar u de geschiedenisles, maar het hoe, wat en wanneer is na te lezen in The Stories of English van David Crystal.

Het Angelsaksisch en het ‘Romaans’ zijn zó met elkaar verweven tot wat wij nu ‘Engels’ noemen dat niemand het verschil meer ziet. Niemand? Nee, een heel klein groepje mensen (waaronder veel Plain English-volgers en speechschrijvers) weet hier nog mee te spelen. Abraham Lincoln in zijn House Divided Speech: I do not expect the Union to be dissolved; I do not expect the house to fall: twee keer hetzelfde, maar het chique, officiële en hoogdravende eerste (Romaanse) zinsdeel wordt afgesloten met een stevige, korte, down-to-earth Angelsaksisch zinnetje. Winston Churchill doet het andersom:  I have nothing to offer but blood, toil, tears, and sweat. We have before us an ordeal of the most grievous kind. De “echte”, fysieke opofferingen (de Angelsaksische blood, toil, tears en sweat) worden
verbonden met abstracte concepten (ordeal, grievous) met een Romaanse achtergrond.

Niemand, echter, zal het in zijn hoofd halen om te beweren dat de woorden Union,
dissolved, ordeal, grievous
geen échte Engels woorden zijn. Het enige wat we (enigszins generaliserend) kunnen opmerken, is dat Engelse woorden met een Angelsaksische achtergrond een stuk korter zijn, vaak maar één lettergreep, ze ‘harder’ klinken, meer
concreet en minder formeel zijn, terwijl de Engelse woorden met een Romaanse achtergrond langer zijn, “zachter”, poëtischer en meer omfloerst,  verbloemender en officiëler. (Was dit misschien waar het restaurant in de eerste zin op uit was?). Met andere woorden: precies de reden waarom zoveel legal writers uit het Plain English-team een voorkeur hebben voor de Angelsaksische variant. Onder die legal writers vallen opperrechters aan het U.S. Supreme Court. Justice Robert Jackson in Gitlow v. New York,  268 U.S. 652, 673: The best advocates will master the short Saxon word that pierces the mind like a spear . . . Of Justice Wiley B. Rutledge in United States v. Schwimmer, 279 U.S. 644, 655: A healthy respect for the robust Anglo-Saxon appeals more than does the Latin . . . .

In een common law-rechtssysteem (als het Britse en het Amerikaanse) waarin taal zo’n veel grotere rol speelt dan in een civil law-rechtssysteem (als het Nederlandse) is het echter nog niet zo makkelijk om van die Romaanse woorden af te komen. In de 14- en 15-eeuwse ‘overgangsperiode’ wisten schrijvers van juridische teksten (wetten, contracten, vonnissen etc.) niet precies waar ze voor moesten kiezen en heel vaak kozen ze daarom maar om voor beide te gaan: goods and chattels, agree and covenant, cease and desist, due and payable, hold harmless and indemnify, sell and convey, agree and covenant, cease and desist, will and
testament sell and convey, indemnify and hold harmless
om er maar eens een paar uit de losse pols op te sommen. Dat deze oplossing 600 jaar later nog tot veel rechtszaken zou
leiden, konden ze toen niet bevroeden…

Volgende week kom ik hierop terug. Voor nu is het misschien eens waard om te bedenken dat al die Engelse woorden van Romaanse afkomst (schattingen zeggen rond 45% van de Engelse woordenschat…) goed passen in het hele Brexit-proces. Dat Europa met z’n
verwijfd, week, slap, verhullend en verraderlijke taalgebruik! En om eens goed op te letten welke woorden  bijv. Nigel Farage gebruikt in zijn speeches, en welke met opzet niet… Over bij het vallen van de avond hun vleugels spreidende uilen van Minerva opvallend genoeg in ieder geval niet.

Clarity (29)

De HMS Endeavour, zo heette het schip waarop kapitein Cook op z’n eerste reis Australië “ontdekte”. Misschien het best te vertalen met “inspanning”, “poging” of ”moeite”. Ik moet daar altijd aan denken als ik weer eens het woord endeavours lees in een Engelstalig
contract waar partijen beloven een beetje hun best te doen om het een en ander na te leven. Bijv. als in:  X and Y will co-operate together and use their best endeavours to promote Y’s... etc.

Maar endeavours is tegelijkertijd ook één van de zgn. most-litigated words in de Anglo-Amerikaanse rechtspraak; volgens een internetzoekopdracht door Butt and Castle in
Modern Legal Drafting
namelijk 2.335 zaken in de UK, 1.358 in Australië, 435 in Canada en 52 in de Verenigde Staten. Die 52 hebben te maken met de spelling: de VS spellen het namelijk zonder de –u-: endeavors. Maar vooral omdat het Amerikaanse equivalent
eigenlijk: efforts is.

De Britse en de Amerikaanse meningen over dat equivalente lopen overigens uiteen: het Britse Clifford Chance schrijft bijv. Also, please note that the majority of English case law looks at the interpretation of phrases using “endeavours” rather than “efforts”. Consequently, for greater certainty of interpretation of such terms, it is better to frame obligations under English law as requiring the use of ‘endeavours’ rather than ‘efforts’.

De belangrijkste reden echter dat het woord endeavours/efforts zo’n heet hangijzer is geworden, is dat schrijvers van contracten de laatste jaren de gewoonte hebben
ontwikkeld om endeavours vooraf te laten gaan door één of meer normatieve bijvoeglijke naamwoorden als: reasonable endeavours, all reasonable endeavours, best endeavours, all best endeavours, bijv. Wat erger is: Britse rechters lijken daarin mee te gaan. Zo oordeelt Judge Julian Flaux (in  Rhodia International Holdings Ltd v Huntsman International LLC): As a matter of language and business common sense, untrammelled by authority, one would surely conclude that ‘best endeavours’ and ‘reasonable endeavours’ do not mean the same thing. En in UBH (Mechanical Services) Ltd v. Standard Life Assurance Co. T.L.R. oordeelde de rechtbank:  the phrase ‘all reasonable endeavours’ is a middle position somewhere
between the other two, implying something more than reasonable endeavours but less than best endeavours.
Hetgeen het advocatenkantoor Slaughter and May aanzette tot het hier te lezen schrijven.

Ook aardig: in de Singaporese zaak KS Energy Services Ltd v BR Energy oordeelt het Hof: we do not find it useful to distinguish an ‘all reasonable endeavours’ obligation from a ‘best
endeavours’ obligation
. Mooi zo, zou je denken, maar het Hof vervolgt echter met: we
accept that an ‘all reasonable endeavours’ obligation is ordinarily more onerous than a
‘reasonable endeavours’ obligation.
Tsja…

Het vervelende aan een case law-systeem is natuurlijk dat dergelijke uitspraken de sluizen openzet naar meer literaire haarkloverij. Zo duikt in contracten al op: … to utilize its very best endeavours to advertise and promote the product (mijn onderstreping). Het wachten is nu nog maar op een Britse rechter die very best endeavours een plekje geeft op de steeds langer wordende “moeite-ranglijst”.

Om rechtzaken hierover zo veel  mogelijk te voorkomen, geeft Ken Adams in hoofdstuk 8 van zijn, hier al vaak aangehaalde, A Manual of Style for Contract Drafting het advies: use only: reasonable efforts! Dus: niet endeavours en geen normatieve woordjes. Meer
hierover kunt u lezen in zijn artikel in het tijdschrift Sollicitors Journal.

Ons advies: denk iedere keer dat u het woord endeavours wilt gebruiken, even aan kapitein Cook; daar is het ook niet goed mee afgelopen. Op z’n laatste reis kreeg hij namelijk een Hawaïaanse speer door z’n borst. Niet dat u dat lijfelijke risico ook loopt, maar een
juridisch speergevecht behoort tot de mogelijkheden.

What’s in a word? (33)

Beyond reasonable doubt is (nog steeds) één van de grondslagen van strafrechtszaken in het common law rechtssysteem.  In een dergelijk systeem staan twee partijen tegenover elkaar en moeten deze twee partijen een jury overtuigen van de (on)schuld van de beklaagde. De jury verklaart een verdachte alleen schuldig als ze geen enkele twijfel meer hebben: beyond reasonable doubt, dus.

Maar twijfel waaraan eigenlijk? Want wat precies is dat bewijs dat beyond a reasonable doubt vastlegt? En welke onzekerheid geldt als juridische doubt? En wat is, alles bij elkaar opgeteld, eigenlijk reasonable? Allemaal razend belangrijk, want als die reasonable doubt eenmaal is overwonnen, dan kan je het wel schudden als verdachte in een common law-systeem. De zinsnede beyond a reasonable doubt wordt standaard gebruikt in bijna alle zgn. Court Room Dramas, maar tot het chagrijn van veel Hollywood producers is de
reasonable doubt-doctrine aan het wankelen. In steeds meer staten van Amerika mogen rechters in hun jury instructions al niet meer uitweiden over de betekenis van die woorden (lees bijv. Reasonable and other doubts, the problem with jury instructions) en een steeds groter deel van de Amerikaanse juridische wereld komt tot de conclusie dat reasonable doubt weinig juridisch hout snijdt.

Waarom is een regel die zo fundamenteel belangrijk lijkt te zijn voor het Common Law (straf)rechtssysteem zó moeilijk te definiëren en te begrijpen? Het antwoord wordt gegeven door James Q. Whitman (Ford Foundation Professor aan de Yale Law School) in zijn boek The Origins of Reasonable Doubt: Theological Roots of the Criminal Trial . Hij stelt dat de reasonable doubt-regel oorspronkelijk helemaal niet bedoeld was om verdachten te ver- of te beoordelen, maar om de zielen van leden van de jury te beschermen tegen het eeuwig branden in het hellevuur; een onschuldige veroordelen werd in de (katholiek-)
christelijke traditie gezien als een potentiële doodzonde. Zo lang hun twijfels over het wel/niet schuldig zijn van een verdachte niet “reasonable” waren, (met andere woorden: beyond reasonable) zou het wel goed komen met hun zielenheil. In zijn oorspronkelijke vorm, dus, had deze doctrine niets te maken met wat nu als een fundamenteel
rechtsbeginsel wordt beschouwd.

Dit alles is terug te voeren op het Vierde Lateraans Concilie van 1215 waar de katholieke kerk besloot om zgn. godsoordelen te verbieden. Dit had een ander effect in Engeland dan op het Europese continent in die zin dat het Europese continent een vorm van onderzoeks-
rechtspraak  invoerde en Engeland een trial by jury ontwikkelde. (Het begin van de
scheiding tussen het Common Law-systeem en het Civil Law-systeem). Die juryleden (of liever gezegd: hun zielen) moesten dan natuurlijk wél beschermd worden tegen mogelijke foute uitspraken.

En als er geen jury in het spel is, dan hoeft er ook over het zielenheil minder nagedacht te worden, en is de beyond reasonable doubt-doctrine niet belangrijk. Hoogstwaarschijnlijk is dat ook de reden waarom er voor deze woorden geen eenduidige (Nederlandse) vertaling bestaat. Als vertaling voor beyond reasonable doubt heb ik (o.m.) gevonden: “zonder
voldoende redelijke zekerheid”, “zonder redelijke twijfel”, “zonder gerede twijfel”, “buiten redelijke twijfel”, “verheven boven elke redelijke twijfel”, “niet op overtuigende wijze”, en “buiten iedere redelijke twijfel”, maar die lijst kan je zelf nog veel langer maken.

De vraag is natuurlijk of beyond reasonable doubt wel vertaald móét worden. Het heeft geen enkele betekenis in het Nederlandse rechtssysteem en zelfs in het Anglo-Amerikaanse rechtssysteem lijkt het om volledig de verkeerde redenen te worden gebruikt.

Al met al weer een goed voorbeeld van een soort juridische mythevorming; het wordt al zo lang gebruikt, dus het zal wel van belang zijn, niet? Voor het dramatische effect inderdaad wel…

Meer lezen? Lees hier het door Professor Whitman geschreven paper, de voorganger van zijn boek.

Consistency (7)

Het was de afgelopen week weer vaak te horen:, de Engelse zangeres Vera Lynn, the
sweetheart of the forces
, met haar, vooral rond Bevrijdingsdag, altijdgroen “The white cliffs of Dover” (hier te beluisteren). De eerste regels luiden: There’ll be bluebirds over, the white cliffs of Dover. En daar begint het gedonder al; bluebirds zijn Amerikaanse vogels en komen in Engeland niet voor…

Brits-nationalistische tekstexegeten hebben lang geprobeerd dit recht te zetten door te zeggen dat het eigenlijk blue birds zijn, blauwe vogels, ofwel: zwaluwen, die zich inderdaad voor de kust van Dover verzamelen voor hun trek naar warmere streken. Of dat we het moeten zien als een metafoor voor RAF-personeel dat inderdaad blauwe uniformen had. Maar in 2007 gaf de toen 90-jarige zangeres toe: It’s American. You don’t get bluebirds over here, do you?

De vrees dat het Amerikaans-Engels hun eigen taal overneemt, zit diep bij de Britten. Zo diep zelfs, dat ze het vaak niet eens over “Brits-Engels” willen hebben, dat is immers de norm, dus waarom niet gewoon “Engels”. Alle afgeleide varianten daarop mogen natuurlijk wél worden aangegeven (Amerikaans-Engels, Euro-Engels etc.).

Twee weken geleden laaide de verontwaardiging weer op. Naar aanleiding van de Notre Dame-brand stuurde de Engelse kroonprins Charles via het Clarence House (zijn residentie)-instagram account een brief aan de Franse president Macron. (Hier te lezen). In zijn brief gebruikte hij de woorden: agonizing, realize en civilization in plaats van de
(vermeende) Britse spelling agonising, realise en civilisation.

De misprijzende reacties waren niet van de lucht:  “Wait what? A British uses ‘realize’ not
realise? Are you an American or the future King?”, “Agonising with a z – that will not do”, “Please ask your secretary not to write Americanised English!”, What hope is there for our schoolchildren, when even HRH starts spelling ‘realise’ with a ‘z’?”, “Why are we eschewing the Queen’s English for Americanisms?“
waren nog de meest behoorlijke reacties. Een dag later waren de complotdenkers aan zet; het was de verderfelijke invloed van Charles’ nieuwste schoondochter Meghan Markle, immers een Amerikaanse? Schreef zij nu al Charles’ brieven?

Zoals het koninklijke huizen betaamt, kwam er geen enkele reactie van Charles c.s. Wél kwamen er reacties uit de kringen waar ook de eerder genoemde vogeldeskundigen en luchtmachthistorici zich ophouden. Zo reageerde bijv. David Adger (Professor of Linguistics van Queen Mary University en tevens  President van de The Linguistics Association of Great Britain): “The ‘ize’ spelling is an accurate representation of the Ancient Greek suffix from which it derives, which was roughly pronounced ‘idzo’. British English use of ‘ize’ is known as Oxford spelling and is used in publications of the Oxford University Press (including the
Oxford English Dictionary). Because of this link, academics (and the upper classes) often
regard the ‘ize’ versions to be proper British English. However, for words that don’t come from that Ancient Greek affix, like analyse, for example, OUP sticks with the ‘ise’ spelling, while American English has generalized even to those words.  However, ‘ise’ is more widely used, and was adopted at different stages in history – for example The Times switched to this usage in 1992”. 

Met andere woorden: -ize eindjes in de woorden die prins Charles gebruikt, is het originele (15e-16e eeuwse) Engels. Gestolen door de Amerikanen (met name door de heer Webster, lees hier) maar door prins Charles weer teruggegeven aan het Engelse volk.

En wij, Nederlanders, maar voortdurend hengelen naar “(spellings)regels”. Regels, regels, er zijn geen regels. Of tenminste… veel minder dan u denkt! (Lees hier over meer spellingsperikelen).

 

 

What’s in a language? (37)

Volgens het CBS wonen er 41 duizend Britten van boven de 18 jaar in Nederland. Deze mensen kunnen allemaal (op Nederlandse partijen) stemmen bij de Europese
verkiezingen. De enige voorwaarde is dat ze zich hebben geregistreerd bij hun gemeente. Dat goede nieuws wilde de gemeente Weert aan haar Britse inwoners laten weten en
stuurde ze allemaal een brief:

As a European citizin living in the Netherlands you may choose to vote in the election od (Dutch) menber of the European Parliament in the Nedertherlands. Please finf included your registration form in this regard. Pleas read the instructions to the form well. If you
prefer to vote in the European elctions in your country of origing, no action is required,
unless you have already registered in the Netherlands. Your municipal office can give you this information. Do you wish to vote in the Netherlands and have not yet Registered? Then fill in this form an return it to the municipality with the relevan documents. The adress is…..
(dikgedrukt door mij)

Ooops…! Daar was ergens iets fout gegaan. De gemeente liet weten dat de tekst niet was nagelezen voordat de brief werd verstuurd. “Heel slordig. Dat had niet moeten gebeuren” meldde de gemeente Weert op haar website. Die vermelding is helaas al weer gewist
(excuses zijn dan wel op z’n plaats, maar het moet niet te lang duren, nietwaar?), maar een nieuwe, en nu wél nagelezen, brief ging de deur uit:

Dear Sir or Madam, As a European citizen living in the Netherlands you may choose to (1) vote in the election of (Dutch) members of the European Parliament in (2) the Netherlands. Please find included your registration form in this regard (3). Please read the instructions to the form (4) well (5). If you prefer (6) to vote in the European elections in your country of
origin, no action
(7) is required, unless you have already registered in the Netherlands. Your municipal office (8) can give you (9) this information. Do you wish to vote in the Netherlands and have not yet registered? Then fill in (10) this form and return it to the municipality (8)
together with the relevant documents. The address is the followingSincerely
(11)
(dikgedrukt door mij)

Beter. Tenminste… de spelfouten zijn verdwenen. Maar: (1) overbodig, (2) maar liefst vier voorzetsels op een rijtje (in, of, of, in) en dus verwarrend, (3) overbodig en ook fout, (4) overbodig en weer een voorzetsel, dus verwarrend, (5) fout, (6) te informeel in een officieel schrijven, (7) no further action is required is de zegswijze, (8) elegant variation, en dus
verwarrend, want later staat er municipality, wat is het nou?, (9) weer: te informeel in een officieel schrijven, (10) idem dito, plus wéér een extra voorzetsel, en (11) je kent de naam van de geadresseerde niet, dus: Yours faithfully

 We hebben het hier al vaak gezegd: het gaat niet om een spelfout hier en daar (hoewel de eerste versie een beetje veel van het goede is…), maar veel meer om een consistente toon en stijl, om het vermijden van overbodigheden, om het vereenvoudigen van zinsbouw, om het stroomlijnen van je zinnen en je informatie (15 voorzetsels, bijv.?), en ga zo nog maar even door. Dit geldt voor je eigen taal natuurlijk ook, maar al helemaal als je in een andere taal schrijft.

Daarnaast, als je al die moeite neemt om deze boodschap over te brengen aan je (in dit geval: Britse) inwoners, waarom dan niet even een native speaker Engels naar de tekst laten kijken? Domheid? Luiheid? Arrogantie? (“Oh, Engels… dat spreken we allemaal, toch?”). Zo’n Engelsmoedertaalspreker komt binnen drie minuten met het volgende
tekstje:

Dear Sir or Madam, As a European citizen living in the Netherlands, you may vote for Dutch MEPs in the European elections. Please find included your registration form to vote. Before completing the form, please read the instructions carefully. If you would prefer to vote in the European elections in your country of origin, no further action is required, unless you have
already registered in the Netherlands. If you require any further information, please contact your municipality. Do you wish to vote in the Netherlands and have not yet registered? Then complete this form and return it to the municipality together with the relevant documents. Please post to… Yours faithfully….

Je begint bijna sympathie te krijgen voor de Brexiteers. Bijna…

Clarity (28)

Ambiguïteit, daar hadden we het vorige week over. Ambiguïteit maakt het mogelijk om aan een tekst uiteenlopende betekenissen toe te kennen. En, tenzij je als (bedrijfs)jurist graag dagenlang in rechtbanken zit, dient ambiguïteit in juridische teksten (wetten, contracten, testamenten etc.) zo veel mogelijk voorkomen te worden. Dit geldt in het Anglo-Amerikaanse (common law-)systeem misschien nog wel meer dan in het continentaal
Europese (civil law-)systeem. De zgn. “Letter van de Wet” (de overeenkomst, het contract etc.) is in het common law-systeem een stuk belangrijker dan de “Geest van de Wet” zoals in het civil law-systeem (lees ook bijv. hier)

Dat hardnekkig vasthouden aan die Letter vinden die Engelstaligen eigenlijk af en toe ook wel een beetje lastig. En daarom hebben ze besloten dat zelfs het woord “ambigu” ambigu is; in de Engelstalige rechtspraak bestaan er derhalve twee soorten ambiguity, te weten:
latent ambiguity en patent ambiguity.

Latent ambiguity is de onduidelijkheid in een contract die kan ontstaan doordat een woord meerdere betekenissen kan hebben, of als er ergens (onbedoeld) een foutje gemaakt is. Rechters, die normaalgesproken in het Anglo-Amerikaanse systeem alleen de letterlijke woorden in een contract (mogen) volgen, kunnen in dergelijke gevallen externe
bewijsstukken toelaten (extrinsic evidence, lees hier meer over). Ook is het stempeltje
latent ambiguity handig als er typfoutjes staan in contracten, of als er bijv. to my cousin, John staat in testamenten, maar er zijn twee cousins die John heten. De context kan dan uitmaken wat de typefout is en welke cousin John de gelukkige is.

Veel vervelender, echter, is het verschijnsel patent ambiguity. Patent ambiguity kan een contract ongeldig maken, er kan geen extrinsic evidence worden toegelaten, dus een rechter kan alleen afgaan op de tekst zélf. Normaalgesproken oordeelt een (in ieder geval Anglo-Amerikaanse) rechter in het nadeel van degene die het contract heeft opgesteld. Patent ambiguity kan namelijk ook met (misschien ook wel enigszins kwade) opzet in een contract zijn verwerkt, of anders kan een contract zó ingewikkeld zijn geschreven dat de gedupeerde tegenpartij het niet begrepen kán hebben.

Opvallend genoeg gaan dergelijke rechtszaken vaak om (al dan niet vermeend) juridisch woordgebruik. Hereby, hereafter, herewith, herein bijvoorbeeld; ontelbare rechtszaken zijn er gevoerd over wáár dan wel precies bij, of wáár dan wel precies mee. Of over and/or, want wáár dan “en”? en waar dan “of”?  Of over aforesaid. Of over at anytime hertofore. De lijst met woorden die een contract, of welk juridisch stuk dan ook, patent ambiguous
kunnen maken, en dus rijp voor een rechtszaak, is eindeloos.

Veel taalkundigen menen dat taal, en daarmee wordt “natuurlijke” taal bedoeld, niet
anders kán zijn dan ambigu. Juristen zijn daarom niet te benijden. “Rechtstaal”, de taal zoals die wordt gebruikt als juridisch instrument valt vaak niet samen met de taal zoals die wordt gebruikt in het dagelijks leven. Veel begrippen hebben in het dagelijks
spraakgebruik geen strikt afgebakende betekenis. In het technisch-juridisch taalgebruik is dat echter soms noodzakelijk. De Zwitserse taalkundige Kurt Baldinger schreef: We should pity jurists, who, making use of ordinary language, have to draw precise borders. From the viewpoint of language theory, this is impossible: yet,(…) guilty-innocent depends on such a limiting of reality.

Clarity (27)

Terms of Art… een begrip in Legal English dat te pas, maar veel vaker te onpas wordt
gebruikt. Een Term of Art is een woord, een begrip of een zin met een specifieke betekenis binnen een beroepsgroep. Eerder behandelde (juridische) voorbeelden zijn said of
aforementioned
en in Cohesion 3 hebben we al eens besproken hoe hiermee om te gaan.

Net zoals in andere beroepsgroepen heeft de Wereld van het Recht inderdaad een (gering) aantal technische woorden en begrippen die onafhankelijk van de context moeilijk, of soms zelfs onmogelijk met andere woorden uit zijn te drukken. Misschien zou je kunnen zeggen dat een Term of Art een poging is om woorden van hun natuurlijke ambiguïteit te beroven. Dat zou de (rechterlijke) gang van zaken wél zo veel makkelijker maken, nietwaar? De toekenning van het predicaat Term of Art kan echter groteske vormen aannemen.

In de Britse zaak Skerritts of Nottingham Ltd. v Secretary of State For Environment, Transport and Regions bijv.  ging het over de bouw van een grote feesttent (een marquee) op de
binnenplaats (de curtilage) van een hotel. Was hier wel of niet een bouwvergunning nodig? Nee, zei het bedrijf Skerritts of Nottingham; ja, zei het Ministerie. Niet onbelangrijk
misschien: de marquee was 40 x 17 meter groot en zou van februari tot oktober blijven staan.

Beide partijen maakten uitbundig gebruik van het begrip Term of Art. Om te beginnen bracht het Ministerie, bij monde van de bouwinspecteur, naar voren dat het woord
development een Term of Art was. Dit omdat development in de Town and Planning Country Act 1990 (sectie 55.1) omschreven wordt als: development means the carrying out of
building, engineering, mining or other operations in, on, over or under land or the making of any material change in the use of any buildings or other land.

Robert Walker, de advocaat van Skerritts, rook z’n kans. Hij moet gedacht hebben dat als de rechter dít toestond, hij ook wel een gooi zou kunnen doen naar een Term of Art. In zijn pleidooi omschreef hij eerst Term of Art als: an expresssion which is used by persons skilled in some particular profession, art or science, and which the practioners clearly understand even if the unitiated do not en pleitte dat dan ook het woord curtilage opgevat moest
worden als Term of Art. Met andere woorden, pure architectentaal voor een, voor de buitenwereld onzichtbaar, deel van het gebouw. Het was dus aan Skerritts ermee te doen wat ze wilde…

Met een Orwelliaans “alle-woorden-zijn-gelijk-maar-sommige-woorden-zijn-meer-gelijk-dan-andere” ging de rechter hier niet in mee. Dit laat direct het failliet zien van het fenomeen Term of Art. Tenminste… van juridische Terms of Art en aan de eventuele
gevolgen die daaraan verbonden worden. Het maakt namelijk niet uit of bouwkundige term als bijv. curtilage nu wel of niet een Term of Art is, maar het schijnt wél -juridisch- van belang te zijn dat development dat is; met andere woorden alle-Terms-of-Art-zijn-gelijk-maar-sommige-Terms-of-Art-zijn-meer-gelijk-dan-andere.

In The Diseases of Legislative Language schreef Legal Writing-goeroe Reed Dickerson:
Perhaps the most serious disease of language is ambiguity. (Wellicht in navolging van Alice in Wonderlands Lewis Caroll: ’When I use a word,’ Humpty Dumpty said, in a rather scornful tone, ‘it just means what I choose it to mean- neither more nor less.’ Het punt namelijk is dat bijna ieder woord ambigu is; pogingen om sommige woorden die ambiguïteit te ontnemen door ze tot een Term of Art te verheffen zullen op niets uitlopen.

Een advocaat vraagt aan een getuige: Is your appearance here this morning pursuant to a deposition notice which I sent to your attorney? De getuige antwoordt: No, this is how I dress when I go to work.

English in Mediation (6)

English in Commercial Mediation – 2 april, Utrecht

Op 2 april 2019 organiseert de NVvMA in samenwerking met Branch Out de workshop
English in Commercial Mediation. Deze workshop combineert technieken en vaardigheden op het gebied van commercial mediation met feedback op het gebruik van de Engelse taal, zowel mondeling als schriftelijk.

“Taal” is natuurlijk een uiterst belangrijk instrument in mediation; meer dan in het
“gangbare” juridische verkeer, hangt het succes van mediation af van het scheppen van een sfeer van wederzijds vertrouwen. Een goede taalbeheersing is noodzakelijk om
potentieel emotionele situaties te herkennen (en, waar dienstig, te vermijden), om partijen inzicht te geven in elkaars standpunten, zorgen en wensen, en om te komen tot een
oplossing van het conflict. In steeds meer mediations wordt de Engelse taal gebruikt. En hoewel Nederlanders over het algemeen behoorlijk goed Engels spreken, staan ze óók
bekend om hun “directheid”, hun lack of empathy, of minder vriendelijk gezegd: hun “botheid” of “onbeleefdheid”.

In rollenspelen behandelt English in Commercial Mediation interventies in de Engelse taal, zoals active listening, summarising, open-ended questions, reframing, cross-cultural
considerations, het belang van conditionals
, etc.  Ook zal er even worden stilgestaan bij de meest in het oog vallende valkuilen waar Nederlandse schrijvers van Engelstalige
e-mailberichten en mediationverslagen vaak in vallen.

English in Commercial Mediation wordt verzorgd door Jacques Joubert, een accredited
mediator
met meer dan 20 jaar ervaring in mediation en arbitration in Zuid-Afrika. Het
Engels wordt onder de loep genomen door Nicola Courtney (Branch Out) die al meer dan 15 jaar trainingen Legal English verzorgt voor internationale law firms. Op deze manier
garandeert Branch Out een optimale mix van taal- en mediationtraining.

English in Commercial Mediation:

Datum/tijd: Dinsdag 2 april 2019, 09.30-17.00 uur
Locatie: De Rechtbank, Utrecht
Opleidingspunten: 8 punten i.h.k.v. (naar keuze:) de Permanente Opleiding Nederlandse Orde van Advocaten óf Permanente Educatie Mediatorsfederatie Nederland
Kosten: € 425,- p.p. (excl. BTW, incl. lunch en trainingsmaterialen)
Website: https://www.branch-out.eu/branch-out-legal/
Aanmelden: p.peek@branch-out.eu

 

What’s in a language? (36)

Over het algemeen wordt aangenomen dat “taal” een afspiegeling is van de samenleving waarin die taal wordt gesproken. Een aanzet tot taalverandering, opdat “taal” zo meer in lijn komt met een verandering in de samenleving, wordt daarom vaak met redelijke
welwillendheid ontvangen.

Zo ook de oproep afgelopen week van de advocaten Jebbink en Van Zijl van het
advocatenkantoor Jebbink Soeteman waarin zij de Hoge Raad aansporen om in de rechtspraak voortaan vrouw-inclusieve taal te gebruiken (hier te lezen). Beide advocaten vinden in hun brief aan de Hoge Raad dat bijvoorbeeld dat het weglaten van vrouwelijke verwijs-
woorden de maatschappelijke werkelijkheid miskent omdat het percentage vrouwen
binnen de strafrechtpraktijk blijft toenemen.

De reactie van de Hoge Raad was precies zo: “redelijk welwillend” (lees hier). En wat kan je anders, eigenlijk? Want hoe graag je het ook wilt, 1-2-3 is dat allemaal nog niet voor elkaar gebokst, natuurlijk.

Je kan nu wel zeggen, zoals Jebbink en Van Zijl doen, dat het Europees hof van de rechten van de mens consequent he or she gebruikt als er naar een getuige wordt verwezen, maar dat is dan in het Engels. Het Engels overigens, dat ook geen timmermannen, geen zee-
mannen, geen groentenmannen en geen brandweermannen kent. Daar zijn het carpenters, sailors, greengrocers en firefighters. Wow! Lekker makkelijk, zou je, als
taalinclusiviteitsvoorstander, kunnen zeggen… “Het in de taal laten verdwijnen van vrouwen” (dixit Jebbink en Van Zijl) is in het Engels op dat gebied dus een stuk  moeilijker.

“Wow! Lekker makkelijk”, zeggen de Fransen en de Spanjaarden ongetwijfeld ook als ze de Nederlandse taal bekijken. In Frankrijk en Spanje (o.a.) hebben ze namelijk ook nog eens te maken met verschillende verbuigingen van werkwoorden,  betrekkelijke voornaam-
woorden en bijvoeglijke naamwoorden. Dán wordt het Franse en Spaanse equivalent van al dat ge-he or she weer een stuk bewerkelijker.

Daarnaast, het loutere feit dat woorden in het Frans of Spaans een mannelijk of vrouwelijk geslacht hébben, zorgt al voor geslachtsneutrale pijnpuntjes. In het Nederlands hebben woorden óók een geslacht (en verwijs je naar die woorden door “haar” en “zijn” te
gebruiken),  maar dan moet je heel wat woordenboekenwerk doen om dit correct te
gebruiken. In het boven aangehaalde Rechtspraak.nl berichtje staat overigens, (bedoeld of onbedoeld??): “In hun berichten roepen zij de Hoge Raad op in zijn rechtspraak voortaan vrouw-inclusieve taal te gebruiken” (mijn cursivering).  Tsja…

En om nog een stapje verder te gaan: Duitsers omschrijven een brug (vrouwelijk in het Duits: die Brücke) als ‘mooi’, ‘elegant’, ‘slank’, ‘fragiel’, ‘gracieus’, ‘sierlijk’, etc. In het Spaans is diezelfde brug mannelijk: el puente; Spanjaarden beschrijven een brug als ‘groot’, ‘gevaarlijk’, ‘lang’, ‘sterk’, ‘robuust’ (lees hier verder). En dat is heus niet omdat Duitse bruggen “vrouwelijker” zijn dan Spaanse. Het Fins, het Turks, het Chinees en het Swahili zijn talen zonder grammaticaal geslacht. Is dat een afspiegeling van de geslachtsinclusieve Finse, Turkse etc. samenleving?

Natuurlijk zijn pogingen om “de” taal inclusiever te maken lovenswaardig. De grote
advocatenkantoren (waaronder Houthoff) hebben stijlgidsen waarin die pogingen ook
inderdaad worden ondernomen. Of lees anders hier een aantal tips hoe je dat in het Engels kan bewerkstelligen.

Taal verandert nu eenmaal, maar of een taal (het Nederlands, of welke taal dan ook) ooit zo ver komt dat iedereen zich op een gelijke manier bejegend voelt, valt zeer te betwijfelen. Tenzij we met z’n allen overgaan op het Yoruba, een totaal geslachtloze taal .

Maar in het Yoruba hebben ze vast wel weer andere manieren om ergens onderscheid tussen te maken. Daar is “taal” nu eenmaal voor…

Clarity (26)

Zoals u waarschijnlijk weet, is op 1 januari 2019 de Netherlands Commercial Court (NCC) van start gegaan. De NCC behandelt zaken standaard in het Engels en doet in het Engels uitspraak. De mogelijkheid om bij de NCC in het Engels te procederen betekent dat
bewerkelijke vertalingen niet meer nodig zijn. Naast het kostenvoordeel leidt dit ook tot meer efficiëntie, duidelijkheid en transparantie. “Bij de NCC werken rechters, raadsheren en juridische medewerkers uit heel Nederland die specifieke deskundigheid en ervaring hebben en bovendien het Engels goed beheersen”, zo zegt de website van De Rechtspraak.

Dat hopen we dan maar. Het kán namelijk ook anders lopen, zoals een reeks rechtszaken in Georgië onlangs aantoonde. In april 2015 ontstond in de Georgische stad Batoemi een geschil tussen twee bedrijven over de volgende zin in een (voorlopig) contract: If within 30 (thirty) days since the beginning of […] negotiations the Purchaser and the Supplier have not managed to settle the dispute, either of the party is able to apply for the arbitration of law to the International Chamber of Commerce (ICC) to resolve the dispute. The arbitration will take place in Tbilisi, Georgia, the language will be English and will be subject to the ICC
regulations.
Allemaal duidelijk volgens de regels van de ICC.

Geen probleem, zou je zeggen. Ware het niet dat de partijen er inderdaad niet uitkwamen en dat de plaatselijke rechtbank, de Batumi City Court, deze clausule uitlegde als slechts een referentie aan de ICC-arbitrageregels. De Batoemische rechtbank oordeelde dat dit
onvoldoende bewijs was van de wil van beide partijen en verklaarde het contract nietig.

De eiser was het hier niet mee eens, ging in beroep bij een hogere rechtbank in Koetaisi, de tweede stad van Georgië. De rechters daar waren iets beter op de hoogte van (met name) de betekenis van de woorden either of the party is able to en oordeelden in het voordeel van de eiser. Om diverse redenen (waaronder de vraag wie er op moest draaien voor de kosten) namen beide partijen het vervolgens naar de Georgische Hoge Raad.

Pas kort geleden kwamen de Georgische opperrechters dan toch eindelijk tot een
uitspraak: the agreement, pursuant to which either party is entitled to refer the dispute to
arbitration, means that the arbitration agreement grants a right to either party to commence arbitration; however, if such right is exercised by either one of the parties, then both parties are obliged to submit to arbitration […]
. De Hoge Raad ging verder met: If the term of the contract gives more than one possibility of interpretation, it is generally reasonable to apply the interpretation which corresponds to the essence of the agreement; therefore, in the present case, the word ‘is able’ should be interpreted in such a way, that if such choice is
exercised, the parties are obliged to refer the dispute to arbitration under the Rules of
arbitration of the International Chamber of Commerce (ICC).

Zo zie je maar weer… je kan alles nog zo goed hebben geregeld (ICC-regels en alles), maar voor je het weet ben je vier jaar verder door een enigszins afwijkende interpretatie van to be able to. Ik zeg natuurlijk niet dat iets dergelijks ook bij de nieuwe Netherlands
Commercial Court
in Amsterdam staat te gebeuren. Dat is zelfs behoorlijk onwaarschijnlijk, maar de kans op begripsverwarring is natuurlijk wel groter als je een andere taal toelaat. Vraag dat maar aan de Georgiërs…

Overigens schijnt het buitenspel zetten van ICC-regels speciaal in de Russische Federatie vaker voor te komen. Lees het artikel van Yadykin en Rubin van Freshfields Bruckhaus
Deringer, die hun artikel besluiten met: This requires very accurate drafting to avoid
creating arbitration clauses that might be deemed “pathological”
. En zo is het maar net!

(Met dank aan Suzanne Landheer, Houthoff)