All posts by Peter Peek

Clarity (13)

Als u in de verte hoefgetrappel hoort, dan verwacht u binnenkort één of meer paarden te zien. Geen kudde zebra’s (tenzij u op de Serengeti rondloopt, dan). Verwachting, dáár gaat het om. Ook als u een tekst leest, wilt u liever niet voor verrassingen geplaatst worden, want anders moet u die zin vaak nóg een keer lezen, en u heeft nog wel meer te doen.
Iemand heeft die zin geschreven. Waarom stelt die schrijver mij dan voor die vervelende verrassingen? En waarom zou u dat eigenlijk willen doen als u zelf een tekst schrijft?

We hadden het hier al eerder over SVOMPT (bijv. hier): Subject-Verb-Object-Manner-Place-Time, ofwel de “gebruikelijke” woordvolgorde in een Engelse zin. Iedere afwijking van SVOMPT stelt de (Engelstalige) lezer voor een (al dan niet milde) verrassing. Eén van meest karakteristieke kenmerken van door Nederlanders geschreven Engelstalige teksten is de neiging om M(anner), P(lace) of T(ime) aan het begin van een zin te plaatsen. Dit is niet per sé “fout” maar veeleer “ongebruikelijk” en derhalve “verrassend”, of af en toe
misschien wel “verwarrend”. En tenzij dat uw bedoeling is natuurlijk: probeer het zo veel mogelijk te voorkomen. En áls u dat al doet (want anders worden uw teksten een beetje saai…), bedenk dan ook dat er (bijna) altijd een komma komt voor het onderwerp van de zin (Yesterday, I went to see my laywer). Die komma is er niet voor niets, want het helpt de lezer te laten zien dat hier iets “ongebruikelijks” aan de hand is (“niks aan de hand, we hebben die komma nu gehad, nu komt het belangrijkste in de zin, namelijk het S(ubject) gevolgd door de V(erb).

Ergens is het wel logisch dat in het Engels schrijvende Nederlanders zinnen vaak beginnen met een reeks woorden die niet het onderwerp van de zin is; Nederlandse zinnen kúnnen namelijk beginnen met een M(anner), P(lace) of T(ime). Áls dat gebeurt namelijk, dan hebben wij de ‘inversie’: het S(ubject) en de V(erb) worden dan omgedraaid. Op die manier wordt de lezer dan als het ware gerustgesteld: “niks aan de hand, kijk maar: alles onder controle”), en wordt de te verwachten P(of M of T)-V-S-O.

Tip 1 daarom: probeer, als u in het Engels schrijft, zo weinig mogelijk (liefst niets, eigenlijk) vóór het S(ubject) te plaatsen.

Als bovenstaande in de Top-10 op Nr. 1 staat, dan is Nr. 2 (met stip!) zeker het gebruik van There is/There are… aan het begin van een zin. In uw mondelinge Engels kunt u dat zeker gebruiken, maar er zijn wel meer dingen die u in uw mondelinge Engels kan doen maar niet in uw schriftelijke Engels. En ja… There is a house in New Orleans… etc., maar vergeet niet dat dit een (blues)lied is, bedoeld dus om te zíngen, en géén geschreven tekst.
There is/There are brengt lezers in een staat van lichte paniek. Niet alleen begint zo’n zin NIET met het S(ubject) maar tot overmaat van ramp is is (of are) ook niet de belangrijkste V(erb) in de zin. Waarschijnlijk stamt deze constructie uit het Frans, van na de
Normandische invasie in 1066 toen geletterde Normandiërs de half-analfabete
Anglosaksen op meer dan één manier een lesje kwamen leren.

Il-y-a mag in het Frans dan een handige manier zijn om een verandering in tijd of setting aan te geven, en ‘Er is/Er zijn…’ mag in het Nederlands een handige manier zijn om een statement te maken (overigens is het Engelse there iets heel anders dan het Nederlandse ‘er’, ooit namelijk wel eens afgevraagd bijv. waarom Engels sprookjes altijd beginnen met Once upon time… ipv. There was once…?), maar in het (geschreven) Engels breekt There is/there are… met een heel scala aan lezersverwachtingen. Atypical sentence structure slows down readers’ processing of the sentence’s components and their meaning, toonden Fereirra en Clifton al aan in Journal of Memory and Language (1986)

Tip 2 daarom: als u een tekst in het Engels heeft geschreven, doe dan even Ctrl+F en zoek naar iedere There is en There are. Vervang dit door iets anders. There are two ways to solve this problem wordt dan bijv. We can think of two ways to solve this problem. Niet alleen beantwoordt dit aan de verwachtingen van de lezer, de zin is ook nog een stuk actiever.

Trippeltrappeltrippeltrap, het is het paard van Sinterklaasje, en niet zijn zebra.

Plain English (14)

Juridische taal die van het ene naar het andere document wordt gekopieerd, heet boilerplate language: bijv. zinnen die zonder aanpassingen van het ene contract in het andere kunnen worden hergebruikt. Vaak vind je ze ergens aan het eind van een document zonder enige samenhang bij elkaar geveegd omdat ze “toch ergens moeten staan”. De “kleine
lettertjes” die volgens de opsteller toch niet belangrijk zijn, dus “wilt u hier maar even tekenen”. Dezelfde opsteller die vervolgens moord en brand gaat schreeuwen als u alles doorstreept met hetzelfde “het is toch niet belangrijk”-argument.

In het Common Law-systeem zijn de partijen in een contract volkomen vrij om elkaars
contractuele verhouding te definiëren. Boilerplatebepalingen en –clausules zijn er speciaal om juist deze verhoudingen vast te leggen, dus ze zijn zeker nuttig. Waarom zijn ze dan zo vaak zo nodeloos vermoeiend om te lezen? Juist het gebruik van boilerplate language namelijk, strijkt de niet-jurist tegen de haren. Dat is in het Nederlands al vaak het geval, in het Engels gaat dat nog veel verder. Als je Engelstalige contracten leest, kom je nog altijd zinnen tegen die in de allereerste druk van de Statenbijbel niet zouden misstaan. Daar is een (drog)reden voor, maar daarover later. Eerst wat voorbeeldjes, altijd leuk…

In veel lease- en verzekeringscontracten kom je bijv. witnesseth tegen, een Oudengelse vorm van het werkwoord to witness, als in: Witnesseth: the lessor agrees to lease said
property.
Peter Tiersma hoogleraar aan de Loyola University in Chicago, schrijft in zijn boek Legal Language (University of Chicago Press, 1999) dat de woorden: This policy witnesseth that.. waarmee contracten vaak beginnen, slechts “…a totemic signal” is, it  means: “This is a legal contract; the following are its terms”.

Iets moderner (namelijk Middelengels, ruwweg tussen de Jaren 1100 en 1500) zijn samentrekkingen  als notwithstanding, whereby, whereas, wherefore, whereunder, wherehence, whereafterwards, etc. en hetzelfde rijtje, maar dan met here– ipv. where. Nog altijd lees je standaard: I hereby certify that, ipv I certify that… waarmee wordt aangegeven dat ik het ben die nu en met dit document verklaart dat …etc. Alsof daar ook maar een spoortje van twijfel over kan bestaan… Het gebruik van deze woorden wordt vaak goedgepraat met
redenen als “it never hurts to emphasise this fact” of “words such as hereby and herein
demand the respect of the reader”.
Dit moeten dan dezelfde mensen zijn die zeggen: I intend to perambulate to an adjacent hostelry for a frosty libation in plaats van I’m going to the corner for a beer…

Ik kan hier nog tientallen andere voorbeelden van geven, en dat zullen we (o.m. met
behulp van Tiersma’s boek) ook zeker doen, maar behalve dat dergelijk archaïsch taal-
gebruik “dingen benadrukt”, of “preciezer” is, of “respect afdwingt”, ligt de reden vooral in de taalkundige benadering van de wet in het Common Law-systeem. Na het jaar 1500, met de opkomst van de drukpers, kregen advocaten toegang tot gedrukte precedenten: gebeurtenissen en rechterlijke uitspraken waarop men zich kan beroepen als een nieuw dergelijk geval zich voordoet om er hetzelfde gevolg aan te geven.

Ontelbare juridische zegswijzen verander(d)en in een soort in beton gegoten tover-
formules; nog maar enkele jaren geleden probeerde een corporate executive in Australië de woorden commence en expire in standaardcontracten van het bedrijf (als in: The
Agreement shall commence on… and expire on…
) te veranderen in start en finish. Nu hebben we het hier nog niet eens over het enigszins dubieuze gebruik van shall, maar de juristen van het bedrijf staken hier een stokje voor met de reden dat de woorden start en finishdo not have yet established meaning in law”. Kortom, je kan maar beter ‘veilige’
woorden gebruiken…

Wilt u meer lezen over boilerplate language? Ga, voor een Anglo-Amerikaanse kijk op de zaak, naar deze blog van Clifford Chance-partner Andrew Whan (Hong Kong). Of vanuit een vaderlandse invalshoek met een schuin oog naar eventuele gevolgen van het klakkeloos overnemen en/of vertalen van boilierplateclausules naar de blog van Jones Day-partner Coen Drion, of ook naar de blog van (oud-)Berntsen Mulder)advocaat Lucas Daum.

Correctness (20)

Bijna alle Nederlandse rechters doen hun best in de rechtszaal Algemeen Beschaafd
Nederlands te spreken. Maar wat als een rechter dat niet doet? In de Verenigde Staten, als immigratieland toch niet een land waar iedereen alle woorden op precies dezelfde manier uitspreekt, is er regelmatig onrust over hoe rechters bepaalde woorden uitspreken en hoe advocaten daarmee om moeten gaan.

Bekend is bijv. de zaak uit 1993 van advocaat Michael H. Gottesman voor de Amerikaanse Supreme Court waarin opperrechter William H. Rehnquist consequent de naam van Gottesmans cliënt, Daubert, uitsprak als DAWburth ipv. als het Franse dohBAIR. Gottesman was zo slim om Rehnquist niet te corrigeren. In deze zaak overigens, werd de Daubert (spreek dus uit: Dawburth)-standaard vastgesteld waarin enkele regels werden neergelegd die als toetssteen moeten dienen voor het toelaten van wetenschappelijk bewijs.

Het is sowieso niet verstandig om (opper)rechters in Amerika te corrigeren; in het uit 2010 stammende werkje Guide for Counsel in Cases to be argued before the Supreme Court of the United States staat (op blz. 9): “Do not ‘correct’ a Justice unless the matter is essential”. Om Amerikanen een beetje op weg te helpen hoe toch al die moeilijke buitenlandse namen uitgesproken dienen te worden (of in ieder geval: hoe de Supreme Court die uitsprak), heeft de rechtenfaculteit van Yale Law School een Supreme Court pronouncing dictionary online gezet, mét audio-files! Ongetwijfeld serieus bedoeld, maar toch tamelijk hilarisch. Het Nederlandse ‘Berghuis’ wordt hier overigens onvermijdelijk BUHdzjis.

Onlangs nog in Lockhart v. United States sprak opperrechter Elena Kegan het woord
antecedent een aantal malen uit als “an-TESS-a-dent” ipv. het gebruikelijke “an-te-CEE-dent”. James Duane, hoogleraar aan de Regent University School of Law, vertelde zijn studenten later dat de vreemde uitspraak van dit woord Lockharts advocatenteam in een bijna onmogelijke tactische positie bracht: meegaan in de uitspraak met Kegan, of het
woord helemaal niet gebruiken.

En dit terwijl opperrechter Kegan toch vaak zo op haar uitspraak let. Dezelfde James Duane namelijk schreef in 2014 het vermakelijke The Proper Pronunciation of Certiorari, The Supreme Court’s Surprising Six Ways Split over de uitspraak van het woord certiorari (= verzoek tot herziening van het vonnis). Hij komt daar, gezien over de laatste 60 jaar, tot maar liefst ZES verschillende vormen; alle gedaan door de opperrechters van de Supreme Court: sershee-or-RARH-ree (rijmt op Ferrari), sershee-or-RARE-eye (rijmt op fair guy), serhee-or-RARE-ee (rijmt op dairy), sershee-or-ARR-eye (rijmt op far cry) en shersee-ARR-ee (daarbij een hele lettergreep uit het oog verliezend). Alleen Elena Kegan heeft dit in de gaten, en zegt voor certiorari uiterst consequent kortweg: cert.

Ik heb geen idee waar die obsessie over uitspraak van woorden vandaan komt. Ik kan alleen maar gissen dat dit ontstaan is uit de tekstuele traditie van de Amerikaanse rechtspraak: de wet is bedoeld zoals die is geschreven, en dus ook, vermoedelijk, hoe die werd uitgesproken. Alleen raar dat we dan eigenlijk zouden moeten teruggaan naar de tijd waarin Latijn werd geschreven…

Voor de liefhebbers ten slotte twee uitspraak-quizzen: wat is de juist (Amerikaanse) uitspaak van de volgende (2 x 30) juridische woorden. Quiz 1 en Quiz 2. Veel plezier!

PS:
Voor degenen die het nog niet wisten: de juiste uitspraak van het Engelse woord
pronunciation is proNUHNciation…, en niet proNOUNciation zoals wij vaak horen.

Cohesion (2)

Teksten schrijven kunt u beschouwen als het openen van een hele reeks deuren. Deuren met naambordjes “spelling”, “grammatica”, “interpunctie”, “woordkeus”, “toon” of “stijl”. U zoekt de kamer met het juiste opschrift, klopt aan, wacht op toestemming om binnen te komen, luistert eerbiedig wat er tegen u gezegd wordt, verwerkt die informatie, past het toe en vertrekt weer, de deur zachtjes achter u sluitend. Mission accomplished.

Maar voordat u bij deze deurengallerij bent aangekomen, bent u vaak al door een heel voorportaal heen gewalst. In onze Legal English Writing Skills-trainingen noemen wij dat voorportaal: the Writing Process. In het kort: 1) Establish your purpose, 2) Consider the reader, 3) Gather information,  4) Decide what to write, 5) Organise your information, 6) Start writing,  7) Do the first draft, 8) Evaluate and review,  9) Do further drafts, en 10) Proof-read

Dit klinkt als een hele serie al lang en breed af- en ingetrapte open deuren. Maar soms is het uiterst zinvol om eens te bekijken wat er achter die ingetrapte deuren verscholen zit.

De wetenschapper/schrijver Yellowlees Douglas van de Universiteit van Florida doet in haar boek The Reader’s Brain. How Neuroscience can make you a Better Writer (Cambridge University Press, 2015) nou juist dat: kijken wat er eigenlijk achter die open deuren zit. We zullen in latere blogs nog op haar boek terugkomen, maar haar belangrijkste punt is dat lezers verwachten dat de informatie die zij tot zich nemen, in een bepaalde volgorde wordt gepresenteerd. Een volgorde die ervoor zorgt dat zij niet de hele tijd hoeven te zoeken naar het juiste (grammaticale) onderwerp van een zin; of bij welk werkwoord het voorzetsel past; of zich door een woud van, voor die zin, onnodige informatie hoeven te worstelen etc. Moeilijke woorden waaronder jargon, zo schrijft ze, zijn makkelijk op te zoeken. Maar bij armzalig gestructureerde zinnen en teksten, sta je er helemaal alleen voor…

De structuur (en daarmee het begrip) van een zin of een tekst verbetert aanmerkelijk als je af en toe de open deuren van het schrijfproces voorzichtig sluit en, na aankloppen, met enige omhaal weer opent. Waarom gebeurt dat niet vaker? Douglas vermoedt dat een eerste versie van veel wetenschappelijke en juridische teksten (contracten, Memoranda of Advice, etc.) geschreven worden door junior leden van wetenschappelijke teams en
advocaat-stagiaires, die daarbij ook nog eens graag gebruik maken van reeds lang bestaande boilerplate language. Bij gebrek aan hoe-het–ook-zou-kunnen-teksten worden oude teksten vaak in eerste instantie gekopieerd en daar “they see the jargon and
complexity as markers of what passes as good scientific/legal writing
”.

Dit is ook onze indruk bij veel advocatenkantoren in Nederland. Wij pleiten ervoor dat alle advocaat-stagiaires de mogelijkheid krijgen tenminste één keer per jaar een stuk ‘als nieuw’ te schrijven zónder al die historische ballast en zgn.‘goede’ voorbeelden. Ik weet niet wat de partners van het kantoor hiervan vinden, maar ik kan er wel naar raden…

Wat meer zij, de deuren waar nu eerbiedig wordt aangeklopt (die met de bordjes “spelling’, “grammatica”, “interpunctie”, “woordkeus”, “toon” of “stijl”) verschillen vaak per taal; het bovenstaande Writing Process lijkt tamelijk universeel te zijn. Vandaar ook de ondertitel van haar boek (met karakteristiek Amerikaanse hoofdletters): How Neuroscience can make you a Better Writer.

Een redactionele opmerking van het (ook Amerikaanse) tijdschrift Nature over door het
tijdschrift ontvangen wetenschappelijke artikelen,  onderschrijft dit: “the authors of the clearest manuscripts we receive are often those whose first language is not English, and who have been taught English the old-fashioned way. Their papers are the most enjoyable. And they are the most likely to win an editor’s favour, emerging as they do like bright buttons from a larger pile of lexical sludge written in the customarily dreadful manner”.

Open deuren zijn vaak niet voor niets open; er zijn al heel veel mensen doorheen gelopen. Sluit ze eens. Al was het alleen maar om ze daarna weer voorzichtig te kunnen openen.

Clarity (12)

En jawel hoor… daar is-ie weer. De komma, of liever gezegd: de Oxford-comma. Het Amerikaanse zuivelbedrijf Oakhurst Dairy is door rechter David J. Barron in een hoger beroepszaak vorige week veroordeeld tot het betalen zo’n 10 miljoen dollar aan
achterstallig loon. En dat alles door een komma…

Wat is, in het kort, het geval? Drie vrachtwagenchauffeurs van het bedrijf eisten een
vergoeding voor in totaal meer dan vier jaren aan overuren die ze nooit uitbetaald kregen. Volgens de wet van de staat Maine moeten arbeiders 1,5 keer het normale uurloon betaald worden voor elk uur dat gepresteerd wordt bovenop de wekelijkse 40. Om verse koopwaar zo snel en goedkoop mogelijk naar de kopers te brengen maakt de wet  enkele
uitzonderingen, namelijk The canning, processing, preserving, freezing, drying, marketing, storing, packing for shipment or distribution of: (1) Agricultural produce; (2) Meat and fish products; and (3) Perishable foods.

In de wettekst staat dus géén komma voor het voegwoord ‘or‘ en dat gaat Oakhurst Dairy behoorlijk wat geld kosten. De chauffeurs (of waarschijnlijk liever gezegd: hun advocaten) lazen de wet als “verpakken voor verzending of distributie”, en gezien een chauffeur niets verpakt, moeten ze voor hun overwerk betaald worden. Als er nu een komma had gestaan tussen ‘shipment’ en ‘or’ had het niet onder overwerk gerekend kunnen worden.  Zo was de wettekst ook bedoeld.  Maar om werknemers zo veel mogelijk te beschermen moet de  wet- en regelgeving inzake loon en werktijden in de staat Maine ruim worden geïnterpreteerd. Rechter David J. Barron vond de bepaling zonder de bewuste Oxford-komma niet éénduidig.

De Serial Comma (de komma die direct voor voegwoorden (meestal and en or) geplaatst wordt in een opsomming van drie of meer elementen) heet ook wel Oxford Comma of
Harvard Comma. Dit omdat zowel de Oxford University Press als de Harvard University Press deze in hun huisstijl hebben opgenomen. Kwaadwilligen zouden dan gelijk op
kunnen merken ”dat krijg je ervan als je spelling en grammatica aan de markt overlaat”. Iets waar we het de afgelopen drie blogspots over hebben gehad…

De wetgevers valt overigens weinig verwijten. De Maine Legislative Drafting Manual stelt duidelijk niét de Oxford Comma te gebruiken. Commas, zegt het Manual op blz. 113, are the most misused and misunderstood punctuation marks in legal drafting and, perhaps, the
English language
. Use them thoughtfully and sparingly. Maar ik denk dat de eigenaar van Oakhurst Dairy daar nu iets anders over denkt.

Hoogstwaarschijnlijk heeft het meer te maken met het Common Law-systeem; een systeem waar de Letter van de Wet belangrijker is dan de Geest van de Wet (zie ook hier). En onder “Letter van de Wet” valt onherroepelijk de “Lettertekens van de Wet”.

PS:
Voor de échte komma(……uhmmmm)-liefhebbers: lees hier Death by Comma of hier Comma and Gun Control. En luister bij dat lezen dan ook naar Vampire Weekend.

What’s in a language? (24)

Het ontbreken van een Engels equivalent voor de Nederlandse Taalunie zorgt ervoor dat Engelse woorden soms op verschillende manieren worden gespeld. Dit zeiden we al de afgelopen twee blogposts (hier en hier nog eens te lezen). Maar taal “overlaten aan de markt”, zorgt niet alleen voor 1) af en toe een andere spellingswijze, 2) een andere
betekenis/culturele waarde (een Australiër heeft bijv. een hele andere tafel voor ogen bij het woord table dan een Engelsman), maar 3) óók voor een andere grammatica. Is dat erg?

Het is misschien wat ironisch, zo na de Brexit, maar in Engeland gaan steeds meer
stemmen op om op Britse scholen en buurtcentra ook aandacht te besteden aan
community languages zoals Pools, Urdu en Punjabi. De sociale cohesie zou toenemen als Britten wat vaker in aanraking zouden komen met andere talen binnen de gemeenschap waar ze wonen, zo stelt Cambridge hoogleraar Wendy Ayres-Bennett: “I would like to see more opportunities for British people to learn some of the community languages of the UK, such as Polish, Punjabi and Urdu, particularly in areas where there are high numbers of those speakers, so that there is some mutual effort in understanding the others’ language and culture.”

“De Ander” (de Immigrant, de Vreemdeling, de Vluchteling, noem maar op…)
communiceert vaak in een mengelmoes van de Standaard-Taal (Standaard-Engels in dit geval) en de eigen taal. Het Cockney-English is in London bijvoorbeeld al bijna helemaal vervangen door het Multicultural London English , of ook: Jafaican, een mix van Cockney, Bangladeshi en West Indian. In Nederland zouden we dit ‘straattaal’ noemen: Nederlandse, Surinaamse, Turkse en Marokkaanse woorden, gemengd met Amerikaanse slang.

We hebben het (in de rubriek What’s in a Language?) vaak over “andere” soorten Engels gehad; Global English, Euro-English, Legal English, Spanglish, en natuurlijk niet te vergeten: ons eigen Dunglish. Bij de ingang van het Wibauthuis van de Hogeschool van Amsterdam staat nog steeds een bordje: Smoking zone backside, wat voor normale Engelstaligen betekent dat de rookruimte in je achterwerk zit, maar dit terzijde…

Zoals gezegd, blijft het niet bij woorden alleen. Het Singlish (de taal die in Singapore wordt gesproken) is een prachtig voorbeeld. Singlish is een mengeling van de vier officiële talen van Singapore: Engels, Mandarijn, Tamil en Maleis. Een Mandarijn-Chinese zinsconstructie met Engelse woorden is aan de orde van de dag: I go restaurant wait for you in plaats van het (Standaard-Engels correcte): I’ll be waiting for you at the restaurant is nog maar een voorbeeldje. Voor meer over Singlish: klik Do You Speak Singlish? uit de New York Times.

Overheden hebben altijd het belang van taal benadrukt. Overheden menen dat taal een gemeenschappelijke identiteit van een samenleving mogelijk maakt. De overheid van Singapore probeert al jaren middels de Speak Mandarin Campaign het Mandarijn-Chinees of middels de Speak Good English Movement het Engels te promoten. Mede door
(populistische?) politici die zich vaak juist in Singlish uitdrukken, zijn al deze initiatieven echter ten dode opgeschreven.

Taal staat nooit stil. Altijd ontstaan er nieuwe woorden, nieuwe constructies en nieuwe betekenissen. Altijd gekoppeld aan (nieuwe) culturele opvattingen, aan een (nieuwe)
geografische omgeving en aan een (nieuwe) mentaliteit van degenen die in die taal
communiceren. Taal draagt cultuur in zich en cultuur brengt taal voort.

Al deze snelle veranderingen en internationale ontwikkelingen in het Engels stelt Legal English voor interessante uitdagingen. In het Common Law-systeem is juist de jurisprudentie leidend, wat inhoudt dat bij wetsvorming uitgegaan wordt van gerechtelijke uitspraken die eerder gedaan zijn in gelijksoortige zaken; in elke nieuw aangespannen rechtszaak wordt uitgegaan van het principe dat gelijksoortige rechtszaken behandeld moeten
worden volgens consistente regels, zodat ze tot een gelijksoortig resultaat leiden.

Iedere verandering in de taal (ofwel: het Engels), dus iedere verandering in woorden,
spelling, grammatica, culturele betekenis, etc. maakt het lastiger om op eerdere (rechts)zaken terug te grijpen.

Courtesy (9)

Vorige week (in What’s in a word, 23?) schreven we hier dat er geen Engels equivalent bestaat voor de Nederlandse Taalunie en dat de spelling van het Engels, oneerbiedig gezegd, ‘aan de markt wordt overgelaten’. Misschien gek, maar in de praktijk werkt dat in het algemeen uitstekend. Kranten, bijvoorbeeld, hebben er alle baat bij dat ze door zo veel mogelijk mensen worden gelezen, en als een krant woorden op haar krant-eigen manier gaat spellen, zullen er heel wat lezers afhaken.

In principe bestaat er in het Engels dus geen “goede” en geen “foute” manier van spellen. Als je gelezen wilt worden, is het slechts zaak om je zo veel mogelijk te houden aan de ‘gangbare’ spelling.

Waar de Engelse taal (of de moedertaalgebruiker) dan weer wél veel nadruk op legt, is de stijl waarin iets wordt geschreven. In het Nederlands is er een groot verschil tussen aan de ene kant ‘spreektaal’ en aan de andere kant ‘schrijftaal’; zodra wij in het Nederlands een pen op papier zetten, wordt het vanzelf al “officieel”, en gebruiken we plotseling allerlei woorden en zinsconstructies die we nooit zouden gebruiken als we dezelfde boodschap mondeling uitdrukken. Dat verschil is er in het Engels veel minder. In de Nederlandse
schrijftaal, bijvoorbeeld, proberen we op alle mogelijke manieren om een zin maar niet met “ik” te laten beginnen. Iets wat voor Engelstaligen de gewoonste zaak van de wereld is.

Bínnen de wereld van het geschreven woord echter, kent het Engels, grappig genoeg, weer wél erg veel gradaties in beleefdheid, formaliteit, vriendelijkheid en officieelheid. (Of dit eventueel een afspiegeling is van een duidelijker afgebakend klassensysteem of iets dergelijks, wil ik hier even in het midden houden). Bedenk ook dat het Nederlands een u/jij-verschil heeft en het Engels niet. Of wat dacht u van een “Geachte/Beste”-verschil in aanhef van correspondentie?  Voor (in)formaliteit moet dus een andere oplossing
gevonden worden. Voor niet-Engelstaligen vormt dit alles een probleem: je kan dan wel grammaticaal en spellingsmatig alles op orde hebben, maar is het dan “goed”?

In onze Writing Skills-trainingen is “Stijl en Toon” vaak een belangrijk onderdeel. Om
cursisten te helpen, hebben we een lijst van zo’n 20 standaardsituaties binnen schriftelijke correspondentie gemaakt. Deze standaardsituaties kunnen op een formele manier én op een informele/neutrale manier worden benaderd. Een aantal voorbeelden:

Reason for writing:
Formeel:              I am writing in connection with…
Informeel:           I’m writing about…
Formeel:              Your name was given to me by…
Informeel:           I got your name from…

Making requests:
Formeel:              I would be very grateful if you would/could…
Informeel:           Please could you…

Good news:
Formeel:              I am delighted to inform you that…
Informeel:           You’ll be glad to know that…

Offering assistance:
Formeel:              If you wish, we would be happy to…
Informeel:          Do you want me to…?

Om terug te komen op de distinctie goed/fout: alle bovenstaande zinnetjes zijn ‘grammaticaal’ goed, het maakt voor (moedertaal)Engelssprekenden echter veel uit of je de ene of de andere variant gebruikt. Of, met andere woorden: zijn ze ook ‘sociaal’ goed? En denk erom: het staat op schrift; minder makkelijk weg te moffelen dus, dan als je oog-in-oog met
iemand communiceert. En, zoals eerder gezegd: First Appearances Count!

PS:
Als u de volledige lijst wilt krijgen: laat het me weten en ik mail u deze (p.peek@branch-out.eu).

 

What’s in a word? (23)

In Nederland heeft de Nederlandse Taalunie de bevoegdheid de spelling van het Nederlands vast te leggen (de Spellingswet). Deze wet schrijft voor dat deze spelling moet
worden gevolgd “bij de overheidsorganen, bij de uit de openbare kas bekostigde
onderwijsinstellingen, alsook bij de examens waarvoor wettelijke voorschriften zijn vastgesteld”. Je kan het met een bepaalde spelling eens of oneens zijn, moet je zelf weten, maar het feit blijft dat er een ‘standaard’ is.

Nederland (en via de Taalunie ook België) is een van weinige landen waar de spelling
wettelijk is vastgelegd. Het Engels bijvoorbeeld, ontbeert zo’n spellingswet, of instanties als de Taalunie; er is geen “goed”, er is geen “fout” (al eerder opgemerkt in bijv. hier). Oneerbiedig zou je kunnen zeggen dat de spelling ‘aan de markt wordt overgelaten’. Het zijn de gebruikers, de schrijvers, de media (met name de kranten), en in laatste instantie de woordenboekenmakers die dit alles vastleggen en die bepalen wat de gangbare, of in ieder geval: een geaccepteerde, spelling is. (Overigens, en zonder al te filosofisch te
worden…: hier zijn wel wat parallellen te trekken met het Anglo-Amerikaanse Common Law-rechtssysteem dat immers ook veel zwaarder leunt op eerdere rechterlijke uitspraken dan op een van te voren schriftelijk en systematisch neergelegd systeem van wet- en
regelgeving).

Een nadeel is dat de Engelse spelling daardoor extreem onregelmatig is geworden. Sterker nog, er is in het Engels erg weinig verband tussen uitspraak en schrijfwijze. Om een voorbeeld te geven: 40 klanken worden op 1120 verschillende wijzen geschreven. Volgens
onderzoeker Eraldo Paulesu van de Universiteit van Milaan overigens, is dit er de oorzaak van, dat in Engelstalige landen tweemaal zoveel dyslexie-diagnoses worden gesteld als in Italië; in het Italiaans worden 25 klanken op slechts 33 verschillende wijzen geschreven.

Áls er een Engelse versie van de Nederlandse Taalunie had bestaan, dan zou deze een harde dobber hebben aan bijv. het Engelse woord judgment, ook wel: judgement. Twee weken geleden schreven we hier dat één van Amerika’s meest fervente twitteraars, tweette dat Hillary Clinton should not be given national security briefings in that she is a lose cannon with extraordinarily bad judgement & insticts. Over lose (=loose) en insticts (=instincts)
kunnen we het wel eens zijn. Zijn judgement echter is een heel andere kettle (catle?) of fish.

Het is grappig dat het nu juist om de spelling van het woord judg(e)ment gaat. Over de
correcte spelling (wat dan ook ‘correct’ moge zijn…) van juist dit woord namelijk, wordt al sinds het begin van de 16e eeuw ruzie gemaakt. eeuwen ruzie gemaakt. De huidige stand van zaken is als volgt: in Brits-Engels schrijf je het met een -e- (judgement) als je het woord NIET in een juridische context gebruikt en zonder -e- (judgment) als je het in een juridische contact gebruikt, als in vonnis, rechterlijke uitspraak etc. De laatste 25 jaar echter kruipt het gebruik van beide spellingsvormen akelig dicht tegen elkaar aan. In Amerikaans-Engels is het altijd zonder -e- (judgment), vandaar ook de storm van hoongelach over
bovenaangehaalde tweet.

Er wordt beweerd dat judgment een 19e-eeuwse Amerikaanse uitvinding is, met als hoofdschuldige Noah Webster, de woordenboekenmaker. Dit is echter volkomen onwaar: de Google Books Ngram viewer voor judgment/judgement laat het gebruik van judgement/
judgment
door de eeuwen heen goed zien: klik hier voor Brits-Engels, klik hier voor Amerikaans-Engels

Het Juridisch-Economisch Lexicon geeft 15 x judgement (alles in een niet-juridische
setting) en een veelvoud aan judgment, veel vaker (maar niet altijd) in een juridische
context.

Judgment (zonder e) wordt dus ook in het Brits-Engels gebruikt, namelijk “in een
juridische context”. Maar dan is er weer onenigheid over de juiste betekenis van het
woord…. Bryan Garner schrijft in zijn Modern American Usage, dat judgment in Amerikaans-Engels verwijst naar the final decisive act of a court in defining the rights of the parties, terwijl het Brits-Engels judgment slechts een judicial opinion is.

Misschien is zo’n Spellingswet toch niet zo’n slecht idee?

Correctness (18)

In 1992 corrigeerde de toenmalige vicepresident van de Verenigde Staten, Dan Quayle, een schooljongen in New Jersey. De jongen schreef potato, dat moest potatoe zijn volgens Quayle (zie hem hier op YouTube in actie). Als u dat grappig vond, dan is de huidige Amerikaanse commander-in-chief de nieuwste barrel of laughs. Al helemaal omdat de beste man veelvuldig schriftelijk communiceert, voornamelijk via Twitter.

De Washington Post, toegegeven, niet een krant die direct de nieuwe president een warm hart toedraagt, heeft onlangs een selectie gemaakt. Zo maakt hij van het Brits-Engelse honour of het Amerikaans-Engelse honor een geheel eigen variant: honer (zowel als
zelfstandig naamwoord als werkwoord). En schrijft (=tweet) hij vaak unpresidented als hij unprecedented (=niet eerder voorgekomen) bedoelt. Unprecedented is in ieder geval zijn tweet: Hillary Clinton should not be given national security briefings in that she is a lose
cannon with extraordinarily bad judgement & insticts
, waar hij in de 140 tekens die hem ter beschikking staan maar liefst drie spel- en/of typfouten maakt: lose (=loose), insticts
(=instincts) en judgement (=, misschien, judgment waarover in een volgende blog meer). Dat hij weet dat er ook een woord loose bestaat, bewijst hij in zijn tweet: Ted Cruz is totally unelectable, if he even gets to run (born in Canada). Will loose big to Hillary. Daar was nou net lose beter. Dat hij dan Lawrence O’Donnell, een journalist, one of the dummer people on television (=dumber) noemt, kan bijna niet anders dan ironisch worden opgevat.

De lijst is nog met veel meer voorbeelden uit te breiden (All of the phony T.V. commercials against me are bought and payed for by SPECIAL INTEREST GROUPS, = paid vind ik zelf wel van een potatoe-achtige dimensie), en zal, als deze blog verschijnt, vast al wel weer langer zijn…

Ook met eigennamen heeft hij wat moeite: Barack wordt Barrack (= kazerne), oud-basketballer en nu coach, Bobby Knight wordt Bobby Night, en onlangs werd Theresa May
omgedoopt in Teresa May, wat speciaal voor de Britten een aardig tintje had, gezien de laatste (die zonder h) een rondborstig oud-soft pornomodel is in Engeland.

Het moet gezegd worden dat hij een aantal spel- en tikfouttweets weer intrekt om ze daarna weer foutloos de wereld in te slingeren. Helaas gaat hem dat niet écht helpen… De in 1978 aangenomen Presidential Records Act stelt nu eenmaal dat álle schriftelijke
communicatie van en aan de president bewaard moet blijven. En (nog meer ironie): deze wet is toentertijd aangenomen met het Watergate-schandaal in het achterhoofd en is
onder Obama uitgebreid tot sociale media als Twitter en Facebook…

U zal misschien denken: “nou ja, dat is één persoon die al die spelfouten maakt, daar komen we wel weer overheen”. Nou, in de officiële White House-lijst van 78 door de media niet- of nauwelijks gerapporteerde (underreported, nieuw woord-alarm!) terroristische aanvallen staat maar liefst 27 keer attaker of attakers in plaats van attacker of attackers, wat, op z’n zachtst gezegd een beetje vreemd is, want de andere 52 keer waren attacker(s) volgens deze lijst de grote boosdoeners. Overigens… één attak vond plaats in het land Denmakr.

PS:
Even voor de duidelijkheid: helemaal niemand is immuun voor typ-, spel- en taalfouten. Zo schreef de schrijver van deze blog afgelopen week: “… het wordt tijd dat wij ons beseffen dat…”. “Beseffen” is géén wederkerend werkwoord. Het moet zijn: “… het wordt tijd dat wij beseffen dat…”. Een vreemde mengelmoes van “beseffen” en  “zich realiseren”. Dick Sluis van FrankfortSluis Advocaten in Haarlem maakte me hierop opmerkzaam. Of, om in de geest van de protagonist van deze blog te blijven: Good laywers, FrankfortSluis, really, really good. The best! Really the best there are. Dankjewel, Dick.

 

What’s in a language? (24)

Twee weken geleden had ik het hier over framing: de inhoud van je boodschap zó neerzetten dat  de boodschap aansluit bij het wereldbeeld van de lezer; ervoor zorgen dat nieuwe informatie in lijn is met wat het publiek al vindt. Dat kan door bepaalde typografie (en zelfs, letterfonts en –grootte), dat kan door stijl (Plain English-framing vs. Legalese-framing, zie blog 109), maar dat kan ook door juist de rake woorden te gebruiken.

Informatie over cijfers:
De psychologen Amos Tvesrsky en Kahneman toonden in hun artikel The Framing of
Decisions and the Psychology of Choice
uit 1981 al aan dat dezelfde informatie op
verschillende manieren gepresenteerd, andere reactie opriepen. Stel je voor dat een land zich voorbereid op de uitbraak van een ongewone ziekte waarvan voorspeld is dat 600 mensen eraan dood gaan. Twee alternatieve immunisatieprogramma’s worden gegeven: Programma A zorgt ervoor dat 200 mensen gered worden, Programma B zorgt voor een dat ⅔ van die 600 mensen sterven en ⅓ zal blijven leven. Een steekproef werd gehouden: 72% van de ondervraagden kozen voor programma A. Nóg een voorbeeld: het Algemeen Dagblad kopte twee weken geleden dat 1 op de 10 scholen in Nederland “maatschappelijk gevoelige onderwerpen” in lessen worden gemeden. Oei! Ze zouden ook hebben kunnen zeggen dat in 9 van de 10 scholen vrijuit “maatschappelijk gevoelige onderwerpen”
worden behandeld. Framing.  Ik wil maar zeggen: denk eens over de presentatie van cijfers in de komende politieke debatten…

Actief luisteren:
Of je wilt of niet, iedereen framet z’n boodschap. Vaak gebeurt dat onbewust en vanuit
iemands eigen gedachtengang. Vooral in onderhandelingssituaties of tijdens bijv. een
mediation uiterst vruchtbaar zijn om partijen úit hun frame te halen en dezelfde situatie te ‘reframen’. Deze techniek staat bekend als active listening of ook deep listening en kan
zorgen voor een band tussen partijen zodat onderliggende belangen duidelijk worden.

Een voorbeeld: in een normaal gesprek worden vaak samenvattingstechnieken en worden
iemands woorden vaak in andere woorden herhaald; persoon A zegt:  “They just want to get rid of me!”. De onderhandelaar/mediatior herhaalt in andere bewoordingen: “You really think they are going to fire you?” Of anders (samenvattend): “So you think they wish to
terminate your employment
?” In plaats daarvan kan de onderhandelaar/mediatior ook de situatie ‘reframen’ door te vragen: “Your job is important to you?. Het haalt de conversatie uit het negatieve framework en zorgt voor een nieuwe discussie over de baan van persoon A, en hoe dat in relatie staat met het conflict. Het gaat over hetzelfde, alleen nu met een andere, meer positieve kijk op zaken…

Metaforen:
Misschien wel de meest geniepige van alle framing. Paul Thibodeau en Lera Boroditsky
lieten een groep proefpersonen criminaliteitsstatistieken zien met een begeleidende tekst waarin criminaliteit vergeleken werd met een beest (a wild beast preying on a city) en een andere groep een tekst waarin criminaliteit vergeleken werd met een virus (a virus
infecting a city
). Vervolgens werd aan de proefpersonen gevraagd wat zíj aan die
criminaliteit zouden doen. De ‘beest’-groep was een grote voorstander van allerlei rechtshandhavingsmaatregelen, zoals het opsluiten van criminelen (beasts, nietwaar?), het handhaven van de wet of het straffen van wetsovertreders. De ‘virus’-groep stelde de tweede groep veel vaker hervormingsmaatregelen voor, zoals het diagnosticeren en
behandelen van of het beschermen tegen criminaliteit. (Lees hier het hele artikel).

De woorden die we gebruiken om onze ideeën te verpakken, hebben een drastische
invloed op hoe mensen over die ideeën denken, of liever gezegd: hoe anderen willen dat we ergens over gaan denken. Een war on terror praat veel overheidsgeweld goed, het is per slot van rekening “oorlog” moet je maar denken. En wat was ook al weer precies een tsunami? Achter de meeste metaforen zit een idee.