All posts by Peter Peek

Clarity (11)

De ampersand gaat teloor… “De ampersand?” zult u zich misschien afvragen? Ja, dat is de officiële naam voor het &-teken, vooral populair in namen van advocatenkantoren. Nou ja, populair… Vorige maand veranderde het grote Amerikaanse Boies, Schiller & Flexner zijn naam in Boies Schiller Flexner (ook de komma moest het veld ruimen), en onlangs liet Baker & McKenzie weten voortaan door het leven te gaan als Baker McKenzie, zonder dat kriebeltekentje dus.

De ampersand is een combinatie van de letters e en t van het Latijnse et (= ‘en’). Deze
letters werden samen verkort weergegeven als &. Het teken is een overblijfsel van de vele samengestelde tekens (ofwel: ligaturen, letters die uit twee andere letters zijn ontstaan, zoals de “ß” en de “w”, niet voor niks double u in het Engels) die in middeleeuwse handschriften en bij vijftiende-eeuwse drukkers in gebruik waren. In middeleeuwse handschriften komen veel van die ligaturen voor, ook om tijd en ruimte te besparen.

Het woord “ampersand” stamt van de woorden “et per se &”. Het werd gebruikt aan het einde van alfabetreeksen (als laatste echte letter dus na de “z”), en het betekent: “en op zichzelfstaand de &“; ook de volgorde “& per se et” werd gebruikt. Dit werd door de
Engelsen aan de achterkant van hun alfabetrijmpjes voor kinderen geplakt in de vorm and per se and, wat weer tot “ampersand” werd verbasterd.

Zo gek is het niet dat de ampersand vooral in de juridische wereld lang overeind is blijven staan. In diverse vorige blogs (bijv. hier)  hebben we eerder al opgemerkt dat vooral in het common-lawsysteem de letter van de wet (letterlijk én figuurlijk) erg belangrijk is. En better safe than sorry: uit angst dat de interpretatie van wetten zou veranderen door “&” te
vervangen door “and”, hield men nog erg lang vast aan de ampersand.

Er is geen enkel bewijs dat “&” een andere betekenis heeft. Hoewel…, op de aftiteling van films wordt de ampersand door het Writers Guild of America gebruikt wanneer twee
schrijvers nauw samen hebben gewerkt aan één script. Het woord “and” wordt gebruikt als de schrijvers op verschillende tijden ná elkaar aan het script hebben geschreven (bijv. bij een rewrite). Klik hier.

Naast de V&D (misschien wel ‘s Neerlands bekendste ampersand) nu dus ook geen Baker & McKenzie meer. In 1989 verdween al Blackstone, Rueb & Van Boeschoten. En Dutilh, Van der Hoeven & Slager verdween een jaar later. Baker (&) Mackenzie kan nu wel, bij monde van Chief Markting Officer Laurie Robertson, zeggen dat ze met hun tijd mee willen gaan en dat klanten dat wensen en zo, maar een meer prozaïsche reden lijkt mij, is dat een “&” het gewoon niet zo lekker doet in e-mailextensies (in die extensie was het al lang:
bakermckenzie.com). Hoe doen de nog bestaande ampersands het? Een korte rondgang in de Top-50:

Loyens & Loeff: rare, zelfgefabriceerde ampersand die voortborduurt op de twee L’s in het logo en: loyensloeff.com. Allen & Overy: ampersand in het logo en: allenovery.com. Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn: ampersand in logo en: pelsrijcken.com. Bird & Bird ampersand in logo en, heel grappig: twobirds.com. Simmons & Simmons: ampersand in logo, en,
minder grappig: simmons-simmons.com. Van Benthem & Keulen: ampersand heel nadrukkelijk in logo en: vbk.nl. Kneppelhout & Korthals Advocaten: ampersand niet in logo en: kneppelhout.nl, daar is iedere opsomming verdwenen. Wijn & Stael: ampersand niet in logo, en: wijnenstael.nl. Ekelmans & Meijer Advocaten: een zelfverzonnen, artistiekerig soort “+”-teken in logo en: ekelmansenmeijer.nl. Ik weet niet hoe het Writers Guild of
America
het zou interpreteren maar als je de toevoeging “advocaten / notarissen” gaat bekijken, dan is het allemaal nog wat veelduidiger: De Haan Advocaten & Notarissen of Trip Advocaten en Notarissen.

Eén lichtpuntje: het Amerikaanse Stroock & Stroock & Lavan zegt heldhaftig weerstand te bieden aan al deze nieuwlichterij. Gelukkig maar…(hoewel hun e-mailextensie wel weer gewoon stroock.com is…, dat dan weer wel).

PS:
de website van Baker McKenzie zegt: We have updated our logo & branding as part of our intention to remain contemporary and relevant for our clients. Let op de & tussen logo en branding. Een gevalletje heimwee?

 

Plain English (13)

Oh, oh… het is ook nooit goed! Deze rubriek, Plain English, heeft 13 bijdrages, inclusief deze. In alle bijdrages hebben we een lans gebroken voor het gebruik van Plain English (of zijn Nederlandse tegenhanger: Begrijpelijk Nederlands), behalve in Blog Plain English 9  waar wij (toegegeven: een beetje) ruimte hebben ingeruimd voor de, volgens tegenstanders althans, meer bedenkelijke kanten van Plain English.

Het kán zijn dat Legalese/Juridisch Nederlands of hoe je dergelijk taalgebruik dan ook mag noemen, koren op molen is voor populisten, Gutmenschtegenstanders, elitebashers, bovenlaagbestrijders en iedereen verder die het goed voor heeft met Volk en Vaderland. Meer en meer onderzoek wijst echter uit dat er ook onverwachte kanten zitten aan het
gebruik van Plain English/Begrijpelijk Nederlands.

Het artikel in het NRC-Handelsblad van Petra Jonkers: “Het dilemma van de gratis brillen” geeft dit haarfijn weer. Kort samengevat: begrijpelijke taal (waar de Plain English-beweging al vele jaren voor vecht) verhoogt de conflictbereidheid bij consumenten. Zij illustreert dit met het voorbeeld van vergoedingen voor brillen en gehoorapparaten: mensen met een (aanvullende ziektekosten)verzekering claimen deze brillen veel vaker nu de polisvoorwaarden in, door de overheid verplicht gesteld, ‘Begrijpelijk Nederlands’ zijn opgesteld. Anders gezegd: ander taalgebruik (kortere zinnen, actief taalgebruik, ‘gewone’ woorden, etc.), ondersteund door typografische ingrepen als lettertype en opmaak, veroorzaakt
ander gedrag. Opti- en audiciens blij…

Het artikel “Eenvoudige tekst, eenvoudige claim?”  (van de juristen Van Boom en Van Dam en de rechtspsycholoog Desmet, uit het Tijdsschrift voor Consumentenrecht en Handels-
praktijken ) bevestigt dit: 1500 proefpersonen kregen een casus voorgelegd over een bestaande autoverzekering. De helft kreeg een oude, lastiger te lezen, variant van de polis te lezen, de andere helft de nieuwe versie in vereenvoudigde taal. De groep lezers van de iets eenvoudiger opgestelde tekst verwachtten een hogere vergoeding van de verzekeraar dan de lezers van de lastige tekst. Bovendien waren de lezers van de eenvoudige tekst door hun verhoogde verwachting op een schade-uitkering ook veel vaker bereid een negatieve uitkomst aan te vechten. Dit verschijnsel staat bekend als confirmation bias: de, vaak onbewuste, neiging om informatie te zoeken die bevestigt wat we al geloven en die alle informatie die het tegendeel beweert, negeert.

Als is vastgesteld welk publiek welk wereldbeeld heeft (welke reeds bestaande ideeën en normen/waarden), dan is de volgende stap de boodschap in een juist frame work te zetten, ‘framen’ (in goed Nederlands…). Geen enkele boodschap kan álle informatie over een bepaald onderwerp bevatten. Iedere communicatie over wat dan ook zal sommige
aspecten meer, en andere minder of helemaal niet, benadrukken. Omdat het niet écht helpt om alleen maar bewijs van je eigen gelijk te leveren (wat zelfs op den duur in je nadeel gaat werken…), helpt het om te je te concentreren op wat je publiek belangrijk vindt.

En daar wringt ‘m de schoen: Plain English/Begrijpelijk Nederlands is een vorm van
framing. (Net zoals het omgekeerde, Legalese/Juridisch Nederlands, dat overigens óók is). Want ‘framen’ we financiële/verzekeringstechnische (etc.) bijsluiters, polissen en
Algemene Voorwaarden (etc.) in een Plain English-frame (wat overigens wettelijk verplicht is…), dan worden we als vertrouwenwekkend, publieksvriendelijk, transparant etc. gezien, maar lopen we de kans dat claims en daaruit voortvloeiende kosten toenemen. En als we dergelijke teksten in een Legalese-frame zetten, dan worden we gezien als elitair, al te moeilijk, opzettelijk ondoorzichtig etc., maar is de kans een stuk kleiner dat dit geld gaat kosten. Oftewel: “Oh, oh… het is ook nooit goed!”

Over twee weken meer over framing (het is per slot van rekening Donald Trumptijd…)

What’s in a language? (23)

Arme Britten… Raken ze eerst hun empire kwijt, daarna wil de rest van Europa niets meer met ze te maken hebben, en nu lopen ze het risico ook nog hun eigen taal te verliezen! Dat wil zeggen: hoe meer mensen op de wereld Engels beheersen op een ‘werkbaar’ niveau (ongeveer 2 miljard), des te meer mensen klagen dat ze de native speakers Engels (ongeveer 430 miljoen) steeds slechter begrijpen.

Dat heeft natuurlijk een aantal voor de hand liggende, maar ook paradoxale, oorzaken; hoe belangrijker Engels wordt als lingua franca, hoe onbelangrijker wordt het standaard-Engels. Een lingua franca is in de eerste plaats een taal die als gemeenschappelijk
communicatiemiddel wordt gebruikt tussen mensen met verschillende moedertalen. Een lingua franca is bedoeld om elkaar te begrijpen, regels (grammatica, uitspraak etc.) zijn minder belangrijk. In het Europees Parlement hoor je nier voor niets niet-moedertaalsprekers Engels vaak tegen Engelse native speakers zeggen: “Can’t you just speak English like the rest of us do?

Ook is, volgens deskundigen, de uitspraak van de Engelse th klank ten dode opgeschreven. Tegen 2060 zal throw iets als frow zijn, en mother iets als muvva. Om dat nou weer allemaal op het conto te schrijven van “immigratie” gaat wel weer wat ver, te meer daar er talloze regio’s in Groot-Brittannië zijn waar dit al eeuwen de gewoonste zaak van de wereld is.

Moedertaalsprekers spreken te snel: ongeveer 250 woorden per minuut waar een
intermediate niet-moedertaalspreker zich bij ongeveer 150 woorden per minuut
comfortabel voelt. Moedertaalsprekers gebruiken samentrekkingen: I’ll, I’d, don’t etc. waar een niet-moedertaalspreker beter met I will, I would en do not uit de voeten kan. Moedertaalsprekers gebruiken afkortingen (ETA, ASAP etc.). Er zijn verschillende moedertaal-
sprekers Engels (Britten, Amerikanen etc.) die andere woorden (en afkortingen!) gebruiken voor hetzelfde.

De Engelse taal zélf verandert, zo zeer zelfs dat regels en conventies verouderen zodat moedertaalsprekers die niet meer gebruiken: denk aan het Britse Mr/Mrs/Ms zonder puntje (mét puntje is ouderwets, óf, om het ingewikkelder te maken: Amerikaans) of het gebruik van hereby/herewith/hereto dat wij nog iedere dag zien maar dat in het modern-Engels als archaïsch gezien wordt (te vergelijken met als een niet-Nederlander ‘mensch’ zou
schrijven, of ‘koopen’).

Moedertaalsprekers gebruiken uitdrukkingen en (pop)culturele annotaties die voor een niet-moedertaalspreker nauwelijks te begrijpen zijn (al was het alleen maar om de vluchtige aard van dergelijke zegswijzen). Helemaal ingewikkeld wordt het als niet-
moedertaalsprekers zó goed Engels spreken dat Engelstaligen zich niet meer realiseren dat ze een niet-moedertaalspreker voor zich hebben (lees hier meer).

De British Council probeert de toenemende verwarring door al die Global Englishes  te stoppen. De moedertaalsprekers Engels moeten weer naar school om in hun eigen taal met niet-moedertaalsprekers Engels te communiceren! Klik op deze link.  “It’s a bit of a
revelation to many of them that their English isn’t as clear and effective as they think it is
”, zegt Neil Shaw,  Hoofd Intercultural Fluency. Hij wordt in deze stelling ondersteund door Dr Dominic Watt van de University of York: “Mother-tongue English may not even be an
advantage anymore, because you haven’t had to go through the same learning process that the non-natives have. So they’re all on the same page and it’s the native speakers who are the odd ones out.

Kortom: weer een typisch gevalletje van The Empire Strikes Back.

PS:
De halfbakken plannetjes die opgaan in het Europese Parlement om, na de Brexit, Frans of Duits, of zelfs Spaans de nieuwe lingua franca te maken, zullen met precies dezelfde
problemen te maken krijgen.

English in Mediation (4)

Mediation is eigenlijk niets meer dan een soort “onderhandelen met hulpstukken”. De
mediator zelf maakt geen beslissingen, het zijn de partijen (en hun juridische hulptroepen) die, onder leiding van de mediator, een onderhandeling beginnen. Het hele onder-
handelingsproces in een mediation is een informeel proces, maar om de chaos niet al te groot te maken zijn er enkele spelregels opgesteld; als één van de partijen in de ogen van de andere partij te ver gaat, kán dit eventueel juridische consequenties hebben.

Zowel de wet als de gedragscode van mediators (en wie eigenlijk niet?) fronzen hun wenkbrauwen als er ‘gelogen’ wordt tijdens onderhandelingen. Echter, niet iedere ‘leugen’ doet de wenkbrauwen even hoog optrekken. Sommige ‘leugens’ zijn in orde. Dergelijke leugens vallen onder, wat in het Engels heet: “puffing”: je zelf opblazen om in een onderhandeling belangrijk(er) gevonden te worden of sterker te staan.

Voorbeelden van puffing: partij A zegt met niet minder dan € 50.000,- schadevergoeding genoegen te nemen terwijl hij al blij zou zijn met de helft; partij B staat op een
confidentiality agreement in een contract terwijl het hem eigenlijk niets kan schelen; partij C roept tijdens een mediation dat hij 100% zeker naar de rechter stapt als de mediation voor hem niet goed genoeg uitpakt. En, als je er goed over nadenkt, is 95% van alle tweets van president-elect Donald Trump een vorm van puffing….

Puffing heeft zijn weg ook al gevonden naar verschillende juridische woordenboeken: the exaggeration of the good points of a product, a business, real property, and the prospects for future rise in value, profits and growth. It cannot be the basis of a lawsuit for fraud or breach of contract unless the exaggeration exceeds the reality. However, if the puffery includes
outright lies or has no basis in fact  a legal action for rescission of the contract or for fraud is possible.

De Code of Professional Conduct van de American Bar Association heeft het in twee
specifieke gevallen over het onderwerp truthfulness: Rule 4.1 (Truthfulness in Statements to Others) en Rule 8.4(c) (Misconduct).

Rule 4.1 sluit lang niet alle “leugens” uit; het maakt een duidelijk verschil tussen liegen en “puffen”. Voor een gezaghebbende en uitvoerige discussie over het concept van puffing verwijs ik graag naar de American Bar Association Formal Opinion 06-439. In het kort komt het erop neer dat puffing wordt toegestaan maar dat van advocaten/mediators verwacht (en zelfs vereist) wordt dat zij een “juiste voorstelling van feiten” geven: “We emphasize that, whether in a direct negotiation or in a caucused mediation, care must be taken by the lawyer to ensure that communications regarding the client’s position, which otherwise would not be considered statements of ‘fact’ are not conveyed in language that converts them, even inadvertently, into false factual representations.”

Dus hoewel een jurist de ethische plicht heeft de interesses van zijn cliënt onvermoeibaar te verdedigen, zijn er grenzen, grenzen die worden bepaald in de Code of Professional
Conduct.
 Mediation praktijken spelen zich altijd af in een wolk van vertrouwelijkheid, maar dat geeft niemand een vrijbrief om de grenzen van die vertrouwelijkheid te testen door al te losjes om te gaan met de voorstelling van feiten tijdens de onderhandelingsfase van een mediation.

Voor niet-Engelstaligen die in het Engels mediation-activiteiten uitvoeren, is het extra
oppassen; de scheidslijn tussen liegen en puffen is diffuus. Hun language register is vaak beperkt, een woord valt al snel verkeerd, en niet-Engelstaligen hebben vaak grote moeite hun (Engelse) taalgebruik te variëren en aan de juiste omstandigheden aan te passen.

PS:
op 2 en 3 februari organiseert Branch Out ten kantore van Ekelmans en Meijer in Den Haag een training English in Commercial Mediation (voor meer info: klik hier). Er zijn nog enkele plaatsen over.

What’s in a word? (22)

Vorige week had ik het hier over de juridische doublet breaking and entering.  Met die
doublets is iets merkwaardigs aan de hand zei ik toen; soms betekenen ze precies hetzelfde (zie: null and void), andere keren heeft het ene (breaking) geen betekenis zonder het
andere (entering). Wéér andere keren bestaat het ene niet eens zonder het andere… zoals in ‘assault and battery’.

Vaak heb ik het hier gehad over de onmogelijkheid bepaalde Engelse juridische begrippen te vertalen in het Nederlands (en andersom!) omdat die vertaling afhangt van het gebruik binnen in een common law-systeem en een civil law-systeem en derhalve een andere
juridische lading krijgt. Maar om de verwarring nog iets te vergroten, zijn er heel soms
woorden en begrippen binnen het Engels zélf die iets totaal anders betekenen in een
juridische context of een niet-juridische context… zoals in ‘assault and battery’.

In de common law-definitie refereert assault uitsluitend naar de dreiging van geweld, en niet naar het geweld zélf. Als er inderdaad klappen worden uitgedeeld, dán is er sprake van battery. Met andere woorden: je kan een assault hebben zonder een battery, maar
andersom gaat het niet, louter en alleen omdat iedere fysieke aanval altijd voorafgegaan wordt door een bedreigend gebaar – al was het maar de aanloop naar een klap…

Het probleem ligt in het feit dat ‘alledaags’ Engels (als tegenhanger van ‘juridisch’ Engels) assault altijd heeft gezien als fysiek geweld en dat ‘battery’ al ergens rond de 18e eeuw niet meer wordt gebruikt voor dit soort uitspattingen. Assault is in de juridische betekenis dus “bedreiging”, in de alledaagse betekenis: “aanval”…

Al honderden jaren proberen wetgevers in common law-landen een einde te maken aan deze verwarring. De Engelse wetgeving heeft deze geprobeerd deze misdaden te vangen onder ‘common assault’, maar daar wordt het woord battery gebruikt om common assault te definiëren… niet écht een goede oplossing dus. Daarnaast heeft de Britse wetgever de misdaden Actual Bodily Harm en het meer serieuze Grievous Bodily Harm geïntroduceerd. Helaas maakt al deze muggenzifterige scherpslijperij de zaken er niet duidelijker op; zelfs de Britse Crown Prosecution Service (min of meer te vergelijken met ons Openbaar
Ministerie) geeft op haar website eerlijk toe niet te weten of het breken van andermans neus onder common assault valt of onder Actual Bodily Harm…

In de Verenigde Staten is het nóg, je kan beter spreken van de Onverenigde Staten in die zin dat bijna iedere Staat andere wetten heeft op dit gebied. Dat is voornamelijk te danken aan het feit dat veel van dit soort wetten gebaseerd zijn op case law, waarin iedere uitspraak van een rechter op dit gebied ervoor zorgt dat “de wet” een volgende keer in een dergelijk geval weer een nieuwe uitleg kan krijgen.

Zo bestaan er wetten tegen assaulting healthcare workers (New York, Nebraska, assaulting politiehonden en –paarden (in Ohio) , etc. Wat dus zou beteken dat  je Ohioëse politie-
paarden niet  mag bedreigen met geweld (een wet die de Partij voor de Dieren zeker aan zou staan!). Assault and battery door een groep mensen heet in South Carolina en
Mississippi lynching, in New York heet deze onsmakelijke bezigheid  dan weer gang
assault
.

Voor mensen die graag willen weten hoe assault and battery sinds 1685 in Amerika is uitgelegd, verwijs ik graag naar het naslagwerk Words and Phrases (klik hier of hier).  Het kost wat, maar je kan op basis van rechterlijke uitspraken van de afgelopen  de laatste 332 jaar redelijk wat rechtszaken winnen…

Als de gemiddelde Brit of Amerikaan al niet meer weet wat assault and battery betekent, en als dat dan ook nog eens per staat een heel andere interpretatie heeft, hoe moeten wij Nederlanders daar dan wijs uit worden? “Geweldpleging en mishandeling”? “Dreiging met geweld en mishandeling”? Ja, maar…. (begin deze blog weer te lezen vanaf het begin).

What’s in word? (21)

“Sinterklaasje, kom maar binnen met je Knecht”, zal gisteravond in veel huishoudens zijn gezongen. Een duidelijke uitnodiging, dus. Dat zijn (al dan niet zwarte) knecht vóór die tijd af en toe door de schoorsteen is gekomen om de wortel en het hooi voor het paard mee te nemen, is al weer iets onduidelijker, maar zelfs die versnaperingen voor het paard zouden juridisch als een uitnodiging gezien kunnen worden.

Breaking and entering onder common law is het hoogstwaarschijnlijk niet. Maar wat als je ergens binnenkomt waar de uitnodiging niét erg duidelijk is? Juist die juridische doublet (breaking and entering, over een andere doublet, null and void hebben we het hier al eens gehad) kan Angelsaksische rechtsprekende instanties wel eens de das om doen. Want wat als er wel binnen wordt gekomen, maar niets gebroken?

De definitie van breaking and entering (of met een ander woord: burglary) is: entering a
residence or other enclosed property through the slightest amount of force (even pushing open a door), without authorization. If there is intent to commit a crime, this is burglary. If there is no such intent, the illegal trespass is a misdemeanor
. In common law burglary moet dus zowel breaking áls entering hebben plaatsgevonden: entering zonder breaking of
andersom is niet genoeg om als misdaad te gelden.

In Colchester stommelde op 23 juni 1972 de 19-jarige Stephen Collins na wat biertjes in de local pub naar huis. Hij zag dat het raam van zijn buurmeisje openstond, deed al zijn kleren uit (behalve zijn sokken) en klom met, ondanks zijn overmatige drankgebruik, ferme
erectie naar binnen (over dat “binnen” later meer). Het meisje lag al in bed. Ook naakt, zelfs sokloos, en dacht dat Stephen haar vriendje was. Tot zijn stomme verbazing wenkte zij hem and a merry time was had by all. Na een tijdje merkte het meisje echter dat er toch iets niet in de haak was, knipte het licht aan, zag dat dit niet helemaal de bedoeling was, sloeg Stephen hard in zijn gezicht en rende de slaapkamer uit. Het resultaat: in R v Collins (1973 QB 100) werd Stephen Collins veroordeeld voor burglary (ofwel: breaking and
entering) with intent to commit rape,
en kreeg 21 maanden cel.

Stephen ging in hoger beroep en werd voor het Court of Appeal of England and Wales
vrijgesproken. De volledige tekst is hier te lezen maar het komt er in het kort op neer dat het Hof vond dat er alleen maar sprake van breaking and entering kan zijn als the person must know that he is a trespasser and nevertheless deliberately enters, or, at the very least, is reckless as to whether or not he is entering the premises of another without the other party’s consent. De hele kwestie van het uitnodigende gebaar van het buurmeisje was tijdens de rechtszaak niet voor de jury gekomen en de rechter had derhalve de jury misleid.

Bovendien was er verwarring over de exacte plaats wáár Stephen zich op het moment van het uitnodigende gebaar bevond: op de vensterbank, ja, maar was hij al binnen (en was het stadium entering al voorbij), of was hij nog op de vensterbank buiten? Daarom:
geen burglary (want daar hoort entering bij…) en kon hij niet op deze aanklacht
veroordeeld worden. Resultaat: vrijspraak!

Kortom: Engelse juridische doublets en triplets: wees er voorzichtig mee! Soms betekenen ze precies hetzelfde (zie: null and void), andere keren heeft het ene (breaking) geen
betekenis zonder het andere (entering). Ik weet niet of Sinterklaas hiervan op de hoogte is (“Makkers, staakt uw wild geraas”, zou hij eerder tegen Stephen en zijn buurmeisje hebben gezegd), maar de Goedheiligman staat sowieso al redelijk boven de wet.

NB:
Stephen Collins hield zijn sokken aan omdat, zoals hij tijdens het Hoger Beroep zei, hij dan makkelijker zou kunnen ontsnappen als haar moeder binnen zou komen. Hoewel juridisch verder niet interessant, staat deze zaak bekend als de meest uitgebreide juridische
bespreking over sokken in de geschiedenis van de Engelse rechtspraak.

Conciseness (6)

Het blijft de gemoederen bezig houden: het pleidooi van de president van de Hoge Raad, Maarten Feteris op het Jonge Balie congres in oktober: “Hou het kort en simpel en doe
normaal. Veel rechters zijn niet plechtig en formeel. Hen bereik je het beste met normaal en begrijpelijk taalgebruik”.

Wellicht was dit de manier waarop de heer Feteris de 70e verjaardag van George Orwells essay Politics and the English Language wilde vieren waar wij al twee blogs aan hebben gewijd (hier en hier  nog eens te lezen). Regel 2 en regel 3 van dit nog steeds zeer lezenswaardige essay luiden namelijk:

  • Never use a long word where a short one will do
  • If it is possible to cut a word out, always cut it out

 Oftewel alle Branch Out Legal English Blogs die onder het thema Conciseness vallen te lezen. Klik hier.

Never use a long word where a short one will do
In het Engels zou u bijvoorbeeld alleen maar hoeven te letten op woorden die op –ion/-ise/-ize/-ate of –osity eindigen. Deze woorden kunnen vaak makkelijk worden vervangen door kortere woorden die veel beter te lezen zijn. Dit verschijnsel heet “nominalisatie”, ofwel van een werkwoord een zelfstandig naamwoord maken. Het haalt veel actie uit de zin waardoor de tekst erg onpersoonlijk kan worden. Brian Garner heeft er in zijn Legal Writing in Plain English mooie oefeningen mee gemaakt: vervang bijv. alle –ion woorden in deze zin: An interested party may make an application for a modification or revocation of an
antidumping order (or termination of a suspension agreement) in conjunction with an
annual administrative review. A revocation application will normally receive no
consideration by the board.
Meer oefeningen hier te vinden

Ik heb zo 1-2-3 geen voorbeelden van Nederlandse rechters die hier bezwaren over uiten, Amerikaanse rechters echter, zijn lang niet zo terughoudend. In Thomas & Betts Corp v. Panduit Corp maakten de rechters bezwaar tegen o.a. woorden als transverse aperture en therebetween en wordt er gewaarschuwd tegen using fifty-cents words, obscure terms, and inflated language, maar de lijst is nog veel langer te maken.

 If it is possible to cut a word out, always cut it out
Erg vaak moeten wij cursisten erop wijzen dat to have in our possession, to give advice, to draw the conclusion, to take into consideration en ga zo nog maar even door en allemaal uiterst karakteristiek voor Legal English, hetzelfde betekent als to possess, to advise, to
conclude
en to consider. Concisseness staat volgens het onderzoek How judges, practioners and legal writing teachers asses the writing skills… van Kosse en ButtleRichie zelfs op de eerste plaats op het schrijfstijlverlanglijstje van Amerikaanse rechters.

In de zaak Ephedra Products Liability Litigation 231 F.R.D. 167 (S.D.N.Y. 2005) eiste de rechter een nieuw openingsstatement, deze keer in Plain English. De gedaagde partij kwam met een nieuw stuk, waarover de rechter deze keer oordeelde: gobbledygook of mind-numbing turgidness and prolixity, the very first sentence of which extends for nearly four pages.

Maar misschien is het wel juist uw bedoeling om rechters tegen u in het harnas te jagen? Blijf dan vooral  volharden en ga door met, zoals Juriaan Mensch in zijn column op Advocatie.nl schrijft, “expres zoveel mogelijk vage taal en zeer moeilijk in code om te zetten begrippen blijven gebruiken”. Of u daar verder erg mee opschiet, is nog maar de vraag.

Correctness (18)

De Amerikaanse hoogleraar economie, Keith Chen beweert in een TED-talk dat moedertaalsprekers van talen waarin je géén speciale toekomende tijd hoeft te gebruiken (zoals het in het Nederlands: “het regent morgen”) zich financieel beter op de toekomst voorbereiden dan moedertaalsprekers van talen waarin dat niet kan (zoals in het Engels: it will rain tomorrow).

Denk wat u ervan denken wil, maar vaak vragen cursisten ons of er eigenlijk een verschil is tussen will en going to om de toekomende tijd aan te geven. Het antwoord is niet een duidelijk afgetekend ‘ja’ of ‘nee’. Beide vormen verwijzen naar de toekomst en hoewel er een licht verschil is (of liever gezegd: kan zijn) tussen de twee, zal het een native speaker vaak direct duidelijk zijn wat u bedoelt. Maar ook hier geldt de Wet van de Remmende Voorsprong: hoe beter Engels je spreekt, des te meer zal de native speaker denken dat je het verschil(letje) wél weet, en wellicht kan het dan wat wenkbrauwen doen fronsen… Net als bij zo veel dingen, is het in de ear of the beholder en is er niet direct een goed-fout oordeel over te vellen.

Heel in het kort dan maar, en min of meer “officieel”:

GOING TO:

  1. Wanneer je een vooropgezet plan hebt, of ook: als je al vóór het uitspreken weet wat je gaat doen:
  • They‘re going to retire to the beach – in fact they have already bought a little beach house.
  • Yes, I told her I‘m going to help her with that.
  1. Wanneer er duidelijk tekenen of bewijs is dat iets gaat gebeuren:
  • It is going to rain – I just felt a drop.
  • I don’t feel well. I think I‘m going to throw up.
  1. Wanneer iets op het punt staat te gebeuren:
  • Don’t sit on that chair It is going to collapse.

WILL:

  1. Wanneer je een snelle beslissing neemt:
  • Thanks, I will (I’ll) have a beer.
  1. Wanneer je, op het moment van zeggen/schrijven, iets belooft/aanbiedt/dreigt te doen:
  • That looks difficult. I will help you with that.
  • I promise you, I won’t (=will not) tell anyone.
  • I will tell the Board, if you do that.
  1. Wanneer iets of iemand het niet doet:
  • I told him to correct the report, but he won’t (= will not).
  • My car won’t start.

En daar heb je het al… alleen in beide (1) gevallen zou je min of meer zeker van je zaak kunnen zijn. In alle andere gevallen kan je will/going to verwisselen, maar het heeft dan nèt een klein nuanceverschil:

  • My car is not going to start: dat weet je zeker, want dat ding start nooit als het vriest.
  • I told him to correct the report, but he is not going to: dat weet je zeker, want dat heeft hij je in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk gemaakt.
  • I promise you, he is not going to tell anyone: idem dito
  • Don’t sit on that chair, it will collapse: die stoel valt alleen maar als je er op gaat zitten (of, als je dit zegt tegen een enigszins corpulent persoon: … als jíj erop gaat zitten).

En als je bijv. het woordje probably erin verwerkt, dan is op de vraag Are you busy tomorrow? geen verschil tussen I will probably write that proposal en I am probably going to write that proposal. En als je voorspellingen maakt: zolang je woorden gebruikt als think, hope, fear etc. is er  geen verschil tussen: It think it will rain tomorrow en I think it is going to rain tomorrow.

Er zijn dus wel degelijk (subtiele) verschillen, en native speakers zullen die ook horen. Alleen, er zijn heel veel verschillende native speakers en zullen native speakers in Amerika iets sneller going to gebruiken (of liever gezegd: gonna in spreektaal), en wordt will vaak als iets formeler gezien en liever in geschreven vorm dan going to.

Zelfs Nederlands heeft veel verschillende native speakers: in België (en zekere delen van Brabant) wordt ‘gaan’ bijvoorbeeld veel vaker gebruikt om de toekomst aan te geven dan in Nederland, en bovendien nog in combinatie met werkwoorden als hebben en zijn of hulpwerkwoorden als kunnen, mogen, moeten en willen, iets wat in het Nederlands-
Nederlands onacceptabel zou zijn.

Nog even oefenen misschien? Kijk eens hier en hier of hier.

Clarity (10)

De “letter van de wet” is binnen het Angelsaksische Common Law-systeem razend
belangrijk. (Dat is overigens ook de reden waarom je in Amerikaanse rechtbankfilms arme stagiaires samen met vaak armlastige derderangs-advocaten nachtenlang in obscure
bibliotheken op zoek zijn naar het een of andere door normale mensen al lang vergeten rechterlijke uitspraken). Fijn, zou je kunnen zeggen…duidelijkheid, helderheid en doen wat je volgens die wet moet doen en gestraft worden als je dat niet doet. Kristalhelder. Maar betekent dat dan ook dat de lettertékens van de wet net zo belangrijk zijn?

Een jaar geleden bespraken we op deze plaats een Engelse zaak die bekend staat als “Death by Comma” (hier nog eens te lezen). Precies zo’n komma heeft in de Verenigde Staten nog veel meer doden op zijn geweten! Het gaat in dit geval om het gebruik van de komma in het Tweede Amendement op de grondwet, daar waar het individuele recht op het dragen van wapens wordt besproken: “A well regulated Militia, being necessary to the security of a free State, the right of the people to keep and bear Arms, shall not be infringed”. (En let hier speciaal op de plaats van de komma’s!).

In 1975 nam de stad Washington (of liever gezegd het District of Columbia) een wet aan die het bezit van wapens sterk aan banden legde, de Firearms Control Regulations Act. Meteen begonnen er rechtszaken tegen het District of Columbia door figuren die meenden dat deze wet tegen de grondwet was, en dan wel met name tegen het Tweede Amendement. In 2007 in de zaak Parker v District of Columbia was de heer Heller één van de vijf mensen die samen met Parker de rechtszaak begon. Alleen de claim van Heller bleef overeind. Heller was een special agent, die een vergunning had op z’n werk een wapen te dragen, maar deze niet naar huis mocht nemen. En hoewel ook special agents werd aangeraden hun werk niet mee naar huis te nemen, vond hij, gezien de buurt waar hij in woonde, het raadzaam dat toch wel te doen. Heller verloor; de rechtbank oordeelde: the Second Amendment does not bestow any rights on individuals except, perhaps, when an individual serves in an organized militia such as today’s National Guard.

Heller tekende beroep aan en won op 7 maart 2007. Judge Laurence H. Silberman van het United States Court of Appeals for the District of Columbia Circuit, was van mening dat de tweede komma (de komma na “state”) ‘het bewijs was dat het Tweede Amendement niet alleen het collectieve recht van staten om milities op te zetten beschermde, maar ook dat iedere individuele burger het recht had een wapen te dragen, of die nu lid was van een militia of niet.

Het District of Columbia toog naar de Hoge Raad. In juni 2008 bevestigde de Supreme Court in District of Columbia v. Heller met een uitslag van 5 rechters vóór en 4 rechters tegen, het grondwettelijke recht van Heller een wapen te dragen.

Zelden zijn er, in de aanloop van juni 2008, zoveel fantastische stukken geschreven over de grammatica en de precieze betekenis van woorden in het Tweede Amendement. Zo is (met enig recht) ook de term “to bear arms” gefileerd waarvan de laat 18e-eeuwse betekenis niet ‘het dragen van wapens’ is, maar veeleer ‘het dienstnemen in een leger’. En met
betrekking tot die komma(‘s) vlogen termen als “prefatory comma” en “operative comma” over en weer.

Misschien wel de allermooiste en diepgravendste is Guns and Grammar door David Baron. Waar het op neerkomt, is dat de anti-wapen groep opmerkt dat de opstellers van Tweede Amendement alleen maar bedoelden te zeggen dat dat “a well-regulated militia … shall not be infringed”. Die ‘ongewone’ komma’s stellen niets voor, net zoals welke interpunctie dan ook in die tijd geen enkele betekenis had. (Lees hier en hier de in dit debat vaak aangehaalde David Yakssi). En om hun gelijk nog weer eens te onderstrepen: behalve het, door de verschillende Staten in de laat 18e-eeuw, ondertekende exemplaar in de
National Archives met drie komma’s, zijn er (getekende) exemplaren uit dezelfde tijd met geen enkele komma, of ook met 4 komma’s.

Ondertussen zorgt de plaats van een komma in een document uit 1791 ervoor dat de Verenigde Staten nog steeds veel moeite hebben om de verspreiding van wapens tegen te gaan… Wie zegt er dat een komma niet dodelijk is? Een typisch gevalletje van “de pen is scherper dan het zwaard”.

Clarity (9)

We hebben ‘t er hier al eerder over gehad: het dit jaar 70 jaar oude George Orwell-essay
Politics and the English Language
en de relevantie hiervan voor Legal Writing (zie hier over jargon bijv.).  Bijna alle tekst- en stijlboeken over Legal Writing zijn schatplichtig aan dit
essay uit 1946. Vandaag Orwells Vierde Regel: “Verkies de Actieve Vorm boven de Passieve Vorm”.

Het gebruik van de actieve vorm of de passieve vorm… altijd een heet hangijzer, en al helemaal in juridische teksten. We kennen de voordelen van beide:

In een notendop vóór actief:

  • Het identificeert onmiddellijk de “doener” en elimineert daarom vaagheid en
    ambiguïteit
  • Het reduceert het aantal woorden in een zin

In een notendop vóór passief:

  • Het accent ligt op de handeling en niet op de handelende persoon
  • De handelende persoon is onbekend/niet relevant, of het is opportuun deze niet te noemen.

Een actieve schrijfstijl wordt vaak gezien als fris en fruitig terwijl een passieve schrijfstijl vaak wordt afgedaan als droog, zakelijk, onpersoonlijk en ambtelijk. De botsing tussen beide vormen ligt volgens mij in het feit dat er hier (weer) geen goed–fout (en dus: beter-slechter) oordeel over valt te vellen. Het “betekent” gewoon wat anders, of liever gezegd: de lezer zal er iets anders bij vinden (als dat “betekenis” is).

In zijn hartstochtelijke pleidooi vóór de passive voice geeft George D. Gopen in Writing Clear and Effective Legal Prose de volgende voorbeelden:

  • Smith had notified Jones on the morning of April 7 concerning the lost shipment.
  • On the morning of April 7, Jones had been informed of the lost shipment by Smith.
  • The lost shipment had been disclosed by Smith to Jones on the morning of April 7.

Als je wilt zeggen wat Smith deed, kies 1. Als je Jones zijn verhaal wil laten vertellen, kies 2. Als je focus the lost shipment is, kies dan 3. Ofwel, met Gopens woorden: Getting the right “whose story” into the “whose story” position is essential for clear legal prose. 

Tóch wijzen recente studies uit dat Amerikaanse rechters steeds vaker de actieve vorm verkiezen boven de passieve: It bothers them when a brief uses the passive voice frequently. (vraag 21) en de rechters van het California Court of Appeals hebben een bloedhekel aan excessive use of passive voice.

In de zaak United States v. Torres stond in de beëdigde verklaring van de DEA-agent: the brown paper bag carried by Torres was opened revealing a white powdery substance to the unercover agent. Hoewel de rechtbank de heer Torres het bezit van van die white powdery substance aan bleef rekenen, schreef zij ook: The issue is clarity. Good writers eschew the passive voice (…) because sentences written passively are often more ambiguous than those written actively. Agent Guiffre’s sentence poignantly illustrates how a passively written sentence can lead to possible confusion.(…). If one is going to write in the passive, one should at least include all of the necessary prepositional phrases for clarity’s sake–not because law journals and law schools require it. (lees hier verder).

Maar de passief heeft dus ook veel vrienden (zie Gopen). En wij kunnen (en willen) hier geen pro- of contra-oordeel over geven. Wat we wél graag willen, is dat u zich bewust bent van de voors en tegens van actief/passief. Ook willen wij graag nog zeggen dat u, binnen één tekst, enigszins consequent moet blijven (Consistency!!), en niet al te veel moet
wisselen tussen beide vormen (Avoid elegant variation, ofwel: variation for variation’s sake). Daarnaast: Orwell schreef de actieve vorm te verkiezen, niet de passieve vorm volledig uit te bannen…

Voor lezers die er nog niet genoeg van hebben en nog even willen oefenen: kijk eens hier voor een (niet overdreven makkelijke) oefening.