All posts by Peter Peek

Correctness (14)

De komende drie weken zal Nicola Courtney hier telkens drie veelvoorkomende grammaticale fouten behandelen. Sommige probleemgevallen hebben we hier al eens uitgebreider besproken (als zo: klik door), op andere zullen we in de toekomst nog eens terugkomen.

Nicola: I have been asked to write a blog on the most ‘fossilised’ mistakes I come across when teaching legal professionals. Over the next three weeks, I will attempt to provide a short sharp ‘repair kit’ for those of you prone to these types of mistakes.

  1. Present Simple versus Present Continuous

Although the rules surrounding the use of these two tenses appear to be straight-forward, Dutch speakers often misuse or confuse them. Typical mistakes include:
I am working mostly with brokers.                                           I work
I write you to confirm the handover of the property.       I am writing
Next week I go to Milan.                                                               I am going

Remember, we use the Present Simple (e.g. I work) for facts, habits and routines. We use the Present Continuous (e.g. I am working) to describe temporary states, actions happening at the moment of speaking/writing, trends and ‘diary future’ e.g. I am meeting him in Amsterdam on Monday. (read more in Correctness 1  and Correctness 9)

  1. A/An

There is a question in the Branch Out Structure Test – more specifically question 9 in part A – which virtually nobody answers correctly: ‘They did not present___ united front during the negotiations’. Nearly everyone, understandably, answers ‘an united front’ instead of ‘a’.

Although the rule is we use ‘an’ with nouns which begin with a vowel (a, e, i, o and u), as is often the case in English, there are exceptions to this rule which are:

  • If the vowel is pronounced as a consonant (non-vowel) sound we use ‘a’. The vowels in words such as united, uniform, European, one-man band, are pronounced as consonants so we would use ‘a’. However, we would say an umbrella, an expense, an
    opportunity
    as these are pronounced as vowels.
  • ‘H’ is sometimes pronounced as a vowel e.g. an hour, an honest opinion, an heir.
    However, we would say/write a horse, a hurricane, a hotel etc.

Particularly in abbreviations, if the consonant is pronounced as a vowel, we use ‘an’ e.g. an MP, an FBI agent, an X-Ray, an MBA etc.

  1. In case – if – when

These three conjunctions/phrases are frequently misused by Dutch (and other non-native) speakers. Examples of mistakes include:

  • In case the broker fails to pay the damage claims, the insurer is still obligated towards the insured. It should be: If the broker…
  • .When you need more information, please let us know.  It should be:  If you need…

1. If is used for conditions, possibilities and uncertainties
e.g. If I’m late, start without me.
2. When is used for time, general rules, general truths, certainties
e.g. When you fly business class, you have more legroom.
3. In case is used for actions taken as precautionary measures.
e.g. Leave your return flight open in case negotiations fail.

Dutch speakers often use ‘in case’ when they mean ‘if’. Try and remember that we use ‘in case’ to talk about things we do in advance in order to be safe or ready if there is a problem later. For example, if I say ‘I will insure my house if there is a fire’, it means I will wait until after the fire to insure my house. I, of course, want to insure my house before the fire and therefore need to use ‘in case’. The latter should not be confused with ‘in the case of’. (read more in Correctness 7 and Correctness 8)

Happy writing, and see you next week for three more!

What’s in a word? (20)

Hoe komt een woord in het Lexicon terecht? 
Sinds het begin van deze eeuw is er steeds meer materiaal beschikbaar gekomen waar het Lexicon gebruik van kan maken. Zo publiceren bijv. de Europese Unie en het Ministerie van Buitenlandse Zaken betrouwbare vertalingen van nieuwe wet- en regelgeving, waaruit geput kan worden voor nieuw toe te voegen woorden en hun Engelse vertaling. De Engelse vertaling van de Grondwet bleek al langer een bron om uit te putten, nu zijn er ook de
vertalingen van zowel het Burgerlijk Wetboek als het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast
vormen de eigen vertaalpraktijk van de samensteller en die van andere vertalers een
onuitputtelijke bron van nieuwe woorden. Tenslotte komen er bijna dagelijks vragen van
gebruikers binnen – van u, dus – die aanleiding vormen om nieuwe woorden toe te voegen.

Hoe kom je tot de juiste vertaling?
Als hij nieuwe woorden tegenkomt of aangeleverd krijgt, gaat de samensteller, Aart van den End, op zoek naar de juiste vertaling. Tijdens deze ‘opnameprocedure’ kan hij een
indrukwekkend netwerk van deskundigen raadplegen. Allereerst wordt er uitgezocht wat het woord precies betekent. De druipkol van vorige week is niet zo ingewikkeld, googelen levert al snel een foto op. Bij puur juridische termen is het echter ingewikkelder om tot een juiste vertaling te komen. Allereerst is er een definitie van het woord nodig, je moet weten wat een woord precies betekent voor je het kan vertalen. Via de Van Dale of het Fockema Juridisch Woordenboek vind je veelal een definitie van het woord in het Nederlands.
Vervolgens moet je een Engels equivalent zien te vinden en dat kan wat meer problemen opleveren. De website van de Europese Unie is een goede bron, maar een enkele bron is niet genoeg. De samensteller maakt dan gebruik van zijn netwerk en belt of mailt contactpersonen bij Buitenlandse Zaken, de Belastingdienst en allerlei maatschappelijke
instellingen.

Als er dan eenmaal een Engels woord is gevonden, checkt hij in Black’s Law Dictionary of Garner’s Dictionary of Modern Legal Usage of a) het begrip überhaupt bestaat in Anglo-Amerikaans recht en b) of het Engelse woord de lading van de juridische term naar Nederlands recht dekt. (Meer over Bryan Garner? Klik hier).De gangbaarheid wordt daarnaast nog eens gecontroleerd door het woord te googelen en naar het aantal hits (in de betreffende context) te kijken. Bij twijfel wordt de beoogde vertaling van het woord alsnog voorgelegd aan een collega in Engeland, die er dan zijn mening over geeft. Uiteindelijk komt het woord dan in het Lexicon terecht. Niet zelden heeft “de kritische gebruiker”
(opnieuw: u!) hierna ook nog wat over te zeggen en komt hij eventueel met een alternatief.

Haken en ogen
Kwaliteit en betrouwbaarheid van de bronnen spelen natuurlijk belangrijke rol. En het
Internet is dan wel een onuitputtelijke bron, maar zeker geen betrouwbare (kijk bijv. maar eens hoeveel hits “hun hebben” oplevert…). Ook zijn de vertaalactiviteiten van de overheid lang niet altijd consistent. Zo staat in de IND begrippenlijst ‘onderhoud’ vertaald als means of subsistence, terwijl bij een andere afdeling die onder hetzelfde ministerie valt voor hetzelfde woord means of existence wordt gebruikt.

Verder kunnen vertalingen in de gebruikte bronnen argwaan wekken; wanneer als
vertaling voor de Nederlandse ‘curator’ in de Faillissementswet het Engelse woord curator wordt gebruikt, dan moet je toch even verder kijken (hier bijvoorbeeld). En hoe lang is
rescind al niet als vertaling voor ‘ontbinden’ bedoeld, net als dissolve? Het eerste woord is een goed voorbeeld van waar de misverstanden kunnen ontstaan, zoals blijkt uit een
uitspraak van het Hof in den Haag (ECLI:NL:GHSGR:2006:AY8855). Het Hof ging in die zaak expliciet in op de betekenis van rescind in het Anglo-Amerikaanse recht en hoe dit woord geïnterpreteerd zou moeten worden in een Engelstalige akte naar Nederlands recht. Bij
rescind gaat het om vernietigen wegens dwaling, en niet om ontbinden. Zoals blijkt uit ECLI:NL:HR:2002:AF1210, heeft ook de Hoge Raad rescind geïnterpreteerd als ‘vernietigen’. Ook de Rechtbank in Rotterdam ‘vertaalt’ rescission naar Anglo-Amerikaans recht (ECLI:NL:RBROT:2008:BF2213).

Overigens, wat betreft  dissolve voor ‘ontbinden’: Van Dale is inmiddels overgestapt op
annul – het behoeft geen verdere uitleg dat dat woord nou juist niet de goede vertaling is voor ‘ontbinden’. Het Lexicon houdt het op terminate (‘ontbinden’); misschien niet
helemaal zuiver omdat terminate in een veel bredere context kan worden gebruikt dan ‘ontbinden’, maar als je ‘ontbinden’ tussen haakjes toevoegt, kan er geen misverstand ontstaan (Klik hier voor meer hierover). .

Ten slotte kunnen er verder problemen rijzen omdat het Nederlandse woord waarvoor je een vertaling zoekt niet vertaald kán worden om de eenvoudige reden dat de juridische figuur niet in het Anglo-Amerikaanse recht bestaat. Denk bijvoorbeeld aan een comparitie. Ook omgekeerd komt dat voor: wat zijn treble damages bijvoorbeeld? Iets wat in
Nederlands recht niet bestaat. Dit woord zal je dan ook niet in het Lexicon terugvinden: het Lexicon gaat uit van Nederlands recht.

Uw hulp
Op deze plek zullen wij in de toekomst meer concrete voorbeelden geven, maar het zal u inmiddels duidelijk zijn dat het Lexicon niet zonder hulp en input van de gebruikers kan. Mocht u zélf vragen hebben of op onduidelijkheden stuiten: laat ons die horen!

What’s in a language? (20)

Als reactie op een post van Tom Ensink (LinkedIn, Dutch Lawyers, klik hier)

Interessante vraag, “klopt dit?”. Leuke puzzel ook! Ons antwoord: “wij denken van niet”. In het Nederlands staat er (denken wij) dat de garantie na 10 jaar vervalt als niet (etc. etc. etc.). In het Engels vervalt de garantie X maanden ná de gespecificeerde periode.

De zin (in het Engels én in het Nederlands is nachtmerrie-achtig lang; véél langer dan de norm van 35 woorden on juridisch schrijven, of 15-25 woorden in niet-juridische stukken. Daarnaast zorgt de zinsstructuur ervoor dat de lezer steeds maar weer moet zoeken naar de hoofdzin. Dat wordt nog eens extra ingewikkeld door het feit dat de Engelse versie begint met een bijzin: “Unless….of the Beneficiary,

Als je “bullet points” gebruikt, staat er in het Nederlands (nogmaals, zo ver wij kunnen bepalen, de rest van de tekst hebben we niet):

Deze garantie vervalt indien

  • niet voor, of binnen ……… maanden na dagtekening van deze garantie een vordering als bovenbedoeld voor de bevoegde rechter tussen de Begunstigde en de Debiteur ter zake van de Vordering aanhangig is gemaakt
  • de benoeming van een of meer scheidslieden ingevolge een arbitraal beding is aangezegd, verzocht of voorgesteld, dan wel een minnelijke regeling tot stand is gekomen én de Bank niet binnen een maand na afloop van de hiervoor in dit artikel vermelde termijn door middel van een schriftelijke mededeling van of namens de Begunstigde hiervan in kennis is gesteld

en in ieder geval tien (10) jaar na datum van ondertekening van deze garantie,

  • tenzij de Bank ten minste één maand voor de einddatum van de garantie
    per aangetekend schrijven een schriftelijke verklaring van een in Nederland
    ingeschreven advocaat van de Begunstigde heeft ontvangen dat een procedure tussen de Begunstigde en de Debiteur ter zake van de Vordering nog aanhangig is

of op grond van artikel 3 nog een procedure tussen de Begunstigde en de curator
respectievelijk de bewindvoerder of de Bank aanhangig is, in welk geval de garantie
telkens voor een nieuwe termijn van tien (10) jaar geldig is.

En in het Engels:

This guarantee will expire within X months following the period specified in this article;  in this case within ten (10) years after the date on which this guarantee was signed unless:

  • the Bank has received a written statement from a …;
  • legal proceedings have been instituted before the competent court in
    respect of the Claim between the Beneficiary and the Debtor;
  • etc.

Maar verder, en afgezien van het feit of er nou hezelfde staat in het Engels of niet, valt er zowel in de Nederlandse als in de Engelse versie nog heel wat op- en aan te merken.

Puntsgewijs dan maar (practice what you preach):

  • wat is er eigenlijk tegen het gebruik van die “bullet points”? Het maakt het geheel een stuk overzichtelijker
  • wie heeft ooit verzonnen dat getallen zoals “tien” ook nog eens als (10) geschreven moet worden. En waarom dan niet “artikel 3 (drie)”?
  • voor de zoveelste keer: shall in deze zin betekent niet has the duty of/to. Will is meer dan genoeg om een intentie voor de toekomst aan te duiden. Weer zo’n ding dat het nodeloos ingewikkeld maakt
  • we zouden eventueel zelfs nog wel wat vraagtekens kunnen plaatsen bij het gebruik van het woord “guarantee”, maar daar hebben wij meer context voor nodig

En ga zo nog maar even door, het kan allemaal stukken eenvoudiger en dat óók zónder iets van de juridische betekenis af te doen. En eenvoudiger betekent dus ook dat er minder fouten worden gemaakt in een vertaling… Tsja…

What’s in word? (19)

Het Juridisch-Economisch Lexicon… bijna iedere jurist gebruikt het met enig regelmaat. Zeer binnenkort wordt de vernieuwde onlineversie van het Juridisch-Economisch Lexicon gelanceerd, in een geheel nieuwe opmaak. Om deze gebeurtenis enige luister bij te zetten wijdt Branch Out (in de persoon van Marja Slager – veelvuldig gebruiker van en bijdrager aan het Lexicon) hier een blog of wat aan.

De druipkol
Juristen (en aankomend juristen) zijn er inmiddels wel van overtuigd dat het Lexicon een
bijzonder handig woordenboek is. Er staat heel veel in, tot mijn verrassing en verbazing zelfs woorden die op het eerste gezicht niks met wat voor juridische aangelegenheid dan ook te maken hebben; een paar voorbeelden:  kaststel, landschapsecoloog, beursklimaat, projectoverleg, en dus ook: druipkol. Staat een juridische term (een woord of een woordcombinatie) niet in het Lexicon, dan stuur je via een van de icoontjes bovenaan de pagina een bericht naar de samensteller. Je krijgt dan meestal binnen een paar uur een mailtje terug met een vertaalsuggestie, onder dankzegging voor het aanbrengen van een nieuw woord.

Via vragen van gebruikers komen er dus nieuwe woorden het Lexicon binnen, is dat met
bijvoorbeeld die druipkol ook zo? Ik kon me niet voorstellen dat iemand die op een sombere middag in januari met een juridisch stuk bezig is, ineens een dringende behoefte had aan het Engelse equivalent van druipkol. Mijn spelchecker  kent het woord niet eens: wanneer ik druipkol typ, komt er zo’n rood slingertje onder. Vraag dus aan de samensteller, Aart van den End – niet via het icoontje, maar gewoon live.

Om met die druipkol in huis te vallen: in de Nederlands agrarische sector bleken paarden één van de belangrijkste exportproducten te zijn – niet de Wasserbomben of de bloembollen dus. In de internationale paardenhandel worden contracten in het Engels opgesteld en er kunnen geschillen ontstaan wanneer de druipkol (of bijv. het sperma) van een verhandeld paard niet aan de verwachtingen van de nieuwe eigenaar of de fokker voldoet. De samensteller zelf blijkt de druipkol in het Lexicon te hebben gezet, omdat het woord in een juridische context werd gebruikt. Overigens, de vertaling luidt star and stripe, maar iedereen die niet regelmatig dergelijk (juridische stok)paardjes berijdt, mag dat onmiddellijk weer vergeten. Wat een druipkol is? Nieuwsgierigen klikken hier…

Hoe is het woordenboek tot stand gekomen?
Van 1992 tot april 1994 heeft Aart van den End woorden verzameld voor wat later het
Juridisch-Economisch Lexicon zou worden. De woorden kwamen uit bestaande woordenboeken en woordenlijsten, terminologielijsten van Europese organisaties, uit kranten, tijdschriften, arresten, enz. Samen met een groep Engelse, Amerikaanse en Nederlandse vertalers, waaronder een jurist, stelde Van den End vervolgens van april tot en met september 1994 de correcte vertaling van elke term van de lijst vast..

Een woord als ‘aandeel’ levert geen problemen op, want Jansonius, Van Dale, ten Bruggencate en Koenen, om er maar een paar te noemen, komen allemaal met dezelfde vertaling. Bleken er verschillende vertalingen te zijn voor een bepaalde juridische term, dan werd dit besproken door een groep van vier redacteuren, die dan bepaalden wat zij de juiste vertaling vonden. Zo ontstond in 1994 het basiscorpus van 788 pagina’s in boekvorm. In de loop der jaren is dat corpus gigantisch uitgebreid. In 2007 kwam via Kluwer de online versie beschikbaar.

Volgende week zal ik hier verder uiteenzetten hoe nieuwe woorden (eventueel met uw hulp) in het Lexicon terechtkomen en hoe het Lexicon tot een “juiste” vertaling daarvan komt. Ook zal ik vraagtekens zetten bij “juiste” en bekijk ik of dat in voorkomende gevallen überhaupt wel mogelijk is.

Plain English (10)

Er is nog steeds een lange weg te gaan, maar langzaam (en tegelijkertijd oh, zo zeker)
begint ook in Nederland het besef door te sijpelen dat juridische teksten “begrijpelijker” moeten worden. Nadat zo’n tien jaar geleden het O.M. begon met een woordenlijst van
juridische woorden in (voor de leek) begrijpelijk Nederlands, zijn diverse stappen vooruit gezet; zo verplicht de Wet Financieel Toezicht banken en verzekeringsmaatschappijen in Nederland om alles in eenvoudige taal te schrijven; hertaalden in 2010 Karin Heij en
Wessel Visser de Grondwet (“De Grondwet in eenvoudig Nederlands” (klik hier) en gaf de SDU in 2011 het boekje “De taal van mr, Jip van Harten en dr. Janneke Bavelinck” uit. Zelfs de satirische nieuwssite De Speld haakte hierop in… (klik hier).

Op 21 juni organiseert Bureau Taal het symposium “De kracht van begrijpelijke taal” (klik hier, ook voor inschrijving). Naast bijdrages van Leendert Verheij (president van het gerechtshof in Den Haag) en Ionica Smeets (kersvers hoogleraar wetenschapscommunicatie) zal daar ook spreken: Bryan Garner. Bryan Garner is dé autoriteit op het gebied van Plain English in Legal Writing. (Delen van) zijn gelijknamige boek gebruiken wij vaak in onze workshops Legal English Writing Skills.

De inbreng van Garner op het symposium is niet verwonderlijk; in de Angelsaksische
juridische wereld zijn ze namelijk al een stuk verder met “begrijpelijk” schrijven. De Plain English Movement timmert al vanaf het midden van de jaren ’70 flink aan de weg. Onder meer door bijdrages van Garner stellen steeds meer (Engelssprekende) landen en staten Plain English verplicht in overheidsuitingen en andere teksten voor publiekelijk gebruik.

Dat “begrijpelijk” schrijven in de Angelsaksische rechtscultuur tot nu toe veel meer aandacht heeft gekregen dan in de Nederlandse is aan de ene kant misschien toe te schrijven aan het feit dat er in het Engels veel meer betekenis ligt in de grammatica (hier en hier al eerder beweerd), maar aan de andere kant ook aan het feit dat rechterlijke instanties in een common law-systeem dichter bij de “gewone” mens staan dan dat in Nederland het geval is. In een notendop: het common law-systeem met verkiesbare rechters, een zeer sterke precedentwerking bij rechterlijke uitspraken, rechterlijke uitspraken die rekening houden met de letter van de wet en (al dan niet eerder gecontextualiseerde) taal tegenover het civil law-systeem met benoemde rechters, wetboeken met abstracte regels, en rechterlijke uitspraken die rekening houden met de bedoeling van de wet.

Wat Garner ongetwijfeld zal aanstippen, is dat het vermijden van “moeilijke” woorden maar een heel klein, bijna te verwaarlozen, elementje is van Plain English. Klik bijvoorbeeld eens hier voor een lijst van 50 (!!) basisprincipes waar een begrijpelijke (al dan niet juridische) tekst in zijn ogen aan zou moeten voldoen.  Dit besef dringt ook door in Nederland: de hierboven aangehaalde woordenlijst van het Openbaar Ministerie is inmiddels ook al weer van de website verdwenen. Vermoedelijk omdat men doorheeft dat het niet zozeer de woorden zijn die een tekst moeilijk maken (en als toch: kijk in een al dan niet
online woordenboek), maar veel meer de bijna ondoordringbare grammatica, of iedere combinatie van Garners 50 basisprincipes.

In ieder geval moét het mogelijk zijn om ook juridisch ingewikkelde teksten in begrijpelijke taal om te zetten. Het laatste woord is aan de Law Reform Commission of Victoria
(Australië), die midden jaren ’80 een monumentale studie wijdde aan Plain English. Het samenvattende commentaar van deze commissie luidde:

If some detail has been missed, it could readily be included without affecting the style of the plain English version. It would not be necessary to resort to the convoluted and repetitious style of the original . . . . Any errors in the plain English version are the result of difficulties of translation, particularly difficulties in understanding the original version. They are not
inherent in plain English itself
.

Consistency (4)

Achterdochtig volkje, die Britten. Afgelopen donderdag zei Barack Obama tijdens een
persconferentie (met David Cameron aan zijn zijde) dat het Verenigd Koninkrijk volgens hem beter deel van de Europese Unie kan blijven want anders lopen de Britten tijdens toekomstige onderhandelingen een groot risico:  “The UK is going to be in the back of the queue”. (Lees hier in The Guardian).

Queue, zei hij, queue! En niet line wat je zou verwachten, want Obama is een Amerikaan, en Amerikanen zeggen line als ze queue bedoelen. Het kán niet anders of Cameron, die
immers ook hoopt dat het Verenigd Koninkrijk binnen de EU blijft, had hem dat ingefluisterd. Als hij gezegd zou hebben: The UK is going to be in the back of the line (want Amerikaans-Engels) zou het, volgens de complottheoretici (waaronder de onvermijdelijke Nigel Farage) een stuk minder “inmenging in binnenlandse aangelegenheden” zijn.

Farage-aanhangers vonden uit dat in de 358 speeches en persconferenties van Obama die op deze website verzameld zijn 1.162.735 woorden staan, waarvan 130 maal line en niet één keer queue. Dát moet toch wel betekenen dat Obama’s gebruik van queue politiek gemotiveerd was. Prompt was er echter iemand anders die aan kon tonen dat Obama wel degelijk het woord queue kende en zeker op drie momenten publiekelijk had gebruikt. Lang leve het Internet…

We hebben het op deze plek al eerder over gehad (met name in Consistency 3, hier te lezen): het is slimmer om je publiek niet te verwarren door in één tekst verschillende spellingsmogelijkheden door elkaar te gebruiken. Als je een woord op z’n Brits-Engels spelt, gebruik dan niet een ander woord met een Amerikaans-Engelse spelling later in de tekst. Hetzelfde geldt voor woorden: schrijf niet dat een truck (AmEng) petrol (BrEng)
gebruikt of een lorry (BrEng) gas (AmEng) nodig heeft. Jammer genoeg gebruikte Obama tijdens de bewuste persconferentie geen andere voorbeelden.

Meer voor de hand ligt daarom dat Obama heel goed in de gaten had dat hij Britten voor zich had, Britten die (een fractie van een seconde) sneller zouden begrijpen waar hij het over had als hij het woord queue gebruikte dan wanneer hij het woord line zou gebruiken. Met andere woorden: hij paste zich aan aan zijn publiek. Dit is volledig in overeenstemming met wat ik hier de afgelopen drie weken heb geschreven: het is de (ditmaal: Brits-Engelse) omgeving die het taalgebruik bepaalt…

Zo gek is dat verder niet: de (vorige) Prime Minister van Australië, Tony Abbott, gebruikte in 2014 in een zelfde speech het woord car park (BrEng) voor een Australisch gezelschap (lees hier) en parking lot voor een groep van Japanse journalisten (lees hier). Weer een voorbeeld van je aanpassen aan het publiek.

De vraag waarom het in de ene variant queue is en in de andere variant line, is moeilijker te beantwoorden. Hoogstwaarschijnlijk omdat het woord met de Romaanse oorsprong (queue als Frans voor staart) minder goed aansloeg in de Amerikaanse melting pot (niet alleen sociaal, maar ook taalkundig) dan het woord met de Germaanse oorsprong line. Ook in het Nederlands bestaat officieel het woord “queue”, maar we gebruiken altijd “rij”.

Ook op het gebied van Legal English zijn er legio voorbeelden te bedenken van begrippen die hetzelfde betekenen maar in verschillende landen anders heten. Wat te denken
bijvoorbeeld van “conservatoir beslag” dat in de VS attachment heet, en in GB seizure? Of het reeds eerder besproken Britse barrister/solicitor en Amerikaanse attorney-at-law (in What’s in a word 17).

Maar misschien is deze glaswaterstorm ook wel toe te schrijven aan de welhaast fundamentalisch-conservatieve uitingen van de Brexit-clan: “Blijf met je Poten van Onze Taal af”, ja zelfs óók als je een native speaker of English bent.

PS:
Er zijn nog plaatsen beschikbaar voor de workshops Legal English Writing Skills, 1 & 8 juni in Den Haag en 3 & 10 juni in Amsterdam, klik hier voor meer informatie.

Workshop Legal English Writing Skills (dec. 2016)

“The difficult task, after one learns to think like a lawyer, is relearning how to write like a       human being”

Waar en wanneer?
Donderdagen 1 en 8 december 2016: Amsterdam
Maandagen 5 en 12 december 2016: Den Haag
Exacte locatie: Nog niet beslist

Inleiding
Engels is de lingua franca van het internationale juridisch verkeer. Om als legal professional met niet-Nederlandstalige opdrachtgevers of hun niet-Nederlandstalige vertegenwoordiger(s) te communiceren is een goed en éénduidig gebruik van het Engels pure noodzaak! Niet alleen kan een geschreven tekst met fouten slordig en onbeleefd overkomen, maar een juridisch schrijven dat voor meerdere uitleg vatbaar is kan
desastreuze gevolgen hebben… Deze training zal zich concentreren op de bijzondere eisen die gesteld worden aan het (schriftelijk) gebruik van het Engels in een juridische context.

Kosten
€ 1.275,- p.p. (incl. lunch, excl. BTW)
Bij meer dan 3 deelnemers van hetzelfde kantoor zijn de kosten lager als “ in-company training”. Daarnaast kunt u dan zelf de data bepalen.

Opleidingspunten
Volledig volgen van deze Workshop levert de deelnemer 14 (niet-juridische)
opleidingspunten op i.h.k.v. de Permanente Opleiding Advocatuur. Klik ook voor Amsterdam en voor Den Haag

Aantal deelnemers:
Minimum: 4 – Maximum: 8

Voorbereidend werk:
Vóór aanvang zal deelnemers gevraagd worden (pre-Course opdracht):

  • Twee zelf-geschreven teksten in te sturen (één werkgerelateerde tekst en één niet-werkgerelateerde tekst). Deze teksten zullen (geanonimiseerd) een belangrijk fundament leggen onder het trainingsmateriaal.
  • De Branch Out Structure Test te maken (www.branch-out.eu/test)

De teksten moeten twee weken voor aanvang van de Workshop bij ons binnen zijn.
De Workshop wordt afgesloten met een post-Course opdracht waarop de deelnemers
individueel feedback zullen krijgen

Programma (onder voorbehoud)
Dag 1
09.00 – 09.30       Ontvangst
09.30 – 10.00       Introduction to effective writing skills
10.00 – 10.30       Correctness I
10.30 – 10.45       Pauze
10.45 – 11.30       Correctness I
10.45 – 12.30       Feedback on pre-Course writing task
12.30 – 13.30       Lunch
13.30 – 15.00       Courtesy I (letters vs emails/formal vs informal/functions
15.00 – 15.15       Pauze
15.15 – 16.30       Writing task 1: email to a client
17.00 – 17.05      Afsluiting
Dag 2
09.00 – 09.30       Review Day 1
09.30 – 10.00       Correctness II
10.00 – 10.30       Conciseness
10.30 – 10.45       Pauze
10.45 – 12.30       Courtesy II (recommendations/tone & style)
12.30 – 13.30       Lunch
13.30 – 14.15       Cohesion / Consistency (& British English vs American English)
14.15 – 15.00        Plain English
15.00 – 15.15       Pauze
15.15 – 16.30       Writing task 2: the letter of advice (depending on input students)
16.30 – 17.00       Summary and points for action
17.00 – 17.05       Afsluiting

Interesse in deze Workshop?
Bel: 06-2034 5409, of stuur een mail naar info@branch-out.eu

What’s in a word? (18)

De afgelopen twee weken heb ik hier beweerd dat “de omstandigheden het taalgebruik bepalen”. (zie What’s in a language 18 en 19). Nu zijn er ook schrijvers die menen dat zelfs de fysieke omgeving (of zo u wil: het landschap) een sterke invloed hebben op taal. Zie
bijvoorbeeld het recente Landscapes, van Robert Macfarlane (lees hier meer) of het iets oudere The Road to Botany Bay van Paul Carter (lees hier verder). Of dichter bij huis: al die beeldspraak met en over water die in het Nederlands verborgen zit.

Hoe het ook zij, de Britten, die immers wonen in een land van heggen, hagen, omheiningen en ander plantaardige afscheidingen, hebben het woord hedge ook een taalkundige lading gegeven: hedging language. Ofwel: a mitigating word or sound used to lessen the impact of an utterance, vaak gebruikt om beleefd te klinken als je je mening geeft. Alsof je er een heggetje omheen zet, zodat je gesprekspartner niet rauw en onvoorbereid tegen je mening aan botst.

We hebben het er op deze plaats natuurlijk al vaak over gehad, en wij Nederlanders bestempelen dit al gauw als “indirect”, “overbeleefd” of “niet recht door zee” (om maar weer eens iets waterigs te gebruiken). En het staat voor mij als een paal boven water (…) dat het niet of (te) weinig in staat zijn om hedging language te gebruiken, de voornaamste reden is dat Engelstaligen ons als zo bot, onbeleefd en ongenuanceerd zien.

Het is meestal niet zo moeilijk om hedging language te herkennen en, met een sprankje meer moeite, te gebruiken: may, could, seem, probably, quite, somewhat, by the way,
bijvoorbeeld. Of voor een lijstje met nog meer hedging language: klik hier. Een stuk lastiger is het bij Engelse woorden die de Engelstalige schrijver gebruikt met een vooropgezette hedging-bedoeling maar waarvan de niet-Engelstalige lezer niet doorheeft dat dit hedging language is. En andersom: als de niet-Engelstalige schrijver in het Engels hedging language gebruikt terwijl hij dat niet bedoelt.

Eén van die woorden is het in Nederlandstalige juridisch taalgebruik vaak geziene “verdedigbaar”. “Het is verdedigbaar dat….” wordt vaak klakkeloos geschreven als It is
defendable that…

Twee dingen zijn hier “verkeerd”: 1) defendable betekent dat het fysiek te verdedigen moet zijn d.m.v. bijvoorbeeld een hoge muur, en het zou dus defensible zou moeten zijn (ofwel: justifiable by argument, klik hier voor het verschil) en 2) It is defendable/defensible that… wordt, hoewel “goed Engels” simpelweg nooit gebruikt zoals Google’s corpus of British English laat zien. Dit corpus is overigens vaak goed te gebruiken om te zien of iets wel/niet een voorkomende zin is in het Engels: Tik de woorden in die u wil gebruiken en bekijk het
resultaat…

Veel beter zou derhalve zijn om “Het is verdedigbaar dat…” te schrijven als óf: 1) A case could be made that/One could argue that (of iets in die geest), óf: 2) It is justifiable that…, of anders een zin met het bijwoord justifiably (The FBI justifiably hacked the defendant’s Iphone).

Alleen: opgepast!!! De voorbeelden in 1) zijn voorbeelden van hedging language. Het is niet noodzakelijkerwijs de mening van de schrijver, of kán die zijn maar dan met een flinke slag om de schrijversarm. De voorbeelden in 2) zijn veel vastbeslotener en zijn heel zeker de mening de schrijver. Waarmee me maar willen aantonen dat het Nederlandse “Het is verdedigbaar dat…” op verschillende manieren in het Engels verwoord kan worden, echter, al naar gelang de positie van de schrijver.

(met dank aan Greg Korbee)

What’s in a language? (19)

De omstandigheden bepalen je taalgebruik, probeerde Nicola Courtney vorige keer duidelijk te maken. Terug in Engeland merkte ze dat ze een heel ander soort Engels
gebruikte dan dat ze in Nederland pleegt te gebruiken (hier nog eens te lezen).

Ze mag blij zijn dat ze dit zelf in de gaten heeft, en ze komt tot dit besef waarschijnlijk
omdat ze dezelfde taal (dwz. Engels) in verschillende omgevingen bezigt. Het wordt namelijk veel moeilijker in te zien als mensen een andere taal gebruiken, en al helemaal als men een taal alleen ziet als een gegeven hoeveelheid regels en vertalingen… Ik geef twee voorbeelden uit recent onderzoek van het MIT en Stanford University.

Op woordniveau: het woord “brug” is vrouwelijk in het Duits (die Brücke) en mannelijk in het Spaans (el puente). Duitsers zijn veel meer genegen een brug te beschrijven als ‘mooi’, ‘elegant’, ‘slank’, ‘fragiel’, ‘gracieus’, ‘sierlijk’, etc. Spanjaarden beschrijven dezelfde bruggen als ‘groot’, ‘gevaarlijk’, ‘lang’, ‘sterk’, ‘robuust’ etc. Dit bleek óók het geval toen ze gevraagd werden om diezelfde bruggen te beschrijven in een taal die géén mannelijke/vrouwelijke vormen kent, zoals het Engels. (Voor de liefhebbers: lees hier verder).

Op grammaticaal niveau: nadat proefpersonen gevraagd werd te beschrijven wat ze in een filmpje hadden gezien, wezen Engelse moedertaalsprekers een persoon aan die de actie in gang had gezet (Julia broke the glass), waar Japanners en Spanjaarden veel vaker de actie zélf beschreven (the glass broke). Deze verschillende zinsconstructies hebben belangrijke gevolgen wanneer het erom gaat gebeurtenissen te onthouden of de schuld aan iemand te geven: Japanners en Spanjaarden waren veel minder geneigd om te onthouden wie nu eigenlijk het glas kapot had gemaakt dan Engelstaligen. (Voor de liefhebbers: lees hier verder). En zelfs als je bijv. het Duits en het Engels grammaticaal gaat vergelijken, zal je zien dat het Engels nog meer (grammaticale) mogelijkheden geeft om de actie
te beschrijven dan het Duits (zie: What’s in a language 10, hier te lezen).

Ik heb hier al eerder geschreven dat het Engels veel meer betekenis legt in de grammatica dan het Nederlands (Correctness 11, hier te lezen). Dit is vermoedelijk ook een van de redenen dat Nederlanders, wanneer ze het hebben over dat iemand ‘slecht schrijft’, ze het hebben over spellingsfouten. Waar Engelstaligen zich veel vaker storen aan verkeerde grammatica, hebben Nederlanders het vaker over de d’s, t’s en dt’s. Wat ook helpt is dat er geen “officiële” spellingslijst bestaat in het Engels, zoals het Nederlandse Groene Boekje en dat er veel meer ‘geaccepteerde’ spellingen bestaan in het Engels (bijv. Brits-Engels vs. Amerikaans-Engels).

Verder wil ik zo ver gaan om te beweren dat dit ook gelijk de voornaamste reden dat de Plain English-beweging in Engelstalige landen veel meer voet aan de grond krijgt dan de Helder Nederlands-initiatieven in Nederland. De enigszins denigrerende benaming “Jip-en-Janneke-taal” zegt in deze(n) al genoeg…

De omstandigheden bepalen je taalgebruik. Dat geldt evenzeer voor Legal English: schrijf je voor juridische leken of schrijf je voor collega’s? En als voor collega’s: zijn dit continentale collega’s (dwz. civil law-lotgenoten) of voor Anglo-Amerikaanse collega’s (dwz. werkzaam in een common law-omgeving)? Schrijf je een pleidooi? Een Letter of Advice? Een blog? Schrijf je in het Engels aan Italianen? Schrijf je aan bekenden (of zelfs aan Italiaanse bekenden?) of aan mensen die je nog niet kent (of Italiaanse onbekenden)? Wil je krachtig overkomen? Bedachtzaam? Overtuigend? (of vooral krachtig/bedachtzaam/overtuigend bij Poolse juristen die je formeel tegemoet wilt treden)?

Een plugin die waarschuwt tegen verzachtend taalgebruik (zoals door Tami Reiss
geïntroduceerd, zie vorige blog): prachtig! Maak dan ook een plugin die waarschuwt tegen Legalese. En een plugin voor mensen die in het Engels communiceren met Spaanstaligen, met Japanners en met Duitstaligen. Maak een plugin voor (of tegen) formeel en/of
informeel taalgebruik. Combineer al deze plugins (en nog veel meer) met de reeds vaak
gebruikte spelling- en grammaticachecks met alle daaraan verbonden suggesties en correcties. Geef ze allemaal verschillende kleurtjes en kijk of uw teksten “beter” worden. Veel plezier!

What’s in a language? (18)

Tami Reiss, CEO van Cyris Innovation, een New Yorks softwarebedrijf, lanceerde onlangs een plugin voor iedereen die last heeft van zelfondermijning in e-mails. Wie de plugin downloadt, krijgt tijdens het typen in Gmail een waarschuwing bij ‘verzachtend taal-
gebruik’, als een soort spellingscontrole. Woorden als sorry, just en I think krijgen een rood kringetje. Dit zou vooral voor vrouwen handig zijn omdat “vrouwen veel vaker verontschuldigende taal gebruiken en daarom een stuk minder zelfverzekerd overkomen”. Lees hier meer of anders hier de -betaalde- Volkskrant-link uit de Volkskrant van afgelopen zaterdag.

Het is nog maar helemaal de vraag of dit zo is, en zelfs, áls dat zo is, of het erg is… We komen hier volgende week op terug (zou een dergelijke plugin bijvoorbeeld ook gemaakt kunnen worden om juridisch hokuspokus-taalgebruik te vermijden, bijvoorbeeld?), maar we beginnen met een stukje van mijn (Engelstalige) Branch Out-partner, Nicola Courtney, over dat het de omstandigheden zijn die de taal maken: hoe verandert haar Engels als zij terug is in Engeland?

FLUENT FOOLS
As a Brit who has lived abroad most of my life, I like to consider myself a global citizen; I might even go so far as saying a European!

However, after 10 minutes of being back on the island, I realise how easily I slip back into the strange rituals and eccentricities of my fellow countrymen and women (no gender-
biased language here thank you).

It starts with the overuse of ‘please’ and ‘thank you’ – or ‘please and thank you tennis’ as I like to call it, due to the repeated unnecessary back and forth of both expressions. The next steps are the opening of doors, letting others go ahead in the sacred ‘queue’ and the striking up of inane conversations with complete strangers.

Now, you might say ‘we do that in the Netherlands too’! OK, the occasional door may be held open and sometimes people let you go ahead, but I think we can safely say this is the exception rather than the rule.

Anyway, after about a week of being back on the island the next thing I notice is how my use of language changes. Believe it or not, living in the Netherlands has turned me into ‘quite’ an outspoken person in the eyes (and ears) of my family and acquaintances. ‘She doesn’t mince her words’ and ‘she calls a spade a spade’ are expressions frequently used to describe me. But, as said, this changes. If it’s -15 outside, it’s ‘a bit nippy’, if it’s pouring with rain, it’s ‘rather damp’, putting diesel in your car instead of petrol is ‘not very clever’ … and on it goes.

This is what the outside world calls ‘British understatement’ and what we on the island call our ‘stiff upper lip’ and there are many examples. A few years ago, when a British Airways flight was caught in volcanic ash coming from Iceland, the captain announced “Ladies and gentlemen, this is your captain speaking. We have a small problem. All four engines have stopped and we’re doing our damnedest to get them going again. I trust you are not in too much distress”.

In other words: language and culture go hand in hand. It’s all very well speaking a
language ‘fluently’, but in the words of Milton Bennett, a famous anthropologist: “to study a language without learning its culture is a great way to make a fluent fool of yourself.” When speaking and writing, in this case English, you need to be aware of the comparative
indirectness and  idiosyncrasies of English speakers. Let’s face it, even the Americans think the Dutch are direct and that is a case of ‘pot calling the kettle black’.

To conclude, I would like to suggest that you look and listen to our national treasure, Stephen Fry, in an advertisement for Heathrow Airport. I rest my case.