All posts by Peter Peek

What’s in a language? (14)

Eén van de belangrijkste verschillen tussen het (Anglo-Amerikaanse) common law rechtssysteem en het (Europese) civil law rechtssysteem is dat in een common law-systeem de partijen als kemphanen tegenover elkaar staan en de rechter meer een soort
scheidsrechter is en in het civil law-systeem de rechter (in vergelijking met zijn Anglo-Amerikaanse tegenhanger) een meer onderzoekende en interpreterende rol krijgt
toebedeeld.

Een aantal weken geleden hadden we het hier over de constatering dat Anglo-Amerikaanse rechters zich (moeten) beperken tot een puur grammaticale interpretatie van “de wet”: je hebt het maar te doen met wat er staat. De Nederlandse civil law ‘redelijkheid en billijkheid’, ofwel reasonableness and fairness, spelen niet de rol die wij ze hebben toebedacht (lees hier nog eens). Een reden van het bestaan van de entire agreement clause in contracten onder Anglo-Amerikaans recht.

Je zou vermoeden dat er heel wat te zeggen is voor zo’n grammaticale interpretatie. Wellicht een een stuk beter dan “onze” interpreterende en haveltexende, rechters en een hoop arbitraire onduidelijkheid uit de weg ruimend. Maar helaas… Een uiterste consequentie namelijk is de volgende uitspraak van Lord Reed, een Schotse rechter en vanaf 1998 een lid van het Supreme Court of the United Kingdom. Lord Reed schrijft in Black-Cawson v Papierwerke (1975, hier verder te lezen):

‘We often say that we are looking for the intention of Parliament, but that is not quite accurate. We are seeking the meaning of the words which Parliament used. We are seeking not what Parliament meant but the true meaning of what they said.’

Oef… denk daar nog maar eens over na, zou ik zeggen.

Welke gevolgen kan dit bijvoorbeeld hebben? Neem de volgende (vaak geciteerde) zaak: Fisher v Bell [1961]: De eigenaar van een winkel had een stiletto in zijn etalage gelegd. Mét prijskaartje. Onder de Restriction of Offensive Weapons Act uit 1959 was het niet toegestaan om dergelijke voorwerpen te maken, te verkopen, of om die dingen te koop aan te bieden (to offer for sale).

De openbare aanklager bracht naar voren dat de winkelier het mes in de etalage had gelegd om een koper aan te trekken (attract a buyer). De winkelier bracht hier tegenin dat dit niet voldoende was om te gelden als een aanbod (an offer for sale). De rechters waren het hier mee eens: het etaleren van het mes was een uitnodiging om te verhandelen (an invitation to treat) en niet een aanbod te verkopen (an offer for sale).

De rechtbank was wel van mening dat het voor “leken” geen verschil maakt of etaleren van een stiletto in een etalage voorbijgangers uitnodigde om het ding te kopen of dat het een uitnodiging tot verhandelen was, en dat het onzin zou zijn te beweren dat de winkelier het ding niet te koop aanbod. Maar óók stelde de rechtbank dat de wet zei dat een uitstalling in een etalage een uitnodiging om handel te drijven betrof. De rechtbank wist verder zeker dat de Restriction of Offensive Weapons Act verbood wapens te koop aan te bieden of uit te stallen ter verkoop (mijn cursivering). Maar… de woorden “uit te stallen ter verkoop” ontbreken in deze Act, en daarom kón, volgens de letter van de wet, uitstalling in een etalage als invitation to treat beschouwd worden en derhalve overtrad de winkelier wet niet….

Kortom, je kan nu wel naar de “Geest van de Wet” willen handelen, maar als de “Letter van de Wet” in de weg zit (of in dit geval liever gezegd: het ontbreken van de Letter van de Wet), daarbij in de weg zit, dan schiet je er nog niks mee op… Misschien valt er toch wel iets te zeggen voor haviltexen? Hoe het ook zij: in ieder geval reden genoeg om extra op te letten als je je in Legal English uit wilt drukken.

(met dank aan Marja Slager en deelnemers aan een recente Dutch Law in English-sessie bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn)

What’s in a language? (13)

Weer een hoop borst- en tamboerijngeroffel de afgelopen week: van alle niet-Engelstalige landen schijnt Nederland het op één na beste Engels te spreken (de Zweden zijn het allerbest en hebben stuivertje gewisseld met de Denen die nu op de derde plek staan).
Hoera en langzalzelevenindegloria! (lees het NOS-bericht van afgelopen dinsdag).

Knap! Niet zo zeer van die Zweden, of die Nederlanders, maar veel meer van Education First (ofwel EF), volgens de NOS een “onderwijsinstantie”, volgens de Kamer van Koophandel een bedrijf dat taalreizen organiseert. Geen idee hoe EF dit toch iedere keer weer voor elkaar krijgt, maar verzin een English Proficiency Index (!!) en zie hoe iedereen je “onderzoek” serieus neemt en EF noemt in kranten en op radio en televisie. En dat niet zo maar één keertje… nee, kijk even naar november 2014 in de Telegraaf (hier te lezen) of anders naar november 2013 in de Metro (hier te lezen). Wij doen hier een gewaagde voorspelling: Nederland komt volgend jaar november uit de bus komt als het allerbest Engelsprekende land van de wereld. Pfffft, eindelijk dan! Een (Internet)rondje langs de Zweedse en Deense pers laat al precies hetzelfde zien… Perfecte marketing! Petje af.

Er valt natuurlijk van alles en nog wat af te dingen op dit “onderzoek” (en de eerlijkheid
gebiedt te zeggen dat EF dit zélf ook doet…), en ook dat schijnt een bijkomende traditie te worden. (Zie bijv. hier). Veel interessanter is het eigenlijk om te bekijken waarom we dit allemaal zo belangrijk vinden. Althans, waarom wordt hier überhaupt aandacht aan geschonken?

Het is (waarschijnlijk) leuk om “je eigen land” hoog te zien eindigen (zie: vrouwelijke sprinters, vrouwelijke wielrenners, vrouwelijke volleyballers en nu dan ook -of liever,
alweer- kennis van het Engels), maar er zit een duistere kant aan: al in 2006 publiceerden de Nijmeegse onderzoekers Bert van Onna en Carel Jansen een onderzoek dat aantoonde dat Europeanen hun kennis van het Engels onderschatten. Alle Europeanen? Nee, alleen de Nederlanders OVERschatten hun kennis van deze taal (lees hier een samenvatting van hun onderzoek).

Overschatting kán handig zijn als je met andere niet-Engelstaligen in het Engels communiceert, maar in communicatie met moedertaalsprekers Engels kan dit vervelende (want: niet-bedoelde) gevolgen hebben: hoe “beter” Engels je spreekt, des te minder is je
Engelstalige gesprekspartner zich ervan bewust dat hij met een niet-Engelstalige te maken heeft (en worden bijv. onbedoelde onbeleefdheden heel erg geïnterpreteerd als heel erg opzettelijke onbeleefdheden).

Wij zien het telkens weer in onze Dutch Law in English-workshops: Nederlandstalige juristen die uitstekend Engels spreken, slaan keer op keer de plank volledig mis als zij geen kaas hebben gegeten van de verschillen tussen common law en civil law landen. Juristen die uitstekend Engels schrijven, verraden hun Nederlandse achtergrond omdat hun -verder grammaticaal tamelijk foutloze- teksten een typisch Nederlandse opbouw hebben. En zo zijn er talloze voorbeelden te geven. “Taal” is zo vreselijk veel meer dan het al dan niet juist toepassen van regeltjes…

Kortom (en op deze plaats zal zo vaak gezegd): het ene Engels is het andere niet. Ik was vorig jaar in Japan en had 10 gespreksopeningetjes in het Japans uit mijn hoofd geleerd. Zo moeilijk is dat niet. Ik heb nog nooit (in het Engels, weliswaar, maar dit terzijde) zo vaak gehoord dat mijn Japans fantastisch was. Ik bedoel maar…

Overigens is volgens mij de enige (en zo niet, dan toch wel: de voornaamste) reden dat het niveau Engels in voornoemde landen hoger is dan in andere landen het feit dat men in
andere landen de televisie niet nasynchroniseert. “We” zijn niet slimmer… , maar gelukkig kunnen “we” wel harder lopen… tenminste… de vrouwen, dan.

PS:
Voor iedereen die nog steeds interesse heeft in het EF-“onderzoek”: klik hier

Mediation (1)

Onder invloed van ontwikkelingen in common law-landen als de VS, Australië en Engeland, wordt mediation ook in civil law-landen als Nederland een steeds meer toegepaste vorm van conflictbemiddeling. In een nieuwe reeks blogs, zal Karen Joubert (een al jaren in
Nederland wonende Zuid-Afrikaanse jurist en trainer voor Branch Out, klik hier voor bio), haar licht laten schijnen over deze ontwikkelingen en de speciale rol die “taal” speelt in mediation. Hier haar eerste, inleidende, bijdrage:

Mediation is no longer the poor relation of alternative dispute resolution mechanisms; rather it has become a dynamic and integral part of the legal process worldwide. (For an interesting comparative study of world trends: click here).

The reasons for this are fourfold:

  1. the recognition that rights based dispute resolution is not always the best solution for parties to a dispute – especially true for proponents of the facilitative mediation approach (for a discussion of different mediation approaches, click here).
  2. the costs of litigation;
  3. the time it takes for matters to be finalised due to, inter alia, over burdened courts;
  4. and of course our increasingly complex global world.

Although mediation has been around for a long time, it has only been defined and developed into a real alternative to litigation in the last few decades. As a former legal practitioner from a common law country, South Africa, I had expected civil law countries to be in the forefront of this development, since the inquisitorial nature of the civil law system is less acrimonious than its adversarial common law counterpart. However, the opposite is true and modern mediation models have been driven by developments in common law countries such as The United States, Australia, The United Kingdom, Canada and South Africa.

One of the reasons for this may well be that the winner takes all, no holds barred approach to litigation in common law made it necessary for businesses to look at other forms of dispute resolution in order to speedily resolve disputes, while maintaining crucial business relationships.

Another factor that encouraged the development of mediation in common law countries is judicial activism. Instead of waiting for legislation to regulate mediation, the superior courts used their inherent jurisdiction to stay proceedings and enforce mediation clauses. Legal principles, such as those applicable to no-prejudice settlement negotiations, were used to protect mediation confidentiality. In response to this, legislation was and is still being enacted in these countries to create a legislative framework for mediation.

Despite the many different models and techniques for mediation it is generally accepted that mediation is a form of voluntary assisted negotiation. The development of mediation training, accreditation and incorporation into the legal system is what defines modern mediation today, although the voluntary aspect is increasingly under threat due to trends towards so-called court aligned mediations, which compel mediation in suitable cases and the risk of adverse cost orders should a party unreasonably refuse to mediate  (for more reading: click here).

A number of developments in the Netherlands support the global trend towards mediation, the most recent being the incorporation of the EU Directive on mediation in 2012 and the three mediation bills pending in parliament. In a next blog I will consider these developments and the importance of language in mediation.

What’s in a language? (12)

“De tolerantie voor taalfouten is laag in de advocatuur, het maakt niet zoveel uit wie ze maakt. Advocaten zijn nu eenmaal kommaneukers. Comes with the job”, schreef Lucien Wopereis op 6 oktober in een column op advocatie.nl (hier nog eens te lezen).

Hij schreef dit naar aanleiding van een artikel in het Advocatenblad waar de term ‘discursieve context’ werd gebruikt. Een voorbeeld: als een advocaat van Nederlandse afkomst een woord verkeerd schrijft, denken andere advocaten: hij heeft slecht geslapen. Als een Marokkaans-Nederlandse advocaat een spelfout maakt, wordt dat verklaard doordat diegene uit een andere cultuur komt. Lucien Wopereis “waagt dit te betwijfelen”, hij meent dat het onder advocaten niet uit maakt van welke (etnische) afkomst de verkeerdewoordenschrijver is, in alle gevallen denken de andere advocaten over de verkeerdewoordenschrijver: “wat een zak hooi”. Discursieve context? “Sociologisch geneuzel”.

Ik heb geprobeerd dit te vertalen naar een setting waarin de Nederlandse advocaat zich van een andere taal bedient, laten we even zeggen: van het Engels. En laten we dan in
hemelsnaam maar hopen dat er iets als een discursieve context bestaat (of je het zo moet noemen, is natuurlijk weer wat anders, maar goed…).

Er wordt Nederlandse advocaten heel wat vergeven als ze in het Engels communiceren met Engelstaligen. En niet omdat ze Nederlanders zijn (zo’n aardig, tolerant en gastvrij volk, immers), maar omdat de Engelstalige tegenhanger weet dat hij/zij te maken heeft met een niet-Engels moedertaalspreker/-schrijver. Of, om Lucien Wopereis te parafraseren: Als een advocaat van Nederlandse afkomst een woord in het Engels verkeerd schrijft, dan denken Engelstalige advocaten niet what a bale of hay, maar denken ze ‘aha, een
niet-Engelstalige die de moeite neemt zich in mijn taal verstaanbaar te maken’.

Overigens is ‘een woord verkeerd schrijven’ hoogstwaarschijnlijk nog maar de kleinste hobbel; veel lastiger wordt het met bijv. zins- en tekstopbouw en cultureel bepaalde schrijf- en omgangsconventies. Dergelijke, in verschillende talen afwijkende, elementen zorgen voor veel meer frictie en onbegrip zoals wij op deze plek al zo vaak hebben gezegd (en zullen blijven zeggen).

Het moet gezegd worden: Nederlanders (en Zweden, en Noren en Denen etc.) communiceren in vergelijking met andere nationaliteiten (waarschijnlijk) vrij goed in het Engels. Maar juist daarom moet die discursieve context niet uit het oog verloren worden. Nederlanders (en etc.) communiceren misschien wel iets té goed in het Engels, waardoor de
Engelstaligen kunnen gaan denken dat een “fout” (niet een spelfout, maar een “fout” in bijv. toon of stijl) juist met opzet is gemaakt…

Zo geloof ik niet dat Nederlanders “bot en direct” zijn (wat je vaak van Engelstaligen hoort), maar dat dat veel meer ligt aan het (te) grote zelfvertrouwen van de Nederlander die zich van het Engels bedient. Grappig is wel om te zien dat er een groot verschil bestaat tussen mondelinge en schriftelijke communicatie in beide talen. Onze Nederlandstalige cursisten vinden juist dat het schriftelijke Engels zo “kortaf, zakelijk en direct” klinkt, iets dat zíj nooit zouden doen (tenminste… op schrift), maar hierover een andere keer.

PS:
Over zakken hooi gesproken: twee weken later meldt advocatie.nl in een kop: “Dewey & LeBoeuf-jury komt er niet uit: mistrail” (hier te lezen). Ook in het artikeltje zelf werd over een mistrail gesproken. Nu weet ik wel dat het weer herfst is, en dat mist de Nederlandse Spoorwegen soms danig parten speelt, maar om de Dewey & LeBoeuf-jury daar nu weer de schuld van te geven? Deze fout is inmiddels rechtgezet: er is “mistrial” van gemaakt. Gelukkig zijn er nog wakkere zakken hooi…

 

Workshop Legal English Writing Skills (dec. 2015)

“The difficult task, after one learns to think like a lawyer, is relearning how to write like a       human being”

Waar en wanneer?
Maandagen 30 november en 7 december 2015: Den Haag
Donderdagen 3 en 10 december 2015:  Amsterdam
Exacte locatie: Nog niet beslist

Inleiding
Engels is de lingua franca van het internationale juridisch verkeer. Om als legal professional met niet-Nederlandstalige opdrachtgevers of hun niet-Nederlandstalige vertegenwoordiger(s) te communiceren is een goed en éénduidig gebruik van het Engels pure noodzaak! Niet alleen kan een geschreven tekst met fouten slordig en onbeleefd overkomen, maar een juridisch schrijven dat voor meerdere uitleg vatbaar is kan
desastreuze gevolgen hebben… Deze training zal zich concentreren op de bijzondere eisen die gesteld worden aan het (schriftelijk) gebruik van het Engels in een juridische context.

Kosten
€ 1.275,- p.p. (incl. lunch, excl. BTW)
Bij meer dan 3 deelnemers van hetzelfde kantoor zijn de kosten lager als “ in-company training”. Daarnaast kunt u dan zelf de data bepalen.

Opleidingspunten
Volledig volgen van deze Workshop levert de deelnemer 14 (niet-juridische)
opleidingspunten op i.h.k.v. de Permanente Opleiding Advocatuur. Klik ook voor Amsterdam en voor Den Haag

Aantal deelnemers:
Minimum: 4 – Maximum: 8

Voorbereidend werk:
Vóór aanvang zal deelnemers gevraagd worden (pre-Course opdracht):

  • Twee zelf-geschreven teksten in te sturen (één werkgerelateerde tekst en één niet-werkgerelateerde tekst). Deze teksten zullen (geanonimiseerd) een belangrijk fundament leggen onder het trainingsmateriaal.
  • De Branch Out Structure Test te maken (www.branch-out.eu/test)

De teksten moeten twee weken voor aanvang van de Workshop bij ons binnen zijn.
De Workshop wordt afgesloten met een post-Course opdracht waarop de deelnemers
individueel feedback zullen krijgen

Programma (onder voorbehoud)
Dag 1
09.00 – 09.30       Ontvangst
09.30 – 10.00       Introduction to effective writing skills
10.00 – 10.30       Correctness I
10.30 – 10.45       Pauze
10.45 – 11.30       Correctness I
10.45 – 12.30       Feedback on pre-Course writing task
12.30 – 13.30       Lunch
13.30 – 15.00       Courtesy I (letters vs emails/formal vs informal/functions
15.00 – 15.15       Pauze
15.15 – 16.30       Writing task 1: email to a client
17.00 – 17.05      Afsluiting
Dag 2
09.00 – 09.30       Review Day 1
09.30 – 10.00       Correctness II
10.00 – 10.30       Conciseness
10.30 – 10.45       Pauze
10.45 – 12.30       Courtesy II (recommendations/tone & style)
12.30 – 13.30       Lunch
13.30 – 14.15       Cohesion / Consistency (& British English vs American English)
14.15 – 15.00        Plain English
15.00 – 15.15       Pauze
15.15 – 16.30       Writing task 2: the letter of advice (depending on input students)
16.30 – 17.00       Summary and points for action
17.00 – 17.05       Afsluiting

Interesse in deze Workshop?
Stuur een mail naar info@branch-out.eu

 

What’s in a word? (14)

logoExtrinsic Evidence en Implied Terms

De redelijkheid en billijkheid
(reasonableness and fairness) speelt een belangrijke rol in het Nederlandse (civil law) contractenrecht. Zo niet in het Anglo-Amerikaanse (common law) systeem. Wanneer een bepaling in een Anglo-Amerikaans
contract duidelijk geformuleerd is, zal een Anglo-Amerikaanse rechter niet concluderen dat er allerlei bijkomende feiten en omstandigheden mee moeten (of zelfs: mogen) worden gewogen voor de uitleg van die bepaling.

Die Anglo-Amerikaanse rechter beperkt zich tot een puur grammaticale interpretatie. Een partij mag niet met ‘bewijs van buiten’ komen, bijvoorbeeld een verwijzing naar een eerder gemaakte afspraak, om aan te tonen dat wat de bedoeling eigenlijk was, iets
anders is dan wat er nu staat. De boodschap is: je hebt het maar te doen met wat er staat. De Nederlandse civil law ‘redelijkheid en billijkheid’, ofwel reasonableness and fairness spelen niet de rol die wij ze toebedacht hebben.

Is dan écht alles in tekstgraniet gehouwen en letterbeton gegoten? Nee, niet alles… want wat nu als de bewoording in een contract niet duidelijk is? Hoe moet de rechter de betreffende bepaling dan uitleggen? Met andere woorden, wat mag hij als bewijs van buiten, als extrinsic evidence, toelaten om tot duiding van de overeenkomst te komen – zelfs al is er een entire agreement clause?

Een voorbeeld van wat als extrinsic evidence kan worden geaccepteerd is een implied term. Een partij kan aanvoeren dat er een bepaalde omstandigheid is (of een bepaalde gewoonte) die impliciet meegewogen moet worden bij de uitleg van de overeenkomst of van een bepaling daarin. Ook om aan te tonen dat er sprake is van een wilsgebrek (bijvoorbeeld van een misrepresentation waar hier meer over te lezen valt) die maakt dat de overeenkomst ongeldig is, is extrinsic evidence toegestaan. De benadeelde partij moet
immers kunnen bewijzen dat er sprake is van een verkeerde voorstelling van zaken bij de totstandkoming van de overeenkomst.

Wat als extrinsic evidence kwalificeert, bepaalt de rechter en daarbij is hij gebonden aan een drietal criteria. In het algemeen zou je kunnen zeggen dat een bepaling als implied term kan gelden en dus als extrinsic evidence kan worden aangevoerd wanneer iedereen er onmiddellijk op zou reageren met ‘oh, ja logisch, natuurlijk is dat zo!’. Dit omdat het een bepaalde gewoonteregel is (criterium 1), maar ook omdat het een bepaling is die een overeenkomst zakelijk uitvoerbaar maakt, ook al staat hij niet direct in de overeenkomst vermeld (criterium 2). Een mooi voorbeeld van dit laatste biedt de The Moorcock-zaak uit 1889.

In deze zaak ging het om een schip dat op een werf in de Theems had aangemeerd om gelost te worden. De Theems is een getijdenrivier en bij laag water kan een schip droogvallen. Het schip in kwestie, de Moorcock, viel droog en raakte beschadigd omdat de
rivierbedding rotsachtig was. De eigenaar van het schip eiste een schadevergoeding. De eigenaar van de werf voerde aan dat er geen garanties in de overeenkomst stonden ten aanzien van de kwaliteit van de rivierbedding. De rechter bepaalde echter dat zo’n garantie als een implied term gezien kan worden. Wanneer een schip op de werf aanmeert om gelost te worden, en het schip tijdens het lossen droogvalt, dan moet de eigenaar van de werf ervoor instaan dat het schip niet beschadigd raakt wanneer het op de rivier-
bedding terecht komt. Het zou een rare manier van zaken doen zijn als er geen ‘impliciete garantie’ was dat het schip in een getijdenrivier gelost kan worden zonder dat er schade ontstaat aan de onderkant van het schip – de zogenaamde ‘business efficacy test’.

Over het derde criterium voor het toelaten van extrinsic evidence (te weten: dat er een wettelijke regel bestaat die voor de uitleg gebruikt kan worden… altijd makkelijk…) een
volgende keer.

Clarity (5)

Al eerder hebben wij op deze plaats gewezen op de parol evidence rule (bijvoorbeeld hier nog eens te lezen): in het Anglo-Amerikaanse contractenrecht staat er wat er staat. Het is dus niet de bedoeling dat er via nadere uitleg nog iets wordt toegevoegd dat niet al in het contract staat verwoord, hoe ‘redelijk en billijk’ dit ook moge zijn. Met andere woorden: dat wat geschreven staat (in wet of contract), is heilig. En onder “geschreven” valt ook de
interpunctie.

Op 3 augustus 1916 werd in Engeland de diplomaat Roger David Casement opgehangen wegens hoogverraad, sabotage en spionage. De aanklacht was gebaseerd op de Treason Act uit het jaar 1351: “If a man be adherent to the king’s enemies in his realm giving to them aid and comfort in the realm or elsewhere …”. Althans, dat stond in de aanklacht. Zijn
advocaat probeerde dit in hoger beroep tegen te houden door te stellen dat “…in the realm or elsewhere ..” betekende dat de heer Casement al zijn (vermeende mis)daden écht
elsewhere” (en dus heel erg NIETin the realm”) had gepland en hij dus technisch
onschuldig was. De rechters wilden hier wel eens het naadje van de kous weten en togen naar het Public Record Office om het originele handschrift uit 1351 te onderzoeken.

Onder de microscoop vonden ze daar een vage “virgule” (een voorloper van de komma), zodat de wet zou moeten luiden als “If a man be adherent to the king’s enemies in his realm giving to them aid and comfort in the realm, or elsewhere …”, ofwel met een komma tussen realm en elsewhere. Hetgeen betekende dat het voor de wet niet uitmaakt of Casement zijn daden nu wél of niet binnen de grenzen van het Britse rijk had begaan. Resultaat: de strop! (Dat de beste man ook een fel activist tegen Britse koloniale wandaden in Afrika en Zuid-Amerika, een enthousiast voorstander van de Ierse onafhankelijkheid en bovendien een zeer openlijk homoseksueel was, moet zijn zaak niet veel goeds hebben gedaan, maar dit terzijde…).

En inderdaad: in tegenstelling tot het Nederlands is de Engelse grammaticaregel dat een komma wordt toegevoegd als twee onafhankelijk zinnen tot één zin worden samengevoegd door middel van verbindingswoordjes als and, or, but enz. Voorbeelden:

* He walked all the way home, and he shut the door.
* Should we eat at home, or would you prefer going to a restaurant?
* He is a great swimmer, but he prefers to play golf.

Als de komma (of vooruit: de virgule) inderdaad ontbroken zou hebben in de Traeson Act uit 1351, zou het een “inclusiviteit” hebben betekend, m.a.w. elsewhere in the realm. En niet: “in the realm en overal anders”. Vergelijk bijvoorbeeld de volgende zinnen:
A) I went out to lunch with my boss, the company CEO and a close friend.
B) I went out to lunch with my boss, the company CEO, and a close friend.

In A) ben je met één persoon gaan lunchen (namelijk je baas die een goede vriend is en ook de CEO en in B) was de lunch iets duurder, want met maar liefst drie personen: je baas én de CEO én een goede vriend… Dit fenomeen heet “the Oxford comma” (lees hier meer over die Oxord comma).

Het hoger beroep dat de advocaat van Casement aanvroeg, klinkt dan ook meer als een noodsprong, maar dan wel eentje die in een Civil Law-systeem al bij voorbaat kansloos zou zijn geweest. Het geeft in ieder geval aan dat in Anglo-Amerikaanse rechtspraak geschreven tekst uiterst belangrijk is.

In een eerdere blog (lees hier) beschreven we al eens aan dat de apostrof doden op zijn geweten heeft, nu blijkt dat ook de komma een zaak van leven of dood is! Leestekens? Kijk ervoor uit!! Overigens staat deze zaak zelfs bekend als “Death by comma”.

Is dan álles in de Anglo-Amerikaanse rechtspraak wat geschreven staat in beton gegoten en in graniet gehouwen? Nee, er zijn uitzonderingen. Hierover volgende week meer. Tot dan!

Courtesy (7)

U kent ze vast wel: die lijstjes met dingen die je in het achterhoofd moet houden als je iets aan het doen bent. Tien tips om beter met je tijd om te gaan, Tien tips om betrouwbaar over te komen, Tien tips voor een goed CV, voor het opruimen van je kledingkast, enz. enz. Zo zie ik ook regelmatig een lijstje langskomen om beter/sneller/effectiever etc. met e-mail om te gaan. Laatst nog: een lijstje van tien meest gemaakte fouten met het schrijven van e-mail. Lees hier voor dit lijstje.

De meeste van die lijstjes komen uit de time management-hoek (hoewel het mij verder een raadsel is hoe je je tijd moet managen als je steeds die lijstjes moet lezen, maar dit
terzijde…). Die e-mailmanagementlijstjes zijn vaak een mengeling van technische tips
(begin met het aanhechten van het document dat je wilt sturen, gebruik de delay-knop, etc.) en gezond-verstanddingetjes (denk aan wie je een cc stuur, gebruik niet automatisch reply all etc.). Maar óók altijd (en zelfs op de eerste plaats in meegeleverd “lees hier”-voorbeeld) dat je moet letten op de juiste “toon”. En juist dit kan voor een niet-moedertaalspreker een lastig te nemen hobbel zijn. Waarom?

Ten eerste gaat “toon” verder dan de goed-fout discussie. Shut up! is bijvoorbeeld “goed” Engels (net zoals het Nederlandse: “Houd je bek!”). Ik zou het alleen niet gebruiken in een zakelijke sfeer… Nu is dit wel een heel zwart-wit voorbeeld, maar er zijn talloze andere
woorden en uitdrukkingen waar de niet-moedertaalspreker veel minder weet van heeft. (Geschreven zie je het nooit, en als dan vaak nog als “f…”, maar “fuck” is wellicht een goed voorbeeld…: het is zo’n beetje het ergste woord dat je kan gebruiken. In Engeland dan. Tenzij je Gordon Ramsey heet. Maar veel Nederlanders gebruiken dat woord nog steeds. NIET doen!).

Ten tweede is “Engelstalig” nogal een breed begrip… Engelsen, Amerikanen, Australiërs en ga zo nog maar even door, hebben allen Engels als moedertaal. Alleen verschilt de ‘toon’ vaak in die verschillende landen. Wat in het ene Engels bijv. als ‘aangenaam formeel en beleefd’ gezien wordt, kan in het andere Engels als ‘stijf, duurdoenerig en snobistisch‘ opgevat worden. Om nog even bij fuck te blijven: de Australiërs gebruiken te pas en te onpas en zonder enig geblik of gebloos de lichamelijke variant: Bugger! Een Brit zou dit zelden doen. In de tv-versie van Four Wedding and a Funeral zijn de eerste woorden: Fuck, fuck, fuck zelfs vervangen door Bugger, bugger, bugger. Zo erg is ‘t.

Ten derde is het erg belangrijk om dezelfde toon door de hele tekst vol te houden
(Consistency, zie ook bijv. hier). Dit is voor niet-moedertaalsprekers misschien wel het moeilijkst. U wilt niet weten hoe vaak wij correspondentie tegenkomen die begint met (het Engelstalige equivalent van) “Zeer Weledelgeboren Heer…” om vervolgens af te sluiten met (het Engelstalige equivalent van) “Groetjes”.

Ten vierde is het ook nog eens een kwestie van tijd. Wat men 25 jaar geleden als beleefd aanmerkte, kan nu veel té formeel en ouderwets worden gevonden. Sterker nog, al té formeel wordt zelfs vaak opgevat als humoristisch of zelfs sarcastisch.
Aaaah, communicatie…

Op het gevaar af op mijn beurt ook weer met een lijstje te komen, zullen we deze blog
afsluiten met een aantal formeel-informeel tegenstellingen. Tenminste a) in zakelijke communicatie b) in Brits-Engels en c) in 2015. U kunt hier zelf vast wel varianten op bedenken.
Reason of writing:
Formeel: Your name was given to me by…
Informeel: I got your name from…
Making requests:
Formeel: We would appreciate it if you…
Informeel: Could you…
Reminding:
Formeel: We do not appear to have received…
Informeel: I haven’t received…
Inviting:
Formeel: We would like to invite you to…
Informeel: Please come to our…
Asking for clarification:
Formeel: It is not clear whether you mean…
Informeel: Do you mean…?
Attaching documents
Formeel: Please find attached…
Informeel: I am attaching…

What’s in a language? (11)

Twee weken geleden hield de Europese Commissie-voorzitter, Jean-Claude Juncker, de openingsspeech voor het nieuwe politieke jaar. Hij, Luxemburger, deed dit in het Engels. In de hele EU-pers werd deze State of the Union inhoudelijk besproken. In de hele EU? Nee, de pers in één klein landje bleef moedig weerstand bieden… Hier werd veel meer juist de vorm van deze toespraak onderdeel van het debat: Engeland. Waarom?

Even de voorgeschiedenis: Junckers voorloper, Barosso, leunde voor zijn openbare speeches zwaar op een klein team tekstschrijvers. Juncker deed juist het tegenovergestelde: hij zocht input van alle partijleiders van het Europese parlement en van alle 28 Eurocommissarissen. In de week voor zijn speech trok hij zich twee dagen terug met een team van zes mensen: Anne Mettler (hoofd van de European Political Strategy Centre, de interne denktank van de Commissie), Martin Schultz (Parlementsvoorzitter), stafchef Martin Selmayr, Manfred Weber (fractievoorzitter van de Europese Volkspartij), Frans Timmermans (vice-voorzitter Europese Commissie) en Mina Andreeva (Junckers woordvoerdster). Sommigen concentreerden zich op visionaire aspecten van de speech, anderen richtten zich op het benoemen en bespreken van concrete en actuele onderwerpen. Junckers beoogde resultaat was een mix van positieve en negatieve aspecten van de huidige, Europese, situatie. Juncker zei een slag om de arm te houden en de definitieve versie de nacht voor 9 september zélf te schrijven.

So far, so good, zou je kunnen zeggen. Maar nu de nageschiedenis: in bijna alle EU-landen werd Junckers speech op z’n inhoud becommentarieerd. Alleen in Engeland ging het vaak om de vorm. Het geheel is het best samengevat in een commentaar van Tim King in Politico (hier te lezen).

Tim Kings opmerkingen kort samengevat: There was a fundamental imbalance at the heart of his presentation: it was long on rhetoric but short on persuasive explanation. The result was uneven and disjointed — and long before the end he had lost his audience, at least in the parliamentary chamber.

Ik vraag me af of de heer King dezelfde opmerkingen had gemaakt als Juncker zijn rede in het Frans of Duits had gehouden; het was (kort door de bocht) een “Duitse boodschap in het Engels”. Duits (of dan tenminste “Europees”) in opbouw, retoriek, uitweidingen, voorbeelden, vergezichten, afwegingen van voors en tegens, afwisselingen van positieve en negatieve kanten etc. etc, maar dan in het Engels. Dankzij een heel leger aan vertalers ongetwijfeld een grammaticaal en lexicaal correct Engels, maar bedacht en gebracht door een niet-Engelsman, met een niet-Engelse achtergrond. En het feit dat zijn team bestond uit: Mettler (Duits/Zweeds), Schultz (Duits), Selmayr (Duits), Weber (Duits) en Andreeva (Bulgaars) heeft waarschijnlijk ook niet echt geholpen. Je zou hebben kunnen denken dat Timmermans, hoewel Nederlands, een zeker tegenwicht had kunnen geven, maar nee dus.

King schrijft verder in zijn commentaar: There were moments in the speech that the professional part of his audience — the journalists, spin-doctors and politicians — were able to re-process into soundbites and Tweets. But the occasional rhetorical flourish could not rescue something that was basically lacking in coherence. Zó moet er dus in het Engels een speech worden geschreven (én gehouden).

Het geheel doet erg denken aan dingen die vermeld staan in de Anglo-Dutch Translation Guide: een Engelsman zeg: “Very interesting.”, de Europeaan denkt te horen: “He is impressed”, maar de Engelsman bedoelt eigenlijk: “I don’t agree” of  zelfs: “I don’t believe you” (nog veel meer prachtige voorbeelden hier te lezen).

Om de dichtregel uit Awater van Martinus Nijhoff (“Lees maar, er staat niet wat er staat”) te parafraseren: “Luister maar, er wordt niet gezegd wat er gezegd wordt”.

Kortom: het probleem met het Engels is dat Engelsen het spreken. Of anders: het probleem met de Engelsen is dat ze Engels spreken.

 

Plain English (9)

Plain English (of haar, qua naamgeving iets minder de lading dekkende, nationale equivalent: ‘Begrijpelijk Nederlands’): we hebben het er al vaker over gehad (zie voor alle Plain English-afleveringen hier). Lezers die nog eens willen lezen wat Plain English is en waarom we Plain English zouden moeten gebruiken, verwijs ik graag naar deze blogpost (klik hier),

Hoewel de Plain English-movement in bijna alle Engelstalige landen flink aan terrein aan het winnen is, is er natuurlijk ook nog veel tegenstand. We kunnen nu natuurlijk opmerken dat de juridische wereld enigszins conservatief is en van nature wars van veranderingen, maar voor welke wereld geldt dat niet…? Vandaag dus even ruimte voor en aandacht aan de tegenstanders van het gebruik van Plain English:

• Het is beter om juridische stukken te schrijven in bewoordingen die al eens gebruikt zijn en hun waarde voor een rechtbank reeds hebben bewezen. Dit is speciaal van belang in Common Law-landen waarin rechters veel minder de vrijheid hebben om wetten en contracten te interpreteren: “er staat wat er staat”. Zie bijv. onze bespreking van de entire agreement clause van de afgelopen weken.
• De meeste teksten die juristen schrijven, zijn bedoeld voor andere juristen. Met andere woorden: de lezers zullen best begrijpen waar iemand het over heeft als hij zich in technisch Legalese uitdrukt. Geen enkele reden dus om in Plain English te schrijven. Bovendien biedt het schrijven van een “moeilijke” juridische tekst  juristen de kans om te laten zien hoe goed ze juridisch onderlegd zijn.
• Dat mythische wezen “De Klant”, verwacht dat zijn geld “goed besteed” wordt. De kans bestaat natuurlijk altijd dat die “De Klant” zegt: “dat had ik zelf ook gekund” als iets in Plain English wordt afgeleverd.
Plain Engish is té eenvoudig om de juiste nuances in ingewikkelde juridische concepten aan te brengen. Daarnaast kan het in voorkomende gevallen soms juridisch juist handig zijn om bepaalde passages opzettelijk enigszins vaag te houden. Iets wat in Plain English lastiger te bewerkstelligen is.

Al deze argumenten zijn natuurlijk redelijk moeiteloos met tegenargumenten te bestrijden (zoals zo vaak). Bovendien helpt het groeiende, al dan niet kosteloze, Internet-aanbod van standaard-contracten en/of standaard-clausules in contracten ook al niet met het rondbazuinen van het Plain English-evangelie…

Eén enkel argument echter zou tegenstanders van het gebruik van Plain English moeten kunnen overtuigen: het economische argument… Meer en meer onderzoek wijst uit dat Plain English uitermate kostenbesparend is. Voor een kort overzicht: lees hier. Nu weet ik wel dat dit overzicht gepost is door een clubje Plain English-enthousiastelingen en dus weinig objectief is, en dat het tegendeel lastig is aan te tonen, maar toch….

Wat je (begrijpelijkerwijs) echter nooit ergens leest, is dat Plain English voor niet-moedertaalsprekers Engels een stuk makkelijker onder de knie te krijgen moet zijn. En voor die mensen zijn wellicht de volgende (gratis) sites met interactieve Plain English-oefeningen leerzaam en/of amusant:

http://tinyurl.com/plainenglishexercises (met oefeningen in een juridische context)
of
http://tinyurl.com/plainenglishexercises2

Veel plezier!