Category Archives: Clarity

Clarity (40)

Vorige week kwam een deelnemer aan onze Drafting better contracts in English-training met een interessant puntje. Zij had een simpel Nederlandstalig arbeidscontract dat voor een niet-Nederlandstalige werknemer in het Engels moest worden opgesteld. Eén van de overwegingen in dat contract was: “Dit Contract vervangt alle eventueel eerder gesloten
contracten en gemaakte afspraken tussen Partijen”. Zij maakte hiervan: The Contract
replaces all employment contracts and other agreements formed and signed between the Parties.
Haar cliënt had problemen met de omissie van het Nederlandse woord “eventueel”. Hoe nu verder?

Na wat gehersenstorm kwamen zij op iets dat het woordje “eventueel” zou kunnen
opvangen: gebruik het hulpwerkwoord may, als in (bijv.): The Contract replaces all
employment contracts and other agreements which may have been formed and signed
previously between the Parties
. Nog afgezien van het feit dat dit een wat onnodig lange en onhandige zin is, komt hier nóg een probleempje om de hoek kijken: het gebruik van may.

We hebben het hier al eerder gehad over may in juridische teksten, maar als het heel
specifiek over contracten en de taal ín contracten gaat, kan het wel wat meer problemen opleveren dan voorzien. Alle Engelse hulpwerkwoorden (can, must, shall, ought, will en dus ook: may) zijn zgn. defective verbs, gebrekkige werkwoorden dus. Werkwoorden die geen vervoeging of andere tijden hebben en daarom ook niet “op eigen kracht” een bepaalde tijd, een bepaald aspect, of personen, geslachten of modaliteiten kunnen uitdrukken op de manier van werkwoorden die wel kunnen worden vervoegd, of een andere tijd (kunnen) hebben.

En omdat Engelse hulpwerkwoorden defective of “gebrekkig” zijn, en dus openstaan voor veel interpretatie, staat het gebruik ervan (in met name contracten) garant voor watervallen aan rechtszaken. En al helemaal in de Anglo-Amerikaanse rechtswereld omdat
sommige werkwoorden in de loop van de tijd alleen maar gebrekkiger worden. Het woord should bijvoorbeeld is etymologisch gezien de verleden tijd van shall, maar wordt al heel erg lang gebruikt als je een soort morele verplichting aan wil geven. Dat is met name in het Anglo-Amerikaanse rechtssysteem lastig omdat het “Woord van de Wet” daar zo
allesoverheersend belangrijk is (case law etc.)

Hele bibliotheken zijn volgeschreven over de betekenis (of misschien liever gezegd: de
interpretatie) van can, must, shall, ought, will en may en deze Branch Out Legal English Blog doet daar vrolijk aan mee. Om nu eens een eind te maken aan die voortdurende
interpretatie-oorlog in Anglo-Amerikaanse rechtbanken, is er een school van contract drafters die een bijna wiskundige oplossing voorstaat. Hulpwerkwoorden, zo stelt deze school, dienen ingedeeld te worden in een 10-tal categorieën waar je je streng aan moet houden; het vergroot de duidelijkheid en verkleint zodoende het risico op (juridische) onenigheid. Zo stelt Kenneth A. Adams in zijn  A Manuel of Style for Contract Drafting voor om ieder Engels hulpwerkwoord een eigen functie, een eigen categorie te geven. Zie voor deze categorieën hier in een eerdere blog.

En daar komt may ook weer tevoorschijn. Adams schrijft dat may (in ieder geval in
contracten!) behoort tot de categorie Language of Discretion, oftewel: language stating that a party has the discretion to take or not to take a specified action. Usually expressed through use of ‘may’ or ‘is entitled to’ (verrassend genoeg dus, als het Nederlandse ‘mag’ van ‘mogen’). En dat botst nogal met het door de cliënt van onze deelnemer voorgestelde […] and other agreements which may have been formed and signed […].

Daarnaast komt het ook nogal eens voor dat het woord may in contracten door rechters wordt geïnterpreteerd als must. Diverse legal style guides wijzen erop dat je dan beter
inderdaad gewoon must kan gebruiken, of, als je niét must bedoelt, dan het woordje may tussen haakjes nog te verduidelijken, zoals in may (but is not obliged to) of anders: may (but need not). Waar je het woord may buiten contracten verder allemaal voor wil gebruiken, moet je natuurlijk zelf weten, het gaat hier alléén over de taal die je in contracten gebruikt.

En net zoals should oorspronkelijk de verleden tijd was van shall, was might (opnieuw:
etymologisch gezien) de verleden tijd van may. De algehele tendens op dit moment is dat (buiten contracten om, dus) may een mogelijkheid of waarschijnlijkheid uitdrukt, maar dat might weer wat vraagtekens zet bij die mogelijkheid of waarschijnlijkheid en het ietsje
onwaarschijnlijker maakt.

Tenslotte dan: hoe heeft onze deelnemer de zaak opgelost? Heel simpel eigenlijk, namelijk door te kijken naar het Nederlandse origineel. Daar staat inderdaad het woordje “eventueel”. Maar wat doet dat woord daar? En waarom staat het daar? Het voegt niets toe aan “Dit Contract vervangt alle eventueel (sic!) eerder gesloten contracten en gemaakte
afspraken tussen Partijen”, dus dat had je er net zo goed uit kunnen laten. En als het er niet staat, hoef je ook niet te zoeken naar een Engels equivalent te zoeken. Kijken naar het
origineel… misschien iets wat mensen vaker zouden moeten doen? Case closed.

Clarity (39)

In 2015 zat Nathan Van Buren, een voormalig politieagent in Cumming, Georgia, wat krap bij kas. Toen kreeg hij ongeveer $ 5.000 betaald door een kennis om zijn officiële politie computertoegang te gebruiken om informatie op te sporen over een vrouw die de man had ontmoet in een stripclub. Jammer voor Van Buren echter dat het hele opzetje een valstrik van de FBI was: hij werd veroordeeld tot 18 maanden gevangenis op basis van overtreding van de Computer Fraud and Abuse Act (CFAA). Die wet verbiedt unauthorized access tot een computer. Unauthorized access wordt (o.m.) gedefinieerd met to access a computer with
authorization and to use such access to obtain or alter information in the computer that the accesser is not entitled so to obtain or alter.

Van Buren ging in beroep met het argument dat de clausule “exceeds authorized access” alleen van toepassing is op degenen die informatie verkrijgen waartoe hun computer-
toegang niet strekt, niet op degenen die misbruik maken van toegang die ze gewoon hebben.

Na veel juridisch geharrewar (hoger beroep verworpen, Van Buren achter de tralies etc.), gaf het Supreme Court hem afgelopen week toch gelijk. In het oordeel waarbij, verrassend genoeg (over die verrassing later), de drie door Donald T. benoemde opperrechters
gezamenlijk optrokken met de drie nog overgebleven liberal opperrechters, draaide het
voornamelijk om het woordje so, in … that the accesser is not entitled so to obtain or alter. (Lees de volledige, uiterst helder, geschreven uitspraak hier).

Van Burens gedragingen waren weliswaar in strijd met het afdelingsbeleid van de politie, zo schreef opperrechter Barrett, maar de vraag voor het Supreme Court was of het ook in strijd was met de CFAA.

Van Buren, en het Supreme Court met hem, merkte op dat het woord so dient als een
referentieterm die herinnert aan the same manner as has been stated of the way or manner described (zoals ook in Black’s Law Dictionary staat). Samenvattend stelt het Supreme Court dat de omstreden zinsnede entitled so to obtain duidelijk verwijst naar informatie die men niet mag verkrijgen door een computer te gebruiken waartoe hij gemachtigd is. Bij deze lezing, als een persoon toegang heeft tot informatie die is opgeslagen op een computer, schendt hij de CFAA niet door dergelijke informatie te verkrijgen, ongeacht of hij de
informatie voor een verboden doel betrekt of niet.

Het Openbaar Ministerie was het ermee eens dat het statuut het woordje so gebruikt in de term-of-reference zin van het woord, maar het stelde dat so een veel bredere bedoeling heeft. Het leest de zinsnede is not entitled so to obtain als verwijzing naar informatie die men niet mocht verkrijgen op de specifieke manier of omstandigheden waarin hij deze heeft verkregen. Daar was het Supreme Court het met een 7-2 verhouding dus niet mee eens: “So” is not a free-floating term that provides a hook for any limitation stated anywhere. It refers to a stated, identifiable proposition from the “preceding” text; indeed, “so” typically “represents” a “word or phrase already employed”, thereby avoiding the need for repetition.

Allemaal reuze-fijn voor Van Buren dus, maar deze uitspraak kan vérreikende gevolgen hebben voor de regels betreffende privé-gebruik van door de werkgever aan de werknemer ter beschikking gestelde computers, laptops en software. Het O.M. waarschuwde dat een strikte lezing van de CFAA zoals het Supreme Court nu doet, mensen zou kunnen
beschermen die toegang hadden tot bedrijfsgeheimen en deze vrijgaven, of de informatie voor snode doeleinden gebruikten. Het Supreme Court aan de andere kant vindt dat de overheid werknemers in gevaar zou kunnen brengen die hun bedrijfslaptops gebruikten voor activiteiten zoals het controleren van sociale media of winkelen voor schoenen. The government’s interpretation of the statute would attach criminal penalties to a breathtaking amount of commonplace computer activity, potentially criminalizing “everything from
embellishing an online-dating profile to using a pseudonym on Facebook. Employers
commonly state that computers and electronic devices can be used only for business
purposes. So on the government’s reading of the statute, an employee who sends a personal e-mail or reads the news using her work computer has violated the CFAA
zo schrijft het Supreme Court. Journalisten, burgerrechtenactivisten en klokkenluiders vertelden de rechtbank dat een brede lezing het vermogen om misstanden aan het licht te brengen zou kunnen verminderen. (lees hier het Washington Post artikel daarover)

En daar is dan gelijk het verrassende aan de alliantie tussen de drie door Donald T.
benoemde opperrechters en de zgn. liberals. Ze doen een uitspraak, maar met volledig van elkaar verschillende motieven. Gorsuch, Barrett en Kavanaugh (de drie) zijn zgn.
textualists, aanhangers van de formalistische theorie waarbij de interpretatie van de wet primair is gebaseerd op de gewone betekenis van de wettekst, waarbij geen rekening wordt gehouden met niet-tekstuele bronnen (de “Letter van de Wet”); en vandaar het gehamer op en woordenboekenuitgepluis bij het woordje so. De andere drie (Kagan, Alito, Breyer) zijn meer bezorgd over de vrije meningsuiting en invloed die overheid zou kunnen krijgen bij een brede interpretatie van de CFAA (de “Geest van de Wet”).

Is dat niet precies hoe een Supreme Court zou moeten zijn?

Clarity (38)

Eén van minst gebruikte leestekens in juridische stukken moet wel het uitroepteken zijn. Uitroeptekens voegen namelijk emotie toe aan teksten, en de algemene gedachte is wel dat emoties in legal writing zoveel mogelijk uitgebannen dienen te worden.

Nu hebben leestekens het sowieso al altijd moeilijk gehad in, met name, Engelstalige
juridische stukken. Het geloof onder advocaten, rechters en wetgevers in common law-jurisdicties was dat bij het opstellen van contracten, uitspraken en wetten de interpunctie onbelangrijk was; de betekenis van juridische documenten moet worden bepaald aan de hand van de woorden in het document en hun context in plaats van aan de hand van interpunctie. Bij het opstellen van juridische teksten werd daarom weinig of zelfs helemaal geen interpunctie gebruikt. Dit maakte de meeste juridische teksten uiterst moeilijk
leesbaar en vaak zeer dubbelzinnig.

Nog steeds is de juridische wereld spaarzaam met punten, komma’s, dubbele punten,
puntkomma’s etc., maar het exclamation mark (of exclamation point, zoals het teken in Amerikaans-Engels heet) komt er wel heel bekaaid vanaf. Vooral Amerikaanse rechters hebben er iets tegen. Het Illinois Appellate Court vond dat repeated use of exclamation points at the end of sentences […] are not appropriate for inclusion in an appellate brief (In Re Marriage of Sykes, 596). Het Texas Appeals Court berispte een rechter die in zijn vonnis schreef: The answer to the question is yes!, met een duidelijk: The exclamation point should not have been used and such use should be avoided in the future. (Grappig genoeg, typisch een zinnetje dat zou moeten eindigen met een uitroepteken, maar goed…)

Dit komt allemaal overeen met de bevindingen in het onderzoek The Role of Emotional Language in Briefs Before the U.S. Supreme Court. Partijen, zo wijst dit onderzoek uit, die minder emotionele taal in hun processtukken gebruiken, vergroten duidelijk hun geloofwaardigheid en hebben veel meer kans om de rechter aan hun kant te krijgen door afgemeten, objectieve taal te gebruiken. En daar horen uitroeptekens zeker niet bij.

Het feit dat geschreven tekst in common law-jurisdicties zo belangrijk is, stelt diezelfde common law-jurisdicties vaak nu nog voor problemen. Toen wetten en contracten door middeleeuwse advocaten nog met de hand werden geschreven en door kopiisten werden vermenigvuldigd, was een overschrijffoutje snel gemaakt, en welke “letter van de wet” moet dan worden gevolgd? Dat is waarschijnlijk nóg een reden waarom er zo weinig
mogelijk van leestekens gebruik werd gemaakt. Als case law (één van de pijlers van het common law-systeem) zo belangrijk is, kan bijvoorbeeld een, al dan niet goed overgeschreven, komma meer of minder in een bepaalde clausule in een contract een wereld van verschil maken.

Voor een jurisdictie die zo erg op tekst leunt, is het verder verbazingwekkend dat men maar nauwelijks bekijkt wat de invloed is van de beschikbare techniek om die tekst te (re)produceren. Uitroeptekens zijn een manier om extra aandacht te vragen, maar daar zijn met de opkomst van de schrijfmachine ook  andere manieren voor gekomen. HOOFDLETTERS, bijvoorbeeld, of onderstrepingen. Aardig is hier om te vermelden dat het een hele lange tijd heeft geduurd voordat het uitroepteken überhaupt op het toetsenbord van een schrijfmachine verscheen. Nog in 1973 legde D.H. Whalen in het hoofdstuk Typing Other Than Letters in  het onvolprezen The Secretary’s Handbook uit hoe je een uitroepteken moest typen (namelijk door eerst de accenttoets in te drukken, dan een spatie terug te gaan en vervolgens een punt te typen). En met de komst van de
tekstverwerker en Word (en aanverwante) werd het mogelijk om ook extra aandacht te
vragen door woorden en zinnen dikgedrukt of cursief te maken.

Het mooie is: aan al die verschillende manieren werd als bij toverslag ook een juridische “betekenis” vastgeplakt. Zo vereisen bijvoorbeeld de Arizona Revised Statutes dat bepaalde woorden in contracten in DIKGEDRUKTE HOOFDLETTERS worden weergegeven, en heeft eigenlijk iedere Amerikaanse staat weer andere regels…

Een ironische speling van het lot is dan weer dat volgens de algemeen aanvaarde theorie het uitroepteken juist te danken is aan die middeleeuwse advocaten en kopiisten; zij beëindigden zinnen soms met het Latijnse woord ”io” (=vreugde of hoera) als lofuiting of bewondering. De o werd wat kleiner en eindigde tenslotte onder de i die zijn uiteindelijk z’n puntje verloor.

 

 

 

Clarity (37)

Rechtszaken óver poëzie zijn er natuurlijk genoeg. Denk nog maar eens aan de Schmähkritik van de Duitse komiek Jan Böhmermann waarmee hij de Turkse president Erdogan voor geitenneuker en pedofiel (en nog veel meer, zie hier) uitmaakte. Rechtszaken mét poëzie zijn moeilijker te vinden. Tenminste… in landen met een civil law-rechtssysteem. In Engeland en Amerika (met een common law-systeem) is dat anders.

A groom must expect matrimonial pandemonium/ When his spouse finds he’s given her
cubic zirconium”.
Zo begint een afwijkende mening van rechter J. Michael Eakin (één van de opperrechters van het Superior Court van de Amerikaanse staat Pennsylvania) in de zaak Porreco v.Porreco uit 2002, waarin werd ingegaan op de vraag of een vrouw redelijkerwijs mocht vertrouwen op de bewering van haar man dat een verlovingsring $ 21.000 waard was, terwijl de steen erin nep was (geen diamant maar zirkonium, dus).

En dat was zeker niet de eerste keer dat judge Eakin zijn poëtische gaven etaleerde. Zo schreef hij in een andere zaak (Bush v. Bush) een heel oordeel op rijm: A deal is a deal if fairly undertaken/ And we find disclosure was fair and unshaken. (Lees hier voor zijn hele, op rijm gestelde oordeel).

Zijn collega-opperrechters waren, op z’n zachtst gezegd, not amused. Judge Ralph Cappy zegt hier (o.a.) over: “every jurist has the right to express him or herself in a manner the jurist finds appropriate. I am concerned about the perception that the public might form when an opinion of the court is reduced to rhyme”. Zijn “baas” Chief Justice Stephen A. Zappala, voegde daar nog aan toe dat “an opinion that expresses itself in rhyme reflects poorly on the Supreme Court of Pennsylvania”.

Een beetje lafhartig misschien, maar Eakin haastte zich dan ook om te zeggen dat hij dit écht nimmer en nóóit zou doen bij ‘serieuze’ zaken: “I would never do it in a serious criminal case. The subject of the case has to call for a little ‘grin and bear’. You have an obligation as a judge to be right, but you have no obligation to be dull”

In Nederland zou hij daar niet zo maar mee wegkomen. Op het eind van een zittingsdag in de Klimopzaak (grootschalige vastgoedfraude) in 2011 vond rechter Rino Verpalen het een goed idee om de eerste acht regels van het gedicht “De Pruimenboom” van Hieronymus van Alphen te citeren (u kent het wel, die van “Jantje zag eens pruimen hangen“, zo niet: klik hier). Verpalen vond dat de poëzie paste bij de luchtige sfeer van dat moment, zo
verklaarde hij nadien. Hij werd prompt gewraakt. Volgens de wrakingskamer namelijk “had de voordracht in feite geen enkele functie” en de wrakingsrechters konden zich goed voorstellen dat de beide verdachten bang waren een partijdige rechtbankvoorzitter tegenover zich te hebben.

Verdachten krijgen tijdens een rechtszaak steeds vaker de gelegenheid om hun spijt of medeleven uit te spreken richting de slachtoffers. Maar toen Ergün S., de verdachte van de Pathé-moorden in Groningen, vorig jaar te kennen gaf dat hij een gedicht aan de nabestaanden wilde voordragen, stak de rechter hier een stokje voor. Spijt en excuses? Prima, maar dan wél in normaal proza, graag! Poëzie moet gewantrouwd worden!

Poëzie en rechterlijke opvattingen zijn strange bedfellows. Oordelen is normaal gesproken een prozaïsche taak: argumenten afwegen, juridische doctrines toetsen, feiten zoeken, conclusies formuleren, winnaars en verliezers verklaren, wetten schrijven en aankondigen enz. enz. Maar hoewel er hier en daar wat (Engelse en Amerikaanse) wenkbrauwen worden opgetrokken, komt in landen met een common law-rechtssysteem opmerkelijk veel vaker poëzie en literatuur voor. Of dat nu in de vorm is van zelfgefabriekt riimelarij (zoals dat van judge Eakin) of citaten uit bestaande gedichten of vergelijkingen uit romans, etc. (voor talrijke common law-voorbeelden: lees het essay Fiction and Poetry in Judgments). Dit laat opnieuw zien dat ‘taal’ een heel andere rol speelt in de Engelstalige juridische wereld. (Vorige week ook al opgemerkt).

Je kan natuurlijk verzinnen dat ‘rechtspraak’ in Engeland een hele andere ontwikkeling heeft gemaakt dan in Nederland; met veel vaker een innige band met de (koninklijke) machtshebbers. Heeft u zich bijv. wel eens afgevraagd waarom een rechtszaal in het Engels een courtroom heet? Een kamer dus aan het (koninklijke) hof, waar onder leiding van de koning recht werd gesproken? Koningen die zich ook graag lieten omringen met dichters, geschiedschrijvers etc., waardoor de kruisbestuiving tussen recht en poëzie optimaal was. En zelfs nu biedt vrijwel elke Amerikaanse en Britse universiteit het vak Law and Literature.

Al met al misschien de reden waarom de term “poetic justice” in het Engels een gevleugelde uitdrukking is en een Nederlands equivalent nauwelijks bestaat?

Clarity (36)

Keer op keer wijzen we in deze blog op een (op het eerste oog verfrissend) kenmerk van het Common Law-systeem dat alles ligt besloten in de bewoordingen van een contract.  Rechters kunnen in een zaak alléén afgaan op de tekst zélf, en dus niet op de bedoelingen van wat er in zo’n contract overeengekomen is. Lees bijv. nog eens hier of hier .

Dat scheelt een hoop gedoe, zou je zo kunnen zeggen. Maar dan heb je niet gerekend met het feit dat veel van die teksten op verschillende manieren door verschillende partijen geïnterpreteerd kunnen worden. Eén van de redenen voor die verschillende interpretatie is het verschijnsel “syntactische ambiguïteit” (ook wel amfibolie). Syntactische ambiguïteit ontstaat wanneer een bepaalde reeks woorden kan worden opgevat als twee verschillende grammaticale structuren, elk geassocieerd met een andere betekenis.

Een zaak in Illinois (Regency Commercial Assocs., LLC v. Lopax, Inc., 2007 Ill.) is een goed voorbeeld van hoe zo’n syntactische ambiguïteit een mooie puinhoop kan maken van een contractuele relatie. Regency verkocht land aan Lopax om daar een Kentucky Fried Chicken-restaurant neer te zetten. Vervolgens wilde Regency een ander perceel grond in de buurt verhuren aan Pictor, een bedrijf dat van plan was een restaurant “Buffalo Wild Wings” te openen. (Buffalo Wings, overigens, zijn gebakken kippenvleugels met een hete saus. Klik hier als je dat superlekker lijkt…)

Lopax vreesde dat te veel KFC-klanten ook wel eens die Buffalo Wild Wings-lekkernij wilden proberen en diende een klacht in op basis van het contract waarmee zij de grond kochten. De rechtbank oordeelde dat de beperking betrekking had op fastfoodrestaurants die
voornamelijk kip serveren en oordeelde ook dat verder onderzoek nodig was om te bepalen of Buffalo Wild Wings een fastfoodrestaurant was of niet. Na een hoorzitting oordeelde de rechtbank dat Buffalo Wild Wings géén fastfoodrestaurant was en dus niet onder het beperkende convenant viel. Lopax ging in beroep, maar het hof bevestigde de eerdere uitspraak.

Het contract zegt: Seller will not after the date of this agreement sell, lease or permit to be occupied any real estate which Seller owns, manages or otherwise controls within one mile of the Land for the purpose of constructing, or having conducted thereon, any fast food [(quick service restaurant)] restaurant or restaurant facility whose principal food product is chicken on the bone, boneless chicken or chicken sandwiches.

En hier komt die syntactische ambiguïteit om de hoek kijken: de bepaling is dubbelzinnig, in die zin dat het niet duidelijk is of fast food alleen restaurant wijzigt of anders zowel restaurant áls restaurant facility. Syntactische ambiguïteit komt vaak voort uit de volgorde waarin woorden verschijnen en hoe ze zich tot elkaar verhouden.

Vanwege deze dubbelzinnigheid hadden Regency en Lopax een verschillende interpretatie van deze bepaling. Regency voerde aan dat de bedoeling van het contract was om andere fastfoodactiviteiten in de buurt die voornamelijk kip serveren, te verbieden, en dat, omdat het Buffalo Wild Wings-restaurant geen fastfoodrestaurant was, het niet in strijd was met die beperkende bepaling. Lopax daarentegen voerde aan dat alleen al het feit dat het
belangrijkste voedingsproduct van het Buffalo Wild Wings-restaurant kip was, genoeg was om die beperkende bepaling in het contract te schenden.

Het ironische is dat beide partijen genoeg mogelijkheden hadden om hun contract vóór ondertekening te modificeren. Om met Lopax te beginnen: Lopax zou vóór restaurant
facility
makkelijk het woordje any hebben kunnen toevoegen. En het standpunt van Lopax dat de bepaling in feite luidt any fast-food restaurant and any restaurant of any sort roept de vraag op waarom men überhaupt de moeite zou nemen om naar fastfoodrestaurants te verwijzen, aangezien die gewoon zouden vallen onder de meer algemene verwijzing naar restaurants. Aan de andere kant: om de interpretatie van Regency te laten werken, kunnen restaurant en restaurant facility geen synoniemen zijn. Regency voerde aan dat restaurant een op zichzelf staande faciliteit betekent, terwijl restaurant facility iets betekent dat je aantreft in een food court met meerdere verkooppunten, ingebed in een winkel, of anders niet een op zichzelf staande faciliteit. Het Hof van Illinois aanvaardde dat onderscheid.

Vermoedelijk hadden beide partijen er daarna genoeg van, maar je zou ook nog eens
kunnen argumenteren dat de laatste bepaling (ofwel: whose principal food product is chicken on the bone, boneless chicken or chicken sandwiches) eventueel mogelijkheden biedt tot nóg eens minstens vier verschillende interpretaties…

Syntactische ambiguïteit is een beetje als die tekeningen waarin je het gezicht van een zowel een jonge áls een oude vrouw kan zien, maar nooit tegelijk  (ook wel “kantelfiguur” genoemd). Het is dan vaak een kwestie van maar een paar dunne lijntjes extra toevoegen, en het is kristalhelder.

Clarity (35)

In onze blog van vorige week hadden we over de zin: In the underlying case, this means the house should not have any defects that were not mentioned in the agreement. Een hoofdzin en een bijzin met allebei een ontkenning. Nu gaan er ook regelmatig stemmen op om
ontkenningen maar liever helemaal niet te gebruiken.

In het artikel Word Length and the Structure of Short-Term Memory in het  Journal of Verbal Learning and Verbal Behavior stelt Alan D. Baddeley dat de hersenactiviteit van lezers
aanmerkelijk vertragen wanneer  lezers passieve zinsconstructies (zoals: “de man wordt door een hond gebeten”) of ontkenningen tegenkomen. Iedere ontkenning zegt namelijk “wat is, of “wat moet” door de lezer te vertellen wat “niet is” of wat “niet hoeft”. En dat vereist extra werk voor de hersencellen…

Met andere woorden: probeer ontkenningen in een zin zo veel mogelijk te vermijden; schrijf in plaats van not the same: different, in plaats van not many: few, in plaats van did not: failed to, in plaats van does not have: lacks, in plaats van did not accept: rejects, in plaats van did not remember: forgot, etc. etc.

Hoewel iedere vertraging van opname-snelheid, en dus begrip, bij de lezer voorkomen moet worden, valt het nog wel mee met onze voorbeeldzin. Anders wordt het met zinnen met een dubbele ontkenning (double negative). Daar hebben de meeste hersenen vaak zó veel moeite mee dat dergelijke zinnen soms twee keer gelezen moeten worden om goed te begrijpen wat er staat.

Voorbeelden uit pre-Course Tasks die Nederlandstalige juisten insturen vóór aanvang van een training Legal English Writing Skills insturen?

  • so that the mere presumption of the existence of damage is not insufficient to… maak daar liever van: the existence of damage is sufficient
  • …your presence at this meeting was not without obligation maak daar liever van: …your presence at this meeting was mandatory
  • We have no reason to believe that a judge will not grant a prejudgment seizure in this specific matter as… maak daar liever van: We believe that a judge will grant a prejudgment seizure in this matter…
  • …and most of those costs do not seem unreasonable maak daar liever van: …and most of those costs seem reasonable
  • …do not feel uncomfortable to… maak daar liever van: …feels comfortable to…

Het kán zijn dat, met name niet-Engelstalige, schrijvers niet goed weten dat ook woorden die beginnen met un- (als in: unnecessary), im- (als in: impossible), in- (als in: incorrect) natuurlijk ook een ontkenningen zijn, en ook woorden als without, unless, preclude, fail etc. maar dat zijn ze natuurlijk wel.

Natuurlijk zijn er meer dan genoeg redenen om dergelijke double negatives wél te
gebruiken (om minder streng of minder direct of om meer beleefd over te komen bijv., of om mensen juist zand in de ogen te strooien), maar of die thuis horen in juridische
schrijfsels, waar  “duidelijkheid” immers voorop moet staan, is een hele andere zaak. Boris Johnson heeft ooit in een radio-interview gezegd: I could not fail to disagree with you less. Probeer van deze viervoudige(!) ontkenning maar eens chocola te maken…

NB:
Er is één onderdeel binnen de Angelsaksische rechtspraak waar een ontkenning  écht
belangrijk is (en blijft): de uitspraak van een jury. Guilty of not guilty. In april 1999 werd de heer Alan Rashid na een twee dagen durende rechtszaak door het Cardiff Crown Court
veroordeeld tot twee jaar gevangenschap. Nadat hij uit de rechtszaal werd verwijderd, vroeg een lid van de jury aan de rechter waarom dat was. De rechter scheen door een hoestbui van een van de juryleden het woordje not in not guilty niet gehoord te hebben. De heer Rashid kwam direct weer op vrije voeten. Een mooi staaltje van niet alleen blind rechtspreken, maar ook nog doof.

Clarity (34)

Ik weet niet hoe het met u is, maar de laatste tijd zie ik regelmatig advertenties langskomen van Van Dale, die van de woordenboeken. “Ineens zie je in jouw tekst dat het woord ‘bezwaar’ te vaak voorkomt. Je hebt een synoniem nodig!”, bijvoorbeeld. Of ook: “Zit nooit meer om een woord verlegen en communiceer effectiever met gevarieerder taalgebruik! Dat is nu mogelijk, dankzij het Van Dale Synoniemen Online”. En dat is nu juist waar veel Legal Writing-experts voor waarschuwen: synoniemen en gevarieerd taalgebruik.

Dit fenomeen staat bekend als Elegant Variation: herhaling vermijden door de herhaalde woorden te vervangen door synoniemen te gebruiken. Over Elegant Variation hebben we hier al eens eerder over gehad; het werd voor het eerst zo beschreven door de Engelse schoolmeester/lexicograaf Henry Watson Fowler in het begin van de 20e eeuw. Bryan A. Garner in Garner’s Modern American Usage stelt Inelegant Variation voor als een
geschiktere naam voor het fenomeen, en beweert dat Fowler, bij het bedenken van de term, elegant gebruikte in een toen geldende ongunstige betekenis van ‘overdreven’,
‘verwijfd’ of ‘pretentieus gestileerd’.

Hoe het ook zij, Elegant Variation dient liefst zo veel mogelijk vermeden te worden. Wayne Schiess hierover: In legal writing, precision and clarity matter, and since elegant variation can lead to imprecision and confusion, it is to be avoided. It makes readers stop to figure out what you’re referring to. En daar gaat het om: onnauwkeurigheid en verwarring.

Voorbeelden? Four of the defendant’s witnesses were women, while all of the plaintiff’s
witnesses were ladies
. Betekent dit dat de vrouwelijke getuigen van de aanklager nettere dames zijn dan de vrouwelijke getuigen van de verdediger? Of wat als er in een document voortdurend sprake is van een landlord, om daarna plotseling lessor te gebruiken. Zijn dat nu wel of niet dezelfde personen?

U.S. airline traffic dropped 10.2 percent in February, with traffic on international routes
plummeting 26.8 percent. The pattern was repeated on the other side of the Atlantic, where British Airways watched its business drop 30 percent. Dropped
en plummeting zijn prima: de ene (dropped) lijkt een stuk minder dramatisch dan de ander (plummeting), maar waarom daarna dan toch weer drop, terwijl dat nóg weer dramatischer is dan het eerdere
plummeting?

Of deze: Two servicewomen (…) were awarded $45,000 in compensation. Lesley Leale, a 37-year-old former sergeant, was awarded $27,000 in damages while Julie Lane, 27, won $18,000 in compensation.  Damages en compensation zijn hier waarschijnlijk bedoeld als synoniemen om de zin een beetje op te vrolijken. Alleen kan damages óók compensatie plus punitieve schadevergoeding betekenen… Want juist met zgn. juridisch vocabulaire moet je uitkijken. To rescind, to cancel, to repudiate, to dissolve  en to terminate
bijvoorbeeld, lijken allemaal synoniemen van “beëindigen”, maar hebben van elkaar
verschillende juridische achtergronden en betekenissen. In uw eigen taal bent u vast wel op de hoogte van de verschillende juridische lading van woorden, in een andere taal wordt dat al weer een stuk lastiger.

Dus om in je oren te knopen: Avoid Elegant Variation! Als Van Dale adverteert met “Communiceer effectiever met gevarieerder taalgebruik!”, zou ik daar nog even nadenken.

PS.
Natuurlijk kán elegant variation hier en daar een functie hebben. Maar dan vooral in
literaire teksten als romans e.d. Daar kan je het bijv. gebruiken om te laten zien dat de ene hoofdpersoon uit een andere sociale klasse komt dan de andere. Daarnaast vinden Fransen, en iets minder mate ook Duitsers, dat elegant variation (in hun eigen taal, dan) een vorm van na te streven eloquentie is. Maar dan nog… zou Shakespeare hebben
bedacht dat To be or not to exist eigenlijk beter was geweest? Probeer er in informatieve teksten, zoals juridische teksten, zo ver mogelijk vandaan te blijven.

Clarity (33)

Opsommingen leiden vaak tot rechtszaken. En al helemaal in Britse en Amerikaanse zaken. Dat is ook niet zo moeilijk gezien de Letter van de Wet (contract etc.) in een common law-systeem een stuk belangrijker is dan de Geest van de Wet (contract etc.) in een civil law-systeem, zoals we al zo vaak hebben gezien in deze blog (zoals bijv. hier).

Dat uitgangspunt, overigens, is ook de reden dat contracten onder een common law-jurisdictie vaak een stuk langer zijn dan contracten onder civil law-jurisdictie. Alles,
letterlijk (en zelden zal het woord “letterlijk” beter zijn gebruikt) álles moet in een contract worden opgenomen: de Parole Evidence Rule (lees hier meer over).

Opsommingen op zich leveren niet veel problemen op, het zijn meer de komma’s ín zo’n opsomming die zand in de juridische motor strooien.  Neem de zinnen: This team has a seven-foot center, a huge power forward, and two large guards, who do spectacular dunks en This team has a seven-foot center, a huge power forward, and two large guards who do spectacular dunks (zonder komma dus tussen guards en who) die als voorbeeld worden
gebruikt in één van die zaken (nl. Am. Int’l Grp., Inc. v. Bank of Am. Corp., 712 F.3d 775, 782 (2d Cir. 2013)).

In het eerste geval (met komma) zijn er vier spelers die spectaculaire dunks kunnen maken, in het tweede geval (zonder komma) maar twee.  En precies zo’n komma was belangrijk in deze zaak.

Dit staat bekend als The Doctrine of the Last Antecedent en er zijn werkelijk
honderden rechtszaken (soms tot aan het Amerikaanse Supreme Court) over gevoerd. Dwz. áls je een komma gebruikt in een opsomming, verwijst de laatste bepaling (…who do spectacular dunks in het voorbeeld) naar alle antecedenten, en als je geen komma gebruikt naar het laatste antecedent (…two large guards in het voorbeeld).

Nu bestaat iets dergelijks natuurlijk ook in het Nederlands: “De scholieren(,) die hun huiswerk niet deden, kregen straf”. Staat er een komma na scholieren, dan drukt de zin uit dat alle scholieren hun huiswerk niet deden en daarom straf kregen. Staat er geen komma na scholieren, dan drukt de zin uit dat sommige scholieren (maar niet alle) hun huiswerk niet gedaan hebben en dat alleen deze scholieren straf kregen. Oftewel het verschil tussen “uitbreidende” en “beperkende” bijzinnen. Een uitbreidende bijzin voegt extra, vaak weglaatbare informatie toe. Een beperkende bijzin is nooit weglaatbaar en specificeert (‘beperkt’) de betekenis van het antecedent. Maar dan hebben we het over bijzinnen, en niet over opsommingen.

Op de een of andere manier is de uitbreidende/beperkende functie van de komma in het Legal English ook van toepassing geraakt in opsommingen. Dit is voor een groot deel te danken (of, afhankelijk van je positie hierin: te wijten) aan opperrechter Antonin Scalia and Bryan A. Garner met hun fascinerende boek Reading Law, the Interpretation of Legal Texts uit 2012  (hier in z’n geheel te downloaden)  waar zij een aantal zgn. canons formuleren. Eén van die canons is Canon 23: Punctuation: Punctuation is a permissible indicator of meaning waarin zij stellen dat: A pronoun, relative pronoun, or demonstrative adjective
generally refers to the nearest reasonable antecedent.

Het Canadese bedrijf RogersCommunications Inc. ging ooit met Aliant Inc. in zee. In het contract stond: The agreement shall continue in force for a period of five years from the date it is made, and thereafter for successive five-year terms, unless and until terminated by one year’s prior notice in writing by either party. Tijdens een rechtszaak jaren later voerde Rogers aan dat deze prijs minstens de eerste vijf jaar standhield, maar Aliant voerde aan dat de ontbindingsclausule van het contract op elk moment kon worden ingeroepen.

 Als de tweede komma niet was verschenen, zou het bijwoordelijke unless-zinnetje alleen de bepaling over de opeenvolgende termijnen van vijf jaar wijzigen. Maar mét de komma wordt de zin “…and thereafter for successive five-year terms” het antecedent waar unless-zinnetje op terugslaat.

0-1 voor Aliant. Maar dit was in Canada, een tweetalig land; de Franstalige versie van het contract was een stuk minder lastig te interpreteren, resulterend in een 2-1 voor RogersCommunications.

Komma’s om (bij)zinnen beperkend of uitbreidend te maken is misschien nog tot daaraan toe. Diezelfde beperkende of uitbreidende functie van de komma in opsommingen, echter, gaat veel mensen veel te ver. Dat contradicts other linguistic principles; it contradicts the
historical use of the comma; and it has created as much confusion and disagreement as the ambiguous modifier its drafter set out to clarify
schrijven onder meer Terri LeClercq (in The Doctrine of the Last Antecedent: The Mystifying Morass of Ambiguous Modifiers) en Joseph Kimble . Hun voornaamste bezwaar: het lost niets op en het is tegen de normale, gangbare grammaticale Engelse regels. En op die manier krijgt Legal English, waar al zo veel
woorden een andere betekenis hebben dan in het normale, gangbare Engels
ook nog zijn eigen grammaticale regels…

Om een lang verhaal kort te maken: bijzinnen (en met The Doctrine of the Last Antecedent in het achterhoofd dus ook: opsommingen) mét komma: het slaat op alle antecedenten. Zónder komma en het slaat op het laatste antecedent.

Ten slotte…: niemand houdt je tegen om een lijstje met bullet points te gebruiken in een opsomming. Ee stuk overzichtelijker, makkelijker te lezen en geen advocaat van de
tegenpartij die daar juridische vraagtekens bij zet.

Clarity (32)

Afgelopen week was het dan zo ver: het Verenigd Koninkrijk uit de EU. De strijdbijl tussen de zgn. Brexiteers en de zgn. Remainers kan worden begraven. Die begrafenis
resulteerde echter in weer een nieuwe oorlog: die tussen voor- en tegenstanders van de zgn. Oxford comma. Hoe mooi zijn dus de ontwikkelingen van de laatste paar dagen? Oxford comma meets Brexit!

Wat wil het geval? Om Brexit te vieren (of in ieder geval: stil te staan bij deze monumentale gebeurtenis) sloeg de Royal Mint een nieuwe 50-pence herdenkingsmunt. Op die munt staat de slogan “Peace, prosperity and friendship with all nations”. Dit naar analogie van Thomas Jefferson’s eerste inaugurele rede als president van de VS in 1801, toen hij de
essentiële principes van zijn regering uiteenzette – inclusief (en let op het kommagebruik achter commerce): “peace, commerce, and honest friendship with all nations, entangling
alliances with none
”.

Onmiddellijk slingerde de Britse (fantasy)schrijver Philip Pullman zijn Twitter-account aan: “The ‘Brexit’ 50p coin is missing an Oxford comma, and should be boycotted by all literate people”. De editor van de Times Literary Supplement, Stig Abell, volgde met: “while it is not perhaps the only objection to the Brexit-celebrating coin, the lack of a comma after
‘prosperity’ is killing me
”. Lord Adonis, een Labour-opperhoofd, tweette: “I am never using or accepting this coin”. Alistair Campbell oud-spindokter van Tony Blair beef niet achter en verklaarde dat hij winkels zou vragen naar alternatieven voor de munt als hij er in de toekomst een krijgt. Kranten as The Daily Mail  en The Daily Express namen hun stand-punten in (met veel meer lezersreacties dan gebruikelijk…), hoogleraren als David Crystal moesten in tv-shows voor de zoveelste keer weer eens komen uitleggen wat zo’n Oxford comma ook al weer was, enz. enz. enz.

Dat hebben wij op deze plaats ook al eens gedaan (lees hier), maar kort door de bocht
gebruik je een Oxford comma in een opsomming van meer dan twee dingen en zorgt die voor in- (of in het 50 pence-geval:) exclusiviteit. In Peace, prosperity and friendship with all nations zoals op de nieuwe munt, wens je peace en prosperity voor jezelf en friendship with all nations met anderen.

“Big deal, allemaal”, zult u zeggen, maar er zijn juridische gevallen waar juist het ontbreken of het verschijnen van die Oxord comma, tientallen miljoenen euro’s hebben gekost (lees hier). Tot 1960 waren er Britse rechters die over een wetsartikel meenden that it is very doubtful that whether punctuation can be used at all in finding the meaning of a section. (Commissioners of Inland Revenue v Hinchy). Een échte omslag in het juridische denken over interpunctie kwam echter pas in 1981 toen opperrecher Lord Lowry in Hanlon v The Law Society de uitspraak deed: To ignore punctuation disregards the reality that literate people, such as parliamentary draftsmen, do punctuate what they write.

Al met al is het dus niet zo heel erg gek dat een heel land in rep en roer is over een komma. Gelukkig zijn er ook nog Britten zoals de schrijver Joel Golby die in The Guardian van afgelopen dinsdag  verzuchtte: ...grey week in January where we’re all waiting for an
endless payday and getting furiously mad about a 50p. It is simply stunning that any country ever respected us.

Golby schrijft “respected”, maar dat zou u, wat mij betreft, ook kunnen vervangen door
understood”. Want het blijft een raadsel dat over het algemeen juist de Remainers
wanhopig aan de Oxford comma blijven vasthouden en de Brexiteers het maar allemaal onzin vinden … Ach, arm Engeland.

Clarity (31)

Het blijft de Engelstalige juridische goegemeente bezighouden: wat moeten we in
hemelsnaam aan met het woordje shall in contracten en algemene voorwaarden? En
omdat dit een voortdurende discussie in advocatenland is, hier de laatste stand van zaken.

Het grote probleem is dat shall voor veel uitleg vatbaar is. Kort samengevat namelijk:
1) Has a duty to, 2) Should, 3) May, 4) Will en 5) Is entitled to… (lees meer in een eerdere blog). Het resultaat zou zijn dat hier talloze rechtszaken over zouden worden gevoerd en dat sommige landen als Australië en Hong Kong het woord al in de ban hebben gedaan. Ook de Europese Unie neigt daarna. Ook Plain English-voorstanders schrijven: ‘shall’ is
attended with so many problems that the need for banishment is beyond argument
(Peter Butt in Modern Legal Drafting), of Bryan Garner: My own practice is to delete shall in all legal instruments and to replace it with a clearer word more characteristic of American English.

Het probleem nu is dat diezelfde Plain English-voorstanders met oplossingen komen die het probleem alleen maar verleggen. Butt zegt: vervangen door: must. Garner zegt: (meestal) vervangen door will. Kenneth Adams, de schrijver A Manuel of Style for Contract Drafting, komt met een elegante oplossing. Shall bestaat, als woord én als begrip, beschouw het als een juridische Term of Art en limiteer de betekenis ervan in juridische
teksten tot: een verplichting voor het onderwerp van de zin.

Waarom is dit een elegante oplossing? Ten eerste wordt shall in normaal, alledaags Engels nauwelijks meer gebruikt. Alleen nog in versteende uitdrukkingen als: We shall overcome, of in (over)beleefde vragen in de eerste persoon als: Shall we dance? Ten tweede, als we must (Butt) of will (Garner) gaan gebruiken ipv. shall, overladen we die woorden weer met een extra betekenis. Must bijv. wordt ook gebruikt bij voorwaarden (conditions), zoals in: To exercise the option, X must timely submit the option notice. Will wordt ook gebruikt om een toekomende tijd uit te drukken: This agreement will terminate when the market price falls below 10.

Adams heeft een systeem opgebouwd van verschillende categories of contract language, waar iedere categorie (de taal van obligation, van discretion, van prohibition etc. lees hier meer) bepaalde (hulp)werkwoorden krijgt toebedeeld. Daarbij tekent hij aan dat shall natuurlijk in de categorie obligation valt, maar alleen als het betekent: has a duty to. Het ezelsbruggetje “kan-jeshallvervangen-door-has a duty tovoorkomt bovendien ingewikkelde (en dus ook rijp-voor-rechtszaken) passieve constructies als: the Deposit shall promptly be paid by….

Adams schrijft ook: My recommendation is limited to business contracts. For example, I wouldn’t use shall in consumer documents. Grappig is dan wel weer dat shall in bijv. Engelstalige Algemene Voorwaarden zó vaak wordt gebruikt dat het bijna lijkt alsof die zónder dat woord geen enkele juridische waarde meer hebben.

Vergelijk eens de Nederlandse Algemene Voorwaarden  van Landall Greenparks met de Engelse Terms and Conditions. In de Engelse versie komt shall maar liefst 48 keer voor. Soms geheel willekeurig; onder 1.1. staat: These General Terms and Conditions apply to all offers, (…), terwijl 1.3 rept over: These General Terms and Conditions shall apply regardless (…). De Nederlandse versie rept 10 keer over “moet” en 8 x over “dient”. Niet één enkele keer in deze tekst komt een Nederlands “moet”of “dient” overeen met een Engels shall. Als de Engelse tekst het over “moeten/dienen” heeft, dan wordt er must, are to, should of are required gebruikt.

Leuke oefening voor deze week: ga naar de Engelse Terms and Conditions en vervang iedere shall in deze tekst met een ander woord, of laat het gewoon weg. En als je het niet zeker weet: kijk of je het kan vervangen door has a duty to. Alleen als dát kan, laat je het staan.