Category Archives: Conciseness

Conciseness (11)

Afgelopen donderdag was het weer zo ver: Halloween. Een van oorsprong Keltische oogstfeesttraditie, later verchristenlijkt in de avond (evening-even- e’en=een) waarop men
heiligen (hallows) vereerde, en in één moeite door ook maar alle andere doden.

Hoewel ieder land heeft zo’n beetje wel z’n eigen tradities op die dag (All Saint’s Day, Allerzielen, Dia de Muertos en ga zo maar even door), nemen Amerikaanse tradities langzaam maar zeker de overhand. Dit geheel en al in het kielzog (de slipstream?) van Kerst en bijv. Valentijnsdag.

Verzet tegen die veramerikanisering is groot. Volgens een YouGov poll uit 2013 ziet bijv. 45% van de Britse bevolking Halloween als een unwelcome American cultural import. De Amerikanen zélf beginnen langzaam maar zeker ook wat vraagtekens te zetten bij al die kwetsbare kindertjes die ’s avonds bij voordeuren aanbellen waarachter mogelijkerwijs al dan niet reeds veroordeelde pedoseksuelen verborgen zitten. (Een beetje de omgekeerde wereld, als je het mij vraagt…ik dacht dat het juist de bedoeling was dat de aanbellers de bewoners de stuipen op het lijf moesten jagen?).

En wat doen Amerikanen als ze ergens tegen beschermd willen worden? Ze maken er
wetten tegen. Halloween Laws in de staten Missouri, Illinois, Maryland en Louisiana vereisen veroordeelde zedendelinquenten om in hun huis te blijven op Halloween-nacht en verbieden hen om de deur te openen voor de trick or treaters. In sommige staten zijn
zedendelinquenten ook verplicht om “No Candy at this Residence” op hun deur aan te brengen.

Aan de andere kant beschermt speciale Halloweenwetgeving óók de mensen waarbij aangebeld wordt;  in Californië is het gebruik van serpentine uit een spuitbus (Silly String) verboden tijdens Halloween, in Illinois mogen kinderen ouder dan 12 geen maskers meer dragen, in Virginia mogen kinderen ouder dan 12 helemaal niet meer langs de deuren, in Alabama is het niet toegestaan zich te verkleden as “minister of any religion, or nun, priest, rabbi or other members of the clergy” en ga zo nog maar even door.

Jammer genoeg wordt er nergens opgetreden tegen wóórden die zich verkleden. We zien ze steeds vaker, en niet alleen tijdens Halloween: werkwoorden die zich verkleden als
zelfstandige naamwoorden, zgn. ‘nominalisaties’. Hier zes willekeurige voorbeelden van Halloween-zinnen uit werk van cursisten van alleen de afgelopen week: 1)The Supreme Court makes a distinction between… maak daarvan: The Supreme Court distinguishes
between…
2) I definitely had the feeling that… maak daarvan: I definitely felt that… 3) …my participation in an exchange program… maak daarvan: I participated in an
exchange programme
, 4) I currently have a focus on M&A, maak daarvan: I currently
focus
on M&A
, 5) Reference is made to our meeting of… maak daarvan: I refer to our meeting of… 6) As completion of this introduction letter.., maak daarvan: To complete this
introduction letter…

Uw teksten worden een stuk compacter, korter, actiever, minder vormelijk, eenvoudiger, kortom: leesbaarder als u die niet verhalloweend met al die nominalisaties. Overigens is dit niet alleen een Engelstalig verschijnsel. Let er maar eens op als u Nederlands leest of
schrijft. (Het schrijven van deze blog is leuk – Het is leuk om deze blog te schrijven).

Om ten slotte menigeen gerust te stellen: het valt nogal mee met het seksueel misbruik van kinderen tijdens Halloween. Uitgebreide studies hebben aangetoond dat kinderen niet meer of minder gevaar lopen op 31 oktober (lees: How Safe are Trick-or-Treaters, An Analysis of Child Sex Crime Rates on Halloween). De politie zou zich op die avond misschien meer moeten concentreren op andere zaken. Op Halloweenavond sterven 4 x zoveel kinderen door aanrijdingen door een auto dan op andere avonden (lees: Childhood Pedestrian Deaths During Halloween).

Conciseness (10)

Werkwoorden heten niet voor niets werkwoorden; ze werken hard voor je. Sterker nog, het zijn de hardst werkende woorden van een taal. Werkwoorden worden verbogen en kunnen (afhankelijk van de taal) verschillende tijden aangeven (verleden, heden, toekomst en allerlei tussenvormen) (zie in het Engels bijv. het verschil tussen was en have been, broke en has broken, zie de link hieronder).; werkwoorden kunnen het verschil aangeven tussen een, twee of meer personen;  werkwoorden kunnen het geslacht van  personen aangeven; werkwoorden kunnen beleefdheid en eerbied aangeven; werkwoorden kunnen
bedoelingen aangeven (bevelend, aanmoedigend, vragend, etc.). Je kunt het eigenlijk zo gek niet bedenken of het werkwoord (met al z’n mogelijke vervoegingen etc.) kan het.

Daarom ook zijn werkwoorden misschien wel het lastigste om te leren. En al helemaal als bepaalde aspecten helemaal niet in je eigen taal voorkomen; het Engels bijv. maakt onderscheid tussen iets wat in het verleden is gebeurd en iets wat in het verleden is gebeurd maar nog steeds effect heeft op het heden. Het Nederlands niet (meer).

Eén van de mooiste dingen die werkwoorden doen, is “taal” compacter en kernachtiger maken. Zéker in Westerse talen als het Engels en het Nederlands.  Omdat ze zo hard voor je werken is het daarom een raadsel waarom ze niet veel vaker worden gebruikt. Hieronder geef ik een aantal voorbeelden die recentelijk door deelnemers aan onze Legal English Writing Skills-trainingen zijn gegeven, samen met een suggestie hoe het ook bondiger kan.

  • We would like to ask the Council for advice in relation to the proposed
    resolutions
    . Waarom niet: We would like to ask the Council for advice regarding the proposed resolution.
  • It is my assumption that you… Waarom niet: I assume that you…
  • The notary has to make sure that the deed meets… Waaarom niet: The notary must ensure that the deed meets…(overigens, ondanks een klein nuanceverschil tussen must en have to wordt in formele teksten bijna altijd must gebruikt ipv. have to)
  • As a lawyer, my main responsibility is to give advice to clients and… Waarom niet: As a lawyer, my main responsibility is to advise to clients (overigens, let op: adviseren = to advise, het advies = the advice)
  • An issuer is under the obligation to disclose inside information… Waarom niet: An
    issuer is obliged to disclose inside information…
  • …based on the sum of the profit enjoyed by a liable party as a consequence of a breach. Waarom niet: …based on the sum of the profit enjoyed by a liable party due to a breach (okay… niet een werkwoord…)
  • Under current law, it is possible for shares to have both a right… Waarom niet: Under current law, shares can have both a right…
  • With regards to the consequences… Concerning the consequences….
  • Yesterday, my client had a meeting with Mr Van Vliet. Waarom niet: Yesterday, my client met (with) Mr Van Vliet
  • The residents are in opposition of the proposed closure. Waarom niet: The residents oppose the proposed closure
  • This gives the indication that… Waarom niet: This indicates that…
  • The judge will take in consideration what is reasonable and fair. Waarom niet: The judge will consider what is reasonable and fair

Begrijp me niet verkeerd… De eerste zinnen in bovenstaande voorbeelden zijn niet per se fout. Het is gewoon algemeen gebruikt “normaal” Engels. En van al die voorbeelden zijn ook vrij eenvoudig Nederlandse equivalenten te vinden (“tot de conclusie komen” is gewoon: “concluderen”, “een besluit nemen” is gewoon “besluiten”, “een advies geven” is  gewoon “adviseren”, “in de veronderstelling zijn” is “veronderstellen” en ga zo nog maar even verder).

Een beter gebruik van werkwoorden, echter, maakt je tekst korter, krachtiger, compacter, minder rommelig, frisser, strakker en duidelijker. Een bijkomend voordeel is ook nog eens dat je, als niet-Engelstalige, waarschijnlijk minder fouten maakt als je meer aan
werkwoorden overlaat. Laat ze maar voor je werken, die werkwoorden. Ze zijn er gék op!

It’s the verb, stupid!

Conciseness (9)

Een deelnemer aan onze Contract Drafting-Best Practices workshop nam een (Engelstalig) contract mee. Het contract was 10 bladzijden lang en telde ongeveer 3.500 woorden. 270 keer kwam het woordje of voor, los gebruikt als vertaling van “van” of in samenstellingen als hereof, thereof, etc. ofwel: meer dan 10% van de gebruikte woorden. Nu zijn contracten sowieso niet erg boeiende teksten, maar deze overvloed aan offen zorgde ervoor dat het nóg saaier en zelfs houterig was om te lezen.

En dat terwijl juist het Engels zo veel mogelijkheden heeft om dat te voorkomen!  Verreweg de meeste ofs waren een directe vertaling van het Nederlandse bezittelijke “van”. Schrijf niet: the pleading of the Lender, maar the Lender’s pleading; niet: the claims of the opposing party, maar the opposing party’s claims: niet: the Borrower may not, without the prior
consent of the Lender, maintain.. maar the Borrower may not, without the Lender’s prior
consent, maintain
…; … in the name of the Borrower wordt dan: …in the Borrower’s name.

Toegegeven, dit kan in het Nederlands ook, maar de bezits-s (zoals in ‘Peters boek’) wordt veel minder vaak gebruikt dan in het Engels waar dit eigenlijk de standaard is.
Nederlanders gebruiken inderdaad veel vaker: “het boek van Peter”, en dit zal dan ook wel de voornaamste reden zijn van die explosie aan het Engelse of in door Nederlanders geschreven Engelse teksten. (NB: denk even aan de apostrof vóór de s in het Engels, zie…).

Bryan Garner schrijft in zijn Guidelines for Drafting and Editing Court Rules uit 1997:
Minimize of-phrases, they tend to encumber sentences. Zijn Guidelines was een “hertaling” van de Federal Rules of Appelate Procedure van het Engels naar Plain English. Federal Rule 13(C) bijvoorbeeld, klonk: The content of the notice or appeal, the manner of its service, and the effect of the filing of the notice and of its service shall be as described in Rule 3. Garner maakt ervan: Rule 3 prescribes what a notice of appeal must contain, how it should be served, the effect of its filing, and the effect of its service. Met andere woorden: hij elimineert 50% van de ofs in één zin. (NB: zie ook hoe hij shall de nek omdraait…).

Je zou er ook volledige zelfstandige naamwoorden van kunnen maken: by order of the court wordt zo by court order, enz. Dit komt in het Nederlands natuurlijker over, maar is in het Engels zeer zeker niet ongebruikelijk (NB. schrijf in het Engels die woorden niet aan elkaar!)

Heel vaak ook kan je een –ing vorm binnen laten sluipen zodat je of niet meer nodig hebt: On receipt of a notice of cancellation referred to in clause 7.7(a)in het eerder aangehaalde Nederlandse contract: After receiving a notice of cancellation… kunnen worden; of zelfs
After receiving a cancellation notice; in the conduct of the action wordt dan conducting the action etc.

Laat anders het woordje of gewoon weg?  …must include the names of all parties, kan
eenvoudig …must name all parties worden; if any of the loans are prepaid… is hetzelfde als: if any loans are prepaid; het zeer vaak gebruikte the amount of € xxx is precies hetzelfde bedrag als je schrijft: € xxx, dat wil zeggen zónder het (vaak) overbodige the amount of.

Ik wil natuurlijk niet zeggen dat u maar direct rücksichtslos alle of uit uw teksten moet
bannen, maar een beetje minder maakt uw teksten stukken aantrekkelijker om te lezen. Bovendien voorkomt u dan het zo vaak gebruikte hereof, whereof, thereof etc. dat zo vaak juridische ambiguïteit in de hand werkt. Een beetje wieden in het gebruik van of zorgt er ook voor dat u al die voorzetselconstructietjes vermijdt die, met name juridische, teksten zo droog, ambtelijk. hoogdravend en officieel maken.

Want: by means of  is gewoon: by; by reason of is niets anders dan: because; by virtue of = by; for the purpose of = to; from the point of view of = from; in favor of = for; in terms of = in;  in the nature of = like; on the basis of = by/from; for the period of = for; to the effect of = for;  for the benefit of = for;  in the excess of = more than; by way of = through,

Waarom alles met zo veel woorden zo ingewikkeld maken? Uw lezers lezen liever iets
anders…

Conciseness (8)

Eigenlijk zouden Nederlandse juristen stikjaloers moeten zijn op hun Angelsaksische
collega’s; door de veel grotere rol die “taal” speelt in het Anglo-Amerikaanse (common law)rechtssysteem is er ook veel meer (wetenschappelijk) onderzoek hiernaar. En soms met verrassende resultaten. Resultaten die de taalgrens overschrijden en waar ook Nederlandse juristen hun voordeel mee kunnen doen. Neem bijvoorbeeld eens de woordjes die bekend staan als intensifiers. Inderdaad, de woorden die een tekst, een betoog, een
pleidooi etc. ‘intenser’ maken, ofwel, in het Engels, woorden als: very, obviously, clearly, so, patently, absolutely, really, plainly, undoubtedly, certainly, totally, simply of wholly (u kunt vast wel Nederlandse equivalenten bedenken).

Alle legal writing-experts zeggen dat u die intensifiers zo veel mogelijk moet vermijden. Richard Wydick in Plain English for Lawyers, bijv. over ‘clearly’: If what is said is clear, then clearly is not needed. And if it is not clear, then clearly will not make it so. Het algemene gevoel is dat intensifiers onnodige ophopingen van woorden veroorzaken die hun doel voorbijstreven doordat de lezer/luisteraar juist gaat twijfelen aan de stelligheid van die
woorden.

Dat kan allemaal wel waar zijn, maar het waren slechts aannames. Lance Long en William Christensen onderzochten alle hoger-beroepszaken in de staat Utah uit de jaren 2000 en 2001 waar een duidelijke uitspraak (bevestigend of verworpen) lag en waar de pleidooien van beide partijen openbaar en schriftelijk aanwezig waren. De resultaten staan beschreven in hun artikel Clearly, Using Intensifiers Is Very Bad – Or Is It? Ze telden de
woorden die als intensifier werden gebruikt (zie boven) en kwamen tot de duidelijke
conclusie dat de advocaten die bovengemiddeld veel van die intensifiers gebruikten in hun pleidooien, een veel grotere kans liepen de zaak te verliezen (the plot shows that an
excessive intensifier usage rate is associated with an almost negative outcome
).

De vraag is natuurlijk of dat komt door die intensifiers, of dat er niet ook andere redenen zijn (bijvoorbeeld: zijn de advocaten al bij voorbaat niet al te zeker van hun zaak en
gebruiken ze dáárom juist bovengemiddeld veel intensifiers om hun woorden kracht bij te zetten?). Interessant is daarom ook dat Long en Christensen een link leggen naar het
verschijnsel Powerless Language, dat voorkomt in het baanbrekende studie uit 1975 van Robin Lakoff , genaamd Language and Woman’s Place (meer vormen van Powerless
Language
? Zie het Wikipedia lemma over Lakoff).

Intensifiers (of in ieder geval: een vaak gebruik daarvan) kortom, duidt op zwakte (of in ieder geval: dat wat als ‘zwakte’ wordt beschouwd). Let erop als u dit soort woorden (en ongewijfeld ook hun Nederlandse equivalenten!) gebruikt!

Deze categorie intensifiers is tamelijk eenvoudig te spotten. Iets lastiger is de andere
categorie intensifiers waar Joseph Kimble (e.a.) mee te maken kregen toen zij een aantal jaren geleden de Amerikaanse Federal Rules of Civil Procedure (FRCP) moesten
herschrijven in plain English (FRCP = bepalingen van burgerlijke rechtsvordering). Door alle wijzigingen en amendementen door de jaren heen en de daaruit voortvloeiende angst om niet ergens iets te missen, bleek dat deze FRCP vol stonden met intensifiers van deze
categorie.

Om er een paar te noemen: 1) if, for any reason…: de laatste drie woorden voegen helemaal niets toe aan die if. Vgl. in het Nederlands: “Als, om welke reden dan ook”, dat aan hetzelfde euvel lijdt; 2) if the court deems it advisable, the court may…: het lijkt me dat de rechtbank niet iets doet wat niet advisable is, dus waarom dat te noemen?; 3) the court may, in its discretion… may betekent al has the discretion to …; en ga zo nog maar even door. We komen daar in een volgende blog nog wel eens op terug.

Deze categorie zou ik het liefst “open deuren” willen noemen. Maar is de eerste categorie ook niet een “open deur”? This is so totally, totally (un)true, zou de absolute Meester van de Intensifiers zeggen die momenteel een post bekleedt in het Witte Huis in Washington.

Conciseness (7)

Het stond al een tijdje op mijn lijstje om hier te bespreken: and/or. Maar toen onlangs een deelnemer aan onze training Contract Drafting – Best Practices een vaak door de juridische werkgever gebruikt voorbeeldcontract instuurde, wist ik dat het tijd was; in dat contract stond maar liefst 66 keer het, door bijna alle juridisch-schrijvendeskundigen, verfoeide and/or (voor de minder goede verstaanders: and-slash-or).

Echter het Engelse or heeft een iets andere betekenis dan het Nederlandse “of” en al
helemaal in de combinatie and/or. Or in het Engels is namelijk altijd inclusief (voor een
korte taal-logische uiteenzetting: klik hier) en je kan daarom altijd or gebruiken als je and/or bedoelt. Sterker nog, het is een stuk beter want je sluit iedere ambiguïteit uit. Niet alleen is and/or overbodig maar het maakt de tekst namelijk ook nog ambigu (helemaal een doodzonde in contracten!); het gebruik van and/or zorgt ervoor dat (bijv.) een contract gelezen kan worden hoe de (goed- én kwaadwillende) lezer het wil: één van beiden (en voor de kwaadwillende lezer is dat vaak vooral de “andere partij”), dan wel allebei.

Normaalgesproken citeer ik op deze plaats dan een aantal (Amerikaanse/Britse/Canadese etc.) rechtszaken als voorbeeld, maar de lijst van and/or-zaken waar een Engelstalige rechter zich over heeft gebogen, is bijna eindeloos. Voor een (fiks) aantal voorbeelden: klik hier (blz. 21-22) of anders hier. Ik hoop dat dit voldoende overtuigt?

U hoeft maar één Google zoekopdracht te doen (op and/or in legal writing, bijv.) en u krijgt een waslijst aan termen als: vague, if not meaningless, een Janus-faced verbal monstrosity, an inexcusable barbarism, a mongrel expression, an abominable invention,, a crutch of sloppy thinkers en senseless jargon. Slechts heel sporadisch vind je een voorstander van het gebruik van and/or (hier bijvoorbeeld, voor de eerlijkheid en objectieve berichtgeving).

De vraag nu is waarom Nederlandse juristen, die zich van het Engels bedienen, toch
alsmaar and/or blijven gebruiken en waarom er nooit alarmbellen afgaan als zij “en/of” in het Nederlands schrijven?

Ik denk dat dat komt omdat je in het Engels, naast or voor het Nederlandse “of” ook het woordje either hebt (vgl. in het Duits: oder/entweder of in het Deens: enten/eller en nog veel meer talen maken dat verschil). Wij in Nederland hebben alleen maar “of” (of anders
misschien het, tamelijk ouderwetse, “ofwel”, of nóg weer anders: het slappe typografisch trucje: een accent op ó: óf dit, óf dat). Or in het Engels is altijd inclusief; als je either
(entweder/enten etc.) gebruikt, dán pas wordt het exclusief: ofwel de ene ofwel de andere. Met andere woorden in het Engels is and/or overbodig omdat or (in een zin zonder either) logisch en grammaticaal dezelfde betekenis heeft.

Het Nederlands heeft alleen maar “of”, en dat kan zowel inclusiviteit als exclusiviteit betekenen. Als Nederlandse juristen daarom and/or gebruiken als ze in (bijv.) hun
Engelstalige contracten “en/of” willen schrijven, berust dit hoogstwaarschijnlijk op een vertaalfout. Gebruik: or.

Anders gezegd: om aan alle eventuele onduidelijkheid een einde te maken: verreweg de meeste bronnen (waaronder de ICC International Standby Practices) zeggen dat men in
juridische teksten niet and/of moet gebruiken: A or B” means “A or B or both”; “either A or B” means “A or B, but not both”; and “A and B” means “both A and B”. (CC Publication N° 590, International standby practices (“ISP 98”).

Conciseness (6)

Het blijft de gemoederen bezig houden: het pleidooi van de president van de Hoge Raad, Maarten Feteris op het Jonge Balie congres in oktober: “Hou het kort en simpel en doe
normaal. Veel rechters zijn niet plechtig en formeel. Hen bereik je het beste met normaal en begrijpelijk taalgebruik”.

Wellicht was dit de manier waarop de heer Feteris de 70e verjaardag van George Orwells essay Politics and the English Language wilde vieren waar wij al twee blogs aan hebben gewijd (hier en hier  nog eens te lezen). Regel 2 en regel 3 van dit nog steeds zeer lezenswaardige essay luiden namelijk:

  • Never use a long word where a short one will do
  • If it is possible to cut a word out, always cut it out

 Oftewel alle Branch Out Legal English Blogs die onder het thema Conciseness vallen te lezen. Klik hier.

Never use a long word where a short one will do
In het Engels zou u bijvoorbeeld alleen maar hoeven te letten op woorden die op –ion/-ise/-ize/-ate of –osity eindigen. Deze woorden kunnen vaak makkelijk worden vervangen door kortere woorden die veel beter te lezen zijn. Dit verschijnsel heet “nominalisatie”, ofwel van een werkwoord een zelfstandig naamwoord maken. Het haalt veel actie uit de zin waardoor de tekst erg onpersoonlijk kan worden. Brian Garner heeft er in zijn Legal Writing in Plain English mooie oefeningen mee gemaakt: vervang bijv. alle –ion woorden in deze zin: An interested party may make an application for a modification or revocation of an
antidumping order (or termination of a suspension agreement) in conjunction with an
annual administrative review. A revocation application will normally receive no
consideration by the board.
Meer oefeningen hier te vinden

Ik heb zo 1-2-3 geen voorbeelden van Nederlandse rechters die hier bezwaren over uiten, Amerikaanse rechters echter, zijn lang niet zo terughoudend. In Thomas & Betts Corp v. Panduit Corp maakten de rechters bezwaar tegen o.a. woorden als transverse aperture en therebetween en wordt er gewaarschuwd tegen using fifty-cents words, obscure terms, and inflated language, maar de lijst is nog veel langer te maken.

 If it is possible to cut a word out, always cut it out
Erg vaak moeten wij cursisten erop wijzen dat to have in our possession, to give advice, to draw the conclusion, to take into consideration en ga zo nog maar even door en allemaal uiterst karakteristiek voor Legal English, hetzelfde betekent als to possess, to advise, to
conclude
en to consider. Concisseness staat volgens het onderzoek How judges, practioners and legal writing teachers asses the writing skills… van Kosse en ButtleRichie zelfs op de eerste plaats op het schrijfstijlverlanglijstje van Amerikaanse rechters.

In de zaak Ephedra Products Liability Litigation 231 F.R.D. 167 (S.D.N.Y. 2005) eiste de rechter een nieuw openingsstatement, deze keer in Plain English. De gedaagde partij kwam met een nieuw stuk, waarover de rechter deze keer oordeelde: gobbledygook of mind-numbing turgidness and prolixity, the very first sentence of which extends for nearly four pages.

Maar misschien is het wel juist uw bedoeling om rechters tegen u in het harnas te jagen? Blijf dan vooral  volharden en ga door met, zoals Juriaan Mensch in zijn column op Advocatie.nl schrijft, “expres zoveel mogelijk vage taal en zeer moeilijk in code om te zetten begrippen blijven gebruiken”. Of u daar verder erg mee opschiet, is nog maar de vraag.

Conciseness (5)

De laatste drie blogs hebben we besteed aan “overbodigheid”. Zo hebben we onder meer gezien dat de entire agreement clause in Engelstalige Anglo-Amerikaanse contracten onder Anglo-Amerikaans recht voor veel meer pure tekst zorgen dan Nederlandstalige contracten onder Nederlands recht. En dat veel bepalingen in naar het Engels vertaalde Nederlandse contracten hoogstwaarschijnlijk juridisch overbodig zijn.

“Juridisch” overbodig… dáár raak je juist de kern van de zaak. Het mag dan wel (nogmaals: hoogstwaarschijnlijk) juridisch overbodig zijn, maar commercieel, klantvriendelijktechnisch, stijlmatig, gemoedsrustgevend, etc. etc. kan het heel erg handig zijn om al bepalingen op te nemen in een Engelse vertaling van een Nederlands contract. “Het is wat de (Amerikaanse) klant vraagt”, “baat het niet, dan schaadt het niet”, “zo ziet het er tenminste erg compleet uit”, hoor ik regelmatig Nederlandse juristen zeggen over hun
Engelstalige contracten (waarbij het aantal in rekening gebrachte uren waarschijnlijk ook niet geheel en al uit het oog verloren wordt, maar dit terzijde).

Het ligt er dus maar aan hoe je “overbodigheid” definieert. Het ironische van zaak is echter dat met name juristen van mening zijn dat hun teksten een soort droge, van zo veel mogelijk persoonlijke en culturele vooroordelen ontdane beschrijvingen van de ‘juridische’ werkelijkheid zijn. Een soort wiskunde, eigenlijk. Niets is echter minder waar, en dat zie je vooral als ze in een andere taal (en dus meestal in het Engels) gaan schrijven. Wat in de ene taal namelijk als “overbodig” wordt beschouwd, is een andere taal vaak de normaalste zaak van de wereld.

Zo wees een onderzoek onlangs uit dat mensen in de Amerikaanse academische wereld de introducties van in het Engels vertaalde Duitse proefschriften vaak ter zijde legden omdat die ‘veel te uitvoerig’ waren. In de Duitse academische wereld is het echter de gewoonte om in dergelijke introducties iedereen uitvoerig, en met redenen bekleed, te bedanken voor hun bijdrage, hulp en ondersteuning bij het schrijven van dat proefschrift. Als je dat niet doet, ben je een botte en ondankbare barbaar.

En om dichter bij huis te blijven: de Nederlandse gewoonte om een alinea te beginnen met een terugverwijzing naar datgene wat in de voorafgaande alinea is beweerd, wordt door Anglo-Amerikaanse lezers vaak als totaal overbodig beschouwd (“ja… dat hadden we toch net al gelezen?”, is vaak de opmerking). (Zie ook: What’s in a language 1, hier nog eens te lezen).

Ook de rare Nederlandse “regel” om een in een “formeel” stuk geen zinnen te laten beginnen met “ik” (of “wij”) (nog steeds overal te vinden: zie bijv. hier) doet veel Anglo-Amerikaanse wenkbrauwen fronsen. Dat wil zeggen: als zo’n “formeel” stuk in het Engels wordt vertaald, natuurlijk. Want dan wringt men zich in allerlei rare bochten om ook in de Engelse vertaling de zinnen niet met “ik/wij” te laten beginnen. Met alle rare en zelfs foutieve Engelse zinsconstructies van dien. (Ewout Sanders heeft hier in het NRC nog eens een column aan besteed, lees hier). Je kan daar wel weer allemaal culturele quasi-
verklaringen bij verzinnen, bijv. dat “onze calvinistische volksaard” voorschrijft jezelf niet op de voorgrond te plaatsen door een zin met “ik” te beginnen, zoals je hier en daar leest, maar als je om verklaringen verlegen zit, sla je met Johannes Calvijn altijd een goede slag… Overigens zie je onder het motto: when in doubt, leave it out, nu steeds meer dat schrijvers beslissen “ik” maar helemaal weg te laten: “Geachte mevrouw Q, Zat net uw mail d.d. 8 april te lezen en…”, “Geachte heer Z, Ben net begonnen aan…”).

Ik draag deze voorbeelden aan om duidelijk te maken dat schrijven in het Engels (of om het even welke andere taal) lang niet alleen afhangt van het kiezen van de juiste woorden (als dat al kan…) of het al dan niet correct toepassen van grammaticale regels. Het gaat óók om wat de, uiterst lastig te definiëren “mores” zijn. En voor wat betreft Legal English vallen onder die “mores” ook nog eens de verschillen tussen de verschillende rechtssystemen. Daarnaast: bedenk dat uw Anglo-Amerikaanse tegenhanger net zo weinig weet van Civil Law-regels als u van Common Law gebruiken. En misschien eigenlijk nog wel
minder… Al was het maar omdat zíj de Branch Out Legal English Blog niet lezen…. Tot volgende week!

Conciseness (4)

Ilogon de vorige blog over het Anglo-Amerikaanse contractenrecht (hier nog eens te lezen) is besproken dat er in de common law andere regels voor het opstellen en interpreteren van contracten zijn dan in het Nederlandse recht. Waar het Nederlandse recht algemene, wettelijke bepalingen kent ten aanzien van het contracteren, heeft het Anglo-Amerikaanse recht die niet. De enige regels die gelden, zijn de afspraken die in het contract zélf zijn opgenomen; contractpartijen dienen dus alles wat ze van belang achten in hun contract te zetten, ze kunnen niet of nauwelijks terugvallen op algemene regels[1]. Bij een geschil kan de (Anglo-Amerikaanse) rechter dan ook slechts overwegen wat partijen in hun contract zijn overeengekomen; hij toetst het contract niet aan algemene regels en óók niet aan het beginsel van de redelijkheid en de billijkheid. Haviltexen is er al helemaal niet bij – dan gaat het immers over zaken die niet expliciet in het contract zijn opgenomen.

Het begint er op te lijken dat Anglo-Amerikaanse, commerciële contracten standaard gaan worden (zelfs tussen Nederlandse partijen!) – uiteraard met als toevoeging: This contract will be governed by the laws of the Netherlands. Gemakshalve (?) wordt er dan voorbij gegaan aan de totaal verschillende beginselen die gehanteerd worden in enerzijds de common law en anderzijds het Nederlandse recht (civil law) wanneer het om het opstellen van een contract gaat. Dit kan verstrekkende gevolgen hebben: er belandt namelijk van alles in contracten naar Nederlands recht dat op zijn minst opmerkelijk is binnen de context van dat Nederlandse recht. Met als voorbeeld weer die entire agreement clause (waar we het de afgelopen keer ook al over hebben gehad). En dan is aan de (Nederlandse) rechter om over een beginsel uit de Anglo-Amerikaanse contractpraktijk iets zinnigs te zeggen.

De entire agreement clause is inmiddels niet meer weg te denken uit Engelstalige contracten naar Nederlands recht. In eerste instantie heeft de rechter in het Mypoint/IPG-arrest (Hof Amsterdam 14 februari 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012: BV7744) bepaald dat de entire agreement clause óók in het Nederlandse recht betekenis heeft waar het gaat om een commerciële overeenkomst gesloten door professionele partijen die bij de onderhandelingen werden bijgestaan door ter zake deskundigen.

In haar artikel ‘Pacta sunt servanda bij commerciële contracten’ concludeert Schelhaas dat de clausule “als een geldig en afdwingbaar” beding moet worden beschouwd dat niet alleen “betekenis heeft voor de omvang van het contract, maar ook voor de wijze van uitleg” – waarbij de Haviltexformule dan bepalend is. Dousi stelt in zijn artikel naar aan-
leiding van het Lundiform-arrest (HR 5 april 2013, NJ 2-13/214) ‘De entire agreement clause naar Amerikaans en Nederlands recht: afbakening, geen uitleg’ dat op basis van gangbaar Amerikaans recht de “entire agreement clause in eerste instantie [is] bedoeld om de inhoud van de overeenkomst af te bakenen en de wederzijdse rechten en plichten weer te geven”. Dousi onderschrijft de overweging van de Hoge Raad dat de entire agreement clause op zich geen uitlegbepaling is en concludeert: “Mits goed opgeschreven, kunnen partijen met een entire agreement clause wel regelen dat de overeenkomst wordt afgebakend tot alleen datgene wat in de overeenkomst terecht is gekomen”. De Hoge Raad overweegt: “de clausule staat evenwel niet zonder meer eraan in de weg dat voor de uitleg van de in de overeenkomst vervatte bepalingen betekenis wordt toegekend aan verklaringen die zijn afgelegd dan wel gedragingen die zijn verricht, in het stadium voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst.” De mogelijkheid om te Haviltexen blijft dus bestaan.

Ook onderstaand beding naar Nederlands recht zet de deur dus gewoon op een kier en ondergraaft de Anglo-Amerikaanse entire agreement clause. En dat is waarschijnlijk precies de reden dat die is opgenomen. De Anglo-Amerikaanse jurist/onderhandelaar heeft een entire agreement clause en zijn Nederlandse tegenhanger weet zich verzekerd dat ontsnapping mogelijk is op grond van principes die in het Nederlandse contractenrecht van toepassing zijn…:

This Agreement constitutes the entire agreement between the parties with respect to the subject matter thereof and supersedes any previous agreements, understandings or documents, notwithstanding the applicability of rights and obligations based on the Netherlands Civil Code not specifically excluded in this Agreement.

Verder lezen:
* J.W.A. Dousi, De entire agreement clause naar Amerikaans en Nederlands recht: afbakening, geen uitleg, Contracteren, Tijdschrift voor de contractspraktijk, 2013 nummer 4, pagina 126
* H.N. Schelhaas, Pacta sunt servanda bij commerciële contracten, Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht 2008 nummer 4, pagina 150
* H.N. Schelhaas, Het Haviltex-criterium en de uitleg van commerciële contracten, in Tijdschrift overeenkomst in de rechtspraktijk, 2013 nummer 7, pagina 35

[1] Er zijn natuurlijk wel een paar heel algemene regels in de jurisprudentie gecreëerd. Zoals de regel over extrinsic evidence, ofwel het laten meewegen van algemene principes. Meer daarover in een volgend blog.

Conciseness (3)

logoVorige week hadden we het over ‘overbodigheid’. (Hier te lezen).  Wat dacht u van de volgende zinnen? (Gehaald uit levensechte Anglo-Amerikaanse contracten!):

  • Headings are for ease of reference only and do not affect the interpretation or construction of this Agreement.
  • References to the word “include” or “including” (or any similar term) are not to be construed as implying any limitation and general words introduced by the word “other” (or any similar term) shall not be given a restrictive meaning by reason of the fact that they are preceded or followed by words indicating a particular class of acts, matters or things.

Wat is er eigenlijk overbodig in een Anglo-Amerikaans contract – wel zo handig, is al in het Engels opgesteld – wanneer op dit contract Nederlands recht van toepassing is? Het is niet de bedoeling om in deze blog alles wat als overbodig zou kunnen worden gezien aan de kaak te stellen. Ik zal mij hier beperken tot de entire agreement clause.

Het zal iedereen die een Anglo-Amerikaans contract heeft gezien, duidelijk zijn dat een contract opgesteld onder de common law wel heel erg gedetailleerd is. Er staat van alles in waarvan je je af kan vragen waarom dat nodig is. Neem ‘overmacht’: dat is toch al in de wet geregeld? Waarom moet er dan zo’n geweldig lange lijst van circumstances beyond a party’s control in een force majeure clause worden opgenomen? Het is toch naar Nederlands recht genoeg om aan te geven wat NIÉT onder overmacht valt? Je hoeft toch niet een hele lijst te maken van wat je WÉL onder overmacht verstaat? En waarom al die representations en warranties? Dat hadden we dat toch al in een Letter of Intent vastgelegd?

De belangrijkste reden voor al dit gedetailleerde geformuleer is dat de common law andere uitgangspunten hanteert bij het contracteren. De common law heeft geen (in een burgerlijk wetboek vastgelegde) regels die voor partijen als uitgangspunt dienen bij het contracteren. Bij een geschil moet de common law rechter het doen met wat de partijen in hun contract zijn overeengekomen; hij kan het contract niet toetsen of interpreteren aan de hand van in de wet vastgelegde, algemene regels. Daarnaast kent de common law geen algemeen beginsel van redelijkheid en billijkheid dat de rechter kan hanteren. Dit zijn al drie essentiële verschillen tussen het Nederlandse recht en de common law waar het om contracteren gaat. Hele scholen juristen verliezen deze verschillen uit het oog als zij onder dat contract in foutloos Engels (wel zo handig, hebben we al, hoef je niet het wiel opnieuw uit te vinden…) de zin toevoegen: This contract will be governed by the laws of the Netherlands. Maar dit terzijde.

In het Anglo-Amerikaans recht moeten de partijen alles wat van belang is voor de contractuele verhouding binnen de four corners van het contract zelf vastleggen.

Deze four corners rule, ook wel de parol evidence rule genoemd, heeft als gevolg dat een partij zich niet kan beroepen op extrinsic evidence, dat wil zeggen op afspraken die niet in het contract zelf zijn vastgelegd. Wat partijen met een overeenkomst beogen, mag alleen uit de overeenkomst zelf worden afgeleid; partijen bepalen immers zelf wat ze in hun overeenkomst wensen vast te leggen. Het is niet de bedoeling dat er later nog afspraken blijken te gelden over aangelegenheden die partijen weliswaar besproken hebben, maar die niet in de overeenkomst terecht zijn gekomen.

Het is deze four corners rule die voor alle duidelijkheid vaak ook nog expliciet in een contract wordt opgenomen als: de entire agreement clause. Inmiddels heeft de entire agreement clause in Nederland enig juridisch stof doen opwaaien – meer daarover in een volgend blog.

Zoals we begonnen, willen we ook graag eindigen. Als het allemaal niet zo serieus bedoeld was, zou je er bijna om moeten lachen…

  • References to persons shall include bodies corporate, unincorporated associations and partnerships, in each case whether or not having a separate legal personality.
  • Except where the context specifically requires otherwise, words importing one gender shall be treated as importing any gender, words importing individuals shall be treated as importing corporations and vice versa, words importing the singular shall be treated as importing the plural and vice versa, and words importing the whole shall be treated as including a reference to any part.

PS:
De Branch Out Legal English Blog gaat even op vakantie. We zien u graag terug in de laatste week va augustus. Prettige Vakantie!!

Conciseness (2)

We hebben het hier al vaker gehad over de wijdsprekerigheid van juristen… En we zijn bang dat dit in het Engels niet anders is. In beperking toont men zich echter meester!
Hieronder een overzichtje op welke punten er veel overbodigs is te vinden en een aantal verklaringen hiervoor. Reacties zijn van harte welkom. We zullen in de nabije toekomst nog een blog of wat wijden aan met name de discussie betreffende de entire agreement clause en wat dit betekent voor Engelstalige contracten onder Nederlands recht.

Overbodige woorden:
Plain English goeroe Bryan A. Garner geeft in zijn standaardwerk Legal Writing in Plain
English
(ISBN 0-226-28418-2) talloze praktijkvoorbeelden en oefeningen om overbodigheden te voorkomen. Deze bijvoorbeeld (waarbij je iedere keer tenminste vier opeenvolgende woorden moet vervangen door één woord zonder de betekenis te veranderen. De “oplossing” -als je daarvan kan spreken- vindt u aan het eind van deze blog*):
The court examined a number of cases and stated that there appeared to be only a limited number of instances in which there would exist a duty to disclose the illegal conduct of persons, who, through political campaigns, seek election to a public office.

Om tot een voor de lezer nog enigszins begrijpelijke zin te komen, beveelt Garner een gemiddelde zinslengte van 20 woorden aan. (Om u de moeite te besparen: de laatste zin heeft 21 woorden). Een advies dat wij, zeker voor niet-moedertaalsprekers Engels, van harte zouden willen onderschrijven! We komen hier in een volgend blog nog wel eens op terug.

Doublets en Triplets:
Legal English staat bekend om zijn taalkundige twee- en drielingen. Wij hebben hier al eens geschreven over null and void (lees hier: What’s in a word 5), maar de tweelingenlijst is moeiteloos uit te breiden, bijv. indemnify and hold harmless, lands and tenements, last will and testament, due and payable waarvan Garner zegt dat de vetgedrukte woorden volstaan om uit te drukken wat de bedoeling is. Het drielingenlijstje sluit hier naadloos bij aan: alternate, transfer and convey en give, devise and bequath. Voor een langere (maar nog lang niet volledige!) lijst van Legalese Doublets and Triplets klik hier 

Een verklaring voor dit verschijnsel zou kunnen zijn dat dergelijke juridische twee- en drielingen ooit een juridisch nut hadden. In tijden dat het nog niet zeker was welke taal (Latijn? Frans? Angelsaksisch? Engels?) de taal van de rechtspraak was, was het wellicht slimmer om dan maar hetzelfde ding in verschillende talen achterelkaar te zetten. Hoe het ook zij, dit is voor de moderne jurist tamelijk irrelevant. Woordsplijters en letters-op-laag-water-zoekers beleven er in ieder geval nog een hoop lol aan…

Entire agreement clauses:
Op het terrein van “overbodig of niet” is de opkomst van de Entire Agreement Clause echter het meest interessant. Het zal iedereen die een Anglo-Amerikaans contract heeft gezien duidelijk zijn dat de common law jurist veel gedetailleerder formuleert dan een Nederlandse jurist zou doen. Allerlei zaken die in een Nederlands contract niet hoeven te worden opgenomen, komen in een Anglo-Amerikaans contract ter sprake. Reden hiervoor is -kort door de bocht- enerzijds dat er geen burgerlijk wetboek is waarin algemene regels voor het contracteren zijn vastgelegd en anderzijds dat een Anglo-Amerikaanse rechter een contract niet mag aanvullen of uitleggen op een manier die verder gaat dan een strikte, taalkundige interpretatie. Een Anglo-Amerikaanse jurist dient dus alles wat van belang is in het contract zelf te zetten, hetgeen voor een Nederlandse jurist vaak overdreven en dus overbodig overkomt.

We komen hier in een latere blog nog uitvoerig op terug. Het feit blijft dat Engelstalige contracten onder Nederlands recht de laatste 15-20 jaar alleen maar langer lijken te worden. Tot ergens halverwege de jaren ’90 werden contracten onder Nederlands recht gewoon vertaald door (juridische) vertalers en was het resultaat dat een Nederlands contract van 20 bladzijden een Engelse vertaling kreeg van ongeveer dezelfde lengte.

En toen kreeg iedereen een pc en werd men zelfs aangesloten op een ‘netwerk’. Met als resultaat dat velen gingen overnemen wat anderen – lees: Anglo-Amerikaanse juristen – al eens hadden opgeschreven. En dát had weer als gevolg dat er typische common law bepalingen opeens in contracten naar Nederlands recht terecht kwamen… Zonder dat
iemand zich ook maar afvroeg of die bepalingen überhaupt relevant zijn onder Nederlands recht. Met als voorbeeld de entire agreement clause.

“Zet het maar in het contract, want baat het niet, dan schaadt het niet”, schijnt tegen-
woordig vaak het motto te zijn. Of dat écht zo is, daarover een volgende keer.

* Garner geeft als mogelijkheid: The court examined many cases and found few that imposed a duty to disclose the illegal conduct of candidates for elected office.