Category Archives: Correctness

Correctness (25)

Vandaag een aantal makkelijk te verwisselen woorden. Tenminste… áls je ze verwisselt, dan is het gewoon fout. Onderstaande easily confused words komen wij bijna altijd tegen in de schrijftaken van deelnemers aan onze Legal English Writing Skills-trainingen. Het gaat hier om woorden waar ook de gemiddelde native-speaker Engels vaak de fout mee in gaat, want net zo als Nederlanders die in het Nederlands schrijven, maken de Engelstaligen natuurlijk ook gewoon schrijffouten als zij in hun moerstaal schrijven. Bovendien gaat het hier niet over spelling, dus een eventueel door u gebruikte spelchecker zal ze niet of nauwelijks opmerken.

Which of That?
Veel Nederlanders gebruiken which of that naar eigen believen. Hoogstwaarschijnlijk omdat ze denken dat which de vertaling is van “welke”. We hebben het hier niet over het vraagwoord (als in Which book is yours?) maar over het betrekkelijke voornaamwoord als in The law firm, which has its headquarters in Amsterdam, will declare bankruptcy. Het is mij een raadsel waarom je in het Nederlands hier “welke” voor zou gebruiken, behalve dan dat dit ‘mooi’, ‘formeel’ en ‘klassiek’ (of ook: ‘pompeus’, ‘hoogdravend’ en ‘ouderwets’) overkomt, maar het kán wel…

In het Engels echter is er een belangrijk verschil: Which is niet-restrictief. Dat betekent dat het extra informatie geeft die echter niet essentieel is voor de betekenis van een zin. That is juist restrictief en geeft essentiële informatie. In de bovenstaande which-zin is er maar één failliet advocatenkantoor en dat heeft z’n hoofdkantoor toevallig in Amsterdam. In de zin The law firm that has its headquarters in Amsterdam will declare bankruptcy gaat het om meerdere kantoren, maar het kantoor met het hoofdkantoor in Amsterdam is het haasje. Nogal een verschil, dus!

Wat dan weer wel mooi meegenomen is, is dat de That-zinnen geen komma’s hebben, en de Which-zinnen juist wel. Een prachtig voorbeeld van betekenisdragende interpunctie.

Advise/Advice/Advize
Advise met een S is het werkwoord, dus “adviseren”. Advice met een C is het zelfstandig naamwoord, dus “advies”. Met andere woorden: My firm adviSes all sorts of clients en My firm gives good adviCe. Advize met een Z bestaat gewoon niet. Sommigen zeggen dat dit de Amerikaanse spelling is, maar dat is gewoon onzin. Wat niet helpt, is dat Advize bijzonder vaak opduikt in namen van Nederlandse bedrijven… google het maar eens en je zult het zien. Een typisch Nederlands verzinsel.

Then of Than?
Een beetje lastig voor Nederlanders: “Ik ben groter dan jij”, “En dan gaan we naar…”. Dezelfde “dan”. In het Engels echter: than bij een vergelijking (I am bigger than you) en then als het bijwoord van tijd (And then we go to…). Eén gelukje: als je spreekt (ipv. schrijft), maakt het niet veel uit…

Amount of Number?
Amount kan je niet tellen. Number wel. Denk aan: A smaller number of glasses can hold a smaller amount of milk.

Less of Fewer?
Ook hier weer het “telprincipe”: Less gebruik je met dingen die je niet kan tellen. Fewer kan je wél tellen.  Of, om bovenstaande voorbeeldzin verder te gebruiken: Fewer glasses hold less milk. Wat niet helpt, is dat je in Brits-Amerikaanse winkels dan weer vaak ziet staan: 10 items or less, wat natuurlijk 10 items or fewer zou moeten zijn.

Any of Some?
Any gebruik je in vragende en negatieve zinnen, en some wordt gebruikt in bevestigende zinnen. Dus: Do you have any money? (vragend). No, I don’t have any (negatief) of anders: Yes, I have some (bevestigend).

Correctness (24)

Enige tijd geleden gaf ik u drie kleine puntjes waarop u zou kunnen letten als u een
(Engelse) tekst proefleest: 1) probeer zo veel mogelijk een apostrof + s (’s) te gebruiken ipv. “of” als u “… van…” wil schrijven, 2) gebruik geen have in een zin met een exacte
tijdsaanduiding en 3) probeer te vermijden een zin te beginnen met There is/There are. Hier nog eens na te lezen.

Nummers 1), 2) en 3) vallen op bij Engelse teksten die door Nederlanders zijn geschreven en zijn vrij eenvoudig te voorkomen of te corrigeren. Dat wil zeggen… áls u er maar op blijft letten! Vandaag nog eens drie van die puntjes. Alle voorbeelden komen uit teksten die door deelnemers aan onze Legal English Writing Skills-trainingen zijn ingestuurd vóór aanvang van zo’n training. Het is misschien belangrijk om hier te zeggen dat al die dingen hoogstwaarschijnlijk geen begripsverwarring bij de (Engelstalige) lezer zullen veroorzaken (die weet vaak toch wel dat een niet-Engelse schrijver aan het werk is geweest), maar het leidt af; het staat gewoon “een beetje knullig”. Daarnaast lijden Nederlanders (en, vooruit, Scandinaviërs) onder de Wet van de Remmende Voorsprong: ze schrijven over het algemeen zó goed Engels dat foutjes en slordigheden juist éxtra opvallen en voor onbedoelde
neveneffecten kunnen zorgen.

4. Aanhef en afsluiting
Je stuurt een brief/e-mail naar John, en je kent John goed: begin met Dear John en eindig met Kind regards/Best regards. Je stuurt een brief/e-mail naar William Barley en je kent meneer Barley niet of nauwelijks: begin met Dear Mr Barley en eindig met Yours sincerely. Je stuurt een brief/e-mail naar een onbekend persoon: begin met Dear Sir/Madam en eindig met Yours faithfully. Dit is typisch zo’n dingetje waarvan de meeste Nederlanders denken: “Wat maakt ’t uit”? Inderdaad niets… in the greater scheme of things. Alleen… wat zou u ervan vinden als u een brief/e-mail zou krijgen met (toegegeven, enigszins gechargeerd) de aanhef “Zeer weledelgestrenge heer Jansen” en eindigt met “Vrolijke groetjes, Wim”? Want zó komt het over. En het is heel eenvoudig te vermijden. En nu we toch bezig zijn: het Brits-Engels heeft al 20 jaar alle komma’s en punten in aanhef en
afsluiting afgeschaft. Bewaar ze voor uw Amerikaanse klanten.

5. Recommend/advise/suggest
Aanbevelen, adviseren en voorstellen, precies wat juristen doen en dus ook precies
woorden die juristen bovengemiddeld vaak gebruiken in hun teksten. En precies waar het (erg) vaak fout gaat. Na deze woorden gebruik je de Gerund, ofwel: de –ing vorm. Met
andere woorden: I suggest using our services, I recommend contacting your agent, I suggest paying immediately. Zonder die Gerund moet je het woord that gebruiken, maar daarna helaas ook de Subjunctive: I suggest that he use (en dus niét: useS) our services, I
recommend that she contact
(en dus niét: contactS) your agent, I suggest that your client pay (en dus niét: payS) immediately. Die laatste optie (met that en de Subjunctive, dus) wordt in het algemeen als iets formeler beschouwd. Hoogstwaarschijnlijk komt het foutieve I recommend you to contact your agent (etc.) van het een te directe vertaling van het Nederlandse: “Ik adviseer u contact op te nemen met…” (etc.) En nu we tóch bezig zijn: ook I look forward to… gaat samen met die Gerund. Dus: I look forward to meeting you/receiving you package etc. (lees hier verder)

6. If/when/in case
Het kan absoluut geen kwaad om uw teksten nog eens na te lezen op if/when/in case. Kort en goed: If=onzekerheid, when=iets wat zeker gaat gebeuren. Met andere woorden: “Als als is indien, is als if”.  Our client will sign the contract if he comes back from his holiday (dat is dan een erg gevaarlijke vakantie…). Please give us a call when you have any problems with the attached (waarbij je er dus vanuit gaat dát er problemen komen…) (lees hier meer). Nederlanders die in het Engels schrijven, gebruiken verder veel te vaak in case als
synoniem voor het Nederlandse “als”. In case gebruik je in het Engels echter alleen maar als er sprake is van voorzorgsmaatregelen; om dingen aan te geven die we doen om zeker van onze zaak te zijn als er later eventueel een probleem kan optreden. Dus: I insure things in case they are stolen. (Lees hier meer over in case).

Heb een Uitstekende Kerst en een nog Uitstekender Oud en Nieuw en tot volgend jaar!!

Correctness (23)

Vorige week hadden we het hier over een typisch fenomeen in het Engels: het verschijnsel van twee verleden tijden, de Simple Past en de Past Perfect (hier nog eens te lezen). Kort samengevat: je gebruikt de Past Perfect (de zinnetjes met have: I have lived, I have studied, etc.) in situaties die iets onvoltooids aangeven, iets wat nog niet helemaal is afgerond, of iets wat nog steeds invloed heeft op het heden. Het Nederlandse “ik heb daar en daar gewoond”, of “ik heb daar en daar gestudeerd”, is dus lang niet altijd I have lived… of I have studied…. Omdat de Nederlandse taal niet (of slechts heel verborgen) zo’n aspect aan die verleden tijden (werkte/studeerde vs. heb gewerkt/heb gestudeerd) toekennen, maken Nederlanders daar vaak fouten mee in het Engels.

Wanneer je de Past Simple gebruikt, hebben we vorige week uit de doeken gedaan. De Present Perfect gebruik je als:

  1. je wilt aangeven dat iets moet zijn afgelopen voordat iets anders begint. Vaak in            zinnen met until, once, after, before. Dus: I will call you after I have finished the report of: We will not begin the work until they have agreed to our conditions. Te vergelijken met het Nederlands.
  2. je het hebt over acties/ervaringen die tot nu toe zijn gebeurd. Dus: I have been to            Singapore several times of: I have seen a lot of changes around here. Grappig genoeg is dit hetzelfde als in het Nederlands (grappig genoeg, want hier werkt de “have + voltooid deelwoord” op precies dezelfde manier als in het Engels, dwz. het werkt tot in het heden door). Vreemd (en fout) is het daarom te zien dat Nederlanders vaak zeggen: I was in Singapore several times. Je kan dat wel zeggen, maar dan moet je er een tijdstip bij geven: I was in Singapore in 2014, of a long time ago. Net zo goed zou je kunnen zeggen: I saw a lot of changes around here, maar dan bedoel je dat de laatste jaren géén veranderingen meer hebt gezien. Wat we ook vaak lezen is: I never took an exam in English. Maar omdat dit tot op heden voortduurt is het: I have never taken an exam in English. Wat dan weer wél goed is, is: I never took an exam in English before 2015.
  3. je het hebt over gebeurtenissen uit het verleden die tot op heden voortduren: I have lived/worked here for about 10 years (dwz. je woont/werkt er nog steeds). Tip: in het Nederlands zou je dan vaak het woordje “al” gebruiken, in combinatie met de tegenwoordige tijd: “ik woon/werk hier al tien jaar”.

De situaties 1-3 zijn nog wel aan te leren. Een beetje opletten (staat er een of andere vorm van tijdsbepaling in, bijv.) en dan gaat het nog wel… Het wordt lastiger met 4 en 5                    hieronder want die betekenen voor de native speaker écht iets. Bovendien kunnen in de situaties 4 en 5 zowel de Past Simple áls de Present Perfect worden gebruikt; het ligt er maar net aan wat je bedoelt… Het is een mentale klik in de hoofden van native speakers en lastig om aan te wennen.

  1. He broke his leg vs. He has broken his leg. Wie heeft er pijn op dit moment? Iedere          native speaker weet dat het de man is die has broken his leg, want de Present Perfect gebruik je voor gebeurtenissen die tot op het moment van spreken voortduren. De       meneer die broke his leg, loopt nu vrolijk rond, iets voorzichtiger misschien, maar lopen doet-ie! Zo zijn krantenkoppen ook vaak in de Present Perfect: Italy has                   attacked Malta for refusing to take in a ship of migrants. Hoewel Italië dat (wellicht) gisteren deed, is het belangrijk op het moment van spreken.
  2. Sorry, I have lost the file vs. Sorry, I lost the file. In het eerste geval benadruk je de actie van het verliezen (want nú belangrijk… zonder file kan je niet meer verder werken), in het tweede geval benadruk je het “wanneer” van het verlies, maar het is nu niet meer belangrijk. Te vergelijken met het voorbeeld dat we vorige week gaven: Our lawyers have worked on cases on cases like…. vs. Our lawyers worked on cases like… In het eerste geval (have worked) benadruk je de actie, in het tweede geval (worked) de gebeurtenis.

De Branch Out Legal English Blog gaat even met vakantie. De laatste week van augustus zijn we weer terug. In het geval er onderwerpen zijn (woorden, grammatica, gebeurtenissen etc.) waarvan u het de moeite waard vindt dat wij daar iets over zeggen: Laat Het Ons Weten (info@branch-out.eu). Prettige vakantie!!

Correctness (22)

We hebben het hier eerder over gehad (met name hier en hier, maar het kan geen kwaad om het er nog eens over te hebben: het verschil tussen twee verschillende verleden tijden in het Engels: de Past Simple (bijv. I studied in Utrecht) en de Present Prefect (bijv. I have studied in Utrecht). Nederlanders (en met hen de meeste Europeanen) hebben hier grote moeite mee. “Ik heb in Utrecht gestudeerd” is toch gewoon I have studied in Utrecht? Of niet soms?

Het antwoord is nee, of liever gezegd: het antwoord is meestal nee. De reden waarom het een ja/nee antwoord is, is dat de Present Perfect niet zozeer een werkwoordstijd (een tense) is, maar veel meer een grammaticaal “aspect”: het geeft voor Engelstaligen extra
informatie over of en hoe het verleden (want het zijn natuurlijk beide verleden tijden) doorwerkt naar het heden. Informatie die wij, als Nederlanders, niet door kunnen geven middels de keuze tussen “studeerde” of “heb gestudeerd”. Het gebruik van de Present
Perfect
geeft altijd iets onvoltooids aan, iets wat nog niet helemaal is afgerond,  iets wat nog steeds invloed heeft op het heden.

Deze week drie situaties waarin je de Past Simple (studied, dus) moet gebruiken en
volgende week vier situaties waarin je de Present Perfect (have studied, dus) moet
gebruiken. Nou ja, moet? Misschien is het beter om te zeggen: “waarin je de Past
Simple/Present Perfect
zou moeten gebruiken als je wilt zeggen wat je normaalgesproken over wilt brengen”.

De Past Simple wordt gebruikt om:

  • een voorzichtig inleidende, enigszins excuserende, vraag te stellen: I thought you might like some help with… of: I wondered if you are available this morning to…. Te vergelijken met het Nederlandse “Ik was op zoek naar meneer Jansen” of “Ik vroeg me af of…”.
  •  een gewoonte in het verleden aan te geven: Every night we went out for dinner and ate in a different restaurant.

Prima, dat is allemaal redelijk in dezelfde lijn als in het Nederlands, en weinig mensen zullen hier daarom fouten in maken. De derde wordt een stuk lastiger: de Past Simple wordt óók gebruikt om

  • aan te geven dat een actie in het verleden is gebeurd en is afgesloten. We weten
    wanneer iets is gebeurd (en eventueel kan de tijd wanneer dat is gebeurd worden aangegeven), maar dat was dan dat. Oftewel: I studied in Utrecht (evt. met de
    toevoeging:) years ago (of) in 2002. Het is niet fout om te zeggen: I have studied in Utrecht, maar dat betekent dat je nog steeds aan het studeren ben, maar nu in bijv. Groningen of waar dan ook.

Waarom dit lastiger is, is omdat het Nederlands (en alle andere Europese talen) dit
“aspect” niet kennen. Een vraag die we namelijk vaak krijgen, is: “Oh ja? Waarom staat er dan op onze website: Our lawyers have worked on cases on cases like…. Moet dat dan niet zijn: Our lawyers worked on cases like….? Dat hebben ze namelijk in het verleden wel gedaan, en die zaken zijn afgesloten en klaar”?

Klopt, maar het antwoord hierop is óók dat juist het gebruik van de Present Perfect (= have worked) de native speaker Engels het idee geeft dat het kantoor nog steeds bezig is met die zaken, dat de kennis en vaardigheden opgedaan met die oude zaken doorwerken in het heden. De Past Simple (= worked) zou je indruk kunnen geven dat het kantoor is
opgeheven, failliet is, gefuseerd, enz, maar in ieder geval niet meer bestaat. De Past Simple geeft het idee van klaar, afgelopen, uit. De Present Perfect geeft het idee van een betekenisvol verleden en daarom klinkt het “dynamischer”. Maar daarover volgende week meer.

Grammatica betekent iets. Meer in het Engels dan in het Nederlands.

Correctness (21)

Net voor de vakantie behandelden wij hier de (vermeende) schrijfregels om nooit zinnen te beginnen met I, en om nooit zinnen te beginnen met een voegwoord (And…, But…,
Because…
etc.) (lees hier nog eens). Dit zijn sprookjesregels: regels die ooit eens door iets of iemand zijn verzonnen (zie onder) en daarna zo vaak zijn toegepast dat iedereen denkt dat dit de “standaardregel” is. Dergelijke zombie rules zorgen er echter wél voor dat veel mensen het moeilijk vinden om te schrijven.

Natuurlijk is het zo dat er in verschillende soorten teksten (e-mailberichten, formele
correspondentie, contracten, dagvaardingen, etc. etc.) verschillende conventies gelden, maar “fout” in de zin van “niet-correct” is het minder vaak dan u denkt. Vandaag
behandelen we nog eens vier van die taalsprookjes.

Gespleten infinitieven. Op de een of andere manier is er (óók, en vooral in het Nederlandse middelbare onderwijs) afgesproken dat er tussen to en het infinitief niets mag staan: bijv. He asked me to leave quietly ipv. He asked me to quietly leave, wat erg vaak “fout” gerekend wordt. Niets is echter minder waar. Bijwoorden dienen zo dicht mogelijk te staan bij de woorden waar ze op slaan. Koppig weigeren om infinitieven te splitsen kan vreemd en gekunsteld overkomen, en het kan zelfs tot ambiguïteiten leiden: He offered
personally to guarantee the loan that the Clintons needed to buy their house
maakt het
onduidelijk of het aanbod of de garantie persoonlijk is…  Als u nog steeds twijfelt: denk aan de mission statement van Captain Kirk en zijn Star Trek-bemanning: to boldly go where no man has gone before. Een prima zin, maar een gruwel voor de Taaltalibaan.

Zinnen eindigen met voorzetsels. Veel zombie rules (zoals hierboven) stammen uit de 17e eeuw toen het geschreven Engels serieus het geschreven Latijn begon te vervangen. Veel geleerden die zich in het Engels begonnen uit te drukken, vonden dat ze tenminste de
Latijnse zinsstructuren moesten behouden. Vandaar die terughoudendheid om infinitieven te splitsen…, want dat kon niet in het Latijn. Een andere taalsprookje is toen ook ontstaan: geen zinnen laten eindigen met een voorzetsel. De dichter John Dryden bijv. vond dat, juist omdat dit in het Latijn niet mogelijk was, het ook niet elegant was in het Engels. Hij begon zijn eigen gedichten te herschrijven: zo werd the end he aimed at: the end at which he aimed etc. Sla al deze onzin in de wind. Ofwel: “The power of saying ‘people worth talking to’ instead of ‘people with whom it is worthwhile to talk’ is not one to be lightly surrendered.”

Wees niet bang voor de gerund. Een gerund is een werkwoord dat eindigt op –ing en als een zelfstandig naamwoord wordt gebruikt. Bijv. I like swimming of Smoking is bad for you. We hebben in het hier al een aantal keer over de gerund gehad(zie bijv. hier of  hier), maar de taalpolitie valt vaak over een bezittelijk voornaamwoord in deze constructie; volgens “de regels” zou je namelijk eigenlijk (bijv.) my/our moeten gebruiken in He objected to my/our smoking in plaats van He objected to me/us smoking. Verreweg de meeste
Engelstaligen zeggen echter het tweede (de me/us-optie), dus maakt u zich geen zorgen als u dat ook doet…. Officieel is het “fout”, maar als je het altijd “correct” gebruikt, kan het ook nogal overdreven en pompeus overkomen.

None sense. Een duidelijk teken dát de taalpolitie aanwezig is, is als u gezegd wordt dat het woord none een afkorting is van no one, en dat none dus altijd enkelvoud is. Maar de “regel” dat none altijd het enkelvoud is, is pure onzin. De meervoudsvorm is niet alleen
acceptabel, maar klinkt ook vaak natuurlijker; no one/none of the current management team is good enough to… is natuurlijk correct. Alleen, als je zegt none of the
current management team are good enough to…
accentueert het gebruik van de meervoudsvorm are de incapabiliteit van alle afzonderlijke leden nóg meer.

Kortom, taalsprookjes te over. Het allerbelangrijkste is dat de schrijver zich blijft realiseren voor wie hij nu eigenlijk schrijft. Zo lang u dat in het achterhoofd blijft houden, eindigen sprookjes altijd met: “En zij leefden nog lang en gelukkig…”.

Correctness (20)

Bijna alle Nederlandse rechters doen hun best in de rechtszaal Algemeen Beschaafd
Nederlands te spreken. Maar wat als een rechter dat niet doet? In de Verenigde Staten, als immigratieland toch niet een land waar iedereen alle woorden op precies dezelfde manier uitspreekt, is er regelmatig onrust over hoe rechters bepaalde woorden uitspreken en hoe advocaten daarmee om moeten gaan.

Bekend is bijv. de zaak uit 1993 van advocaat Michael H. Gottesman voor de Amerikaanse Supreme Court waarin opperrechter William H. Rehnquist consequent de naam van Gottesmans cliënt, Daubert, uitsprak als DAWburth ipv. als het Franse dohBAIR. Gottesman was zo slim om Rehnquist niet te corrigeren. In deze zaak overigens, werd de Daubert (spreek dus uit: Dawburth)-standaard vastgesteld waarin enkele regels werden neergelegd die als toetssteen moeten dienen voor het toelaten van wetenschappelijk bewijs.

Het is sowieso niet verstandig om (opper)rechters in Amerika te corrigeren; in het uit 2010 stammende werkje Guide for Counsel in Cases to be argued before the Supreme Court of the United States staat (op blz. 9): “Do not ‘correct’ a Justice unless the matter is essential”. Om Amerikanen een beetje op weg te helpen hoe toch al die moeilijke buitenlandse namen uitgesproken dienen te worden (of in ieder geval: hoe de Supreme Court die uitsprak), heeft de rechtenfaculteit van Yale Law School een Supreme Court pronouncing dictionary online gezet, mét audio-files! Ongetwijfeld serieus bedoeld, maar toch tamelijk hilarisch. Het Nederlandse ‘Berghuis’ wordt hier overigens onvermijdelijk BUHdzjis.

Onlangs nog in Lockhart v. United States sprak opperrechter Elena Kegan het woord
antecedent een aantal malen uit als “an-TESS-a-dent” ipv. het gebruikelijke “an-te-CEE-dent”. James Duane, hoogleraar aan de Regent University School of Law, vertelde zijn studenten later dat de vreemde uitspraak van dit woord Lockharts advocatenteam in een bijna onmogelijke tactische positie bracht: meegaan in de uitspraak met Kegan, of het
woord helemaal niet gebruiken.

En dit terwijl opperrechter Kegan toch vaak zo op haar uitspraak let. Dezelfde James Duane namelijk schreef in 2014 het vermakelijke The Proper Pronunciation of Certiorari, The Supreme Court’s Surprising Six Ways Split over de uitspraak van het woord certiorari (= verzoek tot herziening van het vonnis). Hij komt daar, gezien over de laatste 60 jaar, tot maar liefst ZES verschillende vormen; alle gedaan door de opperrechters van de Supreme Court: sershee-or-RARH-ree (rijmt op Ferrari), sershee-or-RARE-eye (rijmt op fair guy), serhee-or-RARE-ee (rijmt op dairy), sershee-or-ARR-eye (rijmt op far cry) en shersee-ARR-ee (daarbij een hele lettergreep uit het oog verliezend). Alleen Elena Kegan heeft dit in de gaten, en zegt voor certiorari uiterst consequent kortweg: cert.

Ik heb geen idee waar die obsessie over uitspraak van woorden vandaan komt. Ik kan alleen maar gissen dat dit ontstaan is uit de tekstuele traditie van de Amerikaanse rechtspraak: de wet is bedoeld zoals die is geschreven, en dus ook, vermoedelijk, hoe die werd uitgesproken. Alleen raar dat we dan eigenlijk zouden moeten teruggaan naar de tijd waarin Latijn werd geschreven…

Voor de liefhebbers ten slotte twee uitspraak-quizzen: wat is de juist (Amerikaanse) uitspaak van de volgende (2 x 30) juridische woorden. Quiz 1 en Quiz 2. Veel plezier!

PS:
Voor degenen die het nog niet wisten: de juiste uitspraak van het Engelse woord
pronunciation is proNUHNciation…, en niet proNOUNciation zoals wij vaak horen.

Correctness (18)

In 1992 corrigeerde de toenmalige vicepresident van de Verenigde Staten, Dan Quayle, een schooljongen in New Jersey. De jongen schreef potato, dat moest potatoe zijn volgens Quayle (zie hem hier op YouTube in actie). Als u dat grappig vond, dan is de huidige Amerikaanse commander-in-chief de nieuwste barrel of laughs. Al helemaal omdat de beste man veelvuldig schriftelijk communiceert, voornamelijk via Twitter.

De Washington Post, toegegeven, niet een krant die direct de nieuwe president een warm hart toedraagt, heeft onlangs een selectie gemaakt. Zo maakt hij van het Brits-Engelse honour of het Amerikaans-Engelse honor een geheel eigen variant: honer (zowel als
zelfstandig naamwoord als werkwoord). En schrijft (=tweet) hij vaak unpresidented als hij unprecedented (=niet eerder voorgekomen) bedoelt. Unprecedented is in ieder geval zijn tweet: Hillary Clinton should not be given national security briefings in that she is a lose
cannon with extraordinarily bad judgement & insticts
, waar hij in de 140 tekens die hem ter beschikking staan maar liefst drie spel- en/of typfouten maakt: lose (=loose), insticts
(=instincts) en judgement (=, misschien, judgment waarover in een volgende blog meer). Dat hij weet dat er ook een woord loose bestaat, bewijst hij in zijn tweet: Ted Cruz is totally unelectable, if he even gets to run (born in Canada). Will loose big to Hillary. Daar was nou net lose beter. Dat hij dan Lawrence O’Donnell, een journalist, one of the dummer people on television (=dumber) noemt, kan bijna niet anders dan ironisch worden opgevat.

De lijst is nog met veel meer voorbeelden uit te breiden (All of the phony T.V. commercials against me are bought and payed for by SPECIAL INTEREST GROUPS, = paid vind ik zelf wel van een potatoe-achtige dimensie), en zal, als deze blog verschijnt, vast al wel weer langer zijn…

Ook met eigennamen heeft hij wat moeite: Barack wordt Barrack (= kazerne), oud-basketballer en nu coach, Bobby Knight wordt Bobby Night, en onlangs werd Theresa May
omgedoopt in Teresa May, wat speciaal voor de Britten een aardig tintje had, gezien de laatste (die zonder h) een rondborstig oud-soft pornomodel is in Engeland.

Het moet gezegd worden dat hij een aantal spel- en tikfouttweets weer intrekt om ze daarna weer foutloos de wereld in te slingeren. Helaas gaat hem dat niet écht helpen… De in 1978 aangenomen Presidential Records Act stelt nu eenmaal dat álle schriftelijke
communicatie van en aan de president bewaard moet blijven. En (nog meer ironie): deze wet is toentertijd aangenomen met het Watergate-schandaal in het achterhoofd en is
onder Obama uitgebreid tot sociale media als Twitter en Facebook…

U zal misschien denken: “nou ja, dat is één persoon die al die spelfouten maakt, daar komen we wel weer overheen”. Nou, in de officiële White House-lijst van 78 door de media niet- of nauwelijks gerapporteerde (underreported, nieuw woord-alarm!) terroristische aanvallen staat maar liefst 27 keer attaker of attakers in plaats van attacker of attackers, wat, op z’n zachtst gezegd een beetje vreemd is, want de andere 52 keer waren attacker(s) volgens deze lijst de grote boosdoeners. Overigens… één attak vond plaats in het land Denmakr.

PS:
Even voor de duidelijkheid: helemaal niemand is immuun voor typ-, spel- en taalfouten. Zo schreef de schrijver van deze blog afgelopen week: “… het wordt tijd dat wij ons beseffen dat…”. “Beseffen” is géén wederkerend werkwoord. Het moet zijn: “… het wordt tijd dat wij beseffen dat…”. Een vreemde mengelmoes van “beseffen” en  “zich realiseren”. Dick Sluis van FrankfortSluis Advocaten in Haarlem maakte me hierop opmerkzaam. Of, om in de geest van de protagonist van deze blog te blijven: Good laywers, FrankfortSluis, really, really good. The best! Really the best there are. Dankjewel, Dick.

 

Correctness (18)

De Amerikaanse hoogleraar economie, Keith Chen beweert in een TED-talk dat moedertaalsprekers van talen waarin je géén speciale toekomende tijd hoeft te gebruiken (zoals het in het Nederlands: “het regent morgen”) zich financieel beter op de toekomst voorbereiden dan moedertaalsprekers van talen waarin dat niet kan (zoals in het Engels: it will rain tomorrow).

Denk wat u ervan denken wil, maar vaak vragen cursisten ons of er eigenlijk een verschil is tussen will en going to om de toekomende tijd aan te geven. Het antwoord is niet een duidelijk afgetekend ‘ja’ of ‘nee’. Beide vormen verwijzen naar de toekomst en hoewel er een licht verschil is (of liever gezegd: kan zijn) tussen de twee, zal het een native speaker vaak direct duidelijk zijn wat u bedoelt. Maar ook hier geldt de Wet van de Remmende Voorsprong: hoe beter Engels je spreekt, des te meer zal de native speaker denken dat je het verschil(letje) wél weet, en wellicht kan het dan wat wenkbrauwen doen fronsen… Net als bij zo veel dingen, is het in de ear of the beholder en is er niet direct een goed-fout oordeel over te vellen.

Heel in het kort dan maar, en min of meer “officieel”:

GOING TO:

  1. Wanneer je een vooropgezet plan hebt, of ook: als je al vóór het uitspreken weet wat je gaat doen:
  • They‘re going to retire to the beach – in fact they have already bought a little beach house.
  • Yes, I told her I‘m going to help her with that.
  1. Wanneer er duidelijk tekenen of bewijs is dat iets gaat gebeuren:
  • It is going to rain – I just felt a drop.
  • I don’t feel well. I think I‘m going to throw up.
  1. Wanneer iets op het punt staat te gebeuren:
  • Don’t sit on that chair It is going to collapse.

WILL:

  1. Wanneer je een snelle beslissing neemt:
  • Thanks, I will (I’ll) have a beer.
  1. Wanneer je, op het moment van zeggen/schrijven, iets belooft/aanbiedt/dreigt te doen:
  • That looks difficult. I will help you with that.
  • I promise you, I won’t (=will not) tell anyone.
  • I will tell the Board, if you do that.
  1. Wanneer iets of iemand het niet doet:
  • I told him to correct the report, but he won’t (= will not).
  • My car won’t start.

En daar heb je het al… alleen in beide (1) gevallen zou je min of meer zeker van je zaak kunnen zijn. In alle andere gevallen kan je will/going to verwisselen, maar het heeft dan nèt een klein nuanceverschil:

  • My car is not going to start: dat weet je zeker, want dat ding start nooit als het vriest.
  • I told him to correct the report, but he is not going to: dat weet je zeker, want dat heeft hij je in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk gemaakt.
  • I promise you, he is not going to tell anyone: idem dito
  • Don’t sit on that chair, it will collapse: die stoel valt alleen maar als je er op gaat zitten (of, als je dit zegt tegen een enigszins corpulent persoon: … als jíj erop gaat zitten).

En als je bijv. het woordje probably erin verwerkt, dan is op de vraag Are you busy tomorrow? geen verschil tussen I will probably write that proposal en I am probably going to write that proposal. En als je voorspellingen maakt: zolang je woorden gebruikt als think, hope, fear etc. is er  geen verschil tussen: It think it will rain tomorrow en I think it is going to rain tomorrow.

Er zijn dus wel degelijk (subtiele) verschillen, en native speakers zullen die ook horen. Alleen, er zijn heel veel verschillende native speakers en zullen native speakers in Amerika iets sneller going to gebruiken (of liever gezegd: gonna in spreektaal), en wordt will vaak als iets formeler gezien en liever in geschreven vorm dan going to.

Zelfs Nederlands heeft veel verschillende native speakers: in België (en zekere delen van Brabant) wordt ‘gaan’ bijvoorbeeld veel vaker gebruikt om de toekomst aan te geven dan in Nederland, en bovendien nog in combinatie met werkwoorden als hebben en zijn of hulpwerkwoorden als kunnen, mogen, moeten en willen, iets wat in het Nederlands-
Nederlands onacceptabel zou zijn.

Nog even oefenen misschien? Kijk eens hier en hier of hier.

Correctness (17)

In het rijtje “vergeten groenten”, “vergeten steden” (en weet ik wat er allemaal niet is
vergeten, de laatste tijd) nu ook het rijtje “vergeten werkwoordswijzen”; de subjunctief, of de aanvoegende wijs. Bijna vergeten in het Nederlands, maar in het Engels (en met name in het Legal English) nog vaak gebruikt!

Those of you who speak French, Spanish or Italian might be familiar with an area of
grammar called ‘the subjunctive’. Examples of the subjunctive include:

  • If I were you … Why don’t we say ‘If I was you’?
  • God save the King/Queen. Why don’t we say ‘God saves …’?
  • I suggest that he be admitted. Why don’t we say ‘I suggest that he is admitted’?

USE
In language, verbs are used in contexts known as moods. The subjunctive, along with the indicative and imperative, is one such mood. The subjunctive in English is used to form sentences that do not describe known objective facts. These include statements about one’s state of mind, such as opinion, belief, purpose, intention, or desire. The subjunctive mood is also used for statements that are contrary to fact, such as If I were a boy…as
distinguished from If I was a boy.

FORM
The subjunctive is formed with the infinitive (e.g. to be) form of the verb without the ‘to’ (e.g. be). The subjunctive is only noticeable in certain forms and tenses i.e. you would not notice it in the following: it is crucial that you sign the contract today. However, you would notice it in the following: it is crucial that he sign the contract today OR it is crucial that he be informed immediately.

The easiest way to master the subjunctive is to know after which verbs and expressions we use it. For example, we use the subjunctive after the verbs ‘advise’, ‘suggest’ and ‘recommend’:

  • We recommend that Mr Jones    sign    the contract today.
  • We advise  that the client    be    cautioned.
  • We suggest that Company X    reconsider    the offer.
     

Other verbs followed by the subjunctive :
to ask (that); to command (that); to demand (that); to desire (that); to insist (that);
to propose (that); to request (that); to urge (that).

 Expressions followed by the subjunctive:
It is best (that); it is crucial (that); it is desirable (that); it is essential (that); it is imperative (that); it is important (that); it is recommended (that); it is urgent (that); it is vital (that); it is a good idea (that); it is a bad idea (that).

The subjunctive with ‘if’ clauses
We use the subjunctive with ‘if’ clauses that are contrary to fact; for example:

  • If I were you, I would reconsider their proposal. (I am not you)
  • If my grandmother were still alive, she would have something to say about this. (She died)
  • If the CEO were in the office today, everyone would be nervous. (He is not in
    the office)

The verb you would have expected in the above sentences is ‘was’, but this would be
incorrect. It is important to point out that although most educated native speakers would use ‘were’ in the above sentences, ‘was’ is commonly heard; particularly by non-native speakers. Because English is an evolving language, ‘was’ is becoming more acceptable – but we’re not quite there yet for ‘was’ to be accepted in formal contexts.

Many language experts insist that the subjunctive in English is a dying form which might be the case. However, it is very common in formal writing; particularly legal writing.

If you feel like practicing with the subjunctive, please click here (it’s free). But remember that completing an exercise is always much easier than “the real thing”.

Correctness (16)

In deze korte zomercursus grammatica volgt hier Deel 3 (voor Deel 1: klik hier, voor Deel 2, klik hier). We nemen hierna een korte vakantie en keren eind augustus weer terug. Heeft u een onderwerp waar u meer over wil weten? Laat het ons weten. Prettige vakantie en tot in augustus!

  1. The subjunctive

The following are common (and understandable) mistakes:
* We advise that the client reconsiders the offer
* We suggest that Mr Jones signs the contract as soon as possible

It should actually be:
* We advise that the client reconsider the offer
* We suggest that Mr Jones sign the contract as soon as possible.

Use of verbs such as suggest, recommend, propose, request etc. often require the use of a structure known as the Present Subjunctive which is used with verbs that express
opinion, belief, intention and desire. The subjunctive is formed with the base form (or
infinitive without ‘to’) of the verb.

For example:
* We request that the defendant be present at the meeting.
* We recommend that Mr Jones file a complaint.

I can imagine this is a strange concept for a Dutch speaker, but you will be relieved to hear that many native speakers make mistakes with this. I will be writing a more detailed blog on this particular language area in the autumn.

  1. Standard phrases for emails and letters

Business correspondence in English is typified by use of ‘standard phrases’; so standard, that we don’t really like people playing around with them. Dutch writers are prone to
several mistakes with these phrases due to direct translation and a misconceived understanding of their usage. Here are some examples of mistakes I often come across:

Hereby/herewith:
Unlike Dutch, you can start a business email or letter with ‘I’ or ‘we’. Moreover, avoid
archaic words such as ‘hereby’ and ‘herewith’ in modern business correspondence.

  • Hereby I attach …                                         I am attachingOR Please find attached

Send – sent:

  • I have send it by courier.                                 I have sent

The Past Particle of to send is sent, with a -t: to send – sent – sent.

Be so kind as to:
For some reason, a lot of Dutch writers omit the word ‘as’ from this phrase.

  • Would you be so kind to reschedule the meeting?             Would you be so kind as to …    

Look forward to:
An understandable mistake. However, this construction falls into the area of English
grammar known as ‘gerunds and infinitives’. Note that the second verb always takes the gerund from (verb + -ing)

  • I look forward to hear from you                     I look forward to hearing from you.
  • I am looking forward to hear from you      I am looking forward to hearing from you.

Kindly:
Dutch writers are very fond of ‘kindly’. Firstly, it is not very common in business
correspondence. Secondly, if we were to use it, then only in requests e.g. I kindly request that ….

  • Kindly be advised that …                     Please be advised that …
  • I kindly refer to …                                    I would like to refer to…
  • I kindly note the following …             I would like to note the following …

Voldoende geïnformeerd?
I hope to have informed you sufficiently  is not the way to say “Ik hoop u voldoende te hebben geïnformeerd”. This is a direct translation from Dutch. It is much better to write (for
example): Please do not hesitate to contact me should (OR if) you have any further questions.

More on standard phrases? Click here.

Happy writing!