Category Archives: Plain English

Plain English (27)

Het begrip Term of Art is op deze plek al menigmaal gevallen. Voor degenen die het gemist hebben: een Term of Art is: an expresssion which is used by persons skilled in some particular profession, art or science, and which the practioners clearly understand even if the unitiated do not, zoals door advocaat Robert Walker gedefinieerd in de Britse zaak Skerritts of Nottingham Ltd. v Secretary of State For Environment, Transport and Regions. Met andere woorden: een woord of uitdrukking met een vaste “technische” betekenis, onafhankelijk van context en moeilijk op een andere manier onder woorden te brengen.  Het fenomeen Term of Art is dus niet exclusief aan juristen; alle andere beroepsgroepen maken gebruik van Term of Art.

Voorbeelden van (Engelstalige) juridische Terms of Art zijn bijv.: bailment (het overdragen van eigendom op voorwaarde dat de ontvanger er op een bepaalde manier mee omgaat), easement (het recht om land te gebruiken voor een gelimiteerd doel, zoals bijv. het recht op overpad), escrow (een op een bepaalde manier afgesloten akte), en u weet er zelf best ook een aantal te noemen. Al in 1628 beschreef Lord Coke juridische Terms of Art (toen nog: vocabula artis) als so apt and significant to express the true sense of the laws, and so woven in the laws themselves, as it is in a manner impossible to change them.

Allemaal leuk en aardig (laat die juristen maar hun eigen taaltje ontwikkelen, zou je
kunnen zeggen), veel ingewikkelder wordt het als precies dezelfde woorden in het Juristenengels (als Term of Art) en in het ‘gewone’ Engels, naast elkaar bestaan. Voorbeelden hiervan? Action (= activiteit én gerechtelijke procedure), consideration (= afweging én iets van waarde dat staat tegenover een belofte), demise (= dood, ondergang én lease), to determine (= beslissen én ergens een eind aan maken), instrument (= werktuig én document), without prejudice (met name als kopje boven een document) (= zonder vooroordeel én iets dat later niet in de rechtbank gebruikt kan worden) (hier meer
hierover)
specification (specificatie/opgave én misschien wel/niet: vermenging (hier meer hierover).

Het is daarom niet verwonderlijk dat men zich steeds vaker afvraagt wat men met die Terms of Art aan moet. De ene kant zegt: helemaal niets aan doen; die kant rechtvaardigt zich door te stellen dat je anders geen recht doet aan eeuwen en eeuwen aan case law waarin bepaalde woorden en termen een pure juridische functie hebben gekregen. Bovendien, zo stellen zij, is het aantal Terms of Art proportioneel zó klein dat het probleem niet overdreven moet worden. Dat laatste klopt ook eigenlijk wel: niet meer dan 3%
volgens een onderzoek uit 1985: Legalese and the Myth of Case Precedent. De andere kant vindt echter dat duidelijke en begrijpelijke “communicatie” boven alles gaat, legal writing of niet. Er zijn, zo stellen zij, grofweg vier technieken om met Terms of Art om te gaan.

Techniek 1: Vervang iedere Term of Art door een Plain English-equivalent. Voorstanders van deze techniek zetten al hun troeven op ‘begrijpelijkheid’: als de lezer het niet begrijpt, zoek dan een equivalent dat de lezer wél begrijpt. Dit vergt wel erg veel verantwoordelijkheid van de schrijver want dat equivalent moét ook alle juridische nuances van het origineel in zich hebben.

Techniek 2: Behoud de term, maar verklaar die tegelijkertijd. Voorbeeld: A & B are liable jointly and severally (that is, they are liable together and separately). Of andersom: A & B are liable separately and together (known as joint and several liability). (Lees hier meer over jointly and severally).

Techniek 3: Verklaar de Term of Art in een begeleidend woordenlijstje. Zorg er dan alleen voor dat het niet in de Definities terecht komt… alleen maar een uitleg.

Techniek 4: Gebruik de Term of Art in een titelkopje, maar gebruik verder Plain English in de tekst. Deze techniek kan wat lastig zijn omdat de niet-juridisch onderlegde lezer niet hoeft te begrijpen dat de Plain English-tekst een uitwerking is van de juridische implicaties van het titelkopje.

In Nederland hebben we gelukkig niet heel veel last van Terms of Art. Er bestaat natuurlijk veel juridisch jargon, maar dat is wat anders dan een Term of Art (dat wist George Orwell ons al te vertellen) . Er zijn allerlei initiatieven om het gebruik van jargon tegen te gaan, laatst nog door de KNB bijvoorbeeld. Maar veel belangrijker is dat de Anglo-Amerikaanse rechtspraak zó veel meer waarde hecht aan woorden dan de Nederlandse, civil law-rechtspraak. Daarnaast… door Nederlandse advocaten geschreven Engelstalige teksten vallen (meestal) toch niet onder Anglo-Amerikaans recht, en om zich nog verder juridisch in te dekken geven Nederlandse advocaten vaak wat ze eigenlijk bedoelen te zeggen tussen haakjes het Nederlandse equivalent in hun Engelstalige correspondentie. Voorbeeld uit een pre-Course Task: Liability for tort (onrechtmatige daad) committed by the Exempted Company is not covered by the 403-declaration (403-verklaring). Als je dat doet, overigens, zorg dan wel voor enige consistentie; in hetzelfde stuk staat later:
403-statement ipv. 403-declaration

En als Nederlandse advocaten zich helemaal vastdraaien, dan Haviltexen ze zich er wel weer onder uit… de Geest van de Wet is nog altijd belangrijker dan de Letter van dezelfde…

 

Plain English (26)

Er is nog steeds geen duidelijkheid of AstraZeneca nou genoeg van “onze” vaccins gaat
leveren of niet. Vorige week hadden we het in deze blog over de woorden reasonable best efforts in het contract tussen AstraZeneca en de Europese Unie. Juist die gebruikte
woorden openden een juridische doos van Pandora voor allerlei mogelijke juridische steekspelletjes.

Nu iedereen tijd heeft gehad om het openbaar gemaakte contract eens goed te lezen,
blijken er nog veel meer haken en ogen te zitten aan het taalgebruik in dit contract. Een
ander teer (dwz. juridisch omstreden) punt is bijv. hoofdstuk 13 in het bewuste contract, ofwel: Representations and Warranties.

Hoofdstuk 13.1 begint al gelijk met: AstraZeneca represents, warrants and covenants to the Commission and the Participating Member States that … De woorden represents, warrants and covenants worden vaak vertaald met “verklaart, garandeert en komt overeen”. Hét grote struikelblok is hier dat in één adem verschillende contracttaalcategorieën bij elkaar worden geveegd: the language of declararion, the language of obligation en the language of agreement (naar analogie van Kenneth Adams in A Manual of Style for Contract Drafting). Met alle mogelijke verwarring van dien. En “verwarring” moet, juist in contracten, zoveel mogelijk vermeden worden.

We hebben hier al eens geschreven over het werkwoord to warrant in een (common law)
juridische setting. We schreven toen “to warrant in het common law-contractenrecht betekent veel eerder: to promise, “beloven” dus. Het is dus heel pertinent niét een
contractuele voorwaarde. Als die belofte (warrant) om de een of andere reden niet wordt nagekomen, dan heeft de benadeelde partij eventueel recht op een zekere vorm van
compensatie (welke vorm, dat staat nog gerechtelijk te bezien), maar het contract kan niet worden verbroken”.

OPLOSSING/ALTERNATIEF: Je zou alles wat je ‘warrants’ wilt aangeven, gewoon samen kunnen voegen onder een nieuw hoofdstukje. Dit noem je dan ‘Warranties’ en daar schrijf je op wat de verkoper en de koper een goed idee vinden om te doen als ergens iets mis loopt.

Het werkwoord to represent betekent niets meer of minder dan gewoon een ‘vaststelling van een feit’, ‘een feitelijke verklaring’ (a statement of a fact). Sommige tekstverklaarders gaan zelfs uit dat het een positieve benaming is van de eerder bestaande term:
misrepresentation. Misrepresentation verwijst niet naar onbevoegde vertegenwoordiging maar is een mededeling die niet juist is, een beetje te vergelijken met onze ‘dwaling’ of zelfs (als het een fraudulent misrepresentation is) ‘bedrog’. (Overigens een uitstekend
voorbeeld van een zgn. False Friend)
. Paragraaf 13.1 (e), waar afstand genomen wordt van enige verantwoording waar iets fout kan gaan, botst met zo’n ‘feitelijke verklaring’. Een
feitelijke verklaring is óf juist óf onjuist – het kan niet onjuist wórden. Het kan natuurlijk dat AstraZeneca niet genoeg vaccins kan leveren (om welke reden dan ook), maar dat is een toekomstig feit en hoort hier niet onder respresentations.

OPLOSSING/ALTERNATIEF: Je zou represents zonder meer kunnen vervangen door welk werkwoord met dezelfde betekenis dan ook (bijv.  says, utters, proclaimes etc.), maar de meest voor de hand liggende zou zijn: states.

Het werkwoord to covenant (‘overeenkomen’) dat AstraZeneca er, als klap op de vuurpijl, ook nog eens aan toevoegt, is een woord dat al sinds mensenheugenis in contracten al helemaal nooit meer gebruikt wordt. Het is volledig overbodig en leeft eigenlijk alleen maar voort als sjiek zelfstandig naamwoord ‘covenant’ (ook in het Nederlands).

OPLOSSING/ ALTERNATIEF: vergeet dat extra werkwoord; het is al een contract, dus waarom zou je dat nog eens verklaren? Hetzelfde geldt overigens ook voor de woorden die je ook wel eens ziet: X represents, warrants, covenants and agrees that… (Een contract is geen thesaurus!)

Het grote struikelblok nu is dat álle bepalingen in een contract onder een kopje Representations and Warranties (dus ook in het AstraZeneca-contract, Hoofdstuk 13), tegelijkertijd beloftes áls een vaststelling van feiten zijn. Normaal gesproken zou dit niet veel problemen op hoeven te leveren: “zo is het toch altijd gegaan”….? Maar nu, in
coronatijden?

Het mooie (want tevens: onbegrijpelijke) aan dit soort taalgebruik is de hardnekkigheid waarmee iedereen maar steeds vast blijft houden aan traditionele bewoordingen als
represents, warrants and covenants of hoofdstukken met titels als Representations and Warranties. Advocaten en anderen die met contracten werken moeten in gedachten houden dat ze de kudde niet hoeven te volgen als het gaat om contracten. De enige mensen die u moet overtuigen, zijn degenen aan uw kant van de transactie en aan de
andere kant van de transactie. De uitdrukking Representations and Warranties wordt dan wel telkens te pas en te onpas klakkeloos  gebruikt, je kan contractuele bepalingen ook een stuk eenvoudiger en vooral: éénduidiger, maken en zo het contractproza naar een
moderne tijd brengen.

En wie weet, geeft alle commotie rond juist dít contract ook de Plain English Movement weer een zetje in de juiste richting. Nieuwe Tijden!

Plain English (25)

Sympathieke jongens (én meisjes), die notarissen. Eind 2019 werkte de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie aan een strategiedocument 2020-2025. “Bij het bepalen van onze strategie spelen ook de verwachtingen en behoeften van de cliënten een grote rol”, zo zei KNB-voorzitter Nick van Buitenen in het Notariaat Magazine 10, 2019. “Opvallend”, vond hij, “is dat alle groepen waarde hechten aan duidelijke en begrijpelijke taal”.

Nog geen jaar later, start op 9 november een nieuwe online campagne onder de naam: “Hé notaris, vertaal ‘s!”. Op www.notaris.nl/vertaal kunnen mensen notariële termen vertalen naar gewone mensentaal. En om te laten zien dat notarissen reuze-modern zijn en toch heus met hun tijd meegaan wordt de campagne ondersteund op sociale media als Facebook, Instagram (#NotarisTaal) en YouTube.

Afgezien van die wat al te overdreven woordspelige naam van die campagne, een waarlijk sympathiek gebaar…. Maar zou het ook helpen?

Als je eens naar www.notaris.nl/vertaal gaat, dan zie je een flinke hoeveelheid “notariële termen” die worden uitgelegd, soms zelfs ondersteund met aanstekelijke filmpjes. Waarom soms wel die filmpjes en (meestal) niet, blijft eventjes de vraag, maar goed…. Termen als “vaststellingsovereenkomst”, “pandrecht” en “ouderlijk vruchtgenot” (overigens één van mijn favorieten) passeren de revue en worden vrij duidelijk uitgelegd. Je vraagt je alleen af of mensen die worstelen met “homologatie” of “sommenverzekering” niet gewoon even Googelen of in de Van Dale opzoeken.

Het gaat in al die gevallen dus over zgn. Terms of Art (ofwel: juridische vaktaal).  En Angelsaksische critici betogen dat juristen veel te vaak betogen dat achter deze Terms of Art onwrikbare juridische vraagstukken zitten. In zijn boek Elements of Legal Style, bijvoorbeeld, schat Bryan A. Garner dat er maar zo’n 40-50 woorden als échte Terms of Art kunnen worden beschouwd. Bovendien schrijft Kenneth Adams in zijn A Manual of Style for Contract Drafting: Eliminating archaisms, magic words and terms of art goes a long way turning traditional contract prose into a specialized version of standard English – the English used by educated native English speakers. That’s what you should aim for. En tenslotte geeft  Joseph Kimble in zijn boek Seeing Through Legalese  talloze voorbeelden van hertalingen van Federal Rules of Civil Procedure (FRCP) in begrijpelijk Engels (de Anglosaksische tegenhanger van Van Buitenens “gewone mensentaal”) zónder dat daarbij aan juridische grondbeginselen wordt gemorreld.

Grappig genoeg worden in www.notaris.nl/vertaal ook een aantal woorden behandeld die geen (veronderstelde) Terms of Art zijn, maar wél vallen onder notarieel jargon, voorbeelden hiervan zijn:  “onderscheidenlijk” of “onderhavig”. Bij “onderhavig” staat bijv.: “Meestal betekent het gewoon dit of deze”. De website van de Nederlandse Taalunie zegt hier echter over: “Is het onderhavige besluit synoniem met dit besluit? Nee. Onderhavig betekent: ‘wat hier behandeld wordt, ter sprake komt’. Onderhavig kan alleen worden
gebruikt in de betekenis ‘waarvan op het ogenblik sprake is'”. In het Engels wordt voor
“onderhavig” overigens vaak present, of ook wel: current, gebruikt, maar net zo vaak lees je gewoon: this.

Afgezien van het feit dat dit m.i. een flinterdun, artificieel onderscheid is, vraag ik me af waarom de niettegenstaandes, de desalniettemins, de veronderstellenderwijzen en de mitsdiens, dan niet in www.notaris.nl/vertaal staan?

Kortom, een verklarende woordenlijst, al dan niet ondersteund door hippe clipjes, is een eerste muizenstapje in de richting van de “duidelijke en begrijpelijke taal” die Van Buitenen voor ogen staat. Waarom streeft de KNB niet veel meer naar het rigoureus het mes te zetten in zowel jargon áls vaktaal? Daarnaast valt er veel meer een veel grotere begripswinst te halen door aanpassingen in bijv. zins- en alinealengte, tekststructuur, indeling, opmaak, opbouw, kopjes, in- of uitleidingen, samenvattingen, enz. enz. Talloze onderzoeken in binnen- en buitenland wijzen in die (of: in onderhavige?) richting.

Dus om de eerdere vraag “zou het ook helpen?” te beantwoorden:

In eerste instantie, JA, het helpt om een (nogmaals:) sympathiek beeld van een notaris te schetsen, iemand die best wel weet dat er vaak en veel “moeilijke woorden” gebruikt moeten worden, maar dat-ie daar zélf ook niet veel aan kan doen, want zo heten die “moeilijke notariële dingen nou eenmaal”, en dat-ie zich in zal spannen om het zo goed en kwaad als mogelijk uit te leggen in “duidelijke en begrijpelijke taal”.

Maar tegelijkertijd ook een dikke NEE, er zijn zo veel andere manieren om teksten (ja, óók notariële teksten) begrijpelijker te maken.

Het blijft behelpen.

Plain English (24)

Er is al vaak geschreven over de begrijpelijkheid van contracten voor de “gewone” lezer. Daarbij wordt dan vaak onder “gewone lezer” verstaan: de niet-juridisch onderlegde
ondertekenaar. Veel minder vaak lees je opmerkingen over de begrijpelijkheid van overeenkomsten e.d. tussen juristen onderling, maar dat kan een beroepsdeformatie zijn. Of misschien begrijpt de ene jurist de andere gewoon veel sneller omdat zij min of meer dezelfde taal gebruiken, kan ook…

Resultaten van een onderzoek van Van Boom, Desmet en Van Dam uit 2016, gepubliceerd in het tijdsschrift Journal of Consumer Policy komen overeen met soortgelijk onderzoek in Engelstalige landen. In het artikel “If It’s Easy to Read, It’s Easy to Claim”—The Effect of the Readability of Insurance Contracts on Consumer Expectations and Conflict Behaviour”   (hier helemaal te lezen) concluderen zij dat “gemakkelijker leesbare contracten het vertrouwen versterken, maar dat ze ook een inherent aspect van vertrouwen laten zien, namelijk hogere verwachtingen”. Hetgeen kán resulteren dat consumenten eerder bereid zijn om te claimen of gerechtelijke stappen te ondernemen, óók als dat weinig zin heeft.

Een tweesnijdend zwaard dus, die roep om vereenvoudiging van juridische documentatie op consumentenmarkten, zoals standaardcontractvoorwaarden en bijv. licentie-voorwaarden. Het is daarom interessant om te zien wat de gevolgen zijn als een instantie nu eens écht de daad bij het woord voegt en “iets juridisch” in klip-en-klare-taal op hun website zet.

Zo heeft de BBC onlangs aangekondigd dat het 16.000 geluidseffecten uit hun archief beschikbaar stelt. De geluidseffecten zijn geordend per categorie, dus als u een sfeer wilt creëren met het geluid van watervallen , hamers  of misthoorns (of maar eens wat te
noemen) om bijv. uw blog te verlevendigen, dan is daar een geluidseffect voor. De voorwaarden (de zgn. licensing terms) waarop deze geluiden voor niet-commercieel gebruik beschikbaar zijn gemaakt, zijn hier te vinden. Het verrassende is dat die voorwaarden (geschreven zijn in een losse, niet-juridische stijl, alsof een journalist ze had geschreven – maar wel iemand die ervoor heeft gezorgd dat de belangrijkste juridische punten aan bod komen. Hier is een voorbeeld – clausule 10 C van de voorwaarden.

10. Mishaps (sowieso een vriendelijk klinkend eufemisme voor ‘wangedrag’ of
‘aansprakelijkheid’)
We take great care to make our content the best it can be. So, if something does go wrong, we are responsible only (…)

c.  If you’re an individual “consumer” and it would be unfair for us to not be held responsible.        Otherwise, we’re not liable for anything that happens if:

  • You rely on advice, data, commentary, opinions or any other content
  • There are errors, omissions, interruptions, delays, bugs or viruses
  • We turn off or remove content, services, external links or creations (we’d normally only do this for legal reasons)
  • The thing that happens couldn’t reasonably have been foreseen
  • The thing that happens wouldn’t usually result from the mishap. You and we hadn’t agreed that this thing would probably happen in the event of a mishap This applies to sites we link to as well as our content and services.

De laatste twee punten zijn een briljante samenvatting van één van de pilaren van het Anglo-Amerikaanse contractenrecht: Hadley v Baxendale uit 1854. Het stelt de leidende regel voor het bepalen van gevolgschade bij contractbreuk: een inbreukmakende partij is aansprakelijk voor alle verliezen die de contractpartijen hadden moeten voorzien, maar is niet aansprakelijk voor eventuele verliezen die de inbreukmakende partij niet had kunnen voorzien op basis van de beschikbare informatie. En dit principe wordt zo, simpel en duidelijk, in “klare taal” uiteengezet.

Natuurlijk is er van alles nog wat op die “hertaling” aan te merken. Is het woordgebruik bijv. niet wat ál te simpel? Zou het in een business-to-business omgeving worden
geaccepteerd? Is het écht juridisch sluitend? Enz. enz.

Maar de toon en de stijl waarin deze licensing terms zijn gesteld zijn dusdanig verfrissend dat het in ieder geval opvalt. En je moet toch ergens beginnen, nietwaar?

Plain English (23)

Ook in Nederland wordt de roep om “begrijpelijke” taal in de juridische wereld steeds
luider. Kijk maar eens naar de volgende voorbeelden van de afgelopen tijd.

Om mee te beginnen liet de Hoge Raad ons weten dat ze nu anderhalf jaar aan de slag waren met het  project ‘Helder Recht’. Dit project is gericht op heldere, begrijpelijke en goed leesbare uitspraken, zodat de overwegingen en de beslissingen helder en trefzeker worden voor “het publiek”. Drijvende kracht achter dit alles is de (nog even) President van de Hoge Raad, Maarten Feteris. Feteris riep in zijn installatierede al op om: “ons in te
spannen om de taal waarin wij onze beslissingen overbrengen helder te houden, en het daarmee niet nog ingewikkelder, niet nodeloos ingewikkeld te maken. Het kan soms wel wat minder plechtstatig, dat maakt de boodschap alleen maar krachtiger”.

Het project heeft zijn eerste vruchten afgeworpen door nieuwe tekst van de afdoening van zaken door toepassing van artikel 80a van de Wet op de Rechterlijke Organisatie (Wet RO) en artikel 81 Wet RO waarin archaïsche woorden als ‘nopen’, ‘behoeven’ en ‘klaarblijkelijk’ uit zijn verdwenen. (lees hier meer).

Dit ontlokte een reactie van de stafjurist van de rechtbank Gelderland, Kees Lewin. Hij schreef een artikel in het Nederlands Juristenblad (NJB): ‘Leesbare civiele vonnissen’, en werd naar aanleiding hiervan geïnterviewd door het tijdschrift Mr.  In zijn artikel betoogt hij dat er grenzen zijn aan de mogelijkheden civiele vonnissen toegankelijk te maken voor een breed publiek.

In grote lijnen vertonen deze discussies opmerkelijke overeenkomsten met discussies die al tientallen jaren spelen in de Anglo-Amerikaanse juridische wereld. Iedere keer als er nieuwe regels van kracht worden om juridische teksten “begrijpelijker” te maken, klimmen er tientallen juristen in de pen/laptop/twitter om te beweren dat het juridische discourse zich helemaal niet leent voor begrijpelijkheid (tenminste… voor begrijpelijkheid voor
juridisch niet-onderlegden). Lees alleen maar het uitstekende verslag door Joseph Kimble over het ‘hertalen’ van de Federal Rules of Civil Procedure (FRCP), in begrijpelijk Engels (Plain English) in zijn boek Seeing Through Legalese  waarin hij één voor één alle
tegenwerpingen van ‘traditionele’juristen fileert, geïllustreerd met tal van voorbeelden.

Er is echter één groot verschil tussen Anglo-Amerikaanse traditonialists en Kees Lewin; ook Lewin namelijk ziet de voordelen het vermijden van de niettegenstaandes, de
desalniettemins, de mitsdiens, de veronderstellenderwijzen en de vexatoirs. En hij ziet ook dat een veel grotere begripswinst te halen valt door aanpassingen in bijv. zinslengte, tekststructuur, indeling, opmaak, opbouw, kopjes, in- of uitleidingen, samenvattingen, enz. Daarnaast maakt Lewin een verschil tussen “jargon” en “technische vaktaal”, waarbij hij de niettegenstaandes etc. categoriseert onder “jargon” (en dus liever te vermijden). “Vaktermen” is wat in het Legal English de zgn. Terms of Art zijn. Héél origineel is dit niet van Lewin (lees bijv. hetzelfde onderscheid dat George Orwell al maakte), maar het is in ieder geval een aanzet tot bewustwording.

Dé grote vraag (enigszins onterecht, want er zijn nog zoveel meer manieren om teksten
begrijpelijker te maken, zie boven) waar het altijd weer om lijkt te draaien, is of die zgn. “vaktermen”/Terms of Art in “begrijpelijke taal” omgezet kunnen worden. En dat natuurlijk “omdat die vaktermen onlosmakelijk zijn verbonden met de leerstukken van het geldende recht”, en “omdat iemand die gericht in jurisprudentie zoekt op die manier niets meer kan vinden en ook omdat een vonnis pas écht onleesbaar wordt als je alle vaktermen gaat vertalen” (citaten Lewin).

Nu valt juist dát nog te bezien; in zijn boek Elements of Legal Style schat Bryan A. Garner dat er maar zo’n 40-50 woorden als échte Term of Art kunnen worden bezien. En Kenneth Adams schrijft in zijn, hier vaak geciteerde A Manual of Style for Contract Drafting: Eliminating archaisms, magic words and terms of art goes a long way turning traditional contract prose into a specialized version of standard English – the English used by educated native English speakers. That’s what you should aim for.

En dat is precies waar het KNB in haar nieuwe taalrubriek Wablief?!  in het februari-nummer van het Notariaat Magazine uit is. In deze zeer te prijzen taalrubriek staat deze (eerste) keer een (passage uit een hypotheek)akte centraal. Hoe ziet die er nu uit, hoe ziet die tekst eruit nadat die door een notaris door de “begrijpelijke taal”-molen is gehaald, en hoe ziet die eruit als een communicatiespecialist daar weer naar heeft gekeken? Hulde!! Lees die rubriek!!! (meld u hier aan om de KNB-nieuwsbrief en de rubriek Wablief?! te
kunnen lezen
).

Plain English (22)

Laatst was ik in een restaurant in Engeland. Ik kreeg een menukaart voorgeschoteld waar de namen van de gerechten luidden: poultry, beef, venison, mutton, en pork. In de
beschrijvingen echter werd chicken, cow, deer, sheep en pig gebruikt. Wat was hier aan de hand? En wat kreeg ik nou te eten?

Nederlandstaligen staan op hun achterste benen als er weer eens te veel Engels gebruikt wordt in een Nederlandstalige omgeving (reclames, management speak, straattaal, of zelfs -oh horror- op universiteiten). De klagers hebben waarschijnlijk niet door dat de taal
‘Engels’ zoals we die nu kennen, op zich eigenlijk ook een mengtaaltje is.

Zoals iedere levende taal bestaat het Engels uit (eventueel: verbasteringen van) woorden uit allerlei andere talen, maar de belangrijkste bronnen zijn het Angelsaksisch (of ook: Oud-Engels) en het Latijn, of iets breder: het Romaans. In de 13e eeuw begon het Frans (een Romaanse taal, dus) aan het Engelse hof en in Engelse rechtbanken het Angelsaksisch te verdringen. Zo’n twee eeuwen later begon het Angelsaksisch weer terug te kruipen. Te laat om het weer echt Angelsaksisch te noemen, dus dan maar ‘Engels’. Ik bespaar u de geschiedenisles, maar het hoe, wat en wanneer is na te lezen in The Stories of English van David Crystal.

Het Angelsaksisch en het ‘Romaans’ zijn zó met elkaar verweven tot wat wij nu ‘Engels’ noemen dat niemand het verschil meer ziet. Niemand? Nee, een heel klein groepje mensen (waaronder veel Plain English-volgers en speechschrijvers) weet hier nog mee te spelen. Abraham Lincoln in zijn House Divided Speech: I do not expect the Union to be dissolved; I do not expect the house to fall: twee keer hetzelfde, maar het chique, officiële en hoogdravende eerste (Romaanse) zinsdeel wordt afgesloten met een stevige, korte, down-to-earth Angelsaksisch zinnetje. Winston Churchill doet het andersom:  I have nothing to offer but blood, toil, tears, and sweat. We have before us an ordeal of the most grievous kind. De “echte”, fysieke opofferingen (de Angelsaksische blood, toil, tears en sweat) worden
verbonden met abstracte concepten (ordeal, grievous) met een Romaanse achtergrond.

Niemand, echter, zal het in zijn hoofd halen om te beweren dat de woorden Union,
dissolved, ordeal, grievous
geen échte Engels woorden zijn. Het enige wat we (enigszins generaliserend) kunnen opmerken, is dat Engelse woorden met een Angelsaksische achtergrond een stuk korter zijn, vaak maar één lettergreep, ze ‘harder’ klinken, meer
concreet en minder formeel zijn, terwijl de Engelse woorden met een Romaanse achtergrond langer zijn, “zachter”, poëtischer en meer omfloerst,  verbloemender en officiëler. (Was dit misschien waar het restaurant in de eerste zin op uit was?). Met andere woorden: precies de reden waarom zoveel legal writers uit het Plain English-team een voorkeur hebben voor de Angelsaksische variant. Onder die legal writers vallen opperrechters aan het U.S. Supreme Court. Justice Robert Jackson in Gitlow v. New York,  268 U.S. 652, 673: The best advocates will master the short Saxon word that pierces the mind like a spear . . . Of Justice Wiley B. Rutledge in United States v. Schwimmer, 279 U.S. 644, 655: A healthy respect for the robust Anglo-Saxon appeals more than does the Latin . . . .

In een common law-rechtssysteem (als het Britse en het Amerikaanse) waarin taal zo’n veel grotere rol speelt dan in een civil law-rechtssysteem (als het Nederlandse) is het echter nog niet zo makkelijk om van die Romaanse woorden af te komen. In de 14- en 15-eeuwse ‘overgangsperiode’ wisten schrijvers van juridische teksten (wetten, contracten, vonnissen etc.) niet precies waar ze voor moesten kiezen en heel vaak kozen ze daarom maar om voor beide te gaan: goods and chattels, agree and covenant, cease and desist, due and payable, hold harmless and indemnify, sell and convey, agree and covenant, cease and desist, will and
testament sell and convey, indemnify and hold harmless
om er maar eens een paar uit de losse pols op te sommen. Dat deze oplossing 600 jaar later nog tot veel rechtszaken zou
leiden, konden ze toen niet bevroeden…

Volgende week kom ik hierop terug. Voor nu is het misschien eens waard om te bedenken dat al die Engelse woorden van Romaanse afkomst (schattingen zeggen rond 45% van de Engelse woordenschat…) goed passen in het hele Brexit-proces. Dat Europa met z’n
verwijfd, week, slap, verhullend en verraderlijke taalgebruik! En om eens goed op te letten welke woorden  bijv. Nigel Farage gebruikt in zijn speeches, en welke met opzet niet… Over bij het vallen van de avond hun vleugels spreidende uilen van Minerva opvallend genoeg in ieder geval niet.

Plain English (21)

Plompverloren propageren wij op deze plaats iedere keer maar weer dat het gebruik van Plain English (het equivalent van Helder Nederlands) goed is voor een beter (publieks)
begrip van allerhande juridische beslommeringen. En zoals wij keer op keer op deze plaats
schrijven, laten veel (Engelse, Amerikaanse, Australische enz.) rechters in hun vonnissen de (on)begrijpelijkheid van al te juridisch taalgebruik dan ook vaak zwaar meetellen. Maar niet alles is rozengeur en maneschijn in Plain English-land. Twee voorbeelden.

Slapende op de bank bij zijn grootouders in het Canadese Brits-Columbia raakte in 2012 de 15-jarige Matthew Araujo zwaargewond door een brandbom die in het huis van zijn grootouders werd gegooid. Prompt klaagde hij zijn grootouders aan op grond van bodily
injury on the ground of neglicence
; zijn grootouders hadden hem niet verteld dat een soortgelijke aanval de week daarvoor ook al was gebeurd. De grootouders haalden er de
verzekeringspolis bij waarin stond: We do not insure claims made against you arising from bodily injury to you or to any person residing in your household other that a residence
employee
(mijn onderstreping). De definitie-pagina van de polis vermeldt onder You/Your: … means the person(s) named as Insured on the Coverage Summary Page and, while living in the same household: his or her spouse, the relatives of either and any person under 21 in their care.

Naast de twee brandbommen in het Araujo-huishouden ontbrandde een juridische strijd (vastgelegd in Royal & Sun Alliance Insurance v. Araujo 2010 BCSC 1203) Hun polis was juist vóór het incident “herschreven” in Plain English. Het voornaamste struikelblok daarin bleken de woorden you en your: “You” is confusing. It can refer to each insured making the claim or any insured under the policy. I appreciate the objective of “plain language”
contracts but the use of pronouns such as “you” and “your” are inherently ambiguous and the application of a definition that uses them invites ambiguity where the court is asked to
interpret which “you” is being referred to in each context. In this Policy, I consider the use of the definition of “you” and “your” in the exclusion clause to be ambiguous,
zo schreef de rechter in haar vonnis. Beter was het geweest als de oorspronkelijke “Named insured” en “Unnamed insured” waren blijven staan.

En ook in Canada bestaat de zgn. “contra proferentem doctrine”, een rechtsbeginsel dat stelt dat een onduidelijke bepaling in een overeenkomst uitgelegd moet worden in het nadeel van de opsteller.

Hoe het nu met de familiaire relaties bij de Araujos is gesteld is, weet ik niet, maar een
andere familie, de familie Graham, dacht dat ze een goede kans hadden met de Plain
English
vertaling van hun huizenverzekering toen hun huis in mei 1980 in een modderstroom verdween. Ongelukkigerwijs vermeldde de polis van hun verzekerings-
maatschappij, de Public Employees Mutual Insurance Company (PIMCO)  vóór 1 maart van hetzelfde jaar: This policy does not insure against loss: 1.(…) 2. caused by, resulting from, contributed to or aggravated by any earth movement, including but not limited to earthquake, volcanic eruption, landslide, mudflow, earth sinking, rising or shifting; unless loss by fire, explosion or breakage of glass.Onder druk van de Plain English-movement luidde de clausule ná 1 maart van hetzelfde jaar echter We do not cover loss resulting directly or indirectly from: 1. (…) 2. Earth Movement. Direct loss by fire, explosion, theft, or breakage of glass or safety glazing materials resulting from earth movement is covered. 2½ maand later barst de nabijgelegen vulkaan Mount St. Helens uit…

Was Mount St. Helens een half jaartje eerder uitgebarsten, dan was het een uitgemaakte zaak geweest: vergeet de verzekeringsuitkering. Maar met het weglaten van de (mogelijke) voorbeelden als including but not limited to earthquake, volcanic eruption, landslide,
mudflow, earth sinking, rising or shifting
dachten de Grahams hun kans schoon te zien. Hier na te lezen.

Misschien komen we hier later nog wel eens op terug (het woord explosion in die polis bijv. biedt ook een interessante kijk op dingen), maar met simpelweg verPlainEnglishen van wetten en contracten zijn we er dus nog lang niet. Je moet er altijd voor zorgen dat de
bedoelde juridische implicaties behouden blijven!!

Plain English (20)

Vorige week schreven wij dat je de woorden jointly and severally (voor het Nederlandse “hoofdelijk”) in contracten makkelijk (d.w.z. zonder juridische consequenties) kan
vervangen door meer begrijpelijke woorden zoals bijv. together and seperately . Veel mensen denken dat het bij Plain English (of Klare Taal in het Nederlands) hierom draait: het vervangen van “moeilijke” woorden door woorden die iedereen (zogenaamd) begrijpt. Als dat het geval zou zijn, dan is het makkelijk zat…

De Canadese psychologen Masson en Waldron onderzochten hoe contracten met niet-juridisch onderlegd publiek (zoals hypotheekaktes e.d.) leesbaarder, of in ieder geval,
begrijpelijker gemaakt konden worden. Hun bevindingen kunt u lezen in hun artikel
Comprehension of Legal Contracts by Non-Experts: Effectiveness of Plain Language
Redrafting
, in het tijdschrift Applied Cognitive Psychology.

Masson en Waldron gebruikten vier juridische documenten: 1) het originele document, 2) als nr. 1 waar alle archaïsche woorden (bijv. hereinafter, etc.) uit verdwenen waren, 3) als nr. 2 maar dan waar lange zinnen in kortere zinnen werden opgeknipt, de passieve vorm werd veranderd in een actieve vorm, moeilijke woorden werden vervangen door
eenvoudigere en referenties naar de contractpartijen (mortgagor, morgagee etc.) werden vervangen door you en we, en 4) als nr. 3 maar dan met een uitleg van de juridische
terminologie. Het begrip van de lezers (allen leken op dit gebied) werd getest door de leestijd te meten, door zowel open als meerkeuzevragen te stellen en door lezers te vragen sommige alinea’s in eigen woorden te parafraseren.

Het is waarschijnlijk niet verrassend dat met name Versie 3 voor de lezers een stuk
begrijpelijker was. Echter, hoevéél begrijpelijker viel de onderzoekers tegen. Versie 4 (met uitleg over juridische begrippen) zou voor nóg meer begrip moeten hebben leiden, maar de onderzoeksresultaten van Versie 4 wijken nauwelijks af van Versie 3. Evenmin als het (te verwachten verbeterde) begrip van Versie 2 t.o.v. Versie 1.

Het gaat dus niet alléén over (archaïsche) woorden die je zou kunnen vervangen, of niet
alléén de juridische concepten die je zou kunnen uitleggen. En hoewel Versie 3 als de meest begrijpelijke uit de bus kwam, weten we nog steeds niet wélk specifiek aspect deze versie nu zo begrijpelijker maakt; zijn het de kortere zinnen?; is het de actieve schrijfstijl? of is het de meer persoonlijke schrijfstijl?

Masson en Waldron schrijven bovendien dat er (nog) geen onderzoek is gedaan naar in
hoeverre de “uiterlijkheid” van een tekst de begrijpelijkheid kan beïnvloeden. Ze verwachten dat dingen als typografie, lay-out, lettertype en -grootte, indeling in korte hoofdstukjes met titels, etc. etc. de begrijpelijkheid flink kunnen doen toenemen.

De belangrijkste conclusie uit dit onderzoek is m.i. dat je er met het gebruik van
Plain English/Klare Taal nog (lang) niet bent, hoeveel woorden je ook vervangt, hoeveel
actieve en persoonlijke schrijfstijlen je ook toepast, en hoe overzichtelijk en duidelijk een contract er ook uit mag zien: However much of law’s inaccessible nature may be explained by obscurantism, not all of it melts away in the face of plain language […]. It is possible that legal concepts are difficult to understand because, even when explained in plain language, they are complex or because they are in conflict with folk theories of the law. Lay people may rely on inaccurate prior knowledge of the law or on their own intuition about justice, which frequently does not reflect the legal reality.

PS.
Op veler verzoek hebben we nu een zoekfunctie in deze blog ingebouwd. Aan de rechterkant van uw scherm kunt u nu op steekwoorden zoeken in alle eerdere blogs (met deze meegeteld: 160). Dus als u nog eens iets wil lezen over het taalgebruik van Amerikaanse opperrechters: typ dan (bij Zoek onderwerpen) even “supreme court” (o.i.d.). Over het Engels van  Brett Kavanaugh hebben we het (nog) niet gehad, maar die is dan ook (nog) geen opperrechter.

Plain English (19)

“Ingewikkelde causaliteit kun je niet op de hurken uitleggen. Ik zeg het met nadruk omdat het onder juristen en politici tegenwoordig hip is om aan te dringen op Klare Taal in de rechtszaal. Jurisprudentie op vmbo-niveau oogt sympathiek, maar om de filosoof Wittgenstein te parafraseren: de grenzen van onze taal zijn de grenzen van ons begrip. Die zijn met filmpjes en Klare Taal snel bereikt. Het is een gevaarlijk duo”, aldus Harald Merckelbach, hoogleraar rechtspsychologie aan de Universiteit Maastricht in de NRC.

Huh…? Waar komt dat ineens vandaan? Nog even afgezien van wat er dan wel geWittgenstein-parafraseerd wordt, ging de column over het (niet moeilijk te manipuleren) gebruik van beeldmateriaal in rechtszaken, maar in de laatste alinea komt een plotse uithaal naar Klare Taal, door Merkelbach gedefinieerd als “jurisprudentie op vmbo-niveau”. Diepe zucht.

Wat mij betreft spreken ze bij de familie Merkelbach thuis Kawésqar met z’n allen, moeten ze zelf weten, maar in de rechtszaal dient men toch heus een taal te bezigen die begrepen wordt. Of anders moet dat minstens geprobeerd worden…,. Het gaat om het PUBLIEK (of dat nu vmbo’ers zijn of niet). Met andere woorden: voor wie is de geschreven/gesproken boodschap bedoeld?

In Engelstalige landen (en met name in de USA en Australië) zijn ze al zeker 40 jaar bezig met het herschrijven van juridische teksten (wetten, regelgeving, contracten etc.) in Plain English, het equivalent van Klare Taal. Of het nu gaat om het Commity for Drafting and
Editing Court Rules
, het hertalen van de Federal Rules of Civil Procedure (FRCP), of het
begrijpelijker maken van hypotheekaktes, overal is men ermee bezig.

Misschien komt de interesse in Klare Taal/Plain English in Engelstalige landen ook wel
doordat “de gewone burger” (de vmbo’er?), in ieder geval in theorie, veel meer met de rechtsgang te maken heeft. Neem nu bijv. de jury in een Amerikaanse rechtbank waar
(opnieuw: in theorie) iedere burger voor opgeroepen kan worden. De zgn. jury instructions (ofwel de tekst die juryleden voor aanvang van een zaak van de rechter krijgen te horen) stammen uit 1850 en zijn geschreven door Chief Justice Shaw van het Massachusetts Supreme Court (in de zaak Commonwealth v. Webster, 59 Mass. 295). Veel woorden zoals reasonable doubt, to draw an interference, proximate and approximate cause,
circumstantial evidence
en mitigating factors zijn bij juryleden onbekend en andere
woorden zoals aggravating hebben in de oren van de niet-juridisch onderlegde juryleden de “normale”, dwz. niet-juridische betekenis (in het geval van aggravating: annoying). Lees hier verder over in het artikel Not So Plain English: In Many States, Jury Instructions are
Confusing
in het tijdschrift van de American Bar Association (ABA).

In 1994 boog het Amerikaanse Supreme Court zich over de bewoordingen van jury
instructions
in de staten Nebraska en Californië (Victor v. Nebraska en  Sandoval v.
California 511 U.S. 1), De eind juni van dit jaar teruggetreden Justice Kennedy schreef in zijn opinion: It was commendable for Chief Justice Shaw to pen an instruction that survived more than a century, but, as the Court makes clear, what once made sense to jurors has long since become archaic. In fact, some of the phrases here in question confuse far more than they clarify.

 144 Jaar lang was men bang dat veranderingen in bewoordingen (in dit geval  jury
instructions
) zouden leiden tot een stortvloed van hoger beroepszaken. Die bewoordingen werden immers al 144 jaar gebruikt en hadden hun juridische waarde wel bewezen. Met de uitspraak van het Supreme Court in 1994 echter, was, ironisch genoeg, het tegenovergestelde het geval. Veel Amerikaanse staten begonnen in de vrees voor een échte stortvloed van hoger beroepszaken onmiddellijk aan een Plain English-hertaling. Een
proces dat nog steeds gaande is. Gezegd dient hier te worden dat Klare Taal/Plain English lang niet alleen het vervangen van woordjes behelst. Onder meer ‘toon’ (mensen direct aanspreken met u/jij, bijv.), ’stijl’ (actieve ipv. passieve zinnen bijv.) en ‘indeling/
organisatie’ van een tekst spelen net zo’n grote rol.

Ik denk niet dat al deze inspanningen in de categorie “op de hurken uitleggen” vallen. Wél kan ik besluiten met een Wittgenstein citaat (want van parafrases wordt het alleen maar schimmiger): “Waar men niet over spreken kan, daarover moet men zwijgen” (Tractatus Logico-Philosophicus). Niet helemaal wat Ludwig bedoelde, maar het volstaat voor even.

 

Plain English (18)

De hypotheekakte is misschien wel hét juridische document waar niet-juristen het vaakst mee te maken krijgen. En laat nu juist dát document “een van de meest onbegrijpelijke genres in het Nederlandse taalgebied zijn”. Tenminste, dat zeggen de Utrechtse
onderzoekers Leo Lentz, Marloes Herijgers en Erik van der Spek. In opdracht van
Vereniging Eigen Huis probeerden ze de hypotheekakte begrijpelijker te maken. Ze onderzochten daarvoor 42 aktes van 21 geldverstrekkers. Hun bevindingen beschrijven ze in het laatste nummer van Tekstblad, een tijdschrift over tekst en communicatie.

Ik moet bekennen dat ik het artikel nog niet zelf heb gelezen, wél een samenvatting op AM-Web (hier te lezen).  Ik heb het nummer besteld en als er meer te melden valt, kom ik hier binnenkort op terug. Om kort te zijn willen deze wetenschappers van de Universiteit Utrecht samen met de AFM, geldverstrekkers en de Vereniging Eigen Huis iets doen aan de schier onneembare leesbaarheidshorde die “hypotheekakte” heet.

Die hordes worden (volgens de samenvatting, althans) gevormd door woordlengte
(gemiddeld 5,69 letters per woord), zinslengte (gemiddeld 19,6 woorden), bijvoeglijke bepalingen (gemiddeld 3,1 per zin), een overmaat aan lijdende vormen en onnodige hulpwerkwoorden, veel te veel informatie in één zin en overmatig gebruik van zgn. “jargon”. Al deze gemiddeldes liggen vér boven welke andere tekstvorm dan ook. Dit alles is nogal kwalijk te noemen, met name omdat hypotheekakten juist onder de ogen komen van niet-juridisch onderlegde lezers. Regel Numero Uno als je begint te schrijven is namelijk:
Bedenk Voor Wie U Schrijft.

“Eindelijk wordt men wakker”, zou je kunnen verzuchten. In de Angelsaksische landen zijn ze al meer dan 40 jaar bezig om het onleesbaarheidsprobleem op te lossen. Hoewel de
private sector nog steeds worstelt met leesbaarheid en begrijpelijkheid, moét wetgeving in steeds meer landen en staten beantwoorden aan de ‘regels’ van Plain English. En wat meer zij: er verschijnen steeds meer uitgebreide verantwoordingen van commissies die zich bezig houden van met het “hertalen” van die wetgeving van traditioneel Legal English naar leesbaar en ook voor niet-juridisch onderlegde lezers begrijpelijk Plain English. Zie bijv. Bryan Garner’s Guidelines for Drafting and Editing Court Rules  (besproken in Concisesness 9 ) of Joseph Kimble’s New Federal Rules of Civil Procedure (besproken in Conciseness 8 ). In die verantwoordingen staat wat er waar en waarom is “hertaald”.

Vereniging Eigen Huis en de onderzoekers willen daarom om tafel met de geldverstrekkers om te kijken hoe ze samen de akte beter leesbaar kunnen maken. Ook het notariaat en toezichthouder AFM krijgen een uitnodiging. Ik hoop dat ze kennis nemen van al die jaren aan vooronderzoek dat de Plain English-beweging al heeft uitgevoerd. Het is namelijk niet alleen maar kortere zinnen maken, lijdende vormen proberen te ontwijken, archaïsmen schrappen en jargon vermijden en ga zo nog maar even door. Het gaat ook over een betere en daardoor meer inzichtelijke tekstopbouw, indeling, vermijden van ambiguïteit,
overbodigheden en herhalingen en ga zo nog maar even door. En hopelijk kunnen ze de klus klaren zonder enigszins neerbuigende woorden als “versimpelen”, “vereenvoudigen”, en “Jip-en Janneketaal” te gebruiken… Dáár gaat het niet om. Leesbaarheid en
begrijpelijkheid moeten de uitgangspunten zijn.

Overigens, over “jargon”, ofwel Terms of Art gesproken: de angst om al te veel rekening te houden met juridische eisen aan woorden als ‘inpandgeving’ of ‘kwijting’ zijn, volgens mij, eenvoudig te tackelen door de eerste keer dat dergelijk (oei! help!) jargon in een
hypotheekakte wordt gebruikt, een simpele verklaring tussen haakjes te schrijven. Waar staat dat dat niet mag? En als een simpele, door iedereen te begrijpen verklaring om welke reden dan ook niet mogelijk is, dan lijkt me dat je dat jargon/Term of Art sowieso moet voorkomen.

Zoals gezegd: wordt vervolgd!