Category Archives: Plain English

Plain English (22)

Laatst was ik in een restaurant in Engeland. Ik kreeg een menukaart voorgeschoteld waar de namen van de gerechten luidden: poultry, beef, venison, mutton, en pork. In de
beschrijvingen echter werd chicken, cow, deer, sheep en pig gebruikt. Wat was hier aan de hand? En wat kreeg ik nou te eten?

Nederlandstaligen staan op hun achterste benen als er weer eens te veel Engels gebruikt wordt in een Nederlandstalige omgeving (reclames, management speak, straattaal, of zelfs -oh horror- op universiteiten). De klagers hebben waarschijnlijk niet door dat de taal
‘Engels’ zoals we die nu kennen, op zich eigenlijk ook een mengtaaltje is.

Zoals iedere levende taal bestaat het Engels uit (eventueel: verbasteringen van) woorden uit allerlei andere talen, maar de belangrijkste bronnen zijn het Angelsaksisch (of ook: Oud-Engels) en het Latijn, of iets breder: het Romaans. In de 13e eeuw begon het Frans (een Romaanse taal, dus) aan het Engelse hof en in Engelse rechtbanken het Angelsaksisch te verdringen. Zo’n twee eeuwen later begon het Angelsaksisch weer terug te kruipen. Te laat om het weer echt Angelsaksisch te noemen, dus dan maar ‘Engels’. Ik bespaar u de geschiedenisles, maar het hoe, wat en wanneer is na te lezen in The Stories of English van David Crystal.

Het Angelsaksisch en het ‘Romaans’ zijn zó met elkaar verweven tot wat wij nu ‘Engels’ noemen dat niemand het verschil meer ziet. Niemand? Nee, een heel klein groepje mensen (waaronder veel Plain English-volgers en speechschrijvers) weet hier nog mee te spelen. Abraham Lincoln in zijn House Divided Speech: I do not expect the Union to be dissolved; I do not expect the house to fall: twee keer hetzelfde, maar het chique, officiële en hoogdravende eerste (Romaanse) zinsdeel wordt afgesloten met een stevige, korte, down-to-earth Angelsaksisch zinnetje. Winston Churchill doet het andersom:  I have nothing to offer but blood, toil, tears, and sweat. We have before us an ordeal of the most grievous kind. De “echte”, fysieke opofferingen (de Angelsaksische blood, toil, tears en sweat) worden
verbonden met abstracte concepten (ordeal, grievous) met een Romaanse achtergrond.

Niemand, echter, zal het in zijn hoofd halen om te beweren dat de woorden Union,
dissolved, ordeal, grievous
geen échte Engels woorden zijn. Het enige wat we (enigszins generaliserend) kunnen opmerken, is dat Engelse woorden met een Angelsaksische achtergrond een stuk korter zijn, vaak maar één lettergreep, ze ‘harder’ klinken, meer
concreet en minder formeel zijn, terwijl de Engelse woorden met een Romaanse achtergrond langer zijn, “zachter”, poëtischer en meer omfloerst,  verbloemender en officiëler. (Was dit misschien waar het restaurant in de eerste zin op uit was?). Met andere woorden: precies de reden waarom zoveel legal writers uit het Plain English-team een voorkeur hebben voor de Angelsaksische variant. Onder die legal writers vallen opperrechters aan het U.S. Supreme Court. Justice Robert Jackson in Gitlow v. New York,  268 U.S. 652, 673: The best advocates will master the short Saxon word that pierces the mind like a spear . . . Of Justice Wiley B. Rutledge in United States v. Schwimmer, 279 U.S. 644, 655: A healthy respect for the robust Anglo-Saxon appeals more than does the Latin . . . .

In een common law-rechtssysteem (als het Britse en het Amerikaanse) waarin taal zo’n veel grotere rol speelt dan in een civil law-rechtssysteem (als het Nederlandse) is het echter nog niet zo makkelijk om van die Romaanse woorden af te komen. In de 14- en 15-eeuwse ‘overgangsperiode’ wisten schrijvers van juridische teksten (wetten, contracten, vonnissen etc.) niet precies waar ze voor moesten kiezen en heel vaak kozen ze daarom maar om voor beide te gaan: goods and chattels, agree and covenant, cease and desist, due and payable, hold harmless and indemnify, sell and convey, agree and covenant, cease and desist, will and
testament sell and convey, indemnify and hold harmless
om er maar eens een paar uit de losse pols op te sommen. Dat deze oplossing 600 jaar later nog tot veel rechtszaken zou
leiden, konden ze toen niet bevroeden…

Volgende week kom ik hierop terug. Voor nu is het misschien eens waard om te bedenken dat al die Engelse woorden van Romaanse afkomst (schattingen zeggen rond 45% van de Engelse woordenschat…) goed passen in het hele Brexit-proces. Dat Europa met z’n
verwijfd, week, slap, verhullend en verraderlijke taalgebruik! En om eens goed op te letten welke woorden  bijv. Nigel Farage gebruikt in zijn speeches, en welke met opzet niet… Over bij het vallen van de avond hun vleugels spreidende uilen van Minerva opvallend genoeg in ieder geval niet.

Plain English (21)

Plompverloren propageren wij op deze plaats iedere keer maar weer dat het gebruik van Plain English (het equivalent van Helder Nederlands) goed is voor een beter (publieks)
begrip van allerhande juridische beslommeringen. En zoals wij keer op keer op deze plaats
schrijven, laten veel (Engelse, Amerikaanse, Australische enz.) rechters in hun vonnissen de (on)begrijpelijkheid van al te juridisch taalgebruik dan ook vaak zwaar meetellen. Maar niet alles is rozengeur en maneschijn in Plain English-land. Twee voorbeelden.

Slapende op de bank bij zijn grootouders in het Canadese Brits-Columbia raakte in 2012 de 15-jarige Matthew Araujo zwaargewond door een brandbom die in het huis van zijn grootouders werd gegooid. Prompt klaagde hij zijn grootouders aan op grond van bodily
injury on the ground of neglicence
; zijn grootouders hadden hem niet verteld dat een soortgelijke aanval de week daarvoor ook al was gebeurd. De grootouders haalden er de
verzekeringspolis bij waarin stond: We do not insure claims made against you arising from bodily injury to you or to any person residing in your household other that a residence
employee
(mijn onderstreping). De definitie-pagina van de polis vermeldt onder You/Your: … means the person(s) named as Insured on the Coverage Summary Page and, while living in the same household: his or her spouse, the relatives of either and any person under 21 in their care.

Naast de twee brandbommen in het Araujo-huishouden ontbrandde een juridische strijd (vastgelegd in Royal & Sun Alliance Insurance v. Araujo 2010 BCSC 1203) Hun polis was juist vóór het incident “herschreven” in Plain English. Het voornaamste struikelblok daarin bleken de woorden you en your: “You” is confusing. It can refer to each insured making the claim or any insured under the policy. I appreciate the objective of “plain language”
contracts but the use of pronouns such as “you” and “your” are inherently ambiguous and the application of a definition that uses them invites ambiguity where the court is asked to
interpret which “you” is being referred to in each context. In this Policy, I consider the use of the definition of “you” and “your” in the exclusion clause to be ambiguous,
zo schreef de rechter in haar vonnis. Beter was het geweest als de oorspronkelijke “Named insured” en “Unnamed insured” waren blijven staan.

En ook in Canada bestaat de zgn. “contra proferentem doctrine”, een rechtsbeginsel dat stelt dat een onduidelijke bepaling in een overeenkomst uitgelegd moet worden in het nadeel van de opsteller.

Hoe het nu met de familiaire relaties bij de Araujos is gesteld is, weet ik niet, maar een
andere familie, de familie Graham, dacht dat ze een goede kans hadden met de Plain
English
vertaling van hun huizenverzekering toen hun huis in mei 1980 in een modderstroom verdween. Ongelukkigerwijs vermeldde de polis van hun verzekerings-
maatschappij, de Public Employees Mutual Insurance Company (PIMCO)  vóór 1 maart van hetzelfde jaar: This policy does not insure against loss: 1.(…) 2. caused by, resulting from, contributed to or aggravated by any earth movement, including but not limited to earthquake, volcanic eruption, landslide, mudflow, earth sinking, rising or shifting; unless loss by fire, explosion or breakage of glass.Onder druk van de Plain English-movement luidde de clausule ná 1 maart van hetzelfde jaar echter We do not cover loss resulting directly or indirectly from: 1. (…) 2. Earth Movement. Direct loss by fire, explosion, theft, or breakage of glass or safety glazing materials resulting from earth movement is covered. 2½ maand later barst de nabijgelegen vulkaan Mount St. Helens uit…

Was Mount St. Helens een half jaartje eerder uitgebarsten, dan was het een uitgemaakte zaak geweest: vergeet de verzekeringsuitkering. Maar met het weglaten van de (mogelijke) voorbeelden als including but not limited to earthquake, volcanic eruption, landslide,
mudflow, earth sinking, rising or shifting
dachten de Grahams hun kans schoon te zien. Hier na te lezen.

Misschien komen we hier later nog wel eens op terug (het woord explosion in die polis bijv. biedt ook een interessante kijk op dingen), maar met simpelweg verPlainEnglishen van wetten en contracten zijn we er dus nog lang niet. Je moet er altijd voor zorgen dat de
bedoelde juridische implicaties behouden blijven!!

Plain English (20)

Vorige week schreven wij dat je de woorden jointly and severally (voor het Nederlandse “hoofdelijk”) in contracten makkelijk (d.w.z. zonder juridische consequenties) kan
vervangen door meer begrijpelijke woorden zoals bijv. together and seperately . Veel mensen denken dat het bij Plain English (of Klare Taal in het Nederlands) hierom draait: het vervangen van “moeilijke” woorden door woorden die iedereen (zogenaamd) begrijpt. Als dat het geval zou zijn, dan is het makkelijk zat…

De Canadese psychologen Masson en Waldron onderzochten hoe contracten met niet-juridisch onderlegd publiek (zoals hypotheekaktes e.d.) leesbaarder, of in ieder geval,
begrijpelijker gemaakt konden worden. Hun bevindingen kunt u lezen in hun artikel
Comprehension of Legal Contracts by Non-Experts: Effectiveness of Plain Language
Redrafting
, in het tijdschrift Applied Cognitive Psychology.

Masson en Waldron gebruikten vier juridische documenten: 1) het originele document, 2) als nr. 1 waar alle archaïsche woorden (bijv. hereinafter, etc.) uit verdwenen waren, 3) als nr. 2 maar dan waar lange zinnen in kortere zinnen werden opgeknipt, de passieve vorm werd veranderd in een actieve vorm, moeilijke woorden werden vervangen door
eenvoudigere en referenties naar de contractpartijen (mortgagor, morgagee etc.) werden vervangen door you en we, en 4) als nr. 3 maar dan met een uitleg van de juridische
terminologie. Het begrip van de lezers (allen leken op dit gebied) werd getest door de leestijd te meten, door zowel open als meerkeuzevragen te stellen en door lezers te vragen sommige alinea’s in eigen woorden te parafraseren.

Het is waarschijnlijk niet verrassend dat met name Versie 3 voor de lezers een stuk
begrijpelijker was. Echter, hoevéél begrijpelijker viel de onderzoekers tegen. Versie 4 (met uitleg over juridische begrippen) zou voor nóg meer begrip moeten hebben leiden, maar de onderzoeksresultaten van Versie 4 wijken nauwelijks af van Versie 3. Evenmin als het (te verwachten verbeterde) begrip van Versie 2 t.o.v. Versie 1.

Het gaat dus niet alléén over (archaïsche) woorden die je zou kunnen vervangen, of niet
alléén de juridische concepten die je zou kunnen uitleggen. En hoewel Versie 3 als de meest begrijpelijke uit de bus kwam, weten we nog steeds niet wélk specifiek aspect deze versie nu zo begrijpelijker maakt; zijn het de kortere zinnen?; is het de actieve schrijfstijl? of is het de meer persoonlijke schrijfstijl?

Masson en Waldron schrijven bovendien dat er (nog) geen onderzoek is gedaan naar in
hoeverre de “uiterlijkheid” van een tekst de begrijpelijkheid kan beïnvloeden. Ze verwachten dat dingen als typografie, lay-out, lettertype en -grootte, indeling in korte hoofdstukjes met titels, etc. etc. de begrijpelijkheid flink kunnen doen toenemen.

De belangrijkste conclusie uit dit onderzoek is m.i. dat je er met het gebruik van
Plain English/Klare Taal nog (lang) niet bent, hoeveel woorden je ook vervangt, hoeveel
actieve en persoonlijke schrijfstijlen je ook toepast, en hoe overzichtelijk en duidelijk een contract er ook uit mag zien: However much of law’s inaccessible nature may be explained by obscurantism, not all of it melts away in the face of plain language […]. It is possible that legal concepts are difficult to understand because, even when explained in plain language, they are complex or because they are in conflict with folk theories of the law. Lay people may rely on inaccurate prior knowledge of the law or on their own intuition about justice, which frequently does not reflect the legal reality.

PS.
Op veler verzoek hebben we nu een zoekfunctie in deze blog ingebouwd. Aan de rechterkant van uw scherm kunt u nu op steekwoorden zoeken in alle eerdere blogs (met deze meegeteld: 160). Dus als u nog eens iets wil lezen over het taalgebruik van Amerikaanse opperrechters: typ dan (bij Zoek onderwerpen) even “supreme court” (o.i.d.). Over het Engels van  Brett Kavanaugh hebben we het (nog) niet gehad, maar die is dan ook (nog) geen opperrechter.

Plain English (19)

“Ingewikkelde causaliteit kun je niet op de hurken uitleggen. Ik zeg het met nadruk omdat het onder juristen en politici tegenwoordig hip is om aan te dringen op Klare Taal in de rechtszaal. Jurisprudentie op vmbo-niveau oogt sympathiek, maar om de filosoof Wittgenstein te parafraseren: de grenzen van onze taal zijn de grenzen van ons begrip. Die zijn met filmpjes en Klare Taal snel bereikt. Het is een gevaarlijk duo”, aldus Harald Merckelbach, hoogleraar rechtspsychologie aan de Universiteit Maastricht in de NRC van 31 augustus.

Huh…? Waar komt dat ineens vandaan? Nog even afgezien van wat er dan wel geWittgenstein-parafraseerd wordt, ging de column over het (niet moeilijk te manipuleren) gebruik van beeldmateriaal in rechtszaken, maar in de laatste alinea komt een plotse uithaal naar Klare Taal, door Merkelbach gedefinieerd als “jurisprudentie op vmbo-niveau”. Diepe zucht.

Wat mij betreft spreken ze bij de familie Merkelbach thuis Kawésqar met z’n allen, moeten ze zelf weten, maar in de rechtszaal dient men toch heus een taal te bezigen die begrepen wordt. Of anders moet dat minstens geprobeerd worden…,. Het gaat om het PUBLIEK (of dat nu vmbo’ers zijn of niet). Met andere woorden: voor wie is de geschreven/gesproken boodschap bedoeld?

In Engelstalige landen (en met name in de USA en Australië) zijn ze al zeker 40 jaar bezig met het herschrijven van juridische teksten (wetten, regelgeving, contracten etc.) in Plain English, het equivalent van Klare Taal. Of het nu gaat om het Commity for Drafting and
Editing Court Rules
, het hertalen van de Federal Rules of Civil Procedure (FRCP), of het
begrijpelijker maken van hypotheekaktes, overal is men ermee bezig.

Misschien komt de interesse in Klare Taal/Plain English in Engelstalige landen ook wel
doordat “de gewone burger” (de vmbo’er?), in ieder geval in theorie, veel meer met de rechtsgang te maken heeft. Neem nu bijv. de jury in een Amerikaanse rechtbank waar
(opnieuw: in theorie) iedere burger voor opgeroepen kan worden. De zgn. jury instructions (ofwel de tekst die juryleden voor aanvang van een zaak van de rechter krijgen te horen) stammen uit 1850 en zijn geschreven door Chief Justice Shaw van het Massachusetts Supreme Court (in de zaak Commonwealth v. Webster, 59 Mass. 295). Veel woorden zoals reasonable doubt, to draw an interference, proximate and approximate cause,
circumstantial evidence
en mitigating factors zijn bij juryleden onbekend en andere
woorden zoals aggravating hebben in de oren van de niet-juridisch onderlegde juryleden de “normale”, dwz. niet-juridische betekenis (in het geval van aggravating: annoying). Lees hier verder over in het artikel Not So Plain English: In Many States, Jury Instructions are
Confusing
in het tijdschrift van de American Bar Association (ABA).

In 1994 boog het Amerikaanse Supreme Court zich over de bewoordingen van jury
instructions
in de staten Nebraska en Californië (Victor v. Nebraska en  Sandoval v.
California 511 U.S. 1), De eind juni van dit jaar teruggetreden Justice Kennedy schreef in zijn opinion: It was commendable for Chief Justice Shaw to pen an instruction that survived more than a century, but, as the Court makes clear, what once made sense to jurors has long since become archaic. In fact, some of the phrases here in question confuse far more than they clarify.

 144 Jaar lang was men bang dat veranderingen in bewoordingen (in dit geval  jury
instructions
) zouden leiden tot een stortvloed van hoger beroepszaken. Die bewoordingen werden immers al 144 jaar gebruikt en hadden hun juridische waarde wel bewezen. Met de uitspraak van het Supreme Court in 1994 echter, was, ironisch genoeg, het tegenovergestelde het geval. Veel Amerikaanse staten begonnen in de vrees voor een échte stortvloed van hoger beroepszaken onmiddellijk aan een Plain English-hertaling. Een
proces dat nog steeds gaande is. Gezegd dient hier te worden dat Klare Taal/Plain English lang niet alleen het vervangen van woordjes behelst. Onder meer ‘toon’ (mensen direct aanspreken met u/jij, bijv.), ’stijl’ (actieve ipv. passieve zinnen bijv.) en ‘indeling/
organisatie’ van een tekst spelen net zo’n grote rol.

Ik denk niet dat al deze inspanningen in de categorie “op de hurken uitleggen” vallen. Wél kan ik besluiten met een Wittgenstein citaat (want van parafrases wordt het alleen maar schimmiger): “Waar men niet over spreken kan, daarover moet men zwijgen” (Tractatus Logico-Philosophicus). Niet helemaal wat Ludwig bedoelde, maar het volstaat voor even.

 

Plain English (18)

De hypotheekakte is misschien wel hét juridische document waar niet-juristen het vaakst mee te maken krijgen. En laat nu juist dát document “een van de meest onbegrijpelijke genres in het Nederlandse taalgebied zijn”. Tenminste, dat zeggen de Utrechtse
onderzoekers Leo Lentz, Marloes Herijgers en Erik van der Spek. In opdracht van
Vereniging Eigen Huis probeerden ze de hypotheekakte begrijpelijker te maken. Ze onderzochten daarvoor 42 aktes van 21 geldverstrekkers. Hun bevindingen beschrijven ze in het laatste nummer van Tekstblad, een tijdschrift over tekst en communicatie.

Ik moet bekennen dat ik het artikel nog niet zelf heb gelezen, wél een samenvatting op AM-Web (hier te lezen).  Ik heb het nummer besteld en als er meer te melden valt, kom ik hier binnenkort op terug. Om kort te zijn willen deze wetenschappers van de Universiteit Utrecht samen met de AFM, geldverstrekkers en de Vereniging Eigen Huis iets doen aan de schier onneembare leesbaarheidshorde die “hypotheekakte” heet.

Die hordes worden (volgens de samenvatting, althans) gevormd door woordlengte
(gemiddeld 5,69 letters per woord), zinslengte (gemiddeld 19,6 woorden), bijvoeglijke bepalingen (gemiddeld 3,1 per zin), een overmaat aan lijdende vormen en onnodige hulpwerkwoorden, veel te veel informatie in één zin en overmatig gebruik van zgn. “jargon”. Al deze gemiddeldes liggen vér boven welke andere tekstvorm dan ook. Dit alles is nogal kwalijk te noemen, met name omdat hypotheekakten juist onder de ogen komen van niet-juridisch onderlegde lezers. Regel Numero Uno als je begint te schrijven is namelijk:
Bedenk Voor Wie U Schrijft.

“Eindelijk wordt men wakker”, zou je kunnen verzuchten. In de Angelsaksische landen zijn ze al meer dan 40 jaar bezig om het onleesbaarheidsprobleem op te lossen. Hoewel de
private sector nog steeds worstelt met leesbaarheid en begrijpelijkheid, moét wetgeving in steeds meer landen en staten beantwoorden aan de ‘regels’ van Plain English. En wat meer zij: er verschijnen steeds meer uitgebreide verantwoordingen van commissies die zich bezig houden van met het “hertalen” van die wetgeving van traditioneel Legal English naar leesbaar en ook voor niet-juridisch onderlegde lezers begrijpelijk Plain English. Zie bijv. Bryan Garner’s Guidelines for Drafting and Editing Court Rules  (besproken in Concisesness 9 ) of Joseph Kimble’s New Federal Rules of Civil Procedure (besproken in Conciseness 8 ). In die verantwoordingen staat wat er waar en waarom is “hertaald”.

Vereniging Eigen Huis en de onderzoekers willen daarom om tafel met de geldverstrekkers om te kijken hoe ze samen de akte beter leesbaar kunnen maken. Ook het notariaat en toezichthouder AFM krijgen een uitnodiging. Ik hoop dat ze kennis nemen van al die jaren aan vooronderzoek dat de Plain English-beweging al heeft uitgevoerd. Het is namelijk niet alleen maar kortere zinnen maken, lijdende vormen proberen te ontwijken, archaïsmen schrappen en jargon vermijden en ga zo nog maar even door. Het gaat ook over een betere en daardoor meer inzichtelijke tekstopbouw, indeling, vermijden van ambiguïteit,
overbodigheden en herhalingen en ga zo nog maar even door. En hopelijk kunnen ze de klus klaren zonder enigszins neerbuigende woorden als “versimpelen”, “vereenvoudigen”, en “Jip-en Janneketaal” te gebruiken… Dáár gaat het niet om. Leesbaarheid en
begrijpelijkheid moeten de uitgangspunten zijn.

Overigens, over “jargon”, ofwel Terms of Art gesproken: de angst om al te veel rekening te houden met juridische eisen aan woorden als ‘inpandgeving’ of ‘kwijting’ zijn, volgens mij, eenvoudig te tackelen door de eerste keer dat dergelijk (oei! help!) jargon in een
hypotheekakte wordt gebruikt, een simpele verklaring tussen haakjes te schrijven. Waar staat dat dat niet mag? En als een simpele, door iedereen te begrijpen verklaring om welke reden dan ook niet mogelijk is, dan lijkt me dat je dat jargon/Term of Art sowieso moet voorkomen.

Zoals gezegd: wordt vervolgd!

Plain English (17)

In zijn vonnis in de zaak Merkur Island Shipping Corp. v. Laughton Hoegh Apapa (een
conflict tussen vakbonden en een scheepseigenaar)  uit 1983 voor het Britse High Court of Justice schreef Lord Diplock (die het record in handen heeft van langstzittende rechter, 1956-1985) de volgende woorden: Absence of clarity is destructive of the rule of law; it is
unfair to those who wish to preserve the rule of law; it encourages those who wish to
undermine it.

Had het Australische bedrijf Radio Rentals dit maar ter harte genomen, dat had de eigenaar (Thorn Group) in ieder geval zo’n slordige 22 miljoen Australische dollars bespaard.

Wat wil het geval? Vorig jaar maart bedacht de Australische alleenstaande moeder Casey Simpson zich dat ze wel érg veel aan het betalen was voor een bed en een matras. Haar slaapcomfort zou in de winkel ongeveer A$ 430,- hebben gekost, maar nadat zij was
ingegaan op de reclame van Radio Rentals, in Australië bekend als de ‘Rent, Try, $1 Buy’-campagne, bleek na een aantal jaar dat zij al meer dan A$ 3.400,- had betaald, nog steeds maandelijks aan het betalen was én dat haar bed gewoon eigendom van Radio Rentals bleef.

Plotseling sliep Casey niet meer zo lekker en, na tussenkomst van advocaat Ben Slate van het advocatenkantoor Maurice Blackburn was het ook gedaan met de nachtrust van Radio Rentals. Maurice (“We fight for fair”) Blackburn begon uit naam van Casey Simpson een groepsvordering (in Australië: een open-class action).

Vorige week is aan die groepsvordering (voor Casey en duizenden anderen) een einde gekomen en Radio Rentals kwam overeen om voor A$ 6 miljoen nog uitstaande contracten te beëindigen en A$ 14 miljoen te veel ontvangen geld terug te betalen. Over de boete van A$ 2 miljoen wordt nog gesteggeld met ASIC (Australian Securities & Investments Commission), het Australische equivalent van de Nederlandse AFM. Daarnaast beloofde Radio Rentals om vóór 1 juli 2018 te komen met nieuwe, in Plain English geschreven,
leasecontracten. Dit zelfs in directe samenwerking met ASIC.

De onduidelijkheid van de door Casey Simpson getekende contracten namelijk, was (samen met de bijzonder onachtzame manier van Radio Rentals om de kredietwaardigheid van hun klanten te checken) het voornaamste punt dat de advocaten van Maurice Blackburn naar voren brachten.

In de Australische Corporation Act uit 2001 werd al opgenomen dat de taal in
prospectussen en overeenkomsten clear, concise and effective moest zijn. In november 2011 kwam de ASIC met een rapport wat dat clear, concise and effective dan in hun ogen wel betekende, en in november 2016 kwam een ge-update versie hiervan. Deze versie valt hier te lezen en staat vol met tips en aanbevelingen voor het gebruik van Plain English,
geïllustreerd met tal van voorbeelden.

Wél fijn dat Radio Rentals hier gebruik van kan maken; als Nederlandse bedrijven iets dergelijks gaan proberen, komen ze op de AFM-site niet verder dan de aanbeveling:
“Andere aspecten van de informatie zijn vormvrij, wel is van belang dat de informatie in
begrijpelijke taal is opgesteld
”. Tsja…

Voor zover ik weet, is dit de eerste keer (of in ieder geval de duurste keer) dat het
ontbreken van duidelijk taalgebruik (Plain English, in dit geval) een flinke financiële
aderlating voor een bedrijf betekende. Als Lord Diplock nog in leven zou zijn, zou hij ongetwijfeld ook hebben opgemerkt dat de door hem verfoeide absence of clarity ook nog eens behoorlijk in de papieren kan gaan lopen…

Plain English (16)

In de loop van de jaren hebben het hier al eerder gehad over het, juridisch moeizame,
gebruik van shall (hier en hier nog eens te lezen). Of over shall in Hongkong , of over shall in Europese wetgeving

In een notendop staan er twee kampen tegenover elkaar: de preciezen die zeggen dat, juist omdat shall al zo veel eeuwen in contracten en wetgeving wordt gebruikt, shall een uiterst precieze en wel-omschreven juridische betekenis heeft gekregen waar niet of nauwelijks aan getornd kan worden, en de  Plain English-beweging die vecht tegen iedere vorm van toe-eigening van woorden en begrippen door een specifieke (beroeps)groep.

De belangrijkste reden die het Plain English-kamp aanvoert, is dat dit kan leiden tot
verwarring. Want waarom zou een, weliswaar ouderwets maar toch “gewoon”, woord als shall een andere betekenis krijgen als het door juristen en wetgevers wordt gebruikt? Hoe dat tot verwarring kan leiden, laat een zeer recent Amerikaans voorbeeld zien.

Colin Kaepernick was in augustus vorig jaar de eerste American Football speler die uit protest tegen het politiegeweld tegen zwarte Amerikanen knielde tijdens het spelen van het volkslied. Steeds meer spelers volgden hem. President Trump, al sinds zijn tv-serie The Apprentice een liefhebber van ontslag op staande voet, zei twee weken geleden: “Get that son of a bitch off the field right now. Out. He’s fired. He’s FIRED!”. En hij voegde eraan toe dat de eerste clubeigenaar die zo’n knielende speler zou ontslaan the most popular person in this country zou worden. Jerry Jones, de eigenaar van de Dallas Cowboys, wilde dat wel. Hij beweerde tenminste vorige week dat spelers die weigeren om tijdens het spelen van het volkslied op te staan, niet meer opgesteld worden. Wade Rathke, leider van de vakbond van spelers, diende gelijk een klacht tegen hem in. Volgens de vakbond namelijk, staat “niet meer worden opgesteld” gelijk aan “ontslagen worden”.

Of dat zo is, laat ik hier graag even in het midden. Ook het vermeende recht op vrije meningsuiting, verankerd in het eerste amendement van de Constitution, is een heet
juridisch hangijzer in de zin dat dit amendement geldt voor burgers t.o.v. de overheid. Kaepernic c.s. mogen als burger knielen wat ze willen, of ze dat als werknemer van een
private onderneming (zoals football clubs) in clubtijd óók mogen, is een heel andere zaak. Michael McCann, de legal analyst van Sports Illustrated en verbonden aan de juridische faculteit van de University of New Hampshire Law School schrijft dat a player’s rights as an employee are largely determined by contract.

Zoals zo vaak in dit soort zaken gaat het om het semantische verschil tussen shall/should en must. Het handboek van de Amerikaanse National Football League (NFL) zegt namelijk: The National Anthem must be played prior to every NFL game, and all players must be on the sideline for the National Anthem. During the National Anthem, players on the field and bench area should stand at attention, face the flag, hold helmets in their left hand, and refrain from talking (dikgedrukt door mij).

Should is weliswaar de voorwaardelijke wijs (conditional) van shall, maar het gebruik ervan in reglementen (of om het even in welke juridische of semi-juridische documenten dan ook) geeft precies dezelfde problemen als shall. De “preciezen” zien het als een bindende regel, het andere kamp als een “morele aanwijzing”, ofwel: “should” means you don’t have to, “must” means you do. Of, zoals de  woordvoerder van de NFL, Brian McCarthy, in The Washington Post in weer andere bewoordingen zegt: players are encouraged but not
required to stand for the national anthem.

Hoe het ook zij: als u wilt dat uw tekst éénduidig is, wees dan net zo voorzichtig met should als met shall.  Er zijn genoeg manieren om een ander woord te gebruiken.

Plain English (15)

Ha! En wij hier maar iedere week een lans breken voor helder taalgebruik (Begrijpelijk
Nederlands, Plain English, geef het beestje een naampje). Maar pas op! Helder taalgebruik kan ook je baan kosten… Vorige week namelijk werd de hoofdeconoom van de Wereldbank, Paul Romer, een vaakgefluisterde naam voor de Nobelprijs, ontheven van zijn taak als baas van de onderzoeksafdeling. De reden? Hij dreigde de door zijn afdeling geschreven rapporten te blokkeren als het woord “and” meer dan 2,6% van de tekst zou innemen. (Lees hier het artikel uit de Volkskrant)

Dat was tenminste de catchy headline in de pers. Nu de achtergrond. Paul Romer  is pas sinds oktober 2016 hoofdeconoom bij de Wereldbank. Een van de eerste dingen die hij deed, was onderzoeken hoeveel  Wereldbankrapportages eigenlijk werden gelezen. Het
resultaat: van de 1.611 in dat jaar op Internet gepubliceerde Wereldbank-onderzoeken werd maar liefst 32% nooit door iemand gedownload…

Toevallig (?) publiceerde het Literary Lab van Stanford University in maart 2015 een
rapport: Pamflet 9, Bankspeak: The Language of World Bank Reports, 1946-2012 (hier te lezen). De conclusie van dit rapport was dat de taal die de Wereldbank “has become more
‘codified, self-referential, and detached from everyday language since the bank’s board of governors held their inaugural meeting in 1946
”. En dat met name in de laatste 20 jaar.
Pamflet 9 (etc.) muntte de term: “Bankspeak,” ofwel “a vague ‘technical code’ that
symbolized the lender’s organizational drift
.

De schrijvers van Pamflet 9 (etc.), de heren Franco Moretti (literatuurwetenschapper) en
Dominique Pestre (geschiedeniswetenschapper) tonen op overtuigende wijze aan dat het taalgebruik in de Wereldbankrapporten in (met name) de laatste 20 jaar rigoureus is
veranderd. Om wat voorbeelden te noemen:

  •  Oorzaak en gevolg: in de eerste 40 jaar rapporteerde de Wereldbank voornamelijk bestaande situaties, gevolgd door de nodige stappen om tot verandering te komen en de resultaten van de genomen acties. Feiten dus. De laatste 20 jaar wordt er nog maar zelden een “verhaal” verteld en is dit (volgens de schrijvers:) ‘verworden’ tot ondoordringbaar managementspeak.
  • Nominalisaties: de schrijvers van Pamflet 9 (etc.) geven in figuur 8 van hun rapport een goed beeld van de explosie van nominalisaties in de laatste 20 jaar, vergeleken met de eerste 40 jaar. Nominalisaties zijn zelfstandig gemaakte werkwoorden, vaak te herkennen aan -(t)ion of -ment op het einde van een woord (provision, formulation, reduction, management etc.). Actie en handelingen worden door nominalisaties als het ware geabsorbeerd in een zelfstandig naamwoord en het resultaat is een
    abstracte één-dimensionale wereld; als je het hebt over “managers” kun je er in ieder geval nog handelende personen bij voorstellen, “management” is een activiteit die al vooraf in het woord zélf vastgelegd is.
  •  En…en…en: en ja, natuurlijk komt de lawine van ands ook ter sprake. Figuur 10 in het artikel laat zien dat in 2015 maar liefst 7% van Wereldbankrapporten uit het
    woord and bestond, vergeleken met 2,6% in de jaren 1945-1965. Na de ontheffing uit zijn functie van onderzoeksafdelingbaasje zei Romer dat zijn limiet aan het woord and slechts een gimmick was: “They’ve worked it down to 3.4 percent. We’re getting there”.

Dit waren slechts drie voorbeelden uit Pamflet 9 (etc.). Er staan er nog veel meer in. Als de Wereldbank (of om het even wie of wat) wil dat hun rapporten vaker worden gelezen, moeten ze beter worden geschreven, is (was?) de simpele boodschap van Romer. En om dat te onderstrepen besloot Romer na zijn ontslag zijn interne blogs over dit onderwerp openbaar te stellen. Vooral deze is de moeite waard eens te lezen.

Plain English (14)

Juridische taal die van het ene naar het andere document wordt gekopieerd, heet boilerplate language: bijv. zinnen die zonder aanpassingen van het ene contract in het andere kunnen worden hergebruikt. Vaak vind je ze ergens aan het eind van een document zonder enige samenhang bij elkaar geveegd omdat ze “toch ergens moeten staan”. De “kleine
lettertjes” die volgens de opsteller toch niet belangrijk zijn, dus “wilt u hier maar even tekenen”. Dezelfde opsteller die vervolgens moord en brand gaat schreeuwen als u alles doorstreept met hetzelfde “het is toch niet belangrijk”-argument.

In het Common Law-systeem zijn de partijen in een contract volkomen vrij om elkaars
contractuele verhouding te definiëren. Boilerplatebepalingen en –clausules zijn er speciaal om juist deze verhoudingen vast te leggen, dus ze zijn zeker nuttig. Waarom zijn ze dan zo vaak zo nodeloos vermoeiend om te lezen? Juist het gebruik van boilerplate language namelijk, strijkt de niet-jurist tegen de haren. Dat is in het Nederlands al vaak het geval, in het Engels gaat dat nog veel verder. Als je Engelstalige contracten leest, kom je nog altijd zinnen tegen die in de allereerste druk van de Statenbijbel niet zouden misstaan. Daar is een (drog)reden voor, maar daarover later. Eerst wat voorbeeldjes, altijd leuk…

In veel lease- en verzekeringscontracten kom je bijv. witnesseth tegen, een Oudengelse vorm van het werkwoord to witness, als in: Witnesseth: the lessor agrees to lease said
property.
Peter Tiersma hoogleraar aan de Loyola University in Chicago, schrijft in zijn boek Legal Language (University of Chicago Press, 1999) dat de woorden: This policy witnesseth that.. waarmee contracten vaak beginnen, slechts “…a totemic signal” is, it  means: “This is a legal contract; the following are its terms”.

Iets moderner (namelijk Middelengels, ruwweg tussen de Jaren 1100 en 1500) zijn samentrekkingen  als notwithstanding, whereby, whereas, wherefore, whereunder, wherehence, whereafterwards, etc. en hetzelfde rijtje, maar dan met here– ipv. where. Nog altijd lees je standaard: I hereby certify that, ipv I certify that… waarmee wordt aangegeven dat ik het ben die nu en met dit document verklaart dat …etc. Alsof daar ook maar een spoortje van twijfel over kan bestaan… Het gebruik van deze woorden wordt vaak goedgepraat met
redenen als “it never hurts to emphasise this fact” of “words such as hereby and herein
demand the respect of the reader”.
Dit moeten dan dezelfde mensen zijn die zeggen: I intend to perambulate to an adjacent hostelry for a frosty libation in plaats van I’m going to the corner for a beer…

Ik kan hier nog tientallen andere voorbeelden van geven, en dat zullen we (o.m. met
behulp van Tiersma’s boek) ook zeker doen, maar behalve dat dergelijk archaïsch taal-
gebruik “dingen benadrukt”, of “preciezer” is, of “respect afdwingt”, ligt de reden vooral in de taalkundige benadering van de wet in het Common Law-systeem. Na het jaar 1500, met de opkomst van de drukpers, kregen advocaten toegang tot gedrukte precedenten: gebeurtenissen en rechterlijke uitspraken waarop men zich kan beroepen als een nieuw dergelijk geval zich voordoet om er hetzelfde gevolg aan te geven.

Ontelbare juridische zegswijzen verander(d)en in een soort in beton gegoten tover-
formules; nog maar enkele jaren geleden probeerde een corporate executive in Australië de woorden commence en expire in standaardcontracten van het bedrijf (als in: The
Agreement shall commence on… and expire on…
) te veranderen in start en finish. Nu hebben we het hier nog niet eens over het enigszins dubieuze gebruik van shall, maar de juristen van het bedrijf staken hier een stokje voor met de reden dat de woorden start en finishdo not have yet established meaning in law”. Kortom, je kan maar beter ‘veilige’
woorden gebruiken…

Wilt u meer lezen over boilerplate language? Ga, voor een Anglo-Amerikaanse kijk op de zaak, naar deze blog van Clifford Chance-partner Andrew Whan (Hong Kong). Of vanuit een vaderlandse invalshoek met een schuin oog naar eventuele gevolgen van het klakkeloos overnemen en/of vertalen van boilierplateclausules naar de blog van Jones Day-partner Coen Drion, of ook naar de blog van (oud-)Berntsen Mulder)advocaat Lucas Daum.

Plain English (13)

Oh, oh… het is ook nooit goed! Deze rubriek, Plain English, heeft 13 bijdrages, inclusief deze. In alle bijdrages hebben we een lans gebroken voor het gebruik van Plain English (of zijn Nederlandse tegenhanger: Begrijpelijk Nederlands), behalve in Blog Plain English 9  waar wij (toegegeven: een beetje) ruimte hebben ingeruimd voor de, volgens tegenstanders althans, meer bedenkelijke kanten van Plain English.

Het kán zijn dat Legalese/Juridisch Nederlands of hoe je dergelijk taalgebruik dan ook mag noemen, koren op molen is voor populisten, Gutmenschtegenstanders, elitebashers, bovenlaagbestrijders en iedereen verder die het goed voor heeft met Volk en Vaderland. Meer en meer onderzoek wijst echter uit dat er ook onverwachte kanten zitten aan het
gebruik van Plain English/Begrijpelijk Nederlands.

Het artikel in het NRC-Handelsblad van Petra Jonkers: “Het dilemma van de gratis brillen” geeft dit haarfijn weer. Kort samengevat: begrijpelijke taal (waar de Plain English-beweging al vele jaren voor vecht) verhoogt de conflictbereidheid bij consumenten. Zij illustreert dit met het voorbeeld van vergoedingen voor brillen en gehoorapparaten: mensen met een (aanvullende ziektekosten)verzekering claimen deze brillen veel vaker nu de polisvoorwaarden in, door de overheid verplicht gesteld, ‘Begrijpelijk Nederlands’ zijn opgesteld. Anders gezegd: ander taalgebruik (kortere zinnen, actief taalgebruik, ‘gewone’ woorden, etc.), ondersteund door typografische ingrepen als lettertype en opmaak, veroorzaakt
ander gedrag. Opti- en audiciens blij…

Het artikel “Eenvoudige tekst, eenvoudige claim?”  (van de juristen Van Boom en Van Dam en de rechtspsycholoog Desmet, uit het Tijdsschrift voor Consumentenrecht en Handels-
praktijken ) bevestigt dit: 1500 proefpersonen kregen een casus voorgelegd over een bestaande autoverzekering. De helft kreeg een oude, lastiger te lezen, variant van de polis te lezen, de andere helft de nieuwe versie in vereenvoudigde taal. De groep lezers van de iets eenvoudiger opgestelde tekst verwachtten een hogere vergoeding van de verzekeraar dan de lezers van de lastige tekst. Bovendien waren de lezers van de eenvoudige tekst door hun verhoogde verwachting op een schade-uitkering ook veel vaker bereid een negatieve uitkomst aan te vechten. Dit verschijnsel staat bekend als confirmation bias: de, vaak onbewuste, neiging om informatie te zoeken die bevestigt wat we al geloven en die alle informatie die het tegendeel beweert, negeert.

Als is vastgesteld welk publiek welk wereldbeeld heeft (welke reeds bestaande ideeën en normen/waarden), dan is de volgende stap de boodschap in een juist frame work te zetten, ‘framen’ (in goed Nederlands…). Geen enkele boodschap kan álle informatie over een bepaald onderwerp bevatten. Iedere communicatie over wat dan ook zal sommige
aspecten meer, en andere minder of helemaal niet, benadrukken. Omdat het niet écht helpt om alleen maar bewijs van je eigen gelijk te leveren (wat zelfs op den duur in je nadeel gaat werken…), helpt het om te je te concentreren op wat je publiek belangrijk vindt.

En daar wringt ‘m de schoen: Plain English/Begrijpelijk Nederlands is een vorm van
framing. (Net zoals het omgekeerde, Legalese/Juridisch Nederlands, dat overigens óók is). Want ‘framen’ we financiële/verzekeringstechnische (etc.) bijsluiters, polissen en
Algemene Voorwaarden (etc.) in een Plain English-frame (wat overigens wettelijk verplicht is…), dan worden we als vertrouwenwekkend, publieksvriendelijk, transparant etc. gezien, maar lopen we de kans dat claims en daaruit voortvloeiende kosten toenemen. En als we dergelijke teksten in een Legalese-frame zetten, dan worden we gezien als elitair, al te moeilijk, opzettelijk ondoorzichtig etc., maar is de kans een stuk kleiner dat dit geld gaat kosten. Oftewel: “Oh, oh… het is ook nooit goed!”

Over twee weken meer over framing (het is per slot van rekening Donald Trumptijd…)