Category Archives: What’s in a language?

What’s in a language? (39)

Ik wil er graag nog even op terugkomen, op de Latijnse spreuk Ubi iudicia deficiunt, incipit bellum die staat op de gevel van het gebouw van de Hoge Raad in Den Haag. “Waar
rechterlijke beslissingen tekortschieten, begint de oorlog”, betekent het volgens de Hoge Raad.

Margreet Ahsmann, bijzonder hoogleraar rechtspleging aan de Rijksuniversiteit van Leiden, vindt die uitleg “tendentieus”, en opteert voor “Waar geen toegang is tot de rechter, begint de oorlog”. Affijn, u kent het wel: voorstanders, tegenstanders, alternatieve vertalingen,
weerwoorden, bedenkingen, intern beraad, eventuele aanpassingen enz. enz. (of etc. etc. om het bij het onderwerp -subject?- te houden). (lees hier een korte samenvatting).

Er is op deze plaats al eerder geschreven over het gebruik van Latijn in een juridische
context
maar toen ging het vooral over ‘Britse toestanden’. In de Amerikaanse juridische wereld is het gebruik van Latijn echter nog veel meer schering en inslag (‘Amerikaanse
toestanden’ wellicht?).

Een belangrijke reden hiervoor zou het enorme belang van de Amerikaanse Constitution op de dagelijkse rechtspraak kunnen zijn. Die Amerikaanse Grondwet is volgens velen niet te begrijpen als je geen kennis hebt van het Latijn: The Constitution is a legal document,
designed to operate and be construed in the context of eighteenth century jurisprudence. Latin competency is an absolute requirement for full access to that jurisprudence,
schrijft Robert C. Natelson bijvooorbeeld (complete artikel hier te lezen).

En gezien de common law-rechtsspraak voor een groot gedeelte is gestoeld op case law, waar eerder gedane rechterlijke uitspraken veel belangrijker zijn dan in civil law-systemen, is er de opvatting dat de daadwerkelijke, ‘operationele’ betekenis van Engelse woorden ‘besmet’ kan zijn geraakt. Engels (immers een levende taal) waait maar steeds mee met moderne winden, en de betekenis van die woorden verandert steeds… niet écht een
fundament waarop case law kan bouwen, dus. Een stuk beter is dan Latijn, een dode taal, die verandert niet… of, tenminste niet meer…!

Wie er, jammer genoeg, óók dood zijn, zijn de gebruikers van het Latijn. We kunnen ze dus niet meer vragen wat nu eigenlijk de betekenis was van hun woorden. En zelfs áls we dat hadden kunnen vragen, zouden we nog steeds geen definitief uitsluitsel hebben; schreef Shakespeare dat Beauty is in the Eye of the Beholder, dan kunnen we ook stellen dat
Meaning is in the Ear of the Beholder. In het Zomeravondgesprek in de NRC van afgelopen
zaterdag heeft Annabel Nanninga het over terroristen en pooiers waar Philippe Remarque het heeft over jihadbruiden en loverboys.

Discussie over de precieze betekenis van een eeuwenoude Latijnse spreuk op het gebouw van de Hoge Raad is verder van een hoog academisch gehalte. Het kan veel dichter bij huis…. Hoeveel Nederlandstalige juristen weten het verschil in betekenis tussen common law-woorden in Engelstalige contracten zoals extend en renew, of het verschil tussen
rescind en cancel, tussen repudiate en dissolve, tussen nullify en annul of tussen void en voidable bijvoorbeeld? Verschillen die er in een civil law-systeem niet eens hoeven te bestaan? En dus ook uiterst moeizaam te vertalen zijn in het Nederlands? Met andere
woorden: ieder, kan-niet-schelen-welk, woord heeft een specifieke betekenis in een
specifieke context in een specifieke tijd.

En nu we toch bezig zijn… Wat doet die komma daar op die Hoge Raad-gevel in Ubi iudicia deficiunt, incipit bellum? Ik weet zeker dat die komma (immers een 19e-eeuwse uitvinding) niet door Hugo de Groot is gebruikt. Hugo de Groot die zich overigens ‘Grotius’ noemde, een mooi staaltje pseudo-Latijn.

What’s in a language? (38)

Als voorbereiding op onze training Legal English Writing Skills sturen deelnemers altijd twee, door hen zelf geschreven, teksten in. Eén formele en een informele. Deze teksten voorzien wij van commentaar naar analogie van onze trainingsmaterialen. Hieronder vindt u een voorbeeld: de oorspronkelijke tekst, ons commentaar en de nieuwe versie. (NB: het is natuurlijk niet een “echte” tekst; deze tekst is samengesteld uit een aantal teksten die we het afgelopen jaar hebben ontvangen).

“Ingestuurde” tekst:
Zwolle, May 18th 2019[1] [2]
Dear Ms. Courtney[3],

In the context of pre-course task for the English language course that has been[4]
organized[5] by Branch Out, I hereby provide you with some further information regarding my work and my educational background[6].

Since October 2018[7] I am working[8] as an attorney at (…), at the department of (….).[9] My colleagues and me[10] mainly advise [11] foreign clients. That is why we do correspond with the attorneys of counterparties in English and conduct arbitration proceedings in the English language from time to time[12].

Although I’m[13] used to speak[14] English when I give advice[15] to my clients, I
sometimes have problems to find the proper words. For that reason[16] I really like[17] to educate myself better.

I look forward to meet[18] you and, of course, to the workshop. in case[19] you have any questions, please don’t[20] hesitate to contact me.

Kind Regards[21] [22],
Janneke van Asselt

Op- en aanmerkingen:
[1] UK Conventions: city is not stated in an English letter
[2] UK Conventions: date as in Dutch correspondence
[3] UK Conventions: no dot or comma in salutions
[4] Clarity: try to avoid the passive
[5] Consistency: UK spelling=organised, Use same spelling/conventions throughout the document
[6] Conciseness & Clarity: this sentence is too long and contains several unnecessary words; “hereby” is archaic
[7] Clarity: if you don’t start a sentence with the Subject, add a comma just before the Subject.
[8] Correctness: use Present Perfect Continuous “have been working” for activities that started in the past and are still ongoing
[9] Clarity: Follow SVOMPT (= Subject-Verb-Object-Manner-Place-Time)
[10] Correctness: “me” is object, you need the subject form: “I”. Tip: use “we”.
[11] Clarity: Follow SVOMPT
[12] Conciseness: remove redundant and unnecessary words, use fewer words when you can.
[13] Courtesy: try to avoid contractions in writing; they are often too informal
[14] Correctness – “To be used to” is followed by a gerund: speaking
[15] Conciseness: “to give advice” is “to advise”; use fewer words
[16] Conciseness: remove redundant and unnecessary words, use fewer words when you can.
[17] Correctness: “would like” means “want”; “like” means “enjoy”
[18] Correctness: “to look forward to” is followed by a gerund: meeting
[19] Correctness: This is a condition, not a precautionary action.
[20] Courtesy: try to avoid contractions in writing; they are often too informal
[21] Courtesy: this closing matches the salutation “Dear Ms Courtney”
[22] UK Conventions: no dot or comma in closing

Nieuwe versie:
18 May 2019
Dear Ms Courtney

I am writing regarding the pre-course task for the English course provided by Branch Out (or: that Branch Out provides). I would like to inform you about my work and educational background.

I have been working as an attorney in the (…) department at (…) since October 2018. We advise mainly foreign clients. Therefore, we correspond with counterparties’ attorneys and occasionally conduct arbitration proceedings in English.

Although I am used to speaking English when advising my clients, I have problems finding the proper words sometimes. Therefore, I would really like to educate myself better.

I look forward to meeting you and, of course, to the workshop. If you have any questions, please do not hesitate to contact me.

Yours sincerely
Janneke van Asselt

What’s in a language? (37)

Volgens het CBS wonen er 41 duizend Britten van boven de 18 jaar in Nederland. Deze mensen kunnen allemaal (op Nederlandse partijen) stemmen bij de Europese
verkiezingen. De enige voorwaarde is dat ze zich hebben geregistreerd bij hun gemeente. Dat goede nieuws wilde de gemeente Weert aan haar Britse inwoners laten weten en
stuurde ze allemaal een brief:

As a European citizin living in the Netherlands you may choose to vote in the election od (Dutch) menber of the European Parliament in the Nedertherlands. Please finf included your registration form in this regard. Pleas read the instructions to the form well. If you
prefer to vote in the European elctions in your country of origing, no action is required,
unless you have already registered in the Netherlands. Your municipal office can give you this information. Do you wish to vote in the Netherlands and have not yet Registered? Then fill in this form an return it to the municipality with the relevan documents. The adress is…..
(dikgedrukt door mij)

Ooops…! Daar was ergens iets fout gegaan. De gemeente liet weten dat de tekst niet was nagelezen voordat de brief werd verstuurd. “Heel slordig. Dat had niet moeten gebeuren” meldde de gemeente Weert op haar website. Die vermelding is helaas al weer gewist
(excuses zijn dan wel op z’n plaats, maar het moet niet te lang duren, nietwaar?), maar een nieuwe, en nu wél nagelezen, brief ging de deur uit:

Dear Sir or Madam, As a European citizen living in the Netherlands you may choose to (1) vote in the election of (Dutch) members of the European Parliament in (2) the Netherlands. Please find included your registration form in this regard (3). Please read the instructions to the form (4) well (5). If you prefer (6) to vote in the European elections in your country of
origin, no action
(7) is required, unless you have already registered in the Netherlands. Your municipal office (8) can give you (9) this information. Do you wish to vote in the Netherlands and have not yet registered? Then fill in (10) this form and return it to the municipality (8)
together with the relevant documents. The address is the followingSincerely
(11)
(dikgedrukt door mij)

Beter. Tenminste… de spelfouten zijn verdwenen. Maar: (1) overbodig, (2) maar liefst vier voorzetsels op een rijtje (in, of, of, in) en dus verwarrend, (3) overbodig en ook fout, (4) overbodig en weer een voorzetsel, dus verwarrend, (5) fout, (6) te informeel in een officieel schrijven, (7) no further action is required is de zegswijze, (8) elegant variation, en dus
verwarrend, want later staat er municipality, wat is het nou?, (9) weer: te informeel in een officieel schrijven, (10) idem dito, plus wéér een extra voorzetsel, en (11) je kent de naam van de geadresseerde niet, dus: Yours faithfully

 We hebben het hier al vaak gezegd: het gaat niet om een spelfout hier en daar (hoewel de eerste versie een beetje veel van het goede is…), maar veel meer om een consistente toon en stijl, om het vermijden van overbodigheden, om het vereenvoudigen van zinsbouw, om het stroomlijnen van je zinnen en je informatie (15 voorzetsels, bijv.?), en ga zo nog maar even door. Dit geldt voor je eigen taal natuurlijk ook, maar al helemaal als je in een andere taal schrijft.

Daarnaast, als je al die moeite neemt om deze boodschap over te brengen aan je (in dit geval: Britse) inwoners, waarom dan niet even een native speaker Engels naar de tekst laten kijken? Domheid? Luiheid? Arrogantie? (“Oh, Engels… dat spreken we allemaal, toch?”). Zo’n Engelsmoedertaalspreker komt binnen drie minuten met het volgende
tekstje:

Dear Sir or Madam, As a European citizen living in the Netherlands, you may vote for Dutch MEPs in the European elections. Please find included your registration form to vote. Before completing the form, please read the instructions carefully. If you would prefer to vote in the European elections in your country of origin, no further action is required, unless you have
already registered in the Netherlands. If you require any further information, please contact your municipality. Do you wish to vote in the Netherlands and have not yet registered? Then complete this form and return it to the municipality together with the relevant documents. Please post to… Yours faithfully….

Je begint bijna sympathie te krijgen voor de Brexiteers. Bijna…

What’s in a language? (36)

Over het algemeen wordt aangenomen dat “taal” een afspiegeling is van de samenleving waarin die taal wordt gesproken. Een aanzet tot taalverandering, opdat “taal” zo meer in lijn komt met een verandering in de samenleving, wordt daarom vaak met redelijke
welwillendheid ontvangen.

Zo ook de oproep afgelopen week van de advocaten Jebbink en Van Zijl van het
advocatenkantoor Jebbink Soeteman waarin zij de Hoge Raad aansporen om in de rechtspraak voortaan vrouw-inclusieve taal te gebruiken (hier te lezen). Beide advocaten vinden in hun brief aan de Hoge Raad dat bijvoorbeeld dat het weglaten van vrouwelijke verwijs-
woorden de maatschappelijke werkelijkheid miskent omdat het percentage vrouwen
binnen de strafrechtpraktijk blijft toenemen.

De reactie van de Hoge Raad was precies zo: “redelijk welwillend” (lees hier). En wat kan je anders, eigenlijk? Want hoe graag je het ook wilt, 1-2-3 is dat allemaal nog niet voor elkaar gebokst, natuurlijk.

Je kan nu wel zeggen, zoals Jebbink en Van Zijl doen, dat het Europees hof van de rechten van de mens consequent he or she gebruikt als er naar een getuige wordt verwezen, maar dat is dan in het Engels. Het Engels overigens, dat ook geen timmermannen, geen zee-
mannen, geen groentenmannen en geen brandweermannen kent. Daar zijn het carpenters, sailors, greengrocers en firefighters. Wow! Lekker makkelijk, zou je, als
taalinclusiviteitsvoorstander, kunnen zeggen… “Het in de taal laten verdwijnen van vrouwen” (dixit Jebbink en Van Zijl) is in het Engels op dat gebied dus een stuk  moeilijker.

“Wow! Lekker makkelijk”, zeggen de Fransen en de Spanjaarden ongetwijfeld ook als ze de Nederlandse taal bekijken. In Frankrijk en Spanje (o.a.) hebben ze namelijk ook nog eens te maken met verschillende verbuigingen van werkwoorden,  betrekkelijke voornaam-
woorden en bijvoeglijke naamwoorden. Dán wordt het Franse en Spaanse equivalent van al dat ge-he or she weer een stuk bewerkelijker.

Daarnaast, het loutere feit dat woorden in het Frans of Spaans een mannelijk of vrouwelijk geslacht hébben, zorgt al voor geslachtsneutrale pijnpuntjes. In het Nederlands hebben woorden óók een geslacht (en verwijs je naar die woorden door “haar” en “zijn” te
gebruiken),  maar dan moet je heel wat woordenboekenwerk doen om dit correct te
gebruiken. In het boven aangehaalde Rechtspraak.nl berichtje staat overigens, (bedoeld of onbedoeld??): “In hun berichten roepen zij de Hoge Raad op in zijn rechtspraak voortaan vrouw-inclusieve taal te gebruiken” (mijn cursivering).  Tsja…

En om nog een stapje verder te gaan: Duitsers omschrijven een brug (vrouwelijk in het Duits: die Brücke) als ‘mooi’, ‘elegant’, ‘slank’, ‘fragiel’, ‘gracieus’, ‘sierlijk’, etc. In het Spaans is diezelfde brug mannelijk: el puente; Spanjaarden beschrijven een brug als ‘groot’, ‘gevaarlijk’, ‘lang’, ‘sterk’, ‘robuust’ (lees hier verder). En dat is heus niet omdat Duitse bruggen “vrouwelijker” zijn dan Spaanse. Het Fins, het Turks, het Chinees en het Swahili zijn talen zonder grammaticaal geslacht. Is dat een afspiegeling van de geslachtsinclusieve Finse, Turkse etc. samenleving?

Natuurlijk zijn pogingen om “de” taal inclusiever te maken lovenswaardig. De grote
advocatenkantoren (waaronder Houthoff) hebben stijlgidsen waarin die pogingen ook
inderdaad worden ondernomen. Of lees anders hier een aantal tips hoe je dat in het Engels kan bewerkstelligen.

Taal verandert nu eenmaal, maar of een taal (het Nederlands, of welke taal dan ook) ooit zo ver komt dat iedereen zich op een gelijke manier bejegend voelt, valt zeer te betwijfelen. Tenzij we met z’n allen overgaan op het Yoruba, een totaal geslachtloze taal .

Maar in het Yoruba hebben ze vast wel weer andere manieren om ergens onderscheid tussen te maken. Daar is “taal” nu eenmaal voor…

What’s in a language? (35)

De president van ónze Hoge Raad, Maarten Feteris, is een groot voorstander van Helder, Klaar, Begrijpelijk, (etc. etc.) Nederlands. Dat doet hij door de werking van de Hoge Raad in “toegankelijk” (wéér een omschrijving…) Nederlands  uit te leggen en door “Normaal”
(enfin…) Nederlands te propageren
in rechtszalen. (De link naar de blog is helaas
verdwenen).  Maar hij blijft de spreekwoordelijke woestijnroeper.

Heel anders gaat dat bij de Hoge Raad in de Verenigde Staten (daar Supreme Court geheten). We hebben hier al veel vaker geschreven dat “taal” een veel grotere rol speelt in Common Law-stelsels dan in Civil Law-systemen. Kort en goed is de ‘letter van de wet’ (en dus ook van het contract, de overeenkomst etc.) in Engelstalige landen (niet geheel
toevallig voornamelijk Common Law-landen) een stuk belangrijker dan de ‘geest van de wet’, zoals in Civil Law-landen als Nederland.  Een uitspraak als het Lindenbaum/Cohen-arrest, dat deze week zijn honderdjarige jubileum vierde, zou bijvoorbeeld in een Common Law-systeem totaal onbestaanbaar zijn.

Vandaar dat het taalgebruik van ’s lands hoogste rechters (de Justices) in de VS voortdurend onder het vergrootglas ligt. We schreven hier al eerder over het taalgebruik van Justice Antonin Scalia  en van de teruggetreden Justice Anthony Kennedy. Zelfs hoe de
verschillende opperrechters bepaalde woorden uitspreken kan van belang zijn!

Scalia (overleden) en Kennedy (teruggetreden) doen niet meer mee. In hun plaats zijn gekomen: Justices Neil Gorsuch en Brett Kavanaugh. Nieuw Supreme Court-bloed, nieuwe vergrootglazen.

De schrijfstijl van Neil Gorsuch in zijn eerste Legal Opinions is (voor velen) verrassend helder en down-to-earth. Hij gebruikt korte zinnen, vertelt een duidelijk opgebouwd
verhaal, schetst voor iedereen begrijpelijke achtergronden en gebruikt zelfs afkortingen als doesn’t en can’t in plaats van does not en can not! Ongehoord in Amerikaanse Supreme Court-kringen. Lees verder hier in de Connecticut Law Tribune. Aan de andere kant, zo schrijft Ross Guberman, de maker van BriefCatch (een online editing tool voor juridische teksten): For all his gifts, Gorsuch sometimes writes sentences with such unusual syntax that he sounds like he’s from another era—or another country. Zo valt hem de vaak allitererende zinnen van Gorsuch op: We’ve long stressed the significance of the statute’s sequencing.”

Over Brett Kavanaugh is Guberman iets minder te spreken: a bit dry, zo maakt hij op uit
Kavanaughs eerste Supreme Court-opinion. Daarnaast heeft Kavanaugh wat hem betreft een vreemde voorkeur om bijwoorden op ongebruikelijke plaatsen te zetten (zoals in an
arbitrator never may do
so in plaats van het meer normalere en meer begrijpelijke an
arbitrator may never do so
). NB: in het eerste geval ligt de nadruk op het “mogen” (may) in het tweede geval op het “doen” (do).

Over het algemeen echter is Guberman redelijk tevreden over de schrijfstijl van de nieuwe Justices. I am happy with the flow of their writing and their ‘punchiness’ They both use plenty of transitions, vary their sentences, and favor crisp, punchy words, is zijn voorlopige eindconclusie. Wilt u meer lezen en veel meer voorbeelden van hun schrijfstijl krijgen, klik dan hier voor de wedstrijd Gorsuch-Kavanaugh.

Het moet Nederlanders vreemd voorkomen, zo’n, bijna obsessieve, in-depth analysis van de persoonlijk schrijfstijl van de rechterlijke macht. Maar de aandacht daarvoor bewijst eens te meer dat “taal” (en daaronder schaar ik woorden, interpunctie, syntax, nauwkeurigheid, bondigheid, stijlvormen, register, tekstopbouw, uitspraak en wat ik weet ik wat nog niet allemaal meer) in de Anglo-Amerikaanse juridische wereld een veel grotere rol speelt dan in de Nederlandse.

Laten we hopen dat Maarten Feteris snel een vruchtbare oase vindt. Woestijnroepers hebben vaak meer te vertellen dan u denkt.

 

 

 

What’s in a language? (34)

Even iets heel anders, deze week. Een verzuchting. Kan het namelijk eens een keertje ophouden met die Britse “beleefdheid” en, nu we toch aan het verzuchten zijn, met die Nederlandse “directheid”?

Niet alleen blijf je maar lezen over zgn. “cultuurverschillen” over en weer, maar nog veel erger is dat zowel de Britten als de Nederlanders heel erg hun best doen om die bijna mythische verschillen tussen beide “culturen” in stand te houden. Wee je gebeente als je als Brit niet beleefd bent: de speaker (voorzitter, zo u wilt), John Bercow, riep deze week
tijdens weer eens zo’n Brexit-debatje het Lagerhuis tot orde dat er ‘bezoekers uit het buitenland’ (oei!!) op de tribune zaten, en of de geachte afgevaardigden daarom een beetje hun best wilden doen zich te gedragen en konden ophouden met dat geschreeuw naar de prime minister.

En wee je gebeente als je als Nederlander nu eens niet “direct” bent en met enige omhaal van woorden voorzichtig bent om te zeggen wat jij ervan vindt. Dat is wel erg “niet-Nederlands”, want “wij zeggen wat we doen en doen wat wij zeggen” (of andersom, weet ik veel). Landverraders, als we dat niet doen! (of zeggen…).

Tientallen verklaringen worden er afgegeven waarom Engelsen zo beleefd zijn en waarom Nederlanders zo direct. Of (afhankelijk van het standpunt van de spreker) waarom
Engelsen zo aalglad zijn en nooit zeggen waar het op staat, of Nederlands zo bot en
onbeleefd. Want daar komen die “cultuurverschillen” vaak op neer: frustratie en onbegrip. En jezelf op een hoger niveau plaatsen. En daarbij ook nog eens trots zijn op die eventuele negativiteiten (resp. bot en onbeleefd versus indirect en ridicuul vormelijk). Geuzenacties.

Haal ze allemaal maar van stal: “Directheid is een hogere vorm van democratie”, “Nederlanders hadden geleerd om hun eigen boontjes te doppen, deels kwam dat voort uit de strijd tegen het water”, “het Protestantisme heeft de ideologie van gelijkheid”,
“Nederlanders hoefden nooit bang te zijn voor machthebbers, dus konden ze zeggen wat ze wilden”, etc. etc. “Beleefdheid is een hogere vorm van samenleven”, “Indirectheid omzeilt (in eerste instantie) het Britse klassensysteem”, “Indirectheid en beleefde
omgangsvormen zorgen voor een meer conflictloze samenleving”, etc. etc. Ik weet zeker dat u binnen 10 minuten op nog meer van die verklaringen kan komen (voor de
fantasielozen: lees nog even dit artikel uit Trouw).

Versimpel het eens. Taal? Het Engels kent bijvoorbeeld geen “u” en “jij”, het is altijd: you. Maar alle talen en culturen hebben een manier om “standsverschillen”, dan wel vormen van respect, achting enz. uit te drukken. Als je geen u/jij-verschil hebt, moet dat dan wel op een andere manier. En dus wordt het (enigszins gechargeerd): Could you possibly be so kind as to spare a moment of your time to open that window, please? ipv. “Kunt u dat raam even opendoen?”. Waarbij dat “even” overigens al weer een erg ‘beleefd’ woordje is, waar niet echt een Engelse vertaling voor is. What do you want to drink?, uitgesproken door een
Nederlander,  schijnt vaak een superonbeleefde bottleneck te zijn voor een native speaker Engels. Terwijl dat toch gewoon de letterlijke vertaling is van “Wat wilt u drinken?”. Alleen, het is een vertaling zonder kennis van Engelstalige omgangsvormen. En jammer… die “u” verlies je dan inderdaad in het Engels.

Ik wil maar zeggen: Engelstaligen vinden Nederlanders voornamelijk bot en onbeleefd als die Nederlanders Engels proberen te spreken. Nederlanders vinden Engelsen voornamelijk indirect en onbetrouwbaar als ze Engels spreken.

Hoewel uiterst vermakelijk, zou ik ze met een Grote Korrel Zout/a Large Grain of Salt
nemen: die uitlegtabel uit The Telegraph van even geleden van wat Engelstaligen zeggen en bedoelen en wat niet-Engelstaligen denken dat ze bedoelen  of de “nuance-quiz” over Engelstalige omgangsvormen.

Om Bill Clinton te parafraseren: It’s the language, stupid!. Goed…, uitverzucht nu.

What’s in a language? (33)

Eén van de belangrijkste dingen bij het schrijven is proeflezen. Jammer alleen dat het tegelijkertijd ook één van de vervelendste dingen is. Op het moment dat u (al dan niet met pijn en moeite) klaar bent met schrijven, wordt u gedwongen het hele ding nog eens te lezen… Dit is vervelend in het Nederlands, maar misschien nog wel vervelender in het
Engels; bepaalde zinnen of werkwoord vervoegingen of wat dan ook waar u tóch al over twijfelde, worden in uw hersenpan alleen maar twijfelachtiger. Het natuurlijke gevoel dat u heeft bij het schrijven van Nederlandse stukken, ontbreekt als u zich in het Engels moet
uitdrukken.

Toch zijn er bepaalde punten waar u tijdens het proeflezen redelijk eenvoudig op kunt
letten. Neem nu eens de volgende drie punten waarop u kunt letten als u de eerstvolgende keer een Engelstalige tekst (of dit nu een e-mail is of een Memorandum of Advice)
proefleest. Na een paar keer een tekst alleen op deze drie punten te hebben proefgelezen, zult u merken dat u deze dingen de volgende keer bijna automatisch goed gaat doen.

1. Of
Laat een intern alarmbelletje afgaan als u het woordje of tegenkomt bij het proeflezen. Erg vaak kan dit vervangen door een ‘s. Het maakt een zin korter, makkelijker leesbaar en het komt niet zo snel over als een zin die is geschreven door een niet-Engelstalige. Dus in plaats van We have terminated the contract of Mr Peek, kunt u beter schrijven: We have
terminated Mr Peek’s contract.
In plaats van: We would like to draw your attention to the final paragraph of the letter of our client schrijf: […] to the final paragraph of our client’s letter. In plaats van You can file for bankruptcy of your debtor schrijf:  You can file for your debtor’s bankruptcy (nóg beter zou overigens zijn: You can petition a court to declare a debtor
bankrupt
…). Ook kunt u vaak beter most schrijven in plaats van: the majority of en several in plaats van: a number of. Lees hier verder.

2. Have
Laat hetzelfde belletje rinkelen als u ergens have/has gebruikt als hulpwerkwoord. En al helemaal als u in dezelfde zin een exacte tijdsaanduiding gebruikt. Ik weet wel dat het
Nederlands het niet zo nauw neemt als u schrijft: “In 2017 hebben wij het contract met de heer Peek beëindigd”, of “In 2017 beëindigden wij het contract met de heer Peek”, maar het Engels heeft minder scrupules: als er een precieze tijdsaanduiding wordt gegeven, gebruikt het Engels altijd de Past Simple, ofwel: We terminated Mr Peek’s contract in 2017, en dus nooit: We have terminated Mr Peek’s contract in 2017. U zou natuurlijk op nog veel meer
andere dingen kunnen letten als u have als hulpwerkwoord gebruikt, maar laten we rustig beginnen: tijdsaanduiding = gebruik Past Simple. In 2012, Dutch statutory law governing the (incorporation of the) B.V. has changed significantly is simpelweg: In 2012, [….] changed
significantly,
zonder has. (Waarbij aangetekend dient te worden dat de woordvolgorde Dutch statutory law governing the (incorporation of the) B.V. changed significantly in 2012 waarschijnlijk nog beter is, maar daarover een volgende keer).

3. There is…/ there are…
Maak van het alarmbelletje een luchtalarmsirene als u in uw tekst zinnen heeft laten
beginnen met There is of There are. Dit mag acceptabel zijn op vrijdagavonden als u tijdens een borrel een grappig verhaal vertelt, op papier maakt dit zinnen onduidelijk (in
betekenis, in woordvolgorde, in begrip bij lezers, waar dan ook). Als u geschreven heeft: There are three ways we can think of this, of iets dergelijks) maak daar dan gewoon van: We can think of this in three ways. Lees hier verder waarom en hoe. Overigens geldt dit, in iets minder serieuze mate, ook voor het Nederlands…

Ik wil hier best nog wel eens een keertje de wijd open deur van “Gebruik uw Spellchecker” nog wat wijder opentrappen (nog steeds spectaculair veel mensen verzuimen die spelcheck te gebruiken…). En op de ietsjes minder wijd open deur wijzen dat er een Amerikaans-Engelse en een Brits-Engelse spellchecker bestaat, maar we hopen dat u de komende maand op deze drie puntjes gaat letten. Over een maand of wat kom ik met nog eens drie van die puntjes. Beetje bij beetje, stukje voor stukje…

PS:
Ik proeflees deze blogs zelf ongeveer 2 of 3 keer, en nog steeds blijven er soms foutjes staan. Als u die ziet, laat me dat per ommegaande weten, alstublieft!

What’s in a language? (32)

Vandaag delen wij een oefening die wij (bijna) altijd gebruiken in onze trainingen Contract Drafting-Best Practices. De taal die in contracten wordt gebruikt, kan in 10 categorieën
worden verdeeld. Op het moment dat je gewend bent aan die categorieën, wordt het
routine om jezelf aan te leren welke categorie je moet gebruiken bij welke bepalingen. Het maakt het leven van de lezer een stuk makkelijker als de schrijver van een contract bij iedere categorie een apart werkwoord, werkwoordconjugatie of werkwoordconstructie, gebruikt. Bovendien helpt deze benadering de schrijver bij het “framen” van iedere
bepaling. En last, but not least: het vergroot de duidelijkheid en verkleint dus het risico op (juridische) onenigheid.

1. The language of agreement: used to indicate that parties state that they agree with specified contract language. Should be used only once in a contract.

2. The language of performance: used to express actions accomplished by means of
signing the contract. Usually expressed though use of the present tense.

3. The language of obligation: used to state any duty that the contact imposes on one or more of the parties. Usually expressed through ‘shall’ or ‘must’ e.g. The indemnified party must/shall notify the indemnifying party of any claim by a third party. Conditions can also be used to express obligations. NB: use ‘shall’ only to mean: has a duty to.

4. The language of discretion: language stating that a party has the discretion to take or not to take a specified action. Usually expressed through use of ‘may’ or ‘is entitled to’.

5. The language of prohibition: language which specifies what a contract prohibits the parties from doing. Usually expressed through ‘shall not’, ‘must not’ or ‘may not

6. The language of policy: used to express the rules that parties must observe, to state rules that govern something, to address the scope, meaning or duration of a contact (or part of). This is usually expressed through use of the present tense OR ‘will‘ if the policy
relates to future events that might not take place.

7. The language of expressing conditions: used to express future and uncertain events or circumstances on which the existence of some particular legal relation depends. Usually expressed through use of the 0 and 1st conditional.

8. The language of declaration: used to declare facts by means of verbs of speaking e.g. state, acknowledge, etc. Usually expressed through use of the present tense.

9. The language of belief: used when the parties rely on, for example the court to establish certain aspects of the contract e.g. The parties believe that the agreement complies with the law. Their belief in a certain legal position, does not make it so. The court will have to make the determination.

10. The language of intention: used when the parties cannot establish certain facts. They agree to use an independent contractor and they intend for the contractor to be an
independent contractor, but the status of this person would be determined by the courts should it become disputed. Usually expressed through the present tense of ’intend’.

We dagen u uit om uw Engelstalige contracten eens op deze manier op te stellen, of om te kijken of uw eerder geschreven Engelstalige contracten ook zo zijn opgesteld. Als u weet in welke categorie een bepaling valt, kies dan het juiste werkwoord of de juiste werkwoordverbuiging. Veel succes!!

(Met dank aan: Kenneth A. Adams: A Manual of Style for Contract Drafting).

What’s in a language? (31)

We weten allemaal (nou ja, bijna allemaal…) dat films en televisie de zaken mooier, of in ieder geval: anders, voorstellen dan ze in werkelijkheid zijn. En dat geldt al helemaal als er rechtbanken, rechters en advocaten in meespelen. Er bestaat zelfs een woord voor dit justitiële genre: het zgn. Court Room Drama. Klik hier voor de 10 beste volgens de Britse krant The Guardian.

Lezers van deze blog weten heus wel dat de beslommeringen van het kantoor VDSGM in het Nederlandse equivalent van dergelijke Court Room Dramas, Zuidas, niet écht een realistisch beeld geven van hoe het er in een advocatenkantoor toegaat. Maar hebben ze dat ook door als ze naar buitenlandse (lees: Amerikaanse en Britse) films en series kijken? De
Britten zélf in ieder geval niet. Die denken dat Britse rechters bijv. voortdurend met een hamertje (de gaffel) lopen te zwaaien. Niet zo raar, want zelfs in Britse televisie-rechtbanken wordt er heel wat afgehamerd.

Onder invloed van series als (heel lang geleden) Perry Mason of (minder lang geleden) LA Law etc. kregen alle rechters in puur Britse rechtbankseries (te beginnen met Rumpole of the Bailey)  een hamertje in hun hand gedrukt. En gezien het feit dat échte rechtszaken ook in Engeland niet op de televisie worden uitgezonden (en in de Verenigde Staten vaak wel), denkt het Britse publiek nu dat Britse rechters die hamer te pas en te onpas hanteren. Laat ik u zeggen: Britse rechters hadden  géén hamers, hebben geen hamers en zullen hoogstwaarschijnlijk nooit hamers krijgen.

In Britse rechtbanken roepen advocaten verder nooit en te nimmer objection, Your Honour en antwoorden Britse rechters derhalve ook nooit met sustained of overruled. Geen enkele Britse getuige zal gevraagd worden om hun eed te beëindigen met So help me, God. En de woorden Will counsel please approach the bench, komen ook al nooit voor in de Britse rechtspraktijk.

Maar goed… fictie, en dus the stuff that dreams are made of. Het geeft het Britse publiek een verkeerd beeld van hun eigen rechtspraak, maar dat moeten ze verder allemaal zelf weten, die Britse tv-makers. Amerikaanse rechtbankdrama’s hebben echter óók een flinke invloed op het Britse taalgebruik. In het hier al eerder geciteerde boek That’s the way it crumbles  waar hij de veramerikanisering van het Brits-Engels bespreekt, geeft Matthew
Engel een aantal voorbeelden.

Vijftig jaar geleden (dus nét voor Perry Mason) was datgene wat getuigen deden: to give
evidence
. Dat is nu to testify geworden. Hoe ze dat deden? They went into the box, of the
witness box
. Hoe ze dat nu doen? They take the stand, daarbij vergetende dat Engelse rechtbanken niet eens een stand hebben. Op onder verdachte omstandigheden overleden
personen werd een post-mortem uitgevoerd, nu is dat een autopsy. Een parole (voorwaardelijke vrijlating) gold in Engeland alleen voor soldaten die in een oorlog door de
vijand gevangen genomen werden en werden vrijgelaten als ze plechtig beloofden niet meer de wapens op te nemen. Onder invloed van de Amerikaanse rechtspraak (of waren het de Amerikaanse tv-series?) werd dit woord vanaf het midden van de jaren ’60 ook voor veroordeelde gevangenen gebruikt. Tot rond de laatste eeuwwisseling was to appeal een
intransitief werkwoord (een werkwoord dat geen lijdend voorwerp nodig heeft), en werd het in combinatie met het voorzetsel against gebruikt, nu niet meer. Zo zei Theresa May nog onlangs (in relatie tot de Brexit): “We’re appealing the High Court decision”, terwijl dat 15-20 jaar geleden “We’re appealing against the High Court decision” was geweest.

Ik had het hierboven over de BBC-serie Rumpole of the Bailey. Bailey is een referentie naar het Britse Central Criminal Court, de “Old Bailey“. Bailey komt van het 13e-eeuwse Engelse woord  bailiff, misschien het best te vertalen als ‘gerechtsdeurwaarder’. Laat nu juist dit acht eeuwen oude woord/deze acht eeuwen oude functie in 2003 vervangen zijn door het Amerikaanse enforcement agent. Wat dacht u? Zou de serie Rumpole of the Old
Enforcement Agency
net zo’n succes zijn geweest?

What’s in a language?(30)

“Goed of Fout”… we hebben het hier al eerder over gehad. Vaak vragen deelnemers aan onze trainingen of iets “goed Engels” of “slecht Engels” is. Meestal kunnen we dat wel zeggen, maar ook vaak niet. Het ligt er maar aan wie of wat je als ‘standaard’ gebruikt. Nederlanders hebben het in ieder geval een stuk makkelijker (als ze Nederlands schrijven, tenminste). Nederlanders hebben de Nederlandse Taalunie en de Algemene Nederlandse Spraakkunst (de ANS, óók in elektronische vorm) die zeggen wat goed en fout is. De
Engelstaligen moeten iets dergelijks ontberen.

In Engelstalige landen ga je voor je goed-fout vragen te rade bij gerenommeerde woordenboeken of stijlgidsen, of bij mensen en instituties die het “wel zouden moeten weten”. Zo is in de Verenigde Staten bijvoorbeeld het Hooggerechtshof (Supreme Court) een van die
instituties. Een recente studie van Jill Barton in The Journal of Legal Writing  laat zien dat de negen opperrechters (Supreme Court Justices) opmerkelijk unaniem zijn in hun schrijfstijl. Tóch komen er steeds meer kleine barstjes in het ooit zo conservatieve (vwb. schrijfstijl, dan) bolwerk; tot grote schrik van velen steekt the conversational style steeds vaker zijn moderne kopje op in de opinies, rechtsopvattingen en uitspraken van het Supreme Court.

U heeft hier al eens kunnen lezen dat de nieuwste opperrechter (Justice Neil Gorsuch), oh horror!!, onbekommerd samentrekkingen gebruikt (doesn’t, didn’t ipv. does not of did not) in z’n schrijfsels, Jill Barton toont aan dat het nog verder gaat. Zij heeft alle opinies,
oordelen, overeenstemmingen en afwijkende meningen van het Supreme Court uit 2014 en 2015 bekeken en kwam tot de volgende conclusies.

Steeds vaker schrijven de Justices zinsdelen als hele zinnen; Justice Kagan bijv. in Kimble v. Marvel Entertainment: “Maybe. Or, then again, maybe not.”; Chief Justice Roberts: “So too here.” (in Halo Elecs v. Puls Elecs); Justice Scalia drukte zijn misnoegen over de beslissing van het Supreme Court over Obamacare uit: “Pure applesauce.”(een uitdrukking die daarna door minstens zeven rechters in lagere rechtbanken is gebruikt); of, in mijn ogen de mooiste, opnieuw Roberts in Pennsylvania v Dunlap: “North Philly, May 4, 2001. Officer Sean Devlin, Narcotics Strike Force, was working the morning sift. Undercover surveillance. The neighbourhood? Tough as a three-dollar steak”.  Allemaal ongehoord tot voor een paar jaar geleden. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat vier van de vijf Justices dit tot nu toe nooit hebben gedaan.

De regel dat je een zin nooit begint met voegwoorden als And, But en Yet is door alle negen Supreme Court Justices al naar het rijk van de taalsprookjes verbannen, maar nu wint het nog steeds controversiële voegwoordje So als eerste woord in een zin ook steeds meer
terrein. Anand Giridharadas schreef een boze column in de New York Times tegen de, in zijn ogen verfoeilijke gewoonte zinnen te beginnen met So, maar acht van de negen opperrechters gebruiken het zeer regelmatig.

Onderling zijn de negen Justices het met elkaar oneens over het gebruik van de apostrof + s (‘s) om bezit aan te duiden. Bij iets als John’s book (het boek van John, dus) zitten ze op één lijn, maar in woorden die eindigen op een -s, is er een duidelijke scheidslijn te zien. Het woord Congress bijvoorbeeld krijgt bij vier van de negen een ‘s (Congress’s). Dit is ook de “officiële” regel: altijd ’s in de bezittelijke vorm als het enkelvoud van het woord op een -s eindigt (zie verder hier in Clarity 4 ). De andere  vijf het houden bij alleen een apostrof
(Congress’). Jill Barton merkt overigens op dat ook de hierboven genoemde
‘gerenommeerde stijlgidsen’ elkaar op dit punt tegenspreken. The Chigaco Manuel of Style bijv. zegt géén ’s in het geval van een merknaam (General Motors’ factories) en als de enkelvoud hetzelfde is als het meervoud (The United States’ role in international law).

Hoewel niet alle Justices allemaal even vooruitstrevend zijn op alle schrijfgebieden (wijlen
Antonin Scalia misschien uitgezonderd), kan je gerust stellen dat de bal richting a more
conversational style of writing
begint te rollen. The Times They Are A-Changin’. Of met
andere woorden: Is Dan Niets Meer Heilig?

(met dank aan Marcia Coyle)