Category Archives: What’s in a language?

What’s in a language? (55)

Iedereen die weleens een juridische stuk schrijft in het Engels, doet het soms: een Engels woord tussen haakjes laten volgen door een cursieve Nederlandse vertaling . Een paar voorbeelden uit pre-Course Tasks die we de afgelopen maanden ontvingen:

“I advise you to request the Energy Label (energie-label) of the leased premises, so that we […]”, “[…] both entities do not apply the innovation box (innovatiebox) as meant in article […]”, “Both entities are not entitled to apply the holding compensation rules (deel-
nemingsverrekening
) as meant in article the articles of association (statuten) and, if in place, the shareholders’ agreement (aandeelhoudersovereenkomst)”, “[…] resolutions are passed within the general meeting by a simple majority of votes (gewone meerderheid van stemmen)”, “This could be a qualified majority (gekwalificeerde meerderheid) or an
increased majority (versterkte meerderheid)”.

Anglo-Amerikaanse tegenvoorbeelden kan ik nergens vinden. Daarmee bedoel ik
juridische teksten uit Engeland/Amerika die een Nederlands (of Duits, of Portugees etc.) fenomeen, of een typisch Nederlands (of Duits, of Portugees etc.) juridisch concept, cursief en tussen haakjes in de tekst plaatsen. De enige niet-Engelse woorden die je in een Anglo-Amerikaanse juridische tekst zou kunnen vinden zijn Latijnse wettige stelregels (zie
hieronder voor een heel toepasselijke) en heel af en toe een Frans woord. De standaard is om deze woorden gewoon te gebruiken als die ook al in het “gewone” Engels zijn
ingeburgerd: ad hoc, ad nauseam, bona fide, alias, alibi, etcetera. Die woorden werden een aantal jaren geleden nog wel eens cursief geschreven, maar de laatste jaren ook al niet meer.

Gebruik van andere Franse juridische begrippen (zoals seisin, voir dire, cestui que trust en zo nog een heel rijtje meer, zie bijv. het artikel  American Legal Language and the Influence of the French in de Michigan Bar Journal, wordt ten stelligste afgeraden.

Waarom doen Nederlanders dat dan nog steeds zo vaak? En voor wie eigenlijk? Nog even afgezien van hoeveel extra extra informatie voor zowel Nederlandse als Engelse lezers zit in de vertaling van Energy Label naar ‘energie-label’ en innovation box naar ‘innovatiebox’, het leest gewoon erg lastig. En al helemaal als je binnen één zin drie keer hetzelfde kunstje uithaalt, zoals in het derde voorbeeld dat ik hierboven gaf.

Daarnaast loop je het gevaar om niet een juiste Nederlandse omschrijving/vertaling te geven. De boven gegeven voorbeelden zijn allemaal min of meer juist, en heel goed ook, die “articles of association (statuten)”, iets wat maar al te vaak als statutes wordt vertaald, een beruchte juridische False Friend. Maar vorige week op deze plaats  kwamen we al op het niet-bestaande Engelse woord detentor voor “houder”. Een ander voorbeeld dat wij regelmatig zien, is het, opnieuw cursief en tussenhaakjesgeplaatste (ondernemingsraad) als er in een door Nederlandse juristen geschreven Engelstalige tekst sprake is van “works council”. Een “works council” bestaat helemaal niet (meer) in Engeland. Daar spreek je over “work place participation

Je zou nog kunnen beredeneren dat die Nederlandse cursieftussenhaakjes-woorden er zijn voor de juridische helderheid en volledigheid. Een beetje het better safe than sorry-gevoel. Maar dan vergeet je dat alles wat je schrijft onder de Nederlandse wetgeving valt en dat, áls je onverhoopt een fout maakt, een Nederlandse rechter dat heus wel begrijpt. Of anders wordt dat er wel uitgehaviltext… En, á propos Haviltex: ik denk zelfs dat die hele tussenhaakjescursiviteit juist dóór het Haviltex arrest in gang is gezet.

En eigenlijk begrijpen ook Anglo-Amerikaanse rechters dat nog wel… Een van de Latijnse wettige stelregels (of ook wel: maxim) is: Falsa demontratio bon nocet cum de corpore
constat
, hetgeen zoveel wil zeggen als “een valse beschrijving doet geen afbreuk aan een document als er voldoende zekerheid is over de beoogde zaak”.

Al met al zouden we hier dus willen zeggen: stop met het verstrekken van Nederlandse
vertalingen in Engelstalige juridische teksten. Redenen: 1) voor wie doet u dat?; 2) welke woorden ga je wél en welke woorden ga je niet vertalen?; 3) u loopt het risico van een
verkeerde vertaling; 4) uw teksten worden veel lastiger leesbaar; 5) wel of niet een
vertaling: het heeft geen enkele juridische consequentie en 6) zover ik het kan zien, zijn wij het enige land dat dat doet.

Een typische gevalletje van “wie goed doet, doet goed volgen”. Maar of dat nu wel zo goed ís, is de vraag.

What’s in language? (54)

Er wordt wat afgeklaagd over dat Engels dat, volgens velen, op het punt staat het Nederlands te verdringen. Als we alle slechtnieuwsberichten moeten geloven, wordt er helemaal geen Nederlands meer gesproken op Nederlandse universiteiten, begrijpt
niemand meer iets van Nederlandse reclames (alsof dát overigens een gemis zou zijn), kan je geen koffie meer bestellen op Amsterdamse terrassen (gelukkig maar dat het woord
coffee daar niet al te veel van afwijkt) en holt de kennis van de Nederlandse taal bij
basisschoolscholieren achteruit. Nog even, en we gaan ook aan de verkeerde kant van de weg rijden…

Het wordt er allemaal niet beter op als “we”, Nederlanders, ook nog eens zélf allerlei
nep-Engelse woorden gaan verzinnen. Als we zeggen met een ‘touringcar’ naar de
‘camping’ te gaan, zou een Engelssprekende ons met verbijstering aankijken (aha! In a coach to the campground… ). En als die ‘touringcar’ in een ongeluk onverhoopt ‘total loss’ (= write-off) raakt, dan maar hopen dat die ‘all-risk’ verzekerd is (= comprehensive insured). En zo verengelsen we van alles en nog wat. En dat doen we helemaal zelf. ‘Non-food’? Bestaat niet in het Engels. Cola-light (of eigenlijk alles met ‘light’)?  Idem dito, het is een diet cola. ‘Reality soap’, nog iets wat Nederlanders hebben verzonnen (= docu-soap of reality serie). ‘Hometrainer’, ‘ladyshave’ (bedacht door de marketingafdeling van Philips), ‘mainport’, ‘lat-relatie’, ‘funshopping’. Allemaal nep-Engels dat door Nederlanders is verzonnen.

En dan heb ik het dus niét over de zgn. false friends ofwel woorden of zegswijzen die in twee talen hetzelfde lijken of klinken maar iets totaal anders betekenen. Over false friends heb ik o.a. hier en hier al eerder geschreven (bijv. hier en hier).  Bekende voorbeelden van Engels-Nederlandse false friends zijn: brutal, eventual, brave, actual, fiscal enz. Dit zijn
woorden die in het Engels al bestaan.

Bekende juridische voorbeelden van false friends? Warranties, statutes, representation en misrepresentation, consideration, verdict, receiver enz. Let op: er staat niet wat er staat! (of wat u dénkt dat er staat…). Juridische false friends zijn bijna allemaal uit te leggen door de verschillen tussen Civil Law en Common Law rechtssystemen. Overigens horen we vaak Nederlandse juristen zeggen dat zij gespecialiseerd zijn in Civil Law (waarbij ze dan
burgerlijk recht of privaat recht bedoelen). Op zich een uitstekend voorbeeld van een false friends; zeg liever Private Law.

Ook Nederlandse juristen verzinnen juridische Engelse woorden en begrippen, de
‘ladyshaves’ van de juridische wereld, zeg maar. We hebben het hier al eens gehad over het nep-Engelse  to forfeit a penalty (in de tussentijd overigens door en in het Juridisch-Economisch Lexicon gecorrigeerd) maar je ziet het nog steeds hier en daar. Een ander voorbeeld dat wij onlangs tegenkwamen is het woord detentor, als in …as a consequence of which the respective third party is a detentor (houder) for the Purchaser. Hier wordt gedaan alsof ‘detentor’ een (juridisch) Engels begrip is, maar je moet wel heel erg diep en ver zoeken om dat woord in de Engelse taalgeschiedenis tegen te komen, en al helemaal niet in die betekenis. Gebruik liever gewoon: holder, dan hoef je er ook geen Nederlandse
vertaling tussen haakjes achter te zetten.

Behalve dat (denk ik) de dementors in de Harry Potter-reeks een rol hebben gespeeld in het gebruik van detentor, is het ook een mooi staaltje van wat ook wel eens the Persistence of Poor Translation Phenomenon is genoemd: hoe meer een (al dan niet foutieve) Engelse vertaling is gebruikt, des te groter is de kans dat die gebruikt blijft worden. Websites zoals bijv. het door juristen veel gebruikte Linguee (of het daaraan gelieerde DeepL) spelen hier een grote rol in. In tegenstelling tot wat Linguee zelf zegt, is het geen woordenboek of
vertaalsite, het geeft slechts woorden in hun context; m.a.w. hoe komt een woord in de
werkelijkheid voor in combinatie met andere woorden. Daartoe wordt het hele Internet afgestruind.

Wat dan weer wél uitermate vriendelijk is van Linguee, is dat ze ook de bronnen vermelden waar ze deze woorden hebben gevonden. En als je die bronnen goed bekijkt, zijn dit vaak voor een groot deel Engelstalige versies van Nederlandse websites. Dat betekent dus dat als een Nederlands bedrijf op de Engelse versie van hun website een fout gemaakt heeft, dit zonder meer door Linguee wordt overgenomen. Waar dan weer veel lezers vertrouwen in hebben (“het staat immers op Linguee?”), juist dié vertaling weer gaan gebruiken, enz. enz. enz…. Als je wel eens Linguee gebuikt, check dan ook even de bronnen! (We hebben dit al eerder vastgesteld bij de Engelse ‘vertaling’ van “een verzekering afsluiten” dat als ‘to conclude an insurance’ op Linguee verschijnt (lees hier). Van het woord ‘detentor overigens geen enkel spoor op Linguee, noch in Engels, noch in het Nederlands.

Is het verder een goed idee om in een Engelstalig stuk bij sommige woorden tussen
haakjes een Nederlandse vertaling te geven, zoals in bovenstaand voorbeeld? Daarover een volgende keer.

What’s in a language? (53)

Twee weken geleden hadden we het op deze plaats over Christiaan Weijts’ essay in de NRC van Christiaan Weijts, getiteld: “Woorden voor het onbenoembare” . Hij haalde onder meer de Sapir-Whorfhypothese aan die, kort door de bocht, zegt dat de taal die je spreekt, de manier bepaalt waarop je de wereld bekijkt.

De mythe dat de Inuit in hun taal (het Inuktitut) wel heel erg veel woorden voor sneeuw hebben komt hieruit voort. In 1911 schrijft de linguïst en antropoloog Franz Boas dat de Inuit vier woorden voor sneeuw hebben, te weten: aput (“sneeuw op de grond”), gana (“vallende sneeuw”), piqsirpoq (“opwaaiende sneeuw”) en qimuqsuq (“sneeuwjacht”). Dat aantal is in de loop van de jaren behoorlijk gestegen, en we zitten nu al op enkele
honderden. In 1986 (toen de Inuit nog Eskimo’s heetten) wees de antropologe Laura Martin er in een artikel in American Anthropologist op dat de beweringen over Inuit-sneeuwwoorden en de conclusies die eraan verbonden werden, inmiddels sterk uiteen liepen en dat geen enkele wetenschapper het nodig scheen te vinden om de feiten te
controleren. Zij sluit haar artikel af met: Any conseqeunces that those grammatical
differences may have for perception or cognition remain undocumented.

Dezelfde 1000-woorden-voor-sneeuw-sprookjes zijn te vinden over waterhuishouding in het Nederlands, zand in het Arabisch, gezichtsbeharing in het Albanees (27 woorden voor snor en maar liefst 34 voor wenkbrauwen) en ga zo nog maar even verder. Iets om trots op te zijn, misschien, als Albanees, maar verder geen reden om er erg opgewonden van te raken.

Om die grammatical differences gaat het namelijk in bijna alle gevallen; het zijn de
(grammaticale) mogelijkheden die de taal geeft om de wereld te bekijken, niet andersom. Zó komen de Inuit op piqsirpoq en qimuqsuq. Zó komen de Italianen op culaccino en de Japanners op komorebi. En zo komen de Nederlanders op ‘hypotheekrenteaftrek’ en ‘koopkrachtplaatjes’; eerst kijken of er een woord nodig is, en daarna kijken of zo’n woord wel grammaticaal in die taal gemaakt kan worden, en dan wachten of het woord ook “aanslaat”. Esoterische bespiegelingen dat “de taal die je spreekt, de manier bepaalt waarop je de wereld bekijkt”, kunnen voor een groot gedeelte worden gereserveerd voor Dan Brown-romans. Benjamin Whorf, overigens, die van de Sapir-Whorfhypothese, was een Amerikaanse verzekeringsman met een linguïstische hobby, die aanvankelijk op zoek was naar de verborgen boodschappen in het Hebreeuws en de Kabbalistische ‘betekenissen’ in het Hebreeuws van het Oude Testament. Maar goed…

In het Legal English gaat dat niet anders (met één, niet geheel onbeduidende kanttekening, maar daarover hieronder meer). De meeste Engelstalige landen hebben een Common Law-rechtssysteem. Dit brengt met zich mee dat er behoorlijk wat rechtsconcepten zijn die in landen met een Civil Law-rechtssysteem botweg niet bestaan of totaal irrelevant zijn (en andersom, natuurlijk). Dientengevolge zijn er ook (vaak) geen vertalingen voor, en moet er bij vertalingen teruggegrepen worden op omschrijvingen, dan wel op tussenhaakjes
vermeldingen wat er eigenlijk (vaak: bij benadering) bedoeld wordt. Schrijf dus in een
contract bijv. gerust: “terminate (ontbinden)” in uw Engelstalige tekst of contract.

“Dat moet dan maar”, zult u zeggen, “verder geen probleem, toch?”. Alleen kom je binnen dat Engels, Legal English of niet, erg vaak weer nationale (of zelfs regionale!) verschillen tegen. Lawsuit, subpoena, attorney hoor je vaak gebruiken in Amerikaanse rechtbanken (of liever gezegd: in Amerikaanse rechtbanktelevisie-series). Als je dat in een Britse rechtbank doet, word je uitgelachen. Het Britse break clause is een Amerikaanse termination clause, amnesty (Br) is immunity (VS), attachment of earnings (Br) is garnishment of wages (VS), Britse annual returns zijn Amerikaanse annual reports en ga zo maar door. En dan hebben we nog Zuid-Afrika, Australië, Nieuw-Zeeland etc. Verder zijn er vaak ook nog eens
verschillen bínnen één en hetzelfde land; de Schotse wetgeving heeft heel andere woorden voor min of meer dezelfde begrippen dan de Engelse, de Amerikaanse staat Louisiana
geniet, qua woorden en begrippen, een uitzonderingspositie in het (natuurlijk geheel Engelstalige) Amerikaanse recht.

Legal English heeft natuurlijk zo z’n karakteristieken (lees bijv. hier), maar de vraag is of die karakteristieken écht nodig zijn of dat het uit een soort ouderwetse hang naar traditie voortkomt. Die “hang naar traditie” is in een Common Law-rechtssysteem een stuk sterker dan in een Civil Law-systeem gezien case law één van de bouwstenen is in een Common Law-rechtssysteem. In case law zijn rechterlijke uitspraken uit het verleden in gelijksoortige zaken van groot belang. En de taal (de woorden, de interpunctie, en soms zelfs de zinsbouw) in die uitspraken moet worden bewaard. In een (zeer gering) aantal gevallen hebben die woorden zich ontwikkeld in zgn. Terms of Art (hier bijv. al eens eerder besproken), maar ook die Terms of Art verschillen van geografische jurisdictie, in die zin dat een Britse Term of Art helemaal geen Amerikaanse Term of Art hoeft te zijn.

Kortom, er zijn nogal wat kanttekeningen te plaatsen (om het maar lichtelijk uit te drukken) bij de Sapir-Whorfhypothese dat de taal die je spreekt, de manier bepaalt waarop je de wereld bekijkt. Benieuwd naar het Branch Out-advies betreffende Legal English? Maak je in de eerste plaats druk over je English, je Legal hangt erg af van de rechts-
grondslag, het rechtsgebied, het rechtssysteem, het rechtsbereik, de rechtshistorie, de rechtsfilosofie en ga zo nog maar even door…

What’s in a language? (52)

Zo af en toe steekt het weer zijn lelijke hoofdje op: de notie dat er “in andere talen”
woorden bestaan die iets betekenen waar “wij” (de Nederlanders, denk ik) geen woorden voor hebben. Zoals afgelopen zaterdag weer in een essay (ook écht als zodanig aangekondigd!) in de NRC van Christiaan Weijts, getiteld: “Woorden voor het
onbenoembare”
.

En weer kunnen we het rijtje anderetaalwoorden lezen waar geen Nederlands equivalent voor zou zijn: het Portugese saudade, het Italiaanse culaccino, het Japanse komorebi, en, natuurlijk, het Deense hygge. Die lijst van woorden die alleen maar bestaan in je eigen taal is moeiteloos uit te breiden met nog eens 100.000 voorbeelden. Weijts noemt dit “een fenomeen waar zelf ook geen woord voor is”. Jammer voor hem, maar daar bestaat
natuurlijk wél een woord voor, en dat woord is gewoon ‘taalleemte’. Oftewel, volgens Wikipedia: “het ontbreken in de taal van een woord of standaarduitdrukking voor iets
concreets in de werkelijkheid of een bepaald concept. Een dergelijk gat in de taal valt met name op als er voor hetzelfde in een andere taal wel een specifieke term bestaat”.

Hier valt heel wat op af te dingen, en misschien kan je zelfs zeggen dat dergelijke
romantische ideetjes over taal gevaarlijk uit kunnen pakken…

Wat valt er dan op af te dingen? Ten eerste is het nog maar de vraag of de sprekers van de desbetreffende taal die woorden zélf wel kennen of gebruiken. Saudade en hygge zullen resp. Portugezen en Denen best wel bekend voorkomen, maar de vraag hier is of door die woorden telkens weer op dezelfde rijtjes terug te laten komen, internationale toeristische marketingstrategieën hier niet een belangrijke rol in spelen. En het is alweer een stuk
twijfelachtiger of een gemiddelde Italiaan ooit culaccino (=vermeend Italiaans voor het kringetje water dat een koel, beslagen glas op een tafel achterlaat) gebruikt. Komorebi (=vermeend Japans voor de zon die op een bepaalde manier door de bladeren schijnt) komt uit een roman uit 11e –eeuw: ‘Het Verhaal van Genji’. Ik durf er iets om te verwedden dat de gemiddelde Japanner er nog nooit van heeft gehoord. Veelzeggend overigens, is dat culaccino  óók een merk limoncello is, en komorebi een duur merk Belgische zonnebrillen, maar dit terzijde (Kip? Of ei?).

Ten tweede is het vaak simpelweg de structuur van een taal die ervoor kan zorgen dat er überhaupt dergelijke woorden kúnnen ontstaan. Zo zijn er agglutinerende talen waar
voor- en achtervoegsels aan een woord kunnen worden toegevoegd om de betekenis verder te specialiseren (zoals het Fins, het Turks en het Japans) en isolerende talen waar het een stuk moeilijker is om van twee (of meer) woorden een nieuw woord te maken. Het Engels is hier een (bescheiden) voorbeeld van. Daarom zie je ook veel meer Engelse dan Nederlandse woorden “los” van elkaar geschreven staan.

(Kleine Tip: dit is ook de voornaamste reden om in het Engels nóóit haakjes binnen hetzelfde woord te gebruiken! Wij zien vaak door Nederlanders geschreven Engelse woorden als (inter)national, (soil)pollution (im)patience etc. Schrijf in plaats daarvan: national and
international, polution and soil polution. patience and
impatience etc. Hier al eerder over geschreven).

En ten derde: als er geen anderstalige equivalenten voor woorden zijn, zal dat wel een
reden hebben. Een reden van bestaansrecht, bijvoorbeeld: waarom zouden de Engelsen een woord moeten hebben voor hypotheekrenteaftrek (overigens een mooi voorbeeld van iets agglutinerends) als ze dat niet hebben? Of een historische reden: het Oud-Engels had ooit een woord voor “niets-zeggen”: het woord swīgan (nauw verwant aan ons “zwijgen”, dus), maar dat is nu alweer een tijdje: to be silent. Of iets breder getrokken: wij horen vaak dat de Engelsen met zoveel omhaal van woorden zo beleefd en formeel zijn. Is dat
misschien ook omdat er in het Engels geen verschil (meer) is tussen “u” en “jij”, en dat dat op de een of andere manier gecompenseerd moet worden?

En waarom zou het zelfs gevaarlijk kunnen zijn om te denken dat andere talen een of
andere geheimzinnige voor ons niet te ontcijferen code bevatten? Omdat we dan het gevoel krijgen dat die mensen de wereld om hen heen op een heel andere manier bekijken. Omdat het dan nog maar een kleine stap is naar de gedachte dat die anderstaligen ook wel eens slecht en inferieur zouden kunnen zijn, met een voor “ons” onbekende kennis van dingen die ze ook wel eens tegen “ons” zouden kunnen gebruiken. Omdat het
“buitenlanders” zijn, een heel ander “soort” mensen.

De taal die je spreekt, bepaalt de manier waarop je de wereld bekijkt. Dat is, kort en bondig samengevat: de Sapir-Whorfhypothese (ook aangehaald door Christiaan Weijts in zijn NRC-essay). Moeten we deze hypothese serieus nemen? Betekent dit dat er inderdaad
“onvertaalbare” woorden zijn? En wat betekent dit voor Legal English? Volgende week meer hierover in Deel 2.

 

 

What’s in a language? (51)

In de zaak  Cummings v Granger opende de rechter Baron Denning (probably the greatest English judge of modern times, volgens Margaret Thatcher) met: This is the case of the
barmaid who was badly bitten by a big dog.
Een prachtig staaltje van alliteratie (ofwel het herhaald gebruik van gelijke beginmedeklinkers in twee of meer beklemtoonde lettergrepen of woorden binnen één zin).

In een feitelijke en van emoties gespeende wereld als de rechtspraak is het eigenlijk
opmerkelijk dat een poëtische stijlvorm als alliteratie door de (met name Engelstalige)
juridische wereld vaak omarmd wordt. Aan de andere kant zou je ook kunnen stellen dat alliteratie al vanaf het begin van de Engelse rechtspraak een belangrijk stijlmiddel is.

Alliteratie is in wezen een bijzonder handig geheugentechnisch hulpmiddel. Zeker toen men nog erg weinig geschreven woord gebruikte, was alliteratie (naast andere poëtische kenmerken, zoals assonantie, ritme, rijm etc.) één van de middelen om (o.a.) wettelijke normen te helpen behouden en uit het hoofd te leren. In 1066 werd in Engeland veel
“traditionele” rechtspraak aan de kant gezet door de binnenvallende Normandiërs die hun eigen taal (met bijv. verhoudingsgewijs veel meer eindrijm, denk aan Sinterklaasrijmpjes: denken-schenken) en juridische gewoontes introduceerden. (voor een kort geschiedenis-
lesje, klik hier). In de tweede helft van de 14e eeuw grepen de Engelsen weer langzaam terug op hun “ eigen” Angelsaksische traditie van vóór 1066. Engels kwam weer terug als rechtstaal, en met die terugkomst ook weer de alliteratie. Dit staat in de literatuur-
geschiedenis zelfs bekend als de alliterative revival.

Het is daarom geen toeval dat veel van de uit die tijd stammende legal doublets and triplets  alliteraties zijn  die het legal English vandaag de dag nog steeds gebruikt, juist uit die tijd stammen: signed and sealed;, aid and abet; search and seizure; rest, residue and
remainder; any and all; each and every; have and hold; clear and convincing; safe and sound; part and parcel
; malice murder; aggravated assault; friendly fire; adverse authority; hell or high water (in contracten) en ga zo maar even door.

Ook is het daarom geen toeval dat alliteratie in de Anglo-Amerikaanse rechtspraak zó wordt aangeschreven dat Ross Guberman (een legal writing-docent aan de Yale Law School) in 2017 de Judicial Alliteration Award in het leven riep en deze gelijk aan de Supreme Court-rechter Neil Gorsuch toekende voor diens opinion in Henson v. Santander Consumer USA ) over o.a. de opdringerige marketingtechnieken van Santander waarin hij schrijft: Disruptive dinnertime calls, downright deceit […] drew Congress’s eye to the debt collection industry. From that scrutiny emerged the Fair Debt Collection Practices Act. Iets wat Steven Mazie van The Economist prompt aanzette tot de baas-boven-baas-tweet Gorsuch goes gaga for alliteration in opening line of 1st #SCOTUS op. Of die prijs daarna nog eens is gegeven, is onbekend.

En wie herinnert zich niet de zin van Johnnie Cochran, de advocaat van O.J. Simpson die in de zaak tegen ex-basketbalspeler naar voren bracht dat the prosecution’s evidence is
compromised, contaminated, and corrupted
? Gevleugelde woorden.

In Nederland komen we er een beetje bekaaid van af. Bij Houthoff schijnt een allitererende advocaat (op zich al allitererend aardig) te werken, maar de werkelijke wettige
werkzaamheden schijnen weerbarstiger te zijn. Verder voeren we in dit land alleen maar rechtszaken tégen alliteratie. Tegen “Grenzeloos Genieten”, bijv. Of tegen de slagzin “Het beste voor Baby’s Billetjes” van Billies Baby luiers waarvan de Presi­dent van de Rechtbank te Rotterdam de creativiteit er niet inzag: “Wij kunnen in de slagzin van eiseres niet zozeer een werk van letter­kunde, wetenschap of kunst onderken­nen. Daarvoor mist deze zin toch de nodige originaliteit”. Dan is de eerste bekende rechterlijke uitspraak over auteurs-
rechtelijke bescher­ming van een alliteratie (van de arrondissements­recht­bank te Den Haag uit 1966) misschien nog het mooist: twee partijen die vechten om de slagzin “Bevrijdt uw auto – vliegensvlug – van vastge­vlogen insecten”, .

En hoewel Yale Law School professor Fred Rodell al in 1962 over zijn eigen werk in Goodbye to Law Reviews–Revisited al schreef: A quarter century has wrought no revolution among the professional purveyors of pretentious poppycock,  is het toch het leukst om hier en daar een goed voorbeeld van onopzettelijke alliteratie tegen te komen. Zoals bijv.  in de Texaanse Voedsel- en Warenwet (25Tex.Admin.Code§241.69) over het pellen (=to shuck) van
garnalen: Shellfish shall not be subjected to contamination while being held or processed. Shellstock to be shucked shall be stored in such locations that contamination from standing water or splash from foot traffic does not occur….Only safe and wholesome shellfish shall be shucked.

Mooier kunnen we het niet maken.

What’s in a language? (50)

Op deze plaats heb ik al een aantal malen geschreven over taalverandering en over hoe bang of juist hoe gelukkig we daarover moeten zijn. Lees bijv. hier of hier.  Nou is dat
natuurlijk niet alleen een Nederlands stokpaardje. In Engeland bijvoorbeeld waarschuwt  de voorzitter van de Plain English Campaigh, Marie Clair in the Daily Mail: “There is a
worrying trend of adults mimicking teen-speak. They are using slang words and ignoring grammar. Their language is deteriorating. They are lowering the bar. Our language is flying off at all tangents, without the anchor of a solid foundation
”. Ook de Queen’s English Society vecht al tientallen jaren voor het behoud van de Engelse taal zoals we die kennen: “Some changes would be wholly unacceptable, as they would cause confusion and the language would lose shades of meaning” schrijft de Society op haar, overigens erg vermakelijke en
informatieve, website.

Je kan makkelijk een aantal redenen bedenken waarom er, op het oog, meer Engelse verzuchtingen over zgn. taalverloedering zijn dan Nederlandse. Het Engels is ouder; in Engeland bestond er veel eerder een hofcultuur waar “taal” en “taalgebruik” veel
belangrijker werden gevonden; de Engelsen hadden veel meer last, dan wel profijt, van
talige invloed van hun koloniën; In Engeland is taal een stuk belangrijker in wetgeving en rechtspraak (“de letter van de wet”) dan in Nederland (waar “de geest van de wet” een veel grotere rol speelt); Engels als voertaal is veel belangrijker in de hele wereld; en ga zo nog maar even door.

Genoeg redenen dus om je op te winden over de teloorgang ervan. En zich opwinden over taalverloedering doen de Engelsen al minstens vanaf het jaar 1380 toen John Trevisa  een in het Latijn geschreven werk van de Benedictijner monnik Ranulf Higden  in het Engels vertaalde: “By intermingling and mixing, first with Danes and afterwards with Normans, in many people the language of the land is harmed, and some use strange inarticulate utterance, chattering, snarling, and harsh teeth-gnashing”.

Het was dan ook een echte ‘oogopener’ om het boek Don’t Believe a Word: The Surprising Truth About Language  van David Shariatmadari te lezen. Shariatmadari schrijft regelmatig voor de Britse krant The Guardian over taal en in dit boek weerlegt hij één voor één de sprookjes over vermeende taalverloedering. Eigenlijk komt het erop neer dat er niks te vrezen of te juichen valt: taal verandert, of je het nu leuk vindt of niet.

En taal verandert niet alleen omdat er andere woorden of uitdrukkingen ontstaan, maar ook omdat de grammatica verandert. Een mooi voorbeeld dat hij in het boek geeft, is het Engelse will, de (huidige) standaardaanduiding van de toekomende tijd in het Engels. Het gaf ooit verlangen en intentie aan. Het Engels I will betekende ooit “ik wil, ik wens” (als het Nederlandse “willen” dus). Nog steeds bestaat dat in het Engelse if you will (“als je wilt/
verlangt”). Maar omdat verlangens hoop voor de toekomst zijn, werd dit veel voorkomende werkwoord geleidelijk aan eenvoudigweg gezien als een toekomst-aanduider. Het verloor zijn échte betekenis en werd slechts een grammaticaal deeltje. De oorspronkelijk toekomst-aanduider, shall, verloor eveneens zijn betekenis en kreeg (of liever gezegd: zou, met name in juridische teksten als contracten e.d., moeten krijgen) meer de betekenis van “moeten”.

En daar ligt precies het probleem met een zichzelf steeds vernieuwende taal, of, meer in het bijzonder, een zichzelf steeds vernieuwend Engels. Engels is namelijk de taal van het common law-rechtssysteem; een systeem met een heel stelsel gewoonterecht waar
jurisprudentie leidend is; bij wetsvorming en rechtszaken wordt uitgegaan van eerder gedane gerechtelijke uitspraken in gelijksoortige zaken (de zgn. decisions). Bij iedere nieuw aangespannen rechtszaak wordt uitgegaan van het principe dat gelijksoortige rechtszaken behandeld moeten worden volgens consistente regels, zodat ze tot een gelijksoortig
resultaat leiden.

Maar wat nu als de taal verandert (wat-ie, volgens David Shariatmadari, voortdurend en onvermijdelijk doet), maar  in gerechtelijke beslissingen tegelijkertijd móét worden meegenomen wat de betekenis was vóór die veranderingen? Zie de, letterlijk honderden, rechtszaken over wat shall of will betekent in, bijvoorbeeld, contracten…

What’s in a language? (49)

Daar dacht u misschien dat u uw Legal English prima op orde had. De Engelse grammatica is onder knie. Uw Engelse zinsbouw is nagenoeg perfect. Uw woordkeuze is prima. U slaat de juiste toon aan bij de daarbij passende lezers. U kent de verschillende kenmerken van Civil Law en Common Law, dus weet u dat woorden er in het Legal English er meer toe doen dan in het Juridisch Nederlands. Uw interpunctie is in orde. U schrijft uw Letters of Recommendation informatief, kort, bondig en to the point. Uw Engelstalige contracten zijn éénduidig, nooit is daar maar één rechtszaak over aangespannen. En u heeft de laatste 257 Branch Out Legal English Blogs gelezen. Kortom, één dik, vet Facebookduimpje!

Maar dan beginnen ze over het lettertype!! Tenminste… “ze”? Het Hof van Beroep in het District of Columbia (zeg maar het centrum van de macht: Washington) ook wel de 9th Circuit genoemd, deed op 16 maart 2021 een belangrijke aankondiging aan procederende partijen: gebruik geen Garamond… (het lettertype, ja) maar liever Century of Times New Roman. Het is strikt genomen geen regel maar meer een “advies”, een advies dat u maar beter op kan volgen. Volgens deze aankondiging wordt het gebruik van het lettertype Garamond in juridische documenten “sterk ontmoedigd”, zeg maar: verboden.

Het probleem schijnt allereerst de leesbaarheid van het kleinere Garamond te zijn. Hoewel de federale regel van beroepsprocedure 32 (a) (5) al vereist dat alle lettertypes .14 moeten zijn. Anderen wijzen op de onleesbaarheid van cursivering in Garamond. Ook schijnt het paragraafsymbool (§) in Garamond moeilijk leesbaar te zijn en dat symbool wordt toevallig erg vaak gebruikt juridische stukken. Zo wordt Title 16 of the United States Code Section 580p in het kort: 16 U.S.C. § 580p.

Overigens is het hier misschien handig te vermelden dat het “§” in het Engels een section sign heet, en met paragraph (= het Nederlandse “alinea”) het ¶-teken wordt aangegeven en dan weer juist paragraph sign heet. Met andere woorden als Nederlanders zeggen “Artikel 12 van…” is dat in het Engels: Section 12.

Maar goed, paragraph, section, alinea of wat dan ook… Garamond is wél een stuk zuiniger in het gebruik. In 2014 stelde een student uit Pennsylvania het lettertype voor als een kostenbesparend, printerefficiënt lettertype waarmee de overheid ongeveer U$ 400 miljoen per jaar aan afdrukkosten zou kunnen besparen (lees hier).

Natuurlijk zijn lettertypes vaak het onderwerp van onderzoek is geweest. Zo leert een Princeton-studie uit 2010  dat lezers juist aanmerkelijk meer informatie onthielden als die informatie in een “lelijk”, of “ongebruikelijk” lettertype werd gepresenteerd, zoals bijv. Monotype Corsiva or Haettenschweiler (dit fenomeen wordt in de psychologie disfluency genoemd).

Ook zijn er genoeg onderzoeken (deze bijvoorbeeld) die uitwijzen dat lezers een tekst
serieuzer nemen als het in een “serieus” lettertype (zoals in het bijzonder: Baskerville) staat en een heel stuk minder als een minder serieus lettertype (zoals bijv. Comic Sans) wordt gebruikt.

En dan heb ik het nog niet eens over verder onderzoek naar lettertypes (schreef of
schreefloos, typeface, paginagrootte, inktkleur, de x-hoogte, basislijn, interlinie, marges. de hoeveelheid witruimte en lettergrootte. Ga hier naar een kort overzicht. Daar zie je
overigens ook een groot verschil tussen de VS en Europa; lettergrootte .14 is min of meer standaard in de VS, terwijl .12 in Europa al als zó groot wordt gezien dat die alleen voor kopjes in een tekst wordt aanbevolen…

In ieder geval heeft het Hof van Beroep in DC geen zin meer in die Garamond. Een échte
reden wordt niet gegeven, maar de complottheoretici hebben al een behoorlijk aantal
redenen gevonden: niet alleen de lettergrootte staat namelijk vast in juridische stukken (namelijk .14), ook het aantal pagina’s is aan restricties onderworpen, namelijk, afhankelijk van welk document: tussen de 15 en 35 pagina’s. ). En hoe minder er in zo’n juridisch
document staat, hoe makkelijker het wordt om een hoger beroep te verwerpen. Met Garamond kan je heel wat meer vertellen op 25 pagina’s dan met Times New Roman. (Ter vergelijking: een tekst die in Times New Roman 25 pagina’s in beslag neemt, kost in Garamond 21 pagina’s). Of anders, zo twittert Sean Marotta, partner van Hogan Lovells, de lettertypepositie van het DC Circuit is een subtiele manier om het personeel van de Civil Appellate van het Amerikaanse ministerie van Justitie (vaak de tegenstander in dit soort
zaken) voor gek te zetten, als een institutie die semi-famously uses Garamond in its briefs.

En als u nu mocht denken dat het een uniek verschijnsel is dat rechtbanken zich met lettertypes en –groottes bemoeien, dan heeft u het mis. Het Supreme Court vraagt advocaten hun stukken in Century aan te leveren; het Hof van Beroep voor het 7th Circuit (in de staten Illinois, Indiana en Wisconsin) heeft een hartgrondige hekel aan Times New Roman (a font useful only for “a quick read”. Lawyers don’t want their audience to read fast and throw the document away; they want to maximize retention). Lees hier. En dit terwijl het State Department (het Amerikaanse Ministerie BZ) juist besloot om alleen maar in Times New Roman te publiceren…

Dus ja, alleen maar perfect Legal English beheersen is lang niet genoeg. Er komt nog veel meer bij kijken! Diepe zucht…

What’s in a language? (48)

Valse Vrienden, False Friends: woorden of zegswijzes die in twee talen hetzelfde lijken of klinken maar iets totaal anders betekenen.

Zo is het Engelse brutal niet het Nederlandse ‘brutaal’, en administration is niet
‘administratie’, etc. (voor meer Engels-Nederlandse False Friends klik hier). Of, op juridisch gebied, zijn Nederlandse ‘statuten’ geen Engelse statutes, wat je zou kunnen denken, maar Articles of Association, een Engelse curator is niet de Nederlandse curator maar een
bankruptcy trustee, zo zijn considerations geen ‘overwegingen’ maar een juridisch concept dat bij ons met prestatie-tegenprestatie zou kunnen worden aangeduid en verwijst
misrepresentation  niet naar onbevoegde vertegenwoordiging maar is een mededeling die niet juist is, wat wij ‘dwaling’ zouden kunnen noemen.

Meer voorbeelden? Het Nederlandse ‘concept’ is niet het Engelse concept. Een
‘conceptovereenkomst’ is derhalve een draft contract; het Engelse concept is veeleer ‘een begrip’. De Nederlandse ‘procedure’ is niet, wat je zou kunnen verwachten, procedure, maar (legal) proceedings. Voor een procedure ga je namelijk naar medisch onderlegden.  En wat Nederlanders onder ‘jurisprudentie’ rekenen is in het Engels meer iets als precedent of case law. Het Engelse jurisprudence bestaat verwarrend genoeg wel, maar betekent meer wetstheorie of -filosofie.

Maar dit zijn woorden in twee talen (Nederlands en Engels, dus). Iets ingewikkelder wordt het bij False Friends in één en dezelfde taal: Brits-Engels en Amerikaans-Engels. George Bernard Shaw verzuchtte al eens dat “England and America are two countries separated by a common language“. En dat gaat ook vaak ook op voor British Legal English (BLE) en American Legal English (ALE).

Audience is een mooi voorbeeld. Het betekent natuurijk ‘publiek’, maar in het ALE betekent het nooit the right of a lawyer to appear and plead in court maar in het BLE heeft het wél die betekenis: right of audience. Een ‘inval van de politie’ is een dawn raid in BLE, dezelfde actie heet een search and seizure in het ALE.

Als je in Engeland een advocaat inschakelt, dan is dat: to instruct a lawyer, als je iets dergelijks in de Verenigde Staten wil doen, dan doe je er beter aan om te zeggen: to hire, of to engage a lawyer. Diezelfde lawyer zal in een rechtszaal een eindpleidooi houden, een Amerikaans jurist voert dan a closing argument terwijl zijn Britse tegenhanger a closing speech voert.

Met name de Britten winden zich nogal op over deze -in hun ogen- ‘diefstal’ van begrippen, maar nog veel erger vinden zij dat ook de rechtbankmores onder invloed van (voornamelijk Amerikaanse) rechtbankseries op televise veramerikaniseren. Tenminste, op
televisie…

In tv-series (door Amerikanen gemaakt, maar spelend in Engeland) worden steeds vaker getuigen opgeroepen om to take the stand (ALE) naar dat verhoginkje in de rechtszaal te gaan dus. Alleen… Engelse rechtbanken hebben helemaal geen verhoginkje! In
werkelijkheid worden getuigen opgeroepen om to go into the (witness) box (BLE). In diezelfde series wordt ze dan gevraagd om to testify (ALE), in de werkelijke Britse rechtbankwereld wordt ze gevraagd to give evidence (BLE).

Op onder verdachte omstandigheden overleden personen wordt een post-mortem (BLE) uitgevoerd, op televisie is dat een autopsy (ALE) geworden. Gescheiden ouders betalen nu op tv alimony (ALE), terwijl een aantal jaren geleden dat nog maintenance (BLE) was. Een parole (voorwaardelijke vrijlating) gold in Engeland alleen voor soldaten die in een oorlog door de vijand gevangen genomen werden en werden vrijgelaten als ze plechtig beloofden niet meer de wapens op te nemen. Onder invloed van de Amerikaanse rechtspraak (of waren het de Amerikaanse tv-series?) werd dit woord vanaf het midden van de jaren ’60 ook voor veroordeelde gevangenen gebruikt. Tot rond de laatste eeuwwisseling was to
appeal
  een intransitief werkwoord (een werkwoord dat geen lijdend voorwerp nodig heeft), en werd het in combinatie met het voorzetsel against gebruikt, to appeal against (BLE) dus, nu niet meer. Voor de Brexit zei Theresa May nog (in relatie tot die Brexit): “We’re appealing the High Court decision”, terwijl dat 15-20 jaar geleden “We’re appealing against the High Court decision” was geweest.

Taal verandert, zélfs als de omstandigheden hetzelfde blijven.

What’s in a language? (47)

“Waarom zijn Amerikaanse (of liever gezegd: Anglo-Amerikaanse) contracten vaak zo lang?”, verzuchten deelnemers aan Branch Out-trainingen Drafting Better Contracts in English vaak. Ons standaard antwoord is dan steevast dat Anglo-Amerikaanse contracten proberen een breed scala aan onvoorziene omstandigheden aan te pakken om zodoende eventuele gerechtelijke geschillen te voorkomen of anders zelfs om sterker te staan tijdens zo’n geschil.

Contracten onder civil law (geldig voor de meeste Europese landen) zijn inderdaad vaak zo’n derde tot de helft korter dan (met name) Amerikaanse contracten en overeenkomsten. En inderdaad, vooral omdat Europese contracten niet de behoefte voelen om elke
eventualiteit aan te pakken. Want de meeste van die zgn. eventualiteiten liggen immers al vast in burgerlijke wetboeken, dus waarom dat ook nog eens allemaal in een overeenkomst te vermelden?

Daaraan ten grondslag ligt ook het civil law-principe van “goede trouw” (ofwel ook: Treu und Glaube/buona fede/bonne foi etc.), terwijl in common law-systemen de partijen veel meer gedwongen worden om een eigen uitgangspositie te zoeken. Elke partij is op zoek naar een voordeel ten opzichte van de andere en houdt de kaarten tegen de borst in een poging ervoor te zorgen dat zíj het in ieder geval niét zijn waarvan wordt geprofiteerd. En hoewel dit een goede basis vormt voor veel Hollywoodfilms, mondt deze combinatie van agressie en voorzichtigheid vaak uit in een extra contractuele woordenstroom (lees meer hierover in het artikel Comparative Analysis of New Differences in Legal Cultures door Alberto M. Musy).

Het ontbreken van een algemene plicht van goede trouw kan waarschijnlijk het beste
worden omschreven als een illustratie van de Engelse houding om de wet als een op zichzelf staand domein te zien, als een wereld die zich onderscheidt van het bedrijfsleven en de politiek. Engelse rechters houden er niet van hun bevoegdheid te gebruiken om te bepalen of de partijen te goeder trouw hebben gehandeld of niet.

Het is natuurlijk verleidelijk om hier allerhande culturele verklaringen op los te laten (de VS als een veel competitievere samenleving als de Europese, Europa -wat dat dan ook mag zijn- als een samenleving waar veel meer wordt omgekeken naar de zwakkeren, Groot-Britannië daar zo’n beetje tussenin etc. etc.). En dat is dan ook vaak gedaan, zie bijv. F. Trompenaars & P. Wooliams, Business across cultures of G. Hofstede, Cultures and
organizations: software of the mind
. Alleen loop je dan al snel het risico in een soort zwartepietendiscussie te verzanden: is Zwarte Piet een onderdeel van de nationale cultuur of gewoon racisme?

In de tussentijd zie je dat het onderscheid steeds meer vervaagt; Anglo-Amerikaanse
kantoren brengen hun stijl van praktijk, waaronder contracten in Anglo-Amerikaanse stijl, steeds vaker naar civielrechtelijke landen en aan de andere kant weten “Europese”
kantoren hun (vnl.) Amerikaanse tegenhangers wel te overtuigen niet ál te “Amerikaans” over te komen. Het eind van het hele verhaal (hoewel we daar nog lang niet zijn) zal er wel op neerkomen dat het vooral een verschil is van “toon en stijl”. En laten we niet vergeten dat de Plain English-movement vooral in de Verenigde Staten steeds belangrijker wordt en de vereuropeanisering in de kaart speelt. Overigens, ga voor een prima overzicht (en meer) van die “toon en stijl” naar de zeer lezenswaardige We Agree-site van Willem Wiggers. Of naar deze en deze Branch Out Legal English blogposts waar ook Anglo-Amerikaanse
contracten worden besproken.

Maar laten we eerlijk zijn, ondertussen spinnen wij van Branch Out hier een redelijke klos garen bij. Verreweg de meeste contracten die Nederlandse juristen in het Engels schrijven zijn, natuurlijk, contracten onder Nederlands recht. We spreken echter regelmatig
advocaten die zeggen dat hun Amerikaanse opdrachtgever graag zien dat hun contracten er “Amerikaans(er) uitzien”. En dan kan je wel zeggen dat dat juridisch gezien helemaal niet hoeft, maar als het niet baat, dan schaadt het (meestal) ook niet, nietwaar?

Bovendien vertonen veel door Nederlanders in het Engels geschreven contracten nog veel te vaak allerlei grammaticale en lexicale onbegrijpelijkheden en onduidelijkheden die
ambiguïteiten opleveren waar wel degelijk over geprocedeerd kan worden. Contractuele taal blijft contractuele taal, of dat nou Engels is of Nederlands.

East is East, and West is West, and never the twain shall meet schreef Rudyard Kipling (toegegeven, niet met contractuele taal in het achterhoofd, maar goed… én, grammaticaal puntje: let nog even op die komma’s voor and). Maar we kunnen wél ons best doen.

What’s in a language? (46)

Vorige week schreef ik hier over congruentie tussen onderwerp en werkwoord. Ik schreef argeloos: “…het Engels heeft maar twee verbuigingen van werkwoorden, nl. mét een -s voor de derde persoon enkelvoud (he, she, it workS) en helemaal niks voor alle andere
personen (I, you, we, they work) terwijl het Nederlands er drie heeft (geen, een -t, of -en)”.

Prompt kwamen twee lezers met de opmerking hoe dat dan zit in bijvoorbeeld:
I recommend that she contact (en dus niét: contactS) your agent of ook: I suggest that your client pay (en dus niét: payS) immediately. En daar hadden ze groot gelijk in. Alleen… we hebben het in deze gevallen over de zgn. Subjunctive (in het Nederlands: de conjunctief of
‘aanvoegende wijs’).

De Subjunctive is een werkwoordsvorm die een wens, aanbeveling, toegeving, aanwijzing, suggestie of aansporing uitdrukt. In hedendaags Nederlands is het gebruik ervan goeddeels verdwenen. Bij ons blijft het conjunctiefgebruik beperkt tot vaste uitdrukkingen (zoals: ’het ware beter als’, ‘kome wat komt’, ‘koste wat het kost’, ‘zo waarlijk helpe mij God’, ‘leve de koning!’, etc.).

Hoewel steeds minder gebruikt, is de Subjunctive in het Engels echter nog springlevend. En omdat aanbevelen, adviseren en voorstellen nu precies datgene is wat juristen bovenmatig veel doen, is de Subjunctive met name in het Legal English een vaak voorkomende
stijlvorm. Je kan de Subjunctive gebruiken ná werkwoorden als: to advise (that), to ask (that),  to command (that), to demand (that), to desire (that), to insist (that),  to propose (that), to recommend (that), to request (that), to suggest (that) en to urge (that) of anders in de buurt van daarvan afgeleide uitdrukkingen, zoals It is crucial (that), It is desirable (that), It is essential (that), It is imperative (that), It is important (that), It is recommended (that) of It is urgent (that) etc.

Met de Subjunctive gebruik je een ongebruikelijke werkwoordsvorm om de aandacht te vestigen op iets buitengewoons. Je gebruikt een onverwachte werkwoordsvorm, die
onjuist is in normaal gebruik, om de aandacht te vestigen op het feit dat je iets ongewoons zegt. Het gaat over mogelijkheden, verlangens, veronderstelde dingen, vaak in strijd met de feiten. Je kan de Subjunctive gebruiken om verlangen te suggereren, en we zien dit vaak in bijvoorbeeld inleidingen van een (Engelstalig) pleidooi als de advocaat stelt dat de gedaagde de rechtbank verzoekt zijn motie tot verwerping toe te wijzen: Defendant
requests that this
court grant her motion to dismiss, In dit geval zouden we bij een derde persoon – deze rechtbank – een werkwoord hebben dat eindigt op s (grantS). Deze zin is echter met de Subjunctive geschreven en drukt een verlangen uit.

Ook kan de Subjunctive worden gebruikt om een ​​mogelijkheid, twijfel of een voorwaarde uit te drukken. Als je een alternatief moet argumenteren, kan je Subjunctive gebruiken om op subtiele wijze aan te geven dat je twijfelt over een standpunt. Stel dat je zojuist een deel van een argument hebt afgerond maar toch moet je het alternatief aanpakken. Op een gegeven moment zou je kunnen zeggen/schrijven: If the Court were to hold for Defendant, there would be no justice for injured plaintiffs. Je ziet de Subjunctive hier aan het werk
omdat het vervoegde werkwoord to be niet past bij het onderwerp the Court. Door de Subjunctive te gebruiken, kan je twijfel tonen dat de rechtbank in feite voor de andere kant zal gaan. Het is subtiel, maar het kan effectief zijn.

Móét je dan altijd die Subjunctive gebruiken als je bovengenoemde werkwoorden (van
advise t/m urge) gebruikt? Nee, dat hoeft natuurlijk niet. Je kan die Subjunctive prima
vervangen met een -ing vorm van het werkwoord: I recommend paying…, of gebruik de twee persoon: you: I recommend that you pay your client. Schrijf echter NOOIT:
I recommend/suggest (etc) you to follow your lawyer’s advice. Dat is pure, oversneden Dunglish en een directe vertaling van het Nederlandse: ‘Ik raad u aan het advies van uw
advocaat TE volgen’.  Gebruik in die gevallen altijd: that, dus I recommend that

En ja, het al dan niet gebruiken van de Subjunctive is natuurlijk aan de schrijver. Ken Adams geeft in een van z’n blogs over Contract English de volgende voorbeelden: 1) If the Borrower be in default… 2) It is a condition that the Buyer have received… 3) If X requires that Y pay the purchase price in dollars… 4) The Company recommends that X retain a lawyer. Allemaal terechte (en correcte) Subjunctives. Toch zegt hij dat 1) en 2) eigenlijk beter gewoon is en has kan zijn omdat een be en have wel érg archaïsch overkomen. 3) en 4) echter, drukken duidelijk resp. een vereiste en een aanbeveling uit; iets dat door het
gebruik van de Subjunctive nog eens extra wordt benadrukt.

Meer over de Subjunctive? Ga naar Correctness 3 of naar Correctness 17.