Category Archives: What’s in a language?

What’s in a language? (25)

Er bestaan nogal wat sprookjes als het over schrijven gaat. En het vervelende van
sprookjes is dat ze zo lang blijven bestaan; mensen geloven van alles; als het gaat om
schrijven, en al helemaal als het gaat om schrijven in een andere taal. Hieronder twee van die taalsprookjes: 1) zinnen beginnen met “I” en 2) zinnen beginnen met “And” of “But”.

Begin een zin gerust met I/We.
Veel (vooral Nederlandstalige) cursisten denken dat het verkeerd is om een brief (of e-mail) te beginnen met I. Valse bescheidenheid! Of laten we het ‘terughoudendheid’ noemen. Is dat niet beginnen met ‘ik’ in het Nederlands al behoorlijk achterhaald (lees bijv. dit
taaladvies van het Genootschap Onze Taal ), in het Engels is het nooit een punt geweest. Probeer het maar eens te googelen.

Ik moet hierbij vermelden dat de Nederlandse inversie (omdraaien van Onderwerp en
Persoonsvorm: “In De Telegraaf van afgelopen zaterdag las ik uw artikel over…” ipv. “In de Telegraaf van afgelopen zaterdag ik las uw artikel over…”) het iets makkelijker maakt om niet met “ik” te beginnen. Iets dat je in het Engels niet hebt. Engels is veel meer een SVOMPT-taal (Subject-Verb-Object-Manner-Time) dan Nederlands. En afwijkingen van die volgorde doen al snel gekunsteld aan.

Een tweede (botte) reden om I/We te beginnen is dat je een zin doorgaans met het
belangrijkste moet beginnen (en dat geldt ook voor het Nederlands!): IK las in De Telegraaf van afgelopen etc…

Begin een zin gerust met And/But etc.
Nog zo’n heilige regel waarmee alle schoolkinderen in de eerste helt van de vorige eeuw mee om de oren werden geslagen. Er is geen enkele reden waarom u dit niet zou doen. Hoogstwaarschijnlijk is deze regel verzonnen omdat woorden als and, but, because, or, etc. allemaal voegwoorden zijn en voegwoorden dienen twee (hoofd- en/of bij)zinnen ‘samen te voegen’. En hoe doe je dat als je met een ‘voeg’woord begint? In veel gevallen echter maakt u uw teksten juist levendiger door met een voegwoord te beginnen; de zinnen
worden korter, u schept meer verband tussen zinnen en het doet wonderen aan het ritme en de cadans van uw tekst.

Ook hier geldt dat discussies over het al dan niet beginnen van zinnen met voegwoorden veel meer in het Nederlands spelen dan in het Engels. In het Nederlands namelijk bestaan er neven- en onderschikkende voegwoorden. Onderschikkende voegwoorden (dat, voordat, nadat, tot, terwijl, als, toen, omdat, etc.) zorgen voor de vorming van een bijzin waarbij het werkwoord naar achteren verhuist (… omdat ik dat boek al jarengeleden aan hem heb teruggegeven). Alles volgens de verwachting van de lezer. Bij nevenschikkende
voegwoorden (en, maar, dus want etc.), echter, gebeurt er iets raars en onverwachts: je zet namelijk iets vóór het (grammaticale) onderwerp en er gebeurt verder niets met de woordvolgorde: geen inversie, geen naar achteren verschuiven van het werkwoord, helemaal
niets! Dit is zó ongebruikelijk dat de meeste mensen daarom denken dat je met die
woorden geen zin kan (en mag) beginnen. Een zelfverzonnen regel, maar daarom niet
minder hardnekkig. Spooksprookjes.

Tóch gebeurt er in het Engels ook iets (iets kleins) als je een zin met de woorden And of But begint: er volgt namelijk geen komma, iets wat wél altijd gebeurt als je een zin niét met het (grammaticale) onderwerp begint. (vergelijk: And I told him to go to London met: However, I told him to go to London).

Sprookje 1 heeft een culturele achtergrond (bescheidenheid/terughoudendheid). Sprookje 2 heeft een grammaticale achtergrond. Maar het zijn beide voorbeelden van hoe makkelijk mensen geloven dat (al dan niet écht bestaande) grammaticale regels in de ene taal óók bestaan (of eigenlijk: ‘zouden moeten bestaan’) in de andere. Regels waar je je in het
Nederlands aan moet houden (of niet), hoeven helemaal niet te tellen in het Engels.

What’s in a language? (24)

Het ontbreken van een Engels equivalent voor de Nederlandse Taalunie zorgt ervoor dat Engelse woorden soms op verschillende manieren worden gespeld. Dit zeiden we al de afgelopen twee blogposts (hier en hier nog eens te lezen). Maar taal “overlaten aan de markt”, zorgt niet alleen voor 1) af en toe een andere spellingswijze, 2) een andere
betekenis/culturele waarde (een Australiër heeft bijv. een hele andere tafel voor ogen bij het woord table dan een Engelsman), maar 3) óók voor een andere grammatica. Is dat erg?

Het is misschien wat ironisch, zo na de Brexit, maar in Engeland gaan steeds meer
stemmen op om op Britse scholen en buurtcentra ook aandacht te besteden aan
community languages zoals Pools, Urdu en Punjabi. De sociale cohesie zou toenemen als Britten wat vaker in aanraking zouden komen met andere talen binnen de gemeenschap waar ze wonen, zo stelt Cambridge hoogleraar Wendy Ayres-Bennett: “I would like to see more opportunities for British people to learn some of the community languages of the UK, such as Polish, Punjabi and Urdu, particularly in areas where there are high numbers of those speakers, so that there is some mutual effort in understanding the others’ language and culture.”

“De Ander” (de Immigrant, de Vreemdeling, de Vluchteling, noem maar op…)
communiceert vaak in een mengelmoes van de Standaard-Taal (Standaard-Engels in dit geval) en de eigen taal. Het Cockney-English is in London bijvoorbeeld al bijna helemaal vervangen door het Multicultural London English , of ook: Jafaican, een mix van Cockney, Bangladeshi en West Indian. In Nederland zouden we dit ‘straattaal’ noemen: Nederlandse, Surinaamse, Turkse en Marokkaanse woorden, gemengd met Amerikaanse slang.

We hebben het (in de rubriek What’s in a Language?) vaak over “andere” soorten Engels gehad; Global English, Euro-English, Legal English, Spanglish, en natuurlijk niet te vergeten: ons eigen Dunglish. Bij de ingang van het Wibauthuis van de Hogeschool van Amsterdam staat nog steeds een bordje: Smoking zone backside, wat voor normale Engelstaligen betekent dat de rookruimte in je achterwerk zit, maar dit terzijde…

Zoals gezegd, blijft het niet bij woorden alleen. Het Singlish (de taal die in Singapore wordt gesproken) is een prachtig voorbeeld. Singlish is een mengeling van de vier officiële talen van Singapore: Engels, Mandarijn, Tamil en Maleis. Een Mandarijn-Chinese zinsconstructie met Engelse woorden is aan de orde van de dag: I go restaurant wait for you in plaats van het (Standaard-Engels correcte): I’ll be waiting for you at the restaurant is nog maar een voorbeeldje. Voor meer over Singlish: klik Do You Speak Singlish? uit de New York Times.

Overheden hebben altijd het belang van taal benadrukt. Overheden menen dat taal een gemeenschappelijke identiteit van een samenleving mogelijk maakt. De overheid van Singapore probeert al jaren middels de Speak Mandarin Campaign het Mandarijn-Chinees of middels de Speak Good English Movement het Engels te promoten. Mede door
(populistische?) politici die zich vaak juist in Singlish uitdrukken, zijn al deze initiatieven echter ten dode opgeschreven.

Taal staat nooit stil. Altijd ontstaan er nieuwe woorden, nieuwe constructies en nieuwe betekenissen. Altijd gekoppeld aan (nieuwe) culturele opvattingen, aan een (nieuwe)
geografische omgeving en aan een (nieuwe) mentaliteit van degenen die in die taal
communiceren. Taal draagt cultuur in zich en cultuur brengt taal voort.

Al deze snelle veranderingen en internationale ontwikkelingen in het Engels stelt Legal English voor interessante uitdagingen. In het Common Law-systeem is juist de jurisprudentie leidend, wat inhoudt dat bij wetsvorming uitgegaan wordt van gerechtelijke uitspraken die eerder gedaan zijn in gelijksoortige zaken; in elke nieuw aangespannen rechtszaak wordt uitgegaan van het principe dat gelijksoortige rechtszaken behandeld moeten
worden volgens consistente regels, zodat ze tot een gelijksoortig resultaat leiden.

Iedere verandering in de taal (ofwel: het Engels), dus iedere verandering in woorden,
spelling, grammatica, culturele betekenis, etc. maakt het lastiger om op eerdere (rechts)zaken terug te grijpen.

What’s in a language? (24)

Twee weken geleden had ik het hier over framing: de inhoud van je boodschap zó neerzetten dat  de boodschap aansluit bij het wereldbeeld van de lezer; ervoor zorgen dat nieuwe informatie in lijn is met wat het publiek al vindt. Dat kan door bepaalde typografie (en zelfs, letterfonts en –grootte), dat kan door stijl (Plain English-framing vs. Legalese-framing, zie blog 109), maar dat kan ook door juist de rake woorden te gebruiken.

Informatie over cijfers:
De psychologen Amos Tvesrsky en Kahneman toonden in hun artikel The Framing of
Decisions and the Psychology of Choice
uit 1981 al aan dat dezelfde informatie op
verschillende manieren gepresenteerd, andere reactie opriepen. Stel je voor dat een land zich voorbereid op de uitbraak van een ongewone ziekte waarvan voorspeld is dat 600 mensen eraan dood gaan. Twee alternatieve immunisatieprogramma’s worden gegeven: Programma A zorgt ervoor dat 200 mensen gered worden, Programma B zorgt voor een dat ⅔ van die 600 mensen sterven en ⅓ zal blijven leven. Een steekproef werd gehouden: 72% van de ondervraagden kozen voor programma A. Nóg een voorbeeld: het Algemeen Dagblad kopte twee weken geleden dat 1 op de 10 scholen in Nederland “maatschappelijk gevoelige onderwerpen” in lessen worden gemeden. Oei! Ze zouden ook hebben kunnen zeggen dat in 9 van de 10 scholen vrijuit “maatschappelijk gevoelige onderwerpen”
worden behandeld. Framing.  Ik wil maar zeggen: denk eens over de presentatie van cijfers in de komende politieke debatten…

Actief luisteren:
Of je wilt of niet, iedereen framet z’n boodschap. Vaak gebeurt dat onbewust en vanuit
iemands eigen gedachtengang. Vooral in onderhandelingssituaties of tijdens bijv. een
mediation uiterst vruchtbaar zijn om partijen úit hun frame te halen en dezelfde situatie te ‘reframen’. Deze techniek staat bekend als active listening of ook deep listening en kan
zorgen voor een band tussen partijen zodat onderliggende belangen duidelijk worden.

Een voorbeeld: in een normaal gesprek worden vaak samenvattingstechnieken en worden
iemands woorden vaak in andere woorden herhaald; persoon A zegt:  “They just want to get rid of me!”. De onderhandelaar/mediatior herhaalt in andere bewoordingen: “You really think they are going to fire you?” Of anders (samenvattend): “So you think they wish to
terminate your employment
?” In plaats daarvan kan de onderhandelaar/mediatior ook de situatie ‘reframen’ door te vragen: “Your job is important to you?. Het haalt de conversatie uit het negatieve framework en zorgt voor een nieuwe discussie over de baan van persoon A, en hoe dat in relatie staat met het conflict. Het gaat over hetzelfde, alleen nu met een andere, meer positieve kijk op zaken…

Metaforen:
Misschien wel de meest geniepige van alle framing. Paul Thibodeau en Lera Boroditsky
lieten een groep proefpersonen criminaliteitsstatistieken zien met een begeleidende tekst waarin criminaliteit vergeleken werd met een beest (a wild beast preying on a city) en een andere groep een tekst waarin criminaliteit vergeleken werd met een virus (a virus
infecting a city
). Vervolgens werd aan de proefpersonen gevraagd wat zíj aan die
criminaliteit zouden doen. De ‘beest’-groep was een grote voorstander van allerlei rechtshandhavingsmaatregelen, zoals het opsluiten van criminelen (beasts, nietwaar?), het handhaven van de wet of het straffen van wetsovertreders. De ‘virus’-groep stelde de tweede groep veel vaker hervormingsmaatregelen voor, zoals het diagnosticeren en
behandelen van of het beschermen tegen criminaliteit. (Lees hier het hele artikel).

De woorden die we gebruiken om onze ideeën te verpakken, hebben een drastische
invloed op hoe mensen over die ideeën denken, of liever gezegd: hoe anderen willen dat we ergens over gaan denken. Een war on terror praat veel overheidsgeweld goed, het is per slot van rekening “oorlog” moet je maar denken. En wat was ook al weer precies een tsunami? Achter de meeste metaforen zit een idee.

What’s in a language? (23)

Arme Britten… Raken ze eerst hun empire kwijt, daarna wil de rest van Europa niets meer met ze te maken hebben, en nu lopen ze het risico ook nog hun eigen taal te verliezen! Dat wil zeggen: hoe meer mensen op de wereld Engels beheersen op een ‘werkbaar’ niveau (ongeveer 2 miljard), des te meer mensen klagen dat ze de native speakers Engels (ongeveer 430 miljoen) steeds slechter begrijpen.

Dat heeft natuurlijk een aantal voor de hand liggende, maar ook paradoxale, oorzaken; hoe belangrijker Engels wordt als lingua franca, hoe onbelangrijker wordt het standaard-Engels. Een lingua franca is in de eerste plaats een taal die als gemeenschappelijk
communicatiemiddel wordt gebruikt tussen mensen met verschillende moedertalen. Een lingua franca is bedoeld om elkaar te begrijpen, regels (grammatica, uitspraak etc.) zijn minder belangrijk. In het Europees Parlement hoor je nier voor niets niet-moedertaalsprekers Engels vaak tegen Engelse native speakers zeggen: “Can’t you just speak English like the rest of us do?

Ook is, volgens deskundigen, de uitspraak van de Engelse th klank ten dode opgeschreven. Tegen 2060 zal throw iets als frow zijn, en mother iets als muvva. Om dat nou weer allemaal op het conto te schrijven van “immigratie” gaat wel weer wat ver, te meer daar er talloze regio’s in Groot-Brittannië zijn waar dit al eeuwen de gewoonste zaak van de wereld is.

Moedertaalsprekers spreken te snel: ongeveer 250 woorden per minuut waar een
intermediate niet-moedertaalspreker zich bij ongeveer 150 woorden per minuut
comfortabel voelt. Moedertaalsprekers gebruiken samentrekkingen: I’ll, I’d, don’t etc. waar een niet-moedertaalspreker beter met I will, I would en do not uit de voeten kan. Moedertaalsprekers gebruiken afkortingen (ETA, ASAP etc.). Er zijn verschillende moedertaal-
sprekers Engels (Britten, Amerikanen etc.) die andere woorden (en afkortingen!) gebruiken voor hetzelfde.

De Engelse taal zélf verandert, zo zeer zelfs dat regels en conventies verouderen zodat moedertaalsprekers die niet meer gebruiken: denk aan het Britse Mr/Mrs/Ms zonder puntje (mét puntje is ouderwets, óf, om het ingewikkelder te maken: Amerikaans) of het gebruik van hereby/herewith/hereto dat wij nog iedere dag zien maar dat in het modern-Engels als archaïsch gezien wordt (te vergelijken met als een niet-Nederlander ‘mensch’ zou
schrijven, of ‘koopen’).

Moedertaalsprekers gebruiken uitdrukkingen en (pop)culturele annotaties die voor een niet-moedertaalspreker nauwelijks te begrijpen zijn (al was het alleen maar om de vluchtige aard van dergelijke zegswijzen). Helemaal ingewikkeld wordt het als niet-
moedertaalsprekers zó goed Engels spreken dat Engelstaligen zich niet meer realiseren dat ze een niet-moedertaalspreker voor zich hebben (lees hier meer).

De British Council probeert de toenemende verwarring door al die Global Englishes  te stoppen. De moedertaalsprekers Engels moeten weer naar school om in hun eigen taal met niet-moedertaalsprekers Engels te communiceren! Klik op deze link.  “It’s a bit of a
revelation to many of them that their English isn’t as clear and effective as they think it is
”, zegt Neil Shaw,  Hoofd Intercultural Fluency. Hij wordt in deze stelling ondersteund door Dr Dominic Watt van de University of York: “Mother-tongue English may not even be an
advantage anymore, because you haven’t had to go through the same learning process that the non-natives have. So they’re all on the same page and it’s the native speakers who are the odd ones out.

Kortom: weer een typisch gevalletje van The Empire Strikes Back.

PS:
De halfbakken plannetjes die opgaan in het Europese Parlement om, na de Brexit, Frans of Duits, of zelfs Spaans de nieuwe lingua franca te maken, zullen met precies dezelfde
problemen te maken krijgen.

What’s in language? (22)

Zal ik, of zal ik niet? Dat wil zeggen: reageren op de zandkorrel die Martin Sommer in een vingerhoedje water liet vallen in de Volkskrant van 19 augustus: “Nee tegen stone coal
English”
(ofwel Engels als instructietaal op Nederlandse universiteiten). Nee, dacht ik eerst, laat maar, gaat wel weer over, het is zomer, en er zijn nog steeds geen rare spinnen, verdwaalde wolven en poema’s of ons vijandig gezinde buitenaardse wezens waar-
genomen. Maar het gemis van spinnen, wolven, poema’s en buitenaardsen zette daarna velen aan om een extra duit in het zakje te doen: talloze ingezonden brieven van voor- en tegenstanders; voorstander Willem B. Drees, hoogleraar filosofie in Tilburg ; op vrijdag 26 augustus breeduit op de voorpagina (de Volkskrant):“Engels rukt op in de collegezaal”  en op pagina 6 en 7 voor- en tegenstanders aan het woord en als tweede korreltje zand afgelopen zaterdag een tweede column van Sommer . Pfffft…..

De argumenten van voor- en tegenstanders van Engels als instructietaal aan Nederlandse universiteiten zijn makkelijk zelf ook te verzinnen, daar hoef ik hier geen woorden vuil over te maken, maar uit hoofde van mijn beroep zou ik graag enkele kanttekeningen willen maken. (Graag merk ik hier nog even op dat met name de tegenstanders zich haasten te zeggen dat zíj zich prima redden in het Engels…, “dáár ligt het dus niet aan…”).

Ten eerste: Het is jammer (voor de tegenstanders, dan) te moeten zeggen, maar het is domweg een feit dat je zonder Engels als voertaal op weinig plaatsen terecht kan.
Dergelijke discussies krijgen snel dezelfde trekjes als Plato die dacht dat “schrift” een uiterst schadelijke invloed zou krijgen op het vermogen van studenten dingen uit het hoofd te leren; middeleeuwse universiteiten die om min of meer dezelfde redenen vonden dat “boekdrukkunst” het einde betekende van ‘echte studie’; nog maar vijftig jaar geleden mensen die ervan overtuigd waren dat “stripboeken” het eind van ‘echt lezen’ betekende; even later gevolgd door mensen die in e-books het eind van ‘echte’ boeken en boekenwinkels zagen/zien; het Internet als het eind van zo’n beetje iedere intellectuele
inspanning en ga zo maar even door. Zwarte Pieten. Cultural Appropriation. Identiteits-
verlies. Vroeger was alles beter. Langs het tuinpad van mijn vader.

Ten tweede: “Zo hebben we een Duitse bestuurder aan een Nederlandse universiteit die meent dat Engels beter is”, schrijft Sommer. Hij doelt hier op zijn Duitse naamgenoot,
Martin Paul, bestuursvoorzitter van de Universiteit Maastricht. Lees alleen maar zijn blog (die van Martin Paul dus),  en beslis dan verder… (Overigens schrijft Paul, een voorstander dus, dat hij regelmatig flaters slaat in zijn Engels… “dáár ligt het dus niet aan…”).

Ten derde: Raar dat onder de tegenstanders zo veel classici zitten, bijv. Emilie van Opstall, classica aan de VU, en Piet Gerbrandy, classicus en dichter, UvA. De laatste hier nog eens uitgebreid aan het woord. In de middeleeuwen was op universiteiten namelijk juist Latijn het Engels van nu. Dat toen alle native speakers van die taal al lang en breed uitgestorven waren, en er dus geen standaard meer was om correctheid te toetsen, zal hier wel wat mee te maken hebben…

Ten vierde: Ja, er komt, ooit en ergens, een moment waarop de Britten de rest van de wereld niet meer kan verstaan als die rest van de wereld Engels spreekt (Globish, Dunglish, Euro-English, al eerder over geschreven, klik hier). Tenminste… als de Britten vast blijven houden aan het Engels dat ze nu spreken. Maar wat wij vaak vergeten (of zelfs helemaal niet zien), is dat het Brits- Engels net zo hard mee verandert, dus zo’n vaart zal het heus niet lopen.

Ten vijfde: De meeste tegenstanders zijn bang dat het gebruik van Engels ‘creativiteit’, ‘hartstocht’, ‘subtiliteit’ etc. in weg staat. Misschien is dit juist wel een pluspunt! Ik weet namelijk niet of lezers van wetenschappelijke teksten wel zo zitten te wachten op deze
zaken. Avoid elegant variation, is één van de regels waar wij in onze schrijfvaardigheids-
trainingen aan juristen keer op keer op hameren. Daarnaast wil ik nog even het, voor het Jonge Balie Congres 2016 geschreven stukje van Maarten Feteris, President van de Hoge Raad, aanhalen: “Doe maar normaal”: hoe overtuig je de rechter? Dit geldt net zo zeer voor het Engels…

Ten zesde: Martin Sommers schrijft: “Per slot is het Nederlands de taal waarin de meeste Nederlanders denken, en wie zijn taal niet goed beheerst, kan niet goed denken”. En ik ben bang dat dat inderdaad the crux of the matter is. Er zijn enorme aantallen studenten die hun eigen taal (Nederlands) slechts matig beheersen, en dat maakt het een stuk lastiger een andere taal (in dit geval: Engels) te gebruiken. Die zgn. matige beheersing van
het Engels ligt dan niét aan het gebruik van Engels als instructietaal.

Ironisch genoeg zijn het vooral de juridische faculteiten die de dans ontspringen… daar wordt het (begrijpelijkerwijs?) wel weer erg lastig om onderwijs in het Engels aan te bieden. En laat het nou juist dié faculteiten zijn die wel wat extra Engels kunnen
gebruiken…

Ach, had ik toch maar niet op de zandkorrel van de heer Sommers gereageerd.

What’s in a language? (21)

Internationaal opererende advocatenkantoren hebben het er maar druk mee: de Brexit. De Brauw Blackstone Westbroek en NautaDutilh kwamen razendsnel met een Q&A op de proppen, Loyens & Loeff formeert een Brexit Team en ga zo maar door. Al deze initiatieven worden, logischerwijs, in het Engels ontplooid. Logischerwijs, want het Engels is nu eenmaal de dominante taal waarin het eenvoudigst met elkaar te communiceren lijkt te zijn.

Of dat zo blijft, is echter maar helemaal de vraag. Danuta Hübner, het hoofd van de
Europese Commissie constitutionele zaken (AFCO) waarschuwde vorige week maandag dat, als Engeland eenmaal besluit eruit te stappen, Engels niet meer één van de officiële talen van de EU is (klik hier). Engels mag dan wel één van de officiële talen van de lidstaten Malta en Ierland, maar gezien Engels al een officiële taal was, besloten deze landen bij toetreding resp. het Maltees en het Gaelic als hun officiële taal te registreren.

Om Engels als een van de officiële talen te behouden, moet er een unanieme beslissing van alle lidstaten komen. En unanimiteit is nu juist een van die dingetjes waar de EU nou niet direct bekend om staat. Daarnaast lijken veel lidstaten deze unieke kans aan te grijpen om weer eens over de superioriteit van hun eigen taal te trompetteren.

De Fransen (natuurlijk) zien bij monde van Robert Ménard (Front National) en Jean-Luc Mélenchon (Parti de Gauche) een uitgelezen mogelijkheid om het Frans te propageren (klik hier); Eugenio Giani, de premier van de Italiaanse regio Toscane vindt op zijn beurt dat het Italiaans een belangrijkere rol moet gaan spelen in Europa (klik hier). En zelfs de Duitsers, toch meestal redelijk terughoudend in dit soort zaken, zien mogelijkheden! (klik hier). Het wachten is nu op de Spanjaarden…

We want our country back was één van hartenkreten van de Brexiteers; we want our
language back
zou de leuze kunnen zijn van veel inwoners van de overige EU-landen. Wat mij betreft zou je daar ook alle Nederlanders onder kunnen scharen die op gezette tijden afkeurende geluiden maken over allerlei Engelse woorden en uitdrukkingen in de reclame, op kantoor, in krantenartikelen etc. (zoals Wouter de Been in dit artikel), maar hierover later meer op deze plek.

Het blijft een beetje een bedenkelijke business: taal (verder een prima communicatie-
middel…) inzetten om een wat treurige nationalistisch-getinte politiek te voeren (ook al eens opgemerkt in What’s in a language? 17). Als we niet uitkijken komt “taal” in dezelfde categorie te vallen als stierenvechten, Zwarte Piet en het dansen van de horlepiep. Als je er overigens goed over nadenkt was dat natuurlijk al het geval toen het Maltees en het Gaelic als “officiële EU-taal” werden aangenomen…. Gaelic…, ongeveer 1% van alle Ierse ambtenaren kan er mee omgaan, ongeveer 10% van de 5 miljoen Ieren spreekt het. Over het Maltees maar helemaal gezwegen.

Al lang voor 23 juni schreef de commentator Tim King in een blog op Politico:

Once the British were removed from the administration of the EU institutions, it would be left to Ireland (…), but it is a small country and probably not equal to the task of protecting the English language against the linguistic crimes committed by the Dutch (…) and others who think they know better.

En gezien de Engelstalige blogs, Q&A’s etc. van veel Nederlandse advocatenkantoren voor wat betreft die linguistic crimes, misschien nog wel waar ook.

PS:
Een vrolijk stemmend gevolg van de Brexit is de tsunami (om dat, óók politiek beladen, woord maar eens te gebruiken) aan nieuwe woorden die het oplevert. Kijk maar eens naar de Brexicon van Ton den Boon, hoofdredacteur van Van Dale.

 

What’s in a language? (20)

Als reactie op een post van Tom Ensink (LinkedIn, Dutch Lawyers, klik hier)

Interessante vraag, “klopt dit?”. Leuke puzzel ook! Ons antwoord: “wij denken van niet”. In het Nederlands staat er (denken wij) dat de garantie na 10 jaar vervalt als niet (etc. etc. etc.). In het Engels vervalt de garantie X maanden ná de gespecificeerde periode.

De zin (in het Engels én in het Nederlands is nachtmerrie-achtig lang; véél langer dan de norm van 35 woorden on juridisch schrijven, of 15-25 woorden in niet-juridische stukken. Daarnaast zorgt de zinsstructuur ervoor dat de lezer steeds maar weer moet zoeken naar de hoofdzin. Dat wordt nog eens extra ingewikkeld door het feit dat de Engelse versie begint met een bijzin: “Unless….of the Beneficiary,

Als je “bullet points” gebruikt, staat er in het Nederlands (nogmaals, zo ver wij kunnen bepalen, de rest van de tekst hebben we niet):

Deze garantie vervalt indien

  • niet voor, of binnen ……… maanden na dagtekening van deze garantie een vordering als bovenbedoeld voor de bevoegde rechter tussen de Begunstigde en de Debiteur ter zake van de Vordering aanhangig is gemaakt
  • de benoeming van een of meer scheidslieden ingevolge een arbitraal beding is aangezegd, verzocht of voorgesteld, dan wel een minnelijke regeling tot stand is gekomen én de Bank niet binnen een maand na afloop van de hiervoor in dit artikel vermelde termijn door middel van een schriftelijke mededeling van of namens de Begunstigde hiervan in kennis is gesteld

en in ieder geval tien (10) jaar na datum van ondertekening van deze garantie,

  • tenzij de Bank ten minste één maand voor de einddatum van de garantie
    per aangetekend schrijven een schriftelijke verklaring van een in Nederland
    ingeschreven advocaat van de Begunstigde heeft ontvangen dat een procedure tussen de Begunstigde en de Debiteur ter zake van de Vordering nog aanhangig is

of op grond van artikel 3 nog een procedure tussen de Begunstigde en de curator
respectievelijk de bewindvoerder of de Bank aanhangig is, in welk geval de garantie
telkens voor een nieuwe termijn van tien (10) jaar geldig is.

En in het Engels:

This guarantee will expire within X months following the period specified in this article;  in this case within ten (10) years after the date on which this guarantee was signed unless:

  • the Bank has received a written statement from a …;
  • legal proceedings have been instituted before the competent court in
    respect of the Claim between the Beneficiary and the Debtor;
  • etc.

Maar verder, en afgezien van het feit of er nou hezelfde staat in het Engels of niet, valt er zowel in de Nederlandse als in de Engelse versie nog heel wat op- en aan te merken.

Puntsgewijs dan maar (practice what you preach):

  • wat is er eigenlijk tegen het gebruik van die “bullet points”? Het maakt het geheel een stuk overzichtelijker
  • wie heeft ooit verzonnen dat getallen zoals “tien” ook nog eens als (10) geschreven moet worden. En waarom dan niet “artikel 3 (drie)”?
  • voor de zoveelste keer: shall in deze zin betekent niet has the duty of/to. Will is meer dan genoeg om een intentie voor de toekomst aan te duiden. Weer zo’n ding dat het nodeloos ingewikkeld maakt
  • we zouden eventueel zelfs nog wel wat vraagtekens kunnen plaatsen bij het gebruik van het woord “guarantee”, maar daar hebben wij meer context voor nodig

En ga zo nog maar even door, het kan allemaal stukken eenvoudiger en dat óók zónder iets van de juridische betekenis af te doen. En eenvoudiger betekent dus ook dat er minder fouten worden gemaakt in een vertaling… Tsja…

What’s in a language? (19)

De omstandigheden bepalen je taalgebruik, probeerde Nicola Courtney vorige keer duidelijk te maken. Terug in Engeland merkte ze dat ze een heel ander soort Engels
gebruikte dan dat ze in Nederland pleegt te gebruiken (hier nog eens te lezen).

Ze mag blij zijn dat ze dit zelf in de gaten heeft, en ze komt tot dit besef waarschijnlijk
omdat ze dezelfde taal (dwz. Engels) in verschillende omgevingen bezigt. Het wordt namelijk veel moeilijker in te zien als mensen een andere taal gebruiken, en al helemaal als men een taal alleen ziet als een gegeven hoeveelheid regels en vertalingen… Ik geef twee voorbeelden uit recent onderzoek van het MIT en Stanford University.

Op woordniveau: het woord “brug” is vrouwelijk in het Duits (die Brücke) en mannelijk in het Spaans (el puente). Duitsers zijn veel meer genegen een brug te beschrijven als ‘mooi’, ‘elegant’, ‘slank’, ‘fragiel’, ‘gracieus’, ‘sierlijk’, etc. Spanjaarden beschrijven dezelfde bruggen als ‘groot’, ‘gevaarlijk’, ‘lang’, ‘sterk’, ‘robuust’ etc. Dit bleek óók het geval toen ze gevraagd werden om diezelfde bruggen te beschrijven in een taal die géén mannelijke/vrouwelijke vormen kent, zoals het Engels. (Voor de liefhebbers: lees hier verder).

Op grammaticaal niveau: nadat proefpersonen gevraagd werd te beschrijven wat ze in een filmpje hadden gezien, wezen Engelse moedertaalsprekers een persoon aan die de actie in gang had gezet (Julia broke the glass), waar Japanners en Spanjaarden veel vaker de actie zélf beschreven (the glass broke). Deze verschillende zinsconstructies hebben belangrijke gevolgen wanneer het erom gaat gebeurtenissen te onthouden of de schuld aan iemand te geven: Japanners en Spanjaarden waren veel minder geneigd om te onthouden wie nu eigenlijk het glas kapot had gemaakt dan Engelstaligen. (Voor de liefhebbers: lees hier verder). En zelfs als je bijv. het Duits en het Engels grammaticaal gaat vergelijken, zal je zien dat het Engels nog meer (grammaticale) mogelijkheden geeft om de actie
te beschrijven dan het Duits (zie: What’s in a language 10, hier te lezen).

Ik heb hier al eerder geschreven dat het Engels veel meer betekenis legt in de grammatica dan het Nederlands (Correctness 11, hier te lezen). Dit is vermoedelijk ook een van de redenen dat Nederlanders, wanneer ze het hebben over dat iemand ‘slecht schrijft’, ze het hebben over spellingsfouten. Waar Engelstaligen zich veel vaker storen aan verkeerde grammatica, hebben Nederlanders het vaker over de d’s, t’s en dt’s. Wat ook helpt is dat er geen “officiële” spellingslijst bestaat in het Engels, zoals het Nederlandse Groene Boekje en dat er veel meer ‘geaccepteerde’ spellingen bestaan in het Engels (bijv. Brits-Engels vs. Amerikaans-Engels).

Verder wil ik zo ver gaan om te beweren dat dit ook gelijk de voornaamste reden dat de Plain English-beweging in Engelstalige landen veel meer voet aan de grond krijgt dan de Helder Nederlands-initiatieven in Nederland. De enigszins denigrerende benaming “Jip-en-Janneke-taal” zegt in deze(n) al genoeg…

De omstandigheden bepalen je taalgebruik. Dat geldt evenzeer voor Legal English: schrijf je voor juridische leken of schrijf je voor collega’s? En als voor collega’s: zijn dit continentale collega’s (dwz. civil law-lotgenoten) of voor Anglo-Amerikaanse collega’s (dwz. werkzaam in een common law-omgeving)? Schrijf je een pleidooi? Een Letter of Advice? Een blog? Schrijf je in het Engels aan Italianen? Schrijf je aan bekenden (of zelfs aan Italiaanse bekenden?) of aan mensen die je nog niet kent (of Italiaanse onbekenden)? Wil je krachtig overkomen? Bedachtzaam? Overtuigend? (of vooral krachtig/bedachtzaam/overtuigend bij Poolse juristen die je formeel tegemoet wilt treden)?

Een plugin die waarschuwt tegen verzachtend taalgebruik (zoals door Tami Reiss
geïntroduceerd, zie vorige blog): prachtig! Maak dan ook een plugin die waarschuwt tegen Legalese. En een plugin voor mensen die in het Engels communiceren met Spaanstaligen, met Japanners en met Duitstaligen. Maak een plugin voor (of tegen) formeel en/of
informeel taalgebruik. Combineer al deze plugins (en nog veel meer) met de reeds vaak
gebruikte spelling- en grammaticachecks met alle daaraan verbonden suggesties en correcties. Geef ze allemaal verschillende kleurtjes en kijk of uw teksten “beter” worden. Veel plezier!

What’s in a language? (18)

Tami Reiss, CEO van Cyris Innovation, een New Yorks softwarebedrijf, lanceerde onlangs een plugin voor iedereen die last heeft van zelfondermijning in e-mails. Wie de plugin downloadt, krijgt tijdens het typen in Gmail een waarschuwing bij ‘verzachtend taal-
gebruik’, als een soort spellingscontrole. Woorden als sorry, just en I think krijgen een rood kringetje. Dit zou vooral voor vrouwen handig zijn omdat “vrouwen veel vaker verontschuldigende taal gebruiken en daarom een stuk minder zelfverzekerd overkomen”. Lees hier meer of anders hier de -betaalde- Volkskrant-link uit de Volkskrant van afgelopen zaterdag.

Het is nog maar helemaal de vraag of dit zo is, en zelfs, áls dat zo is, of het erg is… We komen hier volgende week op terug (zou een dergelijke plugin bijvoorbeeld ook gemaakt kunnen worden om juridisch hokuspokus-taalgebruik te vermijden, bijvoorbeeld?), maar we beginnen met een stukje van mijn (Engelstalige) Branch Out-partner, Nicola Courtney, over dat het de omstandigheden zijn die de taal maken: hoe verandert haar Engels als zij terug is in Engeland?

FLUENT FOOLS
As a Brit who has lived abroad most of my life, I like to consider myself a global citizen; I might even go so far as saying a European!

However, after 10 minutes of being back on the island, I realise how easily I slip back into the strange rituals and eccentricities of my fellow countrymen and women (no gender-
biased language here thank you).

It starts with the overuse of ‘please’ and ‘thank you’ – or ‘please and thank you tennis’ as I like to call it, due to the repeated unnecessary back and forth of both expressions. The next steps are the opening of doors, letting others go ahead in the sacred ‘queue’ and the striking up of inane conversations with complete strangers.

Now, you might say ‘we do that in the Netherlands too’! OK, the occasional door may be held open and sometimes people let you go ahead, but I think we can safely say this is the exception rather than the rule.

Anyway, after about a week of being back on the island the next thing I notice is how my use of language changes. Believe it or not, living in the Netherlands has turned me into ‘quite’ an outspoken person in the eyes (and ears) of my family and acquaintances. ‘She doesn’t mince her words’ and ‘she calls a spade a spade’ are expressions frequently used to describe me. But, as said, this changes. If it’s -15 outside, it’s ‘a bit nippy’, if it’s pouring with rain, it’s ‘rather damp’, putting diesel in your car instead of petrol is ‘not very clever’ … and on it goes.

This is what the outside world calls ‘British understatement’ and what we on the island call our ‘stiff upper lip’ and there are many examples. A few years ago, when a British Airways flight was caught in volcanic ash coming from Iceland, the captain announced “Ladies and gentlemen, this is your captain speaking. We have a small problem. All four engines have stopped and we’re doing our damnedest to get them going again. I trust you are not in too much distress”.

In other words: language and culture go hand in hand. It’s all very well speaking a
language ‘fluently’, but in the words of Milton Bennett, a famous anthropologist: “to study a language without learning its culture is a great way to make a fluent fool of yourself.” When speaking and writing, in this case English, you need to be aware of the comparative
indirectness and  idiosyncrasies of English speakers. Let’s face it, even the Americans think the Dutch are direct and that is a case of ‘pot calling the kettle black’.

To conclude, I would like to suggest that you look and listen to our national treasure, Stephen Fry, in an advertisement for Heathrow Airport. I rest my case.

 

 

 

 

What’s in a language? (17)

Immigranten, of zo u wilt: ‘vluchtelingen’…, waar ze ook vandaan komen, ze hebben over het algemeen één ding gemeen: ze spreken de taal niet. En iedereen is het erover eens dat het spreken van de taal een allereerste vereiste is om ergens “in te burgeren”, “zich thuis te voelen”, “deel van de samenleving” te zijn, en welke welgemeende excuses er al niet bestaan.

Nu ken ik persoonlijk heel wat Britten, Amerikanen, Fransen, Italianen en een enkele Spanjaard die al jaren in Nederland wonen en die in al die jaren, behoudens een enkele half-
slachtige poging, geen enkel woord Nederlands hebben leren spreken en die het hier toch reuze naar hun zin hebben. “Ja, expats”, zult u zeggen, “dat is wat anders. Die hebben al een baan”. Voor een groot gedeelte klopt dat (nog even afgezien van hun echtgenotes en/of echtgenoten), maar dat doet niets af van het feit dat ze geen woord Nederlands spreken en tóch een deel van de samenleving zijn (ze betalen bijv. gewoon belastingen…). Waarmee ik alleen maar wil zeggen dat economische omstandigheden óók een grote rol spelen. (Zou de weerstand tegen Syrische vluchtelingen ook bestaan als iedere Syriër een miljoen of wat euro mee zou nemen? Maar dit terzijde). Sterker nog: als je € 1.250.000,- meeneemt, hoef je helemaal niet in te burgeren (zie deze pagina van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Wél nog even op tuberculose laten testen. Écht waar!).

Onlangs lanceerde David Cameron een plan om £ 20 miljoen te steken in een project om de taalachterstand bij immigranten te bestrijden (lees hier het artikel in The Guardian). Hij deed dit in de context van het terugdringen van de radicalisering binnen de Britse moslimgemeenschap. Volgens hem spreken 190.000 moslimvrouwen in Engeland weinig tot geen Engels wat ervoor zorgt dat deze vrouwen geen volledig lid van de samenleving zijn en dus geen deel hebben aan de waarden en normen van de Britse maatschappij.

Hoera!!! Zou je kunnen zeggen (nog even afgezien van het feit dat de Britse regering de afgelopen jaren juist £ 160 miljoen had bezuinigd op deze taalachterstandswegwerk-
politiek), maar de Britse adder onder het gras zat hem in het feit dat er na 2½ jaar een taaltest zou moeten volgen en dat mensen die zakken dan teruggestuurd zouden worden naar het Land van Herkomst. Lees hier verder.

Oh, oh oh…. Taaltesten met een politiek doel… Alsof dat soort testen ervoor gaat zorgen dat mensen beter integreren in de samenleving en dat een betere integratie derhalve radicalisering stopt. De Britse The Indepent wist de hand te leggen op deze test (klik hier voor een deel van deze test: hier), en ontdek of u in Engeland zou mogen blijven. En nadat u deze test heeft gedaan: lees de opmerkingen van (vooral) native speakers eronder. Need I say more? En verder, als ik een Nederlandse IS-strijder op tv zie of hoor, valt het mij altijd op dat deze man zich perfect in het Nederlands uit kan drukken en hoogstwaarschijnlijk voor welke taaltest dan ook zal slagen.

Precies dezelfde parallellen zijn te trekken als Nederlanders (waaronder Nederlandse juristen) zich van een andere taal (laten we even zeggen: Engels) bedienen: ‘kennis’ van taal is één ding. ‘Economische omstandigheden’ is een ander ding. De ‘context’ waarin een taal wordt gebruikt: weer een ander ding. ‘Sociale klasse’, ‘onderwijs’, ‘hiërarchische
verhoudingen’ (bijv. opdrachtgever-opdrachtnemer), ‘culturele eigenaardigheden’,
‘persoonlijke karaktereigenschappen (sympathiek? argwanend? openminded?
afwachtend? etc etc.), ‘gender’, ‘ras’, ‘geschiedenis’, ‘regionale verschillen’ en ga zo maar een blog of 8,9 verder… In het licht van menselijke communicatie allemaal net zo
belangrijk als een taal wel of niet (en als wel: goed of fout) spreken.

Kortom, het is een beetje overmoedig om te denken dat een grotere ‘kennis’ van een taal allerlei (vooral sociaal-economische) misstanden uit de weg ruimt. Het helpt misschien een beetje, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Ook zonder die kennis, schaffen wir es!