Category Archives: What’s in a word?

What’s in a word? (38)

Met het vertrek van het enige native English-sprekende lid van de EU (Ierland gebruikt als officiële taal het Gaelic) staat de EU voor een lastige keuze: welke gemeenschappelijke taal moet men gebruiken voor het opstellen van de Europese wetgeving?

Tot nu toe is altijd Engels als basistaal gebruikt en zijn Europese wetten na aanname
vertaald in de 23 officiële talen van de lidstaten (ja, óók in Gaelic). Dat op zichzelf is al moeilijk genoeg; alle woorden van iedere taal hebben namelijk hun eigen, door de eeuwen heen gegroeide, juridische interpretatie.

Neem bijv. alleen al de Engelse en de Franse (juridische) betekenis van het woord
“diefstal”. Volgens de Engelse Theft Act (1968) in verrassend duidelijk en jargon-vrij Engels: A person is guilty of theft if he dishonestly appropriates property belonging to another with the intention of permanently depriving the other of it. Volgens de Franse Code Pénal, art. 311 (in de laatste versie van 2016): Le vol est la soustraction frauduleuse de la chose d’autrui. Dus zonder de in de Engelse uitleg vermelde bijbedoelingen. Dat scheelt nogal wat…

En dan hebben we over twee verschillende talen in twee verschillende rechtssystemen. Twee talen in één en het zelfde rechtssysteem kunnen al verwarring zaaien. Zoals bijv. in Canada waar het (Engelse) woord trust vaak met het Franse fiducie gelijk gesteld wordt. Dit zorgde er in een belastingzaak (Caisse populaire Desjardins de Val-Brillant v. Blouin) uit 2003 voor dat het Canadese Supreme Court met een op z’n minst verwarrende uitspraak kwam: Parliament may, however, call a plan a trust even if the plan cannot be characterized as such under the rules of Quebec’s civil law.

En om het helemaal verwarrend te maken: Bryan Garner onderscheidt in de laatste druk van zijn A Dictionary of Modern Legal Usage tenminste 13 (juridische én niet-juridische) betekenissen van het Engelse equity. Hetgeen Franse, Spaanse en Italiaanse advocaten in opperste verwarring brengt gezien dat woord in die talen (resp. équité, equidad en equitá) doorgaans alleen “eerlijkheid” of “redelijkheid” betekent.

De Europese Unie heeft in de loop van al die jaren Babylonische spraakverwarring een enorme kennis opgedaan over hoe hier beter om te gaan. Op de onvolprezen website van het Bureau voor Publicaties van de Europese Unie (Translation and drafing resources, van harte aanbevolen!!) een aantal eenvoudige basisrichtlijnen voor schrijvers in het Engels: 1) vermijd uitdrukkingen die niet letterlijk vertaald kunnen worden, 2) vermijd zo veel
mogelijk werkwoorden met vaste voorzetsels (zgn. phrasal verbs) zoals set up, set down, set in, set to, set back, set off etc., 3) schrijf zinnen met koppelwoorden, dus niet I thought you said this would work, maar I thought that you said that this proposal would work en
4) gebruik zo vaak mogelijk uw kennis van de doeltaal, sprekers van Romaanse talen als Frans, Spaans of Italiaans herkennen Engels woorden met een Romaanse achtergrond veel sneller dan hun Angelsaksische synoniemen. Kijk eens hier voor een fiks aantal voorbeelden . Even uitkijken met equity, alleen…

En zit u helemaal verlegen om een juiste vertaling (in of naar welke officiële Europese taal dan ook), kijk dan een naar de enorme terminologie-databank van het IATE (Interactive Terminology for Europe). Een databank die vaak veel nauwkeuriger is dan Linguee of wat dan ook. Typ hier maar eens equity in en zie wat het resultaat is…

Met al deze instrumenten in werking en met al die ervaring achter zich, vermoed ik dat Engels in de EU wel dezelfde rol zal blijven spelen als nu. In ieder geval op het gebied van juridische wet- en regelgeving.  Alleen jammer dat de native speakers Engels zélf niet meer meedoen. Wéér een teken dat er langzaam maar zeker een soort Euro-Engels gaat ontstaan.

What’s in a word? (37)

Een belangrijk onderscheid in internationale transacties is altijd geweest of een contract wordt beheerst door een civil law-jurisdictie of door een common law-jurisdictie. Wat
contracten betreft, is het structurele onderscheid tussen die twee jurisdicties in, pakweg, de laatste 50 jaar in belang afgenomen, maar het gebruik van common law-terminologie in contracten die onder het civil law  vallen, blijft een bron van verwarring.

In een notendop: civil law is afgeleid van het Romeinse recht; gecodificeerde beginselen
dienen als primaire rechtsbron. Common law is gebaseerd op middeleeuws Engels recht; hier vormen rechterlijke beslissingen de primaire rechtsbron. Contracten onder een
common law-jurisdictie zijn vaak een stuk langer dan civil law-contracten omdat de civil law-opstellers kunnen vertrouwen op gecodificeerde standaardregels.

In een notendopje binnen de notendop: de letter en de taal van het contract is in common law-landen belangrijker dan de geest van het contract, zoals in civil law-landen (de parole evidence-rule, lees hier meer). Maar dit onderscheid tussen common law en civil law
contracten is aan het vervagen. Engelstalige opstellers die gewend zijn aan common law-contracten, hanteren een meer uitputtende aanpak, zelfs voor contracten die vallen onder het recht van een civil law-jurisdictie. En comgekeerd, civil law-opstellers die zijn blootgesteld aan common law-wetgeving zijn vaak geneigd het te repliceren.

Maar het belang dat wordt gehecht aan de (vermeend) juridische lading van bepaalde
common law-terminologie (en met name aan zgn. Terms of Art), staat het vervagen van dit onderscheid  danig in de weg. Ironisch genoeg is dat vaak precies dezelfde terminologie waar ook binnen de common law-jurisdictie vaak juridische onenigheid over bestaat,
resulterend in talloze rechtszaken.

Veel van die woorden zijn in deze Branch Out Legal English Blog al eens voorbijgekomen in de categorie What’s in a word en vaak is hier een lans gebroken om deze woorden maar gewoon niet meer te gebruiken en te vervangen door Plain English, zie deze categorie.

Eén van die begrippen is bijv. iets wat je vaak in Anglo-Amerikaanse contracten ziet staan: The Vendor represents and warrants that, … (zie voor de rest: hieronder). Over represents een volgende keer, het gaat mij hier nu even over het woordje warrants. Vaak wordt dit
vertaald met “garandeert”, maar to warrant in het common law-contractenrecht betekent veel eerder: to promise, “beloven” dus. En is dus heel pertinent niét een contractuele voorwaarde. Als die belofte (warrant) om de een of andere reden niet wordt nagekomen, dan heeft  de benadeelde partij eventueel recht op een zekere vorm van compensatie, maar het contract kan niet worden verbroken.

Volgens het common law is to warrant (of het afgeleide warranty) meer een uitdrukkelijke garantie van de verkoper aan de koper met betrekking tot de kwaliteit of kwantiteit van goederen. Als die woorden opduiken in civil law-contracten, verbazen schrijvers in civil law-landen zich vaak over hoe common law-begrippen relevant zijn voor doeleinden van een contract onder het recht van een civil law– jurisdictie. En al helemaal als de (Engelstalige) schrijvers in een common law-jurisdictie er onderling niet uit zijn wat dat dan wel mag
betekenen.

En tenslotte heeft een ander afgeleid zelfstandig naamwoord, nl. warrant, zó veel betekenissen (aanhoudingsbevel, bevelschrift, machtiging, licentie, volmacht, mandaat, procuratie, waarborg, kennisgeving, sommatie, arrestatiebevel, aanschrijving, exploot, om er maar eens paar te noemen) dat er meer en meer stemmen opgaan om, in ieder geval in contracten, dat woord (een pure Term of Art) maar niet meer te gebruiken.

En dat is, eerlijk gezegd, ook niet zo moeilijk… in plaats van te schrijven: The Vendor
warrants that during the six months after the date of this agreement, the Equipment will
conform to the Specifications. In the event of breach of the foregoing warranty,the Vendor shall modify or replace the Equipment.
Schrijf: If during the six months after the date of this agreement the Equipment fails to conform to the Specifications, the Vendor shall modify or replace the Equipment.

Korter, begrijpelijker, duidelijker, minder verwarrend, zonder warrants en dus minder kans op eventuele rechtszaken. En als u toch héél erg gehecht bent aan het woord “Warranty”: volgens de Amerikaanse UCC (Uniform Commercial Code) hóéft een warranty niet warranty genoemd te worden om als een warranty te gelden; u mag bijv. ook een kopje “Warranties” gebruiken om daar al uw warranties onder te zetten. Beetje laf, maar heel goed mogelijk…

(bron: Kenneth A. Adams: A Manual of Style for Contract Drafting).

What’s in a word? (36)

Onlangs hadden we een cursist in een van onze Contract Drafting-groepen. In officiële stukken gebruikte hij altijd het werkwoord to conclude, als hij het had over “een
verzekering afsluiten”, zoals in: The Subcontractor shall at its expense conclude and keep in force insurance to cover…”. Zijn Amerikaanse vakgenoten krabden zich op het hoofd: “Waarom zou je ophouden met die verzekering?”, was hun reactie. Hij had de zinsnede uit Linguee waar het inderdaad als “vertaling” wordt gegeven. (Over Linguee dadelijk meer).

Enig speurwerk leidt tot de slotsom dat het hier om een Valse Vriend gaat (een zgn.
‘cognaat’, ofwel een woord die in zijn vorm op een woord uit een andere taal lijkt, maar niet dezelfde betekenis heeft). En wel een juridische Valse Vriend. We zijn juridische Valse Vrienden al vaker tegengekomen op deze plek (bijv. hier en hier), maar dit was een nieuwe voor me.

To conclude is: (be)ëindigen, tot een conclusie komen na een discussie, na een uitwisseling van standpunten of na onderhandelingen etc. (dus ook een soort van beëindigen eigenlijk). Je kan ook zeggen: to conclude a contract of to conclude a deal, hetgeen betekent dat je
onderhandelingen afsluit om vervolgens ergens je handtekening onder te zetten. Het is derhalve synoniem met to enter into of to sign.

 Het Amerikaanse Black’s Law Dictionary geeft voor to conclude (o.a.): To ratify or formalize (a treaty, convention, or contract), voor conclusion (o.a.): The closing, settling, or final
arranging of a treaty, contract, deal,
etc. en voor to enter (o.a.): To become a party to. Zelfs het Amerikaanse Supreme Court gebruikt beide woorden in dezelfde betekenis: This Court need not intervene to protect commercial parties from their failure to conclude the contracts that, in retrospect, they wish they had entered.

Ik ben bang dat het Nederlandse “een verzekering sluiten of afsluiten” het Engels to
conclude
in de weg zit. Je “sluit” immers ook een contract (af), en je conclude a contract, dus waarom dan niet ook to conclude an insurance? Helaas, in het Engels zeg je dan: to take out an insurance.

 À propos “sluiten” of “afsluiten”: Van Dale zegt dat het allebei kan. Iets wat a.s.r./Ditzo een aantal jaren geleden tot moemakens toe moest uitleggen.

Waarom geeft Linguee dan zo vaak to conclude an insurance voor “een verzekering
afsluiten”? Simpel, omdat Linguee niet de pretentie heeft een woordenboek te zijn. Linguee geeft slechts woorden in hun context; m.a.w. hoe komt een woord in de
werkelijkheid voor in combinatie met andere woorden. Daartoe wordt het hele Internet afgestruind. Wat wél uitermate vriendelijk is van Linguee, is dat ze ook de bronnen
vermelden waar ze deze woorden hebben gevonden.

En als je die bronnen goed bekijkt, zijn dit voor het grootste deel Engelstalige versies van Nederlandse websites. Dat betekent dus dat als een Nederlands bedrijf op de Engelse
versie van hun website de fout gemaakt heeft om “een verzekering afsluiten” met to
conclude an insurance
te vertalen, deze fout op Linguee verschijnt. Waar dan weer veel
lezers vertrouwen in hebben (“het staat immers op Linguee?”), dat weer gaan gebruiken, enz. enz. enz…. Als je wel eens Linguee gebuikt, check dan ook even de bronnen!

Dit fenomeen (It if sounds good, it must be good) komen we erg vaak tegen in juridische
tekstschrijverij. Contracten worden al te klakkeloos gekopieerd; boilerplate-clausules
worden zonder nadenken overgenomen; bepalingen, bedingen, reglementen etc. etc. die steeds maar weer opnieuw worden gebruikt zonder eens stil te staan bij wat er nu eigenlijk staat. Echt flagrante fouten gaan op die manier hun eigen juridische leven leiden.

Tenslotte, de overige bronnen die Linguee in dit geval gebruikt, zijn Deens of Slowaaks, of wat dan ook… En dat sterkt mij weer in de mening dat er langzaam maar zeker een Engels (Euro-Engels?) ontstaat, dat minder en minder te maken heeft met het “echte” (lees: Brits-of Amerikaans-) Engels. Als je je, als Nederlandse advocaat namelijk met een Deense
advocaat in het Engels onderhoudt, is er een grotere kans dat beide partijen beter weten wat to conclude an insurance is, dan als zij to take out an insurance gebruiken. Dat hierover Brits-Amerikaanse wenkbrauwen worden opgetrokken nemen we dan maar op de koop toe.

What’s in a word? (35)

Jargon is een vorm van taalgebruik binnen een vakgebied dat alleen door vakmensen gesproken wordt. Je zou ook kunnen zeggen dat de gebruikers van jargon (de “Jargonauten”) botweg woorden stelen uit een taal, en daar onderling een geheel eigen betekenis aan geven. Advocaten zijn überjargonauten, en Engelstalige advocaten spelen mee in de Champions League. Je kan misschien zeggen dat het case law-systeem (lees hier) daar een belangrijke oorzaak van is,  maar het maakt het fenomeen Legal English er niet makkelijker op.

Zo worden vaak de woorden “without prejudice to” gezien als een zgn. Term of Art. Een Term of Art is de Hogeschool van het Jargon; een woord waarvan iedereen denkt dat het een onwrikbare, juridische betekenis heeft. Maar is dat echt zo?

Ten eerste wordt without prejudice to te veel in verschillende betekenissen gebruikt. Je ziet ze vaak in contracten: Without prejudice to Clause 18.2.5, the Purchaser agrees that…  of: Without prejudice to any rights or remedies available… of anders: …without prejudice to the generality of the foregoing not to… De uitdrukking wordt gewoonlijk gebruikt om de kracht van een bepaling te behouden en tegelijkertijd een andere contrasterende of overlappende bepaling uit te drukken. Je gebruikt het  in een clausule waar geen prioriteit wordt gegeven boven een andere clausule.

Daarnaast zie je without prejudice to vaak verschijnen  als kopje bij een brief om ervoor te te zorgen dat die brief niet kan worden gebruikt als bewijs voor de rechtbank als de poging tot schikking mislukt. Het is advocatensteno voor: without prejudice to the position of the writer of the letter if the proposed negotiations are not accepted. Jammer alleen dat slechts weinigen dat weten. Dat laat in ieder geval  het artikeltje Bamboozling the public van Mark Adler in de New Law Journal zien.

Tenslotte kunnen in de VS ook nog eens rechtszaken eindigen with of without prejudice. Dat betekent niet dat een zaak is geëindigd vanwege de vooringenomenheid van een
racistische rechter maar dat een rechtszaak permanent (with prejudice) wordt afgewezen of dat de partijen het opnieuw kunnen proberen (without prejudice). Ook kan je ontslag
krijgen zonder hoop die baan ooit weer terug te krijgen (with prejudice) of without prejudice zodat je weer kan worden aangenomen als de economie weer aantrekt.

Er zijn kortom veel te veel betekenissen van without prejudice (to) om hier een
in betongegoten Term of Art van te maken. Dat krijg je ervan als je woorden steelt uit de alledaagse taal (prejudice is gewoon ‘vooroordeel’) en ermee aan de juridische haal gaat. En als de betonrot eenmaal is ingezet, zijn er meer dan voldoende, voor de meeste lezers volslagen begrijpelijke, woorden om te gebruiken. In de contracttaalvoorbeelden
hierboven bijv. i.p.v.Without prejudice to Clause 18.2.5, the Purchaser agrees that… schrijf: Subject to clause 18.2.5… I.p.v. Without prejudice to any rights… schrijf: Despite any rights…, i.p.v : …without prejudice to the generality of the foregoing not to… schrijf: without affecting of without limiting. De juridische betekenis verandert niet, en het wordt een stuk leesbaarder.

En ten tweede… áls het al een Term of Art is, dat without prejudice to, dan zou je verwachten dat die woorden een vaste Nederlandse vertaling zouden opleveren. Een snelle blik op Linguee.nl  echter, geeft ons: “onverminderd”, “onder (én!) zonder
voorbehoud”, “onverlet”, “behoudens”, “zonder afbreuk te doen aan” etc. En als je er dan helemaal niet meer uitkomt, ja dan kan je altijd nog terugvallen op “zonder prejudicie” dat volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal ook een Nederlandse uitdrukking is.

Maar dat is vals spelen…

What’s in a word? (34)

Vorige week schreef ik hier over de invloed van Romaanse talen (m.n. Latijn en Frans) op het ontstaan van het Engels zoals wij dat nu kennen (hier nog eens te lezen). Ik schreef dat het in de 14e en 15e eeuw nog niet zo makkelijk was om van die Romaanse invloeden af te komen. In de pakweg twee eeuwen daarvoor was het rechtssysteem dusdanig ontwikkeld dat ze niet goed wisten wat ze moesten doen met al die Romaanse woorden waarin zo veel vonnissen waren voltrokken, wetten geschreven en contracten waren opgesteld. Die
terminologie kon toch niet zo maar bij het afval van de geschiedenis worden gezet, of wel?

Daarom kwamen ze met een doeltreffende oplossing: waarom niet gewoon beide talen
gebruiken? Vandaar dat we nu opgescheept zitten met een idiote hoeveelheid dubbel-
heden (legal doublets) en zelfs driedubbelheden (legal triplets). Al die doublets en triplets bevatten woorden van zowel Romaanse als Angelsaksische oorsprong. Vorige week gaf ik al elf voorbeelden van die legal doublets, maar die lijst is moeiteloos uit te breiden. Voorbeelden van legal triplets zijn (o.m.): cancel, annul and set aside; give, devise and bequeath; name, constitute and appoint of sign, seal and deliver. Meer voorbeelden? Klik hier.

In die tijd werden advocaten ook nog eens per (geschreven) woord betaald, dus behalve dat advocaten uit het oogpunt van veronderstelde juridische volledigheid adjudged, signed and agreed schreven, leverde dat 4 x meer op dan alleen maar signed.

Doublets en triplets zijn een onuitputtelijke bron van informatie en vermaak  voor (o.a.)
Legal English Blog-schrijvers. Lees eerdere blogs over bijv. null and void , breaking and
entering
  of assault and battery.

Daarnaast, echter, kunnen doublets en triplets ook nog steeds (600 jaar later!) voor
rechtszaken zorgen. Neem nu bijv. indemnify and hold harmless. Ken Adams schrijft in A Manual of Style for Contract Drafting hierover: it’s much clearer and safer to use just
‘indemnify’.
Daarnaast beschouwt Black’s Law Dictionary  beide woorden als synoniemen waarbij hold harmless gedefinieerd wordt als: to absolve (another party) from any
responsibility for damage or other liability arising from the transaction; INDEMNIFY
. Bryan Garner concludeert in zijn Dictionary of Legal Usage dat The evidence is overwhelming that indemnify and hold harmless are perfectly synonymous.

De juridische praktijk echter is weerbarstiger. Aan de ene kant oordeelt de rechter in
Majkowski v. American Imaging Management:  As a result of traditional usage, the phrase
‘indemnify and hold harmless’ just naturally rolls off the tongue (and out of the word
processors) of American commercial lawyers. The two terms almost always go together.
Indeed, modern authorities confirm that ‘hold harmless’ has little, if any, different meaning than the word ‘indemnify.

Maar aan de andere kant geeft Mellinkoff in zijn Dictionary of American Legal Usage, dat
indemnify can also mean “reimburse for any damage,” a narrower meaning than that of hold harmless. Hetgeen andere rechters weer doet besluiten dat the terms ‘indemnify’ and ‘hold harmless’ refer to slightly different legal remedies (United States v. Contract Mgmt.). In de Canadese zaak Stewart Title Guarantee Company v. Zeppieri zegt de rechter dat the
contractual obligation hold harmless is, in my view, broader than that of indemnification.

Tsja, zegt u het maar… Wat doen Nederlanders eigenlijk met die indemnify and hold
harmless
? Een korte blik op www.linguee.com leert ons dat “vrijwaren” het meest gebruikt wordt. Bijna net zo vaak wordt “schadeloos stellen” gebruikt, en de meest letterlijke
vertalingen gebruiken gewoon de Nederlandse doublet “vrijwaren en schadeloos stellen”. Bij Linguee echter, weet je nooit met zekerheid wat nu de brontekst was: het Engelse
indemnify and hold harmless dat in het Nederlands overgezet moest worden? Of het
Nederlandse “vrijwaren” dat in het Engels uitgedrukt moest worden.

Als iemand weet heeft van een Nederlands vonnis hierover, dan houd ik me van harte
aanbevolen!!!

What’s in a word? (33)

Beyond reasonable doubt is (nog steeds) één van de grondslagen van strafrechtszaken in het common law rechtssysteem.  In een dergelijk systeem staan twee partijen tegenover elkaar en moeten deze twee partijen een jury overtuigen van de (on)schuld van de beklaagde. De jury verklaart een verdachte alleen schuldig als ze geen enkele twijfel meer hebben: beyond reasonable doubt, dus.

Maar twijfel waaraan eigenlijk? Want wat precies is dat bewijs dat beyond a reasonable doubt vastlegt? En welke onzekerheid geldt als juridische doubt? En wat is, alles bij elkaar opgeteld, eigenlijk reasonable? Allemaal razend belangrijk, want als die reasonable doubt eenmaal is overwonnen, dan kan je het wel schudden als verdachte in een common law-systeem. De zinsnede beyond a reasonable doubt wordt standaard gebruikt in bijna alle zgn. Court Room Dramas, maar tot het chagrijn van veel Hollywood producers is de
reasonable doubt-doctrine aan het wankelen. In steeds meer staten van Amerika mogen rechters in hun jury instructions al niet meer uitweiden over de betekenis van die woorden (lees bijv. Reasonable and other doubts, the problem with jury instructions) en een steeds groter deel van de Amerikaanse juridische wereld komt tot de conclusie dat reasonable doubt weinig juridisch hout snijdt.

Waarom is een regel die zo fundamenteel belangrijk lijkt te zijn voor het Common Law (straf)rechtssysteem zó moeilijk te definiëren en te begrijpen? Het antwoord wordt gegeven door James Q. Whitman (Ford Foundation Professor aan de Yale Law School) in zijn boek The Origins of Reasonable Doubt: Theological Roots of the Criminal Trial . Hij stelt dat de reasonable doubt-regel oorspronkelijk helemaal niet bedoeld was om verdachten te ver- of te beoordelen, maar om de zielen van leden van de jury te beschermen tegen het eeuwig branden in het hellevuur; een onschuldige veroordelen werd in de (katholiek-)
christelijke traditie gezien als een potentiële doodzonde. Zo lang hun twijfels over het wel/niet schuldig zijn van een verdachte niet “reasonable” waren, (met andere woorden: beyond reasonable) zou het wel goed komen met hun zielenheil. In zijn oorspronkelijke vorm, dus, had deze doctrine niets te maken met wat nu als een fundamenteel
rechtsbeginsel wordt beschouwd.

Dit alles is terug te voeren op het Vierde Lateraans Concilie van 1215 waar de katholieke kerk besloot om zgn. godsoordelen te verbieden. Dit had een ander effect in Engeland dan op het Europese continent in die zin dat het Europese continent een vorm van onderzoeks-
rechtspraak  invoerde en Engeland een trial by jury ontwikkelde. (Het begin van de
scheiding tussen het Common Law-systeem en het Civil Law-systeem). Die juryleden (of liever gezegd: hun zielen) moesten dan natuurlijk wél beschermd worden tegen mogelijke foute uitspraken.

En als er geen jury in het spel is, dan hoeft er ook over het zielenheil minder nagedacht te worden, en is de beyond reasonable doubt-doctrine niet belangrijk. Hoogstwaarschijnlijk is dat ook de reden waarom er voor deze woorden geen eenduidige (Nederlandse) vertaling bestaat. Als vertaling voor beyond reasonable doubt heb ik (o.m.) gevonden: “zonder
voldoende redelijke zekerheid”, “zonder redelijke twijfel”, “zonder gerede twijfel”, “buiten redelijke twijfel”, “verheven boven elke redelijke twijfel”, “niet op overtuigende wijze”, en “buiten iedere redelijke twijfel”, maar die lijst kan je zelf nog veel langer maken.

De vraag is natuurlijk of beyond reasonable doubt wel vertaald móét worden. Het heeft geen enkele betekenis in het Nederlandse rechtssysteem en zelfs in het Anglo-Amerikaanse rechtssysteem lijkt het om volledig de verkeerde redenen te worden gebruikt.

Al met al weer een goed voorbeeld van een soort juridische mythevorming; het wordt al zo lang gebruikt, dus het zal wel van belang zijn, niet? Voor het dramatische effect inderdaad wel…

Meer lezen? Lees hier het door Professor Whitman geschreven paper, de voorganger van zijn boek.

What’s in a word? (32)

Ik hoop dat u er in uw “echte” leven niet al te veel van hebt, van Valse Vrienden. In ‘taal’ echter komen deze zgn. ‘cognaten’ redelijk vaak voor. Valse Vrienden zijn woorden die in hun vorm op een woord uit een andere taal lijken, maar niet dezelfde betekenis hebben. (Hier al eens eerder over gehad). Bekende (Engels-Nederlandse) voorbeelden zijn de
(Engelse) woorden brutal, actual, administration, thus, die tot schrik van velen en tot
vermaak van anderen dus niét ‘brutaal’, ‘actueel’, ‘administratie’ en ‘dus’ betekenen. Voor nog veel meer False Friends: klik hier).

Het is daarom bijna onvermijdelijk dat False Friends ook in Legal English/juridisch
Nederlands voorkomen. Eén zo’n term is “een straf verbeuren” dat vaak (en zelfs in het veel gebruikte Juridisch-Economisch Lexicon) vertaald wordt als to forfeit a penalty. Wat is hier aan de hand?

Om de een of andere reden (juridisch taalgebruik? moeilijkdoenerij?) kom je het nog steeds tegen: als een veroordeelde partij niet aan het vonnis voldoet of een verbod overtreedt, dan kan de wederpartij de dwangsom opeisen. Dit noemen we dan “het
verbeuren van een dwangsom
”. Al sinds het jaar 1287 bestaat dit woord en worden er straffen “verbeurd”, ofwel “verliezen van iets als straf voor een misdaad” (oorspronkelijke betekenis). Dat verlies kan de vorm van een  geldelijke boete aannemen, maar steeds vaker werd dat een “in beslagname van goederen”, ofwel het “verbeurd verklaren” van dezelfde.

Als je dat in het Engels doet, dan heet “in beslag nemen/verbeurd verklaren”:  to forfeit, ofwel: to lose money, property or rights as a result of crime or other failure to satisfy a legal duty. De in beslagname zélf heet (natuurlijk): een forfeiture, ofwel: the loss of a right, claim, interest or item of property because you have not met your legal obligtions. En je kan van alles en nog wat in beslag nemen:  to forfeit your deposit, to forfeit your property, to forfeit your rights, to forfeit your assets. (Overigens, forfeit wordt uitgesproken als [FORfit], met de klemtoon op de eerste lettergreep).

Maar to forfeit your penalty? Ik denk dat een schuldenaar het met groot enthousiasme zal toejuichen als zijn schulden (vooruit, samen dan met z’n deposit, z’n property, z’n rights en z’n assets) in beslag worden genomen, dan is-ie daar in ieder geval van af…

Ik vermoed dat de verwarring is ontstaan door de woorden “verbeuren” en “verbeurd
verklaren”. In het Nederlands “verbeurt” een rechter een straf, een dwangsom, etc. door middel van een “verbeurd verklaring” van bepaalde goederen. In het Engels is het
verbeuren al de straf zelf.

Alles bij elkaar is dit een typisch voorbeeld van hoe Nederlands juridisch vocabulaire (en dan met name zgn. Terms of Art (ofwel: juridisch jargon, om maar even kort door de bocht te gaan, lees hier meer) zoals “verbeuren”, onbedoeld is ‘geëxporteerd’ in Engelstalige overeenkomsten

Intussen blijft die verwarring in stand omdat het vaak door u gebruikte Juridisch-Economisch Lexicon nog steeds to forfeit a penalty vermeldt. En als je verder probeert om to forfeit a penalty te googelen, kom je al snel terecht in het ook vaak door u gebruikte Linguee (klik hier). Daar staat toch écht een aantal keer het Engelse to forfeit a penalty. Hoe kan dat? Niet zo moeilijk… Linguee geeft altijd de bronteksten, en het veelzeggende in dit geval is, dat al die bronteksten Engelse vertalingen zijn van websites van Nederlandse bedrijven: Van Stokkum, Aceto, Topwindowcovering, Unit4, het Congresgebouw etc.

Een handige tip tot slot, derhalve: mocht u inderdaad vaak Linguee raadplegen voor de vertaling van het een of ander: controleer eerst even de brontaal. De kans is aanwezig dat die brontaal Nederlands is, en dat iedereen elkaar maar een beetje zit te kopiëren bij de vertaling naar het Engels, waardoor bepaalde fouten gewoon fouten blijven.

 

What’s in a word? (31)

Theresa May, een van de meest besproken politici de laatste tijd. En dan komt het mooi uit dat haar achternaam May is. Ongekende mogelijkheden voor de krantenkoppende Engelse pers, en dan met name de Daily Express, The Mirror en The Sun. Een korte bloemlezing: Theresa Mayday, Theresa Won’t, Theresa Dismay, Darth Mayder, Back May or Sack May, Theresa Maynot.

Als een achternaam te bewerkwoorden is, is het natuurlijk open season voor krantenkoppenmakers. Want dát may een werkwoord is, is natuurlijk wel duidelijk. Het is alleen een beetje een vreemd werkwoord dat hoort in het illustere rijtje van 15 zgn. defective verbs (kapotte werkwoorden?) waar ook bijv. de werkwoorden can, must en ought toe behoren (maar ook bijv. beware).

Defective verbs zijn werkwoorden zonder infinitief en zonder vervoegingen. Vrijwel alle
Engelse hupwerkwoorden zijn defective verbs, en misschien is deze handicap juist wel de reden waarom de juridische wereld zo in verwarring is voor wat betreft het gebruik van bijv. shall (hier al eerder over gehad, maar komen we binnenkort op terug) en may… het onderwerp van vandaag.

Onlangs kregen wij van een deelnemer aan een van onze trainingen de vraag of zij het
woord may niet beter zou kunnen vervangen door reserves the right to, zoals in: Company X hereby reserves the right to bring suits and claims for any and all causes of action arising from this Agreement zou “krachtiger” zijn en meer “juridische lading” hebben dan:
Company X may sue you for the things you do under this Agreement.

Om kort te zijn: may is beter. May is korter (en alles wat korter is, is beter) en may is het minst ambigu. Natuurlijk kan je may vervangen door reserves the right to, is entitled to, is authorized to, has the discretion to, is permitted to en wat weet ik nog niet meer, maar alle Legal Writing-experts hebben een sterke voorkeur voor may. Kenneth A. Adams schrijft in Legal Usage in Drafting Corporate Agreements (hier gratis te downloaden) dat dit allemaal circumlocution is (een omslachtige woordenvloed); to create discretionary authority, say ‘may’ (Reed Dickerson in The Fundamentals of Legal Drafting, lees een uitgebreide recensie hier) en ‘may’ means has discretion to, is permitted to (Bryan Garner in A Dictionary of
Modern Legal Usage
); en ga zo nog maar even door.

May heeft inderdaad nog een andere betekenis, namelijk die van: “mogelijk zullen/
mogelijk kunnen”. Het zinnetje bijv. The judge may dismiss kán betekenen dat de rechter has the authority to dismiss (zoals boven), maar óók dat de rechter possibly will (of might) dismiss. Ambiguïteit dus.

Dit mag allemaal wel waar zijn (en in alle schrijfsels BEHALVE contracten en overeen-
komsten komt dit ook voor), maar Adams zegt in het hierboven aangehaalde boek: You can
usually discern from context which meaning is intended.

En vind je het dan nog steeds “gevaarlijk” om may te gebruiken, zet dan gewoon in de definities in het eerste hoofdstuk van het contract: In this contract “may” means “is
authorized to”
. En zorg ervoor dat may alleen maar in die betekenis wordt gebruikt.

Voor wat betreft de veronderstelling dat reserves the right to (of welke bovenstaande
omslachtige woordenbrij dan ook) “krachtiger” is en “meer juridische lading heeft”: dat mag allemaal wel zo zijn, maar het gaat erom of iets een juridische lading heeft, en dus géén ‘emotionele’ lading. May is een uitstekend ‘juridisch’ woord.

En nu maar hopen dat de mevrouw die May als achternaam heeft, ook zo standvastig is…

(met dank aan Wayne Schiess)

What’s in a word? (30)

Oh, woordjes… En (nog erger:) de vertaling van woordjes. Neem nu de Nederlandse
vertaling van het Engelse to deny. Waarom juist dat woord? Omdat dat woord een
belangrijke rol speelt in de omstreden Nashville-verklaring (met of zonder verbindings-streepje, daar zijn we nog niet helemaal uit). Daar staat in 14 zgn. Articles in het Engelse
origineel
We affirm (… etc.) gevolgd door We deny (… etc.). De Nederlandse versie rept in evenveel zgn. Artikelen van “Wij bevestigen (… etc.)” gevolgd door “Wij ontkennen (… etc.)”.

Op de voorpagina van de Volkskrant van 8 januari schrijft Paulien Cornelisse al dat
“’ontkennen’ de simpelste vertaling is van to deny”. En gelijk heeft ze. Een korte rondgang langs de belangrijkste woordenboeken geeft ons als betekenis van to deny: to say that you did not do something that someone has accused you of doing én to not allow someone to have something (Macmillan), to declare untrue én to refuse to grant (Merriam-Webster), to state that one refuses to admit the truth or existence of én to refuse to give (something
requested or desired) to (someone)
(Oxford).

Met andere woorden: to deny betekent zowel “ontkennen” als “verwerpen, iemand iets ontzeggen”. Dat de schrijvers van de Nashville-verklaring eigenlijk het laatste (“verwerpen’, dus) willen zeggen, kan je lezen in de preamble waar staat: (…) we offer the following
affirmations and denials
. Hetgeen in het Nederlandse voorwoord is vertaald als: “Het is om die reden dat wij de volgende volgende betuigingen en ontkenningen aanbieden” (mijn
onderstreping). Waarom wordt in dit voorwoord affirmations vertaald als “betuigingen” terwijl alle artikelen met We affirm… (toch duidelijk het afgeleide werkwoord van
affirmation) beginnen, dat als “Wij bevestigen” is vertaald?

“Wij betuigen…” en “Wij ontzeggen…/Wij wijzen af…” was een stuk beter geweest en veel meer in lijn met het gedachtengoed van de schrijvers. Maar ook een stuk minder vriendelijk en wellicht meer open tot eventuele strafrechtelijke vervolging . Op deze manier framen de vertalers van de Nashville-verklaring het hele schrijfsel in een stuk positiever en
liefdevoller daglicht. Op deze manier ook, wordt het voor de heer Kees van der Staaij een stuk makkelijker om zijn handen in onschuld te wassen.

Het heeft er op het eerste gezicht niets mee te maken, maar afgelopen week las ik ook een blog van Jacobien van Dop en Jeroen Kiewiet op de website van het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging. Daarin stellen de schrijvers dat “door onduidelijk
woordgebruik van de wetgever de rechter soms wordt gedwongen tot het creëren van
ficties in zijn uitspraak”. Ik citeer: “Een fictie is per definitie in strijd met de werkelijkheid. Ficties in het recht vergroten daarmee de afstand van het recht tot die werkelijkheid”.

Met in het achterhoofd echter de ‘affirm/deny – bevestigen/ontkennen’-vertaling wil ik hier stellen dat “een fictie per definitie juíst de werkelijkheid ís”. Hoe, dat wil zeggen: met welke woorden (ontkennen? ontzeggen?) je die werkelijkheid vormgeeft, is een heel andere zaak.

What’s in a word? (29)

Het is een beetje als die discussie rond de figuren die Sinterklaas bijstaan in zijn
omvangrijke takenpakket: de discussie rond juridisch taalgebruik. En dat dat dan
natuurlijk vooral veel begrijpelijker moet worden. Een tijdje terug deed D66-Kamerlid Maarten Groothuizen bijvoorbeeld weer eens een duit in het overvolle zakje . Wat deze keer opviel, echter, was het ontbreken van commentaren en tegenwerpingen van juristen die eerder luidkeels verkondigden dat zoiets “onmogelijk” is en dat vereenvoudiging van
juridisch taalgebruik afbreuk doet aan de juridische accuratesse en nuance.

Misschien beginnen de tegenstanders ook wel in te zien dat het toenemende aantal
initiatieven om Klare Taal te produceren langzaam maar zeker met enige ernst bekeken moeten worden. Recente voorbeelden te over: landelijke en provinciale Klare Taalbokalen, een zojuist gestart onderzoek van het Lectoraat HBO-Rechten van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen naar Klare Taalgebruik in rechterlijke uitspraken , opmerkingen in
“Aanwijzingen voor de Regelgeving” waar onder punt 52 staat: “Bepalingen worden zo
beknopt mogelijk geformuleerd. Indien bij het ontwerpen van een bepaling een sluitende, maar ingewikkelde formulering is gevonden, dient steeds te worden nagegaan of het niet eenvoudiger kan. Ook dient men bedacht te zijn op het weglaten van overbodige woorden. Dus bij voorbeeld niet: ‘Het bepaalde in het tweede lid van artikel 5 is van toepassing’, maar: ‘Artikel 5, tweede lid, is van toepassing’ “. Klare (of in ieder geval: Klaardere) Taal komt eraan!

Accuratesse en nuance is sowieso al niet makkelijk. Onlangs kregen we van een van onze cursisten de vraag of plaintiff inderdaad het goede woord was voor het Nederlandse “eiser”. Dat was het inderdaad… Maar met de nadruk op WAS. In april 1999 namelijk is in het Engelse recht met de Civil Procedure Rules dit woord veranderd in claimant. In het Amerikaanse recht houdt men vast aan plaintiff. Niet dat de Britten nu onmiddellijk in
verwarring zullen raken als u plaintiff schrijft, maar verwacht wordt dat dit woord steeds meer in onbruik zal raken. Overigens is een eiser in een echtscheidingszaak dan weer (zowel in Engeland als in Amerika): een petitioner.

Diezelfde Civil Procedure Rules heeft ervoor gezorgd dat een “dagvaarding” ook geen
summons of writ meer heet, maar claim form. De Nederlandse dagvaarding heeft een formeler karakter dan de Engelse claim forms: standaardformulieren die zijn te raadplegen via www.justice.gov.uk. Dat is anders dan in Nederland waar de dagvaarding door een deurwaarder (inderdaad: de bailiff) wordt betekend. Een writ of summons, dat je ook wel ziet als vertaling, is écht het document zelf, en daarom wellicht (ook al door de
medewerking van de deurwaarder) het beste te vertalen als “exploot”.

So much for accuratesse… En die nuance dan?. De vertalers van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht (The Dutch Penal Code, Louise Rayar & Stafford Wadsworth. Littleton,
Colorado: Fred B. Rothman & Co, 1997) stuitten geregeld op de in dat Wetboek vaak voorkomende term “de voor de nachtrust bestemde tijd” en vertaalden dat simpelweg met during the nighttime.

Black’s Law Dictionary zegt hierover: period between sunset and sunrise of thirty minutes
after sunset and thirty minutes before sunrise
. Het Engelse strafrecht heeft een aantal (!)
andere omschrijvingen. Een ‘nachtelijke’ inbraak is een actie tussen tussen negen uur ‘s avonds en zes uur ‘s ochtends (Criminal Law Consolidation Acts 1861, 24 & 25 Vict.). Nachtelijke stroperij daarentegen vindt plaats tussen één uur na zonsondergang en één uur voor zonsopgang (Night Poaching Act 1828). En voor de Engelse douane geldt als nacht de periode tussen elf uur ’s avonds en vijf uur ’s ochtends (Customs and Exise Management Act 1979, s1(1)). Misschien iets om rekening mee te houden, na de Brexit?

Niet alleen dus kunnen “gewone” woorden een andere juridische betekenis hebben (of zelf verschillende betekenissen: zie “nacht”), maar als je na veel moite eindelijk weet wat bepaalde
“juridische” woorden betekenen, dan veranderen ze het woord (summons – claim form)! Het blijft opletten…