Category Archives: What’s in a word?

What’s in a word? (42)

Natuurlijk is “taal” het belangrijkste instrument van een advocaat. Alleen, in sommige
landen (en met name landen met een common law-rechtssysteem, ofwel: de meeste Engelstalige landen) lijkt het nog een stuk belangrijker dan in landen met een civil law-systeem (ofwel: de meeste Europese, niet-Engelstalige, landen). Of anders gezegd: landen waar de “letter van de wet” prevaleert boven de “geest van de wet”.

In 2014 schreef ik al eens een blog over de explosieve toename van het gebruik van
woordenboeken bij het Amerikaanse Supreme Court (hier nog te lezen). Ik schreef toen dat o.a. de historische interpretatie van het woord marriage de acceptatie in de VS (en dus de juridische onderbouwing) van het homohuwelijk flink in de weg heeft gezeten.

Al in 1945 schreef Judge Learned Hand in zijn vonnis in Cabell v. Markham: It is one of the surest indexes of a mature and developed jurisprudence not to make a fortress out of the
dictionary.
(De zaak ging over hoe het woord associate  geïnterpreteerd diende te worden). Hoewel hij dit hoogstwaarschijnlijk niet zo bedoeld heeft, moeten Learned Hand’s
woorden een aantal mensen aan het denken hebben gezet in de richting van: “nee, alleen woordenboeken zijn niet genoeg”.

Aangezet door steeds grotere digitale mogelijkheden om teksten en archieven te doorzoeken, kwam rond 2010 de Law & Corpus Linguistics-beweging op stoom. Law & Corpus Linguistics (LCL) is nu een snel opkomende juridische discipline die de kracht van big data wil benutten om empirisch bewijs te leveren over de betekenis van woorden en zinnen in juridische instrumenten. De Brigham Young Law School begon in 2013 met een leergang law and corpus linguistics en steeds meer Amerikaanse universiteiten bieden nu deze
mogelijkheid.

In juli 2011 kwam de eerste rechterlijke mening in de Amerikaanse geschiedenis die
corpuslinguïstiek gebruikte om de betekenis van een juridische tekst te bepalen. In In re. the Adoption of Baby EZ (een adoptiezaak) ging het over het woord custody. Opperrechter Lee bekeek 500 gerandomiseerde voorbeeldzinnen uit het Corpus of Contemporary American English (COCA) en ontdekte dat de meest gebruikelijke opvatting van “voogdij” (custody, dus) lag in de context van echtscheiding in plaats van adoptie. Verder ontdekte hij dat “voogdij” tien keer vaker voorkwam in combinatie met “echtscheiding” dan met “adoptie”. Justice Lee concludeerde daaruit dat hij zou (moeten) vinden dat de voogdij-
procedures beperkt zouden moeten worden tot echtscheidingsprocedures, in plaats van een veel breder scala van voogdijprocedures.

Sindsdien vragen rechters steeds vaker om corpuslinguïstiek in te zetten. Wat moet je
bijvoorbeeld met het verbod to carry a firearm? Betekent dat écht een wapen op je lichaam te dragen, zoals vermoedelijk de bedoeling was toen die wet geschreven werd, of betekent het ook dat een wapen in je dashboardkastje van je auto onder to carry a firearm valt, zoals in Muscarello vs. United States aan de orde kwam?  Auto’s namelijk, laat staan dashboardkastjes, bestonden niet toen die wet van kracht werd. Het Supreme Court, overigens, meende dat hier geen verschil in was…

Corpuslinguïstiek wordt door Amerikaans rechtbanken momenteel regelmatig ingezet
zodat woorden in wetten hun “gewone” betekenis krijgen. De regel is gebaseerd op de veronderstelling dat de wetgever hoogstwaarschijnlijk heeft bedoeld dat de taal in hun gewone betekenis wordt begrepen, én op de veronderstelling (en: hoop) dat mensen die aan dergelijke wetten onderworpen zijn, zo beter hun rechten en plichten zullen begrijpen. Jammer genoeg zijn rechtbanken het echter niet eens als het erom gaat te bepalen welke van de beschikbare betekenissen van een term de “gewone” is. Beslissingen worden (gelukkig nog steeds) genomen op basis van 1) de linguïstische intuïtie van de rechter, 2) woordenboekdefinities, maar 3) verwijzingen naar linguïstische corpora worden steeds
belangrijker.

Op dit moment speelt een hoger beroep in Jones vs. Becerra  waar de rechters aanvullende informatie hebben aangevraagd. Jones vs. Becerra is een zaak betreffende de grondwettigheid van een Californisch statuut dat de verkoop van vuurwapens aan personen onder de 21 jaar verbiedt. Het gaat over de zinsneden in het Tweede Amendement van de Amerikaanse grondwet (uit het jaar 1791) of particulier wapenbezit nu wel of niet is
toegestaan. Wat betekenden, op het moment van schrijven, de zinsneden: a well regulated militia, the right of the people of shall not be infringed? En dus: wat was de bedoeling van de schrijvers van dat amendement?

Woorden betekenen écht iets in de Engelstalige rechtspraak! (Hoewel het feit, hoe je het wendt of keert, natuurlijk blijft hoe daarmee om te gaan…).

What’s in a word? (41)

Nog even terug naar de op 1 januari 2019 geopende Netherlands Commercial Court (NCC). De NCC behandelt zaken standaard in het Engels en doet in het Engels uitspraak. De
mogelijkheid om bij de NCC in het Engels te procederen betekent dat bewerkelijke
vertalingen niet meer nodig zijn. Naast het kostenvoordeel leidt dit ook tot meer
efficiëntie, duidelijkheid en transparantie. Hier al eens eerder over geschreven.

En zoals het NCC zijn er tientallen andere landen-overkoepelende instanties die het Engels gebruiken om internationale disputen op te lossen. Zoals bijvoorbeeld het Internationaal Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen (International Centre for Settlement of Investment Disputes of ICSID), een zelfstandig onderdeel van de Wereldbank. Het ICSID werd opgericht om geschillen te beslechten met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten (veelal bedrijven).

Ook bij het ICSID wordt bijna altijd Engels als de voertaal gebruikt. Mooi. Prachtig. En lekker handig bovendien. Zou je zeggen. Alleen brengt een gemeenschappelijke taal (Engels of welke taal dan ook) tegelijkertijd ook het falen daarvan aan het licht.

Neem nu het geschil tussen Spanje en een aantal Engelse, Nederlandse en Luxemburgse investeerders. De eisers in deze zaak dienden een aantal claims tegen Spanje in als reactie op (Spaanse) wijzigingen in subsidieregelingen voor opwekkers van duurzame energie. Als gevolg hiervan verminderde de waarde van verschillende investeringen. De eisers beschuldigden Spanje van schending van een eerlijke en billijke behandeling met
betrekking tot die investeringen. Deze zaak staat bekend als Eiser Infrastructure Ltd v Kingdom of Spain. De bottom line is dat Spanje al in 2018 werd “veroordeeld” (als je dat mag zeggen in een geschillenbeslechting) tot het betalen van een schadevergoeding van € 128 miljoen.

Spanje betaalde niet. De behandeling van het geschil verhuisde prompt naar het Australian Centre for International Commercial Arbitration in Melbourne, Australië, waarmee ICSID een samenwerkingsovereenkomst heeft afgesloten. (“Waarom helemaal daar?” kan je je
afvragen… simpel antwoord: Australië is gekozen omdat rechters aldaar meer dan
gemiddeld “welwillend” staan tegenover forse rente-vergoedingen voor niet-betaalde boetes).

Ook voor dit Australische Hof verloor Spanje en de zaak ligt nu voor het Australische High Court. Aan dit High Court nu de beslissing of er al dan niet een andere betekenis bestaat binnen de Spaanse, Franse en Engelse versies van de ICSID-voorschriften. Bij het noemen van de Spaanse en Franse terminologie wordt gesteld dat, afhankelijk van de context,
“ejecución” en “l’exécution” moeten worden begrepen als “handhaving” of “executie”. De belangrijkste vraag is of die woorden hetzelfde betekenen in drie talen (Engels, Frans, Spaans). Ofwel: wanneer betekent een “executie” van een door de rechtbank gelaste boete, de “tenuitvoerlegging” van dat bevel? De Australiërs stellen dat er op basis van de Spaanse en Franse versie van het Investeringsverdrag geen onderscheid is tussen aan de ene kant de erkenning en handhaving (recognition and enforcement) en aan de andere kant de tenuitvoerlegging (execution) van een vonnis.

Maar eigenlijk maakt het niet zo veel uit om welke woorden het nu precies gaat; de Amerikaans en de Britse juridische definities van het woord money bijvoorbeeld,
verschillen immers ook van elkaar (lees hierover verder). Het is namelijk heel goed
mogelijk dat de Spaanse wetgeving een juridisch verschil maakt tussen enforcement en
execution, maar ook dat dat verschil niet bestaat in de Luxemburgse en Nederlandse wetgeving. Ieder land z’n eigen juridische geschiedenis met z’n eigen juridische lading aan z’n eigen juridische begrippen. (Hier al eerder over geschreven).  Iets wat het, op z’n zachtst gezegd, “lastig” maakt om in een gemeenschappelijke taal (Engels in dit geval) onder
woorden te brengen.

Nu ligt de zaak dus voor het Australische High Court. De verwachting is dat het High Court de uitspraak van het Hof zal volgen en dat de Spanjaarden alsnog met het geld over de brug moeten komen, mét een forse rente, dat dan weer wel… Het Hof benadrukte namelijk ook nog eens dat de context van de gebruikte terminologie soms van groter belang kan zijn dan de formulering van die terminologie.

En dat is precies waar al die internationale geschillencommissies voor zijn opgericht.

(met dank aan Julien Luscuere en Alex Allwell van Maes Law)

What’s in a word? (40)

Dat komt er nou van… In een eerdere blog schreven we al eens  dat de woorden “best
efforts
” in contracten tot de één van de most-litigated words in de Anglo-Amerikaanse rechtspraak behoren en in een burgerrechtelijke (civil law) omgeving verder van zeer geringe juridische waarde zijn. Daar schijnt het ook nu weer op uit te draaien met het Covid 19-vaccin van AstraZeneca (AZ) en de druk die door de Europese Commissie op AZ wordt uitgeoefend om die spullen nu eens te leveren.

De CEO van AZ zou hebben gezegd dat de leveringsverplichtingen van AZ beperkt zijn tot “best efforts“; AZ kan dit blijkbaar niet doen zonder de voorwaarden van het contract met de Britse regering te schenden. Op dit moment (zie hieronder) zijn de relevante contracten nog niet openbaar. Maar wél openbaar is een soortgelijk contract tussen de Europese Commissie en Curevac AG. Curevace is samen met Bayer bezig een  ander potentieel Covid 19-vaccin, Zorecimeran, te ontwikkelen. Het heeft de vorm van een raamcontract en er is een bestelformulier aan toegevoegd dat individuele EU-landen kunnen gebruiken om hun besteleisen bij de leverancier aan te scherpen (hier te vinden).

Laten we bij gebrek aan betere informatie aannemen dat de Europese Commissie
contracten heeft ondertekend met zeer vergelijkbare standaardvoorwaarden met al haar vaccinleveranciers, inclusief AZ, en dat ze allemaal volgens de Belgische wetgeving zijn opgesteld. Wat zegt het contract over leveringsverplichtingen?

De term die het meest relevant lijkt voor de inspanningsverplichtingen van AZ, staat in de tweede alinea van paragraaf 1.3 (van het Curevac-contract), Die luidt: On the basis of this APA, the contractor commits to use reasonable best efforts (i) to obtain EU marketing…[…]

 Op basis van deze APA (=Advance Purchase Agreement) verbindt de contractant zich ertoe om reasonable best efforts te leveren (i) om een ​​EU-handelsvergunning voor het product te verkrijgen en (ii) om voldoende productiecapaciteit te creëren om de productie en levering van de contractueel overeengekomen volumes van het product mogelijk te maken

Reasonable best efforts  worden gedefinieerd in sectie 1.2 (blz. 10), met daarin de woorden: ‘Reasonable best efforts’: a reasonable degree of best effort to accomplish a given task,
acknowledging that such things as, without limitation […];
contractor’s commitments to other purchasers of the Product; other reasons [….] etc.

Het contract is opgesteld naar Belgisch recht, een civil law-systeem dus. Het burgerlijk recht erkent meestal geen specifieke betekenis van best efforts of soortgelijke termen, maar geeft een voorkeur voor een onderscheid tussen zogenaamde “middelencontracten” en “resultatencontracten”  De eerste is vergelijkbaar met een inspanningsverplichting, waarbij de prestatie niet gegarandeerd is.

PS.
“Op dit moment zijn de relevante contracten nog niet openbaar”, schreef ik afgelopen
donderdagavond. De vrijdag daarop gaf de Europese Commissie dan toch, in samenspraak met AZ, het contract vrij (hoewel grote delen zijn weggelakt). Hier te vinden. En nu blijkt dat inderdaad de woorden best reasonable efforts ook hier zijn gebruikt. De definitie daarvan (op blz. 3) lijkt in het geheel niet op de definitie in het Curevac-contract maar Commissie voorzitter Ursula von der Leyen zegt in een radio-interview met de BBC ‘Best effort’ was valid while it was still unclear whether they could develop a vaccine. That time is behind us. The vaccine is there. AstraZeneca has also explicitly assured us in this contract that no other obligations would prevent the contract from being fulfilled.

Nog even afgezien van het feit dat het Curevac-contract spreekt van reasonable best efforts en het AZ-contract van best reasonable efforts (is daar eigenlijk een verschil tussen?), lijkt mij dit al met al een typisch staaltje van van elkaar verschillende rechtsopvattingen. We komen daar keer op keer weer op terug in deze blog: daar waar in common law-landen (zoals Engeland) vooral de Letter van de Wet (of het Contract) belangrijk is, prevaleert in de civil law-landen (de Europese Unie) de Geest van de Wet en wordt een beroep gedaan op de morele verplichtingen buiten het contract. (Lees bijv. ook hier).

Er zit waarschijnlijk niets anders op dan AstraZeneca maar even voor een jaartje of wat te
nationaliseren (maar dan wel in Europees verband, natuurlijk).

What’s in word? (39)

Vergelijk eens de volgende twee zinnen:

  • In the underlying case, this means the house should have no defects that were not mentioned in the agreement.
  • In the underlying case, this means the house should not have any defects that were not mentioned in the agreement.

Ze betekenen natuurlijk precies hetzelfde, niemand zou iets anders kunnen beweren en beide zinnen zijn -in ieder geval- grammaticaal goed. Alleen…, een native speaker Engels zal onmiddellijk zien dat de eerste zin door een niet-Engelstalige advocaat is geschreven. Als een Engelstalige in het Nederlands zou schrijven:  “… dit betekent dat het huis niet tekortkomingen zou moeten hebben…” weten wij ook wat hij wil zeggen, maar het “klinkt verkeerd”.

We zien de constructie should have no (of soortgelijke constructies) erg vaak in door Nederlandse juristen geschreven Engelstalige teksten, maar in het Engels is het nu
eenmaal veel gebruikelijker om het werkwoord te ontkennen: should not (of shouldn’t in meer informele teksten) dan het zelfstandig naamwoord te ontkennen (no defects, dus). En waar je niet aan gewend bent, geeft verwarring.

Een echte reden hiervoor heb ik niet. Anders dan misschien dat het Nederlands
makkelijker “geen” kan maken door een “g” voor de “een” te zetten om er op die manier een negatief van te kunnen maken.

Wat je in het Engels (en al helemaal in Engelse juridische teksten) wél nog vaak ziet, is de uitdrukking any and all, zoals in … this means the house should not have any or all defects that were not mentioned…. Any or all echter moet worden geschaard onder de talloze zgn. legal doublets waar we het hier al een paar keer over hebben gehad. null and void ,
breaking and entering
, assault and battery of indemnify and hold harmless

Al die gevallen komen voort uit een juridische drang om maar zo volledig mogelijk te zijn, een angst om ergens iets te missen. Keer op keer proberen partijen voor de rechter duidelijk te maken dat er een fundamenteel verschil is tussen any and all en all (of any) op zichzelf, dus zónder and all.

Een voorbeeld? In de Terms of Service van YouTube staat ergens: YouTube expressly
disclaims any and all liability in connection with Content
en even later: You license to YouTube all patent, trademark, trade secret, copyright or other proprietary rights in and to such Content (mijn benadrukking). Het beoogde verschil is dat  any and all één enkele aansprakelijkheid betekent, zonder alle andere verplichtingen, naast al deze
verplichtingen tegelijk. In het tweede geval betekent “all” botweg alle aansprakelijkheden tegelijk en niet ééntje afzonderlijk. Een nuance, zo denkt men, die belangrijk kan zijn in de gevallen waarin je zowel de mogelijkheid van één item als de mogelijkheid van alle items tegelijk wilt opnemen. Any zou dus minder moeten betekenen dan all, en voor de volledigheid wordt daarom maar any and all gebruikt.

Maar zoals bijna altijd bij legal doublets veegt een rechtbank de vloer aan met die
‘redenering achteraf’ bij het gebruik ervan. Harrington v Interstate Business Men’s Accident Association: “In broad language, it covers ‘any final decree’ in ‘any suit at law or in chancery’ in ‘any circuit court. ‘Any’ means, ‘every,’ ‘each one of all.“‘ Of anders: Gibson v Agricultural Life Insurance : “… upon arriving at the conclusion that the sensible connotation of the word ‘any’ implies ‘all’ and not ‘some’” of weer een andere:  Donohue v Zoning Board of Appeals: “…the word ‘any’ is to be considered all-inclusive, the word “any” has a diversity of meanings and may be employed to indicate “all” or “every” as well as “some” or “one. It is synonymous with ‘either,”every,’ or ‘all.”

Kortom, gebruik het als u daar zin in heeft, of als u eens een keertje extra juridisch wil overkomen, of om wat voor reden dan ook, maar verwacht niet dat any and all juridisch iets anders betekent dan alleen maar any, of alleen maar all.

En denk erom: mocht je de negatief willen gebruiken, maak dan het werkwoord negatief, en niet het zelfstandig naamwoord!

What’s in a word? (38)

Met het vertrek van het enige native English-sprekende lid van de EU (Ierland gebruikt als officiële taal het Gaelic) staat de EU voor een lastige keuze: welke gemeenschappelijke taal moet men gebruiken voor het opstellen van de Europese wetgeving?

Tot nu toe is altijd Engels als basistaal gebruikt en zijn Europese wetten na aanname
vertaald in de 23 officiële talen van de lidstaten (ja, óók in Gaelic). Dat op zichzelf is al moeilijk genoeg; alle woorden van iedere taal hebben namelijk hun eigen, door de eeuwen heen gegroeide, juridische interpretatie.

Neem bijv. alleen al de Engelse en de Franse (juridische) betekenis van het woord
“diefstal”. Volgens de Engelse Theft Act (1968) in verrassend duidelijk en jargon-vrij Engels: A person is guilty of theft if he dishonestly appropriates property belonging to another with the intention of permanently depriving the other of it. Volgens de Franse Code Pénal, art. 311 (in de laatste versie van 2016): Le vol est la soustraction frauduleuse de la chose d’autrui. Dus zonder de in de Engelse uitleg vermelde bijbedoelingen. Dat scheelt nogal wat…

En dan hebben we over twee verschillende talen in twee verschillende rechtssystemen. Twee talen in één en het zelfde rechtssysteem kunnen al verwarring zaaien. Zoals bijv. in Canada waar het (Engelse) woord trust vaak met het Franse fiducie gelijk gesteld wordt. Dit zorgde er in een belastingzaak (Caisse populaire Desjardins de Val-Brillant v. Blouin) uit 2003 voor dat het Canadese Supreme Court met een op z’n minst verwarrende uitspraak kwam: Parliament may, however, call a plan a trust even if the plan cannot be characterized as such under the rules of Quebec’s civil law.

En om het helemaal verwarrend te maken: Bryan Garner onderscheidt in de laatste druk van zijn A Dictionary of Modern Legal Usage tenminste 13 (juridische én niet-juridische) betekenissen van het Engelse equity. Hetgeen Franse, Spaanse en Italiaanse advocaten in opperste verwarring brengt gezien dat woord in die talen (resp. équité, equidad en equitá) doorgaans alleen “eerlijkheid” of “redelijkheid” betekent.

De Europese Unie heeft in de loop van al die jaren Babylonische spraakverwarring een enorme kennis opgedaan over hoe hier beter om te gaan. Op de onvolprezen website van het Bureau voor Publicaties van de Europese Unie (Translation and drafing resources, van harte aanbevolen!!) een aantal eenvoudige basisrichtlijnen voor schrijvers in het Engels: 1) vermijd uitdrukkingen die niet letterlijk vertaald kunnen worden, 2) vermijd zo veel
mogelijk werkwoorden met vaste voorzetsels (zgn. phrasal verbs) zoals set up, set down, set in, set to, set back, set off etc., 3) schrijf zinnen met koppelwoorden, dus niet I thought you said this would work, maar I thought that you said that this proposal would work en
4) gebruik zo vaak mogelijk uw kennis van de doeltaal, sprekers van Romaanse talen als Frans, Spaans of Italiaans herkennen Engels woorden met een Romaanse achtergrond veel sneller dan hun Angelsaksische synoniemen. Kijk eens hier voor een fiks aantal voorbeelden . Even uitkijken met equity, alleen…

En zit u helemaal verlegen om een juiste vertaling (in of naar welke officiële Europese taal dan ook), kijk dan een naar de enorme terminologie-databank van het IATE (Interactive Terminology for Europe). Een databank die vaak veel nauwkeuriger is dan Linguee of wat dan ook. Typ hier maar eens equity in en zie wat het resultaat is…

Met al deze instrumenten in werking en met al die ervaring achter zich, vermoed ik dat Engels in de EU wel dezelfde rol zal blijven spelen als nu. In ieder geval op het gebied van juridische wet- en regelgeving.  Alleen jammer dat de native speakers Engels zélf niet meer meedoen. Wéér een teken dat er langzaam maar zeker een soort Euro-Engels gaat ontstaan.

What’s in a word? (37)

Een belangrijk onderscheid in internationale transacties is altijd geweest of een contract wordt beheerst door een civil law-jurisdictie of door een common law-jurisdictie. Wat
contracten betreft, is het structurele onderscheid tussen die twee jurisdicties in, pakweg, de laatste 50 jaar in belang afgenomen, maar het gebruik van common law-terminologie in contracten die onder het civil law  vallen, blijft een bron van verwarring.

In een notendop: civil law is afgeleid van het Romeinse recht; gecodificeerde beginselen
dienen als primaire rechtsbron. Common law is gebaseerd op middeleeuws Engels recht; hier vormen rechterlijke beslissingen de primaire rechtsbron. Contracten onder een
common law-jurisdictie zijn vaak een stuk langer dan civil law-contracten omdat de civil law-opstellers kunnen vertrouwen op gecodificeerde standaardregels.

In een notendopje binnen de notendop: de letter en de taal van het contract is in common law-landen belangrijker dan de geest van het contract, zoals in civil law-landen (de parole evidence-rule, lees hier meer). Maar dit onderscheid tussen common law en civil law
contracten is aan het vervagen. Engelstalige opstellers die gewend zijn aan common law-contracten, hanteren een meer uitputtende aanpak, zelfs voor contracten die vallen onder het recht van een civil law-jurisdictie. En comgekeerd, civil law-opstellers die zijn blootgesteld aan common law-wetgeving zijn vaak geneigd het te repliceren.

Maar het belang dat wordt gehecht aan de (vermeend) juridische lading van bepaalde
common law-terminologie (en met name aan zgn. Terms of Art), staat het vervagen van dit onderscheid  danig in de weg. Ironisch genoeg is dat vaak precies dezelfde terminologie waar ook binnen de common law-jurisdictie vaak juridische onenigheid over bestaat,
resulterend in talloze rechtszaken.

Veel van die woorden zijn in deze Branch Out Legal English Blog al eens voorbijgekomen in de categorie What’s in a word en vaak is hier een lans gebroken om deze woorden maar gewoon niet meer te gebruiken en te vervangen door Plain English, zie deze categorie.

Eén van die begrippen is bijv. iets wat je vaak in Anglo-Amerikaanse contracten ziet staan: The Vendor represents and warrants that, … (zie voor de rest: hieronder). Over represents een volgende keer, het gaat mij hier nu even over het woordje warrants. Vaak wordt dit
vertaald met “garandeert”, maar to warrant in het common law-contractenrecht betekent veel eerder: to promise, “beloven” dus. En is dus heel pertinent niét een contractuele voorwaarde. Als die belofte (warrant) om de een of andere reden niet wordt nagekomen, dan heeft  de benadeelde partij eventueel recht op een zekere vorm van compensatie, maar het contract kan niet worden verbroken.

Volgens het common law is to warrant (of het afgeleide warranty) meer een uitdrukkelijke garantie van de verkoper aan de koper met betrekking tot de kwaliteit of kwantiteit van goederen. Als die woorden opduiken in civil law-contracten, verbazen schrijvers in civil law-landen zich vaak over hoe common law-begrippen relevant zijn voor doeleinden van een contract onder het recht van een civil law– jurisdictie. En al helemaal als de (Engelstalige) schrijvers in een common law-jurisdictie er onderling niet uit zijn wat dat dan wel mag
betekenen.

En tenslotte heeft een ander afgeleid zelfstandig naamwoord, nl. warrant, zó veel betekenissen (aanhoudingsbevel, bevelschrift, machtiging, licentie, volmacht, mandaat, procuratie, waarborg, kennisgeving, sommatie, arrestatiebevel, aanschrijving, exploot, om er maar eens paar te noemen) dat er meer en meer stemmen opgaan om, in ieder geval in contracten, dat woord (een pure Term of Art) maar niet meer te gebruiken.

En dat is, eerlijk gezegd, ook niet zo moeilijk… in plaats van te schrijven: The Vendor
warrants that during the six months after the date of this agreement, the Equipment will
conform to the Specifications. In the event of breach of the foregoing warranty,the Vendor shall modify or replace the Equipment.
Schrijf: If during the six months after the date of this agreement the Equipment fails to conform to the Specifications, the Vendor shall modify or replace the Equipment.

Korter, begrijpelijker, duidelijker, minder verwarrend, zonder warrants en dus minder kans op eventuele rechtszaken. En als u toch héél erg gehecht bent aan het woord “Warranty”: volgens de Amerikaanse UCC (Uniform Commercial Code) hóéft een warranty niet warranty genoemd te worden om als een warranty te gelden; u mag bijv. ook een kopje “Warranties” gebruiken om daar al uw warranties onder te zetten. Beetje laf, maar heel goed mogelijk…

(bron: Kenneth A. Adams: A Manual of Style for Contract Drafting).

What’s in a word? (36)

Onlangs hadden we een cursist in een van onze Contract Drafting-groepen. In officiële stukken gebruikte hij altijd het werkwoord to conclude, als hij het had over “een
verzekering afsluiten”, zoals in: The Subcontractor shall at its expense conclude and keep in force insurance to cover…”. Zijn Amerikaanse vakgenoten krabden zich op het hoofd: “Waarom zou je ophouden met die verzekering?”, was hun reactie. Hij had de zinsnede uit Linguee waar het inderdaad als “vertaling” wordt gegeven. (Over Linguee dadelijk meer).

Enig speurwerk leidt tot de slotsom dat het hier om een Valse Vriend gaat (een zgn.
‘cognaat’, ofwel een woord die in zijn vorm op een woord uit een andere taal lijkt, maar niet dezelfde betekenis heeft). En wel een juridische Valse Vriend. We zijn juridische Valse Vrienden al vaker tegengekomen op deze plek (bijv. hier en hier), maar dit was een nieuwe voor me.

To conclude is: (be)ëindigen, tot een conclusie komen na een discussie, na een uitwisseling van standpunten of na onderhandelingen etc. (dus ook een soort van beëindigen eigenlijk). Je kan ook zeggen: to conclude a contract of to conclude a deal, hetgeen betekent dat je
onderhandelingen afsluit om vervolgens ergens je handtekening onder te zetten. Het is derhalve synoniem met to enter into of to sign.

 Het Amerikaanse Black’s Law Dictionary geeft voor to conclude (o.a.): To ratify or formalize (a treaty, convention, or contract), voor conclusion (o.a.): The closing, settling, or final
arranging of a treaty, contract, deal,
etc. en voor to enter (o.a.): To become a party to. Zelfs het Amerikaanse Supreme Court gebruikt beide woorden in dezelfde betekenis: This Court need not intervene to protect commercial parties from their failure to conclude the contracts that, in retrospect, they wish they had entered.

Ik ben bang dat het Nederlandse “een verzekering sluiten of afsluiten” het Engels to
conclude
in de weg zit. Je “sluit” immers ook een contract (af), en je conclude a contract, dus waarom dan niet ook to conclude an insurance? Helaas, in het Engels zeg je dan: to take out an insurance.

 À propos “sluiten” of “afsluiten”: Van Dale zegt dat het allebei kan. Iets wat a.s.r./Ditzo een aantal jaren geleden tot moemakens toe moest uitleggen.

Waarom geeft Linguee dan zo vaak to conclude an insurance voor “een verzekering
afsluiten”? Simpel, omdat Linguee niet de pretentie heeft een woordenboek te zijn. Linguee geeft slechts woorden in hun context; m.a.w. hoe komt een woord in de
werkelijkheid voor in combinatie met andere woorden. Daartoe wordt het hele Internet afgestruind. Wat wél uitermate vriendelijk is van Linguee, is dat ze ook de bronnen
vermelden waar ze deze woorden hebben gevonden.

En als je die bronnen goed bekijkt, zijn dit voor het grootste deel Engelstalige versies van Nederlandse websites. Dat betekent dus dat als een Nederlands bedrijf op de Engelse
versie van hun website de fout gemaakt heeft om “een verzekering afsluiten” met to
conclude an insurance
te vertalen, deze fout op Linguee verschijnt. Waar dan weer veel
lezers vertrouwen in hebben (“het staat immers op Linguee?”), dat weer gaan gebruiken, enz. enz. enz…. Als je wel eens Linguee gebuikt, check dan ook even de bronnen!

Dit fenomeen (It if sounds good, it must be good) komen we erg vaak tegen in juridische
tekstschrijverij. Contracten worden al te klakkeloos gekopieerd; boilerplate-clausules
worden zonder nadenken overgenomen; bepalingen, bedingen, reglementen etc. etc. die steeds maar weer opnieuw worden gebruikt zonder eens stil te staan bij wat er nu eigenlijk staat. Echt flagrante fouten gaan op die manier hun eigen juridische leven leiden.

Tenslotte, de overige bronnen die Linguee in dit geval gebruikt, zijn Deens of Slowaaks, of wat dan ook… En dat sterkt mij weer in de mening dat er langzaam maar zeker een Engels (Euro-Engels?) ontstaat, dat minder en minder te maken heeft met het “echte” (lees: Brits-of Amerikaans-) Engels. Als je je, als Nederlandse advocaat namelijk met een Deense
advocaat in het Engels onderhoudt, is er een grotere kans dat beide partijen beter weten wat to conclude an insurance is, dan als zij to take out an insurance gebruiken. Dat hierover Brits-Amerikaanse wenkbrauwen worden opgetrokken nemen we dan maar op de koop toe.

What’s in a word? (35)

Jargon is een vorm van taalgebruik binnen een vakgebied dat alleen door vakmensen gesproken wordt. Je zou ook kunnen zeggen dat de gebruikers van jargon (de “Jargonauten”) botweg woorden stelen uit een taal, en daar onderling een geheel eigen betekenis aan geven. Advocaten zijn überjargonauten, en Engelstalige advocaten spelen mee in de Champions League. Je kan misschien zeggen dat het case law-systeem (lees hier) daar een belangrijke oorzaak van is,  maar het maakt het fenomeen Legal English er niet makkelijker op.

Zo worden vaak de woorden “without prejudice to” gezien als een zgn. Term of Art. Een Term of Art is de Hogeschool van het Jargon; een woord waarvan iedereen denkt dat het een onwrikbare, juridische betekenis heeft. Maar is dat echt zo?

Ten eerste wordt without prejudice to te veel in verschillende betekenissen gebruikt. Je ziet ze vaak in contracten: Without prejudice to Clause 18.2.5, the Purchaser agrees that…  of: Without prejudice to any rights or remedies available… of anders: …without prejudice to the generality of the foregoing not to… De uitdrukking wordt gewoonlijk gebruikt om de kracht van een bepaling te behouden en tegelijkertijd een andere contrasterende of overlappende bepaling uit te drukken. Je gebruikt het  in een clausule waar geen prioriteit wordt gegeven boven een andere clausule.

Daarnaast zie je without prejudice to vaak verschijnen  als kopje bij een brief om ervoor te te zorgen dat die brief niet kan worden gebruikt als bewijs voor de rechtbank als de poging tot schikking mislukt. Het is advocatensteno voor: without prejudice to the position of the writer of the letter if the proposed negotiations are not accepted. Jammer alleen dat slechts weinigen dat weten. Dat laat in ieder geval  het artikeltje Bamboozling the public van Mark Adler in de New Law Journal zien.

Tenslotte kunnen in de VS ook nog eens rechtszaken eindigen with of without prejudice. Dat betekent niet dat een zaak is geëindigd vanwege de vooringenomenheid van een
racistische rechter maar dat een rechtszaak permanent (with prejudice) wordt afgewezen of dat de partijen het opnieuw kunnen proberen (without prejudice). Ook kan je ontslag
krijgen zonder hoop die baan ooit weer terug te krijgen (with prejudice) of without prejudice zodat je weer kan worden aangenomen als de economie weer aantrekt.

Er zijn kortom veel te veel betekenissen van without prejudice (to) om hier een
in betongegoten Term of Art van te maken. Dat krijg je ervan als je woorden steelt uit de alledaagse taal (prejudice is gewoon ‘vooroordeel’) en ermee aan de juridische haal gaat. En als de betonrot eenmaal is ingezet, zijn er meer dan voldoende, voor de meeste lezers volslagen begrijpelijke, woorden om te gebruiken. In de contracttaalvoorbeelden
hierboven bijv. i.p.v.Without prejudice to Clause 18.2.5, the Purchaser agrees that… schrijf: Subject to clause 18.2.5… I.p.v. Without prejudice to any rights… schrijf: Despite any rights…, i.p.v : …without prejudice to the generality of the foregoing not to… schrijf: without affecting of without limiting. De juridische betekenis verandert niet, en het wordt een stuk leesbaarder.

En ten tweede… áls het al een Term of Art is, dat without prejudice to, dan zou je verwachten dat die woorden een vaste Nederlandse vertaling zouden opleveren. Een snelle blik op Linguee.nl  echter, geeft ons: “onverminderd”, “onder (én!) zonder
voorbehoud”, “onverlet”, “behoudens”, “zonder afbreuk te doen aan” etc. En als je er dan helemaal niet meer uitkomt, ja dan kan je altijd nog terugvallen op “zonder prejudicie” dat volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal ook een Nederlandse uitdrukking is.

Maar dat is vals spelen…

What’s in a word? (34)

Vorige week schreef ik hier over de invloed van Romaanse talen (m.n. Latijn en Frans) op het ontstaan van het Engels zoals wij dat nu kennen (hier nog eens te lezen). Ik schreef dat het in de 14e en 15e eeuw nog niet zo makkelijk was om van die Romaanse invloeden af te komen. In de pakweg twee eeuwen daarvoor was het rechtssysteem dusdanig ontwikkeld dat ze niet goed wisten wat ze moesten doen met al die Romaanse woorden waarin zo veel vonnissen waren voltrokken, wetten geschreven en contracten waren opgesteld. Die
terminologie kon toch niet zo maar bij het afval van de geschiedenis worden gezet, of wel?

Daarom kwamen ze met een doeltreffende oplossing: waarom niet gewoon beide talen
gebruiken? Vandaar dat we nu opgescheept zitten met een idiote hoeveelheid dubbel-
heden (legal doublets) en zelfs driedubbelheden (legal triplets). Al die doublets en triplets bevatten woorden van zowel Romaanse als Angelsaksische oorsprong. Vorige week gaf ik al elf voorbeelden van die legal doublets, maar die lijst is moeiteloos uit te breiden. Voorbeelden van legal triplets zijn (o.m.): cancel, annul and set aside; give, devise and bequeath; name, constitute and appoint of sign, seal and deliver. Meer voorbeelden? Klik hier.

In die tijd werden advocaten ook nog eens per (geschreven) woord betaald, dus behalve dat advocaten uit het oogpunt van veronderstelde juridische volledigheid adjudged, signed and agreed schreven, leverde dat 4 x meer op dan alleen maar signed.

Doublets en triplets zijn een onuitputtelijke bron van informatie en vermaak  voor (o.a.)
Legal English Blog-schrijvers. Lees eerdere blogs over bijv. null and void , breaking and
entering
  of assault and battery.

Daarnaast, echter, kunnen doublets en triplets ook nog steeds (600 jaar later!) voor
rechtszaken zorgen. Neem nu bijv. indemnify and hold harmless. Ken Adams schrijft in A Manual of Style for Contract Drafting hierover: it’s much clearer and safer to use just
‘indemnify’.
Daarnaast beschouwt Black’s Law Dictionary  beide woorden als synoniemen waarbij hold harmless gedefinieerd wordt als: to absolve (another party) from any
responsibility for damage or other liability arising from the transaction; INDEMNIFY
. Bryan Garner concludeert in zijn Dictionary of Legal Usage dat The evidence is overwhelming that indemnify and hold harmless are perfectly synonymous.

De juridische praktijk echter is weerbarstiger. Aan de ene kant oordeelt de rechter in
Majkowski v. American Imaging Management:  As a result of traditional usage, the phrase
‘indemnify and hold harmless’ just naturally rolls off the tongue (and out of the word
processors) of American commercial lawyers. The two terms almost always go together.
Indeed, modern authorities confirm that ‘hold harmless’ has little, if any, different meaning than the word ‘indemnify.

Maar aan de andere kant geeft Mellinkoff in zijn Dictionary of American Legal Usage, dat
indemnify can also mean “reimburse for any damage,” a narrower meaning than that of hold harmless. Hetgeen andere rechters weer doet besluiten dat the terms ‘indemnify’ and ‘hold harmless’ refer to slightly different legal remedies (United States v. Contract Mgmt.). In de Canadese zaak Stewart Title Guarantee Company v. Zeppieri zegt de rechter dat the
contractual obligation hold harmless is, in my view, broader than that of indemnification.

Tsja, zegt u het maar… Wat doen Nederlanders eigenlijk met die indemnify and hold
harmless
? Een korte blik op www.linguee.com leert ons dat “vrijwaren” het meest gebruikt wordt. Bijna net zo vaak wordt “schadeloos stellen” gebruikt, en de meest letterlijke
vertalingen gebruiken gewoon de Nederlandse doublet “vrijwaren en schadeloos stellen”. Bij Linguee echter, weet je nooit met zekerheid wat nu de brontekst was: het Engelse
indemnify and hold harmless dat in het Nederlands overgezet moest worden? Of het
Nederlandse “vrijwaren” dat in het Engels uitgedrukt moest worden.

Als iemand weet heeft van een Nederlands vonnis hierover, dan houd ik me van harte
aanbevolen!!!

What’s in a word? (33)

Beyond reasonable doubt is (nog steeds) één van de grondslagen van strafrechtszaken in het common law rechtssysteem.  In een dergelijk systeem staan twee partijen tegenover elkaar en moeten deze twee partijen een jury overtuigen van de (on)schuld van de beklaagde. De jury verklaart een verdachte alleen schuldig als ze geen enkele twijfel meer hebben: beyond reasonable doubt, dus.

Maar twijfel waaraan eigenlijk? Want wat precies is dat bewijs dat beyond a reasonable doubt vastlegt? En welke onzekerheid geldt als juridische doubt? En wat is, alles bij elkaar opgeteld, eigenlijk reasonable? Allemaal razend belangrijk, want als die reasonable doubt eenmaal is overwonnen, dan kan je het wel schudden als verdachte in een common law-systeem. De zinsnede beyond a reasonable doubt wordt standaard gebruikt in bijna alle zgn. Court Room Dramas, maar tot het chagrijn van veel Hollywood producers is de
reasonable doubt-doctrine aan het wankelen. In steeds meer staten van Amerika mogen rechters in hun jury instructions al niet meer uitweiden over de betekenis van die woorden (lees bijv. Reasonable and other doubts, the problem with jury instructions) en een steeds groter deel van de Amerikaanse juridische wereld komt tot de conclusie dat reasonable doubt weinig juridisch hout snijdt.

Waarom is een regel die zo fundamenteel belangrijk lijkt te zijn voor het Common Law (straf)rechtssysteem zó moeilijk te definiëren en te begrijpen? Het antwoord wordt gegeven door James Q. Whitman (Ford Foundation Professor aan de Yale Law School) in zijn boek The Origins of Reasonable Doubt: Theological Roots of the Criminal Trial . Hij stelt dat de reasonable doubt-regel oorspronkelijk helemaal niet bedoeld was om verdachten te ver- of te beoordelen, maar om de zielen van leden van de jury te beschermen tegen het eeuwig branden in het hellevuur; een onschuldige veroordelen werd in de (katholiek-)
christelijke traditie gezien als een potentiële doodzonde. Zo lang hun twijfels over het wel/niet schuldig zijn van een verdachte niet “reasonable” waren, (met andere woorden: beyond reasonable) zou het wel goed komen met hun zielenheil. In zijn oorspronkelijke vorm, dus, had deze doctrine niets te maken met wat nu als een fundamenteel
rechtsbeginsel wordt beschouwd.

Dit alles is terug te voeren op het Vierde Lateraans Concilie van 1215 waar de katholieke kerk besloot om zgn. godsoordelen te verbieden. Dit had een ander effect in Engeland dan op het Europese continent in die zin dat het Europese continent een vorm van onderzoeks-
rechtspraak  invoerde en Engeland een trial by jury ontwikkelde. (Het begin van de
scheiding tussen het Common Law-systeem en het Civil Law-systeem). Die juryleden (of liever gezegd: hun zielen) moesten dan natuurlijk wél beschermd worden tegen mogelijke foute uitspraken.

En als er geen jury in het spel is, dan hoeft er ook over het zielenheil minder nagedacht te worden, en is de beyond reasonable doubt-doctrine niet belangrijk. Hoogstwaarschijnlijk is dat ook de reden waarom er voor deze woorden geen eenduidige (Nederlandse) vertaling bestaat. Als vertaling voor beyond reasonable doubt heb ik (o.m.) gevonden: “zonder
voldoende redelijke zekerheid”, “zonder redelijke twijfel”, “zonder gerede twijfel”, “buiten redelijke twijfel”, “verheven boven elke redelijke twijfel”, “niet op overtuigende wijze”, en “buiten iedere redelijke twijfel”, maar die lijst kan je zelf nog veel langer maken.

De vraag is natuurlijk of beyond reasonable doubt wel vertaald móét worden. Het heeft geen enkele betekenis in het Nederlandse rechtssysteem en zelfs in het Anglo-Amerikaanse rechtssysteem lijkt het om volledig de verkeerde redenen te worden gebruikt.

Al met al weer een goed voorbeeld van een soort juridische mythevorming; het wordt al zo lang gebruikt, dus het zal wel van belang zijn, niet? Voor het dramatische effect inderdaad wel…

Meer lezen? Lees hier het door Professor Whitman geschreven paper, de voorganger van zijn boek.