Category Archives: What’s in a word?

What’s in a word? (35)

Jargon is een vorm van taalgebruik binnen een vakgebied dat alleen door vakmensen gesproken wordt. Je zou ook kunnen zeggen dat de gebruikers van jargon (de “Jargonauten”) botweg woorden stelen uit een taal, en daar onderling een geheel eigen betekenis aan geven. Advocaten zijn überjargonauten, en Engelstalige advocaten spelen mee in de Champions League. Je kan misschien zeggen dat het case law-systeem (lees hier) daar een belangrijke oorzaak van is,  maar het maakt het fenomeen Legal English er niet makkelijker op.

Zo worden vaak de woorden “without prejudice to” gezien als een zgn. Term of Art. Een Term of Art is de Hogeschool van het Jargon; een woord waarvan iedereen denkt dat het een onwrikbare, juridische betekenis heeft. Maar is dat echt zo?

Ten eerste wordt without prejudice to te veel in verschillende betekenissen gebruikt. Je ziet ze vaak in contracten: Without prejudice to Clause 18.2.5, the Purchaser agrees that…  of: Without prejudice to any rights or remedies available… of anders: …without prejudice to the generality of the foregoing not to… De uitdrukking wordt gewoonlijk gebruikt om de kracht van een bepaling te behouden en tegelijkertijd een andere contrasterende of overlappende bepaling uit te drukken. Je gebruikt het  in een clausule waar geen prioriteit wordt gegeven boven een andere clausule.

Daarnaast zie je without prejudice to vaak verschijnen  als kopje bij een brief om ervoor te te zorgen dat die brief niet kan worden gebruikt als bewijs voor de rechtbank als de poging tot schikking mislukt. Het is advocatensteno voor: without prejudice to the position of the writer of the letter if the proposed negotiations are not accepted. Jammer alleen dat slechts weinigen dat weten. Dat laat in ieder geval  het artikeltje Bamboozling the public van Mark Adler in de New Law Journal zien.

Tenslotte kunnen in de VS ook nog eens rechtszaken eindigen with of without prejudice. Dat betekent niet dat een zaak is geëindigd vanwege de vooringenomenheid van een
racistische rechter maar dat een rechtszaak permanent (with prejudice) wordt afgewezen of dat de partijen het opnieuw kunnen proberen (without prejudice). Ook kan je ontslag
krijgen zonder hoop die baan ooit weer terug te krijgen (with prejudice) of without prejudice zodat je weer kan worden aangenomen als de economie weer aantrekt.

Er zijn kortom veel te veel betekenissen van without prejudice (to) om hier een
in betongegoten Term of Art van te maken. Dat krijg je ervan als je woorden steelt uit de alledaagse taal (prejudice is gewoon ‘vooroordeel’) en ermee aan de juridische haal gaat. En als de betonrot eenmaal is ingezet, zijn er meer dan voldoende, voor de meeste lezers volslagen begrijpelijke, woorden om te gebruiken. In de contracttaalvoorbeelden
hierboven bijv. i.p.v.Without prejudice to Clause 18.2.5, the Purchaser agrees that… schrijf: Subject to clause 18.2.5… I.p.v. Without prejudice to any rights… schrijf: Despite any rights…, i.p.v : …without prejudice to the generality of the foregoing not to… schrijf: without affecting of without limiting. De juridische betekenis verandert niet, en het wordt een stuk leesbaarder.

En ten tweede… áls het al een Term of Art is, dat without prejudice to, dan zou je verwachten dat die woorden een vaste Nederlandse vertaling zouden opleveren. Een snelle blik op Linguee.nl  echter, geeft ons: “onverminderd”, “onder (én!) zonder
voorbehoud”, “onverlet”, “behoudens”, “zonder afbreuk te doen aan” etc. En als je er dan helemaal niet meer uitkomt, ja dan kan je altijd nog terugvallen op “zonder prejudicie” dat volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal ook een Nederlandse uitdrukking is.

Maar dat is vals spelen…

What’s in a word? (34)

Vorige week schreef ik hier over de invloed van Romaanse talen (m.n. Latijn en Frans) op het ontstaan van het Engels zoals wij dat nu kennen (hier nog eens te lezen). Ik schreef dat het in de 14e en 15e eeuw nog niet zo makkelijk was om van die Romaanse invloeden af te komen. In de pakweg twee eeuwen daarvoor was het rechtssysteem dusdanig ontwikkeld dat ze niet goed wisten wat ze moesten doen met al die Romaanse woorden waarin zo veel vonnissen waren voltrokken, wetten geschreven en contracten waren opgesteld. Die
terminologie kon toch niet zo maar bij het afval van de geschiedenis worden gezet, of wel?

Daarom kwamen ze met een doeltreffende oplossing: waarom niet gewoon beide talen
gebruiken? Vandaar dat we nu opgescheept zitten met een idiote hoeveelheid dubbel-
heden (legal doublets) en zelfs driedubbelheden (legal triplets). Al die doublets en triplets bevatten woorden van zowel Romaanse als Angelsaksische oorsprong. Vorige week gaf ik al elf voorbeelden van die legal doublets, maar die lijst is moeiteloos uit te breiden. Voorbeelden van legal triplets zijn (o.m.): cancel, annul and set aside; give, devise and bequeath; name, constitute and appoint of sign, seal and deliver. Meer voorbeelden? Klik hier.

In die tijd werden advocaten ook nog eens per (geschreven) woord betaald, dus behalve dat advocaten uit het oogpunt van veronderstelde juridische volledigheid adjudged, signed and agreed schreven, leverde dat 4 x meer op dan alleen maar signed.

Doublets en triplets zijn een onuitputtelijke bron van informatie en vermaak  voor (o.a.)
Legal English Blog-schrijvers. Lees eerdere blogs over bijv. null and void , breaking and
entering
  of assault and battery.

Daarnaast, echter, kunnen doublets en triplets ook nog steeds (600 jaar later!) voor
rechtszaken zorgen. Neem nu bijv. indemnify and hold harmless. Ken Adams schrijft in A Manual of Style for Contract Drafting hierover: it’s much clearer and safer to use just
‘indemnify’.
Daarnaast beschouwt Black’s Law Dictionary  beide woorden als synoniemen waarbij hold harmless gedefinieerd wordt als: to absolve (another party) from any
responsibility for damage or other liability arising from the transaction; INDEMNIFY
. Bryan Garner concludeert in zijn Dictionary of Legal Usage dat The evidence is overwhelming that indemnify and hold harmless are perfectly synonymous.

De juridische praktijk echter is weerbarstiger. Aan de ene kant oordeelt de rechter in
Majkowski v. American Imaging Management:  As a result of traditional usage, the phrase
‘indemnify and hold harmless’ just naturally rolls off the tongue (and out of the word
processors) of American commercial lawyers. The two terms almost always go together.
Indeed, modern authorities confirm that ‘hold harmless’ has little, if any, different meaning than the word ‘indemnify.

Maar aan de andere kant geeft Mellinkoff in zijn Dictionary of American Legal Usage, dat
indemnify can also mean “reimburse for any damage,” a narrower meaning than that of hold harmless. Hetgeen andere rechters weer doet besluiten dat the terms ‘indemnify’ and ‘hold harmless’ refer to slightly different legal remedies (United States v. Contract Mgmt.). In de Canadese zaak Stewart Title Guarantee Company v. Zeppieri zegt de rechter dat the
contractual obligation hold harmless is, in my view, broader than that of indemnification.

Tsja, zegt u het maar… Wat doen Nederlanders eigenlijk met die indemnify and hold
harmless
? Een korte blik op www.linguee.com leert ons dat “vrijwaren” het meest gebruikt wordt. Bijna net zo vaak wordt “schadeloos stellen” gebruikt, en de meest letterlijke
vertalingen gebruiken gewoon de Nederlandse doublet “vrijwaren en schadeloos stellen”. Bij Linguee echter, weet je nooit met zekerheid wat nu de brontekst was: het Engelse
indemnify and hold harmless dat in het Nederlands overgezet moest worden? Of het
Nederlandse “vrijwaren” dat in het Engels uitgedrukt moest worden.

Als iemand weet heeft van een Nederlands vonnis hierover, dan houd ik me van harte
aanbevolen!!!

What’s in a word? (33)

Beyond reasonable doubt is (nog steeds) één van de grondslagen van strafrechtszaken in het common law rechtssysteem.  In een dergelijk systeem staan twee partijen tegenover elkaar en moeten deze twee partijen een jury overtuigen van de (on)schuld van de beklaagde. De jury verklaart een verdachte alleen schuldig als ze geen enkele twijfel meer hebben: beyond reasonable doubt, dus.

Maar twijfel waaraan eigenlijk? Want wat precies is dat bewijs dat beyond a reasonable doubt vastlegt? En welke onzekerheid geldt als juridische doubt? En wat is, alles bij elkaar opgeteld, eigenlijk reasonable? Allemaal razend belangrijk, want als die reasonable doubt eenmaal is overwonnen, dan kan je het wel schudden als verdachte in een common law-systeem. De zinsnede beyond a reasonable doubt wordt standaard gebruikt in bijna alle zgn. Court Room Dramas, maar tot het chagrijn van veel Hollywood producers is de
reasonable doubt-doctrine aan het wankelen. In steeds meer staten van Amerika mogen rechters in hun jury instructions al niet meer uitweiden over de betekenis van die woorden (lees bijv. Reasonable and other doubts, the problem with jury instructions) en een steeds groter deel van de Amerikaanse juridische wereld komt tot de conclusie dat reasonable doubt weinig juridisch hout snijdt.

Waarom is een regel die zo fundamenteel belangrijk lijkt te zijn voor het Common Law (straf)rechtssysteem zó moeilijk te definiëren en te begrijpen? Het antwoord wordt gegeven door James Q. Whitman (Ford Foundation Professor aan de Yale Law School) in zijn boek The Origins of Reasonable Doubt: Theological Roots of the Criminal Trial . Hij stelt dat de reasonable doubt-regel oorspronkelijk helemaal niet bedoeld was om verdachten te ver- of te beoordelen, maar om de zielen van leden van de jury te beschermen tegen het eeuwig branden in het hellevuur; een onschuldige veroordelen werd in de (katholiek-)
christelijke traditie gezien als een potentiële doodzonde. Zo lang hun twijfels over het wel/niet schuldig zijn van een verdachte niet “reasonable” waren, (met andere woorden: beyond reasonable) zou het wel goed komen met hun zielenheil. In zijn oorspronkelijke vorm, dus, had deze doctrine niets te maken met wat nu als een fundamenteel
rechtsbeginsel wordt beschouwd.

Dit alles is terug te voeren op het Vierde Lateraans Concilie van 1215 waar de katholieke kerk besloot om zgn. godsoordelen te verbieden. Dit had een ander effect in Engeland dan op het Europese continent in die zin dat het Europese continent een vorm van onderzoeks-
rechtspraak  invoerde en Engeland een trial by jury ontwikkelde. (Het begin van de
scheiding tussen het Common Law-systeem en het Civil Law-systeem). Die juryleden (of liever gezegd: hun zielen) moesten dan natuurlijk wél beschermd worden tegen mogelijke foute uitspraken.

En als er geen jury in het spel is, dan hoeft er ook over het zielenheil minder nagedacht te worden, en is de beyond reasonable doubt-doctrine niet belangrijk. Hoogstwaarschijnlijk is dat ook de reden waarom er voor deze woorden geen eenduidige (Nederlandse) vertaling bestaat. Als vertaling voor beyond reasonable doubt heb ik (o.m.) gevonden: “zonder
voldoende redelijke zekerheid”, “zonder redelijke twijfel”, “zonder gerede twijfel”, “buiten redelijke twijfel”, “verheven boven elke redelijke twijfel”, “niet op overtuigende wijze”, en “buiten iedere redelijke twijfel”, maar die lijst kan je zelf nog veel langer maken.

De vraag is natuurlijk of beyond reasonable doubt wel vertaald móét worden. Het heeft geen enkele betekenis in het Nederlandse rechtssysteem en zelfs in het Anglo-Amerikaanse rechtssysteem lijkt het om volledig de verkeerde redenen te worden gebruikt.

Al met al weer een goed voorbeeld van een soort juridische mythevorming; het wordt al zo lang gebruikt, dus het zal wel van belang zijn, niet? Voor het dramatische effect inderdaad wel…

Meer lezen? Lees hier het door Professor Whitman geschreven paper, de voorganger van zijn boek.

What’s in a word? (32)

Ik hoop dat u er in uw “echte” leven niet al te veel van hebt, van Valse Vrienden. In ‘taal’ echter komen deze zgn. ‘cognaten’ redelijk vaak voor. Valse Vrienden zijn woorden die in hun vorm op een woord uit een andere taal lijken, maar niet dezelfde betekenis hebben. (Hier al eens eerder over gehad). Bekende (Engels-Nederlandse) voorbeelden zijn de
(Engelse) woorden brutal, actual, administration, thus, die tot schrik van velen en tot
vermaak van anderen dus niét ‘brutaal’, ‘actueel’, ‘administratie’ en ‘dus’ betekenen. Voor nog veel meer False Friends: klik hier).

Het is daarom bijna onvermijdelijk dat False Friends ook in Legal English/juridisch
Nederlands voorkomen. Eén zo’n term is “een straf verbeuren” dat vaak (en zelfs in het veel gebruikte Juridisch-Economisch Lexicon) vertaald wordt als to forfeit a penalty. Wat is hier aan de hand?

Om de een of andere reden (juridisch taalgebruik? moeilijkdoenerij?) kom je het nog steeds tegen: als een veroordeelde partij niet aan het vonnis voldoet of een verbod overtreedt, dan kan de wederpartij de dwangsom opeisen. Dit noemen we dan “het
verbeuren van een dwangsom
”. Al sinds het jaar 1287 bestaat dit woord en worden er straffen “verbeurd”, ofwel “verliezen van iets als straf voor een misdaad” (oorspronkelijke betekenis). Dat verlies kan de vorm van een  geldelijke boete aannemen, maar steeds vaker werd dat een “in beslagname van goederen”, ofwel het “verbeurd verklaren” van dezelfde.

Als je dat in het Engels doet, dan heet “in beslag nemen/verbeurd verklaren”:  to forfeit, ofwel: to lose money, property or rights as a result of crime or other failure to satisfy a legal duty. De in beslagname zélf heet (natuurlijk): een forfeiture, ofwel: the loss of a right, claim, interest or item of property because you have not met your legal obligtions. En je kan van alles en nog wat in beslag nemen:  to forfeit your deposit, to forfeit your property, to forfeit your rights, to forfeit your assets. (Overigens, forfeit wordt uitgesproken als [FORfit], met de klemtoon op de eerste lettergreep).

Maar to forfeit your penalty? Ik denk dat een schuldenaar het met groot enthousiasme zal toejuichen als zijn schulden (vooruit, samen dan met z’n deposit, z’n property, z’n rights en z’n assets) in beslag worden genomen, dan is-ie daar in ieder geval van af…

Ik vermoed dat de verwarring is ontstaan door de woorden “verbeuren” en “verbeurd
verklaren”. In het Nederlands “verbeurt” een rechter een straf, een dwangsom, etc. door middel van een “verbeurd verklaring” van bepaalde goederen. In het Engels is het
verbeuren al de straf zelf.

Alles bij elkaar is dit een typisch voorbeeld van hoe Nederlands juridisch vocabulaire (en dan met name zgn. Terms of Art (ofwel: juridisch jargon, om maar even kort door de bocht te gaan, lees hier meer) zoals “verbeuren”, onbedoeld is ‘geëxporteerd’ in Engelstalige overeenkomsten

Intussen blijft die verwarring in stand omdat het vaak door u gebruikte Juridisch-Economisch Lexicon nog steeds to forfeit a penalty vermeldt. En als je verder probeert om to forfeit a penalty te googelen, kom je al snel terecht in het ook vaak door u gebruikte Linguee (klik hier). Daar staat toch écht een aantal keer het Engelse to forfeit a penalty. Hoe kan dat? Niet zo moeilijk… Linguee geeft altijd de bronteksten, en het veelzeggende in dit geval is, dat al die bronteksten Engelse vertalingen zijn van websites van Nederlandse bedrijven: Van Stokkum, Aceto, Topwindowcovering, Unit4, het Congresgebouw etc.

Een handige tip tot slot, derhalve: mocht u inderdaad vaak Linguee raadplegen voor de vertaling van het een of ander: controleer eerst even de brontaal. De kans is aanwezig dat die brontaal Nederlands is, en dat iedereen elkaar maar een beetje zit te kopiëren bij de vertaling naar het Engels, waardoor bepaalde fouten gewoon fouten blijven.

 

What’s in a word? (31)

Theresa May, een van de meest besproken politici de laatste tijd. En dan komt het mooi uit dat haar achternaam May is. Ongekende mogelijkheden voor de krantenkoppende Engelse pers, en dan met name de Daily Express, The Mirror en The Sun. Een korte bloemlezing: Theresa Mayday, Theresa Won’t, Theresa Dismay, Darth Mayder, Back May or Sack May, Theresa Maynot.

Als een achternaam te bewerkwoorden is, is het natuurlijk open season voor krantenkoppenmakers. Want dát may een werkwoord is, is natuurlijk wel duidelijk. Het is alleen een beetje een vreemd werkwoord dat hoort in het illustere rijtje van 15 zgn. defective verbs (kapotte werkwoorden?) waar ook bijv. de werkwoorden can, must en ought toe behoren (maar ook bijv. beware).

Defective verbs zijn werkwoorden zonder infinitief en zonder vervoegingen. Vrijwel alle
Engelse hupwerkwoorden zijn defective verbs, en misschien is deze handicap juist wel de reden waarom de juridische wereld zo in verwarring is voor wat betreft het gebruik van bijv. shall (hier al eerder over gehad, maar komen we binnenkort op terug) en may… het onderwerp van vandaag.

Onlangs kregen wij van een deelnemer aan een van onze trainingen de vraag of zij het
woord may niet beter zou kunnen vervangen door reserves the right to, zoals in: Company X hereby reserves the right to bring suits and claims for any and all causes of action arising from this Agreement zou “krachtiger” zijn en meer “juridische lading” hebben dan:
Company X may sue you for the things you do under this Agreement.

Om kort te zijn: may is beter. May is korter (en alles wat korter is, is beter) en may is het minst ambigu. Natuurlijk kan je may vervangen door reserves the right to, is entitled to, is authorized to, has the discretion to, is permitted to en wat weet ik nog niet meer, maar alle Legal Writing-experts hebben een sterke voorkeur voor may. Kenneth A. Adams schrijft in Legal Usage in Drafting Corporate Agreements (hier gratis te downloaden) dat dit allemaal circumlocution is (een omslachtige woordenvloed); to create discretionary authority, say ‘may’ (Reed Dickerson in The Fundamentals of Legal Drafting, lees een uitgebreide recensie hier) en ‘may’ means has discretion to, is permitted to (Bryan Garner in A Dictionary of
Modern Legal Usage
); en ga zo nog maar even door.

May heeft inderdaad nog een andere betekenis, namelijk die van: “mogelijk zullen/
mogelijk kunnen”. Het zinnetje bijv. The judge may dismiss kán betekenen dat de rechter has the authority to dismiss (zoals boven), maar óók dat de rechter possibly will (of might) dismiss. Ambiguïteit dus.

Dit mag allemaal wel waar zijn (en in alle schrijfsels BEHALVE contracten en overeen-
komsten komt dit ook voor), maar Adams zegt in het hierboven aangehaalde boek: You can
usually discern from context which meaning is intended.

En vind je het dan nog steeds “gevaarlijk” om may te gebruiken, zet dan gewoon in de definities in het eerste hoofdstuk van het contract: In this contract “may” means “is
authorized to”
. En zorg ervoor dat may alleen maar in die betekenis wordt gebruikt.

Voor wat betreft de veronderstelling dat reserves the right to (of welke bovenstaande
omslachtige woordenbrij dan ook) “krachtiger” is en “meer juridische lading heeft”: dat mag allemaal wel zo zijn, maar het gaat erom of iets een juridische lading heeft, en dus géén ‘emotionele’ lading. May is een uitstekend ‘juridisch’ woord.

En nu maar hopen dat de mevrouw die May als achternaam heeft, ook zo standvastig is…

(met dank aan Wayne Schiess)

What’s in a word? (30)

Oh, woordjes… En (nog erger:) de vertaling van woordjes. Neem nu de Nederlandse
vertaling van het Engelse to deny. Waarom juist dat woord? Omdat dat woord een
belangrijke rol speelt in de omstreden Nashville-verklaring (met of zonder verbindings-streepje, daar zijn we nog niet helemaal uit). Daar staat in 14 zgn. Articles in het Engelse
origineel
We affirm (… etc.) gevolgd door We deny (… etc.). De Nederlandse versie rept in evenveel zgn. Artikelen van “Wij bevestigen (… etc.)” gevolgd door “Wij ontkennen (… etc.)”.

Op de voorpagina van de Volkskrant van 8 januari schrijft Paulien Cornelisse al dat
“’ontkennen’ de simpelste vertaling is van to deny”. En gelijk heeft ze. Een korte rondgang langs de belangrijkste woordenboeken geeft ons als betekenis van to deny: to say that you did not do something that someone has accused you of doing én to not allow someone to have something (Macmillan), to declare untrue én to refuse to grant (Merriam-Webster), to state that one refuses to admit the truth or existence of én to refuse to give (something
requested or desired) to (someone)
(Oxford).

Met andere woorden: to deny betekent zowel “ontkennen” als “verwerpen, iemand iets ontzeggen”. Dat de schrijvers van de Nashville-verklaring eigenlijk het laatste (“verwerpen’, dus) willen zeggen, kan je lezen in de preamble waar staat: (…) we offer the following
affirmations and denials
. Hetgeen in het Nederlandse voorwoord is vertaald als: “Het is om die reden dat wij de volgende volgende betuigingen en ontkenningen aanbieden” (mijn
onderstreping). Waarom wordt in dit voorwoord affirmations vertaald als “betuigingen” terwijl alle artikelen met We affirm… (toch duidelijk het afgeleide werkwoord van
affirmation) beginnen, dat als “Wij bevestigen” is vertaald?

“Wij betuigen…” en “Wij ontzeggen…/Wij wijzen af…” was een stuk beter geweest en veel meer in lijn met het gedachtengoed van de schrijvers. Maar ook een stuk minder vriendelijk en wellicht meer open tot eventuele strafrechtelijke vervolging . Op deze manier framen de vertalers van de Nashville-verklaring het hele schrijfsel in een stuk positiever en
liefdevoller daglicht. Op deze manier ook, wordt het voor de heer Kees van der Staaij een stuk makkelijker om zijn handen in onschuld te wassen.

Het heeft er op het eerste gezicht niets mee te maken, maar afgelopen week las ik ook een blog van Jacobien van Dop en Jeroen Kiewiet op de website van het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging. Daarin stellen de schrijvers dat “door onduidelijk
woordgebruik van de wetgever de rechter soms wordt gedwongen tot het creëren van
ficties in zijn uitspraak”. Ik citeer: “Een fictie is per definitie in strijd met de werkelijkheid. Ficties in het recht vergroten daarmee de afstand van het recht tot die werkelijkheid”.

Met in het achterhoofd echter de ‘affirm/deny – bevestigen/ontkennen’-vertaling wil ik hier stellen dat “een fictie per definitie juíst de werkelijkheid ís”. Hoe, dat wil zeggen: met welke woorden (ontkennen? ontzeggen?) je die werkelijkheid vormgeeft, is een heel andere zaak.

What’s in a word? (29)

Het is een beetje als die discussie rond de figuren die Sinterklaas bijstaan in zijn
omvangrijke takenpakket: de discussie rond juridisch taalgebruik. En dat dat dan
natuurlijk vooral veel begrijpelijker moet worden. Een tijdje terug deed D66-Kamerlid Maarten Groothuizen bijvoorbeeld weer eens een duit in het overvolle zakje . Wat deze keer opviel, echter, was het ontbreken van commentaren en tegenwerpingen van juristen die eerder luidkeels verkondigden dat zoiets “onmogelijk” is en dat vereenvoudiging van
juridisch taalgebruik afbreuk doet aan de juridische accuratesse en nuance.

Misschien beginnen de tegenstanders ook wel in te zien dat het toenemende aantal
initiatieven om Klare Taal te produceren langzaam maar zeker met enige ernst bekeken moeten worden. Recente voorbeelden te over: landelijke en provinciale Klare Taalbokalen, een zojuist gestart onderzoek van het Lectoraat HBO-Rechten van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen naar Klare Taalgebruik in rechterlijke uitspraken , opmerkingen in
“Aanwijzingen voor de Regelgeving” waar onder punt 52 staat: “Bepalingen worden zo
beknopt mogelijk geformuleerd. Indien bij het ontwerpen van een bepaling een sluitende, maar ingewikkelde formulering is gevonden, dient steeds te worden nagegaan of het niet eenvoudiger kan. Ook dient men bedacht te zijn op het weglaten van overbodige woorden. Dus bij voorbeeld niet: ‘Het bepaalde in het tweede lid van artikel 5 is van toepassing’, maar: ‘Artikel 5, tweede lid, is van toepassing’ “. Klare (of in ieder geval: Klaardere) Taal komt eraan!

Accuratesse en nuance is sowieso al niet makkelijk. Onlangs kregen we van een van onze cursisten de vraag of plaintiff inderdaad het goede woord was voor het Nederlandse “eiser”. Dat was het inderdaad… Maar met de nadruk op WAS. In april 1999 namelijk is in het Engelse recht met de Civil Procedure Rules dit woord veranderd in claimant. In het Amerikaanse recht houdt men vast aan plaintiff. Niet dat de Britten nu onmiddellijk in
verwarring zullen raken als u plaintiff schrijft, maar verwacht wordt dat dit woord steeds meer in onbruik zal raken. Overigens is een eiser in een echtscheidingszaak dan weer (zowel in Engeland als in Amerika): een petitioner.

Diezelfde Civil Procedure Rules heeft ervoor gezorgd dat een “dagvaarding” ook geen
summons of writ meer heet, maar claim form. De Nederlandse dagvaarding heeft een formeler karakter dan de Engelse claim forms: standaardformulieren die zijn te raadplegen via www.justice.gov.uk. Dat is anders dan in Nederland waar de dagvaarding door een deurwaarder (inderdaad: de bailiff) wordt betekend. Een writ of summons, dat je ook wel ziet als vertaling, is écht het document zelf, en daarom wellicht (ook al door de
medewerking van de deurwaarder) het beste te vertalen als “exploot”.

So much for accuratesse… En die nuance dan?. De vertalers van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht (The Dutch Penal Code, Louise Rayar & Stafford Wadsworth. Littleton,
Colorado: Fred B. Rothman & Co, 1997) stuitten geregeld op de in dat Wetboek vaak voorkomende term “de voor de nachtrust bestemde tijd” en vertaalden dat simpelweg met during the nighttime.

Black’s Law Dictionary zegt hierover: period between sunset and sunrise of thirty minutes
after sunset and thirty minutes before sunrise
. Het Engelse strafrecht heeft een aantal (!)
andere omschrijvingen. Een ‘nachtelijke’ inbraak is een actie tussen tussen negen uur ‘s avonds en zes uur ‘s ochtends (Criminal Law Consolidation Acts 1861, 24 & 25 Vict.). Nachtelijke stroperij daarentegen vindt plaats tussen één uur na zonsondergang en één uur voor zonsopgang (Night Poaching Act 1828). En voor de Engelse douane geldt als nacht de periode tussen elf uur ’s avonds en vijf uur ’s ochtends (Customs and Exise Management Act 1979, s1(1)). Misschien iets om rekening mee te houden, na de Brexit?

Niet alleen dus kunnen “gewone” woorden een andere juridische betekenis hebben (of zelf verschillende betekenissen: zie “nacht”), maar als je na veel moite eindelijk weet wat bepaalde
“juridische” woorden betekenen, dan veranderen ze het woord (summons – claim form)! Het blijft opletten…

What’s in a word? (28)

Je ziet het, vooral in contracten, nog regelmatig voorbijkomen: In the event of
non-compliance with the provisions of this Article they shall be jointly and severally
responsible/liable
(etc). Een eenvoudige Google-search zegt dat joint and several, of nog ernstiger: jointly and severally in 90% van de gevallen als “hoofdelijk” wordt vertaald. In de overige 10% als “gezamenlijk en afzonderlijk”, of ook wel als “gezamenlijk en hoofdelijk”. (De officiële Nederlandse vertaling van de Europese wet- en regelgeving geeft alleen maar “hoofdelijk”).

Het resultaat van al dat ge-jointly-and-severally is (zoals gewoonlijk) dat advocaten vaak denken dat dit een zgn. juridische Term of Art is, en dat daar dus geen ‘gewone’ woorden voor te vinden zijn. Dat is echter niet waar.

De Oxford English Dictionary omschrijft jointly als together, in common, shared by, common to two or more. Hoewel het in “gewoon” Engels een redelijk bekend, maar “deftig”, woord is, zou het woord together wellicht bekender zijn en daarom beter kunnen worden
gebruikt. Bovendien stelde het Engelse High Court of Justice in Kidson v Macdonald in 1973 al over het woord jointly: jointly is not to be construed as a term of art in English law but to be given its ordinary meaning, viz. ‘concurrently’ or ‘in common’.

Het woord several is iets verwarrender en daarom problematischer. Het komt van het (middeleeuws-) Latijnse woord ‘severalis’ wat op zich weer afstamt van ‘separ’, wat
‘verschillend, apart’ betekent, vgl. het Engelse seperate. Met andere woorden: het woord several in “joint and several”, heeft de juridische betekenis van wat, in het alledaagse
Engels eigenlijk seperate betekent. Volgens Bryan Garner (in zijn A Dictionary of Modern
Legal Usage)
is using ‘several’ for ‘separate’ an archaism of Shakespearian vintage that has survived only in legal language.

Is het dan toch nodig om jointly and severally te gebruiken? Het boek A practible treatise on the law of covenants van Thomas Platt uit 1829 citeert al uit de zaak May v. Woodward uit het jaar 1677 (!) dat de woorden “for themselves and every of them” are sufficient to give the legal effect of “joint and several”.  Er zijn verder meer dan genoeg (High Court of Justice)
uitspraken te vinden dat severally eigenlijk separately betekent (bijv. Keightley v Watson, 1849)

Het meest gezaghebbende standaardwerk op het gebied van (Amerikaans) contractrecht, de Restatement (Second) of Contracts zegt dat the distinction between ‘joint’ and ’several’ is primarily remedial and procedural. Ook Kenneth Adams zet in zijn, hier al eerder
aangehaalde, A Manuel of Style for Contract Drafting vraagtekens bij jointly and severally. Kort en goed zegt hij dat het overbodig is, en eigenlijk alleen maar goed om partijen bij het tekenen van een contract op hun gerust te stellen met een jointly and severally. “It wouldn’t hurt” in zijn eigen bewoordingen…

Er zijn overigens natuurlijk ook best wel andere bewoordingen te vinden voor jointly and severally. Je kan together of collectively gebruiken voor jointly. Voor severally kan je
separately, alone of each of them gebruiken. Of, als je huiverig bent voor de eventuele
juridische gevolgen van het veranderen van al zo lang gebruikte woorden (waar, ik herhaal het nog maar eens een keer, geen enkele reden voor is!), dan kan je together and separately schrijven met daarachter tussen haakjes: (this is known as ‘jointly and severally’). Deze
mogelijkheid zie je steeds vaker in de Engelstalige contractenwereld.

Alles bij elkaar blijft het natuurlijk de vraag hoe belangrijk die severally nu eigenlijk is.
Juridisch veelzeggend is het dat 90% van de in het Nederlands vertaalde severally’s in de vertaling gewoon verdwijnen…

What’s in a word? (27)

Het common law-rechtssysteem (dat in de VS en Engeland, dus) hecht grote waarde aan woorden. Meer dan een civil law-systeem. Het punt is dan wel om goed in beeld te hebben wat bepaalde woorden dan wel of niet betekenen. Neem nu het woord money waar het Supreme Court in de VS zich afgelopen week weer eens mee bezig hield.

De Railroad Retirement Act uit 1937 bepaalt op welk gedeelte van het spoormede-
werkerssalaris welke belasting betaald moest worden. De wet definieerde salaris
(compensation) als zijnde: any form of money remuneration. De Amerikaans treinmannen en –vrouwen krijgen de laatste jaren echter ook uitbetaald in aandelen (stocks). De vraag dus was of die aandelen ook als inkomen moesten worden belast. Na een hoop getouwtrek kwamen de rechtbanken in den lande er niet uit en moest het Supreme Court hierover buigen.

Dat viel nog niet mee en het resultaat was een 5 tegen 4 beslissing (hier te lezen: Wisconsin Central v. United States), ofwel a divided U.S. Supreme Court decision. Opperrechter Neil Gorscuch, één van vijf uit het winnende kamp schreef: “Stock isn’t money, stock is stock”. (Over Gorscuch en zijn gewoonte om samentrekkingen – isn’t ipv. is not– te gebruiken, hebben we het vorig jaar ook al gehad, en hier doet hij het weer…).

Zijn belangrijkste argument was dat in de tijd dat de wet door het Congres werd aangenomen, money werd gezien als munten en bankbiljetten, dit alles volgens de
woordenboeken uit die tijd (Webster’s New International Dictionary van 1942, Oxford
English Dictionary van 1933 en Black’s Law Dictionary 1200 van 1933). Daarnaast
behandelt de Amerikaanse belastingdienst via de Internal Revenue Code uit 1939 aandelen en geld op een verschillende manier. Het aannemen van de Railroad Retirement Act in 1937 derhalve, requires respect, not disregard.

Natuurlijk voerde het verliezende team onder leiding van opperrechter Stephen Breyer aan dat zij dit maar een vreeemde war of 1930’s dictionaries vonden, dat zelfs die jaren ’30
woordenboeken aangaven dat a medium of exchange niet de enige betekenis was van money en dat de betekenis van money door de jaren heen is veranderd: “Nothing in the statue suggests the meaning of this provision should be trapped in a monetary time warp, forever limited to those forms of money commonly used in the 1930’s”. Tevergeefs allemaal, dus.

Had Breyer (en met hem Ginsburg, Sotomayer en Kagan) maar iets meer geweten over de beslissingen van hun Britse tegenhangers. In 1942 schafte het Britse High Court of Justice bij monde van Lord Atkin, in de zaak Perrin v. Morgan, the strict sense of the word money namelijk al af. Emily Morgan stierf met een bezit van £33.000. In haar (zelfgeschreven) testament stond dat ze al haar geld wilde nalaten aan haar nabestaanden. Jammer voor haar
nabestaanden, want ze had slechts £1000 in haar portemonnee, de rest zat in aandelen. (Meer hierover valt te lezen in The Judicial House of Lords 1876-2009, Oxford University Press, 2009, blz. 148).

Deze strict-sense-of-the word-doctrine bestond al sinds 1725 toen een Engelse rechtbank besloot dat money alleen het contante geld en het geld op een bankrekening betrof, en heeft geleid tot vele tientallen rechtszaken. Totdat Lord Atkin en zijn mede-opperrechters het genoeg vonden dus. Deze zaak is zó bekend dat die nog onlangs werd gebruikt op de website van een Britse online testamentenaanbieder.

Pecunia non olet. Geld stinkt niet. Maar het zou wel handig zijn als we wisten wat ‘geld’ eigenlijk betekende.

(Met dank aan The National Law Journal en Marcia Coyle).

What’s in a word? (26)

In de serie “nooit-te-gebruiken-woorden” deze week: notwithstanding. Hoewel niet eens een juridisch-technisch woord, had een hoofdredactioneel stuk uit de Times van 30
november 1990 waarin van leer getrokken wordt tegen het zgn. Legalese, zelfs als titel: “Notwithstanding…” Er zijn zowel stilistische als inhoudelijke bezwaren tegen
notwithstanding. Bovendien zijn er genoeg woorden die gebruikt kunnen worden ipv.
notwithstanding.

Notwithstanding is een mooi staaltje neplatijn: een directe Engels vertaling van het Latijnse non obstante. Het Latijnse werkwoord obsto betekent zo veel als of ‘in de weg staan’, of ‘tegenwerken’. Het Engelse withstand betekent ook ‘iemand het recht op het bezit van iets verbieden’. Non obstante is géén klassiek Latijn; pas in 1226 is het woord voor het eerst gezien. Vanaf 1250 kwam het woord zo vaak voor in Engelse wetten dat het vanzelf een Term of Art werd. Engelse koningen echter misbruikten dit woord echter zó vaak om beslissing van het parlement te omzeilen dat na de revolutie van 1688 de Bill of Rights een einde maakte aan de juridische lading van non obstante, ofwel notwithstanding. De
Engelse vertaling notwithstanding werd sinds 1380 gebruikt, en volgens David Mellinkoff  in The Language of the Law: It was not a law word to start with, but the law later picked it up and kept it.

De, op z’n zachtst gezegd, verwarrende oorsprong en toepassing van notwithstanding heeft ervoor gezorgd dat het woord (in het Engels, tenminste) maar in liefst drie grammaticale categorieën valt. Het is tegelijkertijd een voorzetsel (Notwithstanding a brilliant defense, he was found guilty), een voegwoord (he may do so, notwithstanding he has failed to comply with ths section) én het kan zelfs optreden als een bijwoord (He doesn’t want me there, but I’m going, notwithstanding).

Dit verwart de lezer. Zonder dat lezers zich daar bewust van zijn, verwachten lezers nou eenmaal op min of meer vaste plaatsen in een zin een voorzetsel, een voegwoord of een
bijwoord. En als hetzelfde woord meerdere functies kan hebben, moet een lezer na gaan denken welke functie dat bepaalde woord op die bepaalde plaats heeft. Liever niet
gebruiken dus…

Die verwarring kan ook juridische gevolgen hebben, of zoals Bryan Garner schrijft: What doesn’t withstand what else? Neem de zin uit een contract: Notwithstanding the limitations in § 48, Bancroft may take possession on Monday. Zijn de limitations of § 48
“notwithstanding”
(ofwel: ondergeschikt aan) Bancroft takes possession on Monday? Of is het geheel ondergeschikt aan § 48 (ofwel: Bancroft takes possession alleen als § 48 dat
toestaat? Omdat het eerste de bedoeling is, menen sommigen dat notwithstanding aan het eind van de zin moet komen te staan: The limitations in § 48 notwithstanding, Bancroft may take possession on Monday. Beter zou zijn om notwithstanding weg te laten en te schrijven: Bancroft may take possession on Monday; the limitations in § 48 will not apply. En
verwarring is soms aanleiding genoeg om een rechtszaak te beginnen. Liever niet
gebruiken dus…

De onvolprezen Word and Phrases Guide van 2016  van de Australische overheid zegt over notwithstanding simpleweg: Never use. Adams schrijft in zijn A Manuel of Style for Contract Drafting: There are good reasons not to use notwithstanding. Al was het alleen maar omdat een contract gelezen kan worden zonder het woordje notwithstanding op te merken. In het meest extreme geval zou je kunnen tegenkomen: Notwithstanding anything to the contrary contained herein… wat zo veel betekent als “Vergeet alles wat je tot nu toe hebt
doorgeploegd, hier komt het belangrijkste gedeelte…” Verspilde tijd, liever niet gebruiken dus…

Nog verder afgezien dat notwithstanding een van die veellettergrepige woordjes is die zo karakteristiek zijn voor lawyer-speak, en er talloze stilistische bezwaren tegen zijn aan te voeren, bestaan er gewoon heel veel simpele synoniemen: probeer eens (als voorzetsel): despite, in spite of, regardless of (als bijwoord): yet, nevertheless however, though,
nonetheless
, of (als voegwoord) in spite of the fact that, although?

Niettegenstaande al het bovenstaande, ga gerust verder met notwithstanding te gebruiken.