Category Archives: What’s in a word?

What’s in a word? (27)

Het common law-rechtssysteem (dat in de VS en Engeland, dus) hecht grote waarde aan woorden. Meer dan een civil law-systeem. Het punt is dan wel om goed in beeld te hebben wat bepaalde woorden dan wel of niet betekenen. Neem nu het woord money waar het Supreme Court in de VS zich afgelopen week weer eens mee bezig hield.

De Railroad Retirement Act uit 1937 bepaalt op welk gedeelte van het spoormede-
werkerssalaris welke belasting betaald moest worden. De wet definieerde salaris
(compensation) als zijnde: any form of money remuneration. De Amerikaans treinmannen en –vrouwen krijgen de laatste jaren echter ook uitbetaald in aandelen (stocks). De vraag dus was of die aandelen ook als inkomen moesten worden belast. Na een hoop getouwtrek kwamen de rechtbanken in den lande er niet uit en moest het Supreme Court hierover buigen.

Dat viel nog niet mee en het resultaat was een 5 tegen 4 beslissing (hier te lezen: Wisconsin Central v. United States), ofwel a divided U.S. Supreme Court decision. Opperrechter Neil Gorscuch, één van vijf uit het winnende kamp schreef: “Stock isn’t money, stock is stock”. (Over Gorscuch en zijn gewoonte om samentrekkingen – isn’t ipv. is not– te gebruiken, hebben we het vorig jaar ook al gehad, en hier doet hij het weer…).

Zijn belangrijkste argument was dat in de tijd dat de wet door het Congres werd aangenomen, money werd gezien als munten en bankbiljetten, dit alles volgens de
woordenboeken uit die tijd (Webster’s New International Dictionary van 1942, Oxford
English Dictionary van 1933 en Black’s Law Dictionary 1200 van 1933). Daarnaast
behandelt de Amerikaanse belastingdienst via de Internal Revenue Code uit 1939 aandelen en geld op een verschillende manier. Het aannemen van de Railroad Retirement Act in 1937 derhalve, requires respect, not disregard.

Natuurlijk voerde het verliezende team onder leiding van opperrechter Stephen Breyer aan dat zij dit maar een vreeemde war of 1930’s dictionaries vonden, dat zelfs die jaren ’30
woordenboeken aangaven dat a medium of exchange niet de enige betekenis was van money en dat de betekenis van money door de jaren heen is veranderd: “Nothing in the statue suggests the meaning of this provision should be trapped in a monetary time warp, forever limited to those forms of money commonly used in the 1930’s”. Tevergeefs allemaal, dus.

Had Breyer (en met hem Ginsburg, Sotomayer en Kagan) maar iets meer geweten over de beslissingen van hun Britse tegenhangers. In 1942 schafte het Britse High Court of Justice bij monde van Lord Atkin, in de zaak Perrin v. Morgan, the strict sense of the word money namelijk al af. Emily Morgan stierf met een bezit van £33.000. In haar (zelfgeschreven) testament stond dat ze al haar geld wilde nalaten aan haar nabestaanden. Jammer voor haar
nabestaanden, want ze had slechts £1000 in haar portemonnee, de rest zat in aandelen. (Meer hierover valt te lezen in The Judicial House of Lords 1876-2009, Oxford University Press, 2009, blz. 148).

Deze strict-sense-of-the word-doctrine bestond al sinds 1725 toen een Engelse rechtbank besloot dat money alleen het contante geld en het geld op een bankrekening betrof, en heeft geleid tot vele tientallen rechtszaken. Totdat Lord Atkin en zijn mede-opperrechters het genoeg vonden dus. Deze zaak is zó bekend dat die nog onlangs werd gebruikt op de website van een Britse online testamentenaanbieder.

Pecunia non olet. Geld stinkt niet. Maar het zou wel handig zijn als we wisten wat ‘geld’ eigenlijk betekende.

(Met dank aan The National Law Journal en Marcia Coyle).

What’s in a word? (26)

In de serie “nooit-te-gebruiken-woorden” deze week: notwithstanding. Hoewel niet eens een juridisch-technisch woord, had een hoofdredactioneel stuk uit de Times van 30
november 1990 waarin van leer getrokken wordt tegen het zgn. Legalese, zelfs als titel: “Notwithstanding…” Er zijn zowel stilistische als inhoudelijke bezwaren tegen
notwithstanding. Bovendien zijn er genoeg woorden die gebruikt kunnen worden ipv.
notwithstanding.

Notwithstanding is een mooi staaltje neplatijn: een directe Engels vertaling van het Latijnse non obstante. Het Latijnse werkwoord obsto betekent zo veel als of ‘in de weg staan’, of ‘tegenwerken’. Het Engelse withstand betekent ook ‘iemand het recht op het bezit van iets verbieden’. Non obstante is géén klassiek Latijn; pas in 1226 is het woord voor het eerst gezien. Vanaf 1250 kwam het woord zo vaak voor in Engelse wetten dat het vanzelf een Term of Art werd. Engelse koningen echter misbruikten dit woord echter zó vaak om beslissing van het parlement te omzeilen dat na de revolutie van 1688 de Bill of Rights een einde maakte aan de juridische lading van non obstante, ofwel notwithstanding. De
Engelse vertaling notwithstanding werd sinds 1380 gebruikt, en volgens David Mellinkoff  in The Language of the Law: It was not a law word to start with, but the law later picked it up and kept it.

De, op z’n zachtst gezegd, verwarrende oorsprong en toepassing van notwithstanding heeft ervoor gezorgd dat het woord (in het Engels, tenminste) maar in liefst drie grammaticale categorieën valt. Het is tegelijkertijd een voorzetsel (Notwithstanding a brilliant defense, he was found guilty), een voegwoord (he may do so, notwithstanding he has failed to comply with ths section) én het kan zelfs optreden als een bijwoord (He doesn’t want me there, but I’m going, notwithstanding).

Dit verwart de lezer. Zonder dat lezers zich daar bewust van zijn, verwachten lezers nou eenmaal op min of meer vaste plaatsen in een zin een voorzetsel, een voegwoord of een
bijwoord. En als hetzelfde woord meerdere functies kan hebben, moet een lezer na gaan denken welke functie dat bepaalde woord op die bepaalde plaats heeft. Liever niet
gebruiken dus…

Die verwarring kan ook juridische gevolgen hebben, of zoals Bryan Garner schrijft: What doesn’t withstand what else? Neem de zin uit een contract: Notwithstanding the limitations in § 48, Bancroft may take possession on Monday. Zijn de limitations of § 48
“notwithstanding”
(ofwel: ondergeschikt aan) Bancroft takes possession on Monday? Of is het geheel ondergeschikt aan § 48 (ofwel: Bancroft takes possession alleen als § 48 dat
toestaat? Omdat het eerste de bedoeling is, menen sommigen dat notwithstanding aan het eind van de zin moet komen te staan: The limitations in § 48 notwithstanding, Bancroft may take possession on Monday. Beter zou zijn om notwithstanding weg te laten en te schrijven: Bancroft may take possession on Monday; the limitations in § 48 will not apply. En
verwarring is soms aanleiding genoeg om een rechtszaak te beginnen. Liever niet
gebruiken dus…

De onvolprezen Word and Phrases Guide van 2016  van de Australische overheid zegt over notwithstanding simpleweg: Never use. Adams schrijft in zijn A Manuel of Style for Contract Drafting: There are good reasons not to use notwithstanding. Al was het alleen maar omdat een contract gelezen kan worden zonder het woordje notwithstanding op te merken. In het meest extreme geval zou je kunnen tegenkomen: Notwithstanding anything to the contrary contained herein… wat zo veel betekent als “Vergeet alles wat je tot nu toe hebt
doorgeploegd, hier komt het belangrijkste gedeelte…” Verspilde tijd, liever niet gebruiken dus…

Nog verder afgezien dat notwithstanding een van die veellettergrepige woordjes is die zo karakteristiek zijn voor lawyer-speak, en er talloze stilistische bezwaren tegen zijn aan te voeren, bestaan er gewoon heel veel simpele synoniemen: probeer eens (als voorzetsel): despite, in spite of, regardless of (als bijwoord): yet, nevertheless however, though,
nonetheless
, of (als voegwoord) in spite of the fact that, although?

Niettegenstaande al het bovenstaande, ga gerust verder met notwithstanding te gebruiken.

What’s in a word? (25)

De Senaat van de Filipijnen is momenteel bezig met een reeks hoorzittingen over een
controversieel contract tussen de Filipijnse marine en het Zuid-Koreaanse Hyundai. Ter
discussie staat of Hyundai het alleenrecht heeft te beslissen met welk CMS (Combat
Management System
) twee nieuwe fregatten worden uitgerust. Hyundai wil een CMS dat ze ook al aan de Zuid-Koreaanse marine hebben geleverd, en het opperhoofd van de
Filipijnse marine, de Flag Officer in Command (FOIC), vice-Admiraal Ronald Mercado wil een systeem van het bedrijf Thales Tacticos, dat al meer dan 20 nationale marines als klant heeft.

Hyundai vindt dit allemaal prima, maar dan moet de Filipijnse regering met maar liefst 7 miljoen Amerikaanse dollars extra over de brug komen. Reden voor de Filipijnse overheid om Ronald de laan uit te sturen.

Wat is het probleem?, zou je zeggen, gewoon even kijken wat er in het contract staat, toch? In het contract tussen Hyundai en de Filipijnse overheid echter, staat dat het CMS “shall be compatible” met standaard CMSen. En juist het gebruik van dat woord “shall” maakt het erg ingewikkeld. Ronald Mercado stelt dat shall be compatible betekent dat het mandatory or obligatory* is, ofwel “verplicht”, en dat Hyundai daarom contractueel gebonden is aan het installeren van het CMS van Thales Tactitos, en wel zonder extra kosten, dank u wel…

Hyundai houdt vol dat het in deze constellatie gebruikte shall be louter en alleen een toekomstige situatie schetst en dat het allemaal heus wel goed komt met hun eigen CMS. (Een andere reden zou kunnen zijn dat Thales Tacitos de prijs van hun CMS onlangs flink heeft verhoogd, maar dit terzijde…).

Hoewel wij een sterke voorkeur hebben voor de interpretatie van de gewezen vice-Admiraal (gebruik shall in contracten alleen maar als je een verplichting op wilt nemen, en als je dat in die betekenis gebruikt, waarom gebruik je dan geen must? zie bijv. What’s in word? (3) en What’s in word? (4)), laat dit voorbeeld tegelijkertijd ook zien dat het gebruik van shall in contracten iedere keer weer controverses oplevert. Joseph Kimble zegt in zijn artikel The Many Misuses of Shall dat er voor Amerikaanse rechtbanken op dit moment duizenden rechtszaken lopen met shall als voornaamste struikelblok. Bryan Garner heeft al 10.000 lansen gebroken om shall maar helemaal af te schaffen (hier is een goede gebroken lans te lezen) en plainlanguage.gov, de officiële website van de Amerikaanse overheid, schrijft dat de Australische wetgeving en die van de meeste Canadese provincies al must heeft ingevoerd als het expliciet om een verplichting gaat.

Lezers die niet genoeg kunnen krijgen van Filipijnse senaatshoorzittingen, verwijs ik graag naar dit youtube-kanaal. Het shall-verhaal begint op 4:32:30. Maar wat je er ook verder ook van vinden mag, het voornaamste struikelblok van shall is dat het woord zo enorm ambigu is. En ambiguïteit is juist iets wat je in contracten wil voorkomen. Aan de andere kant…
ambiguïteit is ook erg goed om van onwelgevallige vice-Admiraals af te komen. Misschien ook wat waard?

* “mandatory and obligatory” overigens is op zich al weer zo’n overbodige legal doublet. Het betekent allebei “verplicht”, maar mandatory stamt van mandate en wordt gebruikt bij (geschreven) regels en wetten en obligatory stamt van obligation en wordt eerder gebruikt in het geval van (ongeschreven) morele of sociale verplichtingen.

What’s in a word? (24)

In oktober 1986 onderging de heer Molzof in Madison, Wisconsin een longoperatie. Het liep niet goed af en de Molzofjes (of liever gezegd: mevrouw Molzof) begonnen een rechtszaak tegen het (staats)ziekenhuis. De staat aanvaardde aansprakelijkheid en alle onkosten
werden, volgens de regels, keurig vergoed. De staat van Wisconsin hield daarna echter op met betalen omdat anders sprake zou zijn van punitive damages (schadevergoeding als strafmaatregel), en staatsbedrijven zouden daarvoor onder de Federal Tort Claims Act (FTCA)  van zijn uitgesloten. Na zes jaar procederen kwam het Amerikaanse Supreme Court tot een andere beslissing: er moest wel degelijk betaald worden: niet als straf (punitive), maar for future medical expenses and for loss of enjoyment of life. En dit had het Amerikaanse congres, volgens het Supreme Court bij het goedkeuren van de FTCA kunnen weten. Met andere woorden: volgens het Supreme Court was het woord punitive NIET een zgn. Term of Art. (Molzof v. United States).

Op het slagveld waar voor- en tegenstanders van het gebruik van Plain English elkaar
treffen, kom je ze met enige regelmaat de zgn. Terms of Art tegen. Een Term of Art is een
woord of zin dat een specifieke (in dit geval: juridische) betekenis heeft. We zijn terms of art in deze blog al eens tegengekomen bij George Orwell, maar het voornaamste struikelblok is de vraag of je (juridische) Terms of Art wel of niet kan vervangen door “gewone” taal.

De voorstanders van het gebruik van Terms of Art beweren vooral dat veel woorden, zinnen en begrippen door de eeuwen heen door de rechterlijke en wetgevende machten zijn
gebruikt, ge(her)interpreteerd, aangescherpt, afgezwakt en genuanceerd en dat het niet meer gebruiken of veranderen, honderden jaren van jurisprudentie (case law) zou
betekenen. Deze voorstanders beweren dan steevast dat Terms of Art zo ‘precies’ en ‘duidelijk’zijn.

Tegenstanders van Terms of Art (en dat zijn niet in het minst de wetgevers, zie bijv. het
rapport van de Law Reform of Ireland , of die van de Australische State of Victoria stellen dat er inderdaad een aantal juridische (vooral:) concepten zijn die die als Terms of Art
kunnen gelden (bijv. ‘ne bis in idem’, ‘res ipsa loquitur‘ of ‘habeas corpus‘, maar dat het overgrote merendeel van wat als Terms of Art wordt gezien, ouderwets en achterhaald
jargon is. Zowel Ierland als Victoria citeren graag dé Legal Plain English-goeroe, David Mellinkoff: “Many of the words that lawyers traditionally use never have had any definite meaning. Foremost among these are the deliberately flexible and some of the archaic. Words like reasonable, substantial, and satisfactory blatantly flaunt their lack of precision. [They] have for so long been a part of a language described as precise it is easy to forget that lack of precision is their only reason for existence.” Mellinkoff heeft verder nog veel
behartigenswaardigs te zeggen over de woorden hereby en herein, ook te pas en te onpas gebruikte Terms of Art, maar daar komen we later graag nog eens op terug.

Ik wil hiermee maar zeggen dat de wetgevers overal in de (in ieder geval Engelssprekende) wereld bezig zijn om het Legalese zo veel mogelijk uit te bannen. En dat advocaten-
kantoren noodzakelijkerwijs wel moeten volgen. Er zullen altijd woorden blijven met een authentieke, dwz. puur juridische betekenis ( bijv. affidavit,habeas corpus, hearsay,
hereditaments, easement
of mandamus. En woorden die een bijzondere betekenis hebben in een juridische context (incapacity, dependant en tax-free threshold). Maar er zou bijv.
begonnen kunnen worden met het tussenhaakjesplaatsen van die woorden, zoals in een hypotheek-acte die ik niet lang geleden onder ogen kreeg: I waive my right to require the note holder to do certain things. Those things are: (1) to demand payment of amounts due (known as “presentment”); (2) to give notice that amounts due have not been paid (known as “notice of dishonour”); (3) to obtain an official certificate of non- payment (known as a “protest”). Een goed begin is vaak al het halve werk…

PS:
Een Term of Art heet ook wel: dictum. Alleen… in het Nederlands is een dictum meestal een uitspraak door een rechter, in het bijzonder het advies over de verdere voortgang van de Raad van State over een (wets)voorstel of algemene maatregel van bestuur. In het Brits-Engels een onschuldig terzijde van een rechter en in het Amerikaans-Engels een technische opmerking die een rechterlijke uitspraak verduidelijkt.

What’s in a word? (23)

In Nederland heeft de Nederlandse Taalunie de bevoegdheid de spelling van het Nederlands vast te leggen (de Spellingswet). Deze wet schrijft voor dat deze spelling moet
worden gevolgd “bij de overheidsorganen, bij de uit de openbare kas bekostigde
onderwijsinstellingen, alsook bij de examens waarvoor wettelijke voorschriften zijn vastgesteld”. Je kan het met een bepaalde spelling eens of oneens zijn, moet je zelf weten, maar het feit blijft dat er een ‘standaard’ is.

Nederland (en via de Taalunie ook België) is een van weinige landen waar de spelling
wettelijk is vastgelegd. Het Engels bijvoorbeeld, ontbeert zo’n spellingswet, of instanties als de Taalunie; er is geen “goed”, er is geen “fout” (al eerder opgemerkt in bijv. hier). Oneerbiedig zou je kunnen zeggen dat de spelling ‘aan de markt wordt overgelaten’. Het zijn de gebruikers, de schrijvers, de media (met name de kranten), en in laatste instantie de woordenboekenmakers die dit alles vastleggen en die bepalen wat de gangbare, of in ieder geval: een geaccepteerde, spelling is. (Overigens, en zonder al te filosofisch te
worden…: hier zijn wel wat parallellen te trekken met het Anglo-Amerikaanse Common Law-rechtssysteem dat immers ook veel zwaarder leunt op eerdere rechterlijke uitspraken dan op een van te voren schriftelijk en systematisch neergelegd systeem van wet- en
regelgeving).

Een nadeel is dat de Engelse spelling daardoor extreem onregelmatig is geworden. Sterker nog, er is in het Engels erg weinig verband tussen uitspraak en schrijfwijze. Om een voorbeeld te geven: 40 klanken worden op 1120 verschillende wijzen geschreven. Volgens
onderzoeker Eraldo Paulesu van de Universiteit van Milaan overigens, is dit er de oorzaak van, dat in Engelstalige landen tweemaal zoveel dyslexie-diagnoses worden gesteld als in Italië; in het Italiaans worden 25 klanken op slechts 33 verschillende wijzen geschreven.

Áls er een Engelse versie van de Nederlandse Taalunie had bestaan, dan zou deze een harde dobber hebben aan bijv. het Engelse woord judgment, ook wel: judgement. Twee weken geleden schreven we hier dat één van Amerika’s meest fervente twitteraars, tweette dat Hillary Clinton should not be given national security briefings in that she is a lose cannon with extraordinarily bad judgement & insticts. Over lose (=loose) en insticts (=instincts)
kunnen we het wel eens zijn. Zijn judgement echter is een heel andere kettle (catle?) of fish.

Het is grappig dat het nu juist om de spelling van het woord judg(e)ment gaat. Over de
correcte spelling (wat dan ook ‘correct’ moge zijn…) van juist dit woord namelijk, wordt al sinds het begin van de 16e eeuw ruzie gemaakt. eeuwen ruzie gemaakt. De huidige stand van zaken is als volgt: in Brits-Engels schrijf je het met een -e- (judgement) als je het woord NIET in een juridische context gebruikt en zonder -e- (judgment) als je het in een juridische contact gebruikt, als in vonnis, rechterlijke uitspraak etc. De laatste 25 jaar echter kruipt het gebruik van beide spellingsvormen akelig dicht tegen elkaar aan. In Amerikaans-Engels is het altijd zonder -e- (judgment), vandaar ook de storm van hoongelach over
bovenaangehaalde tweet.

Er wordt beweerd dat judgment een 19e-eeuwse Amerikaanse uitvinding is, met als hoofdschuldige Noah Webster, de woordenboekenmaker. Dit is echter volkomen onwaar: de Google Books Ngram viewer voor judgment/judgement laat het gebruik van judgement/
judgment
door de eeuwen heen goed zien: klik hier voor Brits-Engels, klik hier voor Amerikaans-Engels

Het Juridisch-Economisch Lexicon geeft 15 x judgement (alles in een niet-juridische
setting) en een veelvoud aan judgment, veel vaker (maar niet altijd) in een juridische
context.

Judgment (zonder e) wordt dus ook in het Brits-Engels gebruikt, namelijk “in een
juridische context”. Maar dan is er weer onenigheid over de juiste betekenis van het
woord…. Bryan Garner schrijft in zijn Modern American Usage, dat judgment in Amerikaans-Engels verwijst naar the final decisive act of a court in defining the rights of the parties, terwijl het Brits-Engels judgment slechts een judicial opinion is.

Misschien is zo’n Spellingswet toch niet zo’n slecht idee?

What’s in a word? (22)

Vorige week had ik het hier over de juridische doublet breaking and entering.  Met die
doublets is iets merkwaardigs aan de hand zei ik toen; soms betekenen ze precies hetzelfde (zie: null and void), andere keren heeft het ene (breaking) geen betekenis zonder het
andere (entering). Wéér andere keren bestaat het ene niet eens zonder het andere… zoals in ‘assault and battery’.

Vaak heb ik het hier gehad over de onmogelijkheid bepaalde Engelse juridische begrippen te vertalen in het Nederlands (en andersom!) omdat die vertaling afhangt van het gebruik binnen in een common law-systeem en een civil law-systeem en derhalve een andere
juridische lading krijgt. Maar om de verwarring nog iets te vergroten, zijn er heel soms
woorden en begrippen binnen het Engels zélf die iets totaal anders betekenen in een
juridische context of een niet-juridische context… zoals in ‘assault and battery’.

In de common law-definitie refereert assault uitsluitend naar de dreiging van geweld, en niet naar het geweld zélf. Als er inderdaad klappen worden uitgedeeld, dán is er sprake van battery. Met andere woorden: je kan een assault hebben zonder een battery, maar
andersom gaat het niet, louter en alleen omdat iedere fysieke aanval altijd voorafgegaan wordt door een bedreigend gebaar – al was het maar de aanloop naar een klap…

Het probleem ligt in het feit dat ‘alledaags’ Engels (als tegenhanger van ‘juridisch’ Engels) assault altijd heeft gezien als fysiek geweld en dat ‘battery’ al ergens rond de 18e eeuw niet meer wordt gebruikt voor dit soort uitspattingen. Assault is in de juridische betekenis dus “bedreiging”, in de alledaagse betekenis: “aanval”…

Al honderden jaren proberen wetgevers in common law-landen een einde te maken aan deze verwarring. De Engelse wetgeving heeft deze geprobeerd deze misdaden te vangen onder ‘common assault’, maar daar wordt het woord battery gebruikt om common assault te definiëren… niet écht een goede oplossing dus. Daarnaast heeft de Britse wetgever de misdaden Actual Bodily Harm en het meer serieuze Grievous Bodily Harm geïntroduceerd. Helaas maakt al deze muggenzifterige scherpslijperij de zaken er niet duidelijker op; zelfs de Britse Crown Prosecution Service (min of meer te vergelijken met ons Openbaar
Ministerie) geeft op haar website eerlijk toe niet te weten of het breken van andermans neus onder common assault valt of onder Actual Bodily Harm…

In de Verenigde Staten is het nóg, je kan beter spreken van de Onverenigde Staten in die zin dat bijna iedere Staat andere wetten heeft op dit gebied. Dat is voornamelijk te danken aan het feit dat veel van dit soort wetten gebaseerd zijn op case law, waarin iedere uitspraak van een rechter op dit gebied ervoor zorgt dat “de wet” een volgende keer in een dergelijk geval weer een nieuwe uitleg kan krijgen.

Zo bestaan er wetten tegen assaulting healthcare workers (New York, Nebraska, assaulting politiehonden en –paarden (in Ohio) , etc. Wat dus zou beteken dat  je Ohioëse politie-
paarden niet  mag bedreigen met geweld (een wet die de Partij voor de Dieren zeker aan zou staan!). Assault and battery door een groep mensen heet in South Carolina en
Mississippi lynching, in New York heet deze onsmakelijke bezigheid  dan weer gang
assault
.

Voor mensen die graag willen weten hoe assault and battery sinds 1685 in Amerika is uitgelegd, verwijs ik graag naar het naslagwerk Words and Phrases (klik hier of hier).  Het kost wat, maar je kan op basis van rechterlijke uitspraken van de afgelopen  de laatste 332 jaar redelijk wat rechtszaken winnen…

Als de gemiddelde Brit of Amerikaan al niet meer weet wat assault and battery betekent, en als dat dan ook nog eens per staat een heel andere interpretatie heeft, hoe moeten wij Nederlanders daar dan wijs uit worden? “Geweldpleging en mishandeling”? “Dreiging met geweld en mishandeling”? Ja, maar…. (begin deze blog weer te lezen vanaf het begin).

What’s in word? (21)

“Sinterklaasje, kom maar binnen met je Knecht”, zal gisteravond in veel huishoudens zijn gezongen. Een duidelijke uitnodiging, dus. Dat zijn (al dan niet zwarte) knecht vóór die tijd af en toe door de schoorsteen is gekomen om de wortel en het hooi voor het paard mee te nemen, is al weer iets onduidelijker, maar zelfs die versnaperingen voor het paard zouden juridisch als een uitnodiging gezien kunnen worden.

Breaking and entering onder common law is het hoogstwaarschijnlijk niet. Maar wat als je ergens binnenkomt waar de uitnodiging niét erg duidelijk is? Juist die juridische doublet (breaking and entering, over een andere doublet, null and void hebben we het hier al eens gehad) kan Angelsaksische rechtsprekende instanties wel eens de das om doen. Want wat als er wel binnen wordt gekomen, maar niets gebroken?

De definitie van breaking and entering (of met een ander woord: burglary) is: entering a
residence or other enclosed property through the slightest amount of force (even pushing open a door), without authorization. If there is intent to commit a crime, this is burglary. If there is no such intent, the illegal trespass is a misdemeanor
. In common law burglary moet dus zowel breaking áls entering hebben plaatsgevonden: entering zonder breaking of
andersom is niet genoeg om als misdaad te gelden.

In Colchester stommelde op 23 juni 1972 de 19-jarige Stephen Collins na wat biertjes in de local pub naar huis. Hij zag dat het raam van zijn buurmeisje openstond, deed al zijn kleren uit (behalve zijn sokken) en klom met, ondanks zijn overmatige drankgebruik, ferme
erectie naar binnen (over dat “binnen” later meer). Het meisje lag al in bed. Ook naakt, zelfs sokloos, en dacht dat Stephen haar vriendje was. Tot zijn stomme verbazing wenkte zij hem and a merry time was had by all. Na een tijdje merkte het meisje echter dat er toch iets niet in de haak was, knipte het licht aan, zag dat dit niet helemaal de bedoeling was, sloeg Stephen hard in zijn gezicht en rende de slaapkamer uit. Het resultaat: in R v Collins (1973 QB 100) werd Stephen Collins veroordeeld voor burglary (ofwel: breaking and
entering) with intent to commit rape,
en kreeg 21 maanden cel.

Stephen ging in hoger beroep en werd voor het Court of Appeal of England and Wales
vrijgesproken. De volledige tekst is hier te lezen maar het komt er in het kort op neer dat het Hof vond dat er alleen maar sprake van breaking and entering kan zijn als the person must know that he is a trespasser and nevertheless deliberately enters, or, at the very least, is reckless as to whether or not he is entering the premises of another without the other party’s consent. De hele kwestie van het uitnodigende gebaar van het buurmeisje was tijdens de rechtszaak niet voor de jury gekomen en de rechter had derhalve de jury misleid.

Bovendien was er verwarring over de exacte plaats wáár Stephen zich op het moment van het uitnodigende gebaar bevond: op de vensterbank, ja, maar was hij al binnen (en was het stadium entering al voorbij), of was hij nog op de vensterbank buiten? Daarom:
geen burglary (want daar hoort entering bij…) en kon hij niet op deze aanklacht
veroordeeld worden. Resultaat: vrijspraak!

Kortom: Engelse juridische doublets en triplets: wees er voorzichtig mee! Soms betekenen ze precies hetzelfde (zie: null and void), andere keren heeft het ene (breaking) geen
betekenis zonder het andere (entering). Ik weet niet of Sinterklaas hiervan op de hoogte is (“Makkers, staakt uw wild geraas”, zou hij eerder tegen Stephen en zijn buurmeisje hebben gezegd), maar de Goedheiligman staat sowieso al redelijk boven de wet.

NB:
Stephen Collins hield zijn sokken aan omdat, zoals hij tijdens het Hoger Beroep zei, hij dan makkelijker zou kunnen ontsnappen als haar moeder binnen zou komen. Hoewel juridisch verder niet interessant, staat deze zaak bekend als de meest uitgebreide juridische
bespreking over sokken in de geschiedenis van de Engelse rechtspraak.

What’s in a word? (20)

Hoe komt een woord in het Lexicon terecht? 
Sinds het begin van deze eeuw is er steeds meer materiaal beschikbaar gekomen waar het Lexicon gebruik van kan maken. Zo publiceren bijv. de Europese Unie en het Ministerie van Buitenlandse Zaken betrouwbare vertalingen van nieuwe wet- en regelgeving, waaruit geput kan worden voor nieuw toe te voegen woorden en hun Engelse vertaling. De Engelse vertaling van de Grondwet bleek al langer een bron om uit te putten, nu zijn er ook de
vertalingen van zowel het Burgerlijk Wetboek als het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast
vormen de eigen vertaalpraktijk van de samensteller en die van andere vertalers een
onuitputtelijke bron van nieuwe woorden. Tenslotte komen er bijna dagelijks vragen van
gebruikers binnen – van u, dus – die aanleiding vormen om nieuwe woorden toe te voegen.

Hoe kom je tot de juiste vertaling?
Als hij nieuwe woorden tegenkomt of aangeleverd krijgt, gaat de samensteller, Aart van den End, op zoek naar de juiste vertaling. Tijdens deze ‘opnameprocedure’ kan hij een
indrukwekkend netwerk van deskundigen raadplegen. Allereerst wordt er uitgezocht wat het woord precies betekent. De druipkol van vorige week is niet zo ingewikkeld, googelen levert al snel een foto op. Bij puur juridische termen is het echter ingewikkelder om tot een juiste vertaling te komen. Allereerst is er een definitie van het woord nodig, je moet weten wat een woord precies betekent voor je het kan vertalen. Via de Van Dale of het Fockema Juridisch Woordenboek vind je veelal een definitie van het woord in het Nederlands.
Vervolgens moet je een Engels equivalent zien te vinden en dat kan wat meer problemen opleveren. De website van de Europese Unie is een goede bron, maar een enkele bron is niet genoeg. De samensteller maakt dan gebruik van zijn netwerk en belt of mailt contactpersonen bij Buitenlandse Zaken, de Belastingdienst en allerlei maatschappelijke
instellingen.

Als er dan eenmaal een Engels woord is gevonden, checkt hij in Black’s Law Dictionary of Garner’s Dictionary of Modern Legal Usage of a) het begrip überhaupt bestaat in Anglo-Amerikaans recht en b) of het Engelse woord de lading van de juridische term naar Nederlands recht dekt. (Meer over Bryan Garner? Klik hier).De gangbaarheid wordt daarnaast nog eens gecontroleerd door het woord te googelen en naar het aantal hits (in de betreffende context) te kijken. Bij twijfel wordt de beoogde vertaling van het woord alsnog voorgelegd aan een collega in Engeland, die er dan zijn mening over geeft. Uiteindelijk komt het woord dan in het Lexicon terecht. Niet zelden heeft “de kritische gebruiker”
(opnieuw: u!) hierna ook nog wat over te zeggen en komt hij eventueel met een alternatief.

Haken en ogen
Kwaliteit en betrouwbaarheid van de bronnen spelen natuurlijk belangrijke rol. En het
Internet is dan wel een onuitputtelijke bron, maar zeker geen betrouwbare (kijk bijv. maar eens hoeveel hits “hun hebben” oplevert…). Ook zijn de vertaalactiviteiten van de overheid lang niet altijd consistent. Zo staat in de IND begrippenlijst ‘onderhoud’ vertaald als means of subsistence, terwijl bij een andere afdeling die onder hetzelfde ministerie valt voor hetzelfde woord means of existence wordt gebruikt.

Verder kunnen vertalingen in de gebruikte bronnen argwaan wekken; wanneer als
vertaling voor de Nederlandse ‘curator’ in de Faillissementswet het Engelse woord curator wordt gebruikt, dan moet je toch even verder kijken (hier bijvoorbeeld). En hoe lang is
rescind al niet als vertaling voor ‘ontbinden’ bedoeld, net als dissolve? Het eerste woord is een goed voorbeeld van waar de misverstanden kunnen ontstaan, zoals blijkt uit een
uitspraak van het Hof in den Haag (ECLI:NL:GHSGR:2006:AY8855). Het Hof ging in die zaak expliciet in op de betekenis van rescind in het Anglo-Amerikaanse recht en hoe dit woord geïnterpreteerd zou moeten worden in een Engelstalige akte naar Nederlands recht. Bij
rescind gaat het om vernietigen wegens dwaling, en niet om ontbinden. Zoals blijkt uit ECLI:NL:HR:2002:AF1210, heeft ook de Hoge Raad rescind geïnterpreteerd als ‘vernietigen’. Ook de Rechtbank in Rotterdam ‘vertaalt’ rescission naar Anglo-Amerikaans recht (ECLI:NL:RBROT:2008:BF2213).

Overigens, wat betreft  dissolve voor ‘ontbinden’: Van Dale is inmiddels overgestapt op
annul – het behoeft geen verdere uitleg dat dat woord nou juist niet de goede vertaling is voor ‘ontbinden’. Het Lexicon houdt het op terminate (‘ontbinden’); misschien niet
helemaal zuiver omdat terminate in een veel bredere context kan worden gebruikt dan ‘ontbinden’, maar als je ‘ontbinden’ tussen haakjes toevoegt, kan er geen misverstand ontstaan (Klik hier voor meer hierover). .

Ten slotte kunnen er verder problemen rijzen omdat het Nederlandse woord waarvoor je een vertaling zoekt niet vertaald kán worden om de eenvoudige reden dat de juridische figuur niet in het Anglo-Amerikaanse recht bestaat. Denk bijvoorbeeld aan een comparitie. Ook omgekeerd komt dat voor: wat zijn treble damages bijvoorbeeld? Iets wat in
Nederlands recht niet bestaat. Dit woord zal je dan ook niet in het Lexicon terugvinden: het Lexicon gaat uit van Nederlands recht.

Uw hulp
Op deze plek zullen wij in de toekomst meer concrete voorbeelden geven, maar het zal u inmiddels duidelijk zijn dat het Lexicon niet zonder hulp en input van de gebruikers kan. Mocht u zélf vragen hebben of op onduidelijkheden stuiten: laat ons die horen!

What’s in word? (19)

Het Juridisch-Economisch Lexicon… bijna iedere jurist gebruikt het met enig regelmaat. Zeer binnenkort wordt de vernieuwde onlineversie van het Juridisch-Economisch Lexicon gelanceerd, in een geheel nieuwe opmaak. Om deze gebeurtenis enige luister bij te zetten wijdt Branch Out (in de persoon van Marja Slager – veelvuldig gebruiker van en bijdrager aan het Lexicon) hier een blog of wat aan.

De druipkol
Juristen (en aankomend juristen) zijn er inmiddels wel van overtuigd dat het Lexicon een
bijzonder handig woordenboek is. Er staat heel veel in, tot mijn verrassing en verbazing zelfs woorden die op het eerste gezicht niks met wat voor juridische aangelegenheid dan ook te maken hebben; een paar voorbeelden:  kaststel, landschapsecoloog, beursklimaat, projectoverleg, en dus ook: druipkol. Staat een juridische term (een woord of een woordcombinatie) niet in het Lexicon, dan stuur je via een van de icoontjes bovenaan de pagina een bericht naar de samensteller. Je krijgt dan meestal binnen een paar uur een mailtje terug met een vertaalsuggestie, onder dankzegging voor het aanbrengen van een nieuw woord.

Via vragen van gebruikers komen er dus nieuwe woorden het Lexicon binnen, is dat met
bijvoorbeeld die druipkol ook zo? Ik kon me niet voorstellen dat iemand die op een sombere middag in januari met een juridisch stuk bezig is, ineens een dringende behoefte had aan het Engelse equivalent van druipkol. Mijn spelchecker  kent het woord niet eens: wanneer ik druipkol typ, komt er zo’n rood slingertje onder. Vraag dus aan de samensteller, Aart van den End – niet via het icoontje, maar gewoon live.

Om met die druipkol in huis te vallen: in de Nederlands agrarische sector bleken paarden één van de belangrijkste exportproducten te zijn – niet de Wasserbomben of de bloembollen dus. In de internationale paardenhandel worden contracten in het Engels opgesteld en er kunnen geschillen ontstaan wanneer de druipkol (of bijv. het sperma) van een verhandeld paard niet aan de verwachtingen van de nieuwe eigenaar of de fokker voldoet. De samensteller zelf blijkt de druipkol in het Lexicon te hebben gezet, omdat het woord in een juridische context werd gebruikt. Overigens, de vertaling luidt star and stripe, maar iedereen die niet regelmatig dergelijk (juridische stok)paardjes berijdt, mag dat onmiddellijk weer vergeten. Wat een druipkol is? Nieuwsgierigen klikken hier…

Hoe is het woordenboek tot stand gekomen?
Van 1992 tot april 1994 heeft Aart van den End woorden verzameld voor wat later het
Juridisch-Economisch Lexicon zou worden. De woorden kwamen uit bestaande woordenboeken en woordenlijsten, terminologielijsten van Europese organisaties, uit kranten, tijdschriften, arresten, enz. Samen met een groep Engelse, Amerikaanse en Nederlandse vertalers, waaronder een jurist, stelde Van den End vervolgens van april tot en met september 1994 de correcte vertaling van elke term van de lijst vast..

Een woord als ‘aandeel’ levert geen problemen op, want Jansonius, Van Dale, ten Bruggencate en Koenen, om er maar een paar te noemen, komen allemaal met dezelfde vertaling. Bleken er verschillende vertalingen te zijn voor een bepaalde juridische term, dan werd dit besproken door een groep van vier redacteuren, die dan bepaalden wat zij de juiste vertaling vonden. Zo ontstond in 1994 het basiscorpus van 788 pagina’s in boekvorm. In de loop der jaren is dat corpus gigantisch uitgebreid. In 2007 kwam via Kluwer de online versie beschikbaar.

Volgende week zal ik hier verder uiteenzetten hoe nieuwe woorden (eventueel met uw hulp) in het Lexicon terechtkomen en hoe het Lexicon tot een “juiste” vertaling daarvan komt. Ook zal ik vraagtekens zetten bij “juiste” en bekijk ik of dat in voorkomende gevallen überhaupt wel mogelijk is.

What’s in a word? (18)

De afgelopen twee weken heb ik hier beweerd dat “de omstandigheden het taalgebruik bepalen”. (zie What’s in a language 18 en 19). Nu zijn er ook schrijvers die menen dat zelfs de fysieke omgeving (of zo u wil: het landschap) een sterke invloed hebben op taal. Zie
bijvoorbeeld het recente Landscapes, van Robert Macfarlane (lees hier meer) of het iets oudere The Road to Botany Bay van Paul Carter (lees hier verder). Of dichter bij huis: al die beeldspraak met en over water die in het Nederlands verborgen zit.

Hoe het ook zij, de Britten, die immers wonen in een land van heggen, hagen, omheiningen en ander plantaardige afscheidingen, hebben het woord hedge ook een taalkundige lading gegeven: hedging language. Ofwel: a mitigating word or sound used to lessen the impact of an utterance, vaak gebruikt om beleefd te klinken als je je mening geeft. Alsof je er een heggetje omheen zet, zodat je gesprekspartner niet rauw en onvoorbereid tegen je mening aan botst.

We hebben het er op deze plaats natuurlijk al vaak over gehad, en wij Nederlanders bestempelen dit al gauw als “indirect”, “overbeleefd” of “niet recht door zee” (om maar weer eens iets waterigs te gebruiken). En het staat voor mij als een paal boven water (…) dat het niet of (te) weinig in staat zijn om hedging language te gebruiken, de voornaamste reden is dat Engelstaligen ons als zo bot, onbeleefd en ongenuanceerd zien.

Het is meestal niet zo moeilijk om hedging language te herkennen en, met een sprankje meer moeite, te gebruiken: may, could, seem, probably, quite, somewhat, by the way,
bijvoorbeeld. Of voor een lijstje met nog meer hedging language: klik hier. Een stuk lastiger is het bij Engelse woorden die de Engelstalige schrijver gebruikt met een vooropgezette hedging-bedoeling maar waarvan de niet-Engelstalige lezer niet doorheeft dat dit hedging language is. En andersom: als de niet-Engelstalige schrijver in het Engels hedging language gebruikt terwijl hij dat niet bedoelt.

Eén van die woorden is het in Nederlandstalige juridisch taalgebruik vaak geziene “verdedigbaar”. “Het is verdedigbaar dat….” wordt vaak klakkeloos geschreven als It is
defendable that…

Twee dingen zijn hier “verkeerd”: 1) defendable betekent dat het fysiek te verdedigen moet zijn d.m.v. bijvoorbeeld een hoge muur, en het zou dus defensible zou moeten zijn (ofwel: justifiable by argument, klik hier voor het verschil) en 2) It is defendable/defensible that… wordt, hoewel “goed Engels” simpelweg nooit gebruikt zoals Google’s corpus of British English laat zien. Dit corpus is overigens vaak goed te gebruiken om te zien of iets wel/niet een voorkomende zin is in het Engels: Tik de woorden in die u wil gebruiken en bekijk het
resultaat…

Veel beter zou derhalve zijn om “Het is verdedigbaar dat…” te schrijven als óf: 1) A case could be made that/One could argue that (of iets in die geest), óf: 2) It is justifiable that…, of anders een zin met het bijwoord justifiably (The FBI justifiably hacked the defendant’s Iphone).

Alleen: opgepast!!! De voorbeelden in 1) zijn voorbeelden van hedging language. Het is niet noodzakelijkerwijs de mening van de schrijver, of kán die zijn maar dan met een flinke slag om de schrijversarm. De voorbeelden in 2) zijn veel vastbeslotener en zijn heel zeker de mening de schrijver. Waarmee me maar willen aantonen dat het Nederlandse “Het is verdedigbaar dat…” op verschillende manieren in het Engels verwoord kan worden, echter, al naar gelang de positie van de schrijver.

(met dank aan Greg Korbee)