Category Archives: What’s in a word?

What’s in word (8)

According to… / In accordance with…

According to Dutch law (article …… of the Dutch Civil Code) the board of directors should (etc.) zien wij erg vaak staan in door Nederlandse juristen geschreven Engelstalige teksten. Waarom is in accordance with hier beter? De woorden in accordance with en according to worden te pas en vaker nog te onpas gebruikt in juridische teksten. Vaak wordt gedacht dat ze hetzelfde betekenen, vermoedelijk omdat je ze allebei kan vervangen door het            Nederlandse “volgens”. In het Engels betekenen ze echter niet hetzelfde.

Kort en bondig: in accordance with gebruik je als iets (al dan niet verplicht) is voorgeschreven. Het betekent ruwweg “zoals beschreven staat”, “conform”, of in                     compliance with. Bijvoorbeeld:

  • The work must be carried out in accordance with the client’s specific instructions.
  • In accordance with the provisions of the 7th EC Directive…(etc.)

According to geeft een aanhaling aan; het verwijst de lezer naar een bepaalde bron of (vaak mondelinge, of enigszins vage) rapportage. Bijvoorbeeld:

  • According to my lawyer, I could claim substantial damages for this infringement.
  • Damages will be paid according to reasonable market standards.

Om het enigszins te versimpelen, vergelijk de volgende zinnen:

  • According to the weather forecast it will rain tomorrow
  • In accordance with the weather forecast it will rain tomorrow

Waarbij de eerste zin natuurlijk goed is: ik zeg slechts wat ik in het weerbericht gehoord heb, en het weerbericht schrijft niet voor wat het weer gaat worden (zoals in de tweede zin).

Nu zullen er weinig mensen vallen over according to Dutch law, article 9.1 of in accordance to Dutch law, article 9.1, maar verwarring kán optreden in situaties waarin beide gebruikt kunnen worden, bijv.

  • Rent must be paid in accordance with paragraph 7 of the lease agreement.
  • Rent must be paid according to paragraph 7 of the lease agreement.

De eerste zin vertelt ons dat paragraaf 7 ons zegt hoé de huur betaald moet worden, de tweede zin vertelt ons dát de huur betaald moet worden (en dat dát in paragraaf 7 staat).

Overigens is de betekenis van “horen zeggen” dat according to heeft, is ook meteen de reden dat je in het Engels nooit according to me kan zeggen, als je “volgens mij” wil zeggen. Tenzij je natuurlijk aan een serieuze schizofrene multiple personality disorder lijdt… Als je al “volgens mij” wil zeggen, gebruik dan: in my view of in my opinion of iets in die richting.

Opmerking 1:
Natuurlijk kom je vaak teksten tegen die als titel hebben: Notifications according to Article 9.1, of iets dergelijks. Dit according to heeft niet te maken met het bovenstaande (en zou zelfs in tegenspraak zijn met wat wij zojuist beweerden…), maar dient natuurlijk gelezen te worden als “betreffende”, of “met betrekking tot”.

Opmerking 2:
Volgende week zullen we terugkomen op onze Plain English-prijsvraag. U heeft nog een week de tijd om de door u in Plain English geschreven zinnen (klik hier voor prijsvraag) in te sturen naar p.peek@branch-out.eu!

Opmerking 3:
Er zijn nog een aantal plaatsen over in de Open Inschrijvingsworkshop Legal English       Writing Skills op 3 en 10 december in Den Haag. (klik hier voor meer info) Interesse? Laat het ons weten!

What’s in a word (7)

Ja, wat zit er eigenlijk in een woord? En vindt iedereen dat daar hetzelfde in zit? Als we het niet weten, dan zoeken we het toch gewoon op in het woordenboek? Houdt iemand in Nederland bij hoe vaak woordenboeken worden gebruikt tijdens een rechtszaak? In de Verenigde Staten wel. En daar begint men zo langzamerhand wat vraagtekens bij te zetten.

De Marquette Law Review (hier te lezen) telde dat het Supreme Court in de periode 2000-2010 in 225 rechtszaken maar liefst 295 keer het woordenboek raadpleegde om woorden en begrippen te definiëren. In de jaren 1960-1970 was dat het geval voor 23 woorden in 16 zaken… Vorig jaar werd in maar liefst 20% van de zaken die aan het Supreme Court werden voorgelegd, het woordenboek ingekeken! (lees hier). “Het” woordenboek, dáár wringt ‘m nu juist de schoen! Want Gordon Christy van de Mississippi College School of Law merkt (terecht) op: “We are treated to the truly absurd spectacle of august justices and judges arguing over which unreliable dictionary and which unreliable dictionary definition should be deemed authoritative.” 

Het is namelijk maar de vraag in hoeverre woordenboeken een objectieve uitleg geven van de woorden die worden opgezocht. Bovendien maakt het nogal wat uit wélk woordenboek uit wélk jaar wordt gebruikt. Jesse Sheidlower, hoofdredacteur van de Oxford English Dictionary, merkt op dat het niet moeilijk is om in woordenboeken een betekenis te vinden die juist wel of juist niet de nuance accentueert waar juristen naar op zoek zijn.  De betekenis van ‘marriage’, zoals vastgelegd in woordenboeken, heeft bijv. een belangrijke rol gespeeld in zaken rond het homohuwelijk (U.S. v. Windsor);  de federale definitie (die vaak verbluffend overeenkwam met de beschrijving in bijna alle woordenboeken…) van marriage als a legal union between one man and one woman heeft veel juridisch getouwtrek veroorzaakt…

Een korte blik op uitspraken door Nederlandse rechtbanken leert ons dat het woordenboek door allerlei partijen te pas en te onpas wordt ingezet als juridische ammunitie (ook bekend onder de noemer “grammaticale interpretatiemethode”). Grappig genoeg echter: onder “het” woordenboek wordt vrijwel altijd de Van Dale verstaan (soms met het omineuze bijvoegsel het-groot-woordenboek-der-Nederlandse-taal).  Andere woordenboeken bestaan niet in het juridische heelal: nergens een Koenen, noch een Kramers, een Prisma of zelfs een Summa te bespeuren. Terwijl dat er toch vaak terdege toe kan doen…

Vorige maand nog oordeelde de rechtbank Overijssel dat de gemeente Steenwijk de omgevingsvergunning voor de bouw van een hypermarkt in Steenwijk terecht heeft verleend: er zijn geen aanwijzingen dat “de hypermarkt een winkelcentrum wordt”. De gemeente volgde de omschrijving uit de Van Dale: “supermarkt met het assortiment van een warenhuis”.  De rechtbank ziet geen aanwijzingen dat de hypermarkt niet zal voldoen aan deze omschrijving….  (ECLI:NL:RBOVE:2014:1630). En wat nou als Koenen, of Kramers (etc) een andere omschrijving hadden gegeven? Of erger nog… wat als het hele woord niet (of nóg niet) in een woordenboek had gestaan? Zoals bijvoorbeeld de beruchte zaak uit 2009 over het gebruikte woord “blog” in een Belgische zaak? (lees hier verder)

Wie heeft trouwens ooit bedacht dat het de Van Dale (met of zonder “Groot Woordenboek der Nederlandse Taal”) moet zijn als ultieme autoriteit op dit gebied? Hoogstwaarschijnlijk  de marketingafdeling van Van Dale, die er in is geslaagd Van Dale synoniem te maken met ‘woordenboek’ (net zoals het de marketingafdelingen van Asperine, Hoover, Xerox, Cellofaan etc. ook gelukt is met hun producten) .

De schrijvers van het Marquette Law Review artikel stellen dat rechters nooit precies uit de doeken doen waarom ze precies specifiek dát woordenboek gebruikten bij hun oordelen. Ze sluiten af met een pleidooi voor een richtlijn “wanneer en hoe welk specifiek woordenboek te gebruiken en hoe een woordenboekendefinitie te interpreteren”. Misschien moeten we dat in Nederland ook maar eens gaan doen.

Nóg beter is natuurlijk woordenboeken helemaal te vermijden. Supreme Court rechters Oliver Wendell Holmes Jr., Benjamin N. Cardozo en Louis D. Brandeis slaagden er in hun hele carrière in nooit ook maar één woordenboek te citeren. Judge Learned Hand (wiens wijze woorden we al eerder zijn tegengekomen in deze blog) merkte in 1945 al op: “It is one of the surest indexes of a mature and developed jurisprudence not to make a fortress out of the dictionary, but to remember that statutes always have some purpose or object to accomplish, whose sympathetic and imaginative discovery is the surest guide to their meaning.” (lees hier). 

Ps:
Over Xerox en de betekenis van woorden gesproken… Alsof de duivel ermee speelt, maar een dag nadat ik dit schreef, verscheen het volgende item op de NRC-site (klik hier).  Klassiek en écht gebeurd! Ik bedoel maar…

What’s in a word? (6)

image003“Vermenging” in Nederlands en Engels goederenrecht.

Een collega vroeg me onlangs of ik voor haar een Engelse vertaling van een pandakte wilde maken. Ze was er zelf aan begonnen maar  raakte langzaam maar zeker really and totally freaked out. Nu kende ik haar als iemand die niet snel van haar stuk te brengen was, maar toen ik het stuk zag kon ik me wel iets voorstellen bij haar gemoedstoestand…

Een jurist ziet een pandakte als de bron van afspraken over het pandrecht. Dat betekent dus veel uitweidingen over het goed en wat daar zoal mee kan gebeuren in juridische zin. Veel goederenrecht dus. Voor een vertaler echter is zo’n pandakte een verzameling termen met een al dan niet wettelijke definitie en een hoog abstractiegehalte. Normaalgesproken een feest voor een vertaler!

Maar na een uur of wat was mijn oorspronkelijke enthousiasme redelijk bekoeld. De reden was dat de strategie die ik vaak het eerste toepas, namelijk zoeken naar Engelse equivalenten aan de hand van rechtsvergelijking, in dit geval werkelijk helemaal niets opleverde. En tegen die tijd was mij ook duidelijk geworden hoe dat kwam: het goederenrecht van de common law heeft zo’n afwijkende ontwikkeling doorgemaakt in vergelijking met het continentale goederenrecht dat er weinig hoop was op een vertaling. Er viel simpelweg niets te vergelijken.

Terug bij af dus. In een uiterste poging om een vertaling te vinden voor ‘vermenging’ (artikel 5:15 BW) raadpleegde ik de Grote Van Dale voor vertalers. Nu moeten de vertalingen van juridische termen in deze Van Dale met groot wantrouwen worden bekeken. Meestal is het op het eerste gezicht al duidelijk dat er iets niet klopt, want zo is het onderscheid tussen privaatrecht en strafrecht nog niet helemaal aangekomen bij deze woordenboekmakers. Maar als je daar rekening mee houdt (en dus verder zoekt) kan het boek nuttig zijn want heel soms staat er iets in dat je verder brengt. Specification stond er achter ‘vermenging’. Verder zoeken dus, alleen in geen enkel Engels-Engels woordenboek vond ik een bevestiging want het hele woord stond er niet eens in. Zelfs niet iets dat er op leek.

En ineens viel het kwartje: dit was Latijn want eigenlijk stond hier specificatio! Good old Kaser-Wubbe bevestigde deze stelling en daar stonden ze: de Latijnse benamingen voor ons goederenrecht. Meer dan 2000 jaar oud, maar nog steeds van belang als aanvulling op het Engels. De lingua franca van vroeger als aanvulling op de lingua franca van nu.

Sindsdien vertaal ik, bij wijze van spreken, fluitend goederenrechtelijke documenten. Hypotheekaktes, pandaktes, huwelijkse voorwaarden, heerlijk. Deze Romeinsrechtelijke oplossing geeft richting aan het zoeken, doch dit neemt niet weg dat je altijd kritisch moet blijven. Maar er is in ieder geval geen reden voor paniek. Alles kan vertaald worden, en elk rechtsgebied vraagt een andere strategie. En de verschillen met de common law en het goederenrecht? Daar gaan we het een andere keer nog eens over hebben.

Antoinette Dop.

What’s in a word? (5)

… if an extension to close is not requested and it did not close by the agreed upon date, then the contract becomes null and void. Zinssnedes van dergelijke strekking lees je vaak in Engelstalige contracten. Maar wat betekent dat eigenlijk? “Null and void”? Is dat niet hetzelfde? En als dat zo is, waarom dan die herhaling met twee verschillende woorden? Overbodig en (alweer) een voorbeeld van het door ons zo verfoeide Legalese?

Eerst dan maar even een kort geschiedenislesje: terug naar Engeland in de Middeleeuwen. In 1066 kreeg Engeland na de Normandische invasie een Franssprekende koning (en hofhouding) en een Normandisch rechtssysteem (het Common Law-systeem). De taal  van  de rechtsspraak werd Frans (en/of Latijn). Het duurde tot 1363 voordat het parlement weer geopend werd in de oorspronkelijke landstaal.

Tegen die tijd kwam het Engels ook weer langzaam maar zeker in zwang in de rechtspraktijk. Alleen… de Normandiërs hadden naast hun taal óók hun rechtssysteem meegenomen (het gewoonte-recht, dat ontstaat uit wat men gebruikelijk acht en voor een groot deel leunt op eerdere uitspraken, in dit geval dus uitspraken in het Frans/Latijn…). Na zo’n 300 jaar Frans gebruikt te hebben, waren juristen niet helemaal zeker meer van de betekenis van de woorden die hen ter beschikking stonden. En om maar liever 100% zeker van hun zaakjes te zijn en om hun clientèle (en hun eigen broodwinning…) te beschermen, ontstond de gewoonte om Engelse synoniemen aan Franse begrippen te koppelen (of andersom) en koos men voor twee of drie woorden uit verschillende talen: (Engels/Frans/Latijn); “Mr Johnson shall not [do something] in any shape or form”, waarbij shape een Germaanse stam heeft en form uit het Latijn stemt. Het betekent echter precies hetzelfde… Naar verloop van tijd “vergat” men hoogstwaarschijnlijk waarom ze al die overbodigheden opschreven en men besloot deze “broekriem-en-bretels-methode” te blijven toepassen. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat er na verloop van tijd zó veel vonnissen waren geveld met al die dubbele synoniemen, dat men er onder het motto if it ain’t broke, don’t fix it niet meer vanaf kon.

Ondertussen zitten we er maar mooi mee en is het een stilistische karakteristiek van Legal English geworden. Uitdrukkingen als breaking and entering (Engels/Frans), fit and proper (Engels/Frans), lands and tenements (Engels/Frans), will and testament (Engels/Latijn), heirs and assigns (Engels/Frans), acknowledge and confess (Engels/Latijn), law and order (Engels/Frans) of terms and conditions zijn schering en inslag in juridische documenten in het Engels. Soms zelfs Engels/Engels: let and hindrance, have and hold en, inderdaad: null and void.

Hoewel wij null and void vaak als “nietig verklaren” of “ongeldig verklaren” zouden vertalen, komt ons “van nul en generlei waarde” tamelijk dicht in de buurt. Ook een schijnbaar overbodige dubbelheid… Het vervelende is eigenlijk dat niet twee woorden ooit perfecte synoniemen van elkaar zijn, en al helemaal niet als die woorden worden gebruikt in binnen een bepaald frame, of register; in dit geval een juridisch frame/register. Juridisch taalgebruik streeft naar absolute duidelijkheid, de breedst mogelijke dekking en de minst mogelijke verwarring. Het gebruik van “dubbele bijna-synoniemen” is typisch iets voor bretels-en-broekriemmannen (of pil-en-condoomvrouwen), én voor juristen…

Maar null and void bestaat (net zoals als die andere dubbele bijna-synoniemen hierboven); het zijn versteende uitdrukkingen. Een tekst wordt er langer en ingewikkelder en onbegrijpelijker van. Opnieuw: collega-juristen zullen er geen moeite mee hebben, maar juridisch niet-onderlegden misschien wel. Blijf dus altijd in het achterhoofd houden voor wie u uw teksten schrijft! (En vergeet de niet-Engelstalige juristen niet, die uw Engelse tekst wellicht óók moeten lezen….).

PS:
Juristen zouden juristen niet zijn als ze niet achteraf kunnen beargumenteren dat er wel degelijk een verschil is tussen null en void… Volgens sommige tekst-exegeten verwijst null naar het verleden (en betekent het oordeel “alsof het er nooit is geweest”) en kijkt void naar de toekomst (om te verzekeren dat het vanaf het oordeel “geen enkele invloed meer heeft”). Tsja…

What’s in a word? (4)

image003Shall (deel 2 van 2)

Vorige keer hadden we het over het gebruik van shall. We sloten toen af met het advies om het woord domweg te vermijden omdat er zoveel verschillende betekenissen zijn. Maar wat voor alternatieven zijn er eigenlijk?

Juristen in de Engelssprekende wereld hebben hier twee oplossingen voor bedacht. Amerikaanse juristen hebben de Amerikaanse regel ontworpen die erop neerkomt dat shall alleen gebruikt mag worden in de betekenis van ‘de verplichting hebben om’; andere betekenissen zoals ‘het recht hebben om’, dienen te worden omschreven met to be entitled to of een ander woord in de tegenwoordige tijd. Zoals iedere ‘regel’ heeft dit echter ook nadelen. Eén daarvan is dat je je kunt afvragen of je een woord dat eigenlijk de toekomende tijd uitdrukt, in een contract moet gebruiken als het niet naar de toekomst verwijst.

Juristen uit Australië, Groot Brittannië en Canada hebben daarom een alternatief bedacht dat shall helemaal in de ban doet, de zgn. ABC regel. De toepassing van deze regel leidt tot het gebruik van woorden als (simpelweg) is, maar ook must en may en tevens will als daarmee naar een neutrale toekomst wordt verwezen. Deze regel wordt ook steeds meer door Amerikaanse juristen toegepast en de Plain English Movement is eveneens een groot voorstander.

Dit is niet de plek om in te gaan op de details maar het moge duidelijk zijn dat iedere
training
Legal English de alternatieven voor het gebruik van shall moet behandelen. Dit moet dan aan de orde komen in het kader van de verschillende manieren waarop een
verplichting of toestemming (of gebrek daaraan) in het Engels kan worden uitgedrukt. Dat kan heel subtiel in het Engels:
must kan bijvoorbeeld vooral gebruikt worden om de
verplichtingen van de klant aan te geven, terwijl
will meer geschikt is voor de
verplichtingen van de partij die het contract opgesteld heeft.

Een voorbeeldje uit de praktijk (een voorwaarde uit een commercieel huurcontract): ‘The premises shall be used by the tenant for general office purposes and for no other purposes’. Wat betekent shall hier? Is de huurder nu verplicht om het pand als kantoor te gebruiken of mag hij het alleen de bestemming geven van algemeen kantoorgebruik? Om eindeloos
juridisch gehaarkloof te voorkomen, zouden we aan de hand van de ABC regel deze voorwaarde kunnen herschrijven als:

  • The tenant must use the premises for general  office purposes
  • The tenant may use the premises only for general office purposes.

Zelf eens proberen? Vervang shall door must, may, will of is in de volgende zinnen:

  1. X shall be entitled to receive an annual fee in accordance with standard charges for services.
  2. The sender shall have fully complied with the requirement to send notice when the sender obtains electronic confirmation.
  3. Each member shall have the right to sell, give or bequeath all or any part of his membership interest to any other member without restriction of any kind.

What’s in a word? (3)

Shall (deel 1 van 2)

Er zijn maar weinig woorden die binnen juridisch Engels zo’n verhitte discussie uitlokken als het (gebruik van het) woord shall. De Engelssprekende juridische wereld valt in twee delen uiteen: enerzijds juristen die met shall strooien als pepernoten en anderzijds juristen die dat woord vermijden als de pest… We zullen er twee blogs aan wijden; in deze blog: Wat is het probleem?, in de volgende blog: Wat is de oplossing?

Hoe zat het ook alweer?

  • In ‘normaal’, dwz. niet-juridisch, Engels is shall een toekomende tijd. Het woord wordt uitsluitend gebruikt in de eerste persoon enkelvoud en de eerste persoon meervoud, ofwel: I en we. (Engelse) taalpuristen zeggen dus: “I shall go to X tomorrow” en “He will go to X tomorrow”. Voor de meeste Engelssprekenden echter is dit onderscheid al lang verdwenen; “I will go to X tomorrow” is gebruikelijker dan het als archaïsch beschouwde ‘shall‘.
  • In juridisch Engels wordt shall vaak (en nog vaker tot in het oneindige…) gebruikt in contracten. En in deze context kan shall  volgens het gezaghebbende Black’s Law Dictionary een van de volgende vijf betekenissen hebben:

Shall (verb):

  1. Has a duty to; more broadly, is required to… (als in: The requester shall send notice)
  2. Should (as often interpreted by courts)… (als in: All claimants shall request mediation)
  3. May… (als in: No person shall enter the building without first signing the roster)
  4. Will (as a future tense verb)… (als in: The corporation shall have a period of 30 days to object)
  5. Is entitled to… (als in: Party X shall be reimbursed for all expenses)

Wat is dus het probleem met shall? Kort samengevat, en wel in oplopende graad van serieusheid van het probleem:

  • Als shall al in de niet-juridische wereld als ouderwets wordt beschouwd en zelden of nooit meer wordt gezien, waarom dan in juridisch taalgebruik daar zo hardnekkig aan vast blijven houden? (waar je dus tegenin kan brengen dat als je ouderwets, conservatief en oubollig gevonden wilt worden, je dat immers helemaal zelf moet weten…).
  • Waarom zou er een verschil moeten zijn tussen niet-juridisch Engels en juridisch Engels? Is er nu ook al een aparte grammatica voor juridisch Engels? Zorgt dat niet juist voor een nóg grotere afstand tussen de juridische wereld en de ‘echte’ wereld? En is het niet de bedoeling dat (niet-literaire) teksten (juridisch of anderszins) zo begrijpelijk mogelijk zijn? (waar je dus tegenin kan brengen dat als je voor andere juristen schrijft dat geen probleem hoeft te zijn…).

maar dan komt probleem nummer drie tevoorschijn:

  • Als shall zoveel betekenissen kan hebben (zie Black’s, hierboven), schept shall,  juíst door zijn meervoudige betekenis, ambiguïteit en daarmee wordt de mogelijkheid tot geschillen aanzienlijk vergroot. En worden juristen niet juist betaald om geschillen op te lossen, en niet om nog meer geschillen creëren? Daarbij komt dan nog de extra complicatie dat niet-moedertaalsprekers (waaronder dus Nederlandse juristen die in het Engels schrijven!) vaak niet aanvoelen wat shall precies in een bepaalde context betekent (of liever gezegd: kán betekenen…).

Vandaar dan ook dat Bryan Garner (hoofdredacteur van Black’s Law Dictionary) zijn lemma over shall afsluit met een vilein “Only sense 1 is acceptable under strict standards of drafting”.

Wij zeggen: probeer shall te vermijden… De échte bestrijders van shall voeren een ware kruistocht tegen het woord: Thou shall never use shall! Maar wat zou je dan wél kunnen gebruiken? Daarover in de volgende blog…

Wij wensen de lezers van de Branch Out Legal English Blog uitstekende Kerstdagen en een nog uitstekender Oud en Nieuw. De volgende blog verschijnt op 6 januari 2014!

 

What’s in a word? (2)

image003Vorige week hadden we het over de juiste Engelse benaming van “advocaat” (in What’s in a word? 1) Zoals gezegd: Attorney-at-law, barrister en solicitor (als mogelijke vertalingen van advocaat) verwijzen naar buitenlandse rechtssystemen waarin dus ook de functieomschrijving van deze juristen is bepaald. Alleen daarom al voldoen ze niet als omschrijving van Nederlandse juridische functionarissen. Gelukkig schrikken de meeste (Nederlandse) advocaten ervoor terug om zich barrister of solicitor te presenteren. De woorden voelen ‘te Brits’ aan (dat komt ervan als je al die rechtbankseries kijkt…) en ergens hebben ze ook nog wel een idee van een niet vergelijkbaar takenpakket.

Diezelfde advocaten hebben vaak echter geen moeite met attorney-at-law terwijl daar eigenlijk precies hetzelfde voor geldt. Een Amerikaanse attorney-at-law oefent zijn beroep uit in de Verenigde Staten en het Amerikaanse recht bepaalt ook zijn bevoegdheden. Als een advocaat zich hier in Nederland een attorney-at-law noemt, suggereert hij dat hij óók bijv. testamenten opstelt. En hoe moet een (Engelstalige) klant nu weten dat daarvoor dan juist weer een notaris (=civil law notary) in de arm moet worden genomen? En als je, met recht, jezelf geen barrister of solicitor wilt noemen omdat dat juridisch onjuist is, waarom dan wel attorney-at-law?

Terwijl het eigenlijk zo eenvoudig is: neem het Nederlands recht en de Nederlandse situatie als uitgangspunt. Noem jezelf advocate en iedereen weet waar je het over hebt. Dit woord is een gebruikelijke term die in het Engelse recht wordt gebruikt voor mensen (inderdaad: meestal barristers of solicitors, maar niet noodzakelijkerwijs!!!) die bevoegd zijn om in de rechtbank het woord te doen. Nu is deze definitie voor ons niet direct relevant (wij gingen immers uit van het Nederlandse recht), maar hiermee wordt wel aangegeven dat deze term in een juridisch context niet misstaat.

En lawyer dan? Ook dit begrip wordt anders gedefinieerd afhankelijk van de jurisdictie van de betrokkene. Volgens Black’s law dictionary is een lawyer : “a person learned in the law; as an attorney, counsel or solicitor; a person who is practicing law”. Wat deze definitie in ieder geval duidelijk maakt, is dat lawyer (net als het Nederlandse ‘jurist’) een soort containerbegrip is waaronder allerlei soorten juridische beroepsbeoefenaren kunnen worden geschaard. De ene lawyer is de andere niet dus hebben we ook nog personal injury lawyers (letselschadeadvocaten), corporate lawyers (bedrijfsjuristen, en dus -grappig en veelzeggend genoeg- NIÉT bedrijfsadvocaten) en crimininal defence lawyers (die in de VS dan weer criminal defense lawyers heten, met een S…) die wij strafrechtadvocaten zouden noemen.

Om de verwarring nog ietsje groter te maken, zou je ook nog het Engelse jurist kunnen gebruiken. Dit lijkt erg op wat wij in Nederland ‘juristen’ noemen (dus afgestudeerden aan de universiteit, mensen die vroeger een mr. titel kregen), maar dit is een typsiche false friend. Een jurist (in het Engels)  is namelijk niet een praktijkjurist, maar eerder iemand die zich op een universiteit bezig houdt met het bestuderen en analyseren van het recht en nadrukkelijk niet met de praktische toepassingen van het recht.  In het Amerikaans-Engels is het zelfs niet eens noodzakelijk dat een jurist rechten gestudeerd heeft, hoewel dat in veel gevallen wel handig zal zijn. In de VS wordt de term vooral veel gebruikt voor rechters, ongeacht het niveau waarop zij rechtspreken.

En dan bestaat er natuurlijk ook nog een diersoort dat “notaris” heet. Hierover in een latere blog meer!

 

What’s in a word? (1)

image003In toekomstige edities van de Branch Out Legal English Blog zal mr. Antoinette Dop (zie hiernaast onder “Schrijvers van deze blog” of klik op het Ad Lexis-logo) af en toe uitweiden over mogelijke Engelse equivalenten van sommige Nederlandse juridische begrippen. Er zijn veel obstakels te overwinnen als je in het Engels over Nederlandse juridische situaties communiceert. Obstakels die vooral te maken met verschillende rechtssystemen (ofwel: common law en civil law).

Om maar eens voorbeeld te geven: hoe noemt u zichzelf eigenlijk in het Engels?

De meeste Nederlandse juristen zullen zichzelf niet presenteren als barrister of sollicitor en daar zijn goede redenen voor. Deze namen zijn immers vooral relevant voor juristen die werkzaam zijn in de praktijk van sommige common law rechtsgebieden (waar het split profession wordt genoemd), en Japan. Het komt erop neer dat barristers uitsluitend optreden als advocaat bij hogere rechters en beschikbaar zijn voor het geven van legal opinions. Iedereen die wel eens een Britse rechtbankserie heeft gezien, herkent ze meteen: ze dossen zich uit met een pruik en een toga als ze aan het werk zijn.

Sollicitors daarentegen zijn attorneys, en dat betekent dat zij hun cliënt vertegenwoordigen (in tegenstelling tot de barrister) en ook namens hem optreden. Zij zijn daarom altijd aanwezig als een cliënt de  barrister instrueert en kunnen verder ook nog op de achtergrond bij een zaak betrokken zijn bij het voorbereiden van het bewijs of het treffen van een schikking. Sollicitors kunnen echter ook namens hun cliënt een deal sluiten, een contract tekenen of optreden bij de lagere rechtbanken. In Engeland en Wales zijn ze ook betrokken bij onroerendgoedtransacties, het opstellen van testamenten en het creëren van trusts.

Attorney is een woord dat veel Nederlandse juristen wel kennen in de combinatie power of attorney dat vaak wordt gebruikt als onjuiste vertaling van volmacht (maar daarover een andere keer meer). Er wordt ook gesproken van attorney-at-law of attorney at law (Amerikaanse spelling). In de Verenigde Staten worden de juristen die optreden in rechtbanken attorney-at-law genoemd. Deze juristen kunnen echter ook betrokken zijn bij het opstellen van testamenten, de opzet van trusts en de overdracht van onroerend goed.

Het zal de lezer ondertussen duidelijk zijn dat een Nederlandse jurist geen barrister of sollicitor is. Maar hoe moet die zichzelf dan noemen? Attorney-at-law misschien? Maar daaraan kleven dezelfde bezwaren. Een volgende keer meer.