Clarity (23)

We kunnen nu wel met z’n allen doen alsof Engels dé taal is waarin internationale
contracten en overeenkomsten worden opgesteld (en vervolgens: getekend), de
werkelijkheid is toch een beetje weerbarstiger. Volgens Werner Melis , het hoofd van de Oostenrijkse tak van het International Court of Arbitration: As an administrator of
international arbitrations, I am always surprised to see how many arbitration clauses are pathological, to an extent that there is a great risk that a court might consider them invalid. In my experience, almost 50 per cent of the clauses submitted before our Centre are to a
certain degree defective
(hier te lezen). Een groot gedeelte van die almost 50 per cent ligt,
zijns inziens, aan het Engels (of, gezien Frans de andere officiële taal van van het ICA is, het Frans, maar… enz.).

De bedoeling van het International Court of Arbitration is natuurlijk om geschillen bij te leggen, niet om nieuwe geschillen na een uitspraak te laten ontstaan. Als voorbeeld kan ik hier geven dat het ICC Hof voor Arbitrage (zoals het International Court of Arbitration in Nederland heet) in 1990 in een uitspraak schreef: The Board of Arbitration shall take as base the provisions of this Contract and Turkish Laws in force (zoals was afgesproken tussen een Fins en een Turks bedrijf). Alleen kwamen de Finnen er pas na de uitspraak achter dat de Turkish Laws (meervoud) uitgelegd waren als zijnde betrekking hebbend op zowel
materieel recht alsmede procesrecht. En dat was nou juist niet weer de bedoeling, met een nieuw (maar nu “echt”) proces als gevolg.

Het staat de partijen in internationale arbitratie vrij om een taal te kiezen (en de gekozen taal heeft dan natuurlijk ook invloed op de gekozen rechters, het gekozen (lands)recht etc.), maar Engels voert natuurlijk de boventoon.  Het Hof van Arbitrage staat onder leiding van het ICC, de International Chamber of Commerce. Het ICC heeft meer dan 6 miljoen leden in meer dan 100 landen. En hoewel de meeste van die landen een vertaling van de regels hebben op hun website (bijv. hier voor de Nederlandse) blijft het bij een vertaling. Gezaghebbend (dwz. wettelijk-bindend) in internationale arbitratie blijft alléén de Engelse versie (en, vooruit dan maar: de Franse, dus).

Dat is misschien niet zo moeilijk in “alledaags” Engels (hoewel Finnen en Turken daar wellicht anders over denken) maar, vooral gezien de financiële belangen en consequenties, kan dat voor “juridisch” Engels verstrekkende gevolgen hebben. Vertalers worden daarom altijd aangeraden om juridische terminologie (de zgn. Terms of Art) zo neutraal mogelijk te vertalen met altijd de juridische concepten van de brontaal (= de te vertalen taal) in gedachten. Als dat niet mogelijk is, dan het originele woord in de brontaal tussen haakjes te laten staan.

Een stuk ingewikkelder nog, ligt het bij woorden die, binnen één en dezelfde taal (Engels, voor het gemak) in een “juridische context” een andere betekenis hebben dan in een “alledaagse context”. Het Engelse woord shall is hier weer een goed voorbeeld. Voor
moedertaal Engelssprekenden met een juridische achtergrond is shall niet ambigu; het betekent een bindende verplichting (an obligation). Voor moedertaal Engelssprekenden  zónder juridische achtergrond echter, is shall een toekomende tijd. Volgens common law-regels spreekt een wet, een contract, een overeenkomst etc. alléén in de tegenwoordige tijd. Verleden en toekomende tijden kunnen in principe niet worden gebruikt. Heel anders dus dan civil law-gewoontes. Het Spaans heeft hier een mooie oplossing voor: de futuro legislativo, maar andere talen helaas weer niet.

Dit alles om te laten zien het ene woord of het ene ‘concept’ niet zo maar één-op-één naar een andere taal valt om te zetten. Een, in ongetwijfeld alle onschuld, opgeschreven meervoudsvorm (law tegenover lawS) kán een heel andere betekenis hebben; shall kán (zelfs binnen één en dezelfde taal) een andere betekenis hebben; in sommige talen bestaat er een groot verschil tussen mannelijke en vrouwelijke woorden; in weer andere talen en zo zijn er nog tientallen andere voorbeelden te geven.

“Lees maar, er staat niet wat er staat”, schreef de dichter Martinus Nijhoff in 1934.