Clarity (28)

Ambiguïteit, daar hadden we het vorige week over. Ambiguïteit maakt het mogelijk om aan een tekst uiteenlopende betekenissen toe te kennen. En, tenzij je als (bedrijfs)jurist graag dagenlang in rechtbanken zit, dient ambiguïteit in juridische teksten (wetten, contracten, testamenten etc.) zo veel mogelijk voorkomen te worden. Dit geldt in het Anglo-Amerikaanse (common law-)systeem misschien nog wel meer dan in het continentaal
Europese (civil law-)systeem. De zgn. “Letter van de Wet” (de overeenkomst, het contract etc.) is in het common law-systeem een stuk belangrijker dan de “Geest van de Wet” zoals in het civil law-systeem (lees ook bijv. hier)

Dat hardnekkig vasthouden aan die Letter vinden die Engelstaligen eigenlijk af en toe ook wel een beetje lastig. En daarom hebben ze besloten dat zelfs het woord “ambigu” ambigu is; in de Engelstalige rechtspraak bestaan er derhalve twee soorten ambiguity, te weten:
latent ambiguity en patent ambiguity.

Latent ambiguity is de onduidelijkheid in een contract die kan ontstaan doordat een woord meerdere betekenissen kan hebben, of als er ergens (onbedoeld) een foutje gemaakt is. Rechters, die normaalgesproken in het Anglo-Amerikaanse systeem alleen de letterlijke woorden in een contract (mogen) volgen, kunnen in dergelijke gevallen externe
bewijsstukken toelaten (extrinsic evidence, lees hier meer over). Ook is het stempeltje
latent ambiguity handig als er typfoutjes staan in contracten, of als er bijv. to my cousin, John staat in testamenten, maar er zijn twee cousins die John heten. De context kan dan uitmaken wat de typefout is en welke cousin John de gelukkige is.

Veel vervelender, echter, is het verschijnsel patent ambiguity. Patent ambiguity kan een contract ongeldig maken, er kan geen extrinsic evidence worden toegelaten, dus een rechter kan alleen afgaan op de tekst zélf. Normaalgesproken oordeelt een (in ieder geval Anglo-Amerikaanse) rechter in het nadeel van degene die het contract heeft opgesteld. Patent ambiguity kan namelijk ook met (misschien ook wel enigszins kwade) opzet in een contract zijn verwerkt, of anders kan een contract zó ingewikkeld zijn geschreven dat de gedupeerde tegenpartij het niet begrepen kán hebben.

Opvallend genoeg gaan dergelijke rechtszaken vaak om (al dan niet vermeend) juridisch woordgebruik. Hereby, hereafter, herewith, herein bijvoorbeeld; ontelbare rechtszaken zijn er gevoerd over wáár dan wel precies bij, of wáár dan wel precies mee. Of over and/or, want wáár dan “en”? en waar dan “of”?  Of over aforesaid. Of over at anytime hertofore. De lijst met woorden die een contract, of welk juridisch stuk dan ook, patent ambiguous
kunnen maken, en dus rijp voor een rechtszaak, is eindeloos.

Veel taalkundigen menen dat taal, en daarmee wordt “natuurlijke” taal bedoeld, niet
anders kán zijn dan ambigu. Juristen zijn daarom niet te benijden. “Rechtstaal”, de taal zoals die wordt gebruikt als juridisch instrument valt vaak niet samen met de taal zoals die wordt gebruikt in het dagelijks leven. Veel begrippen hebben in het dagelijks
spraakgebruik geen strikt afgebakende betekenis. In het technisch-juridisch taalgebruik is dat echter soms noodzakelijk. De Zwitserse taalkundige Kurt Baldinger schreef: We should pity jurists, who, making use of ordinary language, have to draw precise borders. From the viewpoint of language theory, this is impossible: yet,(…) guilty-innocent depends on such a limiting of reality.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *