Clarity (38)

Eén van minst gebruikte leestekens in juridische stukken moet wel het uitroepteken zijn. Uitroeptekens voegen namelijk emotie toe aan teksten, en de algemene gedachte is wel dat emoties in legal writing zoveel mogelijk uitgebannen dienen te worden.

Nu hebben leestekens het sowieso al altijd moeilijk gehad in, met name, Engelstalige
juridische stukken. Het geloof onder advocaten, rechters en wetgevers in common law-jurisdicties was dat bij het opstellen van contracten, uitspraken en wetten de interpunctie onbelangrijk was; de betekenis van juridische documenten moet worden bepaald aan de hand van de woorden in het document en hun context in plaats van aan de hand van interpunctie. Bij het opstellen van juridische teksten werd daarom weinig of zelfs helemaal geen interpunctie gebruikt. Dit maakte de meeste juridische teksten uiterst moeilijk
leesbaar en vaak zeer dubbelzinnig.

Nog steeds is de juridische wereld spaarzaam met punten, komma’s, dubbele punten,
puntkomma’s etc., maar het exclamation mark (of exclamation point, zoals het teken in Amerikaans-Engels heet) komt er wel heel bekaaid vanaf. Vooral Amerikaanse rechters hebben er iets tegen. Het Illinois Appellate Court vond dat repeated use of exclamation points at the end of sentences […] are not appropriate for inclusion in an appellate brief (In Re Marriage of Sykes, 596). Het Texas Appeals Court berispte een rechter die in zijn vonnis schreef: The answer to the question is yes!, met een duidelijk: The exclamation point should not have been used and such use should be avoided in the future. (Grappig genoeg, typisch een zinnetje dat zou moeten eindigen met een uitroepteken, maar goed…)

Dit komt allemaal overeen met de bevindingen in het onderzoek The Role of Emotional Language in Briefs Before the U.S. Supreme Court. Partijen, zo wijst dit onderzoek uit, die minder emotionele taal in hun processtukken gebruiken, vergroten duidelijk hun geloofwaardigheid en hebben veel meer kans om de rechter aan hun kant te krijgen door afgemeten, objectieve taal te gebruiken. En daar horen uitroeptekens zeker niet bij.

Het feit dat geschreven tekst in common law-jurisdicties zo belangrijk is, stelt diezelfde common law-jurisdicties vaak nu nog voor problemen. Toen wetten en contracten door middeleeuwse advocaten nog met de hand werden geschreven en door kopiisten werden vermenigvuldigd, was een overschrijffoutje snel gemaakt, en welke “letter van de wet” moet dan worden gevolgd? Dat is waarschijnlijk nóg een reden waarom er zo weinig
mogelijk van leestekens gebruik werd gemaakt. Als case law (één van de pijlers van het common law-systeem) zo belangrijk is, kan bijvoorbeeld een, al dan niet goed overgeschreven, komma meer of minder in een bepaalde clausule in een contract een wereld van verschil maken.

Voor een jurisdictie die zo erg op tekst leunt, is het verder verbazingwekkend dat men maar nauwelijks bekijkt wat de invloed is van de beschikbare techniek om die tekst te (re)produceren. Uitroeptekens zijn een manier om extra aandacht te vragen, maar daar zijn met de opkomst van de schrijfmachine ook  andere manieren voor gekomen. HOOFDLETTERS, bijvoorbeeld, of onderstrepingen. Aardig is hier om te vermelden dat het een hele lange tijd heeft geduurd voordat het uitroepteken überhaupt op het toetsenbord van een schrijfmachine verscheen. Nog in 1973 legde D.H. Whalen in het hoofdstuk Typing Other Than Letters in  het onvolprezen The Secretary’s Handbook uit hoe je een uitroepteken moest typen (namelijk door eerst de accenttoets in te drukken, dan een spatie terug te gaan en vervolgens een punt te typen). En met de komst van de
tekstverwerker en Word (en aanverwante) werd het mogelijk om ook extra aandacht te
vragen door woorden en zinnen dikgedrukt of cursief te maken.

Het mooie is: aan al die verschillende manieren werd als bij toverslag ook een juridische “betekenis” vastgeplakt. Zo vereisen bijvoorbeeld de Arizona Revised Statutes dat bepaalde woorden in contracten in DIKGEDRUKTE HOOFDLETTERS worden weergegeven, en heeft eigenlijk iedere Amerikaanse staat weer andere regels…

Een ironische speling van het lot is dan weer dat volgens de algemeen aanvaarde theorie het uitroepteken juist te danken is aan die middeleeuwse advocaten en kopiisten; zij beëindigden zinnen soms met het Latijnse woord ”io” (=vreugde of hoera) als lofuiting of bewondering. De o werd wat kleiner en eindigde tenslotte onder de i die zijn uiteindelijk z’n puntje verloor.

 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *