Conciseness (4)

Ilogon de vorige blog over het Anglo-Amerikaanse contractenrecht (hier nog eens te lezen) is besproken dat er in de common law andere regels voor het opstellen en interpreteren van contracten zijn dan in het Nederlandse recht. Waar het Nederlandse recht algemene, wettelijke bepalingen kent ten aanzien van het contracteren, heeft het Anglo-Amerikaanse recht die niet. De enige regels die gelden, zijn de afspraken die in het contract zélf zijn opgenomen; contractpartijen dienen dus alles wat ze van belang achten in hun contract te zetten, ze kunnen niet of nauwelijks terugvallen op algemene regels[1]. Bij een geschil kan de (Anglo-Amerikaanse) rechter dan ook slechts overwegen wat partijen in hun contract zijn overeengekomen; hij toetst het contract niet aan algemene regels en óók niet aan het beginsel van de redelijkheid en de billijkheid. Haviltexen is er al helemaal niet bij – dan gaat het immers over zaken die niet expliciet in het contract zijn opgenomen.

Het begint er op te lijken dat Anglo-Amerikaanse, commerciële contracten standaard gaan worden (zelfs tussen Nederlandse partijen!) – uiteraard met als toevoeging: This contract will be governed by the laws of the Netherlands. Gemakshalve (?) wordt er dan voorbij gegaan aan de totaal verschillende beginselen die gehanteerd worden in enerzijds de common law en anderzijds het Nederlandse recht (civil law) wanneer het om het opstellen van een contract gaat. Dit kan verstrekkende gevolgen hebben: er belandt namelijk van alles in contracten naar Nederlands recht dat op zijn minst opmerkelijk is binnen de context van dat Nederlandse recht. Met als voorbeeld weer die entire agreement clause (waar we het de afgelopen keer ook al over hebben gehad). En dan is aan de (Nederlandse) rechter om over een beginsel uit de Anglo-Amerikaanse contractpraktijk iets zinnigs te zeggen.

De entire agreement clause is inmiddels niet meer weg te denken uit Engelstalige contracten naar Nederlands recht. In eerste instantie heeft de rechter in het Mypoint/IPG-arrest (Hof Amsterdam 14 februari 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012: BV7744) bepaald dat de entire agreement clause óók in het Nederlandse recht betekenis heeft waar het gaat om een commerciële overeenkomst gesloten door professionele partijen die bij de onderhandelingen werden bijgestaan door ter zake deskundigen.

In haar artikel ‘Pacta sunt servanda bij commerciële contracten’ concludeert Schelhaas dat de clausule “als een geldig en afdwingbaar” beding moet worden beschouwd dat niet alleen “betekenis heeft voor de omvang van het contract, maar ook voor de wijze van uitleg” – waarbij de Haviltexformule dan bepalend is. Dousi stelt in zijn artikel naar aan-
leiding van het Lundiform-arrest (HR 5 april 2013, NJ 2-13/214) ‘De entire agreement clause naar Amerikaans en Nederlands recht: afbakening, geen uitleg’ dat op basis van gangbaar Amerikaans recht de “entire agreement clause in eerste instantie [is] bedoeld om de inhoud van de overeenkomst af te bakenen en de wederzijdse rechten en plichten weer te geven”. Dousi onderschrijft de overweging van de Hoge Raad dat de entire agreement clause op zich geen uitlegbepaling is en concludeert: “Mits goed opgeschreven, kunnen partijen met een entire agreement clause wel regelen dat de overeenkomst wordt afgebakend tot alleen datgene wat in de overeenkomst terecht is gekomen”. De Hoge Raad overweegt: “de clausule staat evenwel niet zonder meer eraan in de weg dat voor de uitleg van de in de overeenkomst vervatte bepalingen betekenis wordt toegekend aan verklaringen die zijn afgelegd dan wel gedragingen die zijn verricht, in het stadium voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst.” De mogelijkheid om te Haviltexen blijft dus bestaan.

Ook onderstaand beding naar Nederlands recht zet de deur dus gewoon op een kier en ondergraaft de Anglo-Amerikaanse entire agreement clause. En dat is waarschijnlijk precies de reden dat die is opgenomen. De Anglo-Amerikaanse jurist/onderhandelaar heeft een entire agreement clause en zijn Nederlandse tegenhanger weet zich verzekerd dat ontsnapping mogelijk is op grond van principes die in het Nederlandse contractenrecht van toepassing zijn…:

This Agreement constitutes the entire agreement between the parties with respect to the subject matter thereof and supersedes any previous agreements, understandings or documents, notwithstanding the applicability of rights and obligations based on the Netherlands Civil Code not specifically excluded in this Agreement.

Verder lezen:
* J.W.A. Dousi, De entire agreement clause naar Amerikaans en Nederlands recht: afbakening, geen uitleg, Contracteren, Tijdschrift voor de contractspraktijk, 2013 nummer 4, pagina 126
* H.N. Schelhaas, Pacta sunt servanda bij commerciële contracten, Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht 2008 nummer 4, pagina 150
* H.N. Schelhaas, Het Haviltex-criterium en de uitleg van commerciële contracten, in Tijdschrift overeenkomst in de rechtspraktijk, 2013 nummer 7, pagina 35

[1] Er zijn natuurlijk wel een paar heel algemene regels in de jurisprudentie gecreëerd. Zoals de regel over extrinsic evidence, ofwel het laten meewegen van algemene principes. Meer daarover in een volgend blog.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *