Correctness (34)

In de serie blogs over Correctness heb ik het al eens eerder gehad over bijvoeglijke naamwoorden (adjectives) en bijwoorden (adverbs). Bijvoeglijke naamwoorden  zijn woorden die iets zeggen over een zelfstandig naamwoord (bijv. “groot” in “Dat is een groot huis”), of over een persoonlijk voornaamwoord (bijv. “mooi” als in “Jij bent mooi”). Bijwoorden zijn woorden die iets zeggen over andere woorden dan zelfstandige naamwoorden bijv. “heel” in “Dat is een heel groot huis”. Klik hier voor de Engelse grammaticale regels (en
uitzonderingen op die regels!) voor die dingen.

Engelse bijwoorden zijn vaak (maar niet altijd…) te herkennen door –ly achter een woord, als in That’s typically English. Engelse bijvoeglijke naamwoorden hebben die –ly (bijna…) nooit, als in He is a typical Englishman. In het Nederlands is er (heel vaak) geen of slechts een miniem verschil in hoe adverbs en adjectives eruit zien: “Dat is typisch Engels” en “Hij is een typische Engelsman”. (Voor degenen die zich afvragen waar die -e in “typische
vandaan komt: Engelsman is een “de-woord”, bij “het-woorden” verdwijnt die eind -e
helemaal).

Al die regels en uitzonderingen kan je natuurlijk leren en door ze vaak te gebruiken zal het langzaam maar zeker best wel steeds foutlozer worden, maar de vraag is veel meer of je adverbs eigenlijk überhaupt moet gebruiken. In zijn boek over zijn eigen vak, On Writing, schrijft de bestsellerschrijver Stephen King: The adverb is not your friend. Adverbs are words that modify verbs, adjectives, or other adverbs. I believe the road to hell is paved with
adverbs, and I will shout it from the rooftops
.

En dan schrijft hij nog over zijn romans, fictie, dus. De legal writing-experts zijn nog veel stelliger over adverbs: Bryan A. Garner in The Elements of Legal Style: Adverbs often weaken verbs. Think of the best single word instead of warming up a tepid one with a qualifier; John Trimble in Writing With Style: Minimize your adverbs . . . especially trite intensifiers like very, extremely, really, clearly, and terribly, which show a 90% failure rate; William Zinsser in On Writing Well: Most adverbs are unnecessary. You will clutter your sentences and annoy the reader if you choose a verb that has a specific meaning and then add an adverb that carries the same meaning. . . . Don’t use adverbs unless they do necessary work; en opperrechter Anthony M. Kennedy in een interview met Garner: I think adverbs are a cop-out. They’re a way for you to qualify, and if you don’t use them, it forces you to think through the conclusion of your sentence. And it forces you to confront the significance of your word choice, the
importance of your diction.

Een andere reden om erg voorzichtig te zijn met adverbs is dat het een sneeuwbaleffect kan veroorzaken. We hebben het hier al eens gehad over dat het bijna-standaard zinnetje best efforts in contracten (of best endeavours zoals vaak in Britse contracten) kan leiden tot veel verwarring en daaruit voortvloeiend juridisch gekrakeel. Laatst nog bij het covidvaccin van AstraZeneca . Dat best efforts-zinnetje, zo laat Ken Adams in een van z’n laatste blogs ons weten leidt tot steeds idiotere omschrijvingen als all reasonable efforts, all best efforts, all reasonable best efforts, all possible efforts, all commercially best efforts of best possible efforts. In UBH (Mechanical Services) Ltd v. Standard Life Assurance Co. T.L.R. oordeelde de rechtbank: The phrase ‘all reasonable endeavours’ is a middle position somewhere between the other two, implying something more than reasonable endeavours but less than best
endeavours
. En, case law-uitgangspunten in gedachten, kan dat alleen maar leiden tot steeds grotere excessen. Denk nu nog maar eens verder na over het gebruik van adverbs.

Als je als Nederlandstalige jurist desondanks tóch adverbs denkt te moeten gebruiken, doe het dan goed. Een greep uit wat  wij de afgelopen maand tegenkwamen in pre-Course Tasks die deelnemers aan onze Legal Writing-workshops schreven: … which I had attended prior (moet zijn: … which I had priorly attended (verschil tussen adverb en adjective); Probably my main weaknesses are that… (moet zijn: My main weaknesses are probably … NB. ná het werkwoord, want een vorm van to be); Subsequently, this allowed me to … (moet zijn: This subsequently allowed me to… (NB: vóór het werkwoord); …because I still was eager to … (moet zijn: …because I was still eager to… NB. ná het werkwoord, want een vorm van to be).

Maar ten slotte dan toch nog even dit: het citaat van Stephen King hierboven was nog niet afgelopen. Hij vervolgt zijn tirade tegen adverbs met: They’re the ones that usually end in -ly. With adverbs, the writer usually tells us he is afraid he isn’t expressing himself clearly, that he or she is not getting the point or the picture across. Voor de duidelijkheid heb ik de drie adverbs in deze twee daaropvolgende zinnen maar even dikgedrukt. Er is dus altijd nog ruimte tot verbetering…

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *