Plain English (23)

Ook in Nederland wordt de roep om “begrijpelijke” taal in de juridische wereld steeds
luider. Kijk maar eens naar de volgende voorbeelden van de afgelopen tijd.

Om mee te beginnen liet de Hoge Raad ons weten dat ze nu anderhalf jaar aan de slag waren met het  project ‘Helder Recht’. Dit project is gericht op heldere, begrijpelijke en goed leesbare uitspraken, zodat de overwegingen en de beslissingen helder en trefzeker worden voor “het publiek”. Drijvende kracht achter dit alles is de (nog even) President van de Hoge Raad, Maarten Feteris. Feteris riep in zijn installatierede al op om: “ons in te
spannen om de taal waarin wij onze beslissingen overbrengen helder te houden, en het daarmee niet nog ingewikkelder, niet nodeloos ingewikkeld te maken. Het kan soms wel wat minder plechtstatig, dat maakt de boodschap alleen maar krachtiger”.

Het project heeft zijn eerste vruchten afgeworpen door nieuwe tekst van de afdoening van zaken door toepassing van artikel 80a van de Wet op de Rechterlijke Organisatie (Wet RO) en artikel 81 Wet RO waarin archaïsche woorden als ‘nopen’, ‘behoeven’ en ‘klaarblijkelijk’ uit zijn verdwenen. (lees hier meer).

Dit ontlokte een reactie van de stafjurist van de rechtbank Gelderland, Kees Lewin. Hij schreef een artikel in het Nederlands Juristenblad (NJB): ‘Leesbare civiele vonnissen’, en werd naar aanleiding hiervan geïnterviewd door het tijdschrift Mr.  In zijn artikel betoogt hij dat er grenzen zijn aan de mogelijkheden civiele vonnissen toegankelijk te maken voor een breed publiek.

In grote lijnen vertonen deze discussies opmerkelijke overeenkomsten met discussies die al tientallen jaren spelen in de Anglo-Amerikaanse juridische wereld. Iedere keer als er nieuwe regels van kracht worden om juridische teksten “begrijpelijker” te maken, klimmen er tientallen juristen in de pen/laptop/twitter om te beweren dat het juridische discourse zich helemaal niet leent voor begrijpelijkheid (tenminste… voor begrijpelijkheid voor
juridisch niet-onderlegden). Lees alleen maar het uitstekende verslag door Joseph Kimble over het ‘hertalen’ van de Federal Rules of Civil Procedure (FRCP), in begrijpelijk Engels (Plain English) in zijn boek Seeing Through Legalese  waarin hij één voor één alle
tegenwerpingen van ‘traditionele’juristen fileert, geïllustreerd met tal van voorbeelden.

Er is echter één groot verschil tussen Anglo-Amerikaanse traditonialists en Kees Lewin; ook Lewin namelijk ziet de voordelen het vermijden van de niettegenstaandes, de
desalniettemins, de mitsdiens, de veronderstellenderwijzen en de vexatoirs. En hij ziet ook dat een veel grotere begripswinst te halen valt door aanpassingen in bijv. zinslengte, tekststructuur, indeling, opmaak, opbouw, kopjes, in- of uitleidingen, samenvattingen, enz. Daarnaast maakt Lewin een verschil tussen “jargon” en “technische vaktaal”, waarbij hij de niettegenstaandes etc. categoriseert onder “jargon” (en dus liever te vermijden). “Vaktermen” is wat in het Legal English de zgn. Terms of Art zijn. Héél origineel is dit niet van Lewin (lees bijv. hetzelfde onderscheid dat George Orwell al maakte), maar het is in ieder geval een aanzet tot bewustwording.

Dé grote vraag (enigszins onterecht, want er zijn nog zoveel meer manieren om teksten
begrijpelijker te maken, zie boven) waar het altijd weer om lijkt te draaien, is of die zgn. “vaktermen”/Terms of Art in “begrijpelijke taal” omgezet kunnen worden. En dat natuurlijk “omdat die vaktermen onlosmakelijk zijn verbonden met de leerstukken van het geldende recht”, en “omdat iemand die gericht in jurisprudentie zoekt op die manier niets meer kan vinden en ook omdat een vonnis pas écht onleesbaar wordt als je alle vaktermen gaat vertalen” (citaten Lewin).

Nu valt juist dát nog te bezien; in zijn boek Elements of Legal Style schat Bryan A. Garner dat er maar zo’n 40-50 woorden als échte Term of Art kunnen worden bezien. En Kenneth Adams schrijft in zijn, hier vaak geciteerde A Manual of Style for Contract Drafting: Eliminating archaisms, magic words and terms of art goes a long way turning traditional contract prose into a specialized version of standard English – the English used by educated natuive English speakers. That’s what you should aim for.

En dat is precies waar het KNB in haar nieuwe taalrubriek Wablief?!  in het februari-nummer van het Notariaat Magazine uit is. In deze zeer te prijzen taalrubriek staat deze (eerste) keer een (passage uit een hypotheek)akte centraal. Hoe ziet die er nu uit, hoe ziet die tekst eruit nadat die door een notaris door de “begrijpelijke taal”-molen is gehaald, en hoe ziet die eruit als een communicatiespecialist daar weer naar heeft gekeken? Hulde!! Lees die rubriek!!! (meld u hier aan om de KNB-nieuwsbrief en de rubriek Wablief?! te
kunnen lezen
).

Clarity (32)

Afgelopen week was het dan zo ver: het Verenigd Koninkrijk uit de EU. De strijdbijl tussen de zgn. Brexiteers en de zgn. Remainers kan worden begraven. Die begrafenis
resulteerde echter in weer een nieuwe oorlog: die tussen voor- en tegenstanders van de zgn. Oxford comma. Hoe mooi zijn dus de ontwikkelingen van de laatste paar dagen? Oxford comma meets Brexit!

Wat wil het geval? Om Brexit te vieren (of in ieder geval: stil te staan bij deze monumentale gebeurtenis) sloeg de Royal Mint een nieuwe 50-pence herdenkingsmunt. Op die munt staat de slogan “Peace, prosperity and friendship with all nations”. Dit naar analogie van Thomas Jefferson’s eerste inaugurele rede als president van de VS in 1801, toen hij de
essentiële principes van zijn regering uiteenzette – inclusief (en let op het kommagebruik achter commerce): “peace, commerce, and honest friendship with all nations, entangling
alliances with none
”.

Onmiddellijk slingerde de Britse (fantasy)schrijver Philip Pullman zijn Twitter-account aan: “The ‘Brexit’ 50p coin is missing an Oxford comma, and should be boycotted by all literate people”. De editor van de Times Literary Supplement, Stig Abell, volgde met: “while it is not perhaps the only objection to the Brexit-celebrating coin, the lack of a comma after
‘prosperity’ is killing me
”. Lord Adonis, een Labour-opperhoofd, tweette: “I am never using or accepting this coin”. Alistair Campbell oud-spindokter van Tony Blair beef niet achter en verklaarde dat hij winkels zou vragen naar alternatieven voor de munt als hij er in de toekomst een krijgt. Kranten as The Daily Mail  en The Daily Express namen hun stand-punten in (met veel meer lezersreacties dan gebruikelijk…), hoogleraren als David Crystal moesten in tv-shows voor de zoveelste keer weer eens komen uitleggen wat zo’n Oxford comma ook al weer was, enz. enz. enz.

Dat hebben wij op deze plaats ook al eens gedaan (lees hier), maar kort door de bocht
gebruik je een Oxford comma in een opsomming van meer dan twee dingen en zorgt die voor in- (of in het 50 pence-geval:) exclusiviteit. In Peace, prosperity and friendship with all nations zoals op de nieuwe munt, wens je peace en prosperity voor jezelf en friendship with all nations met anderen.

“Big deal, allemaal”, zult u zeggen, maar er zijn juridische gevallen waar juist het ontbreken of het verschijnen van die Oxord comma, tientallen miljoenen euro’s hebben gekost (lees hier). Tot 1960 waren er Britse rechters die over een wetsartikel meenden that it is very doubtful that whether punctuation can be used at all in finding the meaning of a section. (Commissioners of Inland Revenue v Hinchy). Een échte omslag in het juridische denken over interpunctie kwam echter pas in 1981 toen opperrecher Lord Lowry in Hanlon v The Law Society de uitspraak deed: To ignore punctuation disregards the reality that literate people, such as parliamentary draftsmen, do punctuate what they write.

Al met al is het dus niet zo heel erg gek dat een heel land in rep en roer is over een komma. Gelukkig zijn er ook nog Britten zoals de schrijver Joel Golby die in The Guardian van afgelopen dinsdag  verzuchtte: ...grey week in January where we’re all waiting for an
endless payday and getting furiously mad about a 50p. It is simply stunning that any country ever respected us.

Golby schrijft “respected”, maar dat zou u, wat mij betreft, ook kunnen vervangen door
understood”. Want het blijft een raadsel dat over het algemeen juist de Remainers
wanhopig aan de Oxford comma blijven vasthouden en de Brexiteers het maar allemaal onzin vinden … Ach, arm Engeland.

What’s in a word? (37)

Een belangrijk onderscheid in internationale transacties is altijd geweest of een contract wordt beheerst door een civil law-jurisdictie of door een common law-jurisdictie. Wat
contracten betreft, is het structurele onderscheid tussen die twee jurisdicties in, pakweg, de laatste 50 jaar in belang afgenomen, maar het gebruik van common law-terminologie in contracten die onder het civil law  vallen, blijft een bron van verwarring.

In een notendop: civil law is afgeleid van het Romeinse recht; gecodificeerde beginselen
dienen als primaire rechtsbron. Common law is gebaseerd op middeleeuws Engels recht; hier vormen rechterlijke beslissingen de primaire rechtsbron. Contracten onder een
common law-jurisdictie zijn vaak een stuk langer dan civil law-contracten omdat de civil law-opstellers kunnen vertrouwen op gecodificeerde standaardregels.

In een notendopje binnen de notendop: de letter en de taal van het contract is in common law-landen belangrijker dan de geest van het contract, zoals in civil law-landen (de parole evidence-rule, lees hier meer). Maar dit onderscheid tussen common law en civil law
contracten is aan het vervagen. Engelstalige opstellers die gewend zijn aan common law-contracten, hanteren een meer uitputtende aanpak, zelfs voor contracten die vallen onder het recht van een civil law-jurisdictie. En comgekeerd, civil law-opstellers die zijn blootgesteld aan common law-wetgeving zijn vaak geneigd het te repliceren.

Maar het belang dat wordt gehecht aan de (vermeend) juridische lading van bepaalde
common law-terminologie (en met name aan zgn. Terms of Art), staat het vervagen van dit onderscheid  danig in de weg. Ironisch genoeg is dat vaak precies dezelfde terminologie waar ook binnen de common law-jurisdictie vaak juridische onenigheid over bestaat,
resulterend in talloze rechtszaken.

Veel van die woorden zijn in deze Branch Out Legal English Blog al eens voorbijgekomen in de categorie What’s in a word en vaak is hier een lans gebroken om deze woorden maar gewoon niet meer te gebruiken en te vervangen door Plain English, zie deze categorie.

Eén van die begrippen is bijv. iets wat je vaak in Anglo-Amerikaanse contracten ziet staan: The Vendor represents and warrants that, … (zie voor de rest: hieronder). Over represents een volgende keer, het gaat mij hier nu even over het woordje warrants. Vaak wordt dit
vertaald met “garandeert”, maar to warrant in het common law-contractenrecht betekent veel eerder: to promise, “beloven” dus. En is dus heel pertinent niét een contractuele voorwaarde. Als die belofte (warrant) om de een of andere reden niet wordt nagekomen, dan heeft  de benadeelde partij eventueel recht op een zekere vorm van compensatie, maar het contract kan niet worden verbroken.

Volgens het common law is to warrant (of het afgeleide warranty) meer een uitdrukkelijke garantie van de verkoper aan de koper met betrekking tot de kwaliteit of kwantiteit van goederen. Als die woorden opduiken in civil law-contracten, verbazen schrijvers in civil law-landen zich vaak over hoe common law-begrippen relevant zijn voor doeleinden van een contract onder het recht van een civil law– jurisdictie. En al helemaal als de (Engelstalige) schrijvers in een common law-jurisdictie er onderling niet uit zijn wat dat dan wel mag
betekenen.

En tenslotte heeft een ander afgeleid zelfstandig naamwoord, nl. warrant, zó veel betekenissen (aanhoudingsbevel, bevelschrift, machtiging, licentie, volmacht, mandaat, procuratie, waarborg, kennisgeving, sommatie, arrestatiebevel, aanschrijving, exploot, om er maar eens paar te noemen) dat er meer en meer stemmen opgaan om, in ieder geval in contracten, dat woord (een pure Term of Art) maar niet meer te gebruiken.

En dat is, eerlijk gezegd, ook niet zo moeilijk… in plaats van te schrijven: The Vendor
warrants that during the six months after the date of this agreement, the Equipment will
conform to the Specifications. In the event of breach of the foregoing warranty,the Vendor shall modify or replace the Equipment.
Schrijf: If during the six months after the date of this agreement the Equipment fails to conform to the Specifications, the Vendor shall modify or replace the Equipment.

Korter, begrijpelijker, duidelijker, minder verwarrend, zonder warrants en dus minder kans op eventuele rechtszaken. En als u toch héél erg gehecht bent aan het woord “Warranty”: volgens de Amerikaanse UCC (Uniform Commercial Code) hóéft een warranty niet warranty genoemd te worden om als een warranty te gelden; u mag bijv. ook een kopje “Warranties” gebruiken om daar al uw warranties onder te zetten. Beetje laf, maar heel goed mogelijk…

(bron: Kenneth A. Adams: A Manual of Style for Contract Drafting).

What’s in a language? (42)

In What’s in a language? (41) heb ik vorig jaar november geprobeerd de Brexit
grammaticaal te duiden. Met “Een andere taal betekent een ander wereldbeeld. A different language, a different mindset”, sloot ik  die blog toen af.

Patrick van IJzendoorn, de Londense correspondent van de Volkskrant sluit hier in zijn
column van 3 januari (“Het okselprincipe”) bijna naadloos op aan. Het onderwerp van deze column is aanvankelijk het gebruik van de VAR in het Engelse voetbal. In alle landen die zo’n VAR tijdens voetbalwedstrijden gebruiken, loopt de scheidsrechter, na ingrijpen van de VAR, vaak even naar een televisieschermpje aan de zijlijn om te controleren het echt klopt wat de VAR in zijn oortjes fluistert. Zo niet in Engeland. De Engelse hoofd-scheidsrechter, Mike Riley, vindt dit tijdsverspilling.

Van IJzendoorn komt dan tot de conclusie dat “er iets fundamenteels on-Engels zit in het streven naar perfectie” (zoals het gebruik van de VAR). “De vraag of iets werkt is in Engeland altijd belangrijker dan de vraag of iets echt klopt”, schrijft hij.

En daar kon hij best wel eens gelijk in hebben. In Engeland kennen ze geen centrale
basisadministratie; in Engeland kennen ze geen gemeentelijk bevolkingsregister (overigens één van de belangrijkste redenen voor “illegale” vluchtelingen om in Groot-Brittannië te geraken); in Engeland kennen ze geen document dat voor “grondwet” door kan gaan; heel zwart-wit zijn er in Engeland ook helemaal geen “wetten”, maar eerder een onuitputtelijke hoeveelheid rechterlijke uitspraken die steeds opnieuw worden geïnterpreteerd (case law); in Engeland kennen ze geen officiële grammaticaregels; de taal kent geen officiële spelling (dat wordt overgelaten aan de media) (lees hier meer), en ga zo nog maar even door.

Kortom, Engeland scoort bijzonder laag op het punt van ‘onzekerheidsmijding’, één van de vijf cultuurdimensies van Geert Hofstede in zijn boek “Allemaal andersdenkenden; omgaan met cultuurverschillen“. Hierdoor wordt er in Engeland veel meer dan elders vertrouwd op sociale consensus en minder op het op schrift stellen van wettelijke bepalingen: “De vraag of iets werkt is in Engeland altijd belangrijker dan de vraag of iets echt klopt”, in Van IJzendoorns woorden.

Dit zou verder best wel eens een goede verklaring kunnen zijn voor de meeste Brexit-sentimenten: een bijna instinctieve afkeer van (met name: geschreven) regels en wetten, en al helemaal als die door een ‘vreemde mogendheid” (lees: EU) worden “opgelegd”. Maar áls die er eenmaal zijn, dan worden die ook tot op de letter nageleefd en in het ridicule opgevolgd (zie: VAR, zie: alle Boris Johnson-verzinsels in de tijd dat hij nog Brussel-correspondent was). Wat de afkeer van regels en wetten alleen maar groter maakt. “Gedoogbeleid” is een heel raar concept voor Britten. En “coalitieregering” overigens ook…

Onze Nederlandse cursisten vragen zich vaak af of al die verschillende gradaties van beleefdheid en formaliteit in het Engels nou wel nodig zijn. En of er écht verschillen zijn tussen I work en I am working, tussen I worked en I have worked of If I were you en If I was you (of vaker nog door Nederlanders gebruikte If I would be you voor “Als ik jou was…” of “Als ik jou zou zijn…”. Met andere woorden: moet ik écht onderscheid maken tussen de Present Continuous and the Simple Present (voorbeeld 1). Of tussen de Past Simple en de Present Perfect (voorbeeld 2). Of met het gebruik van de Subjunctive (voorbeeld 3).

Het antwoord is eigenlijk: nee, dat hoeft niet, ze begrijpen u best wel. Alleen… als ze u
minder welgezind zijn, kunnen ze ook uit een ander vaatje tappen. “Kijk maar, u schreef dit, en dat betekent eigenlijk dat”, zou een reactie kunnen zijn. En als u onverhoeds de (nogmaals: ongeschreven!!) regels van beleefdheid en formaliteit overtreedt, kan u wel eens voor onaangename verrassingen komen te staan.

Engeland mag dan formeel ergens onderaan bungelen op het lijstje ‘onzekerheidsmijding’, dat wil niet zeggen dat er ergens (informeel) zekerheden worden ingepland. Bijvoorbeeld op het gebied van accenten (regionale accenten, maar ook sociale accenten: upperclass-working class etc.), en kijk eens hoe belangrijk Britten het vinden dat ze weten naar welke school je bent gegaan. Het gebruik van grammatica (er ligt veel meer betekenis in de Engelse grammatica dan in de Nederlandse), en de interpretatie daarvan, is nóg zo’n
zekerheidje…

PS:
Alsof de duvel ermee speelt. Twee dagen na de column van Van IJzendoorn speelde op zondag 5 januari Derby County tegen Christal Palace. Na een beslissing van de VAR, sjokt de scheidsrechter, Michael Oliver, naar de monitor aan de zijlijn… een primeur in het Engelse voetbal.

What’s in a word? (36)

Onlangs hadden we een cursist in een van onze Contract Drafting-groepen. In officiële stukken gebruikte hij altijd het werkwoord to conclude, als hij het had over “een
verzekering afsluiten”, zoals in: The Subcontractor shall at its expense conclude and keep in force insurance to cover…”. Zijn Amerikaanse vakgenoten krabden zich op het hoofd: “Waarom zou je ophouden met die verzekering?”, was hun reactie. Hij had de zinsnede uit Linguee waar het inderdaad als “vertaling” wordt gegeven. (Over Linguee dadelijk meer).

Enig speurwerk leidt tot de slotsom dat het hier om een Valse Vriend gaat (een zgn.
‘cognaat’, ofwel een woord die in zijn vorm op een woord uit een andere taal lijkt, maar niet dezelfde betekenis heeft). En wel een juridische Valse Vriend. We zijn juridische Valse Vrienden al vaker tegengekomen op deze plek (bijv. hier en hier), maar dit was een nieuwe voor me.

To conclude is: (be)ëindigen, tot een conclusie komen na een discussie, na een uitwisseling van standpunten of na onderhandelingen etc. (dus ook een soort van beëindigen eigenlijk). Je kan ook zeggen: to conclude a contract of to conclude a deal, hetgeen betekent dat je
onderhandelingen afsluit om vervolgens ergens je handtekening onder te zetten. Het is derhalve synoniem met to enter into of to sign.

 Het Amerikaanse Black’s Law Dictionary geeft voor to conclude (o.a.): To ratify or formalize (a treaty, convention, or contract), voor conclusion (o.a.): The closing, settling, or final
arranging of a treaty, contract, deal,
etc. en voor to enter (o.a.): To become a party to. Zelfs het Amerikaanse Supreme Court gebruikt beide woorden in dezelfde betekenis: This Court need not intervene to protect commercial parties from their failure to conclude the contracts that, in retrospect, they wish they had entered.

Ik ben bang dat het Nederlandse “een verzekering sluiten of afsluiten” het Engels to
conclude
in de weg zit. Je “sluit” immers ook een contract (af), en je conclude a contract, dus waarom dan niet ook to conclude an insurance? Helaas, in het Engels zeg je dan: to take out an insurance.

 À propos “sluiten” of “afsluiten”: Van Dale zegt dat het allebei kan. Iets wat a.s.r./Ditzo een aantal jaren geleden tot moemakens toe moest uitleggen.

Waarom geeft Linguee dan zo vaak to conclude an insurance voor “een verzekering
afsluiten”? Simpel, omdat Linguee niet de pretentie heeft een woordenboek te zijn. Linguee geeft slechts woorden in hun context; m.a.w. hoe komt een woord in de
werkelijkheid voor in combinatie met andere woorden. Daartoe wordt het hele Internet afgestruind. Wat wél uitermate vriendelijk is van Linguee, is dat ze ook de bronnen
vermelden waar ze deze woorden hebben gevonden.

En als je die bronnen goed bekijkt, zijn dit voor het grootste deel Engelstalige versies van Nederlandse websites. Dat betekent dus dat als een Nederlands bedrijf op de Engelse
versie van hun website de fout gemaakt heeft om “een verzekering afsluiten” met to
conclude an insurance
te vertalen, deze fout op Linguee verschijnt. Waar dan weer veel
lezers vertrouwen in hebben (“het staat immers op Linguee?”), dat weer gaan gebruiken, enz. enz. enz…. Als je wel eens Linguee gebuikt, check dan ook even de bronnen!

Dit fenomeen (It if sounds good, it must be good) komen we erg vaak tegen in juridische
tekstschrijverij. Contracten worden al te klakkeloos gekopieerd; boilerplate-clausules
worden zonder nadenken overgenomen; bepalingen, bedingen, reglementen etc. etc. die steeds maar weer opnieuw worden gebruikt zonder eens stil te staan bij wat er nu eigenlijk staat. Echt flagrante fouten gaan op die manier hun eigen juridische leven leiden.

Tenslotte, de overige bronnen die Linguee in dit geval gebruikt, zijn Deens of Slowaaks, of wat dan ook… En dat sterkt mij weer in de mening dat er langzaam maar zeker een Engels (Euro-Engels?) ontstaat, dat minder en minder te maken heeft met het “echte” (lees: Brits-of Amerikaans-) Engels. Als je je, als Nederlandse advocaat namelijk met een Deense
advocaat in het Engels onderhoudt, is er een grotere kans dat beide partijen beter weten wat to conclude an insurance is, dan als zij to take out an insurance gebruiken. Dat hierover Brits-Amerikaanse wenkbrauwen worden opgetrokken nemen we dan maar op de koop toe.

What’s in a language? (41)

“Ik begrijp helemaal niks meer van de Brexit”, hoor ik vaak. Maar als we wat meer aandacht hadden geschonken  aan experimenten in de socio– of psycholinguïstiek, dan hadden we het wat beter begrepen.

Het idee dat de taal die we gebruiken de wereld om ons heen schept, is natuurlijk altijd duidelijk geweest; lees daar alleen maar Genesis 1. voor: “En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht”, en zo werd met alleen wat woorden de hele wereld neergezet. (Of lees, ipv. de Bijbel,  What’s in a language? 19).

Onderzoek van de laatste 15 jaar wijst echter uit dat het lang niet alleen bij woorden blijft, maar dat de hele grammatica van een taal meedoet aan de vorming van een wereldbeeld. Of, met andere woorden: de taal zélf geeft je concepten van bijv. tijd en doel. En: andere talen, andere concepten.

Goed, grammatica en Brexit (of: dé Brexit, zoals Nederlanders het met een lidwoord aangeven). Het Engels heeft twee in het oog vallende grammaticale eigenaardigheden: de Present Perfect (bijv. I have worked in Utrecht) en de Present Continuous (I am working in Utrecht).

Rond Brexit heeft altijd een vroeger-was-alles-beter-sfeertje gehangen. Wat is er dan mooier dat de taal Engels middels de Present Perfect een prima mogelijkheid heeft om dat uit te dragen? Je gebruikt de Present Perfect namelijk als je duidelijk wil maken dat een gebeurtenis in het verleden nog steeds belangrijk is voor het heden. Zo loop je nog steeds in het gips als je I have broken my leg zegt, en spring je al weer fris en fruitig rond als je I broke my leg zegt. (Lees deze blog voor meer voorbeelden). De Present Perfect geeft een idee van een betekenisvol verleden.

Het maakt dus nogal wat uit als je The UK has been a great nation zegt, of The UK was a great nation. Let er maar eens op: de Brexiteers zijn enthousiaste Present Perfect-gebruikers. En wat meer zij: de Remainers zijn niet voor niets vaak mensen die enige kennis van andere talen dan het Engels hebben, en dus veel vaker in aanraking gekomen zijn met andere concepten van tijd. Of liever gezegd: de grammaticale mogelijkheid om zo’n concept uit te drukken. En is het toeval dat Amerikanen veel minder vaak die Present Perfect gebruiken dan de Britten? Did you have breakfast this morning (AmEngels)? en Have you had breakfast this morning (BrEngels)?

Onderzoek van o.a. Athanasopoulos en Bylund toont aan dat  taalverschillen psycho-fysieke gevolgen hebben voor de hersenen: ze wijzigen de manier waarop een en dezelfde persoon het verloop van de tijd ervaart, afhankelijk van de taalcontext waarin hij actief is (lees hier meer).

Maar waarom duren Brexit-onderhandelingen zo lang? In een ander onderzoek van dezelfde Athanasopoulos (mooi samengevat in How the language you speak changes your view of the world) laat hij Duits- en Engelstaligen een aantal korte videoclips zien van (bijv.) een wandelende vrouw. Hij vraagt zijn proefpersonen om te beschrijven wat ze zien. Wanneer je zo’n scène aan een ééntalige Duitse spreker geeft, zullen ze niet alleen de actie beschrijven, maar ook het doel van de actie. Ze hebben dus de neiging hebben om te zeggen: “Een vrouw loopt naar haar auto”. Engelse ééntalige sprekers beschrijven de clip als “Een vrouw loopt” of “een man fietst”, zonder het doel van de actie te noemen.

Het door Duitse sprekers veronderstelde wereldbeeld is ‘holistisch’ – ze kijken meestal naar het evenement als geheel – terwijl Engelstaligen de neiging hebben om in te zoomen op het evenement en zich alleen op de actie concentreren. Engels vereist van zijn sprekers dat ze  lopende gebeurtenissen grammaticaal markeren, door verplicht de –ing vorm, de Present Continuous, toe te passen.

Ik wil hier natuurlijk niet zeggen dat de Britten “onderhandelen om het onderhandelen” en het einddoel (uit de EU stappen) niet belangrijk vinden, maar alleen al het bestaan en het grammaticaal ‘verplichte’ gebruik van de Present Continuous  werkt dit wél in de hand…

Een andere taal betekent een ander wereldbeeld. A different language, a different mindset.

Conciseness (11)

Afgelopen donderdag was het weer zo ver: Halloween. Een van oorsprong Keltische oogstfeesttraditie, later verchristenlijkt in de avond (evening-even- e’en=een) waarop men
heiligen (hallows) vereerde, en in één moeite door ook maar alle andere doden.

Hoewel ieder land heeft zo’n beetje wel z’n eigen tradities op die dag (All Saint’s Day, Allerzielen, Dia de Muertos en ga zo maar even door), nemen Amerikaanse tradities langzaam maar zeker de overhand. Dit geheel en al in het kielzog (de slipstream?) van Kerst en bijv. Valentijnsdag.

Verzet tegen die veramerikanisering is groot. Volgens een YouGov poll uit 2013 ziet bijv. 45% van de Britse bevolking Halloween als een unwelcome American cultural import. De Amerikanen zélf beginnen langzaam maar zeker ook wat vraagtekens te zetten bij al die kwetsbare kindertjes die ’s avonds bij voordeuren aanbellen waarachter mogelijkerwijs al dan niet reeds veroordeelde pedoseksuelen verborgen zitten. (Een beetje de omgekeerde wereld, als je het mij vraagt…ik dacht dat het juist de bedoeling was dat de aanbellers de bewoners de stuipen op het lijf moesten jagen?).

En wat doen Amerikanen als ze ergens tegen beschermd willen worden? Ze maken er
wetten tegen. Halloween Laws in de staten Missouri, Illinois, Maryland en Louisiana vereisen veroordeelde zedendelinquenten om in hun huis te blijven op Halloween-nacht en verbieden hen om de deur te openen voor de trick or treaters. In sommige staten zijn
zedendelinquenten ook verplicht om “No Candy at this Residence” op hun deur aan te brengen.

Aan de andere kant beschermt speciale Halloweenwetgeving óók de mensen waarbij aangebeld wordt;  in Californië is het gebruik van serpentine uit een spuitbus (Silly String) verboden tijdens Halloween, in Illinois mogen kinderen ouder dan 12 geen maskers meer dragen, in Virginia mogen kinderen ouder dan 12 helemaal niet meer langs de deuren, in Alabama is het niet toegestaan zich te verkleden as “minister of any religion, or nun, priest, rabbi or other members of the clergy” en ga zo nog maar even door.

Jammer genoeg wordt er nergens opgetreden tegen wóórden die zich verkleden. We zien ze steeds vaker, en niet alleen tijdens Halloween: werkwoorden die zich verkleden als
zelfstandige naamwoorden, zgn. ‘nominalisaties’. Hier zes willekeurige voorbeelden van Halloween-zinnen uit werk van cursisten van alleen de afgelopen week: 1)The Supreme Court makes a distinction between… maak daarvan: The Supreme Court distinguishes
between…
2) I definitely had the feeling that… maak daarvan: I definitely felt that… 3) …my participation in an exchange program… maak daarvan: I participated in an
exchange programme
, 4) I currently have a focus on M&A, maak daarvan: I currently
focus
on M&A
, 5) Reference is made to our meeting of… maak daarvan: I refer to our meeting of… 6) As completion of this introduction letter.., maak daarvan: To complete this
introduction letter…

Uw teksten worden een stuk compacter, korter, actiever, minder vormelijk, eenvoudiger, kortom: leesbaarder als u die niet verhalloweend met al die nominalisaties. Overigens is dit niet alleen een Engelstalig verschijnsel. Let er maar eens op als u Nederlands leest of
schrijft. (Het schrijven van deze blog is leuk – Het is leuk om deze blog te schrijven).

Om ten slotte menigeen gerust te stellen: het valt nogal mee met het seksueel misbruik van kinderen tijdens Halloween. Uitgebreide studies hebben aangetoond dat kinderen niet meer of minder gevaar lopen op 31 oktober (lees: How Safe are Trick-or-Treaters, An Analysis of Child Sex Crime Rates on Halloween). De politie zou zich op die avond misschien meer moeten concentreren op andere zaken. Op Halloweenavond sterven 4 x zoveel kinderen door aanrijdingen door een auto dan op andere avonden (lees: Childhood Pedestrian Deaths During Halloween).

Correctness (26)

Hoe de toekomst eruit ziet, weet niemand. Hoe je over de toekomst spreekt, daarentegen, weet iedereen. In Romaanse talen als Frans, Spaans en Italiaans geven we werkwoorden een of ander ingewikkelde verbuiging, in het Nederlands gebruik je gewoon een vorm van het hulpwerkwoord “zullen” en laat die toekomst maar komen!

In het Engels heb je shall en will, toch? Dat er met shall iets moeizaams aan de hand is (en al helemaal als je dat in contracten gebruikt!) hebben we de vorige keer al besproken. Dan maar gewoon: will als je in het Nederlands “zal” of “zullen” zegt. Helaas gaat die vlieger lang niet altijd op.

Als je namelijk bijwoorden van tijd gebruikt (bijv. when, if, while, before, after, by the time, as soon as etc.), dan gebruiken we gewoon de tegenwoordige tijd (Present Simple). Dus niet: When you will arrive, we will go out for dinner, maar: When you arrive, we will go out for dinner. Dit is overigens ook gebruikelijk in het Nederlands, dus ik verwacht niet dat u hier vaak fouten mee maakt.

Heel anders wordt het als je échte tijdsaanduidingen gaat gebruiken (bijv. tomorrow, next week, on 24 October etc.), dan gebruikt het Engels de Present Continuous, of anders een vorm van going to., zoals in We are going to recruit more staff next year. In het Nederlands hebben we min of meer de keus: “Volgend jaar nemen we meer mensen aan” of “Volgend jaar zullen we meer mensen aannemen” of zelfs: “Volgend jaar gaan we meer mensen
aannemen”, wat een schaduw van het Engelse going to is.

Echter, soms is er we degelijk een mogelijkheid om een tijdsaanduiding in combinatie met will te gebruiken, maar dan gaat het om een ijzersterke belofte die je doet. Als je op een antwoord zit te wachten van een Engelse moedertaalspreker en hij zegt je: Tomorrow, I will write you an answer dan heb je veel meer kans dat antwoord te krijgen dan als je Tomorrow, I am going to write you an answer hoort. We zeiden het al eerder: Engelse
grammatica heeft meer betekenissen dan Nederlandse…

Maar al die fijnzinnigheden even achter ons latende: verreweg de meeste fouten
(epidemisch veel, zelfs) worden gemaakt met het gebruik van will in de beschrijving van processen, beleid of feiten. Als je in die gevallen het Nederlandse “zal” gebruikt, is het in het Engels gewoon de Present Simple. “Het zal ongeveer 10 tot 15 dagen duren voordat…” is NIET:  It will take 10 to 15 days before, maar: It takes 10 to 15 days before…

Nog even op een rijtje dan:
Will gebruik je wél voor:

  • Vrijwillige toekomstige acties, als in: I will translate the email so Mr Smith can read it.
  • Beloftes, als in: I will call you when I arrive.
  • Voorspellingen, als in:. 2018 will be a very interesting year.

 Will gebruik je niet:

  • In zinsdelen die beginnen met bijwoorden van tijd, zoals when, while, before, after, by the time, as soon as, dan gebruik je de Present Simple
  • Bij geplande toekomstige acties, dan gebruik je óf de Present Simple óf een vorm van going to
  • Bij het beschrijven van processen, beleid of feiten, dan gebruik je de Present Simple

 Een paar voorbeelden die we de afgelopen weken tegenkwamen in door cursisten geschreven teksten (in doorgestreept rood hoe het geschreven was, in dikgedrukt groen hoe het zou moeten zijn):

  • After the written proceedings, oral proceedings will commence (proces)
  • Generally, a pre-emption right will be is adopted by the municipal council. (proces)
  • On 3 September, I will start am starting my first job as a corporate lawyer. (tijdsaanduiding)
  • A Dutch court will usually respects such a contractual choice of law. (beleid)
  • … for instance, by stipulating that an electronic signature with certain specifications will have has the same legal consequences as a written signature in the relationship between the parties (proces/beleid)

In alle gevallen is er, denk ik, sprake van een (foutieve) directe vertaling. Probeer maar eens de originele Nederlandse versie te verzinnen, en je komt altijd uit bij “zal/zullen”. Even afgezien van het feit dat die “zal/zullen” in het Nederlands eigenlijk overbodig is, in het Engels is het gewoon fout.

Clarity (31)

Het blijft de Engelstalige juridische goegemeente bezighouden: wat moeten we in
hemelsnaam aan met het woordje shall in contracten en algemene voorwaarden? En
omdat dit een voortdurende discussie in advocatenland is, hier de laatste stand van zaken.

Het grote probleem is dat shall voor veel uitleg vatbaar is. Kort samengevat namelijk:
1) Has a duty to, 2) Should, 3) May, 4) Will en 5) Is entitled to… (lees meer in een eerdere blog). Het resultaat zou zijn dat hier talloze rechtszaken over zouden worden gevoerd en dat sommige landen als Australië en Hong Kong het woord al in de ban hebben gedaan. Ook de Europese Unie neigt daarna. Ook Plain English-voorstanders schrijven: ‘shall’ is
attended with so many problems that the need for banishment is beyond argument
(Peter Butt in Modern Legal Drafting), of Bryan Garner: My own practice is to delete shall in all legal instruments and to replace it with a clearer word more characteristic of American English.

Het probleem nu is dat diezelfde Plain English-voorstanders met oplossingen komen die het probleem alleen maar verleggen. Butt zegt: vervangen door: must. Garner zegt: (meestal) vervangen door will. Kenneth Adams, de schrijver A Manuel of Style for Contract Drafting, komt met een elegante oplossing. Shall bestaat, als woord én als begrip, beschouw het als een juridische Term of Art en limiteer de betekenis ervan in juridische
teksten tot: een verplichting voor het onderwerp van de zin.

Waarom is dit een elegante oplossing? Ten eerste wordt shall in normaal, alledaags Engels nauwelijks meer gebruikt. Alleen nog in versteende uitdrukkingen als: We shall overcome, of in (over)beleefde vragen in de eerste persoon als: Shall we dance? Ten tweede, als we must (Butt) of will (Garner) gaan gebruiken ipv. shall, overladen we die woorden weer met een extra betekenis. Must bijv. wordt ook gebruikt bij voorwaarden (conditions), zoals in: To exercise the option, X must timely submit the option notice. Will wordt ook gebruikt om een toekomende tijd uit te drukken: This agreement will terminate when the market price falls below 10.

Adams heeft een systeem opgebouwd van verschillende categories of contract language, waar iedere categorie (de taal van obligation, van discretion, van prohibition etc. lees hier meer) bepaalde (hulp)werkwoorden krijgt toebedeeld. Daarbij tekent hij aan dat shall natuurlijk in de categorie obligation valt, maar alleen als het betekent: has a duty to. Het ezelsbruggetje “kan-jeshallvervangen-door-has a duty tovoorkomt bovendien ingewikkelde (en dus ook rijp-voor-rechtszaken) passieve constructies als: the Deposit shall promptly be paid by….

Adams schrijft ook: My recommendation is limited to business contracts. For example, I wouldn’t use shall in consumer documents. Grappig is dan wel weer dat shall in bijv. Engelstalige Algemene Voorwaarden zó vaak wordt gebruikt dat het bijna lijkt alsof die zónder dat woord geen enkele juridische waarde meer hebben.

Vergelijk eens de Nederlandse Algemene Voorwaarden  van Landall Greenparks met de Engelse Terms and Conditions. In de Engelse versie komt shall maar liefst 48 keer voor. Soms geheel willekeurig; onder 1.1. staat: These General Terms and Conditions apply to all offers, (…), terwijl 1.3 rept over: These General Terms and Conditions shall apply regardless (…). De Nederlandse versie rept 10 keer over “moet” en 8 x over “dient”. Niet één enkele keer in deze tekst komt een Nederlands “moet”of “dient” overeen met een Engels shall. Als de Engelse tekst het over “moeten/dienen” heeft, dan wordt er must, are to, should of are required gebruikt.

Leuke oefening voor deze week: ga naar de Engelse Terms and Conditions en vervang iedere shall in deze tekst met een ander woord, of laat het gewoon weg. En als je het niet zeker weet: kijk of je het kan vervangen door has a duty to. Alleen als dát kan, laat je het staan.

What’s in a word? (35)

Jargon is een vorm van taalgebruik binnen een vakgebied dat alleen door vakmensen gesproken wordt. Je zou ook kunnen zeggen dat de gebruikers van jargon (de “Jargonauten”) botweg woorden stelen uit een taal, en daar onderling een geheel eigen betekenis aan geven. Advocaten zijn überjargonauten, en Engelstalige advocaten spelen mee in de Champions League. Je kan misschien zeggen dat het case law-systeem (lees hier) daar een belangrijke oorzaak van is,  maar het maakt het fenomeen Legal English er niet makkelijker op.

Zo worden vaak de woorden “without prejudice to” gezien als een zgn. Term of Art. Een Term of Art is de Hogeschool van het Jargon; een woord waarvan iedereen denkt dat het een onwrikbare, juridische betekenis heeft. Maar is dat echt zo?

Ten eerste wordt without prejudice to te veel in verschillende betekenissen gebruikt. Je ziet ze vaak in contracten: Without prejudice to Clause 18.2.5, the Purchaser agrees that…  of: Without prejudice to any rights or remedies available… of anders: …without prejudice to the generality of the foregoing not to… De uitdrukking wordt gewoonlijk gebruikt om de kracht van een bepaling te behouden en tegelijkertijd een andere contrasterende of overlappende bepaling uit te drukken. Je gebruikt het  in een clausule waar geen prioriteit wordt gegeven boven een andere clausule.

Daarnaast zie je without prejudice to vaak verschijnen  als kopje bij een brief om ervoor te te zorgen dat die brief niet kan worden gebruikt als bewijs voor de rechtbank als de poging tot schikking mislukt. Het is advocatensteno voor: without prejudice to the position of the writer of the letter if the proposed negotiations are not accepted. Jammer alleen dat slechts weinigen dat weten. Dat laat in ieder geval  het artikeltje Bamboozling the public van Mark Adler in de New Law Journal zien.

Tenslotte kunnen in de VS ook nog eens rechtszaken eindigen with of without prejudice. Dat betekent niet dat een zaak is geëindigd vanwege de vooringenomenheid van een
racistische rechter maar dat een rechtszaak permanent (with prejudice) wordt afgewezen of dat de partijen het opnieuw kunnen proberen (without prejudice). Ook kan je ontslag
krijgen zonder hoop die baan ooit weer terug te krijgen (with prejudice) of without prejudice zodat je weer kan worden aangenomen als de economie weer aantrekt.

Er zijn kortom veel te veel betekenissen van without prejudice (to) om hier een
in betongegoten Term of Art van te maken. Dat krijg je ervan als je woorden steelt uit de alledaagse taal (prejudice is gewoon ‘vooroordeel’) en ermee aan de juridische haal gaat. En als de betonrot eenmaal is ingezet, zijn er meer dan voldoende, voor de meeste lezers volslagen begrijpelijke, woorden om te gebruiken. In de contracttaalvoorbeelden
hierboven bijv. i.p.v.Without prejudice to Clause 18.2.5, the Purchaser agrees that… schrijf: Subject to clause 18.2.5… I.p.v. Without prejudice to any rights… schrijf: Despite any rights…, i.p.v : …without prejudice to the generality of the foregoing not to… schrijf: without affecting of without limiting. De juridische betekenis verandert niet, en het wordt een stuk leesbaarder.

En ten tweede… áls het al een Term of Art is, dat without prejudice to, dan zou je verwachten dat die woorden een vaste Nederlandse vertaling zouden opleveren. Een snelle blik op Linguee.nl  echter, geeft ons: “onverminderd”, “onder (én!) zonder
voorbehoud”, “onverlet”, “behoudens”, “zonder afbreuk te doen aan” etc. En als je er dan helemaal niet meer uitkomt, ja dan kan je altijd nog terugvallen op “zonder prejudicie” dat volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal ook een Nederlandse uitdrukking is.

Maar dat is vals spelen…