What’s in a language? (11)

Twee weken geleden hield de Europese Commissie-voorzitter, Jean-Claude Juncker, de openingsspeech voor het nieuwe politieke jaar. Hij, Luxemburger, deed dit in het Engels. In de hele EU-pers werd deze State of the Union inhoudelijk besproken. In de hele EU? Nee, de pers in één klein landje bleef moedig weerstand bieden… Hier werd veel meer juist de vorm van deze toespraak onderdeel van het debat: Engeland. Waarom?

Even de voorgeschiedenis: Junckers voorloper, Barosso, leunde voor zijn openbare speeches zwaar op een klein team tekstschrijvers. Juncker deed juist het tegenovergestelde: hij zocht input van alle partijleiders van het Europese parlement en van alle 28 Eurocommissarissen. In de week voor zijn speech trok hij zich twee dagen terug met een team van zes mensen: Anne Mettler (hoofd van de European Political Strategy Centre, de interne denktank van de Commissie), Martin Schultz (Parlementsvoorzitter), stafchef Martin Selmayr, Manfred Weber (fractievoorzitter van de Europese Volkspartij), Frans Timmermans (vice-voorzitter Europese Commissie) en Mina Andreeva (Junckers woordvoerdster). Sommigen concentreerden zich op visionaire aspecten van de speech, anderen richtten zich op het benoemen en bespreken van concrete en actuele onderwerpen. Junckers beoogde resultaat was een mix van positieve en negatieve aspecten van de huidige, Europese, situatie. Juncker zei een slag om de arm te houden en de definitieve versie de nacht voor 9 september zélf te schrijven.

So far, so good, zou je kunnen zeggen. Maar nu de nageschiedenis: in bijna alle EU-landen werd Junckers speech op z’n inhoud becommentarieerd. Alleen in Engeland ging het vaak om de vorm. Het geheel is het best samengevat in een commentaar van Tim King in Politico (hier te lezen).

Tim Kings opmerkingen kort samengevat: There was a fundamental imbalance at the heart of his presentation: it was long on rhetoric but short on persuasive explanation. The result was uneven and disjointed — and long before the end he had lost his audience, at least in the parliamentary chamber.

Ik vraag me af of de heer King dezelfde opmerkingen had gemaakt als Juncker zijn rede in het Frans of Duits had gehouden; het was (kort door de bocht) een “Duitse boodschap in het Engels”. Duits (of dan tenminste “Europees”) in opbouw, retoriek, uitweidingen, voorbeelden, vergezichten, afwegingen van voors en tegens, afwisselingen van positieve en negatieve kanten etc. etc, maar dan in het Engels. Dankzij een heel leger aan vertalers ongetwijfeld een grammaticaal en lexicaal correct Engels, maar bedacht en gebracht door een niet-Engelsman, met een niet-Engelse achtergrond. En het feit dat zijn team bestond uit: Mettler (Duits/Zweeds), Schultz (Duits), Selmayr (Duits), Weber (Duits) en Andreeva (Bulgaars) heeft waarschijnlijk ook niet echt geholpen. Je zou hebben kunnen denken dat Timmermans, hoewel Nederlands, een zeker tegenwicht had kunnen geven, maar nee dus.

King schrijft verder in zijn commentaar: There were moments in the speech that the professional part of his audience — the journalists, spin-doctors and politicians — were able to re-process into soundbites and Tweets. But the occasional rhetorical flourish could not rescue something that was basically lacking in coherence. Zó moet er dus in het Engels een speech worden geschreven (én gehouden).

Het geheel doet erg denken aan dingen die vermeld staan in de Anglo-Dutch Translation Guide: een Engelsman zeg: “Very interesting.”, de Europeaan denkt te horen: “He is impressed”, maar de Engelsman bedoelt eigenlijk: “I don’t agree” of  zelfs: “I don’t believe you” (nog veel meer prachtige voorbeelden hier te lezen).

Om de dichtregel uit Awater van Martinus Nijhoff (“Lees maar, er staat niet wat er staat”) te parafraseren: “Luister maar, er wordt niet gezegd wat er gezegd wordt”.

Kortom: het probleem met het Engels is dat Engelsen het spreken. Of anders: het probleem met de Engelsen is dat ze Engels spreken.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *