What’s in a language? (26)

“Branch Out werkt met het uitgangspunt dat ‘taal’ niet op zichzelf staat; we gebruiken een specifieke taal in specifieke omstandigheden voor specifieke doeleinden”. Dit schrijven we af en toe in advertenties.

Niet dat we denken dat onze advertenties ook in het Amerikaanse Congres worden gelezen, maar David Schweikert, Republikein en Amerikaans Congreslid, zei afgelopen donderdag in een radio-interview ongeveer hetzelfde. Hij gaf commentaar op een aantal uitspraken van de Amerikaanse president. “We have a President that’s not from the political class”, zei hij. En hij vervolgde met: “The learning of the disciplined use of language and what certain words mean in our context — if you’re not from this world you may not have
developed that discipline.” (hier te beluisteren)

En dan zijn we direct weer aangeland in de oude “goed-fout” discussie. Je kan alles nog zo  grammaticaal, lexicaal, spellingtechnisch enz. enz. correct zeggen/schrijven, maar datgene wat je zegt/schrijft moet wel in een bepaalde context worden gehoord/gelezen. En
misschien is die context nog wel belangrijker dan iets foutloos zeggen/schrijven. Politici spreken “Politieks”, juristen spreken “Juridisch”, bonsaiboomkwekers spreken… (vul zelf in).

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat al deze beroepen een andere “taal” spreken, de regels van het Engels gelden net zo voor Legal English als voor Bonsai Tree Growers English. Het zijn alleen de ‘ongeschreven regels’ die het lastig maken. En daar wil Congresman David Schweinkert nu juist de aandacht op richten…

Een drie jaar geleden verschenen blog  in het Nederlands Juristenblad van Geerke van den Bruggen en Margriet de Groot (nog steeds zeer lezenswaardig!) zegt nog eens dat juridische teksten niet per sé stukken toegankelijker worden en makkelijker te begrijpen zijn door het gebruik van ‘Jip-en-Janneketaal’. Zij stellen dat de opbouw van zinnen, alinea’s en hoofdstukken  veel belangrijker zijn dan het al dan niet gebruik van archaïsche woorden,
juridisch jargon, driedubbele ontkenningen en wat al niet meer.

Daarbij wil ik (samen met David Schweinkert) dan ook nog benadrukken dat je ook voortdurend de context en daarom ‘de ongeschreven (sociale, culturele, vakinhoudelijke etc.) regels in de gaten moet houden. Iets wat Van den Bruggen en De Groot hun lezers overigens ook voor ogen houden.

Dat wil natuurlijk allemaal niet zeggen dat iedereen maar in zijn of haar eigen kringetje moet rond blijven draven. Het is nog ‘vroeg dag’, maar de eerste berichten over de
schrijfsels van Neil Gorsuch, de door Trump benoemde nieuwe opperrechter in het Supreme Court beloven veel. Zijn schrijfstijl in zijn eerste Legal Opinions is (voor velen)
verrassend helder en down-to-earth. Hij gebruikt korte zinnen, vertelt een duidelijk
opgebouwd verhaal, schetst voor iedereen begrijpelijke achtergronden en gebruikt zelfs afkortingen als doesn’t en can’t in plaats van does not en can not! Ongehoord in Amerikaanse Supreme Court-kringen. Lees hier in de Connecticut Law Tribune.

Het is overigens maar weer de vraag of Amerikaanse juristen niet binnenkort aan gaan
voeren dat er een (juridisch) verschil is tussen die twee manieren van schrijven, we hebben wel gekker meegemaakt. Maar laten we hopen van niet…

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *