What’s in a language? (28)

Als u tussen de kalkoen en de oliebollen door dit jaar niets te doen heeft, ga dan eens naar de vernieuwde Branch Out Legal English Test (klik hier).

Deze test bestaat uit twee delen: 20 meerkeuzevragen die uw kennis van legal vocabulary test, en 20 invulvragen op het gebied van (Engelse) werkwoord vervoegingen. Aan het eind van deze test zal u een taalvaardigheidsniveau worden gegeven dat min of meer overeenkomt met de niveaus uit het  Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen (Common European Framework of Languages), samen met een
korte beschrijving van die niveaus. (Voor de volledige, Nederlandstalige, versie: klik hier)

Dit referentiekader is in 1971 door de Raad van Europa in het leven geroepen om te komen tot zo objectief mogelijke criteria en descriptoren voor de beoordeling en beschrijving van verschillende vaardigheidsniveaus in moderne vreemde talen. Om tot zo’n (enigszins)
‘objectief’ niveau te komen, zal er een, even zwaar wegend, onderscheid gemaakt moeten worden tussen enerzijds ‘kennis’ en anderzijds ‘vaardigheid’, of, anders gezegd: tussen ‘weten’ en ‘doen’, of, weer anders gezegd: tussen ‘actief taalgebruik’ en ‘passieve
taalkennis’. Het Europese referentiekader heeft daarom niveaus in het leven geroepen op vier taaldeelgebieden, te weten: spreken, schrijven, luisteren en lezen.

De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat de Branch Out Legal English Test slechts een
indicatie geeft van een niveau op de deelvaardigheid ‘schrijven’, en dan ook nog eens op de het gebied van Legal English. Een écht, objectief, niveau Engels geeft deze test dan ook niet (de ‘normale’, dwz. non-legal Structure Test -zie hieronder) komt hier overigens meer in de buurt van). Maar daarbij willen wij opmerken dat het niveau van ‘kennis/vaardigheid’, ‘weten/doen’ of ‘actief/passief’ bij Nederlanders (en de gemiddelde Scandinaviër) redelijk dicht bij elkaar ligt. Dit bijv. i.t.t. de gemiddelde Japanner waar het ‘weten-niveau’
behoorlijk hoog ligt, maar het ‘doen-niveau’ bedroevend laag. Wat maar weer eens aantoont dat ‘taalbeheersing’ ook cultureel bepaald is…

Wat deze test wél weer laat zien, is dat de Engelse ‘grammatica’ veel meer betekenis-
dragend is dan de Nederlandse grammatica. We hebben dit hier al eens opgemerkt in bijv. Correctness 5 en Correctness 6, maar de Branch Out Legal English Test laat dit in de vragen 2, 8, 13 en 18 van Deel 1 ook zien. in het Engels bestaan vier verschillende conditionals (de voorwaardelijke wijs): eentje om iets algemeens uit te drukken, eentje om een
waarschijnlijkheid te geven, eentje om een hypothese naar voren te brengen en eentje om een onmogelijke situatie te schilderen. “Leuk” zult u wellicht zeggen, maar u kunt zich misschien wel voorstellen wat een verkeerd gebruik van zo’n conditional in een contract of overeenkomst in een eventuele rechtszaak kan veroorzaken…

Als u de Branch Out Legal Test heeft gemaakt (en op de Send-knop hebt gedrukt…), zal ik u bij hoge uitzondering de goede antwoorden sturen. En mocht u nóg meer tijd over hebben: maak dan gerust ook de Branch Out Structure Test (zelfde principe, iets langer en niet
speciaal voor juristen geschreven).

Prettige Kerstdagen en een heel voorspoedig 2018 gewenst. De eerste Legal English Blog verschijnt op maandag 8 januari. Tot dan!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *