What’s in a language? (42)

In What’s in a language? (41) heb ik vorig jaar november geprobeerd de Brexit
grammaticaal te duiden. Met “Een andere taal betekent een ander wereldbeeld. A different language, a different mindset”, sloot ik  die blog toen af.

Patrick van IJzendoorn, de Londense correspondent van de Volkskrant sluit hier in zijn
column van 3 januari (“Het okselprincipe”) bijna naadloos op aan. Het onderwerp van deze column is aanvankelijk het gebruik van de VAR in het Engelse voetbal. In alle landen die zo’n VAR tijdens voetbalwedstrijden gebruiken, loopt de scheidsrechter, na ingrijpen van de VAR, vaak even naar een televisieschermpje aan de zijlijn om te controleren het echt klopt wat de VAR in zijn oortjes fluistert. Zo niet in Engeland. De Engelse hoofd-scheidsrechter, Mike Riley, vindt dit tijdsverspilling.

Van IJzendoorn komt dan tot de conclusie dat “er iets fundamenteels on-Engels zit in het streven naar perfectie” (zoals het gebruik van de VAR). “De vraag of iets werkt is in Engeland altijd belangrijker dan de vraag of iets echt klopt”, schrijft hij.

En daar kon hij best wel eens gelijk in hebben. In Engeland kennen ze geen centrale
basisadministratie; in Engeland kennen ze geen gemeentelijk bevolkingsregister (overigens één van de belangrijkste redenen voor “illegale” vluchtelingen om in Groot-Brittannië te geraken); in Engeland kennen ze geen document dat voor “grondwet” door kan gaan; heel zwart-wit zijn er in Engeland ook helemaal geen “wetten”, maar eerder een onuitputtelijke hoeveelheid rechterlijke uitspraken die steeds opnieuw worden geïnterpreteerd (case law); in Engeland kennen ze geen officiële grammaticaregels; de taal kent geen officiële spelling (dat wordt overgelaten aan de media) (lees hier meer), en ga zo nog maar even door.

Kortom, Engeland scoort bijzonder laag op het punt van ‘onzekerheidsmijding’, één van de vijf cultuurdimensies van Geert Hofstede in zijn boek “Allemaal andersdenkenden; omgaan met cultuurverschillen“. Hierdoor wordt er in Engeland veel meer dan elders vertrouwd op sociale consensus en minder op het op schrift stellen van wettelijke bepalingen: “De vraag of iets werkt is in Engeland altijd belangrijker dan de vraag of iets echt klopt”, in Van IJzendoorns woorden.

Dit zou verder best wel eens een goede verklaring kunnen zijn voor de meeste Brexit-sentimenten: een bijna instinctieve afkeer van (met name: geschreven) regels en wetten, en al helemaal als die door een ‘vreemde mogendheid” (lees: EU) worden “opgelegd”. Maar áls die er eenmaal zijn, dan worden die ook tot op de letter nageleefd en in het ridicule opgevolgd (zie: VAR, zie: alle Boris Johnson-verzinsels in de tijd dat hij nog Brussel-correspondent was). Wat de afkeer van regels en wetten alleen maar groter maakt. “Gedoogbeleid” is een heel raar concept voor Britten. En “coalitieregering” overigens ook…

Onze Nederlandse cursisten vragen zich vaak af of al die verschillende gradaties van beleefdheid en formaliteit in het Engels nou wel nodig zijn. En of er écht verschillen zijn tussen I work en I am working, tussen I worked en I have worked of If I were you en If I was you (of vaker nog door Nederlanders gebruikte If I would be you voor “Als ik jou was…” of “Als ik jou zou zijn…”. Met andere woorden: moet ik écht onderscheid maken tussen de Present Continuous and the Simple Present (voorbeeld 1). Of tussen de Past Simple en de Present Perfect (voorbeeld 2). Of met het gebruik van de Subjunctive (voorbeeld 3).

Het antwoord is eigenlijk: nee, dat hoeft niet, ze begrijpen u best wel. Alleen… als ze u
minder welgezind zijn, kunnen ze ook uit een ander vaatje tappen. “Kijk maar, u schreef dit, en dat betekent eigenlijk dat”, zou een reactie kunnen zijn. En als u onverhoeds de (nogmaals: ongeschreven!!) regels van beleefdheid en formaliteit overtreedt, kan u wel eens voor onaangename verrassingen komen te staan.

Engeland mag dan formeel ergens onderaan bungelen op het lijstje ‘onzekerheidsmijding’, dat wil niet zeggen dat er ergens (informeel) zekerheden worden ingepland. Bijvoorbeeld op het gebied van accenten (regionale accenten, maar ook sociale accenten: upperclass-working class etc.), en kijk eens hoe belangrijk Britten het vinden dat ze weten naar welke school je bent gegaan. Het gebruik van grammatica (er ligt veel meer betekenis in de Engelse grammatica dan in de Nederlandse), en de interpretatie daarvan, is nóg zo’n
zekerheidje…

PS:
Alsof de duvel ermee speelt. Twee dagen na de column van Van IJzendoorn speelde op zondag 5 januari Derby County tegen Christal Palace. Na een beslissing van de VAR, sjokt de scheidsrechter, Michael Oliver, naar de monitor aan de zijlijn… een primeur in het Engelse voetbal.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *