What’s in a word? (45)

Particulier wapenbezit. Abortus. Doodstraf. Woorden die we bijna automatisch linken aan de Verenigde Staten van Amerika. Je gaat je afvragen waarom “ze (lees: de Amerikanen) daar toch niet iets aan doen”? Dat is voor een deel te wijten (en sommigen zullen zeggen: te danken) aan het steeds belangrijker wordende originalisme (originalism) en textualisme (textualism) en het daaraan gekoppelde belang van en geloof in “taal” dat meer en meer opgang vindt in het Amerikaanse Hogerechtshof (Supreme Court).

Even een kort geschiedenislesje: tot ongeveer 1980 was het grootste gedeelte van het Supreme Court onder invloed van de zgn. Living Constitution-theorie. Die theorie zette
opperrechters aan om de Grondwet niet op taal en geschreven woord te interpreteren, maar veeleer op steeds veranderende maatschappelijke normen. Met andere woorden, rechters moesten zich niet concentreren op wat de Grondwet zégt, maar op wat die zou moéten zeggen als die vandaag zou zijn geschreven.

Dat standpunt begon te schuiven toen in 1982 de  Federalist Society for Law and Public Policy Studies (kortweg: Federalist Society) werd opgericht. In 1985 beschreef Ed Meese (minister van Jusitie onder Ronald Reagan) in een speech de Living Constitution-theorie als zijnde a chameleon jurisprudence, changing color and form in each era. Hij riep op om de Grondwet te interpreteren based on its original language. Originalism kreeg vaste grond onder de voet.

Een directe uitvloeisel daarvan is textualisme: een formalistische theorie waarin de interpretatie van de wet primair is gebaseerd op de gewone betekenis van de wettekst, waarbij geen rekening wordt gehouden met niet-tekstuele bronnen zoals de intenties van de wet toen die werd aangenomen, het probleem dat moest worden opgelost of andere
belangrijke zaken zoals rechtschapenheid of gerechtigheid van de wet. Textualisme is het perspectief van wettelijke interpretatie waarin de rechtbanken de woorden van die
wettelijke tekst zouden moeten lezen zoals elk gewoon lid van het congres ze zou hebben gelezen.

Op dit moment zijn zeker vijf van de negen Amerikaanse opperrechters overtuigde en (al dan niet zelf-)verklaarde tekstualisten/originanisten. Drie daarvan zijn door president Trump benoemd (Gorsuch, Kavanaugh en Barrett). Dit heeft grote gevolgen voor zaken als particulier wapenbezit en het recht op abortus. Woorden doen er écht toe volgens de
tekstualisten. Niet voor niets schrijft opperrechter Samuel Alito (benoemd door George W. Bush) in het uitgelekte memorandum inzake wel of geen recht op abortus: The Constitution makes no reference to abortion, and no such right is implicitly protected by any
constitutional provision
. En over de precieze tekst van het 14e Amendement over particulier wapenbezit heb ik hier al eens eerder geschreven.

Alles verloren en terug naar de Donkere Middeleeuwen dan maar? Dat valt nogal mee… In de eerste plaats schrijft Jill Lepore, als spreekspersoon van de American Constitution Society (de tegenhanger van de Federalist Society) in een artikel in The New Yorker over Alito’s zgn. “references in the Constitution”:  As it happens, there is also nothing at all in that document, which sets out fundamental law about pregnancy, uteruses, vaginas, fetuses,
placentas, menstrual blood, breasts, or breast milk.

In de tweede plaats zijn die tekstualisten er ook onderling nog niet helemaal over uit hoe zwaar er moet worden ingezet op het mantra “de tekst, de tekst en niets anders dan de tekst”. Is interpunctie bijv. een onderdeel van de tekst? Eeuwenlang hebben juristen zelfs punten, komma’s, enz. met opzet vermeden. Eén van de redenen waarom zinnen in
juridische teksten ook nu nog zo lang en onoverzichtelijk kunnen zijn. En laat het (al dan niet) gebruik van een aantal komma’s nu juist een belangrijk struikelblok zijn in Amerikaanse wapenwetten.

Of een ander voorbeeld: in het beroemde vonnis Smith v. United States (1993) werd de heer Smith extra zwaar veroordeeld omdat hij tijdens een drugsdeal een wapen gebruikte. Dit geheel en al in lijn met de zinsnede in die wet dat het zwaarder strafbaar is als during and in relation to a drug trafficking crime, the defendant uses a firearm. (mijn onderstreping). Alleen… in deze zaak had verdachte Smith aangeboden om een ​​ongeladen wapen te ruilen voor cocaïne. De meerderheid van het Supreme Court vond dat onder uses vallen. Opperrechter Scalia  (één van de grote roergangers van het tekstualisme) vond echter:  The phrase ‘uses a gun’  fairly connotes use of a gun for what guns are normally used fo, that is, as a weapon. Kortom, er zit nogal wat rek in dat tekstualisme…

En tenslotte: dit is de tijd van het jaar waarin het Supreme Court belangrijke beslissingen neemt (en die over abortus komt binnenkort waarschijnlijk ook). In de drie laatste beslissingen afgelopen maand Denezpi v. United States, Patel v. Garland en Babcock v. Kijakazi was er telkens onenigheid binnen het kamp van de vijf tekstualisten/origanisten over juist die “echte” betekenis van woorden. In Babcock werd zelfs hetzelfde woordenboek (te weten de Webster’s Third New International Dictionary) gebruikt om tot een tegengesteld oordeel te komen. (Overigens blijft het mij verbazen waarom je een woordenboek uit 2002 zou moeten kunnen gebruiken om een wet van tientallen jaren daarvoor te kunnen duiden, maar dit terzijde).

Zo op het eerste gezicht lijken “woorden” dus erg belangrijk binnen de Amerikaanse
wetgeving, maar als het puntje bij het paaltje komt, dan gaat het toch écht om wat je
ermee wilt doen. Eens zien wat dat bij het abortusvraagstuk oplevert…